Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202029689 nr. 1028

29 689 Herziening Zorgstelsel

Nr. 1028 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 oktober 2019

Naar aanleiding van de ingediende motie (Kamerstuk 35 000 XVI, nr. 44) voor de begrotingsbehandeling op 18 oktober 2018 door lid Bergkamp (D66) stuur ik uw Kamer deze brief. Lid Bergkamp verzocht de regering te onderzoeken of het huidige maximaal aantal behandeluren van de te verzekeren prestatie ergotherapie nog aansluit op de huidige zorgvraag en of er voldoende onderbouwing is dat een anders vormgegeven aanspraak leidt tot een aantoonbare en inboekbare substitutiewinst en tot meer juiste zorg op de juiste plek. Deze motie is aangenomen. Ter uitvoering van de motie heb ik het Zorginstituut Nederland (hierna: het Zorginstituut) gevraagd om het beschikbare SEO Economisch onderzoek (hierna: SEO) uit 2014 nader te analyseren en om aan te geven of de uitkomsten van dat rapport nog actueel zijn. Ook heb ik gevraagd of er voldoende onderbouwing is dat een ruimere of anders vormgegeven aanspraak leidt tot een aantoonbare en inboekbare substitutiewinst en dus tot meer juiste zorg op de juiste plek. In deze brief informeer ik u over de uitkomst van het onderzoek van het Zorginstituut en treft u in de bijlage het advies van het Zorginstituut aan1.

Het Zorginstituut concludeert dat vanwege een beperkte opzet van het SEO rapport, de uitkomsten niet kunnen dienen als basis voor een pakketadvies over een ruimere omvang of een andere vormgeving van de te verzekeren prestatie ergotherapie. Voor de twee in het rapport beschreven patiëntengroepen is de ergotherapeutische interventie al te verzekeren zorg, waardoor ook de berekende maatschappelijke baten in de huidige situatie al kunnen worden bereikt. Ook blijkt niet dat er knelpunten zijn in de omvang of vormgeving van de huidige te verzekeren prestatie. Evenmin of sprake is van een (grote) inboekbare substitutiewinst. Dat de omvang van de huidige te verzekeren prestatie een knelpunt is, blijkt ook niet uit de (verstrekkingen)geschillen die voor advies aan het Zorginstituut worden voorgelegd.

Gezien deze conclusie van het Zorginstituut zie ik geen reden om de aanspraak van ergotherapie vanuit het verzekerde pakket te wijzigen. Met het versturen van deze brief acht ik de motie afgedaan.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl