29 677
Wijziging van de werknemersverzekeringswetten, de Coördinatiewet Sociale Verzekering, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met uitbreiding van de rechtsgevolgen van de verklaring arbeidsrelatie (Wet uitbreiding rechtsgevolgen VAR)

nr. 15
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 9 mei 2005

Binnen de vaste commissie voor Financiën1 hebben enkele fracties de behoefte om over de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 19 januari 2005 (Kamerstuk 29 677, nr. 14) t.g.v. het aanvraagformulier voor de Verklaring arbeidsrelaties (VAR), enkele vragen en opmerkingen voor te leggen.

De vragen en opmerkingen zijn op 11 februari 2005 aan de staatssecretaris voorgelegd. Bij brief van 4 mei zijn ze door de staatssecretaris van Financiën beantwoord.

De voorzitter van de commissie,

Tichelaar

De griffier van de commissie,

Berck

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het nieuwe formulier, dat bijna direct na aanname van het wetsvoorstel VAR in de Eerste Kamer is gepubliceerd. Het nieuwe formulier en het documentatiemateriaal is een stuk helderder dan het vorige formulier, dat nog vele verwijzingen naar de al afgeschafte WAZ bevatte. De vragen betreffen zowel het aanvraagformulier als de brochure, die het formulier vergezelt. Deze leden zijn tevreden dat nu duidelijk vermeld wordt dat het niet betalen van werknemerspremies betekent dat de VAR-wuo of VAR-dga houder ook niet verzekerd is voor deze verzekeringen.

Op pagina 5 van de brochure staat dat «als in de verklaring staat dat uw inkomsten behoren tot loon uit dienstbetrekking, dan moet uw opdrachtgever loonbelasting inhouden op de bedragen die hij aan u betaalt.» Betekent dit dat er ook uitgebreide rechtsgevolgen verbonden zijn aan een VAR-loon in de zin dat een VAR-loon altijd een dienstbetrekking betreft. De leden van de CDA-fractie hadden nu juist begrepen dat in dat geval de werkgever zelf de dienstbetrekking diende te beoordelen.

Hierbij kan hij gebruik maken van het gezamenlijke beleidsbesluit van UWV en belastingdienst. Wanneer zal het nieuwe beleidsbesluit verschijnen?

Hoe verhoudt bovenstaande vraag zich tot vraag 3b op het aanvraagformulier? (houdt uw opdrachtgever(s) loonheffing in op deze inkomsten). Een aanvrager wil met een aanvraag voor de VAR nu juist duidelijkheid verkrijgen of loonheffing moet worden ingehouden.

Op pagina 11 staat dat de «gevolgen uiteraard niet gelden in geval van misbruik en oneigenlijk gebruik». De leden van de CDA-fractie zijn verbaasd over deze zin. Kan de staatssecretaris precies aangeven wat de uitgebreide rechtsgevolgen inhouden? Kan bijvoorbeeld een derde partij, die buiten het misbruik staat – bijvoorbeeld een tweede opdrachtgever – zich niet beroepen op de uitgebreide rechtsgevolgen? Zo nee, welk voordeel heeft een VAR dan voor een opdrachtgever?

Kunnen aan deze folder rechten verleend worden? Er staat op de internetversie immers geen disclaimer. En is dit de eerste versie of hebben al eerdere versies op het net gestaan?

Tenslotte kunnen deze leden zich voorstellen dat iemand bij vragen 3b tot en met 3d ook soms als antwoord zou willen geven. Waarom is die mogelijkheid niet aanwezig? En vraag 4i: Houdt u een boekhouding bij of laat u deze bijhouden? vinden deze leden moeilijk met ja of nee te beantwoorden: hoe denkt de staatssecretaris over een zelfstandige, die geen boekhouding heeft?

Vragen van de leden van de fractie van de PvdA

Het aanvraagformulier 2005 bevat nog teveel onduidelijkheden. Bent u bereid het aanvraagformulier voor 2006 (samen met de maatschappelijke organisaties) aan te passen?

Kan het vragenformulier dan tevens met een goede toelichting op de vragen worden uitgebreid?

Bent u bekend met het feit dat de voorlichtingsbrochure volgens de maatschappelijke organisaties tekort schiet en zelfs fouten bevat?

Bent u bekend met het feit dat de belastingtelefoon vele vragen over de nieuwe VAR niet kan beantwoorden? Zo ja, wat denkt u daaraan te doen?

Bemiddelingbureaus zoals bijvoorbeeld Uniforce scheppen in hun eigen voordeel verwarring over de nieuwe regelgeving omtrent de VAR. Bent u bereid hier maatregelen tegen te nemen? Zo ja, op welke wijze?

Bent u bereid zo spoedig mogelijk zorg te dragen voor een eenduidige en correctie voorlichting over de VAR?

Vragen van de leden van de fractie van de VVD

Kan de staatssecretaris aangeven hoe de passage «De verklaring is maximaal één kalenderjaar geldig» zich verhoudt tot het amendement Weekers c.s. (en de latere nota van wijziging) die pleit voor een langere geldigheid van de VAR?

Kan de staatssecretaris aangeven hoe met dit formulier de informatievraag aan de zelfstandige zoveel mogelijk beperkt wordt? Met andere woorden; is hetgeen dat nu aan de zelfstandige gevraagd wordt het absolute minimum wat de Belastingdienst dient te weten om haar taken adequaat te kunnen uitvoeren? Houdt de staatssecretaris een vermindering van de informatievraag aan de ondernemer in de toekomst voor mogelijk?

Kan de staatssecretaris van Financiën aangeven of maatschappelijke organisaties betrokken zijn geweest bij het opstellen van het aanvraagformulier voor 2005? Zo ja, wat vonden deze organisaties van het formulier 2005? Welke opmerkingen van maatschappelijke organisaties zijn overgenomen en welke niet? Als opmerkingen niet zijn overgenomen, waarom werden deze niet overgenomen? Zo nee, waarom zijn maatschappelijke organisaties niet betrokken bij het opstellen van het aanvraagformulier 2005?

Kan de staatssecretaris ingaan op de kritiek van de Nederlandse Orde van Administratie en Belastingdeskundigen die aangeeft dat er met betrekking tot verschillende vragen op het formulier onduidelijkheden bestaan over de wijze waarop de vragen geïnterpreteerd dienen te worden?

Kan de staatssecretaris van Financiën aangeven of hij overweegt het formulier 2005 gedurende dit jaar nog aan te passen als het formulier in de praktijk niet of onvoldoende blijkt te voldoen? Of vindt aanpassing dan plaats bij het nieuwe formulier voor 2006?

Kan de staatssecretaris aangegeven op welke wijze de overheid over de nieuwe wetgeving voorlichting aan zelfstandigen, opdrachtgevers en bemiddelaars heeft gegeven of gaat geven?

Kan de staatssecretaris aangeven of maatschappelijke organisaties betrokken zijn geweest bij de inhoud van het voorlichtingsmateriaal? Zo ja, op welke wijze? Heeft de consultatie geleid tot aanpassingen in het materiaal? Wat vinden maatschappelijke organisaties van het voorlichtingsmateriaal en eventuele overige publieksinformatie? Zo nee, waarom zijn maatschappelijke organisaties niet betrokken bij het voorlichtingstraject en materiaal?

Kan de staatssecretaris ingaan op de signalen die de leden van de VVD-fractie ontvangen over (bemiddelings-)bureaus die al dan niet bewust, maar in ieder geval actief, opdrachtgevers en opdrachtnemers benaderen met onjuiste informatie over de nieuwe wetgeving? Is de staatssecretaris ook op de hoogte van deze signalen? Kloppen deze signalen? Zo ja, wat kan en gaat de staatssecretaris hieraan doen?

Vraag van de leden van de fractie van de SP

Kunt u reageren op de diverse opmerkingen die zijn gemaakt in de brief van Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen (NOAB) d.d. 9 februari 2005 (Fin0500068)1.

Vragen van de leden van de fractie van de LPF

Het aanvraagformulier VAR komt de leden van de LPF-fractie voor als het resultaat van een haastklus waarbij weinig of geen consultatie met vertegenwoordigende eenheden van de branche heeft plaatsgevonden. Het resultaat is een typisch belastingformulier dat soms aan duidelijkheid en helderheid te wensen overlaat en dat is jammer want er is ruim voldoende tijd geweest om een goed formulier en informatiebrochure op te zetten in samenspraak met de branche.

Op basis van deze constatering hebben wij de volgende vragen:

Is er bij de samenstelling van het formulier afstemming met de branche geweest?

Hoe en wanneer kan het formulier nog aangepast worden en worden dan wel de maatschappelijke organisaties erbij betrokken?

Onder zelfstandigen is onrust ontstaan over bemiddelingsbureaus als Uniforce en Var-register.nl. zij zouden al dan niet bewust verkeerde informatie aan ZZP-ers en hun opdrachtgevers verstrekken. Kan dit bevestigd worden en zo ja wat gaat de staatssecretaris eraan doen?

Komt er na de onduidelijke invoering vanaf 1 januari jl. nog een wat grootschaliger voorlichtingscampagne, al dan niet in samenspraak met het veld? Naar het idee van de leden van de LPF-fractie kan het niet zo zijn dat er een belangrijke verandering in het gebruik en de werkwijze van de VAR ingevoerd wordt zonder actieve voorlichting richting de gebruikers.

Vragen van de leden van de fractie van D66

Hoe wordt gemonitord of het aanvraagformulier 2005 in de praktijk voldoet?

Stel dat het formulier 2005 in de praktijk niet blijkt te voldoen, wordt het formulier dan dit jaar nog aangepast en hoe worden maatschappelijke organisaties daarbij betrokken?

Hoe zijn maatschappelijke organisaties betrokken bij het opstellen van het aanvraagformulier 2005? Welke van hun opmerkingen zijn wel en niet overgenomen, en waarom? Hoe worden zij in de toekomst betrokken?

Is het waar dat er bureaus actief zijn die opdrachtgevers en opdrachtnemers benaderen met onjuiste informatie over de nieuwe VAR-wetgeving? Op welke wijze denkt u juiste informatie onder de doelgroep bekend te maken over de werking van de VAR?

II Reactie van de staatssecretaris

De leden van diverse fracties hebben kennisgenomen van het vernieuwde aanvraagformulier voor de VAR. Op basis van dit formulier kan de opdrachtnemer een VAR aanvragen die ook rechtsgevolgen kent voor de loonheffing en de premies werknemersverzekeringen. De leden van de CDA-fractie geven aan dat het aanvraagformulier en het voorlichtingsmateriaal een stuk helderder is geworden maar hebben, net als de leden van de andere fracties, toch behoefte aan nadere informatie.

Technische vragen

Een aantal leden van fracties heeft meer technische vragen gesteld terzake van het aanvraagformulier.

De leden van CDA-fractie kunnen zich voorstellen dat iemand bij vragen 3b tot en met 3d ook «soms» als antwoord zou willen geven. Voorts vinden de leden vraag 4i moeilijk met ja of nee te beantwoorden.

De kwalificatie «soms» is niet opgenomen omdat die kwalificatie niets toevoegt aan de informatie die de Belastingdienst gebruikt voor de beslissing terzake van de aard van de arbeidsrelatie.

Een ondernemer is verplicht een boekhouding bij te houden. Deze vraag is op zich op eenvoudige wijze te beantwoorden. Daarbij komt dat indien geen boekhouding wordt bijgehouden, dit nog niet betekent dat de belastingplichtige geen winst uit onderneming geniet. Voor de beoordeling van de kwalificatie van de arbeidsrelatie spelen meer feiten een rol, waaronder het al dan niet bijhouden van een boekhouding.

De leden van de fracties van PvdA, VVD, LPF, en D66 vragen of er opgetreden kan worden tegen bemiddelingsbureaus die, zo schrijven de leden van de PvdA-fractie, verwarring scheppen over de nieuwe regelgeving in hun eigen voordeel. Tegen de bemiddelingsbureaus als zodanig wordt door de Belastingdienst niet opgetreden, omdat de bemiddelingsbureaus geen partij zijn bij de gesloten overeenkomst tussen ZZP'r en opdrachtgever. De Belastingdienst beoordeelt individuele contracten bij controle. In dat kader zullen ook contracten gesloten via een bemiddelingsbureau worden beoordeeld.

De leden van de fractie van de VVD vragen hoe de passage «De verklaring is maximaal één kalenderjaar geldig» zich verhoudt tot het amendement Weekers c.s. (en de latere nota van wijziging) die pleit voor een langere geldigheid van de VAR?

Het uitgangspunt van de Wet uitbreiding rechtsgevolgen VAR is dat een Verklaring maximaal 1 kalenderjaar geldig is. Achtergrond hiervan is het beperken van de risico's van misbruik en oneigenlijk gebruik. De langere doorwerking van de getoonde VAR als gevolg van de wijziging voorgesteld door de regering (Kamerstukken, 29 677 nr. 13, in aanvulling op het amendement Weekers c.s. Kamerstukken, 29 677 nr. 9) ziet op de specifieke situatie waarin een opdracht een kalenderjaar overschrijdt. In die situatie worden de uitgebreide rechtsgevolgen onder voorwaarden verlengd. Dit betekent dat een opdrachtnemer bij een opdracht waarvoor geldt dat:

• de werkzaamheden doorlopen in het aansluitende kalenderjaar;

• de overeenkomst is aangegaan voor 1 november, en

• voor het aansluitende jaar geen nieuwe VAR is aangevraagd en ontvangen voor die opdracht geen nieuwe verklaring behoeft aan te vragen. Dit betekent meer rechtszekerheid.

De leden van de CDA-fractie vragen voorts wanneer een aangepaste versie van het beleidsbesluit van UWV en Belastingdienst benodigd voor het beoordelen van de dienstbetrekking zal uitkomen. De aan de Wet Uitbreiding rechtsgevolgen VAR aangepaste versie van het besluit Beleidsregels beoordeling dienstbetrekking is inmiddels verschenen (Besluit van 8 februari 2005, nr. DGB2005/450M, Stcrt. nr. 31).

Vragen terzake van de brochure

De leden van het CDA melden dat op pagina 5 van de brochure is opgenomen dat «als in de verklaring staat dat uw inkomsten behoren tot loon uit dienstbetrekking, dan moet uw opdrachtgever loonbelasting inhouden op de bedragen die hij aan u betaalt.» Die leden vragen naar aanleiding daarvan of dit betekent dat er ook uitgebreide rechtsgevolgen verbonden zijn aan een VAR-loon in de zin dat een VAR-loon altijd een dienstbetrekking betreft en hoe zich dat verhoudt tot vraag 3b.

Een VAR-loon verklaart voor de heffing van de inkomstenbelasting dat de voordelen die een belastingplichtige geniet uit de arbeidsrelaties waarop de verklaring betrekking heeft, worden aangemerkt als loon. Op grond van de feiten zoals ingevuld in het aanvraagformulier wordt gekeken naar de wijze waarop een opdrachtnemer zijn arbeidsrelatie(s) inricht. Wanneer de uitkomst hiervan de kwalificatie «loon» geeft, en de VAR-loon-beschikking niet na bezwaar of beroep is gewijzigd, is er voor de heffing van de inkomstenbelasting sprake van loon. Formeel is het zo dat een VAR-loon geen doorwerking heeft naar de werknemersverzekeringen. Ook bewerkstelligt een VAR-loon niet dat een concrete arbeidsverhouding arbeidsrechtelijk als dienstbetrekking kwalificeert. Het is zelfs zo dat een VAR-loon nog niet het gevolg behoeft te hebben dat voor de inkomstenbelasting het loon ook wordt belast als loon. Immers, een belastingplichtige kan binnen het kader van zijn werkzaamheden als ondernemer een dienstbetrekking aangaan. De structuur van de Wet inkomstenbelasting 2001 brengt dan met zich dat de opbrengst van de dienstbetrekking een onderdeel vormt van de winst uit onderneming en als zodanig wordt belast. In het besluit Beleidsregels beoordeling dienstbetrekking staat dan ook terecht dat aan een VAR-loon beperkte rechtsgevolgen zijn verbonden.

Wel is het zo dat door het tonen van een VAR-loon aan een opdrachtgever deze er verstandig aan doet loonheffing in te houden om achteraf problemen te voorkomen. In het voorlichtingsmateriaal is er dan ook voor gekozen opdrachtgevers in dit soort gevallen loonheffing te laten inhouden. Voor de werknemersverzekeringen geldt in dat geval dat de opdrachtnemer alleen verzekerd is indien er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking.

In vraag 3b wordt gevraagd of de opdrachtgever loonheffing inhoudt. Indien dat zo is, dan is dat een aanwijzing dat de opdrachtgever kennelijk heeft beoordeeld dat sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Het antwoord is een omstandigheid die meegenomen wordt in de besluitvorming rond de kwalificatie van de arbeidsrelatie.

De leden van CDA-fractie vragen terzake van hetgeen in de brochure is opgenomen over misbruik en oneigenlijk gebruik, wat precies de uitgebreide rechtsgevolgen inhouden en vragen voorts of aan deze folder rechten ontleend kunnen worden.

De uitgebreide rechtsgevolgen van het tonen van een VAR-wuo en een VAR-dga door de opdrachtnemer betekenen voor de opdrachtgever, als ook aan de overige voorwaarden voor de uitgebreide rechtsgevolgen is voldaan, dat wanneer bij een controle van de Belastingdienst of UWV blijkt dat de arbeidsrelatie met zijn opdrachtnemer achteraf als een dienstbetrekking wordt aangemerkt, de opdrachtgever de zekerheid heeft dat voor het verleden geen naheffingsaanslag loonbelasting/premies volksverzekeringen en correctienota's premies werknemersverzekeringen opgelegd kunnen worden. Dit is alleen anders indien opdrachtgever weet dat de getoonde VAR niet geldig is. Die opdrachtgever te kwader trouw kan geen beroep doen op de uitgebreide rechtsgevolgen. Een volgende opdrachtgever evenwel die te goeder trouw is en aan wie die VAR getoond wordt, kan zich wel op de uitgebreide rechtsgevolgen beroepen.

Een brochure is voorlichtingsmateriaal, een communicatiemiddel van de Belastingdienst. Aan dergelijke communicatiemiddelen kunnen naar de aard geen rechten worden ontleend. Om die reden is sinds enige jaren, net als op al het andere voorlichtingsmateriaal, de disclaimer niet langer opgenomen.

De leden van de VVD-fractie vragen of, zoals maatschappelijke organisaties aangeven, de voorlichtingsbrochure tekort schiet en naar het feit dat de Belastingtelefoon een deel van de vragen met betrekking tot de nieuwe VAR niet kan beantwoorden. De leden van VVD-fractie willen voorts nadere informatie met betrekking tot de voorlichting voor opdrachtgevers en opdrachtnemers. De leden van de fractie van D66 vragen of gemonitord wordt of het aanvraagformulier in de praktijk voldoet.

Mij is bekend dat organisaties aanmerkingen hebben op de oude en de nieuwe versie van de brochure. De eerste versie van de brochure heeft kort op het internet gestaan met enkele fouten. Deze brochure is inmiddels verbeterd en vervangen. In het bovenvermelde onderzoek naar het aanpassen van het vragenformulier zal ook een eventuele verdere aanpassing van de brochure worden meegenomen.

Recentelijk heb ik met Uw Kamer een debat gevoerd met betrekking tot het functioneren van de Belastingtelefoon. Kortheidshalve verwijs ik naar de toezeggingen die ik in dat debat heb gedaan. De opmerkingen van deze leden zullen in dat kader worden meegenomen.

Op de internetsite van de Belastingdienst is inmiddels een lijst met antwoorden op veelgestelde vragen over de verklaring arbeidsrelatie opgenomen.

Tijdens de parlementaire behandeling van de Wet uitbreiding rechtsgevolgen VAR is aangegeven op welke wijze de voorlichting plaats zou vinden. Kortheidshalve verwijs ik daarnaar.

Het aanvraagformulier wordt via een aantal instrumenten gemonitord, zoals het meten van het aantal informatieverzoeken bij de Belastingtelefoon, het in gesprek blijven met de maatschappelijke organisaties en een analyse van de beoordeling van de formulieren en bezwaarschriften.

Vragen terzake van de aanpassing van het formulier en betrokkenheid van maatschappelijke organisaties

Leden van diverse fracties stellen vragen met betrekking tot de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties bij de samenstelling van het aanvraagformulier en het voorlichtingsmateriaal en met betrekking tot de mogelijkheden het formulier op onderdelen in overleg met die organisaties aan te passen.

De contacten met de maatschappelijke organisaties die betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het aanvraagformulier en voorlichtingsmateriaal zijn als waardevol ervaren en zullen in de toekomst ook zeker een vervolg krijgen. In dit traject zijn vele suggesties en ideeën uitgewisseld. Een belangrijk deel van deze suggesties en ideeën heeft geleid tot aanpassingen.

Op dit moment wordt onderzocht of aanpassing van het formulier voor 2006 haalbaar is. Daarbij moet wel worden opgemerkt, indachtig de hierboven beschreven, uitgebreide uitwisseling van ideeën en suggesties, dat de mogelijkheden om nog wijzigingen aan te brengen beperkt zijn. Ter bevordering van de rechtszekerheid moet worden voorkomen dat elk jaar gesleuteld wordt aan het aanvraagformulier. Voorts is het zo dat het aantal vragen dat nu is opgenomen het absolute minimum is, de leden van de VVD-fractie vroegen daarnaar, om, mede vanuit het oogpunt van de werknemersverzekeringen, een verantwoorde beslissing te kunnen geven op de vraag of de aanvrager een Verklaring kan krijgen waarmee hij en zijn opdrachtgevers een beroep kunnen doen op de uitgebreide rechtsgevolgen. Uiteraard is het zo dat de regering altijd streeft naar een zo minimaal mogelijke uitvraag van gegevens zonder overigens het nemen van verantwoorde beslissingen in gevaar te brengen.

Een toelichting op en bij de vragen van het aanvraagformulier is in voorbereiding.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Crone (PvdA), Bakker (D66), Hofstra (VVD), De Haan (CDA), Bussemaker (PvdA), Vendrik (GL), Halsema (GL), Kant (SP), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA), ondervoorzitter, Smits (PvdA), De Pater-van der Meer (CDA), Van As (LPF), Tichelaar (PvdA), voorzitter, Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Varela (LPF), De Nerée tot Babberich (CDA), Koomen (CDA), Fierens (PvdA), Aptroot (VVD), Smeets (PvdA), Heemskerk (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Van Egerschot (VVD).

Plv. leden: Rouvoet (CU), Koenders (PvdA), Dittrich (D66), Balemans (VVD), Kortenhorst (CDA), Vacature (algemeen), Duyvendak (GL), Van Gent (GL), De Ruiter (SP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Atsma (CDA), Dijsselbloem (PvdA), Omtzigt (CDA), Eerdmans (LPF), Noorman-den Uyl (PvdA), Mosterd (CDA), Van Bommel (SP), De Vries (CDA), Hermans (LPF), Mastwijk (CDA), Rambocus (CDA), Stuurman (PvdA), Luchtenveld (VVD), Blom (PvdA), Douma (PvdA), De Vries (VVD), Van Beek (VVD).

XNoot
1

Deze brief is ondershands aan de staatssecretaris van Financiën ter hand gesteld en ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven