nr. 21
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VAN DER LAAN TER VERVANGING
VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 16
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Na artikel V wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL VI
1. De Vierde Afdeling B van het Tweede Boek, Titel III van het Wetboek
van Strafvordering vervalt 5 jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van
deze wet.
2. In afwijking van het eerste lid kan bij koninklijk besluit worden bepaald
dat de Vierde Afdeling B van het Tweede Boek, Titel III van het Wetboek van
Strafvordering vervalt op een bij dat besluit te bepalen tijdstip. Een besluit
als bedoeld in de vorige volzin wordt niet eerder genomen dan vier weken nadat
het voornemen daartoe aan de beide kamers der Staten-Generaal is medegedeeld.
3. Onze Minister van Justitie draagt er zorg voor dat een voorstel van
wet wordt ingediend waarin de wijzigingen in deze wet die samenhangen met
het vervallen van de Vierde Afdeling B van het Tweede Boek, Titel III van
het Wetboek van Strafvordering, in overeenstemming worden gebracht met het
vervallen van die afdeling.
Toelichting
Het amendement bevat een horizonbepaling voor de onderhavige wet. Deze
bepaling geeft Staten-Generaal en regering de mogelijkheid om binnen vijf
jaar te bezien of de wet naar tevredenheid functioneert en om de werking van
de wet in dat geval op eenvoudige wijze te verlengen.
Een horizonbepaling is gerechtvaardigd omdat, zoals de regering stelt,
«geconstateerd moet worden dat de voorgestelde wijziging een beperking
van de rechten van de verdediging kan impliceren». Deze beperking van
de rechten van de verdachte en zijn verdediging kan, bij de beslissing om
de wet te verlengen, worden afgewogen tegen de mogelijk geconstateerde effectiviteit
van de wet.
In bijvoorbeeld de Verenigde Staten is het heel gebruikelijk om horizonbepalingen
in ingrijpende wetsvoorstellen op te nemen. Daarbij kan gedacht worden aan
de zogenaamde Patriot Act, waarin ook anti-terrorismemaatregelen zijn vervat.
Van der Laan