Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2025
In mijn brieven van 4 juni jl. en 11 juli1 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de uitspraak die de Rechtbank Den Haag heeft gedaan
in de beroepen tegen de Natuurvergunning voor Schiphol en uw Kamer geïnformeerd over
mogelijke scenario’s voor het te nemen herstelbesluit.
Zoals ik in mijn brief van 11 juli heb aangegeven, heb ik hoger beroep ingesteld tegen
de uitspraak van de rechtbank. Dit hoger beroep schorst echter niet de noodzaak om
een herstelbesluit te nemen. Het is niet mogelijk gebleken om op korte termijn een
herstelbesluit te nemen dat aan de eisen van de rechtbank voldoet. Voor het aantonen
van additionaliteit van de mitigerende maatregelen die Schiphol heeft getroffen, is
namelijk meer (ecologisch) onderzoek en afstemming met betrokken provincies noodzakelijk.
Om te kunnen voldoen aan het additionaliteitsvereiste zal een verder uitgewerkt pakket
aan maatregelen moeten worden vastgesteld.
Hierdoor duurt de situatie voort dat de luchthaven Schiphol wordt geëxploiteerd zonder
de vereiste Natuurvergunning. Gezien de beginselplicht om handhavend op te treden,
heb ik daarom overwogen of ik tot handhaving moet overgaan. Ik ben daarbij tot de
conclusie gekomen dat, alle relevante belangen afwegende en gelet op het kabinetsbeleid
zoals vastgelegd in de Nota «Grenzen aan gedogen»2, er in het geval van Schiphol sprake is van een uitzonderingssituatie en dat handhavend
optreden onevenredig bezwarend zou zijn. Daarbij is wel van belang dat Schiphol de
mitigerende maatregelen die waren opgenomen in de vergunningaanvraag, continueert.
Dit kan geborgd worden door aan de gedoogbeschikking voorschriften verbinden.
Ik heb daarom een beschikking genomen om, onder het stellen van voorschriften, de
situatie dat Schiphol zonder vereiste natuurvergunning in werking is, te gedogen voor
een periode van twee jaar ingaande 19 december 2025.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie