Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2003-2004 | 29620 nr. 2 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2003-2004 | 29620 nr. 2 |
Vastgesteld 24 juni 2004
De vaste commissie voor Defensie1 heeft een aantal vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Defensie over zijn brief inzake het instellen van de cateringorganisatie Paresto (29 620, nr. 1).
De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 23 juni 2004.
Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
Waarom kiest de regering niet voor een privatisering van de bedoelde cateringorganisatie Paresto? Is dat – op termijn – wellicht het einddoel?
Het besluit om de cateringactiviteiten bij defensie in te besteden bij een interne dienst die een baten-lastenstelsel voert is genomen in juli 2002 naar aanleiding van een onderzoek naar mogelijkheden van doelmatigheidsvergroting bij kantines en voedselvoorziening bij defensie. Bij dat onderzoek zijn enkele onduidelijkheden gesignaleerd die onmiddelijke uitbesteding riscovol maakten. De horecafunctie was namelijk verspreid over en verschillend gestructureerd per defensieonderdeel, mede daardoor bestond onvoldoende beeld van de kwantiteit en kwaliteit van de behoefte. Alvorens een afweging te kunnen maken of uit doelmatigheidsoverwegingen de horecafunctie in aanmerking zou kunnen komen om te worden uitbesteed is het nodig dat de horecaorganisatie bedrijfsmatig is ingericht en dat inzicht bestaat in de te leveren producten en diensten en in de daarmee gepaard gaande kosten. Bovendien konden de gevolgen voor de operationele inzetbaarheid van de krijgsmacht bij onmiddelijke privatisering niet worden vastgesteld.
Met het oprichten van een dienst die een baten-lastenstelsel voert wil defensie, naast het bereiken van doelmatigheid, deze onduidelijkheden opheffen. Om vast te stellen of Paresto marktconform functioneert heeft defensie aan het besluit voorlopig in te besteden het voornemen verbonden om in 2006 Paresto te toetsen aan de markt.
Wat is -in deze tijden van transparantie en openheid – de reden dat gegevens over doelmatigheid vertrouwelijk worden verstrekt?
Het bedrijfsplan van Paresto maakt onderdeel uit van de achtergrondinformatie die aan het parlement is verstrekt naar aanleiding van het voornemen van defensie Paresto de status te verlenen van dienst die een baten-lastenstelsel voert. In dit bedrijfsplan staat specifieke informatie over investeringsplannen en daarvoor geraamde budgetten, vandaar dat het als commercieel vertrouwelijk is gerubriceerd. Tevens wordt in het bedrijfsplan ingegaan op doelstellingen en prestatie-indicatoren, maar deze informatie over doelmatigheid is dus niet de reden geweest voor de rubricering.
Hoe verhouden zich kosten en baten binnen de te vormen organisatie tot dezelfde gegevens van andere, op de vrije markt opererende cateraars? Kan de regering kengetallen verstrekken die via de techniek van benchmarking inzicht geven in de efficiency en de verwachte (verbeterde) doelmatigheid?
In de begroting 2005 van defensie zullen prestatie-indicatoren zijn opgenomen, inclusief de norm die ervoor gesteld wordt. Momenteel vindt een nulmeting plaats en in de eerste suppletore begroting van 2005 zal de nulmeting voor de hier beschreven prestatie-indicatoren worden opgenomen.
Waarom wordt niet – zoals gebruikelijk – een jaar proefgedraaid?
In veel opzichten was de werkorganisatie Paresto in staat om op 1 januari 2004 officieel van start te gaan en daarmee een heel jaar proef te draaien. Enkele relatief eenvoudige organisatorische en financieel administratieve redenen lagen ten grondslag aan het besluit tot drie maanden uitstel. Aangezien de regering de mening is toegedaan dat de doelstellingen van het proefdraaien in de beschikbare tijd goed haalbaar zijn, is besloten, in uitzondering op de algemene regel, ruimte te bieden de problemen nog voor de start op te lossen. Dankzij het uitstel heeft een succesvollere start plaats kunnen vinden. Uiteraard zal door het Begeleidingsteam Verzelfstandigingen van de ministeries van BZK en financiën (BiFi-team) kritisch worden toegezien op het realiseren van de doelstellingen van het proefdraaien.
Deelt de regering de mening dat inzake de instelling van Paresto recht moet worden gedaan aan het departementaal moratorium, inclusief het oordeel van de Algemene Rekenkamer (AR)? Hoe waardeert de regering de beoordeling van de AR van het Jaarverslag 2003, gezien in het licht van de wens tot het vormen van Paresto, waarbij niet een jaar wordt proefgedraaid? Wat zijn de consequenties van een jaar uitstel? Heeft de AR de situatie bij de te vormen organisatie beoordeeld?
Het departementaal moratorium is een geschikt instrument om de bestaande diensten die een baten-lastenstelsel voeren te stimuleren hun financieel beheer op orde te houden.
Vanwege de fasering van de procedure om een dienst een status te verlenen van een dienst die een baten-lastenstelsel voert, is met de Commissie voor de Rijksuitgaven tijdens een Algemeen Overleg (23 oktober 2003) overeengekomen de aanvraag te baseren op de beoordeling van de departementale auditdienst.
Over het jaar 2003 zijn bij diensten die een baten-lastenstelsel voeren van defensie geen tekortkomingen geconstateerd door de AR. Het oordeel van de AR geeft dan ook geen aanleiding het voornemen Paresto de status te verlenen van een dienst die een baten-lastenstelsel voert te herzien, ook niet in het licht van de kortere proefperiode.
Mocht de status met een jaar vertraging verkregen worden, dan zal de doelmatigheidswinst die ervan wordt verwacht eveneens vertraagd gerealiseerd worden. Ook zal het streven om de cateringorganisatie in 2006 op marktconformiteit te toetsen navenant vertraging oplopen.
Samenstelling:
Leden: De Vries (PvdA), Bakker (D66), Koenders (PvdA), Van Beek (VVD), Karimi (GL), Timmermans (PvdA), Van Bommel (SP), Albayrak (PvdA), Wilders (VVD), Balemans (VVD), Van Baalen (VVD), Snijder-Hazelhoff (VVD), Van Winsen (CDA), Van den Brink (LPF), Mastwijk (CDA), Herben (LPF), Ondervoorzitter, Duyvendak (GL), Kortenhorst (CDA), Huizinga-Heringa (CU), Van Velzen (SP), Algra (CDA), Haverkamp (CDA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Straub (PvdA), Blom (PvdA), Eijsink (PvdA) en Brinkel (CDA).
Plv. leden: Van Dam (PvdA), Lambrechts (D66), Waalkens (PvdA), Cornielje (VVD), Halsema (GL), Fierens (PvdA), De Ruiter (SP), Adelmund (PvdA), Veenendaal (VVD), Van Miltenburg (VVD), Visser (VVD), Oplaat (VVD), De Haan (CDA), Nawijn (LPF), Smilde (CDA), Hermans (LPF), Vendrik (GL), Bruls (CDA), Van der Staaij (SGP), De Wit (SP), De Vries (CDA), Ormel (CDA), Ferrier (CDA), Van Heemst (PvdA), Tichelaar (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA) en Van Dijk (CDA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29620-2.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.