Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201929614 nr. 135

29 614 Grondrechten in een pluriforme samenleving

31 289 Voortgezet Onderwijs

Nr. 135 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 september 2019

Op 11 juli jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over het Cornelius Haga Lyceum te Amsterdam (hierna: CHL) en mijn voornemen het bestuur een aanwijzing te geven (Kamerstuk 29 614, nr. 132). Hiermee breng ik u op de hoogte van het feit dat ik vandaag het bestuur van genoemd lyceum een aanwijzing heb gegeven vanwege wanbeheer.1

Een bestuurlijke aanwijzing is een zware maatregel, die ik alleen inzet in een ernstige situatie. De inspectie van het onderwijs (verder: de inspectie) heeft vastgesteld dat het handelen van het bestuur schadelijk is voor de leerlingen.

Dit bestuur is niet geschikt om de verantwoordelijkheid voor het onderwijs te dragen en dient dus op te stappen.

Een nieuw bestuur dat aan de voorwaarden van de aanwijzing voldoet en adequaat uitvoering geeft aan de herstelopdrachten van de inspectie kan ervoor zorgen dat leerlingen zich veilig verder ontwikkelen en zich voorbereiden op een plek in de maatschappij.

Aanwijzing vanwege wanbeheer (artikel 103g WVO)

Op 11 juli jl. heb ik het bestuur van het CHL bericht over mijn voornemen tot een aanwijzing vanwege wanbeheer en heb ik het bestuur vier weken gegeven om zijn zienswijze met betrekking tot de voorgenomen aanwijzing naar voren te brengen. Het bestuur heeft op 8 augustus jl. zijn zienswijze kenbaar gemaakt. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze is er op ambtelijk niveau een gesprek geweest met de bestuurder van de school. Dit gesprek heeft geen nieuwe inzichten opgeleverd. De zienswijze en het gesprek hebben mijn ernstige zorgen over het handelen van dit bestuur niet kunnen wegnemen.

Accountantsverklaring

Van de inspectie heb ik begrepen dat zij een review gepland hadden bij het accountantskantoor dat ook de controle bij CHL heeft uitgevoerd. Het gaat om een review naar meerdere dossiers. Het accountantskantoor weigerde in eerste instantie om het dossier over CHL beschikbaar te stellen. De inspectie heeft uiteindelijk het dossier moeten vorderen en is nu bezig met onderzoek. Ik zal uw Kamer over de voortgang informeren.

Onderzoek in het kader van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob)

Op 5 april jl. ben ik een onderzoek gestart in het kader van de Wet Bibob om uit te sluiten dat de onderwijsbekostiging voor het CHL wordt gebruikt voor het plegen van strafbare feiten of om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten. Het bestuur van het CHL heeft geweigerd de vragen die ik in het kader van een Bibob-onderzoek heb gesteld, te beantwoorden.

Het bestuur heeft daarmee niet willen meewerken aan het verschaffen van duidelijkheid, waar dit in verband met het ontvangen van Rijksbekostiging wel verwacht mag worden. Deze opstelling draagt evenmin bij aan mijn vertrouwen in het bestuur.

Gevolgen voor leerlingen, ouders en docenten

Ik heb de ouders en leerlingen van het Cornelius Haga Lyceum via de Medezeggenschapsraad en de Ouderraad geïnformeerd over mijn besluit. De conclusie is dat ik mij genoodzaakt zie om in het belang van een veilige omgeving voor leerlingen een aanwijzing te geven. Alleen vervanging van het huidige bestuur kan er voor zorgen dat er onderwijs wordt gegeven dat aan alle eisen voldoet. Ik begrijp dat dit voor sommige leerlingen en ouders moeilijk kan zijn en dat zij vragen hebben. Wij hebben hiervoor een e-mailadres opengesteld. 2

Verdere procedure

Het bestuur dient binnen twee weken na dagtekening – uiterlijk 30 september a.s. – een voorstel in voor een interim-bestuur. Vervolgens zal uiterlijk op 14 oktober a.s. het bestuur zijn taken en bevoegdheden hebben overgedragen aan het interim-bestuur. Het nieuwe bestuur dient met vertrouwen aan de slag te gaan met de herstelopdrachten van de inspectie.

Ik streef ernaar dat de leerlingen hun schoolloopbaan ongestoord op een veilige school kunnen voortzetten. Dat kan echter alleen als het bestuur zijn verantwoordelijkheid neemt en opstapt voor 14 oktober a.s. Als het bestuur niet opstapt, dan zie ik mij genoodzaakt de bekostiging te beëindigen.

Tot slot

Ik ga er vanuit dat het bestuur van het CHL zijn verantwoordelijkheid neemt en zo spoedig mogelijk terugtreedt. Niet de belangen van de bestuursleden moeten de basis van het bestuurshandelen zijn, maar het belang van leerlingen, ouders en docenten dient op de eerste plaats te komen. Alle leerlingen hebben recht op onderwijs in een veilige leeromgeving.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl