nr. 2
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 juni 2005
1. Inleiding
Jaarlijks wordt de Kamer op hoofdlijnen op de hoogte gesteld van de voorgenomen
wijzigingen in de toetsingskaders voor de stichting en verplaatsing van scholen
(en vbo-afdelingen) voor het voortgezet onderwijs. Ik ben voornemens om de
wijzigingen in de toetsingskaders voor het komende schooljaar tot het hoogstnoodzakelijke
te beperken, in afwachting van de nieuwe wetgeving op grond van de uitwerkingsnotitie
grotere planningsvrijheid vo.
2. Toetsingskaders stichting en verplaatsing ongewijzigd
In het Algemeen Overleg met de Tweede Kamer op 25 mei 2005 is gesproken
over de uitwerkingsnotitie grotere planningsvrijheid voortgezet onderwijs.
Bij die gelegenheid heeft de Kamer ingestemd met de beleidsmatige hoofdlijnen
van een wetswijziging op het gebied van de voorzieningenplanning vo. De nieuwe
wetgeving zal op z'n vroegst per 1 augustus 2006 van kracht worden. Gelet
op dit perspectief ligt het in de rede om de huidige regelgeving zoveel mogelijk
in stand te houden voor het komende schooljaar 2005–2006. Daarom stel
ik u voor om het Toetsingskader Plan van Scholen 2006–2008 (ex artikel
65 van de WVO) ongewijzigd te verlengen voor de periode 2007–2009.
Bovendien stel ik u voor om het toetsingskader voor verplaatsing etc.
(ex artikel 75 van de WVO) eveneens ongewijzigd voor een jaar te verlengen.
3. Criteria regionale arrangementen worden aangevuld
De regionale arrangementen nemen jaarlijks in aantal toe. Dat is een goede
ontwikkeling temeer daar de regionale arrangementen de voorloper zijn van
het systeem van regionale samenwerking voor de voorzieningenplanning nieuwe
stijl. In de uitwerkingsnotitie grotere planningsvrijheid vo is voorgesteld
om de regiovisie een expliciete plaats te geven in de samenwerkingsovereenkomst.
De regiovisie is immers in het rapport «De regiovisie nader bekeken»1 beschreven als een goed instrument om inzicht te verschaffen
in de problemen en kansen die in de regio aanwezig zijn en daarmee de basis
te leggen om een afgestemd onderwijsaanbod tot stand te brengen. In de huidige
praktijk maakt de regiovisie wel onderdeel uit van de regionale arrangementen
maar daaraan zijn geen expliciete eisen gesteld.
Bovendien is in de aanloop naar een regionaal arrangement – conform
de aanbevelingen in voornoemd rapport – overleg voorzien met het mbo
in de regio en de provincie. In het rapport is geconstateerd dat de provincie
meestal een nuttige rol speelt ter ondersteuning van dat proces. Dat brengt
mij tot het voorstel om in de huidige beleidsregel «Criteria regionale
arrangementen schooljaren 2003–2004 en 2004–2005» die in
elk geval moet worden verlengd, de criteria voor het verkrijgen van toestemming
op grond van een regionaal arrangement op een tweetal punten aan te vullen.
1. De aanvrager moet aantonen dat overleg is gepleegd met de omliggende
ROC's en AOC's, met de provincie en het regionale bedrijfsleven.
2. Onderdeel van het regionaal arrangement is de regiovisie waarin in
elk geval zijn opgenomen:
a. Omvang en begrenzing van de regio;
b. Gegevens over het aanbod en het gebruik van de onderwijsvoorzieningen;
c. Gegevens over de ruimtelijke, economische en demografische ontwikkelingen;
d. De visie van de betrokkenen;
e. De analyse: kansen en bedreigingen.
4. Overleg
Met de organisaties voor besturen en management is over de verlenging
van en over de bovengenoemde beperkte aanvullingen in de toetsingskaders voor
stichting en verplaatsing van de vo-scholen overleg gevoerd en overeenstemming
bereikt.
5. Stand van zaken lopende wetswijzigingen
Op 20 januari 2005 is in Staatsblad 2005, 56 de wijziging van de
WVO gepubliceerd waarbij de aanvraagverplichting voor intrasectorale programma's
wordt afgeschaft. Deze wetswijziging zal evenals de daarmee samenhangende
wijziging van het Inrichtingsbesluit WVO naar verwachting in werking treden
op 1 augustus 2005. Zekerheidshalve is de regeling voor het verkrijgen
van toestemming voor het mogen aanbieden van een intrasectoraal programma
(inclusief het laten verzorgen van onderwijsprogramma vbo door een andere
school voor vbo, de Zwolse variant) al vorig jaar verlengd tot 1 augustus
2006. Niettemin kan ervan worden uitgegaan dat de aanvragen voor deze voorzieningen
per 1 november 2005, met het oog op invoering per 1 augustus 2006,
niet meer nodig zullen zijn.
De bovengenoemde wetswijziging geeft invulling aan mijn beleid gericht
op minder regels, minder administratieve lasten en meer autonomie voor de
scholen.
6. Procedure
Gelet op de vrijwel ongewijzigde verlenging van deze regelingen kan ik
mij voorstellen dat een overleg daarover met de Tweede Kamer achterwege kan
blijven. Zoals gebruikelijk is mijn streven de regelgeving voor de scholenplanning
in juli te publiceren zodat de scholen tijdig geïnformeerd
zijn. Ziet u toch aanleiding voor overleg dan stel ik het op prijs als u daarmee
bij het vaststellen van de agenda van de Tweede Kamer rekening wilt houden.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. J. A. van der Hoeven