29 743
Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met het treffen van een regeling inzake het verhoor van afgeschermde getuigen en enkele andere onderwerpen (afgeschermde getuigen)

nr. 21
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VAN DER LAAN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 16

Ontvangen 27 april 2005

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Na artikel V wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL VI

1. De Vierde Afdeling B van het Tweede Boek, Titel III van het Wetboek van Strafvordering vervalt 5 jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

2. In afwijking van het eerste lid kan bij koninklijk besluit worden bepaald dat de Vierde Afdeling B van het Tweede Boek, Titel III van het Wetboek van Strafvordering vervalt op een bij dat besluit te bepalen tijdstip. Een besluit als bedoeld in de vorige volzin wordt niet eerder genomen dan vier weken nadat het voornemen daartoe aan de beide kamers der Staten-Generaal is medegedeeld.

3. Onze Minister van Justitie draagt er zorg voor dat een voorstel van wet wordt ingediend waarin de wijzigingen in deze wet die samenhangen met het vervallen van de Vierde Afdeling B van het Tweede Boek, Titel III van het Wetboek van Strafvordering, in overeenstemming worden gebracht met het vervallen van die afdeling.

Toelichting

Het amendement bevat een horizonbepaling voor de onderhavige wet. Deze bepaling geeft Staten-Generaal en regering de mogelijkheid om binnen vijf jaar te bezien of de wet naar tevredenheid functioneert en om de werking van de wet in dat geval op eenvoudige wijze te verlengen.

Een horizonbepaling is gerechtvaardigd omdat, zoals de regering stelt, «geconstateerd moet worden dat de voorgestelde wijziging een beperking van de rechten van de verdediging kan impliceren». Deze beperking van de rechten van de verdachte en zijn verdediging kan, bij de beslissing om de wet te verlengen, worden afgewogen tegen de mogelijk geconstateerde effectiviteit van de wet.

In bijvoorbeeld de Verenigde Staten is het heel gebruikelijk om horizonbepalingen in ingrijpende wetsvoorstellen op te nemen. Daarbij kan gedacht worden aan de zogenaamde Patriot Act, waarin ook anti-terrorismemaatregelen zijn vervat.

Van der Laan

Naar boven