29 665
Evaluatie Schipholbeleid

nr. 138
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 maart 2009

De exploitant van luchtvaartterrein Lelystad Airport heeft het voornemen de start- en landingsbaan te verlengen en het gebruik van de luchthaven te wijzigen ten opzichte van het huidige gebruik. Hiertoe dient de vigerende aanwijzing van luchtvaartterrein Lelystad te worden aangepast. Hiervoor heeft de exploitant op 8 mei 2008 een aanvraag ingediend bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en het ministerie van VROM. Conform de Wet ruimtelijke ordening wordt van mij gevraagd uw kamer uiterlijk vier weken voorafgaand aan het ontwerp-aanwijzingsbesluit op de hoogte te stellen van het voornemen om dit besluit te nemen. Middels deze brief wil ik hieraan voldoen.

De aanvraag

In het verzoek tot wijziging vraagt de exploitant onder meer:

• De verlenging van de bestaande verharde starten landingsbaan tot een lengte van 2100 m;

• De aanleg van een taxibaan met een breedte van 15 m ten noorden van de start- en landingsbaan.

• De aanleg van een nieuw afhandelingsareaal aan de noordzijde van de luchthaven;

• Een vergroting van de geluidscontouren voor klein en groot verkeer binnen de kaders van de Planologische kernbeslissing luchtvaartterreinen Maastricht en Lelystad;

• De openingstijden van 06:00 tot 23:00 uur lokale tijd met een extensieregeling tussen 23:00 en 24:00 uur

• Vastlegging van de nieuwe grenzen van het luchtvaartterrein.

Met de aangevraagde voorzieningen kan de uitbreiding van Lelystad Airport plaatsvinden. Onder meer kan een deel van de general aviation (ongeregeld vliegverkeer zoals zakelijke vluchten, taxivluchten, lesvluchten en proefvluchten) dat nu nog gebruik maakt van Amsterdam Airport Schiphol over worden genomen op Lelystad Airport.

Daarnaast is de exploitant voornemens Lelystad Airport kleinschalig te benutten voor beperkt intra-Europees vliegverkeer zoals bijvoorbeeld point-to-pointverkeer of chartervluchten.

Het aanwijzingsverzoek heeft als horizon 2015.

Het beleidskader

Voor deze luchthaven is de PKB Luchtvaartterreinen Maastricht en Lelystad in 2004, na overleg met onder andere uw Kamer, van kracht geworden. Deze PKB beschrijft hoe het luchtvaartterrein is ingericht, bevat planologische kaders voor de luchthavenontwikkeling en geeft kaders voor de beschikbare milieuruimte. Deze PKB vormt daarmee voor de minister van Verkeer en Waterstaat en mij het toetsingskader voor het onderhavige aanwijzingsverzoek van de exploitant.

Eind 2008 heeft de heer Alders zijn advies over de ontwikkeling van de luchthaven Schiphol tot 2020 uitgebracht. Het kabinet heeft dit advies omarmd. In dit advies wordt ook de luchthaven Lelystad genoemd in verband met het accommoderen van niet-mainportgebonden vliegverkeer van de luchthaven Schiphol. Echter, hierbij geldt uitdrukkelijk de voorwaarde uit het advies dat voor de periode tot en met 2015 de ontwikkeling van de luchthaven conform de huidige aanwijzingsprocedure verloopt. Het huidige aanwijzingsverzoek is daarmee in lijn met het advies van de heer Alders en de kabinetsreactie daarop. De ontwikkeling na 2015 zal afhankelijk zijn van de marktontwikkelingen en de vraag naar capaciteit op Lelystad Airport. Voor nieuwe ontwikkelingen dienen eerst de geldende wettelijke besluitvormingsprocessen te worden doorlopen.

De aanwijzing

Conform artikel 4.4 lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) deel ik u mee dat ik in overeenstemming met de minister van Verkeer en Waterstaat voornemens ben over te gaan tot het geven van een aanwijzing aan de gemeenten Lelystad, Dronten en Zeewolde. Middels deze aanwijzing verzoek ik deze gemeenten de parallel aan de Wro-aanwijzing af te geven Luchtvaartwetaanwijzing in hun planfiguren over te nemen. De luchtvaartwetaanwijzing zal door de minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met mij worden gegeven aan de exploitant van de luchthaven Lelystad.

Voordat er een definitief aanwijzingsbesluit zal worden genomen zal er van beide besluiten een ontwerp gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Ik zal uw kamer eveneens op de hoogte stellen van deze ontwerp-besluiten. Vervolgens zal er, mede op basis van de inspraakreacties, een definitief besluit worden genomen.

Naar verwachting zullen beide aanwijzingsbesluiten begin mei in ontwerp klaar zijn. Het is de bedoeling om de definitieve aanwijzingsbesluiten in september 2009 vast te stellen.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. M. Cramer

Naar boven