29 684 Waddenzeebeleid

Nr. 307 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 mei 2026

Eerder is de Kamer met de brief1 van 24 april jl. ingelicht over de stand van zaken van de kadeproblematiek Terschelling. Zoals toegezegd heb ik maandag 11 mei een werkbezoek gebracht aan het Waddengebied, waaronder Terschelling. Op Terschelling heb ik samen met de gedeputeerde van Fryslân en burgemeester en wethouder van Terschelling de Willem Barentzskade bezocht. Vervolgens is er bestuurlijk overleg geweest tussen partijen.

Met deze brief wil ik u informeren over de uitkomsten van dit overleg. Ook worden enkele toezeggingen die mijn voorganger eerder heeft gedaan, tijdens de Begrotingsbehandeling IenW van 22 januari2, het Notaoverleg MIRT van 26 januari3 en het Commissiedebat Wadden van 12 februari4, over de kadeproblematiek Terschelling, met deze brief afgedaan.

De Willem Barentszkade is de enige ontsluitingsweg naar het concessiegebied (het Veerhavenplein) op Terschelling, en verkeert in een slechte staat. De veilige beschikbaarheid van de kade is als enige toegangsweg essentieel voor het alledaags leven op het eiland, voor inwoners, ondernemers en toeristen. Alternatieve omleidingsroutes of noodontsluitingen zijn niet mogelijk vanwege o.a. vergunning-technische beperkingen en de uitvoering van wettelijke kerntaken: door het aanwezige Natura2000-gebied buiten West-Terschelling is geen route mogelijk en het betonningsterrein is nodig voor de uitvoering van taken van RWS voor de nautische veiligheid en crisismanagement op de Waddenzee.

De problematiek is urgent. De gemeente heeft sinds juli 2025 monitoring ingesteld. De wettelijke herbeoordeling volgens het Besluit Bouwwerken Leefomgeving vindt in juli a.s. plaats. Mocht er vóór die tijd geen zicht zijn op een structurele oplossing en de bekostiging daarvan, dan is de gemeente genoodzaakt om in het uiterste geval de kade af te sluiten en daarmee wordt het eiland praktisch onbereikbaar.

Om de dreigende noodsituatie op Terschelling af te wenden, slaan Rijk en regio de handen ineen. Zonder een toegankelijke en veilige kade komt de hele bereikbaarheid van het eiland onder druk te staan; kunnen vrachtwagens winkels niet meer bevoorraden, kunnen bussen niet meer rijden en is er geen brandstof meer op het eiland. Op termijn kan door verslechtering geen enkel voertuig meer over de kade en is Terschelling onbereikbaar.

Dit is een onacceptabele situatie die we vanzelfsprekend niet mogen laten ontstaan. Het is een unieke situatie waarin de veilige beschikbaarheid van de kade als énige toegangsweg essentieel is voor het alledaags leven op het eiland. Voor inwoners, ondernemers en toeristen. Er zijn geen alternatieve omleidingsroutes, de omvang van de financiële opgave is voor de gemeente niet behapbaar en de gevolgen van een mogelijke afsluiting zijn onacceptabel. Dat maakt dat ik er in dit geval voor kies om, bij zeer hoge uitzondering, bij te dragen aan het oplossen van dit probleem.

Daarom heb ik aan de gemeente Terschelling en de provincie Fryslân mijn commitment uitgesproken om 50% te bekostigen. De provincie Fryslân en gemeente Terschelling bekostigen de overige 50%. Hiermee maken we de voorkeursoplossing mogelijk, waarbij de Willem Barentszkade heringericht wordt en de werkhaven deels gerestaureerd wordt voor het zware vervoer. Deze oplossing heeft een levensduur van minstens 100 jaar en hiermee wordt de bereikbaarheid van het eiland voor lange termijn gewaarborgd. De gemeente is uitvoerder van het project. De dekkingsopgave van de taakstellende rijksbijdrage loopt mee in de brede herprioritering en integrale afweging van het Mobiliteitsfonds.

Met deze afspraken zetten Rijk en regio samen de schouders onder deze opgave en kan de gemeente Terschelling aan de slag. Samen met de medeoverheden en andere partners blijft IenW, ondanks de financiële uitdagingen die spelen, werken aan de bereikbaarheid van het Waddengebied.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans


X Noot
1

Kamerstukken 29 684, nr. 306

X Noot
2

Betreft toezegging TZ202601-057 aan het Kamerlid Grinwis

X Noot
3

Betreft toezegging TZ202601-099

X Noot
4

Betreft toezegging TZ202602-073 aan het Kamerlid Boelsma-Hoekstra


X Noot
1

Kamerstukken 29 684, nr. 306

X Noot
2

Betreft toezegging TZ202601-057 aan het Kamerlid Grinwis

X Noot
3

Betreft toezegging TZ202601-099

X Noot
4

Betreft toezegging TZ202602-073 aan het Kamerlid Boelsma-Hoekstra

Naar boven