29 665 Evaluatie Schipholbeleid

Nr. 591 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 maart 2026

Op 11 maart 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan over de versnelde wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) die per 1 november 2025 in werking is getreden.1 De versnelde wijziging van het LVB legde het maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar vast op 478.000, waarvan 27.000 in de nacht. Tijdens de procedurevergadering van 11 maart 2026 heeft de vaste Kamercommissie IenW tevens verzocht om een reactie op deze uitspraak.

Uitspraak

De Raad van State oordeelt dat de versnelde LVB-wijziging onvoldoende gemotiveerd is en niet zorgvuldig tot stand is gekomen. De beroepen worden gegrond verklaard en de Raad van State vernietigt de versnelde LVB-wijziging. Tevens treft de Raad van State de voorlopige voorziening dat het maximum aantal vliegtuigbewegingen in de nacht vastgesteld blijft op 27.000, totdat de algehele wijziging van het LVB Schiphol in werking treedt.

Implicaties

Door de vernietiging van de versnelde wijziging van het LVB ligt het maximum aantal vluchten per jaar niet vast in het LVB. Daardoor wordt teruggevallen op de gedoogsituatie van het anticiperend handhaven. Zoals in de brief van 30 oktober 2025 aan de Kamer is gemeld, gaat de huidige aanwijzing aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) uit van maximaal 478.000 vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar.2

Momenteel wordt de uitspraak van de Raad van State nader bestudeerd, om te bepalen wat de implicaties zijn. Een uitgebreidere kabinetsreactie kunt u daarna tegemoetzien. Zoals door de Kamer gevraagd, ontvangt u deze voor het commissiedebat dat gepland staat op 7 april. De uitspraak onderstreept het belang van de ontwerpwijziging van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol, dat momenteel in het kader van de voorhangprocedure bij de Kamer ligt. Het is van groot belang om de juridische basis van Schiphol op orde te brengen.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans

Naar boven