Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2004-200529711 nr. 7

29 711
Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (verduidelijking in verband met de EG-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging; vergunning op hoofdzaken/vergunning op maat)

nr. 7
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 8 februari 2005

Het wetsvoorstel wordt gewijzigd als volgt.

A

Onderdeel 2 van artikel I, onder A, wordt gewijzigd als volgt.

1. «de richtlijn (EG)» wordt vervangen door: richtlijn (EG).

2. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd: gpbv-installatie: installatie als bedoeld in bijlage 1 van de EG-richtlijn geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging;.

3. Voor de punt aan het slot wordt een puntkomma geplaatst.

B

Artikel I, onder B, wordt gewijzigd als volgt.

1. In de aanhef van onderdeel 1 wordt «In eerste lid» vervangen door: In het eerste lid.

2. In onderdeel 1 wordt het voorgestelde onderdeel b vervangen door:

b. de gevolgen voor het milieu, mede in hun onderlinge samenhang bezien, die de inrichting kan veroorzaken, mede gezien haar technische kenmerken en haar geografische ligging;.

3. In onderdeel 2 wordt in het voorgestelde onderdeel f «milieueffecten van de inrichting» vervangen door: «de gevolgen die de inrichting voor het milieu veroorzaakt,», wordt voor «te verminderen» ingevoegd: «, voor zover het nadelige gevolgen betreft,» en wordt na «drijft» een komma geplaatst.

C

Artikel I, onder E, wordt gewijzigd als volgt.

1. Het voorgestelde artikel 8.12 wordt gewijzigd als volgt.

a. In het derde lid, eerste volzin, wordt «tenzij dat technisch onmogelijk is» vervangen door: tenzij dat redelijkerwijs niet mogelijk is.

b. In het vierde lid, onder a, wordt «waarbijde» vervangen door: «waarbij de», «dieten» door: «die ten» en «dietevens» door: die tevens.

c. Aan het artikel wordt een lid toegevoegd, luidende:

5. In afwijking van het vierde lid, onder b, worden geen voorschriften aan de vergunning verbonden met betrekking tot het ter beschikking stellen van gegevens als bedoeld in dat onderdeel, voor zover:

a. die gegevens krachtens artikel 12.4, tweede lid, moeten worden opgenomen in een milieuverslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld, of

b. daardoor strijd ontstaat met regels gesteld krachtens de artikelen 12.4, vierde lid, of 12.5.

2. Het voorgestelde artikel 8.12a, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt.

a. Na de eerste volzin wordt een volzin ingevoegd, luidende: Voor zover die voorschriften betrekking hebben op gpbv-installaties wordt daarbij niet het gebruik van bepaalde technieken of technologieën voorgeschreven.

b. De derde volzin van het eerste lid wordt aangeduid als tweede lid; in dat lid wordt «die voorschriften» vervangen door: «voorschriften als bedoeld in het eerste lid,» en wordt «die technische maatregelen» vervangen door: de technische maatregelen.

c. Het tweede lid (oud) en het derde lid (oud) worden vernummerd tot onderscheidenlijk derde en vierde lid.

d. In het vierde lid wordt «tweede lid» vervangen door: derde lid.

D

In de aanhef van onderdeel 2 van artikel I, onder H, wordt «in» vervangen door: In.

E

In onderdeel I van artikel I wordt in het voorgestelde onderdeel b «8.12a, tweede lid» vervangen door: 8.12a, derde lid.

F

In artikel I, onder K, wordt in het voorgestelde artikel 22.1a «waar activiteiten plaats vinden als bedoeld in bijlage I van de EG-richtlijn geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging» vervangen door: «waartoe gpbv-installaties behoren» en wordt «die richtlijn» vervangen door: de EG-richtlijn geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging.

G

In artikel II, onder C, wordt in het voorgestelde artikel 31c «waar activiteiten plaats vinden als bedoeld in bijlage I van de richtlijn (EG) nr. 96/61 van de Raad van de Europese Unie van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PbEG L 257)» vervangen door: «waartoe gpbv-installaties als bedoeld in de Wet milieubeheer behoren» en wordt «die richtlijn» vervangen door: de richtlijn (EG) nr. 96/61 van de Raad van de Europese Unie van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PbEG L 257).

H

Artikel III komt te luiden:

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Toelichting

De onderdelen A, onder 1 en 3, B, onder 1, C, onderdeel 1, onder b, en D beogen het herstel van redactionele fouten.

In de nota naar aanleiding van het verslag is aangegeven (zie het slot van § 3) waarom in onderdeel A, onder 2, het begrip «gpbv-installatie» wordt geïntroduceerd.

Met onderdeel B, onder 2, wordt tegemoetgekomen aan het bezwaar van de Europese Commissie dat artikel 9, vierde lid, van de IPPC-richtlijn, voor wat betreft de elementen «technische kenmerken van de installatie» en «haar geografische ligging», niet juist zou zijn omgezet in het wetsvoorstel.

In onderdeel B, onder 3, wordt de in artikel 8.8., onder f, op te nemen beschrijving van milieuzorgsysteem verbeterd.

De wijziging in onderdeel C, onderdeel 1, onder a, is aangekondigd in de eerste alinea van paragraaf 6 van de nota naar aanleiding van het verslag.

In het wetsvoorstel was er ten onrechte geen rekening mee gehouden dat per 1 januari 2004 een vierde lid aan artikel 8.12 was toegevoegd. In onderdeel C, onderdeel 1, onder c, wordt die omissie hersteld.

Door de wijziging van artikel 8.12a, waarin onderdeel C, onder 2, voorziet, wordt, voor zover het gpbv-installaties betreft, nauwer aangesloten aan de formulering van de IPPC-richtlijn. Deze wijziging maakt ook de in onderdeel E aangegeven wijziging nodig.

In de onderdelen F en G wordt in de overgangsbepalingen voor de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren het in onderdeel A geïntroduceerde begrip «gpbv-installatie» verwerkt. Tevens wordt door een vereenvoudiging van de redactie de leesbaarheid van die bepalingen verbeterd.

Inwerkingstelling van de wet bij koninklijk besluit (zie onderdeel H) tenslotte is gewenst om de inwerkingtreding van de wetswijziging goed te kunnen afstemmen op de inwerkingtreding van de in voorbereiding zijnde wijziging van het Inrichtingenen vergunningenbesluit milieubeheer. Die wijziging strekt ter uitvoering van de opdracht in het nieuwe vierde lid van artikel 8.11 en moet tegelijk met deze wetswijziging in werking treden.

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P. L. B. A. van Geel