Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2009-2010 | 29754 nr. 165 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2009-2010 | 29754 nr. 165 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 september 2009
Hierbij bieden wij u een samenvatting aan van het achttiende Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN18) van augustus 2009. Het dreigingsniveau blijft staan op substantieel.
De formele rapportageperiode van DTN18 loopt van 16 maart 2009 tot en met 15 juni 2009. Recente ontwikkelingen tot en met 4 september 2009 zijn echter ook in de analyse verwerkt.
Het DTN wordt vier keer per jaar opgesteld door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, beslaat in principe een kwartaal, en is in eerste instantie bedoeld voor de Raad voor de Nationale Veiligheid. Het DTN wordt ook besproken met de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten van uw Kamer.
De minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst
Samenvatting Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland augustus 2009 (DTN18)
Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland, augustus 2009 (DTN18)
Het dreigingsniveau in Nederland is nog steeds «substantieel». Dit betekent dat de kans op een aanslag in Nederland of tegen Nederlandse belangen in het buitenland reëel is. Er zijn in de afgelopen rapportageperiode geen concrete aanwijzingen voor aanslagplannen tegen Nederland en zijn belangen geconstateerd.
Internationale jihadistische groeperingen zien Nederland nog steeds als een van hun «voorkeursdoelwitten». Hiermee vormt de internationale jihadistische dreiging nog steeds de belangrijkste component van de dreiging voor (de belangen van) Nederland. Deze dreiging hangt samen met het hoge internationale profiel van Nederland binnen jihadistische kringen. Dit hoge profiel is een gevolg van de vermeende islambeledigingen in Nederland en de militaire aanwezigheid van Nederland in Afghanistan.
Het afgelopen jaar zijn ontwikkelingen gesignaleerd die de voorstelbaarheid van een aanslag in Europa, en daarmee ook in Nederland, bevestigen. Dit heeft onder andere te maken met de in- en uitreizen van Europese jihadisten naar klassieke jihadistische strijdgebieden en sinds kort ook Somalië. Zoals in DTN17 is gemeld, kunnen uit deze gebieden terugkerende jihadisten opdracht krijgen om aanslagen in Europese landen uit te voeren. De voorstelbaarheid van aanslagen op doelen in Europa wordt verder gevoed door arrestaties van jihadisten in andere Europese landen die in het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden. Deze arrestaties duiden erop dat internationale jihadistische groeperingen nog steeds aanslagplannen op doelen in Europa beramen.
Internationale context van jihadistische dreiging
Ontwikkelingen in het grensgebied tussen Pakistan en Afghanistan hebben al jaren hun weerslag op de terroristische dreiging voor de westerse wereld. In deze regio opereren verschillende jihadistische groeperingen die een voortdurende dreiging vormen voor westerse en daarmee ook Nederlandse belangen. De slagkracht van deze groeperingen wordt mede bepaald door de speelruimte die ze krijgen van de overheden in de regio. Het grootschalige militaire offensief dat het Pakistaanse leger eind april 2009 tegen de Pakistaanse Taliban in de Swat-regio startte, is nog steeds gaande en in de Tribale Gebieden is er al enkele maanden sprake van bombardementen. Door het offensief en de bombardementen is de druk op de Pakistaanse Taliban en kern al Qa’ida verder toegenomen. In Swat is in relatief korte tijd een deel van de Taliban uitgeschakeld en een ander deel is gevlucht of heeft zich teruggetrokken.
Een blijvend succes van de militaire acties zal afhankelijk zijn van de mate waarin Pakistan erin slaagt een alternatieve veiligheidsstructuur op te zetten in de Tribale Gebieden, waarmee de stabiliteit kan worden gewaarborgd. Verder is de kans groot dat nu de vluchtelingen in Swat terugkeren naar hun huizen, de Taliban hiervan gebruikmaken en zich weer mengen onder de burgerbevolking. Voorts lijkt het erop dat de Pakistaanse regering haar militaire inspanningen alleen richt op die groeperingen die een bedreiging vormen voor de Pakistaanse staat. De dood van Mehsud in augustus 2009 bij een beschieting met een onbemand vliegtuig (zogenaamde «drones») is voor zowel de Pakistaanse als de Amerikaanse regering dan ook een belangrijke overwinning.
In Somalië, een ander jihadistisch strijdgebied, zoekt Al Shabaab, de belangrijkste Somalische jihadistische groepering, in ideologische zin aansluiting bij de doelstellingen van het internationale jihadisme. Kern al Qa’ida ziet Al Shabaab als het «zuidelijke front van de internationale jihad». Er is ook een gestage toename van het aantal jihadisten uit het Westen (die al dan niet van Somalische origine zijn) dat afreist naar Somalië voor training of de jihadistische strijd. Bekend is dat in de Verenigde Staten en mogelijk ook in Denemarken ondersteuningsnetwerken actief zijn, die jongeren rekruteren voor en faciliteren bij de jihadgang naar Somalië.
Verder zijn er indicaties dat jihadisten vanuit Somalië aanslagen beramen op westerse doelen in Kenia en Ethiopië. De jihadisten zouden met zulke aanslagen hun ideologische aansluiting bij de internationale jihad kracht willen bijzetten en hun regionale invloedssfeer vergroten. Er zijn ook aanwijzingen dat een kleine groep in Somalië getrainde westerlingen de opdracht heeft gekregen de jihad in het Westen voort te zetten. De opdracht zou afkomstig zijn van de leiding van Al Shabaab en/of personen die met al Qa’ida in verband worden gebracht.
Een andere jihadistische groepering die een voordurende dreiging vormt voor westerse belangen, en dus ook Nederlandse belangen, is «Al Qa’ida in de Islamitische Maghreb» (AQIM). Deze groepering is vooral actief in Algerije en ontplooit daarnaast activiteiten in het grensgebied van Algerije, Mauritanië, Mali en Niger. Sinds kort hebben ontvoeringen van westerlingen een structurele plaats ingenomen binnen de werkwijze van AQIM. Ook stelt deze groepering nu politiek getinte eisen in ruil voor vrijlating van gegijzelden. Door het structurele karakter van de ontvoeringen door AQIM lijkt de veiligheid van westerlingen in de regio verder onder druk te staan. AQIM deinst er verder sinds kort niet meer voor terug om haar gijzelaars om te brengen als haar eisen niet worden ingewilligd. De organisatie heeft de afgelopen rapportageperiode een Brits staatsburger gedood nadat de Britse overheid niet inging op haar eis een in het Verenigd Koninkrijk gevangen Palestijnse radicale prediker vrij te laten.
Ook in andere delen van de wereld waar de jihad zich kan manifesteren, blijft een dreiging van ontvoering van westerlingen, en daarmee ook Nederlanders, bestaan. Zo is het aantal ontvoeringen in Afghanistan gedurende de afgelopen rapportageperiode toegenomen. Die dreiging tegen en soms gerichte aanslagen op medewerkers van non-gouvernementele en internationale organisaties in jihadistische strijdgebieden zorgen ervoor dat het werk van hulporganisaties ernstig wordt bemoeilijkt en soms moet worden gestaakt. Verder lijken jihadistische organisaties zich in hun propaganda sterker tegen christelijke zendingsactiviteiten en invloeden te gaan richten.
Dreiging tegen (belangen van) Europa
De trend dat internationale jihadistische groeperingen Europees grondgebied nog steeds zien als een doelwit, handhaaft zich. De motivering voor het plannen van aanslagen ligt nog steeds vooral in de vergelding voor beledigingen van de islam en de profeet Mohammed, de aanwezigheid van troepen in Afghanistan en als extra motivering de vergelding voor de door de jihadisten ervaren Europese steun aan Israël bij de militaire operatie in Gaza (28 december 2008–18 januari 2009).
Met name voor Duitsland zou een verhoogde dreiging gelden in de aanloop naar de nationale verkiezingen op 27 september 2009. Er zijn aanwijzingen dat jihadisten de terugtrekking van Duitse troepen uit Afghanistan willen afdwingen door het plegen van aanslagen op Duitse belangen in binnen- en buitenland. Hoewel concrete aanslagplannen niet onderkend zijn, zouden vooral Duitse belangen in Noord-Afrika gevaar lopen, onder wie toeristen. De verhoogde dreiging tegen (belangen van) Duitsland past binnen de trends die in eerdere DTN’s zijn beschreven. Zo werd gewezen op de reizen uit Duitsland naar de Tribale Gebieden in Pakistan, de potentiële dreiging die kan uitgaan van terugkeerders en de jihadistische video’s waarin Duitsland, steeds vaker in het Duits, wordt bedreigd met een terroristische aanslag.
Dreiging tegen (belangen van) Nederland
In lijn met wat in de afgelopen DTN’s is geconstateerd, is de dreiging tegen Nederlandse belangen vooral afkomstig van internationale jihadistische netwerken. Deze netwerken zien Nederland en zijn belangen nog altijd als een van hun «voorkeursdoelwitten», vanwege zijn militaire betrokkenheid in Afghanistan en de vermeende islambeledigingen in Nederland. Er zijn echter geen concrete aanwijzingen die duiden op mogelijke voorbereidingen voor een aanslag door internationaal opererende jihadistische groeperingen tegen (belangen van) Nederland. Ingeschat wordt dat de jihadistische dreiging tegen Nederlandse belangen thans het hoogst is in het buitenland.
De dreiging die uitgaat van lokale autonome netwerken is ten opzicht van eerdere DTN’s onveranderd gebleven. Er zijn momenteel geen indicaties dat lokale autonome netwerken een concrete bedreiging vormen voor Nederland en Nederlandse belangen. Ook hebben deze netwerken momenteel niet de intentie om aanslagen in Nederland te plegen. De huidige dreiging vanuit lokale autonome netwerken is dan ook laag. Dit komt vooral door een voortdurend gebrek aan leiderschap en cohesie binnen de desbetreffende netwerken, een afgenomen taakgerichtheid (er worden minder activiteiten ondernomen die samenhangen met de gewelddadige jihad) en een succesvol overheidsbeleid. Ook de lokale internationaal georiënteerde netwerken, die zich vooral richten op het faciliteren van de jihad in de klassieke jihadgebieden, hebben momenteel niet de intentie om in Nederland aanslagen te plegen.
Eerder in deze samenvatting werd bericht dat Somalië jihadisten aantrekt uit het Westen. Dit lijkt ook te gelden voor Nederlandse jihadisten. Op 24 juli 2009 werden in Kenia vier personen aan de grens met Somalië aangehouden, omdat zij op weg zouden zijn geweest naar een jihadistisch trainingskamp in Somalië. De Nationale Recherche is onder leiding van het Landelijk Parket een onderzoek gestart. Het viertal wordt verdacht van deelname aan een terroristische organisatie en het voorbereiden van een terroristisch misdrijf. Inmiddels zijn de jongeren vrijgelaten. Het Landelijk Parket is in afwachting van meer informatie van de Keniaanse autoriteiten.
In mei 2005 (DTN1) werd gemeld dat er signalen waren die duidden op een groeiende salafistische beïnvloeding in Nederland. Deze groei heeft zich enkele jaren doorgezet. Nu lijkt de groei van de salafistische stroming in Nederland te stagneren, mede als gevolg van de gegroeide weerbaarheid van moslims in Nederland tegen de anti-integratieve boodschap van de salafistische centra. Ook orthodoxe moslims lijken zich in toenemende mate af te keren van het salafisme. Daarbij speelt een rol dat sommige predikers in de ogen van de gelovigen de leer die zij verkondigen onvoldoende toepassen in hun persoonlijke leven. Maar ook de puriteinse levensstijl, die grote persoonlijke offers vergt, en de beperkte ruimte voor zelfstandig redeneren binnen de salafistische dogmatiek leiden ertoe dat orthodoxe moslims, die aanvankelijk in het salafisme geïnteresseerd waren, de beweging verlaten.
In navolging van de vorige DTN-periode hebben in het tweede kwartaal 2009 op het terrein van dierenrechtenextremisme weinig incidenten met een gewelddadig karakter plaatsgevonden. Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR) is wel wederom doelwit geweest. Ditmaal zijn bekladdingen op het gebouw aangetroffen die op de aanwezigheid van een bom duidden. De melding is opgeëist door het Animal Liberation Front (ALF), die in een eerder communiqué in maart 2009 dreigde met een grote bom als de WUR haar verantwoordelijkheid niet zou nemen. Onderzoek heeft uitgewezen dat het om een valse bommelding ging. Deze campagne tegen de WUR vanwege de dierproeven die de universiteit uitvoert, heeft hiermee een nieuw stadium bereikt, omdat nu voor het eerst dierenrechtenextremisten via een bekladding suggereren een bom te hebben geplaatst. Andere (minder ernstige) illegale dierenrechtenacties hebben bij supermarkten en een vestiging van McDonald’s plaatsgevonden. Naast deze illegale acties hebben de meest voorkomende incidenten in deze DTN-periode een legaal karakter, waarbij een enkele keer een schermutseling is ontstaan tussen demonstrerende dierenrechtenactivisten van links- en rechtsextremistische signatuur. Overigens zijn de acties van de dierenrechtenextremisten niet als terroristisch te bestempelen, maar hun groeiende bereidheid van de laatste jaren om geweld te gebruiken, heeft wel geleid tot structurele verhoogde aandacht van politie en justitie.
In de vorige DTN’s is een beeld geschetst van de gegroeide weerbaarheid tegen extremistische geluiden binnen de Nederlandse moslimgemeenschappen. Dit beeld is niet veranderd. Mede als gevolg van deze toegenomen weerstand lijkt de aanwas van lokale jihadistische netwerken in Nederland de afgelopen jaren te zijn afgenomen. Door de toegenomen weerstand tegen het jihadisme ontbreekt het de jihadisten aan een omgeving die hen faciliteert.
Dat de aanwas van lokale jihadistische netwerken lijkt te zijn afgenomen, komt ook doordat de afgelopen jaren een alternatief, niet-gewelddadig discours beschikbaar is gekomen voor radicale jongeren. Het gaat hierbij vooral om een discours die door de bekende salafistische centra in Nederland wordt verkondigd. Deze centra zijn zich de afgelopen jaren steeds actiever gaan uitspreken tegen geweld in naam van de islam. In enkele gevallen werden extremisten die niet van gedachten zijn veranderd ook geweerd uit de moskee.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29754-165.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.