nr. 17
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 december 2004
Tijdens de plenaire behandeling, dinsdag 7 december jl., van het
wetsvoorstel «Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000
in verband met invoering prestatiebeurs in een deel van de beroepsopleidende
leerweg en meeneembaarheid studiefinanciering voor deze leerweg in het buitenland»
heb ik het amendement van de heer Van Dam op stuk nr. 9 inzake de meeneembaarheid
van studiefinanciering voor de beroepsopleidende leerweg (BOL) naar het buitenland
ontraden. Ik zou daar graag nog enige toelichting op geven. Mijn belangrijkste
bezwaren richten zich op twee punten. Er is geen dekking voor de te verwachten
kosten en er treden ongewenste effecten op die mede leiden tot onbeheersbaarheid
van de kosten.
Geen dekking voor de verwachte kosten
Dit amendement heeft tot gevolg dat deelnemers hun studiefinanciering
naar elke opleiding in het buitenland kunnen meenemen, als die opleiding aan
bepaalde kwaliteitscriteria voldoet. Dit impliceert dat de meeneembaarheid
in de BOL wordt uitgebreid tot de hele wereld. Dit leidt tot extra uitgaven
voor de OCW begroting. Een inschatting hiervan kan slechts ruw zijn. Er zijn
geen ervaringsgegevens over het aantal studenten in het MBO dat in het buitenland
studeert. Deze ruwe berekening kan worden gemaakt analoog aan de berekening
die ten grondslag ligt aan het voorliggende wetsvoorstel en rekening houdend
met vergelijkbare ontwikkelingen in het hoger onderwijs. De extra uitgaven
komen uit op ca. 10 miljoen euro per jaar. Hiervoor is geen dekking beschikbaar.
In deze extra uitgaven is nog geen rekening gehouden met de ongewenste en
onbeheersbare effecten en de daaruit voortvloeiende uitgaven zoals die hierna
worden beschreven.
Ongewenste effecten en onbeheersbare risico's op de uitgaven
Een andere reden is dat er ongewenste effecten optreden en er een onbeheersbaar
risico op de uitgaven ontstaat. Dat heeft te maken met ontwikkelingen in het
Europees recht. Er zitten nogal wat juridische haken en ogen aan meeneembaarheid
van studiefinanciering. Deze komen tot uitdrukking in uitspraken van het Europees
Hof van Justitie. Het Hof neigt in zijn uitspraken namelijk steeds meer naar
het «host country principle». Dit betekent dat studenten aanspraak
op studiefinanciering kunnen maken in het gastland, dus het land waar zij
studeren. In het voorjaar van 2005 zal het Hof uitspraak doen in de zaak Bidar.
Gelet op het advies van de Advocaat Generaal aan het Hof is het niet denkbeeldig
dat met deze uitspraak de aanspraak op studiefinanciering in het gastland
wordt uitgebreid tot studenten die geen enkele economische band hebben met
dat gastland. Dit gastlandprincipe staat tegenover het tot nu toe door de
meeste Europese landen nagestreefde «home country principle».
Dit principe gaat ervan uit dat het zendende land verantwoordelijk is voor
de student. Bij dit laatste principe past het voornemen studiefinanciering
meeneembaar te maken.
Doordat nu in toenemende mate elementen van het host country principle
in het Europees recht komen, leidt meeneembare studiefinanciering tot dubbele
aanspraken, risico's van onbedoeld gebruik en onbeheersbaarheid van de uitgaven.
Ik licht dit nader toe. De aanspraak op studiefinanciering moet aan in Nederland
verblijvende EU-burgers en hun gezinsleden worden gegund als sociaal voordeel
wanneer zij gebruik maken van de vrijheid van personenverkeer en de vrijheid
van vestiging als zelfstandige. Wanneer die studiefinanciering meeneembaar
is, heeft dit bijvoorbeeld tot gevolg dat gezinsleden van (voormalig) in Nederland
werkzame EU-burgers aanspraak op Nederlandse studiefinanciering hebben in
hun eigen land, zelfs als zij niet in Nederland verblijven, sterker nog, daar
misschien nog nooit geweest zijn. Het behoeft geen betoog dat dit een ongewenst
effect is.
Door BOL-opleidingen in het (hele) buitenland in aanmerking te laten komen
voor meeneembare studiefinanciering leidt het onderhavige amendement tot een
onbegrensde uitbreiding van deze ongewenste situaties. De onbeheersbaarheid
neemt daarnaast toe omdat het amendement de minister van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap wettelijk verplicht studiefinanciering
toe te kennen voor elke opleiding in het buitenland als deze aan kwaliteitscriteria
voldoet.
De in het amendement voorgestelde wettelijke verplichting betekent dat,
wanneer het verwachte gebruik wordt overschreden en de kosten explosief stijgen
door een toeloop van bijvoorbeeld Europese burgers, er alleen kan worden ingegrepen
door het beëindigen van de meeneembaarheid in zijn geheel dan wel het
wijzigen van de wet. Ik acht dit, zeker in combinatie met het uitbreiden van
de reikwijdte, een onverantwoord risico.
Daarbij speelt ook nog de precedentwerking die een uitgebreide meeneembaarheid
van studiefinanciering in de beroepsopleidende leerweg heeft voor het hoger
onderwijs, waar de uitgaven en onbeheersbaarheidrisico's nog behoorlijk hoger
liggen. Meeneembare studiefinanciering wordt daarom ook in het hoger onderwijs
nog niet op grotere schaal ingevoerd en daar is geregeld dat de minister de
opleidingen in het buitenland kan aanwijzen waarvoor de studiefinanciering
meeneembaar is.
Op initiatief van Nederland is het onderwerp meeneembare studiefinanciering
besproken op de EU conferentie «designing policies for mobile students»
afgelopen oktober (zie bijlage)1. Het onderwerp
is daardoor nu geagendeerd binnen Europa. Ik acht het wenselijk
te komen tot afspraken binnen Europa voordat we de meeneembaarheid van de
studiefinanciering nog verder uitbreiden.
Daarom wil ik u het amendement van Dam sterk ontraden.
Voor de goede orde wil ik nog aangeven dat bij de in het wetsvoorstel
gekozen vorm van meeneembare studiefinanciering voor de bol de risico's voldoende
beheersbaar zijn. In het hoger onderwijs is al ervaring opgedaan met meeneembare
studiefinanciering op beperkte schaal, zoals deze nu ook in de bol zal plaatsvinden.
Daarnaast bestaat de mogelijkheid om de meeneembaarheid tussentijds te beëindigen
als blijkt dat de primaire doelgroep, deelnemers die anders in Nederland een
opleiding zouden volgen, onvoldoende wordt bereikt. Introductie van meeneembare
studiefinanciering op deze schaal binnen de bol is daarom wel verantwoord.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. Rutte