29 675 Zee- en kustvisserij

Nr. 136 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 oktober 2011

Bij brief van 13 september jl. (Kamerstuk 29 675, nr. 133) heb ik u geïnformeerd over de stand van zaken ten aanzien van de tegemoetkoming in de inkomstenderving voor schone paling en wolhandkrab (spoor 3). Daarbij liet ik u weten het onderzoek van IMARES/RIKILT naar het percentage schone paling begin oktober te verwachten. De resultaten van het onderzoek naar het percentage schone wolhandkrab verwacht ik eind december te ontvangen.

Hierbij stuur ik u het rapport van IMARES/RIKILT inzake het percentage schone paling toe1. Uit het rapport blijkt dat er drie verschillende berekeningen mogelijk zijn om tot een percentage te komen. Uit al deze berekeningen blijkt dat slechts een beperkt percentage paling schoon is. Het percentage varieert tussen de 1,3 en 3,5%.

Ik zal dit rapport betrekken bij het overleg dat nu met de Europese Commissie loopt over de mogelijkheden om binnen het staatssteunkader tot een vergoeding van inkomstenderving te komen. Wanneer ik het rapport over het percentage schone wolhandkrab heb ontvangen, zal ik een definitief besluit nemen over de wijze waarop ik de getroffen vissers in spoor 3 tegemoet zal komen. Ik zal uw Kamer begin december nader informeren.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven