Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201529664 nr. 125

29 664 Binnenvisserij

Nr. 125 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 juni 2015

Met deze brief zend ik u de tweede tussentijdse evaluatie van het aalbeheerplan die ik deze week aan de Europese Commissie heb verzonden1. Op grond van de Europese Aalverordening zijn alle lidstaten verplicht zo’n tweede evaluatie voor 1 juli 2015 bij de Europese Commissie in te dienen. De Europese Commissie zal op basis hiervan een verslag opstellen over deze aalbeheerplannen. Dit verslag zal door de Europese Commissie worden ingediend bij het Europees parlement en Raad. Vervolgens neemt de Raad daar een besluit over. Tot die tijd blijft het huidige aalbeheerplan inclusief de daarin opgenomen maatregelen van kracht.

De evaluatie laat zien dat de maatregelen uit het Nederlandse aalbeheerplan vanaf 2009 hebben geleid tot een substantiële teruggang in sterfte door menselijk handelen. Deze reductie is voornamelijk het gevolg van beperkingen van de visserij (recreatief en beroep). Ten op zichte van de eerste evaluatie (2009–2010) is er een aanvullende lichte daling in sterfte (2011–2013) waarneembaar.

Dat de maatregelen over 2011–2013 slechts een lichte daling laten zien, komt doordat de visserijbeperkende maatregelen tot nu toe de meeste impact hebben gehad op de sterfte. Het grootste effect hiervan was merkbaar in de eerste jaren. Aanvullende daling in sterfte moet nu vooral komen van het oplossen van de vismigratieknelpunten. Echter, zoals ook al bij de eerste evaluatie is aangegeven, is een deel van de vismigratieknelpunten die opgelost zouden worden getemporiseerd. Sindsdien liggen de aanpassingen op schema en de verwachting is dat alle tot en met 2015 geplande migratieknelpunten eind 2015 ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Ook de jaren daarna (tot 2027) staan nog verscheidene projecten rond het oplossen van vismigratieknelpunten gepland.

De eerste effecten van de glasaaluitzet zijn pas 5 tot 10 jaar na uitzet waarneembaar, wat betekent dat op zijn vroegst eind 2015 de eerste effecten van de glasaaluitzet als maatregel van het aalbeheerplan waarneembaar zal zijn. De aalpopulatie in Nederland en de uittrek van schieraal zullen pas veel later substantieel verbeteren omdat de aal een lange levenscyclus heeft.

Voor meer informatie verwijs ik u naar de Nederlandse samenvatting die in de evaluatie is opgenomen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl