29 684
Waddenzeebeleid

nr. 80
MOTIE VAN DE LEDEN VAN GENT EN OUWEHAND

Voorgesteld 9 maart 2010

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat de Raad van State de milieuvergunning voor de Reststoffenenergiecentrale in Harlingen vernietigd heeft;

overwegende, dat in Nederland nu al een overcapaciteit aan afvalverbranding bestaat en dat dit leidt tot hevige concurrentie tussen afvalverbrandingsinstallaties, waardoor de markt voor afvalrecycling onder druk staat en er onnodig met afval gesleept wordt;

overwegende, dat de minister van VROM eind vorig jaar een convenant met de branchevereniging voor afvalverbranders heeft afgesloten, waarin is afgesproken dat er tot 2020 geen uitbreiding van de verbrandingscapaciteit zal plaatsvinden, maar dat de REC in Harlingen destijds helaas uitgezonderd bleef van het moratorium;

overwegende, dat de regering subsidie heeft verstrekt voor de bouw van de Reststoffenenergiecentrale;

verzoekt de regering per direct de subsidie voor de Reststoffenenergiecentrale in Harlingen in te trekken;

verzoekt de regering in gesprek te treden met de provincie Friesland en opnieuw in gesprek te treden met de afvalbranche, teneinde de bouw van de Reststoffenenergiecentrale in Harlingen definitief te annuleren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Gent

Ouwehand

Naar boven