Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201529689 nr. 598

29 689 Herziening Zorgstelsel

Nr. 598 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 april 2015

Op 10 juni 2014 heb ik uw Kamer het advies van het Zorginstituut Nederland (ZiNL) over de regeling zittend ziekenvervoer toegezonden (Kamerstuk 29 689, nr. 522). In deze brief geef ik een inhoudelijke reactie op het advies van het ZiNL en beschrijf ik hoe ik het zittend ziekenvervoer per 2016 wil regelen voor de groep kinderen met intensieve kindzorg.

Regeling zittend ziekenvervoer

In artikel 2.14 van het Besluit zorgverzekering is geregeld dat een persoon, als hij zorg ontvangt waarvan de kosten geheel of gedeeltelijk ten laste van de zorgverzekering komen, recht heeft op zittend ziekenvervoer voor zover:

  • De verzekerde nierdialyses moet ondergaan

  • De verzekerde oncologische behandeling met chemotherapie of radiotherapie moet ondergaan

  • De verzekerde zich uitsluitend met een rolstoel kan verplaatsen

  • Het gezichtsvermogen van de verzekerde zodanig is beperkt dat hij zich niet zonder begeleiding kan verplaatsen

  • Een verzekerde in verband met de behandeling van een langdurige ziekte of aandoening langdurig is aangewezen op vervoer en het niet verstrekken of vergoeden van dat vervoer voor de verzekerde zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard (hardheidsclausule).

Advies van het Zorginstituut inzake zittend ziekenvervoer

De regeling zittend ziekenvervoer stamt uit de tijd van de Ziekenfondswet.

Het ZiNL heeft deze regeling onder de loep genomen omdat er omstandigheden zijn veranderd, met name door de komst van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). In het rapport dat ik eind van de zomer 2014 aan uw Kamer heb verstuurd, adviseert het ZiNL om het zittend ziekenvervoer in de Zvw te beperken tot dialyse-, radiotherapie- en chemotherapiepatiënten, aangevuld met een hardheidsclausule. Het ZiNL adviseert om het vervoer voor rolstoelafhankelijke personen en blinden en slechtzienden uit de Wmo te bekostigen. Hierdoor zou er een scherpere afbakening komen tussen het domein van gezondheidszorg en andere domeinen. De regeling in de Zvw zou hierdoor meer dan op dit moment het geval is ziekte- en behandelingsgerelateerd worden.

Verder zou een voordeel van deze afbakening zijn dat de gemeente een samenhangend beleid kan voeren op het gebied van vervoer, begeleiding, participatie en overige ondersteuning.

Reactie op advies ZiNL

Ik onderschrijf de door het ZiNL genoemde voordelen van een andere afbakening. Er zijn niettemin voor mij redenen om het advies van het ZiNL op dit moment niet op te volgen. Dit betekent niet dat ik het advies van het ZiNL definitief niet ga overnemen, maar ik stel de besluitvorming over het advies uit en kom hier dus op een later moment terug. Concreet betekent dit dat de aanspraak op zittend ziekenvervoer niet wijzigt per 2016.

De belangrijkste reden die mij heeft doen besluiten het advies van het ZiNL op dit moment niet over te nemen, is mijn twijfel of gemeenten voldoende in staat zijn om de randvoorwaarden voor de continuïteit van het zittend ziekenvervoer voor de groepen blinden en slechtzienden en rolstoelafhankelijke cliënten op korte termijn te garanderen. Daarbij gaat het onder meer om het borgen van de mogelijkheid tot bovenregionaal vervoer. De zorg die cliënten ontvangen zal voor een deel bestaan uit specialistische ziekenhuiszorg. Deze zorg wordt meer gecentraliseerd, wat dus betekent dat het vervoer ook bovenregionaal geregeld moet zijn.

Een andere randvoorwaarde vind ik de tijdigheid van het vervoer. Ik vind het van groot belang, ook in het kader van de efficiëntie van de zorg, dat cliënten op tijd aanwezig kunnen zijn voor bijvoorbeeld een afspraak in het ziekenhuis. De cliënt moet erop kunnen vertrouwen dat hij of zij tijdig aanwezig is voor die afspraak.

Vanwege de hervorming van de langdurige zorg verandert er momenteel veel voor gemeenten. Gezien deze grote veranderingen vind ik het niet wenselijk om hen op dit moment extra te belasten met een nieuwe taak, te weten het organiseren van zittend ziekenvervoer voor bepaalde groepen. Ik geef extra gewicht aan deze reden omdat een deel van de adviescommissie pakket van het ZiNL in het adviesrapport heeft aangegeven dat zij vinden dat er momenteel veel wijzigingen plaatsvinden in de Wmo en daarom twijfelen aan de overheveling op korte termijn.

Daarom zal ik, wanneer de transitie van de zorg volledig is geland, opnieuw naar het advies kijken. In de tussentijd zal ik het gesprek aangaan met gemeenten om te bekijken hoe zij het beste aan bovengenoemde randvoorwaarden kunnen voldoen.

Intensieve kindzorg

Intensieve kindzorg is per 2015 overgeheveld vanuit de AWBZ naar de Zvw. Het gaat om kinderen tot 18 jaar met ernstige medische problematiek die onder de verantwoordelijkheid staan van een medisch specialist of kinderarts. Het verzekerd pakket aan zorg voor deze kinderen kan naast de verpleging en verzorging bestaan uit het vervoer van en naar het verpleegkundig kinderdagverblijf.

Op dit moment wordt het vervoer bekostigd op basis van uren verpleging en verzorging vanuit de aanspraak wijkverpleging.

Ik ben voornemens om per 2016 in het Besluit zorgverzekering aan te geven dat kinderen die zorg ontvangen vanuit de aanspraak wijkverpleging (artikel 2.10) recht hebben op het vervoer van en naar een verpleegkundig kinderdagverblijf. Dit betekent dat er een nieuwe categorie wordt toegevoegd aan artikel 2.14. Door deze toevoeging wordt het vervoer bij IKZ op een structurele manier geregeld in de aanspraak en in de bekostiging. Het structureel regelen van het zittend ziekenvervoer voor IKZ heeft gevolgen voor de eigen betalingen door ouders. Voor het zittend ziekenvervoer is een eigen bijdrage van maximaal € 97 per kalenderjaar verschuldigd.

De wijziging van artikel 2.14 Besluit Zorgverzekering zal worden meegenomen in de jaarlijkse wijziging van het Besluit zorgverzekering, die in juni bij uw Kamer wordt voorgehangen.

Concluderend

Het advies van het ZiNL volg ik op dit moment niet op. Wanneer de transitie van de langdurige zorg volledig is geland zal ik opnieuw naar het advies kijken. In de tussentijd wordt gekeken of gemeenten aan de randvoorwaarden als tijdigheid en het bovenregionaal vervoer kunnen voldoen. Dit betekent dat de regeling zittend ziekenvervoer niet wijzigt. Tot slot ben ik voornemens om de groep intensieve kindzorg cliënten expliciet te benoemen in de regeling zittend ziekenvervoer.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers