Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201229684 nr. 104

29 684 Waddenzeebeleid

Nr. 104 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 juni 2012

In vervolg op de kabinetsbrief van 28 juni 2004 aan uw Kamer1, in reactie op het advies («Ruimte voor de Wadden») van de Adviesgroep Waddenzeebeleid, is in het Rijksprojectbesluit2 bepaald dat een onafhankelijke commissie, de Auditcommissie gaswinning onder de Waddenzee (hierna: Auditcommissie) jaarlijks een audit uitvoert naar aanleiding van de monitoringsresultaten van de gaswinning onder de Waddenzee. Tevens is de Auditcommissie gevraagd het bevoegd gezag te adviseren met betrekking tot het formuleren van monitoringseisen.

Bij brief van 19 februari 2008 heb ik u gemeld dat de Auditcommissie jaarlijks een advies zal uitbrengen op basis van de monitoringsresultaten, die ieder jaar vóór 1 mei door de NAM worden ingediend. Aan de hand van dit jaarlijkse advies beoordeel ik, op grond van het «hand aan de kraan»-principe, in hoeverre de gaswinning onder de Waddenzee voortgezet kan worden.

In de bijlage is het door de Auditcommissie uitgebrachte advies «Monitoring van aardgaswinning onder de Waddenzee vanaf de locaties Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen», Advies 2011 d.d. 12 april 2012 bijgesloten3.

Op grond van de beschikbare gegevens over 2010 acht de Auditcommissie het aannemelijk dat de gemiddelde bodemdalingsnelheden in de kombergingen van Pinkegat en Zoutkamperlaag binnen de gebruiksruimten zijn gebleven.

Daarnaast geeft de Auditcommissie aan, dat uit de resultaten van de monitoring geen aanwijzingen naar voren gekomen zijn over trendmatige verandering. Dit is een randvoorwaarde volgend uit de Natuurbeschermingswetvergunningen.

Op basis van deze conclusies van de Auditcommissie kan de gaswinning onder de Waddenzee conform de bestaande besluiten worden voortgezet.

De Auditcommissie geeft ook een aantal meer gedetailleerde adviezen met betrekking tot de lopende monitoring. Deze adviezen zullen meegenomen worden in de optimalisatie van het monitoringsprogramma en zullen ook expliciet onderdeel zijn van de dit jaar voorziene methodologische evaluatie van het meet- en regelprotocol en het monitoringsprogramma over de afgelopen zes jaar.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M. J. M. Verhagen


X Noot
1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2003–2004, 29 684, nr. 1, pagina 9.

X Noot
2

Rijksprojectbesluit Gaswinning onder de Waddenzee vanaf de locaties Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen. Ministerie van Economische Zaken, publicatienummer 06ET15, ’s-Gravenhage, april 2006.

X Noot
3

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.