nr. 143
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 september 2009
Ontvangen ter Griffie van de Tweede Kamer op 3 september 2009.
De ministeriële regeling kan niet eerder worden vastgesteld dan op
1 oktober 2009.
De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
en ik hebben de Tweede Kamer op 3 oktober 2008 (kamerstuk 2008–2009,
29 665, nr. 107) laten weten voornemens te zijn om het Luchthavenverkeerbesluit
Schiphol (LVB) aan te passen op basis van de positief beoordeelde experimenten.
Dit is gebeurd in bijgaande ontwerpwijziging van het LVB.1 In dit LVB is tevens het artikel aangepast dat betrekking heeft op
de maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren.
Verder informeren wij u hierbij over de concept ministeriële regeling
voor de voortzetting van het experiment voor het langer gebruiken van de nachtelijke
vertrek en naderingsprocedures.
Beide (concept)besluiten worden in het vervolg van deze brief toegelicht.
Aanpassing luchthavenverkeerbesluit Schiphol
In het kader van de in artikel 8.24 juncto 8.14 Wet luchtvaart vastgelegde
voorhang van wijzigingen van het LVB ontvangt u bijgaand de ontwerpaanpassing
van het LVB en het definitieve milieueffectrapport dat hieraan ten grondslag
ligt.
Tevens is het ontwerp in de Staatscourant bekend gemaakt, zodat parallel
aan de voorhang bij Eerste en Tweede Kamer, gelegenheid wordt gegeven voor
inspraak. Daarnaast wordt de Commissie m.e.r. om advies gevraagd. Vervolgens
zal het ontwerp aan de Raad van State voor advies worden voorgelegd. De verwachting
is dat de aanpassing in het gebruiksjaar 2010 in werking treedt.
De aanpassing komt enerzijds voort uit de evaluatie van de experimenten
in 2008 en de aanvullende evaluatie in 2009. Op basis van deze evaluaties
heeft CROS over het vervolg van de experimenten geadviseerd.
In mijn brief van oktober 2008 (kamerstuk 2008–2009, 29 665,
nr. 107) heb ik u reeds geïnformeerd over de positieve evaluatie van
de experimenten. Bij twee experimenten (vaste bochtstraal tussen
Hoofddorp en Nieuw-Vennep en een wijziging van de vertrekroute vanaf de Polderbaan
boven Amsterdam) had de CROS aangegeven dat aanvullende informatie nodig was
om tot een advies te kunnen komen. In het evaluatierapport van 2009, dat ik
ter informatie heb bijgevoegd, is deze nadere informatie beschreven.1 Op basis hiervan heeft de CROS op 2 juli 2009 alsnog
een positief advies uitgebracht over beide experimenten.
Het totaaleffect van de genoemde experimenten is in het MER beschreven.
De definitieve invoering van de experimenten leidt tot een afname van 18 000
ernstig gehinderden in de omgeving van Schiphol. Ik acht dit een mooi resultaat
van de uitvoering van het convenant hinderbeperkende maatregelen korte termijn!
Daarnaast heeft de aanpassing betrekking op een alternatieve maatregel
voor luchtkwaliteit. Deze maatregel leidt ertoe dat Schiphol een meerjaren-programma
wordt voorgeschreven zodat de meest gebruikte vliegtuigopstel- en afhandelingsplaatsen
worden voorzien van een vaste stroomaansluiting en pre-conditioned air. Zo
wordt Schiphol de mogelijkheid geboden om de aan de maatregel verbonden investeringen
te temporiseren gezien de afname van het aantal vliegtuigbewegingen. De maatregel
past binnen de afspraken die in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma
Luchtkwaliteit (NSL) over Schiphol zijn gemaakt. Per 1 januari 2015 is
de luchtkwaliteit op Schiphol op het vereiste niveau.
Voortzetting experiment langer gebruiken van nachtelijke
vertrek- en naderingsprocedures in de vroege ochtend
In december 2007 heb ik u per brief (kamerstuk 2007–2008, 29 665,
nr.77) geïnformeerd over de achtergrond, het doel en afspraken met betrekking
tot deze hinderbeperkende maatregel.
In het Convenant hinderbeperking en ontwikkeling Schiphol
tot 2020 zijn onder andere deze afspraken met betrekking tot het
alternatief voor de maatregel «verlengen nachtelijke vertrek- en naderingsprocedures»
verder uitgewerkt. Daarbij is afgesproken de huidige maatregel voort te zetten
tot eind oktober 2010 en daarna onvoorwaardelijk te beëindigen. In 2010
wordt het besluit genomen hoe met ingang van het gebruiksjaar 2011 verder
wordt gegaan met een maatregel die qua effect een soortgelijke hinderbeperkende
werking heeft en die geen schade toebrengt aan het mainportgebonden verkeer
op de luchthaven Schiphol. De luchtvaartpartijen zoeken hierbij in eerste
instantie naar het synchroniseren van de nacht- en dagprocedures.
Het experiment is gestart op 13 maart 2008 en verlengd op 19 november
2008 vanwege de positieve effecten op de hinderbeperking op advies van de
CROS voor de periode van een jaar. In die periode heb ik de voortgang van
het experiment nauwkeurig gemonitord en geëvalueerd. Ik heb u daar per
eerder genoemde brief van 3 oktober 2008 over geïnformeerd.
De Wet luchtvaart staat niet toe de thans geldende regeling nogmaals te
verlengen. Om die reden is op basis van een aanvraag van de luchtvaartpartijen
(KLM, LVNL en Schiphol) door mij in overeenstemming met mijn collega van VROM
een nieuwe concept ministeriële regeling opgesteld waarmee het experiment
conform de hierboven bedoelde afspraken nog een jaar wordt voortgezet. Daarbij
is de strekking van het experiment ongewijzigd gebleven.
De effecten van het experiment heb ik gedurende het experiment uitvoerig
gemonitord en samengevoegd in het evaluatierapport dat ik u heb toegezonden
in oktober 2008. Daarbij heb ik geconcludeerd dat de maatregel weliswaar positieve
effecten heeft op de hinderbeperking maar tevens negatieve effecten heeft
op de netwerkkwaliteit van Schiphol. Om die redenen is in het convenant afgesproken
de maatregel voort te zetten tot 2010 en daarna te beëindigen. Gezien
het tijdelijke karakter van deze maatregel en de reeds bekende effecten zie
ik dan ook geen aanleiding om komend jaar wederom een uitvoerige evaluatie
uit te voeren. Op dit moment wordt door de luchtvaartpartijen gewerkt aan
een alternatief voor de maatregel. Indien daar meer duidelijkheid over bestaat
zal ik u tijdig informeren.
Het ontwerp van de ministeriële regeling vindt u samen met een toelichting
als bijlage bij deze brief.1) Dit ontwerp is tevens aan de CROS toegezonden
ter advisering. Voor de regeling geldt een wettelijke inspraakperiode van
4 weken. De inspraakperiode start op 3 september 2009. Na de inspraakperiode
zal ik het advies van de CROS en alle inspraakreacties verwerken, de regeling
definitief vaststellen en publiceren in de Staatscourant.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De minister van Verkeer en Waterstaat,
C. M. P. S. Eurlings