nr. 9
BRIEF VAN DE LEDEN HAMER, DIJSSELBLOEM EN KRANEVELDT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 mei 2005
Aan het eind van de eerste termijn van het debat over ons initiatiefwetsvoorstel
met betrekking tot integratie in het onderwijs kondigden wij aan, met een
(tweede) nota van wijziging te komen. Daarnaast hebben wij, gevolg gevend
aan het verzoek van het lid Lambrechts tijdens dat debat, met de minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap besproken of en hoe de verschillen tussen
het initiatiefwetsvoorstel 29 666 en het wetsvoorstel van de regering
29 959 zijn te overbruggen.
Op 17 en 19 mei 2005 heeft dit overleg plaatsgevonden. Het overleg
heeft, in samenhang met de opmerkingen die tijdens de behandeling in eerste
termijn van de kant van de Kamer zijn gemaakt, geresulteerd in de volgende
wijzigingen in het initiatiefwetsvoorstel:
• De formuleringen over actief burgerschap en sociale integratie
uit wetsvoorstel 29 959 worden opgenomen in het initiatiefwetsvoorstel
29 666.
• De aanduiding «multiculturele samenleving» in de vigerende
wetteksten van WPO, WEC en WVO wordt vervangen door «pluriforme samenleving».
• In plaats van de toevoeging aan de doelstellingen van het onderwijs
van een voorschrift over de ontmoeting van leerlingen met leeftijdgenoten
van andere culturen, komt er een bepaling die inhoudt dat het onderwijs mede
bevordert dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende
achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.
• De formulering over taalbeleid wordt gewijzigd in een formulering
over de aandacht die scholen op structurele en herkenbare wijze zullen moeten
besteden aan het bestrijden van achterstanden, in het bijzonder in de beheersing
van de Nederlandse taal.
Tegelijkertijd met deze brief ontvangt U de tweede nota van wijziging
(kamerstuk 29 666, nr. 10) waarin deze wijzigingen zijn verwerkt. De
toelichting bij deze nota van wijziging gaat dieper in op de hierboven al
kort aangeduide wijzigingen.
De minister zal Uw Kamer per brief informeren over de consequenties voor
het wetsvoorstel van de regering.
Wij hopen hiermee in voldoende mate aan de opmerkingen en bezwaren van
de Kamer te zijn tegemoet gekomen en hopen dat we op korte termijn de behandeling
van ons wetsvoorstel kunnen voortzetten. De behandeling kan wat ons betreft
gebeuren in samenhang met de behandeling van het wetsvoorstel 29 959
en de daarbij door U nog te ontvangen nota van wijziging van de regering.
Hamer
Dijsselbloem
Kraneveldt