Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 mei 2010
De Telegraaf berichtte 21 april jl. over «een conferentie van moslimradicalen» die eind mei in Amsterdam gehouden zou worden.1 Uw Kamer heeft gevraagd om een brief over dit onderwerp – voorafgaand aan een te houden Algemeen Overleg, dat inmiddels is
gepland op 20 mei aanstaande – die opheldering en een inschatting van de situatie biedt rond deze berichtgeving.
Er is enige verwarring ontstaan in de berichtgeving volgend op het eerste bericht in de Telegraaf over de te houden conferentie.2 Ik kan u melden dat eind mei in Amsterdam twee verschillende conferenties worden georganiseerd die beide over het thema islam in Nederland gaan.
Allereerst wordt op 29 mei in de Amsterdamse RAI het Nationaal Islam Congres gehouden. Dit congres wordt georganiseerd door het Dar al-’Ilm, een instituut voor islamstudies in Nederland. Vorig jaar
heeft het Dar al-’Ilm instituut een soortgelijke conferentie georganiseerd.
Ten tweede is op de website van de Federation of Islamic Organisations Europe (FIOE) de conferentie Islam in Holland – Meditating on the Present and Future Horizons aangekondigd. Deze zou worden georganiseerd door de International Support Organisation (ISO) en de Federatie Islamitische Organisaties Nederland (FION) en zou worden gehouden van 28 tot 30 mei in Amsterdam.
De FIOE is de Europese vertegenwoordiger van de Moslimbroederschap. De FION is aangesloten bij deze Europese koepelorganisatie.
De Moslimbroederschap is in 1928 in Egypte opgericht en heeft sinds die tijd een grote ontwikkeling doorgemaakt. De Moslimbroederschap
is uitgegroeid tot een mondiale beweging die in meer dan zeventig landen actief is, maar alleen in Egypte een daadwerkelijke
organisatievorm kent. De Moslimbroederschap moet dan ook niet worden gezien als een monolithische organisatie; er is sprake
van een veelheid van nationale en lokale bewegingen met verschillende doelstellingen die naar plaats en tijd verschillen.
De Moslimbroederschap streeft naar een «herislamisering» van de moslimgemeenschap in Europa volgens een zeer orthodoxe leer,
waarbij de islam leidend moet zijn in alle aspecten van het leven.
De Moslimbroederschap in Nederland deelt deze doelstellingen. Om deze te realiseren probeert de Moslimbroederschap zoveel
mogelijk invloed te verwerven binnen de Nederlandse moslimgemeenschap. Hiertoe richten zij moskeeën en tal van verenigingen
op en organiseren zij conferenties en bijeenkomsten. Daarnaast bouwt de Moslimbroederschap actief aan een netwerk van contacten
binnen de politiek, de overheid en het maatschappelijke middenveld. Op deze wijze wil de Moslimbroederschap de belangen van
de Nederlandse moslimgemeenschap behartigen. Hoewel de Moslimbroederschap vooral lijkt te streven naar het creëren van een
moslimvriendelijk klimaat in Europa, is het voorstelbaar dat de zeer orthodoxe interpretatie van de islam op gespannen voet
komt te staan met de beginselen van de democratische rechtsorde.
Enkele van uw Leden stelden voorts vragen over de mogelijkheden om visa te onthouden aan personen die gewelddadige oproepen
hebben gedaan of willen doen teneinde hun deelname aan een conferentie in Nederland te verhinderen. Er is expliciet gevraagd
naar de heer Qaradawi. Ik beschik op dit moment niet over aanwijzingen dat de heer Qaradawi naar Nederland komt. Hij komt
niet voor op de aangekondigde lijst met genodigden. Voor zover een persoon die naar Nederland wenst te komen teneinde deel
te nemen aan een conferentie, visumplichtig is, geldt dat zijn visumaanvraag wordt getoetst aan de in de Visumcode neergelegde
voorwaarden. Nederland kan, net als de andere Schengenlanden, een persoon de toegang tot Nederland weigeren om redenen van
openbare orde, binnenlandse veiligheid, de volksgezondheid of internationale betrekkingen. Op dit moment heb ik geen aanwijzingen
dat personen naar Nederland willen komen die in bovengenoemde categorieën zouden vallen.
Wanneer er aanwijzingen zijn van een dreiging voor de nationale veiligheid, wordt dergelijke informatie gedeeld met samenwerkingspartners
en belangendragers opdat gepaste maatregelen kunnen worden getroffen.
In Nederland bestaan vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst en vrijheid van vereniging. Het zijn grondrechten
die grondwettelijk zijn verankerd. Het staat een ieder vrij om deze rechten uit te oefenen, behoudens zijn of haar verantwoordelijkheid
voor de wet. Deze omvatten ook de vrijheid om zeer orthodoxe opvattingen te huldigen, zoals het ook ieder vrijstaat om afvallig,
ongelovig of onverschillig ten aanzien van religie te zijn. Dit geldt ook voor het willen verspreiden van de eigen (geloofs)overtuiging.
Zolang dit binnen de grenzen van de rechtstaat gebeurt, staat iedereen in zijn of haar recht om zulke opvattingen te huldigen
en in eigen kring of daarbuiten aan voorlichting en zendingswerk te doen. Indien personen in Nederland de grenzen van de rechtsstaat
overschrijden door bijvoorbeeld op te roepen tot geweld of voorbereidingen te treffen tot geweld, is een oordeel over hun
optreden aan het Nederlandse rechtssysteem.
Tegen deze achtergrond zal ik de voorbereidingen voor conferenties waarvan mogelijk radicale groepen gebruik maken, nauwlettend
volgen.
De minister van Justitie,
minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. M. H. Hirsch Ballin