Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201529684 nr. 120

29 684 Waddenzeebeleid

Nr. 120 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 januari 2015

In antwoord op de vraag gesteld door uw vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu informeer ik u hierbij.

Door het Kamerlid Jacobi (PvdA) is gevraagd naar de gevolgen van het uitstellen van de extra handhaving op snel varen in de Waddenzee tot na de behandeling tijdens het Algemeen Overleg Waddenzee en Noordzee op 4 februari 2015. Het handhavingsverzoek dat ik heb ontvangen van verschillende organisaties is met name ingegeven vanuit het gevoel van onveiligheid dat de recreatievaarders in de Waddenzee en met name in de recreatiegeulen ervaren. Daarnaast zorgt het snel voorbij varen van met name beroepsvaart voor golfslag en dit wordt als zeer hinderlijk ervaren door recreatievaarders.

In de maanden januari en februari wordt de Waddenzee nauwelijks door recreatievaarders bevaren. Snel varen buiten de geul, onder andere in de recreatiegeul, is dan weliswaar een overtreding maar heeft in het eerste kwartaal van het jaar in het algemeen geen gevolgen voor de recreatievaart omdat het recreatievaarseizoen pas later in het jaar begint. Ik voorzie om die reden geen problemen met het opschorten van de extra controles tot het Algemeen Overleg van 4 februari 2015.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus