29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nr. 885 MOTIE VAN HET LID VAN BRENK

Voorgesteld 6 maart 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een derde van de werknemers van wie de werkgever bij het UWV een ontslagvergunning aanvraagt, van mening is dat de opgevoerde bedrijfseconomische grond voor het ontslag niet klopt;

overwegende dat het UWV voor de ontslagaanvraag marginaal en terughoudend toetst en aangeleverde informatie van werkgever en werknemer in principe niet op juistheid controleert;

met de Inspectie Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid van mening dat het UWV voor het overtuigend «aannemelijk maken» van het ontslag aangeleverde informatie zo veel als mogelijk zou moeten verifiëren en dat dit ook op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel in de Algemene wet bestuursrecht mag worden verwacht;

erzoekt de regering, de marginale toetsing door het UWV dienovereenkomstig nader af te bakenen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Brenk

Naar boven