nr. 73
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 oktober 2007
Hiermee informeer ik u over twee experimenten rond Schiphol die gepland
zijn om nog dit jaar van start gaan. De experimenten komen voort uit het convenant
hinderbeperking korte termijn, dat onderdeel is van het Aldersadvies. Het
eerste experiment betreft het zoveel mogelijk volgens een vaste bochtstraal
vliegen tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep (CROS-pilot). Het tweede experiment
regelt het volgen van de nachtroutes vanaf de Polderbaan tussen 6:00 en 6:45
uur.
Achtergrond
In 2006 heeft het kabinet een evaluatie uitgevoerd naar het Schipholbeleid.
Tijdens de evaluatie van het Schipholbeleid is een ieder in de gelegenheid
gesteld om voorstellen voor verbetering van het Schipholbeleid in te dienen.
De Commissie Regionaal Overleg luchthaven Schiphol (CROS) heeft tijdens de
evaluatie een verbetervoorstel ingediend dat erop gericht was om mogelijke
verbeteringen van beleid eerst voor een bepaalde periode in de praktijk uit
te testen voordat deze in regelgeving worden vastgelegd.
Om dit mogelijk te maken is eind 2006 aan de Wet luchtvaart het experimenteerartikel
toegevoegd (artikel 8.23a).
Vervolgens is als onderdeel van het Aldersadvies een pakket van hinderbeperkende
maatregelen opgenomen in het convenant hinderbeperking. De eerder uitgewerkte
CROS-pilots maken hier onderdeel van uit.
De maatregelen worden met name in 2008 en 2009 uitgevoerd, waarbij de
maatregelen waarvan het verwachte effect het grootst is als eerste van start
gaan. Voor een aantal van deze maatregelen geldt dat een tijdelijke afwijking
verwacht wordt van de in het LVB vastgelegde grenswaarden voor geluid in de
handhavingspunten of de hierin vastgelegde luchtverkeerwegen. Deze maatregelen
worden gezien als experiment zoals bedoeld in artikel 8.23a van de Wet luchtvaart.
Hiervoor kunnen door middel van een ministeriële regeling vervangende
grenswaarden vastgesteld worden of kan een vrijstelling met betrekking
tot het routegebruik worden verleend.
De experimenten
Het eerste experiment dat uitgevoerd zal worden betreft een kleinschalige
maatregel bij Hoofddorp en Nieuw Vennep waarvoor de CROS een aanvraag heeft
ingediend. Bij vertrekkende vluchten die gebruik maken van de Spijkerboor
uitvliegroute vanaf de Kaagbaan (baan 24) maken vliegtuigen een bocht tussen
Nieuw-Vennep en Hoofddorp. In de huidige situatie snijden sommige vliegtuigen
de bocht af terwijl andere vliegtuigen de bocht te ruim nemen. Er wordt dan
o.a. over Nieuw-Vennep, Zwaanshoek en/of Hoofddorp gevlogen, hetgeen bijdraagt
aan de geluidhinder op deze plaatsen.
Voor dit experiment worden vervangende grenswaarden vastgesteld.
Met het experiment wordt onderzocht of de hinder in deze gebieden per
saldo afneemt als vliegtuigen de bocht preciezer vliegen. De bocht wordt daarmee
namelijk meer geconcentreerd boven het dunbevolkte gebied tussen Hoofddorp
en Nieuw-Vennep in.
Dit experiment wordt uitgevoerd door alle Boeing 737 vliegtuigen van de
KLM omdat deze uitgerust zijn met de apparatuur die nodig is om de bocht nauwkeuriger
te vliegen. Dit is circa 35% van het totaal van de vertrekkende vluchten
vanaf de Kaagbaan die de Spijkerboorroute volgen.
Het tweede experiment dat uitgevoerd wordt betreft de nachtelijke vertrekroutes
vanaf de Polderbaan. Voor dit experiment zijn door LVNL, KLM en Schiphol de
benodigde gegevens aangeleverd en is door hen een aanvraag ingediend. Het
experiment houdt in dat de nachtelijke vertrekroutes vanaf de Polderbaan,
zoals vastgelegd in het LVB, ook tussen 6:00 uur en 6:45 uur worden gevlogen.
Dit geldt voor alle vertrekkende straalvliegtuigen vanaf de Polderbaan tussen
6:00 uur en 6:45 uur.
Voor dit experiment worden vervangende grenswaarden vastgesteld en worden
de tijdaanduidingen op de kaarten in het LVB voor de luchtverkeerwegen voor
het vertrekkend verkeer vanaf de Polderbaan aangepast.
Het langer gebruiken van de nachtelijke vertrekroutes vanaf de Polderbaan
heeft tot gevolg dat er een geografische verschuiving van de geluidshinder
plaatsvindt. In het ene gebied zal, naar verwachting, het aantal ernstig gehinderden
en het aantal ernstig slaapverstoorden toenemen en in het andere gebied afnemen.
De bedoeling van het experiment is dat het aantal ernstig gehinderden en het
aantal ernstig slaapverstoorden per saldo afneemt, zodat uiteindelijk minder
mensen hinder ondervinden.
Per saldo betekent dit dat er, naar verwachting, als gevolg van het experiment
ongeveer 8000 minder ernstig gehinderden en 2400 minder ernstig slaapverstoorden
zullen zijn.
De effecten van de experimenten worden gedurende de uitvoering gemonitord
en vervolgens opgenomen in de evaluatie. Voor de monitoring wordt onderzoek
gedaan naar onder meer de geluidbelasting in de handhavingspunten en in de
gebieden waar het experiment betrekking op heeft en wordt door middel van
enquêtes een onderzoek uitgevoerd naar het effect van de experimenten
op de beleving.
In de ministeriële regelingen is een artikel opgenomen dat aangeeft
hoe in onvoorziene gevallen het experiment kan worden bijgestuurd, opgeschort
of gestopt.
Proces ministeriële regelingen
Om beide experimenten te kunnen uitvoeren zijn door CROS, LVNL, KLM en
Schiphol vervangende grenswaarden voorgesteld. Deze vervangende grenswaarden
zijn opgenomen in de twee bijgevoegde ontwerp ministeriële regelingen.1
Zoals toegezegd in de wetsbehandeling van het experimenteerartikel informeer
ik u hierbij over deze regelingen. Deze liggen nu tevens bij de CROS ter advisering
en er vindt tussen 12 oktober a.s. en 8 november a.s. inspraak op
de regelingen plaats.
Na de inspraakperiode en het advies van de CROS worden de regelingen door
de minister van VROM en mijzelf definitief vastgesteld.
De concentratie van de bocht tussen Hoofddorp en Nieuw Vennep is gepland
om op 22 november a.s. van start te gaan en het verlengen van het gebruik
van de nachtroutes van de Polderbaan op 21 december a.s. Beide experimenten
lopen vervolgens tot en met 31 oktober 2008 (einde gebruiksjaar). Voordat
de experimenten aflopen zullen deze geëvalueerd worden om de doeltreffendheid
van de maatregelen in de praktijk te kunnen bepalen. Deze evaluatie wordt
aan de Tweede Kamer aangeboden, inclusief standpunt van de minister van VROM
en mijzelf over de voortzetting van de experimenten.
De minister van Verkeer en Waterstaat,
C. M. P. S. Eurlings