Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 oktober 2014
In de overleggen van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu van 18 (Kamerstuk
33 750 A, nr. 94) en 26 juni 2014 (Kamerstuk 33 930 XII, nr. 7) heb ik u toegezegd het jaarverslag 2013 MJPO toe te zenden en u, mede namens de
Staatssecretaris van Economische Zaken, nader te informeren over de effectiviteit
en de budgettaire vrije ruimte van het Meerjarenprogramma Ontsnippering.
Jaarverslag
In 2004 hebben de toenmalige Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieu, van Landbouw, Natuur en Visserij en van Verkeer en Waterstaat gezamenlijk
het Meerjarenprogramma Ontsnippering ondertekend waarin het oplossen van de ruim 200
knelpunten in de bestaande rijksinfrastructuur met de Ecologische Hoofdstructuur (EHS)
verwoord staat.
Voor LNV stond hierbij het realiseren van de robuuste verbindingen voorop.
Bij de behandeling van de Nota MJPO in uw kamer in 2005 is afgesproken dat de voortgang
jaarlijks wordt gemeld aan het Nationaal Mobiliteitsberaad (thans het Bestuurlijk
Koepeloverleg Infrastructuur en Milieu geheten). Het vorige Kabinet heeft het beleid
van de robuuste verbindingen geschrapt, inclusief de hiermee gemoeide financiële middelen.
Uw kamer wordt jaarlijks via de begroting, de verantwoordingsrapportage en de Voortgangsrapportage
Groot Project EHS geïnformeerd over de voortgang.
Als bijlage bij deze brief treft u als kamerstuk het toegezegde Jaarverslag 2013 MJPO
aan1, dat al beschikbaar was op de internetpagina van het programma (www.mjpo.nl). Verslagen van eerdere jaren zijn er ook te vinden.
Effectiviteit
In het debat met uw Kamer is de vraag naar de effectiviteit van de maatregelen en
het effect ervan op het EHS-beleid gesteld. Hoofdstuk 5 van het jaarverslag (De Rijkdom
van het MJPO) gaat in op de effectiviteit van de uitgevoerde ontsnipperingsmaatregelen.
Monitoring toont aan dat de gerealiseerde ontsnipperingsmaatregelen inderdaad worden
gebruikt door de beoogde doelsoorten. Daarmee dragen deze maatregelen bij aan het
stoppen van de achteruitgang van de biodiversiteit dus ook aan de realisatie van het
Natuurnetwerk Nederland (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). Naast deze specifieke
voortgangsmonitoring, heeft de Staatssecretaris van Economische Zaken vorig jaar met
de provincies in het Natuurpact (Kamerstuk 29 652, nr. 3) ook algemene voortgangsafspraken gemaakt. Jaarlijks bespreken rijk en provincies
bestuurlijk de ontwikkelingen op het beleidsterrein van de natuur, de voortgang van
de realisatie van de ambities en eventuele knelpunten daarbij. Verder zal het Planbureau
voor de Leefomgeving driejaarlijks het gevoerde beleid op basis van de afspraken uit
het Natuurpact evalueren. Pas na realisatie van het gehele Natuurnetwerk Nederland
kan worden getoetst in hoeverre de totale mix van alle instrumenten, waaronder het
MJPO, heeft bijgedragen aan de realisatie van het NNN en dus aan het stoppen van de
achteruitgang van de biodiversiteit in ons land.
Budgettaire vrije ruimte
Het MJPO loopt van 2005 tot en met 2018. In 2009 bent u geïnformeerd over de Evaluatie
van dit programma. Dit heeft geleid tot afspraken over de herijkte lijst van knelpunten
in de bestuurlijke overleggen MIRT najaar 2010 en tot een planning van de aanpak van
deze knelpunten per provincie voor de rest van de programmaduur. ProRail en Rijkswaterstaat
geven hier uitvoering aan.
Het oorspronkelijk gereserveerde totaalbedrag voor het MJPO was € 410 mln. Dit bestond
uit € 250 mln voor ontsnipperingsmaatregelen, onder verantwoordelijkheid van I&M,
en uit € 160 voor de Robuuste Verbindingen onder verantwoordelijkheid van EZ. Door
het schrappen van de Robuuste Verbindingen is dit teruggebracht naar € 287,5 mln (€ 37,5
mln. was al daadwerkelijk besteed aan de Robuuste Verbindingen). De taak en het budget
voor het realiseren van maatregelen aan de Robuuste Verbindingen is overgedragen aan
de Provincie.
Het jaarverslag meldt in hoofdstuk 4 (Financieel overzicht) voor de periode tot en
met 2018 nog een bedrag van € 41 mln beschikbaar is voor ontsnipperingsmaatregelen.
Het overige bedrag van € 209 mln is al besteed.
Voor een bedrag van € 37 mln zijn hiervoor inmiddels met de regio gebiedsgerichte
afspraken gemaakt. Deze zijn ook verbonden aan besluitvorming over wegenprojecten,
zoals de A59 Oostelijke Langstraat en de N35 Nijverdal – Wierden.
Momenteel is er een bedrag van circa € 4 mln. aan budgettaire vrije ruimte. Gezien
de totale omvang van het programma, en de mogelijke risico’s van tegenvallers bij
de aanbesteding, wil ik dit bedrag vooralsnog hiervoor blijven reserveren. Na afloop
van het programma zult u uiteraard een verantwoording ontvangen.
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus