nr. 4
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT1
Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 17 juni
2004 en het nader rapport d.d. 8 september 2004, aangeboden aan de Koningin
door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het advies van de Raad
van State is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 25 mei 2004, no.04 002020, heeft Uwe
Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet
houdende wijziging van een aantal bepalingen in de TNO-wet in verband met
deregulering en modernisering en ter doorvoering van een aantal technische
wijzigingen alsmede wijziging van de Wet op de Nederlandse organisatie voor
wetenschappelijk onderzoek in verband met het tijdstip van vaststelling van
het wetenschapsbudget en het herstel van een beroepsmogelijkheid, met memorie
van toelichting.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 25 mei
2004, nr. 04.002020, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies
inzake het bovenvermelde wetsvoorstel rechtstreeks aan mij te doen toekomen.
Dit advies, gedateerd 17 juni 2004, nr. W05.04.0201/III, bied ik U hierbij
aan.
De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden
aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal nadat aan zijn opmerking aandacht
zal zijn besteed.
1. In de toelichting bij artikel 21 van het voorliggende wetsvoorstel
wordt opgemerkt dat dit artikel is aangepast aan de eisen van deze tijd. Zo
wordt in het derde lid van dat artikel bepaald, dat bij de afzonderlijke begrotingsposten
dient te worden vermeld of deze betrekking hebben op de uitoefening van de
bij of krachtens de wet aan de Organisatie opgedragen taken dan wel op andere
activiteiten. Deze andere activiteiten, die niet eerder in de wet voorkwamen,
duiden op de marktactiviteiten van TNO, aldus de toelichting. Bij het Besluit
Bestuursorganen Wet Nationale ombudsman en Wet openbaarheid van bestuur, Stb
1998, 580, zoals dat nadien is gewijzigd, is in artikel 2, aanhef en onder
g, TNO aangewezen als bestuursorgaan als bedoeld in deze beide wetten. Dat
betekent dat de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet Nationale ombudsman
in principe ook van toepassing zijn op deze andere activiteiten. Voor vergelijkbare
organisaties is in artikel 1 van het hiervoor genoemde Besluit,
voorzover het betreft de uitvoering van met name genoemde werkzaamheden, hierop
een uitzondering gemaakt.
De Raad adviseert om in de toelichting in te gaan op de aard van de marktactiviteiten
van TNO en daarmee samenhangend op de vraag of niet ook voor TNO, voor deze
activiteiten, een dergelijke uitzondering zou moeten worden gemaakt.
1. In reactie op de opmerking van de Raad van State merk ik het volgende
op.
In de eerste plaats maak ik melding van het feit dat artikel 1a, tweede
lid van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en artikel 1a, tweede lid, van
de Wet Nationale ombudsman (WNo) op 30 juni 2003 zijn vervallen. Dit
betekent dat daarmee de grondslag van artikel 2 van het door de Raad genoemde
Besluit eveneens is komen te vervallen.
TNO heeft op grond van de TNO-wet de wettelijke taak ertoe bij te dragen
dat onder meer op toepassing gericht technisch- en natuurwetenschappelijk
onderzoek op doelmatige wijze dienstbaar wordt gemaakt aan het algemeen belang.
Naast deze wettelijke taak verricht TNO tevens marktactiviteiten waarbij
bijv. valt te denken aan het verrichten van onderzoek door TNO management
BV in opdracht van derden.
Anders dan de Raad meent, zijn de Wob en de WNo niet van toepassing op
de marktactiviteiten van TNO. Voormelde wetten zijn alleen op TNO van toepassing
voorzover deze is aan te merken als een bestuursorgaan in de zin van de Algemene
wet bestuursrecht (Awb). Dit laatste is slechts het geval voor zover TNO zijn
wettelijke taak uitoefent en niet voor wat betreft zijn marktactiviteiten.
Het expliciet van toepassing van de Wob en WNo uitzonderen van deze activiteiten
ligt derhalve niet in de rede.
Wat betreft de verwijzing van de Raad naar de uitzondering (in artikel
1 van het Besluit) wat betreft werkzaamheden van vergelijkbare organisaties
merk ik het volgende op. Deze uitzondering ziet op activiteiten die dergelijke
organisaties verrichten als bestuursorgaan. Daar is, zoals gezegd, bij het
verrichten van marktactiviteiten door TNO geen sprake van.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het
advies behorende bijlage.
2. De redactionele kanttekeningen heb ik verwerkt in het wetsvoorstel
en de memorie van toelichting. Van de gelegenheid is tevens gebruik gemaakt
om de memorie van toelichting te actualiseren.
De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden
aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht
zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State,
H. D. Tjeenk Willink
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en
de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal
te zenden.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. J. A. van der Hoeven
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 17 juni 2004,
no. W05.04.0201/III, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging
geeft.
Voorstel van wet
– In artikel I, onder D, «voor een tijdvak van ten hoogste
vijf jaren» vervangen door: voor een tijdvak van vijf jaren.
– Artikel I, onder L, in artikel 26, vijfde lid, «raad van
bestuur» vervangen door: raad van toezicht.
In de toelichting
– In de toelichting, Algemeen deel, 4. gevoerd overleg, aangeven
wat de uitkomst van dit overleg is geweest.
– In de toelichting op artikel I, onder M, artikel 26a van de TNO-wet,
aangeven waarom, in afwijking van het aangehaalde artikel 27 van de NWO-wet,
de zinsnede «de raad van bestuur gehoord» is toegevoegd.