Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2003-2004 | 29750 nr. 3 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2003-2004 | 29750 nr. 3 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 september 2004
De publicatie van het rapport van de Algemene Rekenkamer over de tweede fase van het Project Geluidsisolatie Schiphol is voor mij aanleiding om u in deze brief informatie te geven over het project. In de brief ga ik achtereenvolgens in op:
• Het rapport van de Algemene Rekenkamer;
• De afronding van het Project Geluidsisolatie Schiphol fase 2 (GIS 2);
• De vormgeving van de derde fase van het Project Geluidsisolatie Schiphol (GIS 3);
• Het overleg met de luchtvaartsector over de doorbelasting van de kosten.
Het rapport van de Algemene Rekenkamer
Ik ben de Algemene Rekenkamer zeer erkentelijk voor de gedegen analyse en reconstructie die zij gemaakt heeft van de tweede fase van het Project Geluidsisolatie Schiphol. Ik onderschrijf de conclusies die in het rapport zijn opgenomen en zal de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer betrekken bij de afronding van GIS 2, maar ook bij de vormgeving van GIS 3. Hierbij merk ik op dat er in de afgelopen twee jaar een lange reeks van verbeteringen aangebracht zijn die in lijn zijn met de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer. Bij de beantwoording van kamervragen in maart 2004 heb ik u een uitgebreide beschrijving gegeven van deze verbeteracties, die onder andere betrekking hebben op:
• Verbeteringen van de bedrijfsvoering en het financieel beheer inclusief regelmatige actualisatie van de ramingen en een verbeterd incassobeleid,
• Organisatorische verbeteringen in het primaire proces bij de uitvoeringsorganisatie met inbegrip van een verbeterd integriteitbeleid ten aanzien van de omgang met aannemers,
• Aanscherping van de controle op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitgaven,
• Verbeterde klachten registratie en afhandeling,
• Verbetering van de wijze waarop consequenties van beleidswijzigingen in termen van tijd en kosten in rekening worden gebracht,
• Wijzigingen in het management dat verantwoordelijk is voor de aansturing en uitvoering van het project.
Daarnaast heb ik onderzoek geïnitieerd naar het toegepaste prijsniveau en heb ik in 2003 de Algemene Rekenkamer gevraagd het onderzoek uit te voeren waar thans over gepubliceerd is.
Voor mijn uitgebreide reactie op het rapport verwijs ik naar hoofdstuk 7 van het rapport van de Algemene Rekenkamer.
Om de groei van Schiphol mogelijk te maken en de overlast in de omgeving niet te laten toenemen is in 1997 het project GIS 2 opgestart. Doel van het project is de woningen in de directe omgeving van Schiphol te isoleren tegen vliegtuiggeluid. Vanaf de start in 1997 was de Minister van V&W verantwoordelijk voor het project GIS 2. Van eind 1997 tot 2000 was Amsterdam Airport Schiphol belast met de uitvoering. In 2000 is de uitvoering overgenomen door Rijkswaterstaat. Zowel Amsterdam Airport Schiphol als Rijkswaterstaat hebben gebruik gemaakt van de projectorganisatie PROGIS voor de uitvoering.
Gelet op de voortschrijdende kostenstijging heb ik begin 2004, mede op verzoek van een aantal Kamerleden, het project GIS 2 stil gelegd tot dat het rapport van de Algemene Rekenkamer duidelijkheid zou verschaffen over de kostenontwikkeling, doelmatigheid en rechtmatigheid van GIS 2. Voorts voer ik sinds het voorjaar van 2003 gesprekken met de luchtvaartsector naar aanleiding van hun kritiek dat de uitvoering van GIS 2 te duur is en dat een te ruime benadering van het aantal te isoleren woning is gehanteerd.
Nu het rapport van de Algemene Rekenkamer gepubliceerd is, heb ik een beslissing genomen over de verdere afronding van GIS 2. Bij deze beslissing heb ik de resultaten van mijn overleg met de luchtvaartsector betrokken. Mijn beslissing is te komen tot een snelle afronding van GIS 2 tegen zo laag mogelijke kosten waarbij Rijkswaterstaat de afronding van GIS 2 ter hand neemt. De reden hiervoor is dat Rijkswaterstaat onmiddellijk, zonder opstartverliezen, de afronding van GIS 2 kan voortzetten. Inmiddels heb ik verbeteringen laten doorvoeren ondermeer ten aanzien van de projectbeheersing en de bedrijfsvoering op basis van in het verleden geleerde lessen. De luchtvaartsector kan zich hier in vinden.
Het totale GIS 2 project omvat ca. 17 000 objecten waarvan 14 000 woningen. Alhoewel alle woningen voor mogelijke isolatie in beschouwing worden genomen worden uiteindelijk niet alle woningen daadwerkelijk geïsoleerd omdat bijvoorbeeld de woning reeds voldoet aan de isolatie-eis, de isolatie bouwkundig niet mogelijk is of de bewoner geen prijs stelt op isolatie1.
Naar aanleiding van het in gebruik nemen van de vijfde baan en het herstel van de invoerfout zijn de contouren, waarbinnen isolatie moet plaatsvinden, gewijzigd. Het totale bestand aan te isoleren woningen binnen de Luchthavenindelingsbesluit (LIB) contour voor het vijfbanenstelsel komt hierdoor op 7000 woningen. Hiervan zijn inmiddels ca. 6700 woningen geïsoleerd. Er resteren nog te isoleren circa 320 woningen gelegen binnen deze LIB contour.
Buiten de LIB contour liggen nog circa 860 woningen2 die op basis van de «oude» contour (vierbanenstelsel) in aanmerking kwamen voor isolatie en waar reeds een overeenkomst met de bewoner is gesloten. Ik ben voornemens de laatstgenoemde 860 woningen die buiten de LIB contour vallen niet te isoleren. De reden hiervoor is dat met het vaststellen van de nieuwe LIB contour de oude contouren zijn vervallen. Tegen deze achtergrond is het isoleren van woningen die inmiddels buiten de LIB contour vallen thans niet meer aan de orde.
Daarnaast zijn er woningen buiten de LIB contour waarvoor de voorbereidingsprocedure gestart is maar waarvoor nog geen overeenkomst is afgesloten. De eigenaren van deze woningen heb ik schriftelijk medegedeeld dat ik de voorbereidingsprocedure beëindig.
Volledigheidshalve merk ik nog het volgende op: naast de bovenvermelde woningen zijn er nog 950 andere woningen, eveneens buiten het LIB isolatiegebied, waarvoor in eerdere instantie een besluit tot isolatie is genomen. Tengevolge van het toepassen van de nieuwe rekenmethode, zoals deze ook wordt gehanteerd bij het bepalen van de isolatie eisen van woningen door weg- en railverkeer, blijkt dat de bestaande akoestische demping van deze 950 woningen voldoende is en het niet nodig is om geluidsisolatie aan te brengen. Deze woningen zijn niet meegenomen in het overzicht van nog te isoleren woningen dat ik u verstrekt heb bij de beantwoording van de kamervragen in maart 2004 omdat ook destijds deze woningen niet meer voor isolatie in aanmerking kwamen.
De eigenaren van de woningen met wie ik op basis van de destijds geldende contouren een overeenkomst heb afgesloten, heb ik schriftelijk medegedeeld dat isolatie van de woning niet hoeft plaats te vinden tegen de achtergrond van de vaststelling van het nieuwe LIB isolatiegebied c.q. de toepassing van de nieuwe rekenmethode.
Indien de eigenaren met een overeenkomst toch voor isolatie in aanmerking wensen te komen kunnen zij dit aan mij melden. In het schrijven wordt de eigenaar op deze mogelijkheid gewezen. Bij mijn eindoordeel zal het bestaan van de bestaande overeenkomst voor mij zwaarwegend zijn. In aanvulling op de schriftelijke informatie kunnen bewoners en eigenaren zich met hun vragen richten tot een speciaal voor dit onderwerp ingerichte helpdesk.
Zoals bovenvermeld heeft de vaststelling van een nieuw isolatiegebied, zoals opgenomen in het LIB, consequenties voor het aantal te isoleren woningen. Enerzijds zijn er woningen die eertijds wel binnen het isolatiegebied vielen, maar op basis van het nieuwe isolatie gebied niet meer in aanmerking komen voor isolatie. Ik ben daar in deze brief reeds op ingegaan. Er zijn ook woningen die eertijds niet voor isolatie in aanmerking kwamen, maar thans wel of woningen die reeds geïsoleerd zijn maar op basis van de nieuwe situatie voor bij-isolatie in aanmerking komen. Laatstgenoemde categorieën woningen zullen worden aangepakt in de derde fase van het project Geluidsisolatie Schiphol (GIS 3).
In de afgelopen maanden heb ik met betrokkenen een eerste inventarisatie gemaakt van de mogelijke uitvoeringsvarianten voor GIS 3. Hiertoe heb ik onder andere een discussiebijeenkomst gehouden waar zowel de sector als een bewonersvertegenwoordiging aanwezig waren en heb ik gesproken met de andere departementen die betrokken zijn bij de geluidsisolatie rond luchtvaartterreinen, te weten Defensie en VROM. Daarnaast heb ik geïnventariseerd op welke wijze de geluidsisolatie bij andere sectoren is vormgegeven.
De eerste verkenning heeft geleid tot de navolgende mogelijke uitvoeringsvarianten:
• De uitvoering van de isolatie berust bij de rijksoverheid. Deze variant is gelijk aan de huidige situatie voor wat betreft GIS 2. Uiteraard zal bij toepassing van deze variant gebruik gemaakt worden van de geleerde lessen uit het verleden en de adviezen van de Algemene Rekenkamer, zoals ook het geval is bij de bovenbeschreven afronding GIS 2.
• De uitvoering van de isolatie berust bij een private partij, bijvoorbeeld de luchtvaartsector. De Algemene Rekenkamer geeft aan dat in dat geval aan een aantal condities inzake de uitvoerbaarheid en de vastlegging van de verantwoordelijkheden voldaan moet worden.
• De uitvoering van de isolatie berust bij de bewoners, gemeenten of een Stichting waarin bewoners en gemeenten zitting hebben. De bewoners, gemeenten of de Stichting kunnen subsidie aanvragen bij de rijksoverheid. Dit alternatief vindt haar toepassing bij andere isolatie projecten, zoals wegverkeerslawaai en de isolatie van woningen rond de militaire luchtvaartterreinen.
Ik zal de varianten nader uitwerken. Hierbij zal in meer detail bekeken moeten worden welke de consequenties zijn in financiële, juridische en wetgevende zin. Voorts zal ik mij vergewissen dat de gekozen variant leidt tot een situatie waarbij de uitvoerende partij ook daadwerkelijk in staat is om de isolatie ter hand te nemen. Ik hecht aan een grotere betrokkenheid van de bewoners en de sector bij GIS 3. Dit in aanmerking nemend en op basis van de eerste verkenningen gaat mijn voorkeur vooralsnog uit naar een variant waarbij de bewoner zelf uitvoerder is, maar het is nog te vroeg om hier definitief over te kunnen besluiten. Uiteraard zal ik over de uitvoeringsvarianten nader overleg hebben met sector en bewoners. Zodra de nadere uitwerking gereed is zal ik u hierover informeren.
Het bovenvermelde besluitvormingsproces zal niet mogen leiden tot een significante vertraging in de uitvoering van GIS 3. Er zijn varianten die een wetswijziging impliceren, waardoor pas op langere termijn gebruik gemaakt zou kunnen worden van een dergelijke variant. Ik vind dat dit laatste geen belemmering mag vormen om een keuze hiervoor te maken indien zou blijken dat de variant duidelijke voordelen biedt. In het laatste geval zal ik wel voor 2005 en indien nodig voor 2006 een isolatie programma vaststellen waarbij de woningen die het meest geluidsbelast zijn volgens de huidige werkwijze zullen worden aangepakt en waarbij de hoeveelheid woningen bepaald wordt door het budget dat thans in de begroting is opgenomen voor deze jaren (respectievelijk 5 en 20 M€).
Doorbelasting van de isolatiekosten aan de sector
Het rapport van de Algemene Rekenkamer geeft aan dat vertragingen in de uitvoering van GIS 2 in grote mate hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de kosten. Tevens blijkt uit het rapport dat deze vertragingen onder meer het gevolg zijn van beleidsbeslissingen aan overheidszijde. Het betreft bijvoorbeeld de koppeling van warmte- en geluidsisolatie; de extra kosten die het gevolg zijn de toepassing van warmte isolatie zijn weliswaar niet ten laste gebracht van het geluidsisolatieproject, maar de koppeling heeft wel bijgedragen tot een tijdsvertraging. Een andere beleidsbeslissing betreft het ruimhartig toepassen van de zogenaamde tweejaarstoets. Voorts heeft de door de overheid gewenste versnelling van GIS 2, waartoe in 1998 is besloten, en het isoleren van een geheel blok van woningen waarbij een deel van het blok buiten de voor isolatie van belang zijnde geluidscontour valt (zogenaamde zaagtand woningen) bijgedragen aan de kostenontwikkeling. Ik ben met de KLM en AAS overeengekomen om een deel van de hiermede samenhangende kosten (110 M€) niet aan de luchtvaartsector door te belasten. In dit bedrag zijn inbegrepen de niet door te belasten niet-geluidgerelateerde kosten die gemaakt zijn voor het van kracht worden van de wetswijziging artikel 77. In de toelichting bij het wetsvoorstel inzake artikel 77 is reeds vermeld dat een deel van de kosten niet door te belasten zou zijn. In de ingediende begroting voor 2005 is eveneens rekening gehouden met het feit dat een deel van de kosten (42 M€) niet kunnen worden doorbelast. Derhalve resteert een bedrag van 68 M€ waarvoor in de Voorjaarsnota een dekking zal worden geboden. Laatstgenoemd bedrag kan nog lager uitvallen in verband met mijn voornemen de eerdergenoemde woningen buiten de LIB contour niet te isoleren.
Door de verlaging van de kosten wordt het mogelijk om de tarieven die genoemd worden in het voorstel tot wijziging van artikel 77 te verlagen. Ook hierover heb ik overeenstemming met AAS en KLM. Ik zal u op korte termijn een voorstel inzake deze verlaging doen toekomen via een Nota van Wijziging voor het wetsvoorstel artikel 77.
Ik vertrouw u met bovenstaande informatie van dienst te zijn geweest.
Bij de beantwoording van kamervragen in maart 2004 is medegedeeld dat binnen het project GIS 2 ca. 8400 geïsoleerd zullen worden waarvan er nog ca. 1300 woningen moesten worden aanbesteed.
Deze woningen waren inbegrepen in de 8400 woningen waarin voetnoot 1 sprake van is. Inmiddels dit aantal naar beneden bijgesteld tot 7000 in verband met mijn voornemen woningen buiten de LIB contour niet meer te isoleren en in verband met het herstel van de zogenaamde invoerfout.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29750-3.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.