Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2007-2008 | 29754 nr. 107 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2007-2008 | 29754 nr. 107 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 oktober 2007
Hierbij bieden wij u een samenvatting aan van het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) van september 2007. Het DTN wordt vier keer per jaar opgesteld door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en is in eerste instantie bedoeld voor de Raad voor de Nationale Veiligheid. Het DTN wordt ook besproken met de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten van uw Kamer. Twee keer per jaar wordt een samenvatting van het DTN opgenomen in de halfjaarlijkse voortgangsrapportage terrorismebestrijding. Aangezien de volgende voortgangsrapportage pas eind november van dit jaar naar uw Kamer zal worden gestuurd, hebben wij ervoor gekozen uw Kamer via deze weg te informeren over de inhoud van het meest recente DTN. In de eerstkomende voortgangsrapportage zal een samenvatting van het dan actuele DTN worden opgenomen en zal ook worden ingegaan op mogelijke beleidsimplicaties van het DTN.
De minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst
Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland september 2007
Het dreigingsniveau voor Nederland is beperkt. De kans op een terroristische aanslag wordt op dit moment als relatief gering ingeschat. Vergeleken met de vorige verslagperiode hebben zich echter wel ontwikkelingen voorgedaan, die een aanslag in Nederland meer voorstelbaar hebben gemaakt. Die toegenomen voorstelbaarheid heeft te maken met de toename van de internationale invloed op de jihadistische dreiging in West-Europa als geheel. Aanwijzingen dat ook Nederland kans loopt geconfronteerd te worden met een aanslag zijn er niet, maar er is wel extra reden voor oplettendheid. Hieronder worden de wezenlijke elementen die bepalend zijn voor het dreigingsbeeld nader toegelicht.
Begin september 2007 hebben veiligheidsdiensten en politie zowel in Denemarken als in Duitsland terroristische aanslagen weten te verijdelen door aanhoudingen. Al langer circuleren berichten dat Europeanen in jihadistische trainingskampen in het Midden-Oosten zouden worden opgeleid om in de toekomst aanslagen te plegen in hun thuisland. De recente gebeurtenissen in Duitsland bevestigen dit signaal. Een aantal arrestanten, onder wie twee Duitse bekeerlingen, is in Pakistan getraind. Zowel in de Deense als in de Duitse zaak lijkt het erop dat terroristische groeperingen uit Pakistan via de migrantengemeenschap in het Westen in contact zijn gekomen met westerse jihadisten. Hieruit blijkt dat de lange arm van Al Qa’ida inmiddels verder reikt dan landen met een grote Pakistaanse gemeenschap zoals het Verenigd Koninkrijk. Tegelijk is waar te nemen dat westerse jihadisten ook zelf in toenemende mate er (weer) in slagen om in de Pakistaans-Afghaanse grensregio in contact te komen met leidende figuren van al Qa’ida.
Al ruim voor de recente aanhoudingen in Denemarken en Duitsland kreeg het Verenigd Koninkrijk te maken met twee terroristische incidenten. In Londen werden eind juni twee bomauto’s gevonden en in Glasgow werd geprobeerd de passagiersterminal van de luchthaven op te blazen. Er lijkt sprake te zijn van een mix van bekende werkwijzen (geparkeerde auto’s met explosieven) en voor jihadisten in Afghanistan en Irak gebruikelijke, maar in West-Europa nieuwe werkwijzen (het gebruik van een rijdende auto om een doelwit aan te vallen). Alle gearresteerde verdachten zijn van buitenlandse komaf, waarvan sommigen betrekkelijk kort in het Verenigd Koninkrijk woonachtig waren. Het betreft een lokaal netwerk met een qua afkomst gemengde samenstelling en een bovengemiddeld hoog opleidingsniveau. Overigens lijkt ook in deze zaak het internet voor het functioneren van het netwerk van groot belang te zijn geweest. De incidenten in het VK hebben geen directe consequenties voor het dreigingsbeeld voor Nederland, aangezien er geen connecties tussen de gearresteerden in het Verenigd Koninkrijk en Nederland bekend zijn geworden. De ogenschijnlijk snelle radicalisering en de ongebruikelijke achtergrond van de verdachten in het Verenigd Koninkrijk vormen een bevestiging van de bestaande potentiële, maar lastig voorspelbare dreiging tegen ons land.
De voortschrijdende internationalisering van de gewapende jihad in Afghanistan kan negatieve gevolgen hebben voor het internationale profiel van Nederland. Er voegen zich steeds meer buitenlandse jihadisten bij de strijdgroepen in Afghanistan. De internationalisering van de Afghaanse strijd kan mede het gevolg zijn van de hernieuwde oriëntering van kern al Qa’ida op Afghanistan, waar het zich zal richten op facilitering en ondersteuning van de Taliban en/of andere strijdgroepen. Andere kwesties die kunnen bijdragen aan de verhoging van het internationale profiel van Nederland zijn de mogelijke komst naar Nederland van het Libanon-tribunaal en omstreden uitlatingen in het debat over de islam in Nederland.
De recente ontwikkelingen, en met name die in Denemarken, Duitsland en Groot-Brittannië, leiden tot de slotsom dat de voorstelbaarheid van dreiging vanuit internationaal georiënteerde netwerken ook voor Nederland groter is geworden. De recente zaken voegen daarnaast een nieuwe dimensie toe aan de voorstelbare dreiging. Enerzijds beperkt de dreiging die uitgaat van Al Qa’ida of daaraan gerelateerde netwerken zich kennelijk niet tot de Pakistaanse gemeenschap in het Verenigd Koninkrijk, maar strekt zich uit tot het vaste land van West-Europa. Anderzijds blijkt dat lokale, niet-Pakistaanse netwerken minder autonoom zijn dan gedacht: zij laten zich in meer of mindere mate aansturen door netwerken bijvoorbeeld in Pakistan. Tegelijk ontbreken aanwijzingen voor een op handen zijnde aanslag. Bovendien is het beeld van de door de Nederlandse diensten gekende netwerken vooralsnog niet verontrustend.
Vergeleken met de vorige periode is er een lichte daling opgetreden in het aantal meldingen over mogelijke islamitische radicalisering onder de Nederlandse bevolking dat bij de politie is binnengekomen. Bezien over de laatste twaalf maanden is dat beeld stabiel. Deze cijfers zouden een indicatie kunnen vormen voor de berusting en gelatenheid van moslimjongeren in Nederland, waarover in het vorige dreigingsbeeld is gerapporteerd.
Waar het aantal meldingen van rechtsextremisme in vergelijking met de vorige rapportageperiode is toegenomen, is het beeld ten aanzien van het gebruik van geweld redelijk stabiel gebleven. Wel is er vaker sprake van dreiging met geweld. Opvallend is dat enkele van de veertien (interetnische) gewelddadige incidenten zijn gepleegd door of tegen jongeren. Bij de meeste incidenten zijn rechtsextremistische personen de agressor.
Onderzoek van de Politieacademie heeft het gevestigde beeld over «gabbers» enigszins genuanceerd. Zij hebben over het algemeen een gezond arbeidsethos en komen niet standaard uit gebroken gezinnen. Naar verhouding plegen zij wel meer geweldsmisdrijven dan andere jongeren. Ook wordt bevestigd dat slechts enkele honderden van hen daadwerkelijk verbonden zijn aan een extreemrechtse partij, of verband als Blood and Honour. Echter, de hoge mate van xenofobe, nationalistische ideeën en uitingen tegen moslims, andersgekleurden en joden onder grote groepen gabbers is zorgwekkend en kan tegenstellingen tussen autochtone en allochtone jongeren versterken.
De relatieve rust in het islamdebat waarvan in het vorige dreigingsbeeld melding werd gemaakt, is de afgelopen periode onder druk komen te staan. Zowel onder het autochtone deel van de bevolking als binnen de moslimgemeenschap hebben verhitte discussies plaatsgevonden, onder meer over de mishandeling van de initiatiefnemer tot de oprichting van een Comité van Ex-Moslims in Nederland en pleidooien om de Koran in Nederland te verbieden. Het is op dit moment echter niet duidelijk wat de impact zal zijn voor de langere termijn.
In de eerste helft van 2007 zijn enkele personen tot ongewenst vreemdeling verklaard die in verband kunnen worden gebracht met terroristische activiteiten, radicalisering en jihadisme.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29754-107.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.