nr. 9
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 februari 2006
Inleiding
Met deze brief informeer ik u over een voorgenomen wijziging van beleid
ten aanzien van het waarschuwen van het publiek bij incidenten, rampen en
crises.
Deze wijziging van beleid wordt ingegeven door mijn wens te komen tot
een verantwoorde afsluiting van de opbouw van het waarschuwingsstelsel bestaande
uit sirenes. Nu de opbouwfase wordt afgesloten hebben gemeenten de mogelijkheid
de eventuele verdere uitbouw van het sirenestelsel voor eigen rekening voort
te zetten. Daarnaast wil ik komen tot een aanpassing van het beleid aan ontwikkelingen
in de communicatietechniek en in de samenleving. Naast de algemene behoefte
van het publiek om snel gealarmeerd te worden, wordt de wens steeds duidelijker
om niet alleen een alarmmelding te ontvangen, maar te gelijkertijd door de
overheid ook concreet geïnformeerd te worden.
In de afgelopen periode – bijvoorbeeld bij de aanslagen in Madrid
en Londen – is opnieuw gebleken dat overheidscommunicatie naar het publiek
bij crises van groot belang is. Het handhaven van het «publiek vertrouwen»
door middel van open communicatie staat daarbij voorop. Het is van belang
dat de betrokken overheden – meer en beter dan voorheen – in staat
worden gesteld aan die wens te voldoen.
Voor het waarschuwen van de bevolking bij incidenten, rampen of crises
kan de lokale overheid gebruik maken van het waarschuwingsstelsel bestaande
uit sirenes (ook wel WAS: waarschuwings- en alarmeringsstelsel, zie bijlage
1)1.
De opbouw van dit systeem en het daaraan gekoppelde plaatsingsprogramma
van sirenes wordt binnenkort door BZK afgesloten met een laatste uitbreiding
met 100 sirenes. Ik herbevestig echter dat het huidige waarschuwingsstelsel
tot 2017 zal worden gehandhaafd en onderhouden.
Een verbreding van het waarschuwings- en alarmeringsbeleid door beproeving
van nieuwe communicatie methoden is noodzakelijk, o.a. om beter tegemoet te
kunnen komen aan de vraag naar informatie van het publiek en overheden bij «stereotype»
incidenten en rampen. De crises die ons land de afgelopen jaren troffen, hebben
aanleiding gegeven tot het zoeken naar een flexibilisering van het huidige
waarschuwings- en alarmeringsstelsel, en het nemen van nieuwe initiatieven
in het kader van het crisisbeheersingsbeleid.
Van waarschuwingsbeleid naar crisis communicatiebeleid
In algemene zin kan worden opgemerkt, dat het overheidsbeleid zich in
de afgelopen periode heeft ontwikkeld van een «eenzijdig» waarschuwings-
en alarmeringsbeleid naar een meer complex crisiscommunicatiebeleid, waarin
het snel en feitelijk informeren van het publiek een belangrijke plaats inneemt.
Deze ontwikkeling heeft er onder andere toe geleid dat naar nieuwe methoden
wordt gezocht.
Een nieuwe techniek voor het waarschuwen en informeren bij incidenten,
rampen en crises, kan mogelijk als aanvulling dienen op het huidige stelsel.
BZK neemt deel in een proef van twee jaar om te onderzoeken of het alarmeren
en gelijktijdige informeren van het publiek via het locatiegebonden verzenden
van tekstberichten naar mobiele telefoons meerwaarde biedt (zie bijlage 2:
cell broadcasting)1. Nagegaan wordt of gekomen
kan worden tot blijvende introductie van cell broadcasting in Nederland.
De huidige systematiek van decentrale alarmering door de lokale overheid
kan daarmee worden gehandhaafd en versterkt.
Conclusie met betrekking tot het huidige waarschuwingsstelsel
De middelen die de (lokale) overheid momenteel heeft voor het (grootschalig)
waarschuwen van het publiek lopen achter op de maatschappelijke realiteit.
Het publiek beschikt immers in toenemende mate over mobiele communicatie apparatuur,
waarmee een steeds meer inhoudelijke overheidsberichtgeving mogelijk wordt.
Door die middelen te gebruiken kan het publiek bij incidenten, rampen of crises
mogelijk snel voorzien worden van actuele, concrete en feitelijke informatie.
Bovendien kan zo beter richting worden gegeven aan het vermogen tot zelfredzaamheid
van het publiek.
Relatie met het alerteringssysteem (Terrorismebestrijding)
Recent heb ik uw Kamer in het kader van de Voortgangsrapportage beleidsplan
Crisisbeheersing 2004–2007 geïnformeerd over ontwikkelingen ten
aanzien van het alerteringssysteem.
Tussen het waarschuwings- en alarmeringsstelsel – bestaande uit
sirenes – en het alerteringssysteem dient een duidelijk onderscheid
te worden gemaakt. Het waarschuwingsstelsel is gericht op het publiek, terwijl
het alerteringssysteem vooral is gericht op het waarschuwen en informeren
van groepen professionals in het openbaar bestuur en de bij het alerteringssysteem
aangesloten bedrijfssectoren.
Niettemin is een interactie tussen beide systemen voorstelbaar wanneer
een lokale overheid geconfronteerd wordt met de afkondiging van een alerteringsniveau.
Op grond van haar verantwoordelijkheid voor het handhaven van de openbare
orde en het adequaat waarschuwen en informeren van het publiek, kan de lokale
overheid besluiten het publiek daarover in algemene termen te informeren.
Laatste bijplaatsing van sirenes
Ondanks de hierboven aangegeven beperkingen van het huidige waarschuwingsstelsel
acht ik een laatste verdichting van het waarschuwingsstelsel met een bijplaatsing
van 100 sirenes verantwoord. Verder acht ik dit noodzakelijk op grond van
de provinciale risicokaart (ex art. 6a Wet rampen en zware ongevallen) en
bij gemeenten ontstane verwachtingen. Temeer daar met de verdere ontwikkeling,
implementatie en operationalisering van aanvullende methoden – zoals
cell broadcasting – nog enige tijd zal zijn gemoeid.
Na deze laatste bijplaatsing die in 2006 zal worden uitgevoerd, kunnen
gemeenten verder op eigen kosten overgaan tot het bijplaatsen van sirenes
op hun grondgebied. Het ministerie van BZK is bereid om in hun opdracht en
voor hun rekening het onderhoud en beheer van deze (gemeentelijke) sirenes
uit te voeren.
Gelijktijdig met deze brief zal ik de besturen van de hulpverlenings-
en brandweerregio’s hierover schriftelijk informeren.
Het is mijn overtuiging dat met de in deze brief aangekondigde initiatieven,
enerzijds het op verantwoorde wijze afsluiten van een lopend programma en
anderzijds het op pro-actieve wijze oppakken van innovatieve ontwikkelingen
ter verbreding van het huidige waarschuwingsbeleid, het ministerie van BZK
een substantiële bijdrage levert aan het waarschuwingsbeleid voor de
komende jaren.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J. W. Remkes