Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2008-2009 | 29754 nr. 140 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2008-2009 | 29754 nr. 140 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2008
Afgelopen juni ontving uw Kamer de achtste voortgangsrapportage terrorismebestrijding1. Met deze brief bieden wij u de negende voortgangsrapportage aan. De rapportage behandelt de voortgang die het afgelopen half jaar is geboekt bij de ontwikkeling en uitvoering van de verschillende onderdelen van het antiterrorismebeleid. Daarbij gaat het achtereenvolgens om het tegengaan van radicalisering, de internationale samenwerking, het creëren van slagvaardige instrumenten en organisatie, het treffen van veiligheidsmaatregelen, het voorbereid zijn op (de gevolgen van) een mogelijke aanslag en communicatie en voorlichting. De voortgangsrapportage begint zoals gebruikelijk met een samenvatting van het meest recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN). Het DTN wordt vier keer per jaar opgesteld door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) en valt onder zijn verantwoordelijkheid. Bij de voortgangsrapportage is een actiepuntenlijst bijgevoegd.
1. Samenvatting Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland november 2008
Nederland en zijn belangen in het buitenland worden door internationaal opererende jihadistische netwerken nog steeds gezien als een van hun voorkeursdoelwitten. De film Fitna, die door jihadisten wordt gezien als een belediging en provocatie, blijft daarvoor de belangrijkste legitimatie.
Ontwikkelingen in de afgelopen periode illustreren in dat kader dat jihadisten internationaal meer dan ten tijde van DTN-14 in propaganda de nadruk leggen op het treffen van westerse doelwitten. Dit mede omdat zij in bredere islamitische kring, alsook onder de eigen geledingen, veel sympathie hebben verloren met aanslagen op doelen in islamitische landen waarbij veel burgerdoden vielen.
Verwacht wordt dat Nederland voorlopig op het netvlies van jihadisten blijft staan. Daarbij richt de aandacht van jihadisten zich nadrukkelijk ook op individuen die door hen verantwoordelijk worden gehouden voor «belediging» van de islam.
Recente (pogingen tot) ontvoeringen in Pakistan van verschillende westerlingen wijzen er op dat daar, naast de al langer geconstateerde dreiging tegen westerse vertegenwoordigingen in Pakistan en Afghanistan, (wederom) ook rekening moet worden gehouden met ontvoeringen van westerse diplomaten.
Deze ontwikkelingen houden het dreigingsniveau op substantieel. Dit betekent dat de kans op een aanslag in Nederland of tegen Nederlandse belangen reëel is.
Nederland en zijn belangen vormen nog steeds een van de voorkeursdoelwitten van internationaal opererende jihadistische netwerken, voornamelijk gelegitimeerd met de film Fitna die door jihadisten wordt gezien als een belediging en provocatie. Mede relevant is dat jihadisten in brede islamitische kring, alsook binnen de eigen geledingen, veel sympathie hebben verloren met aanslagen op doelen in islamitische landen waarbij veel burgerdoden vielen. In een media-offensief wordt door jihadisten, meer nog dan ten tijde van DTN-14, internationaal gepoogd daar op in te spelen. Zij beweren selectief in doelwitkeuze te zijn, wijten de slachtoffers aan de «vijand» die burgers zou gebruiken als menselijk schild, en leggen steeds meer nadruk op de wenselijkheid van aanslagen tegen westerse belangen en op de strijd in de Palestijnse gebieden. Deze ontwikkeling kan leiden tot extra focus op westerse, dus ook Nederlandse, doelwitten, bijvoorbeeld in Europa maar ook in Noord-Afrika en de Pakistaans/Afghaanse regio.
Jihadistische incidenten en ontwikkelingen in het buitenland illustreren de in den brede toegenomen exogene dreiging voor het Westen. Zo breiden «Al Qa’ida in de Islamitische Magreb» (AQIM) en daaraan gelieerde groepen hun activiteiten geografisch steeds verder uit in Noord-Afrika. Westerse belangen in de regio vormen nadrukkelijk een potentieel doelwit van jihadisten in Noord-Afrika. Ook lijkt het aantal bedreigingen vanuit AQIM tegen westerse bedrijven, personen en instellingen toe te nemen. Deze ontwikkeling wordt onderstreept met de inhoud van communiqués van AQIM die tevens passen in het genoemde media-offensief.
Hoewel het beeld over Pakistan geregeld wijzigt en per regio verschilt, pakt de Pakistaanse regering momenteel in sommige regio’s terroristen harder aan. Desondanks blijken jihadisten in staat grote aanslagen te plegen, zoals de aanslag op het Marriott hotel in Islamabad. Verder proberen verschillende in het Afghaans/Pakistaanse grensgebied opererende jihadistische bewegingen hun krachten (verder) te bundelen.
Voor westerse landen betekent dit, dat de al eerder geconstateerde dreiging tegen westerse (politieke) belangen in de regio onverminderd van kracht blijft. Recente (pogingen tot) ontvoeringen in Pakistan van verschillende westerlingen wijzen er op dat daar (wederom) ook rekening moet worden gehouden met ontvoering van westerse diplomaten. De aanslagen in het Indiase Mumbai, eind november, illustreren daarnaast dat westerse personen en objecten in algemene zin doelwit vormen van jihadisten.
Daarnaast zijn er nieuwe berichten over Duitse jihadisten, verbonden aan de Islamic Jihad Union die voornamelijk actief is in de Pakistaans/Afghaanse grensregio, die mogelijk in Europa aanslagen willen plegen. Daarmee wordt de al langer gesignaleerde dreiging van naar Europa terugkerende jihadisten, die in de grensregio zijn getraind, verder gevoed.
Aan de vooravond van 11 september 2008 verdwenen enkele prominente jihadistische sites van het internet. De vlak voor 11 september aangekondigde video van leiders van al Qa’ida, bedoeld als propaganda naar aanleiding van de herdenking van 11 september 2001, kon door het verdwijnen van deze websites niet op de streefdatum gepubliceerd worden. Berichtgeving daarover op jihadistische websites geeft aan dat dit door jihadisten is ervaren als gezichtsverlies.
De situatie rondom netwerken in Nederland is grotendeels gelijk gebleven vergeleken met die ten tijde van DTN-14. Binnen de meeste netwerken blijft sprake van een relatieve rust maar enkele individuen tonen nog steeds interesse voor deelname aan de internationale jihad. Verder is het jihadistische gedachtegoed als zodanig niet verdwenen binnen de netwerken en staan netwerken geregeld met elkaar in contact. Hierdoor kan meer professionele kennis en ervaring breder worden gedeeld in jihadistische kring.
Zeer recent is, op basis van een ambtsbericht van de AIVD, een persoon aangehouden die in zeer korte tijd was geradicaliseerd en over twee vuurwapens en een geluidsdemper beschikte. Vooralsnog is het onbekend wat deze persoon met het wapen wilde doen.
Hoewel basiselementen van het Nederlandse profiel, zoals de militaire presentie in Afghanistan, nog steeds relevant zijn blijft Fitna voor buitenlandse (internationale) jihadistische netwerken de belangrijkste legitimatie voor hun aandacht voor Nederland. De film kan ook onder het brede publiek in islamitische landen opnieuw aandacht krijgen nu de film, in december 2008, vertoond is in Israël.
Recent is op internetsites in islamitische landen ook aandacht voor de film over de profeet Mohammed, van de lokale politicus Jami.
Verschillende prominente salafistische centra in Nederland werken samen en richten zich daarbij breed op de Nederlandse samenleving. Zij blijven daarmee de drijvende krachten achter de salafistische dawa in Nederland. Ook zijn soms vanuit deze centra, waar normaal gesproken de afgelopen jaren actief extremistische geluiden worden geweerd, weer radicale geluiden te horen via bijvoorbeeld uitgezonden preken van salafistische predikers in Noord-Afrika.
Radicale jongeren met jihadistische ideeën die geweerd worden uit de gekende salafistische centra blijken andere moskeeën te bezoeken waar zij nog wel bijeen kunnen komen. Potentieel hebben deze jongeren de mogelijkheid om daar hun radicale gedachtegoed verder te verspreiden en eventueel voor onrust binnen moskeeën te zorgen.
Het algemene beeld over de verhoogde weerbaarheid in de islamitische gemeenschap, zoals dat in opeenvolgende DTN’s is geconstateerd, is onveranderd. Diverse islamitische organisaties hebben zich ook de afgelopen periode duidelijk uitgesproken in thema’s die het debat over de islam domineerden. Een andere belangrijke trend, die al enkele jaren zichtbaar is, raakt de weerstand van salafistische centra. Steeds vaker weigeren zij radicale jongeren met jihadistische ideeën de toegang.
Op 2 oktober deed het gerechtshof in Den Haag uitspraak in het hoger beroep in de Piranhazaak. Samir A. werd veroordeeld tot negen jaar cel, Noureddin el F. tot acht jaar, Mohammed C. tot zes jaar, Soumaya S. tot vier jaar en Mohammed H. tot drie maanden. Van belang is dat het gerechtshof bewezen achtte dat zij deel uitmaakten van een organisatie met een terroristisch oogmerk. Daarmee is er nog geen definitief oordeel gegeven over de uitleg van de daarop betrekking hebbende wetgeving (artikel 140/140a Wetboek van Strafrecht) omdat nog cassatie kan volgen door de advocaten. In een andere zaak, tegen de zogenaamde Hofstadgroep, loopt cassatie van de zijde van het OM.
Op 3 september oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen dat de beslissing van de Raad van de Europese Unie, om de tegoeden te bevriezen van een persoon en een organisatie die verdacht worden van terrorisme, nietig is. De huidige procedure voor plaatsing op de «terroristenlijst» is in strijd met de grondrechten zoals het recht op wederhoor. De uitspraak van het Hof kan gevolgen hebben voor de aanpak van terrorismefinanciering omdat het bekendmaken van eventuele geheime informatie strijdig kan zijn met andere belangen.
Inmiddels is in deze zaken gevolg gegeven aan het recht op wederhoor. Hierop is opnieuw besloten betrokkenen te plaatsen op de lijst. De betreffende tegoeden zijn al deze tijd bevroren gebleven.
In een uitspraak van 4 december vernietigde het Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Gemeenschappen het meest recente Raadsbesluit om de Mujahedin-e Khalq Organisatie (MKO) te plaatsen op de lijst. Ook hier gold dat het Gerecht vond dat de (inmiddels nieuwe) inhoudelijke grondslag voor plaatsing onvoldoende was medegedeeld aan de MKO. Nederland bestudeert nog de gevolgen van deze uitspraak.
In de afgelopen periode heeft onderzoek plaatsgevonden naar radicalisering in Nederland. Begin oktober 2008 heeft u het onderzoeksrapport Teruggang en uittreding. Processen van deradicalisering ontvangen1. In dit onderzoek is geanalyseerd wat de oorzaken zijn van het minder radicaal worden van de radicale Molukkers in de jaren zeventig, de kraakbeweging in de jaren tachtig en de extreemrechtse Centrumstroming in de jaren tachtig en negentig. Tevens is onderzocht waarom radicale bewegingen ophouden te bestaan en waarom individuen uittreden uit een radicale groepering. De conclusies van dit onderzoek zijn gebruikt om aanbevelingen te formuleren over het bevorderen van deradicalisering onder islamistische radicalen. Op basis van de theoretische inzichten en praktische ervaringen zal een handleiding voor deradicaliseringsprogramma’s worden ontwikkeld. Ook worden onder meer attitudes van jongeren ten aanzien van radicalisme en terrorisme onderzocht en wordt onderzoek gedaan naar salafistische gemeenschappen in Nederland. Deze onderzoeken zijn in de loop van 2009 gereed. Naast deze drie onderzoeken financiert de NCTb verschillende andere onderzoeken die meer inzicht moeten geven in het fenomeen radicalisering. De kennis die uit deze onderzoeken voortvloeit, zal worden ingezet bij de analyse van radicaliseringsprocessen en bij de uitvoering van het beleid ten aanzien van radicalisering.
Sinds 2005 worden, zoals u weet, zogenoemde radicaliseringshaarden aangepakt om de invloed van deze haarden zo veel mogelijk te beperken1. De aanpak bestaat uit een gecoördineerde inzet van bestaande bevoegdheden en instrumenten van de landelijke en lokale overheid. De NCTb heeft hierin een regierol, gemeenten vervullen een regierol op lokaal niveau. Bij deze aanpak zijn diverse overheidsorganisaties betrokken die relevante informatie over de radicaliseringshaarden verzamelen en uitwisselen. Dit gebeurt aan de hand van zogenaamde multidisciplinaire analyses. Iedere betrokken overheidspartij levert vanuit haar specialisme relevante informatie aan. Daarna worden de te treffen maatregelen op elkaar afgestemd. De betrokken overheidsorganisaties zijn: de NCTb, AIVD, Onderwijsinspectie, IND, Belastingdienst, FIOD, het OM, politie en de besturen van de gemeenten waar de haarden zich bevinden.
Periodiek wordt de analyse van de situatie per haard geactualiseerd en bekeken of de aanpak ook de gewenste effecten heeft gehad. Op basis van deze analyses wordt per radicaliseringshaard bezien of en op welke wijze de aanpak wordt voortgezet. Sinds enige tijd is een aantal trends waarneembaar. Door de uitgebreide aandacht vanuit de overheid, de weerbaarheid onder de Nederlandse moslims en de toegenomen publieke belangstelling, zijn de radicaliseringshaarden hun toon gaan matigen. Zij nemen in het openbaar steeds meer afstand van geweld en er wordt relatief meer openheid betracht. Op basis van de analyses en de ontwikkelingen wordt per radicaliseringshaard bezien of en op welke wijze de aanpak wordt voortgezet.
2.3 Actieplan Polarisatie en Radicalisering
In het kader van het Actieplan polarisatie en radicalisering is geïnvesteerd in kennisoverdracht en ondersteuning aan gemeenten bij het tegengaan van radicalisering. Zo is per 1 oktober 2008 het kennis- en adviescentrum voor polarisatie en radicalisering, Nuansa, via de website nuansa.nl te bereiken. Via deze website wordt informatie verstrekt over radicalisering en polarisatie, zowel met betrekking tot extreem rechts, islamistisch radicalisme als dierenrechtenactivisme.
Over de voortgang van de activiteiten in het kader van het Actieplan polarisatie en radicalisering wordt u via een aparte voortgangsrapportage geïnformeerd. Deze voortgangsrapportage wordt eind 2008 aan de Tweede Kamer verzonden, samen met het Operationeel actieplan 2009.
2.4 Aanpak gebruik internet voor radicale en terroristische doeleinden
Ter bestrijding van radicale uitingen en terroristische informatie op het internet zijn diverse trajecten in gang gezet. Voorbeelden hiervan zijn monitoring, surveillance, het meldpunt cybercrime en de ontwikkeling van een Notice-and-Take-Down-systematiek (NTD). Tevens wordt op dit moment onderzocht in hoeverre de huidige wettelijke bevoegdheden van de opsporings- en inlichtingendiensten nog voldoende zijn in het licht van nieuwe (cyber)technologieën.
Het project internetsurveillance is inmiddels afgerond en als innovatief onderwerp opgenomen in het versterkingsprogramma cybercrime van de politie. Momenteel wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van het meldpunt cybercrime, waarbij uitbreiding van de te melden cyberdelicten centraal staat. AIVD, KLPD en NCTb gaan bovendien onderzoeken hoe op een innovatieve wijze slimmer en efficiënter met elkaar kan worden samengewerkt op het gebied van internetmonitoring en surveillance.
De investeringen die zijn gepleegd ter blokkering van radicale uitingen en andere terroristische informatie hebben geleid tot de ontwikkeling van een Notice-and-Take-Down-systematiek op basis van een gedragscode. Deze gedragscode is op 9 oktober 2008 gepresenteerd aan staatssecretaris voor Economische Zaken Heemskerk en zal uw Kamer op korte termijn toegezonden worden. Met de gedragscode hebben aanbieders van een (telecommunicatie)dienst op internet een eigen toegankelijke NTD-procedure voor meldingen van onrechtmatige of strafbare content op internet. Internetpartijen kunnen een melding voortaan altijd afdoen en zorgen dat onrechtmatige en strafbare content van internet verwijderd wordt.
Nederland is nauw betrokken bij de internationale aanpak van het gebruik van internet voor terroristische doeleinden. De inzet van Nederland is gericht op het formuleren van een gezamenlijke aanpak bij de bestrijding van terroristische content op het internet. Hiertoe neemt Nederland deel aan het Europese Check the Web project, waarin de lidstaten kennis en analyses over terroristische websites uitwisselen. Nederland blijft bovendien inzetten op meer publiekprivate samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld met het oog op zelfregulering en het stimuleren van andere maatregelen waaronder een NTD-systematiek in EU-verband. In VN-verband is Nederland betrokken bij de ontwikkeling van een VN-strategie ter bestrijding van het gebruik van internet door terroristen.
2.5 Europese ontwikkelingen radicalisering
De Europese Commissie is in tegenstelling tot eerdere verwachtingen deze zomer niet gekomen met een Mededeling betreffende gewelddadige radicalisering. Naar verluidt zou dit mede samenhangen met het aantreden van de nieuwe JBZ-commissaris, de heer Barrot. Vooralsnog is niet bekend wanneer de Commissie alsnog met deze Mededeling zal komen.
Het Franse voorzitterschap zal naar verwachting de herziening van het Europese actieplan Radicalisering en Rekrutering tijdens zijn voorzitterschap afronden. Meer aandacht zal worden besteed aan de mediastrategie gericht op het tegengaan van radicalisering. Ook deradicalisering zal extra nadruk krijgen.
3. Internationale ontwikkelingen
Gezien de aard en omvang van internationale terroristische dreiging, zoals geschetst in eerdere en de meest recente DTN’s, blijven versterking van bilaterale programma’s en ondersteuning van multilaterale instanties van belang. Daarom zal het al ingezette beleid verder vormgegeven worden.
In toenemende mate is de dreiging die uitgaat van groeperingen in Noord-Afrika een bron van zorg. Om deze reden is samenwerking gezocht met landen in die regio op diverse deelgebieden van terrorismebestrijding.
In opvolging van de bilaterale conferentie van het afgelopen jaar zijn de dialoog en samenwerking tussen Nederland en Marokko op het gebied van terrorismebestrijding versterkt. Er vinden momenteel verscheidene activiteiten op dit gebied plaats in Marokko. Zo is de KMar bezig met bilaterale projecten op het gebied van documentfraude. Daarnaast loopt een project over terrorisme en internet en de effectiviteit van het Marokkaanse tegengeluid via internet. In de afgelopen periode zijn in dit kader trainingen gegeven aan Marokkaanse overheidsdienaren over de wijze waarop radicalisering via het internet tegen kan worden gegaan. In samenwerking met de KLPD staat een cursus digitale recherche gepland.
Ook aan de samenwerking met Algerije zal in 2009 op een aantal terreinen concreet inhoud worden gegeven. Het betreft onder meer zaken als beveiligingsmaatregelen, douanesamenwerking, grensbewaking en het tegengaan van financiering van terrorisme. Op 28 en 29 oktober 2008 werd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding een bezoek gebracht aan de Raadsadviseur Terrorismebestrijding van de President van Algerije teneinde de bilaterale samenwerking tussen beide landen verder inhoud te geven. Het betrof een vervolg op het bezoek dat de adviseur aan Nederland bracht in oktober 2006. Tijdens het bezoek vonden diverse gesprekken plaats met Algerijnse overheidsdiensten en met de directeur het terrorismebestrijdings-coördinatiecentrum van de Afrikaanse Unie in Algiers, het CAERT. Er werd overeenstemming bereikt over thematische inhoud en tijdsplanning voor de toekomstige samenwerking op het gebied van terrorismebestrijding.
Begin september 2008 vond in New York de eerste formele review van de Wereldwijde VN-strategie tegen het terrorisme plaats. De bijeenkomst had tot doel de inspanningen van de VN-lidstaten ter implementatie van de Strategie te evalueren. Namens de Europese Unie gingen zowel het Franse voorzitterschap als de EU Coördinator Terrorismebestrijding (CTC) in op de door de Unie gepleegde inspanningen. Ook de Nederlandse delegatie heeft in een kort statement de nationale inspanningen uiteengezet. Zo werd het belang van de versterking van het internationaal wettelijk kader benadrukt. Ook is aangegeven dat Nederland voorstander is van gebruikmaking van het Internationaal Strafhof bij de vervolging van terroristische misdrijven in die gevallen waarin deze kwalificeren als misdaden tegen de menselijkheid. Nederland heeft verder het belang van de eerbiediging van de mensenrechten in de strijd tegen het terrorisme onderstreept. Nederland financiert in het kader van de implementatie van de VN strategie de werkgroep die een studie verricht naar de wijze waarop het gebruik van Internet voor terroristische doeleinden en radicalisering wereldwijd kan worden tegengegaan.
3.3 Terrorismelijsten in Europese Unie en Verenigde Naties
In de zesde, zevende en achtste Voortgangsrapportage bent u geïnformeerd over de verbeteringen van de procedurele rechtswaarborgen van personen en organisaties die op de EU- en VN-terrorismelijst zijn geplaatst.
Arrest Hof van Justitie over toetsing geldigheid EG-regelgeving aan communautaire grondrechten
Op 3 september 2008 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in hoger beroep uitspraak gedaan in de zaken Kadi en Al Barakaat. Laatstgenoemde persoon en organisatie zijn in oktober 2001 op de VN-terrorismelijst geplaatst, die uitvoering geeft aan VN-Veiligheidsraadresolutie 1267. De Europese lidstaten geven uitvoering aan deze resolutie middels een EG-verordening. Het Hof oordeelde dat een internationale overeenkomst geen inbreuk mag maken op toetsing door het Hof van de geldigheid van EG-regelgeving aan de communautaire grondrechten. Daarom kon het Hof nagaan of de EG-bevriezingsverordening in overeenstemming is met deze grondrechten. Volgens het Hof is de EG-bevriezingsverordening niet in overeenstemming met de rechten van de verdediging (het recht te worden gehoord en het recht op effectieve rechterlijke controle) noch het recht op eigendom.
Het Hof heeft zich niet uitgelaten over de vraag of Kadi en Al Barakaat terecht aan de bevriezingsmaatregel zijn onderworpen en oordeelde dat onmiddellijke vernietiging van de verordening ernstige gevolgen zou kunnen hebben. Om deze reden gaf het Hof de Raad gelegenheid binnen drie maanden – vóór 3 december 2008 – de door het Hof geconstateerde gebreken in deze twee gevallen te herstellen. Tot die tijd blijven de gevolgen van de EU-verordening voor Kadi en Al Barakaat in stand.
De VN-Veiligheidsresolutie 1267 (1999) voorziet in financiële sancties tegen de Taliban, Osama Bin Laden, al Qaida en aan hen geassocieerde personen en organisaties. Een sanctiecomité dat bestaat uit de leden van de VN-Veiligheidsraad, besluit welke personen en organisaties behoren tot deze groep en plaatst hen op de zogeheten VN-lijst.
De Nederlandse regering heeft de uitspraak van het Hof zorgvuldig bestudeerd en in Europees verband aangedrongen op een spoedig herstel van de door het Hof geconstateerde gebreken. De regering deelt de zorg om de juridische waarborgen rondom het VN-sanctieregime, die uit de uitspraak van het Hof spreekt. Hoewel in de afgelopen jaren delen van het regime al zijn versterkt – recent door het aannemen van de VN Veiligheidsresolutie 1822 – is een aantal EU-landen, waaronder Nederland, regelmatig de noodzaak tot verdere verbetering van de rechtsbescherming van personen op de lijst blijven aankaarten. Nederland maakt zich sterk voor de instelling van een adviespanel van onafhankelijke en onpartijdige experts bij het 1267-sanctiecomite, dat zich over de delisting verzoeken zou moeten buigen. Dit is feitelijk geen efectieve juridische controle, maar wel een stap in de goede richting. Steun voor een dergelijk panel bij de permanente leden van de VN Veiligheidsraad onbtbreekt echter vooralsnog. De resolutie 1822, die in juni 2008 werd aangenomen, omvat al enkele beperkte verbeteringen van het VN-sanctiesysteem, zoals een reguliere herziening van de plaatsingen op de VN-sanctielijst.
4. Slagvaardige instrumenten en organisatie
4.1 Passenger Name Records (PNR)
Onder het Franse voorzitterschap zijn de besprekingen over het voorstel met betrekking tot de oprichting van een EU-systeem voor de uitwisseling van Passenger Name Records (PNR) voortgezet. Doel van het voorstel is, onder meer, een middel te creëren ten behoeve van terrorismebestrijding.
Tijdens de besprekingen is breed gediscussieerd over cruciale vragen zoals:
– Reikwijdte van het voorstel;
– Doelbinding van het voorstel;
– Dataprotectie;
– Samenstelling van de lijst met data, die verzameld worden door de Passenger Information Units (PIU’s);
– Werkwijze bij het opvragen van de data;
– Stapsgewijze aanpak met als doel uiteindelijk alle PNR-data te verzamelen die onder het kaderbesluit vallen;
– Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de PIU’s;
– De totstandkoming van risicoanalyses.
Hierbij is nauw samengewerkt met betrokken partijen, zoals het Europees Parlement, de autoriteiten voor gegevensbescherming en de transportsector.
Over de stand van zaken bent u geïnformeerd op de gebruikelijke wijze met betrekking tot de voorbereiding op de bijeenkomsten van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken. Daarnaast heeft u op 12 november jl. een brief ontvangen over nut en noodzaak, het stappenplan en de opstelling van de Nederlandse regering in het kader van de totstandkoming van het Kaderbesluit1.
Gezien de disproportionele effecten die een CBRN-aanslag teweeg kan brengen is en blijft een gecoördineerde inspanning op nationaal niveau, gericht op het minimaliseren van de kans op CBRN-terrorisme, noodzakelijk. Het reeds ingezette traject dat is gericht op verhoging van de CBRN-security heeft een extra impuls gekregen. Het kabinet heeft voor dit traject 96,8 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de periode 2008–2013. Het leeuwendeel van de middelen wordt ingezet voor weerstandsverhoging bij risicovolle CBRN-onderzoeksinstellingen, zoals ziekenhuizen, laboratoria en universiteiten. Voor de gehele periode van 2008–2013 gaat het daarbij om 76 miljoen euro. In 2008 is gestart met de implementatie van de maatregelen bij de eerste serie objecten. Tevens is duidelijk welke objecten in 2009 zullen aanvangen met implementatie. Het traject loopt op schema. Tevens is voor deze periode 20,8 miljoen euro beschikbaar voor de versterking van de mogelijkheden voor (forensisch) onderzoek op het gebied van CBRN. Zo wordt de opsporingstaak versterkt en kan betere respons plaatsvinden in geval zich een incident voordoet. Ook ten aanzien van versterking van respons is gestart met de implementatie.
De ministeries van VROM, BZK en EZ hebben eind februari 2008 een convenant gesloten met de meest risicovolle bedrijven in de (petro)chemische industrie, gericht op het treffen van securitymaatregelen. Daarnaast vindt momenteel onder regie van VROM aanpassing van de Kernenergiewet plaats waardoor vergunninghouders worden verplicht te zorgen voor beveiligingsmaatregelen. Naar verwachting zal deze wetswijziging in 2009 van kracht worden. Ook wordt interdepartementaal (LNV, VROM, VWS en OCW) gewerkt aan versterking van de security van biologische agentia. De door de Koninklijke Academie van Wetenschappen (KNAW) in opdracht van het ministerie van OCW ontwikkelde gedragscode biosecurity wordt momenteel toegepast bij betrokken instellingen en in relevante opleidingen.
Tot slot kan worden gemeld dat de Europese Commissie momenteel prioriteit geeft aan CBRN-security. In parallelle werkverbanden gericht op de verschillende stoffen (C, B en R/N) worden momenteel (beleids)maatregelen ontwikkeld die in 2009 kenbaar zullen worden gemaakt. De maatregelen in ontwikkeling zijn gericht op inperking van de risico’s van CBRN-stoffen, inclusief het mogelijke gebruik hiervan voor terroristische doeleinden.
Het Nederlandse project zelfgemaakte explosieven is opgezet naar aanleiding van de observatie dat het merendeel van alle (pogingen tot) aanslagen in Europa plaatsvindt met explosieven op basis van vrij verkrijgbare chemicaliën. Het doel van het project is om de fabricage en inzet van zelfgemaakte explosieven te bemoeilijken. De Nederlandse aanpak van (zelfgemaakte) explosieven loopt parallel aan het Europees Actieplan over veiligheid van explosieven dat op 18 april 2008 door de Europese Raad van Ministers is goedgekeurd. Het actieplan ziet op het bemoeilijken van het gebruik van explosieven en precursoren door terroristen en bestrijkt tal van beveiligingsmaatregelen voor commerciële en zelfgemaakte explosieven. Ook voorziet het actieplan in onderzoek, onder meer om detectietechnologieën te versterken. Nederland zet zich maximaal in om eventueel komende Europese regelgeving zo effectief en proportioneel mogelijk te laten zijn. Hiertoe is begin oktober 2008 nog een internationale expertmeeting georganiseerd. In afwachting van een oplossing op EU-niveau wordt overgegaan tot het treffen van voorlopige maatregelen op nationaal niveau. Hiertoe worden reeds activiteiten ontplooid met relevante publieke en private actoren.
In de blauwdruk «Naar een modern migratiebeleid», die door de Staatssecretaris van Justitie is aangeboden aan de Tweede Kamer, wordt in een aparte paragraaf aandacht geschonken aan de veiligheidsrisico’s van studie- en kennismigratie. De NCTb werkt nauw samen met partners binnen en buiten de rijksoverheid om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken. Er zal worden geïnvesteerd in meer trendmatig inzicht in de in- en uitstroom van studie- en kennismigranten. Daarnaast zullen indicatoren worden opgesteld voor studenten en kennismigranten ten behoeve van een meer gerichte controle op risico’s voor de nationale veiligheid. Ook zal meer aandacht worden gevraagd voor veiligheidsaspecten aan referenten in het kader van de aanwijzingensystematiek. Tevens zal bewustwording worden gestimuleerd onder contactfunctionarissen ten aanzien van signalen die kunnen wijzen op radicalisering of op andere risico’s voor de nationale veiligheid. Onder regie van de NCTb werken interdepartementale werkgroepen en vertegenwoordigers uit het onderwijsveld voorstellen uit voor implementatie van deze aanbevelingen in de regulieren werkprocessen.
Op 15 november 2007 is de motie-Pechtold door uw Kamer aangenomen1. Deze motie verzoekt de regering te bezien op welke wijze een onderzoek naar het Nederlandse antiterrorismebeleid het beste kan worden vormgegeven. Bij brief van 11 juli 20082 is aan uw Kamer bericht dat naar aanleiding van de motie een tijdelijke commissie wordt ingesteld. Tijdens de begrotingsbehandeling van Justitie, alsmede bij brief van 11 november jl.3 is uw Kamer ingelicht over de samenstelling van de commissie, die uit externe deskundigen bestaat, onder leiding van de heer mr. J. J. H. Suyver. De commissie zal verder bestaan uit mevrouw prof. mr. C. P. M. Cleiren, de heer prof. mr. M. J. Borgers en de heer P. J. van Zunderd. De commissie is op 1 oktober jl. haar werkzaamheden gestart. Verwacht wordt dat de commissie uiterlijk april 2009 haar rapport zal aanbieden.
Het doel van het onderzoek van de commissie Suyver is drieledig. Ten eerste wordt onderzocht op welke wijze de genomen maatregelen meer in onderlinge samenhang beoordeeld kunnen worden. Vervolgens beziet de commissie op welke wijze deze onderlinge samenhang kan bijdragen aan de voorbereiding van nieuw beleid. Tenslotte zal de commissie de aandachtspunten formuleren waarmee het kabinet zijn standpunten zal bepalen over de uitkomsten van geplande evaluaties van terrorisme gerelateerde wet- en regelgeving.»
In de brief van 11 juli 2008 is aan uw Kamer bericht dat voorts aan de motie invulling wordt gegeven door de Kamer in de voortgangsrapportage terrorismebestrijding op de hoogte te houden van (lopende) evaluatieonderzoeken en de uitkomsten van (inter)nationale evaluaties van terrorismebeleid enwetgeving. Deze brief bevatte tevens een overzicht van de lopende en voorziene evaluaties.
4.6 Monitoring Wet verruiming mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven
Op 1 februari 2007 is de Wet ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven in werking getreden. Bij de parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel heeft de minister aangegeven «een proces gaande te willen houden waarbij de wetgeving in werking bij voortduring wordt gemonitord. De resultaten van dit monitoringsproces zullen jaarlijkse worden uitgebracht. De eerste rapportage zal aan de commissie Suyver ter beschikking worden gesteld ten behoeve van haar taakopdracht. Het rapport zal tezamen met het advies van de commissie Suyver aan uw Kamer worden aangeboden.
Op 3 juni van dit jaar heeft uw Kamer het door de Algemene Rekenkamer opgestelde rapport Bestrijden witwassen en terrorismefinanciering ontvangen1. In deze studie onderzocht de Rekenkamer of de beoogde doelstellingen rond het tegengaan van witwassen en terrorismefinanciering en de daarvan afgeleide prestaties gerealiseerd worden. De Ministers van Financiën, BZK en Justitie hebben in hun reactie – die in het rapport is opgenomen – aangegeven te werken aan vergroting van inzicht in de effectiviteit van bestrijding van terrorismefinanciering en versterking van deskundigheid en prioriteit bij ketenpartners. Tevens hebben zij aangegeven te werken aan vergroting van de capaciteit voor financieel rechercheren en verbetering van informatie-uitwisseling tussen ketenpartners. Inmiddels zijn door de Tweede Kamer vragen gesteld over het rapport. Deze vragen zijn door de ministers van Financiën, Justitie en BZK beantwoord2.
In 2005 heeft het Kabinet aangekondigd de transparantie van stichtingen te willen verbeteren. Op dit terrein zijn sindsdien diverse stappen gezet. De toezichtsmogelijkheden van de overheid met betrekking tot goede doelen zijn u in de brief van 8 september jl. toegelicht3.
Ter versterking van de preventieve en repressieve mogelijkheden met betrekking tot het misbruik van stichtingen is het echter nodig dat de informatiepositie omtrent gegevens over stichtingen structureel verder wordt verbeterd. Momenteel wordt gewerkt aan een voorstel.
Vanwege het feit dat rekening moet worden gehouden met ontvoering van personeel van westerse ambassades in Pakistan, is deze nieuwe dreiging in de beveiliging van de Nederlandse ambassade verdisconteerd en wordt bezien of extra maatregelen nodig zijn.
Deskundige begeleiding van bedreigde en beveiligde personen is belangrijk. Daarom vormt een adviesgesprek tussen de te beveiligen persoon en een deskundige een vast onderdeel van de beveiligingsprocedure.
Daarnaast is recent door het AMC een onderzoek afgerond naar de psychosociale effecten van langdurige dreiging en beveiliging. De resultaten van het onderzoek worden gebruikt om de begeleiding van bedreigde personen en hun naasten meer systematisch en volgens de laatste inzichten te kunnen uitvoeren.
Op 1 oktober 2008 is de herziene circulaire bewaken en beveiligen vastgesteld. De circulaire beschrijft de beleidsmatige ontwikkelingen in het stelsel bewaken en beveiligen – zoals de wijziging van relevante wet- en regelgeving, waaronder de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV) en de Politiewet 1993. Tevens beschrijft de circulaire de aandacht die bestaat voor de persoonlijke effecten van bedreiging en hoe de overheid beter communiceert met bedreigde personen. In de vijf jaar dat het stelsel bewaken en beveiligen bestaat, is de kennis en ervaring ten aanzien van bewaken en beveiligen aanzienlijk toegenomen. Dit uit zich in professionalisering, innovatie en verfijning waarbij proportionaliteit van maatregelen steeds meer op de voorgrond komt te staan. Met de herziene circulaire zijn de uitvoeringskaders van het stelsel bewaken en beveiligen volledig geactualiseerd.
Het programma Cameratoezicht in het openbaar vervoer (CTOV) geeft door middel van cofinanciering van projecten op het gebied van cameratoezicht een impuls aan de beveiliging van de voor terroristische aanslagen meest kwetsbare sector, de openbaar vervoerssector. De kwetsbaarheid hiervan wordt veroorzaakt door de combinatie van vitale infrastructuur met zogenaamde «soft-targets».
In de Justitiebegroting van 2007 is daarom een meerjarenprogramma opgenomen voor verbetering van het cameratoezicht in het OV. Het programma wordt inmiddels uitgevoerd in samenwerking met de departementen BZK en V&W. Het programma heeft als doelstelling het vergroten van de maatschappelijke veiligheid in het openbaar vervoer met de inzet van cameratoezicht ten behoeve van preventie van terroristische aanslagen, het zo nodig versnellen van het opsporingsproces, het waar nodig ondersteunen van de hulpverlening bij calamiteiten en het verbeteren van de samenwerking tussen de betrokken partijen in de keten. Voor deze doelstellingen wordt «slim» (effectief en doelmatig) cameratoezicht ingezet.
Deze doelstelling wordt uitgevoerd in twee delen: een subsidieprogramma Cameratoezicht in het Openbaar Vervoer (CTOV) voor specifieke risicolocaties en het project Gemeenschappelijke Meldkamer Infrastructuur (GMI) op Schiphol.
6.1 Alerteringssysteem terrorismebestrijding (Atb)
Het definitieve rapport van de Algemene Rekenkamer over het Alerteringssysteem terrorismebestrijding is inmiddels naar de Kamer gezonden. De Minister van Justitie heeft hierop een schriftelijke reactie gezonden, waarin ingegaan wordt op de aanbevelingen van de Rekenkamer. Inmiddels zijn door de Tweede Kamer vragen gesteld over het rapport. Deze vragen zijn door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beantwoord.
Aan een van de aanbevelingen uit het rapport van de Algemene Rekenkamer (namelijk het nader tot elkaar brengen van decentrale partijen) wordt al sinds het begin van dit jaar uitvoering gegeven door middel van zogenaamde regiobijeenkomsten. In deze bijeenkomsten worden alle partijen die zijn betrokken bij Alerteringslocaties uitgenodigd. Alerteringslocaties zijn locaties, die de sector zelf heeft aangewezen als een locatie die mogelijk doelwit van een terroristische aanslag zou kunnen zijn. Daarbij worden drie criteria gehanteerd: veel slachtoffers, veel economische schade en het zijn van een Westers symbool. Doelstelling is het maken van nadere afspraken over de concretisering van de afgesproken maatregelen. Inmiddels zijn 22 regio’s bezocht. De ervaringen tot nu toe leren, dat deze bijeenkomsten in een behoefte voorzien.
Een van de pijlers van het Alerteringssysteem terrorismebestrijding is een gedegen oefenprogramma. De Atb-oefencyclus bestaat per aangesloten sector uit drie onderdelen. Allereerst een algemene, inleidende workshop. Vervolgens een «tabletop»-oefening waarbij de besluitvormingsprocedures beoefend worden. Ten slotte wordt vindt een operationele oefening plaats waarbij de veiligheidsprocedures en de te nemen maatregelen daadwerkelijk in de praktijk uitgevoerd worden.
Na de eerder gehouden operationele oefeningen met de sectoren Spoor, Drinkwater, Luchthavens en Nucleair, staan voor 2009 operationele oefeningen op het programma voor de sectoren Financieel, Gas en Electriciteit, Stads- en Streekvervoer, Olie en Chemie en Zeehavens.
Op 14 juli 2008 ontving uw Kamer het Kabinetsstandpunt op het advies van de commissie ter evaluatie van de herinrichting van het stelsel van speciale eenheden1. In deze brief geeft het Kabinet aan vrijwel alle aanbevelingen van de commissie integraal over te nemen. Inmiddels is een interdepartementale projectstructuur opgestart en is een start gemaakt met de uitwerking van de aanbevelingen. Verwacht wordt dat alle aanbevelingen voor het zomerreces van 2009 zullen zijn geïmplementeerd.
7. Communicatie en voorlichting
Dit jaar is het derde en laatste jaar van de massamediale publiekscampagne «Nederland tegen terrorisme», waarmee de NCTb in februari 2006 op verzoek van uw Kamer gestart. De campagne draagt bij aan het verhogen van de kennis van de burger over terrorisme en terrorismebestrijding, het vertrouwen in wat de overheid doet aan terrorismebestrijding en geeft aan wat de burger daar zelf aan kan bijdragen. Centraal in alle campagneperiodes stonden de professionals die – ieder op hun eigen wijze – een bijdrage leveren aan terrorismebestrijding in Nederland. In het derde kwartaal van 2008 is een deelcampagne uitgevoerd voor de doelgroep bedrijven. Aansluitend liep in het laatste kwartaal een afrondende campagneperiode voor het algemeen publiek, waarmee de campagnewebsite extra onder de aandacht is gebracht.
Na 2008 stopt de massamediale inzet via Postbus 51, maar blijft de website www.nederlandtegenterrorisme.nl gehandhaafd, ondersteund door de benodigde middelen. Zo blijft er – op meer ingetogen wijze – contact met de doelgroepen die in de afgelopen drie jaar binnen de campagne zijn aangesproken; lokaal bestuur, professionals die werken met jongeren, ondernemers in diverse bedrijfssectoren en het algemene publiek. Deze externe gerichtheid is ook bedoeld om het securitybewustzijn van maatschappelijke actoren in de volle breedte te verhogen.
In augustus en september 2008 is opnieuw publieksonderzoek uitgevoerd naar de risicobeleving en informatiebehoefte van het Nederlandse publiek in relatie tot terrorisme(bestrijding). Het betreft de vijfde editie van het onderzoek dat sinds 2004 jaarlijks wordt uitgevoerd, i.s.m. met de Rijksvoorlichtingsdienst. Doel van dit jaarlijkse onderzoek is het monitoren van de publieke opinie rond het onderwerp terrorisme.
De belangrijkste conclusie die dit jaar uit het onderzoek naar voren komt, is dat de Nederlandse burger zich op dit moment meer zorgen maakt over de economische ontwikkelingen dan over terrorisme en terroristische aanslagen. Het gevoel van veiligheid is toegenomen en daarmee de waakzaamheid afgenomen. Ook wordt een meer genuanceerde opstelling geconstateerd ten aanzien van de herkomst van terrorisme en de gevolgen van radicalisering voor de Nederlandse samenleving.
De minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst
Actiepuntenlijst maatregelen terrorismebestrijding bij negende voortgangsrapportage terrorismebestrijding
| Maatregel | Stand van zaken | |
|---|---|---|
| Opsporen, ingrijpen, vervolgen | ||
| 1 | Implementatie herziening stelsel van speciale eenheden | De commissie ter evaluatie van de herinrichting van het stelsel van speciale eenheden heeft medio april haar rapport afgerond. Het evaluatierapport is samen met het standpunt van de regering op 14 juli aan de Tweede Kamer aangeboden. In de Kamerbrief geeft de regering aan vrijwel alle aanbevelingen van de commissie Dessens over te nemen. Inmiddels is een interdepartementale projectstructuur opgericht en is een start gemaakt met de uitwerking van de aanbevelingen. Verwacht wordt dat alle aanbevelingen voor het zomerreces van 2009 zullen zijn geïmplementeerd. |
| 2 | Pilot uitgevoerd door het Functioneel Parket waarbij civielrechtelijke bevoegdheden van het OM worden gebruikt bij de bestrijding van terrorisme (financiering) | Uit een evaluatie van het Functioneel Parket naar het gebruik van civielrechtelijke bevoegdheden kwam een aantal knelpunten naar voren, onder meer ten aanzien van vergaring en veredeling van informatie: het ontbreekt aan een instantie die ten behoeve van het Openbaar Ministerie noodzakelijk nader (civielrechtelijk) onderzoek kan verrichten naar signalen van radicalisering of terrorismefinanciering. Op dit moment worden mogelijkheden onderzocht om dit knelpunt weg te werken. |
| 3 | Evaluatie alerteringssysteem | De Algemene Rekenkamer heeft het feitenonderzoek inmiddels afgerond. De definitieve nota met conclusies en aanbevelingen is op 18 juni 2008 aan de Kamer aangeboden. |
| Wetgeving | ||
| Internationaal | ||
| 4 | VN-verdrag inzake terrorisme | De onderhandelingen over dit verdrag zijn gaande. |
| 5 | VN-verdrag inzake nucleair terrorisme | Het verdrag is inmiddels stilzwijgend goedgekeurd en in werking getreden. |
| 6 | Herziening witwasverdrag Raad van Europa | Het verdrag is inmiddels stilzwijgend goedgekeurd en in werking getreden. |
| 7 | Opsporingsbevoegdheden in verband met satellietinterceptie | Het ontwerpbesluit is in voorbereiding. |
| 8 | Ontwerp-kaderbesluit bewijsverkrijgingsbevel | Over het ontwerp-kaderbesluit is een politiek akkoord bereikt. Het is echter nog niet vastgesteld.Implementatiewetgeving is in voorbereiding. |
| 9 | Richtlijn inzake bewaren van verkeersgegevens | Het wetsvoorstel ter implementatie is aanhangig bij de Eerste Kamer. De plenaire behandeling vindt naar verwachting plaats in januari 2009. (Kamerstukken I 2006–2007, 31 145, nr. 1–2). |
| 10 | Kaderbesluit inzake uitwisseling van gegevens uit strafregisters en het daarop gebaseerde Ecris-besluit | Over het kaderbesluit is politiek akkoord bereikt in juni 2007. Over Ecris is in oktober 2008 politiek akkoord bereikt. |
| 11 | Ontwerp-kaderbesluit inzake uitwisseling informatie en inlichtingen tussen wethandhavingsautoriteiten | Tussen de EU- lidstaten is een akkoord bereikt over de inhoud van het ontwerp-kaderbesluit. De inhoud van dit kaderbesluit met betrekking tot gegevensverstrekking is reeds betrokken bij het Besluit politiegegevens. |
| Nationaal | ||
| 12 | Wet verruiming mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven | Op 1 februari 2007 is de wet verruiming mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven in werking getreden. De toepassing van de in deze wet neergelegde bevoegdheden wordt gemonitord. De eerste monitorrapportage zal naar verwachting eind 2008 aan de TK worden aangeboden. |
| 13 | Wetsvoorstel doorzettingsmacht N.a.v. overleg MvJ en MBZK in augustus aangepaste versies van wetsvoorstel en nader rapport n.a.v. advies Raad van State is genoemd in coalitieakkoord. Beoogd wordt behandeling in MR nog voor kerstreces. | |
| 14 | Wetsvoorstel bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid (30 566) | Op 3 april 2008 vond in de Tweede Kamer een AO plaats over de kabinetsreactie op het WODC-onderzoek naar godslastering, discriminatie wegens godsdienst en haatuitingen (Kamerstukken II 2007/08, 31 200 VI, nr. 8). Aan de Kamer zal begin mei 2008 een nadere brief worden gezonden. De Minister van Justitie zond op 31 oktober een brief aan de Tweede Kamer met een voorstel op dit punt. Het wetsvoorstel verruiming van de mogelijkheden tot ontzetting uit het beroep bij veroordeling wegens haatdelicten, is op 12 maart 2008 bij de Tweede Kamer ingediend (Kamerstukken II 2007/08, 31 386. |
| 15 | Wetsvoorstel beperken dubbele nationaliteit en ontneming dubbele nationaliteit bij terroristische misdrijven | Brief bij TK ingediend 12 oktober (30 166, nr. 25) met voorstellen voor toekomstig beleid en intrekking wetsvoorstel 30 166. Tijdens AO 31 januari 2008 steun voor nieuw kabinetsbeleid. Advies Raad van State is ontvangen. Het streven is het (nieuwe) wetsvoorstel meervoudige nationaliteit en andere nationaliteitsrechtelijke kwesties vóór het kerstreces in te dienen. |
| 16 | Mogelijkheden strafbaarstelling godslastering, discriminatie en haatuitingen | Overwogen wordt de mogelijkheden tot ontzetting uit het beroep bij delicten die aanzetten tot haat of geweld tegen personen te verruimen De benodigde wetgeving zal begin 2010 gereed zijn. Deze zomer is een pilot afgerond waarbij de HTR-systematiek met faillissementsfraude is getest. De knelpunten zijn onderwerp van nadere studie en bespreking binnen het OM. Na de zomer is een brede proeftuin van start gegaan waarin de gehele keten wordt getest (vanaf het moment waarop informatie wordt geleverd in het systeem en via nadere analyse met een risicomelding aan toezichthouder/handhaver het systeem verlaat). Dan zullen alle vormen van misbruik van rechtspersonen op financieel-economisch gebied worden meegenomen, die de voorkeur hebben van de afnemers van de risicomeldingen. Dit zijn toezichthouders en handhavers, maar met name het OM en de Belastingdienst, waarmee komende jaren afspraken nader worden uitgewerkt en in een convenant vastgelegd. Wetsvoorstel is onlangs voor de tweede keer in consultatie gaan. Beoogd wordt behandeling in MR voor kerstreces. Voorts wordt gewerkt aan wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod. |
| 17 | Invoering van publicatieplicht voor stichtingen van de staat van baten en lasten en een balans, zoals aangekondigd in de brief aan de Tweede Kamer van 30 juni 2005 (TK, vergaderjaar 2004–2005, 27 925, nr. 181) | In 2005 heeft het Kabinet aangekondigd de transparantie van stichtingen te willen verbeteren. Op dit terrein zijn intussen diverse stappen gezet. Ter versterking van de preventieve en repressieve mogelijkheden m.b.t. het misbruik van stichtingen is het echter nodig dat de informatiepositie over gegevens over stichtingen structureel verder wordt verbeterd. Momenteel wordt gewerkt aan een voorstel. |
| 18 | Herziening toezicht rechtspersonen (HTR). HTR is een instrument dat toezicht- en handhavingsorganisaties, actief op het gebied van het voorkomen en bestrijden van misbruik van rechtspersonen op financieel-economisch terrein, moet gaan ondersteunen bij hun eigen taken | De benodigde wetgeving zal begin 2010 gereed zijn. Deze zomer is een pilot afgerond waarbij de HTR-systematiek met faillissementsfraude is getest. De knelpunten zijn onderwerp van nadere studie en bespreking binnen het OM. Na de zomer is een brede proeftuin van start gegaan waarin de gehele keten wordt getest (vanaf het moment waarop informatie wordt geleverd in het systeem en via nadere analyse met een risicomelding aan toezichthouder/handhaver het systeem verlaat). Dan zullen alle vormen van misbruik van rechtspersonen op financieel-economisch gebied worden meegenomen, die de voorkeur hebben van de afnemers van de risicomeldingen. Dit zijn toezichthouders en handhavers, met name het OM en de Belastingdienst, waarmee komende jaren afspraken nader worden uitgewerkt en in een convenant vastgelegd. Wetsvoorstel is onlangs voor de tweede keer in consultatie gegaan. Beoogd wordt behandeling in MR voor kerstreces. Voorts wordt gewerkt aan wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod. |
IMES, Teruggang en uittreding. Processen van deradicalisering ontleed. Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 29 754, nr. 137.
Radicaliseringshaarden zijn organisaties, groepen of locaties waar sprake is van activiteiten en uitingen die bijdragen aan verdergaande radicalisering van individuen, welke kunnen uitmonden in terrorismegerelateerde activiteiten. Bij radicaliseringshaarden is sprake van voedingsbodem voor radicalisering. Zie ook Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 29 754, nr. 61.
Deze brief is opgesteld naar aanleiding van een toezegging aan uw Kamer tijdens het AO van 22 oktober 2008 ter voorbereiding op de JBZ-raad van 24 oktober 2008.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29754-140.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.