Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202029689 nr. 1034

29 689 Herziening Zorgstelsel

Nr. 1034 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 december 2019

Naar aanleiding van het verzoek tot bovenstaande commissiebrief, waarin wordt gevraagd om de Tweede Kamer te informeren zodra het standpunt van het Zorginstituut Nederland (hierna: Zorginstituut) over neuromodulatie is uitgebracht en de motie van de leden Raemakers en Van den Berg die oproept dat veldpartijen met elkaar in gesprek gaan om een goede overgangsregeling te treffen voor de huidige patiënten die nu neuromodulatie gebruiken (Kamerstuk 29 689, nr. 1006), bericht ik u hierbij als volgt.

Sinds de zomer hebben alle partijen, beroepsgroep, patiëntenvereniging, zorgverzekeraars en het Zorginstituut om tafel gezeten om tot een goede overgangsregeling te komen. Dit is gelukt. De overgangsregeling houdt in het kort in dat een patiënt die al een neuromodulatiesysteem heeft op de ingangsdatum van het standpunt van het Zorginstituut en geen verzekerde indicatie heeft, dat systeem behoudt en de (vervolg)kosten ervan vergoed krijgt van zijn zorgverzekeraar, zolang de patiënt een positief effect ervaart van het systeem. Voor een uitgebreide toelichting op de overgangsregeling verwijs ik u naar de website van het Zorginstituut, waar het standpunt is gepubliceerd1.

Zoals eerder aangegeven in mijn brief van 3 juli 20192 blijft voor de grootste groep patiënten de behandeling in het basispakket. In het standpunt is geconcretiseerd welke groepen dit precies zijn. Voor de groepen waarvoor neuromodulatie geen verzekerde zorg meer is, is een goede overgangsregeling getroffen.

De behandelend arts bespreekt met zijn patiënt wat dit in het individuele geval betekent.

Ik vertrouw hiermee de commissiebrief en de motie te hebben afgedaan.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins