Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202029684 nr. 190

29 684 Waddenzeebeleid

Nr. 190 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 oktober 2019

De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) heeft een tussentijdse waarschuwing gegeven naar aanleiding van haar onderzoek naar de overboord geslagen containers van de MSC Zoe.

In dit bericht wordt aangegeven dat op de zuidelijke route boven de Waddeneilanden bepaalde wind- en golfcondities en getijde tot grote domp- en slingerbewegingen van het schip kunnen leiden die de veilige afstand tussen het schip en de zeebodem in gevaar brengen. Voor schepen met afmetingen vergelijkbaar met die van de MSC Zoe ontstaat daarmee het risico van contact of bijna-contact met de zeebodem.

Ik heb de Kustwacht gevraagd om deze waarschuwing direct aan de scheepvaart kenbaar te maken via een aantekening op de elektronische zeekaarten en om bij de specifieke wind- en golfcondities en getijde een bericht uit te zenden aan de scheepvaart. Inmiddels heeft de Kustwacht al een algemene waarschuwing uitgezonden.

Besluitvorming over het gebruik van een internationale vaarroute gebeurt in internationaal verband. Als een land scheepvaartroutes of daaraan verbonden voorwaarden wil veranderen, moet het daartoe een voorstel doen bij de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) in Londen, zodat alle lidstaten daarop kunnen reageren, alvorens hierover in IMO besloten wordt.

Zodra ik de eindbevindingen van de OVV heb ontvangen wordt bezien welke stappen verder nog moeten worden gezet.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga