nr. 272
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 augustus 2009
Op 15 juli heb ik twee rapporten van de NZa ontvangen. Een rapport
over materiële controle door zorgverzekeraars en een rapport over privacy
bij zorgverzekeraars. Bij deze brief bied ik u de rapporten aan1 en geef ik u mijn reactie op beide rapporten.
Materiële controle door zorgverzekeraars
Uit het onderzoek naar de uitvoering van de Zorgverzekeringswet over 2006
bleek dat zorgverzekeraars «in veel gevallen de materiële
controle op de «feitelijke levering» van de zorg moeten verbeteren
of zelfs nog geheel moeten uitvoeren». Dit was destijds aanleiding
voor de NZa om specifiek onderzoek te gaan verrichten naar de materiële
controle door zorgverzekeraars.
Onderliggend rapport laat zien dat in 2007 een betere invulling is gegeven
aan de materiële controles dan in 2006. Desondanks zijn er verbeterpunten
bij alle zorgverzekeraars.
De NZa acht het van belang dat verzekeraars een risicoanalyse opstellen,
omdat hiermee de materiële controle op een efficiënte manier wordt
uitgevoerd, met inzet van controlemiddelen die proportioneel zijn. De NZa
heeft zorgverzekeraars die geen risicoanalyse hebben opgesteld, dit zijn over
het algemeen «kleine verzekeraars», opgedragen dit alsnog te doen.
Aan de hand van de risicoanalyse, wordt door de zorgverzekeraar een controleplan
opgesteld. Hoewel het opstellen van een controleplan goed verloopt bij vrijwel
alle zorgverzekeraars, is de NZa van mening dat een meerderheid van de verzekeraars
meer aandacht dient te besteden aan de motivatie van de gekozen controlemiddelen.
Zorgverzekeraars kiezen vaak voor zware controlemiddelen, zoals de detailcontrole.
Deze methode bestaat veelal uit het versturen van enquêtes, waarbij
de vraag wordt gesteld of de verzekerde de gedeclareerde zorg
ook daadwerkelijk heeft ontvangen.
De NZa geeft in haar rapport aan dat de detailcontrole alleen een vervolgstap
mag zijn als een minder ingrijpende methode niet tot de zekerheid leidt, daarnaast
dient de zorgverzekeraar dit te motiveren. De NZa geeft ook aan dat verzekeraars
de enquête vaak niet zien als een zwaar controlemiddel. Dit komt door
een verkeerde (te smalle) interpretatie van de Wet bescherming persoonsgegevens
(Wbp).
De NZa heeft naar aanleiding van bovenstaande constateringen twee aanbevelingen
gedaan richting Zorverzekeraars Nederland (ZN), namelijk om:
– In een nieuw «protocol materiele controle» aandacht
te besteden aan de eis dat zorgverzekeraars moeten aangeven waarom èn
wanneer zij keuzes maken voor de inzet van zwaardere controlemiddelen.
– Meer aandacht te besteden aan de uitleg van de Wbp (de reikwijdte
van het begrip «tot de persoon herleidbare gegevens betreffende iemands
gezondheid»), zodat hierover geen onduidelijkheid bestaat.
Hiernaast signaleert de NZa de nodige samenhang tussen de risicoanalyse
die zorgverzekeraars maken ten behoeve van de materiële controle en voor
de Jaarstaat Zvw, onderdeel A. De NZa heeft richting de zorgverzekeraars de
aanbeveling gedaan een geïntegreerde risicoanalyse, die zowel de Jaarstaat
Zvw als materiële controle dekt, op te stellen.
De NZa meldt verder dat zorgverzekeraars problemen ondervinden bij het
uitvoeren van de materiële controle sinds het ontbreken van een goedgekeurde
gedragscode door het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) per februari
2008. Door het ontbreken hiervan krijgen de zorgverzekeraars niet altijd toegang
tot de benodigde informatie voor de materiële controle. Zonder goedgekeurde
gedragscode kunnen zorgaanbieders zich beroepen op hun medisch beroepsgeheim
en moeten zorgverzekeraars eerst toestemming vragen aan verzekerden om de
informatie te mogen opvragen. Het ontbreken van de goedgekeurde gedragscode
leidt tot een langere doorlooptijd en bemoeilijkt het uitvoeren van de controle
door verzekeraars. De NZa heeft er bij ZN op aangedrongen met spoed te voorzien
in een goedgekeurde gedragscode. ZN bereidt thans een nieuwe gedragscode voor.
Ik acht het onderzoek naar de uitvoering van de materiële controle
door de NZa waardevol. Het toetst het handelen van de zorgverzekeraars en
laat zien dat de verzekeraars hun handelen aanpassen aan het veranderende
zorgstelsel en hun rol verder ontwikkelen. Naarmate de risicodragendheid van
zorgverzekeraars groter wordt, zullen zij overigens steeds meer belang krijgen
bij een goede invulling van de materiële controle. Ik vind de inspanningen
van de zorgverzekeraars om de rechtmatigheid van de in rekening gebrachte
prestaties te controleren zeer belangrijk. Maar nog belangrijker is, dat de
administratie van zorgverleners goed op orde is. Het bespreken van de resultaten
met de beroepsgroep, waardoor een prikkel ontstaat om scherper te letten op
de juistheid van declaraties, vind ik dan ook net als de NZa een goede methode.
Privacy bij zorgverzekeraars
Het vervolgonderzoek van de NZa «Privacy bij zorgverzekeraars»
is een vervolg op de nulmeting die de NZa in april 2008 heeft gepubliceerd1. Hieruit bleek dat er geen indicaties waren dat medische
persoonsgegevens onzorgvuldig werden verwerkt. Desalniettemin achtte de NZa
op een aantal punten verbeteringen nodig.
Uit het vervolgonderzoek is gebleken dat veel verbeterpunten door de zorgverzekeraars
zijn opgevolgd. Wel geldt voor alle zorgverzekeraars dat zij òf nog
verbeterpunten hebben open staan òf de ingezette verbeteracties nog
niet geheel hebben afgerond.
Zo blijkt onder andere dat nog vijf verzekeraars verbeteringen moeten
aanbrengen in de procedures om het verenigbaar gebruik van persoonsgegevens
vast te stellen voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden.
Met betrekking tot de bewaartermijnen van gegevens bleek in de nulmeting dat
achttien verzekeraars gegevens over betalingsgedrag langer bewaarden dan was
toegestaan. Inmiddels is gebleken dat elf zorgverzekeraars de termijn hebben
aangepast, drie zorgverzekeraars er nog mee bezig zijn en vier zorgverzekeraars
het nog niet hebben aangepast. Ook dienen nog verbeteracties te worden ingezet
op de procedures rondom acceptatiebeleid, het beleid omtrent rechten van betrokkenen,
controle op naleving van procedures en maatregelen voor de beginselen van
de Wbp.
Uit het vervolgonderzoek blijkt dat de naleving van de privacyregels door
zorgverzekeraars al aanzienlijk is verbeterd. De NZa zal er nauw op toezien
dat de openstaande verbeterpunten door de verzekeraars worden opgepakt. Daarnaast
krijgt een aantal verbeterpunten in het vervolg bijzondere aandacht in het
toezicht van de NZa. De NZa zal het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens
vanaf 2009 structureel vormgegeven, onder andere door middel van een
jaarlijkse review van één of meerdere zorgverzekeraars en onderzoeken
naar bepaalde thema’s binnen privacy. Hierdoor zal de naleving van privacyregels
door zorgverzekeraars verder verbeteren.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink