29 683 Dierziektebeleid

Nr. 66 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 december 2010

Op verzoek van de vaste Kamercommissie van EL&I van 2 december 2010 (29 683-62/2010D48889) ontvangt u mijn antwoord op de door de Commissie gestelde vragen over de toedracht rond de dood van 450 varkens in Limburg. In deze brief treft u daarover een feitelijk relaas.

Op vrijdagavond 26 november 2010 ontvangt de nVWA telefonisch bericht van de gemeente Nederweert van problemen op een varkensbedrijf. Het blijkt dat de gemeente even daarvoor door familie van de betreffende varkenshouder op de hoogte is gebracht. Op de volgende ochtend zaterdag 27 november brengt de nVWA een bezoek aan het bedrijf. In de stal worden de kadavers van ongeveer 450 dode varkens aangetroffen. De kadavers zijn naar inschatting van de nVWA-dierenarts reeds enige jaren oud en bestaan slechts uit botten en gemummificeerde resten. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd en de situatie wordt op foto’s vastgelegd.

In overleg met de familie wordt besloten de kadavers op te ruimen op dinsdag 30 november. De familie regelt de opruiming; de nVWA zal bij de ruiming toezicht houden. De resten worden op dinsdag 30 november geruimd en afgevoerd naar Rendac.

Uit een eerste inventarisatie van de omstandigheden blijkt dat het gaat om een varkensstal die eigendom is van de vader van de varkenshouder. De varkenshouder woont formeel nog op het bedrijf, maar verblijft daar niet meer.

De familie was in de veronderstelling dat de stal al jaren schoon leegstond. De familieomstandigheden lijken ten grondslag te liggen aan de dierverwaarlozing. Een nader onderzoek is ingesteld.

Er wordt proces-verbaal opgemaakt voor verwaarlozing en overtreding van de Regeling Dierlijke bijproducten (voorheen Destructiewet).

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker

Naar boven