29 689 Herziening Zorgstelsel

Nr. 368 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 februari 2012

Zoals aangekondigd in de VWS-reactie van 14 juli 2009 op het advies van de Gezondheidsraad «De radiotherapie belicht» en in het Planningsbesluit radiotherapie 2009 (Stcrt. 2009, nr. 16811) zal de radiotherapie met uitzondering van protonentherapie en andere vormen van deeltjestherapie, uitstromen uit artikel 2 van de WBMV.

U ontvangt bijgaand het besluit houdende wijziging van het Besluit aanwijzing bijzondere medische verrichtingen 2007 in verband met de beperking van de vergunningplicht voor radiotherapie tot uitsluitend protonentherapie en andere vormen van deeltjestherapie».1

Ik heb het voornemen om het voornoemde besluit per 1 april 2012 in werking te laten treden.

Meldingsplicht

De WBMV is een ingrijpend instrument, waarmee bestaande marktposities uit oogpunt van de kwaliteit van zorg beschermd worden. Deze bescherming moet niet langer dan nodig duren.

Als waarborg voor een zorgvuldige deregulering van verrichtingen, waarvan de vergunningplicht van de WBMV is komen te vervallen, ben ik voornemens een wetswijziging in procedure te brengen om een tijdelijke «startmeldingsplicht» in te voeren. Dit houdt in dat instellingen uiterlijk binnen drie maanden nadat zij dat met de uitvoering van een voormalige WBMV-verrichting zijn gestart, hiervan melding moeten doen aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De IGZ is aan de hand hiervan goed in staat om risicogestuurd toezicht uit te oefenen. Aangezien de startmeldingsplicht bij wijze van overgangsregeling naar volledige deregulering wordt ingevoerd, geldt deze voor een periode van twee jaar na beëindiging van de vergunningplicht.

Ik zal de startmeldingsplicht ook laten gelden voor de radiotherapie. Dit betekent dat nieuwe aanbieders die met radiotherapeutische zorg willen starten, dit aan de IGZ moeten melden. Hoewel de startmeldingsprocedure pas in 2013 wettelijk zal kunnen zijn geregeld, staat dat een zorgvuldige deregulering van de radiotherapie per 1 april 2012 niet in de weg. Rekening houdend met de voorbereiding en de lange bouwtijd voor een faciliteit voor radiotherapie zullen nieuwe instellingen in elk geval niet eerder kunnen starten met de patiëntenzorg.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. I. Schippers


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven