29 683 Dierziektebeleid

Nr. 244 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 september 2018

Op 13 september jl. is Afrikaanse varkenspest (AVP) vastgesteld bij wilde zwijnen in de Belgische provincie Luxemburg. De onrust in de sector en bij andere maatschappelijke partijen is begrijpelijk en ik deel de zorg die er leeft over een introductie van AVP in Nederland. Besloten is de aandachtsfase uit te roepen waardoor de maatregelen uit de beleidsdraaiboeken zoveel mogelijk worden voorbereid en de organisatie klaar staat voor het geval een besmetting wordt geconstateerd.

Ik doe opnieuw een beroep op alle betrokkenen alert te zijn en de preventieve maatregelen te treffen om de kans op een introductie van AVP in Nederland zo klein mogelijk te maken. Aangezien de verspreiding over grote afstanden door menselijk handelen kan worden veroorzaakt, is en blijft het nemen van preventieve maatregelen nog steeds het allerbelangrijkste.

Met deze brief informeer ik u over de situatie in België en andere Europese lidstaten, de risico’s voor verspreiding naar Nederland, de maatregelen die ik heb genomen en andere lopende acties ter voorkoming van de introductie en als verdere voorbereiding op de bestrijding van AVP.

Tevens stuur ik u met deze brief de antwoorden op de vragen van de leden Geurts (CDA) en Lodders (VVD) (Aanhangsel Handelingen II 2018/19, nr. 52). De vragen van het lid Bromet (GL) (Aanhangsel Handelingen II 2018/19, nr. 52) zal ik zo spoedig mogelijk beantwoorden.

Afrikaanse varkenspest

AVP is een ernstige besmettelijke virusinfectie bij varkens (inclusief wilde zwijnen) die vaak tot sterfte leidt. De ziekte is op basis van Europese regelgeving bestrijdingsplichtig. De ziekte is niet besmettelijk voor mensen.

AVP verspreidt zich direct door contact tussen varkens en indirect via met virus verontreinigd materiaal, zoals transportmiddelen en mest. Het virus kan ook worden overgebracht door het voeren van besmet varkensvlees en andere varkensproducten. Het voeren van deze producten (swillvoedering) is in de Europese Unie (EU) verboden. Introducties worden echter wel geweten aan het illegaal voeren van varkens met deze producten.

Er is geen vaccin tegen AVP beschikbaar.

Situatie in België en andere Europese lidstaten

In 2014 is AVP in de Baltische staten en Polen geïntroduceerd. In 2017 is de ziekte verspreid naar Tsjechië en Roemenië en in 2018 ook naar Hongarije en Bulgarije. Zowel gehouden varkens als wilde zwijnen zijn besmet geraakt. In Polen en Roemenië is het aantal besmettingen de afgelopen maanden sterk toegenomen en zijn honderden, veelal kleinschalige varkenshouderijen, besmet geraakt, waarschijnlijk doordat de bioveiligheidsmaatregelen niet optimaal zijn. Het grootste varkensbedrijf van Roemenië, met 140.000 varkens op verschillende locaties, is eveneens besmet geraakt.

In alle besmette lidstaten zijn de maatregelen opgelegd die worden voorgeschreven in Europese Richtlijn 2002/601. Hierin staat bijvoorbeeld dat besmette bedrijven moeten worden geruimd en dat er een beschermings- en toezichtsgebied met vervoersbeperkingen moet worden ingesteld. Ook staat aangegeven dat een lidstaat een bestrijdingsplan voor uitroeiing van de ziekte bij wilde zwijnen moet opstellen.

Verder heeft de Europese Commissie (EC) een regionaliseringssysteem voor besmette lidstaten ingesteld om handel in varkens en varkensproducten uit de verschillende regio’s, onder strikte voorwaarden, veilig te kunnen laten doorgaan. De EC onderscheidt daarbij drie gebieden: een buffergebied zonder besmettingen (regio I) dat om de besmette gebieden ligt, een gebied waarin de besmetting alleen bij besmette wilde zwijnen is vastgesteld (regio II) en een gebied waarbij de ziekte zowel bij wilde zwijnen als bij gehouden varkens voorkomt (regio III). Voor varkensbedrijven in de regio’s gelden bioveiligheidsmaatregelen en voor onder andere de handel in varkens en varkensproducten en voor verplaatsingen van levende varkens worden voor de verschillende regio’s verschillende voorwaarden gesteld.

België

Op 13 september jl. is de ziekte bij wilde zwijnen in België aangetroffen, in de gemeente Etalle in de provincie Luxemburg. Er is rond de besmettingen door het FAVV (Federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen) en het Waals gewest een besmette zone ingesteld waarin maatregelen zijn opgelegd. Zo zijn er onder andere een jachtverbod en een wandelverbod voor dat gebied ingesteld en geldt er een vervoersverbod voor varkens en varkensproducten. In de bufferzone, die is ingesteld om het besmette gebied, wordt de populatie wilde zwijnen zoveel mogelijk beperkt. In en rondom het gebied worden gehouden varkens en wilde zwijnen gemonitord om een beter beeld te krijgen van de omvang en duur van de besmetting. Inmiddels zijn negen besmette wilde zwijnen gevonden, allemaal in het vastgestelde besmette gebied. Het gebied bevindt zich op ca. 10 km van de Luxemburgse en de Franse grens. De Belgische overheid gaat ervan uit dat de ziekte al zeker een maand in het gebied aanwezig is. Er is geen uitbraak van AVP vastgesteld bij gehouden varkens.

België heeft gisteravond aangekondigd de gehouden varkens in het besmette gebied te gaan doden. Ik heb vandaag van mijn Belgische collega vernomen dat deze maatregel is ingegeven door preventieve sanitaire overwegingen en niet door verplichtingen volgend uit EU-regelgeving.

Ik heb contact met mijn Belgische ambtsgenoot en er zijn zeer nauwe contacten met de Belgische Chief Veterinary Officer. Deze korte lijnen zijn belangrijk voor een goede wederzijdse informatievoorziening.

De ziekte heeft zich de afgelopen jaren over grote afstanden verspreid. De grote sprongen naar anderen lidstaten en nu naar België worden geweten aan menselijke onachtzaamheid, bijvoorbeeld door het achterlaten van vleesproducten die afkomstig zijn van besmette varkens of wilde zwijnen. Als mogelijke bron van verspreiding naar België is ook de illegale handel in levende wilde zwijnen gesuggereerd. De handel in wilde zwijnen is niet toegestaan vanwege het risico van verspreiding van AVP. De precieze infectieroute in België, maar ook bij veel uitbraken in andere lidstaten, is echter onbekend.

Situatie in Nederland

Gezien het verloop van de epidemie in de afgelopen maanden, waarbij de besmetting van wilde zwijnen in België een onverwachte en zorgwekkende ontwikkeling is, blijft het van groot belang dat maatregelen worden getroffen om de kans op introductie zo klein mogelijk te maken en om goed voorbereid te zijn op de bestrijding ingeval een besmetting in wilde zwijnen of uitbraak onder gehouden varkens onverhoopt toch plaatsvindt.

Deskundigengroep dierziekten

Ik heb daarom op 19 september jl. de deskundigengroep dierziekten2 opnieuw gevraagd om een risico-inschatting te maken en mij te adviseren over de effectiviteit van enkele specifieke maatregelen bij een besmetting van wilde zwijnen. De centrale vraag was hoe hoog de kans is dat AVP in Nederland wordt geïntroduceerd. Daarbij heb ik de nadruk gelegd op het risico voor de wilde zwijnen en voor buiten gehouden varkens.

De deskundigen oordelen dat de kans op introductie van AVP door migratie van wilde zwijnen de komende maanden zeer klein is, gezien de afstand tot de besmette gebieden (o.a. België) en beperkte afstanden die wilde zwijnen afleggen. De kans op introductie door menselijk handelen, dat als grootste risicofactor wordt gezien, wordt als klein tot medium geschat.

De kans op introductie in Nederland is met de vondst van de besmette wilde zwijnen in België niet veel toegenomen. De deskundigen hebben wel aangegeven dat de kans op introductie in Nederland toeneemt naarmate het aantal besmette gebieden toeneemt.

De deskundigengroep is van mening dat buiten gehouden varkens geen groot risico lopen op besmetting als de locaties waar zij worden gehouden niet in de buurt van een besmet gebied liggen. In Nederland is op dit moment geen besmetting vastgesteld, noch bij wilde zwijnen noch bij gehouden varkens. Maatregelen opleggen voor buiten gehouden varkens acht ik daarom nu nog niet nodig.

Het definitieve advies van de deskundigengroep zal op korte termijn op de website worden gepubliceerd. Indien er nieuwe ontwikkelingen zijn dan vraag ik de deskundigengroep opnieuw om advies.

Maatregelen

Preventief

Sinds de uitbraken in 2014 zijn al verschillende preventieve maatregelen van kracht. Zo moeten transportmiddelen die gebruikt zijn voor het vervoer van evenhoevigen (waaronder varkens), bij terugkeer uit een land met uitbraken van AVP bij gehouden varkens, in Nederland een tweede reiniging en desinfectie ondergaan. De NVWA voert hierop een administratieve controle uit. De betreffende sectoren zijn gewezen op hun eigen verantwoordelijkheid hierin.

Er is overleg geweest met de sectoren over het nemen van bioveiligheidsmaatregelen op bedrijfsniveau.

Bij de monitoring van wilde zwijnen wordt ook gecontroleerd op AVP. Het afgelopen half jaar zijn 900 bloedmonsters genomen waaruit een steekproef van 233 monsters is getest, alle met een negatieve uitslag.

De NVWA heeft in een aantal talen voorlichtingsmateriaal op haar website geplaatst. Ook Wageningen Bioveterinary Research (WBVR), het nationale referentielaboratorium, en het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) hebben informatie op hun websites gepubliceerd. Ook andere belanghebbenden informeren hun achterban.

Bestrijding bij een besmetting bij gehouden varkens

Op een uitbraak bij gehouden varkens is het Ministerie van LNV voorbereid. Voor de bestrijding is een beleidsdraaiboek opgesteld waarin maatregelen staan aangegeven die LNV zal opleggen. Dit zijn de maatregelen zoals voorgeschreven in de Europese richtlijn en extra maatregelen die ik vanwege de Nederlandse situatie kan opleggen, zoals een algehele standstill. De NVWA heeft een uitvoeringsdraaiboek en ook andere organisaties hebben eigen draaiboeken. Er zijn diverse waakvlamcontracten opgesteld om de bestrijding te kunnen uitvoeren.

Recent heeft de NVWA een oefening gehouden voor klassieke varkenspest (KVP). In 2014 hebben crisisoefeningen voor AVP plaatsgevonden.

Bestrijding bij een besmetting bij wilde zwijnen

Het beleidsdraaiboek KVP/AVP is vooral gericht op de bestrijding van KVP/AVP bij gehouden varkens, maar er staan ook maatregelen in die Nederland kan en moet nemen bij een besmetting bij wilde zwijnen. De verantwoordelijkheid voor de dierziektebestrijding, in dit geval AVP, bij gehouden varkens ligt bij de Minister van LNV. Het beheer van de wilde zwijnenpopulatie is de verantwoordelijkheid van de provincies. Ik ben daarom in gesprek met de provincies Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Overijssel (waar wilde zwijnen voorkomen) over een gezamenlijke aanpak bij een besmetting in wilde zwijnen. Ik wil hierover op zeer korte termijn bestuurlijke afspraken maken.

Mocht er een besmetting bij wilde zwijnen in Nederland worden vastgesteld, dan zal ik de strategie voor de Europese Unie (EU), die de Europese Commissie mede op basis van adviezen van de European Food Safety Authority (EFSA) heeft opgesteld, implementeren.

Ik heb ik deskundigengroep dierziekten op 19 september jl. om advies gevraagd, waarin de vraag werd gesteld wat een effectieve wijze van implementatie van de EU-strategie in Nederland is. In de kern komt het er op neer dat een besmet gebied moet worden ingesteld met daaromheen een buffergebied. Het besmette gebied zou moeten worden gesloten voor tal van activiteiten waaronder de jacht en recreatie zodat rust wordt gecreëerd in de zwijnenpopulatie en om de epidemiologische situatie in kaart te brengen. Reductie van het aantal zwijnen in het buffergebied (dat nog vrij is van AVP) heeft als doel de kans op verspreiding door migratie van zwijnen uit het besmette gebied naar het vrije gebied zo klein mogelijk te maken. Deze handelwijze uit de EU-strategie werd door de meerderheid van de deskundigen onderschreven.

Ik zal in overleg met de provincies, en met lokale deskundigen op het gebied van wild zwijnbeheer en de jacht en met andere belanghebbenden afspreken hoe de maatregelen optimaal kunnen worden geïmplementeerd, met medenemen van het beleid voor het beheer van de populaties in de aangewezen leefgebieden en het beheer daarbuiten.

België en Tsjechië passen deze EU-strategie toe. In Tsjechië lijkt de aanpak effectief; het is nu nog te vroeg om iets te kunnen zeggen over de effectiviteit ervan in België.

Uiteraard zal ik, mocht zich een besmetting bij wilde zwijnen voordoen, de maatregelen die de EU-richtlijn voorschrijft voor varkenshouderijen in het besmette gebied, zoals een afscherm- of opstalplicht, opleggen. Ook andere maatregelen die worden gesteld aan het veilig vervoeren van varkensproducten en varkens zal ik dan opleggen. Hiervoor zal ik een gebiedsregeling opstellen.

Aanvullende acties

Direct nadat de besmetting in België is vastgesteld, heb ik met sectorpartijen en de vier provincies (en de faunabeheereenheden) gesproken.

Om nog meer bewustzijn en aandacht te krijgen voor de wijze waarop menselijk handelen kan leiden tot besmetting en het risico daarop zo veel mogelijk te beperken, heb ik een preventieteam opgericht met een aantal relevante stakeholders, waaronder de Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV), de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV), de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) en Vee&Logistiek Nederland (V&LN). Het preventieteam komt bij elkaar als dat nodig wordt geacht en zal specifieke doelgroepen extra gaan informeren. Tevens zal in dit overleg gesproken worden over mogelijke aanvullende maatregelen met betrekking tot bijvoorbeeld transport vanuit besmette gebieden.

Het is aan alle betrokken partijen om vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid passende preventieve maatregelen te nemen. Ik zal actief blijven communiceren over de ontwikkelingen en over het beperken van de risico’s op besmetting en verspreiding.

De EU-regelgeving geeft aan welke maatregelen een lidstaat moet nemen bij een besmetting. Er is strikte EU-regelgeving die de veilige handel in varkens en varkensproducten garandeert. Ook de standaarden van de Wereldorganisatie voor Diergezondheid zijn daarvoor opgesteld. Volgens deze OIE-standaard verandert de status van een land niet bij een besmetting van een ziekte in wilde fauna. In België is AVP op dit moment alleen bij wilde zwijnen vastgesteld, in één gebied, en niet bij varkens op varkenshouderijbedrijven. De standaarden van de OIE, de EU Richtlijn 2002/60 en beschikking 2014/709 geven aan wat onder deze omstandigheden wel en niet kan om veilige handel te garanderen.

Naar blijkt zijn er derde landen die hun grenzen sluiten bij een besmetting in wilde zwijnen en die zich niet houden aan de internationale standaarden. In het verleden is in internationale gremia, onder andere de Landbouw- en Visserijraad en de raadswerkgroepen van Chief Veterinary Officers, dit punt in algemenere zin vaker besproken. Mocht dat nodig zijn, dan zullen we dat vanzelfsprekend in de toekomst weer aan de orde stellen.

Tenslotte

In deze brief heb ik uiteengezet welke maatregelen en acties ik, samen met andere betrokkenen partijen neem en welke nog genomen kunnen worden in geval van een uitbraak of besmetting. Diverse belanghebbenden hebben suggesties gedaan voor aanvullende maatregelen, deze worden meegenomen bij de verdere voorbereiding. Dit alles heeft als doel de kans op een besmetting met AVP in Nederland zo klein mogelijk te maken en om goed voorbereid te zijn in geval van een besmetting. Dit is niet alleen in het belang van de varkenssector en de vele gezinnen die daarmee hun brood verdienen, maar ook van belang voor een gezonde wilde zwijnenpopulatie en daarmee de natuur in Nederland.

Ik blijf de situatie nauwlettend in de gaten houden en zal, op basis van de veterinaire situatie en de risicobeoordeling daarvan, steeds bepalen of het nemen van aanvullende maatregelen noodzakelijk en passend is.

U wordt geïnformeerd over verdere ontwikkelingen indien daartoe aanleiding is.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
2

Deze is ingesteld om de Minister van LNV van advies te voorzien over de veterinair-technische aspecten van de preventie en bestrijding van besmettelijke dierziekten. Verschillende disciplines (epidemiologen, virologen, praktiserende dierenartsen) zijn vertegenwoordigd. Ad hoc kunnen andere experts worden toegevoegd. De leden van de deskundigengroep worden door de Minister benoemd voor een periode van vier jaar. https://www.deskundigengroepdierziekten.nl/.

Naar boven