Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201929544 nr. 869

29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nr. 869 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 december 2018

Op verzoek van de vorige Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is een verkenning uitgevoerd naar de bereidheid van branche organisaties van werkgevers om aan slachtoffers van de beroepsziekte OPS een eenmalige financiële tegemoetkoming te verstrekken. De verkenning is verricht door de heren Heerts en Van Kesteren. Recent hebben de verkenners mij een eindrapportage toegezonden. Deze treft u als bijlage aan1.

OPS is een aandoening die het gevolg is van een te hoge blootstelling aan vluchtige oplosmiddelen in het werk. Het gaat daarbij vooral om blootstellingen uit het verleden die tegenwoordig niet meer voorkomen. Het persoonlijk leed dat de slachtoffers treft en de soms jarenlange vergeefse strijd die zij hebben gevoerd voor een tegemoetkoming, heeft enorm ingegrepen in de levens van betrokkenen en hun naasten.

Ik ben de verkenners zeer erkentelijk voor hun inzet om voor de OPS slachtoffers een oplossing te vinden. De verkenners hebben uiteindelijk geconstateerd dat de branche organisaties, waar in het verleden de hoogste blootstellingen voorkwamen, om uiteenlopende redenen geen ruimte zagen aan het verzoek te voldoen, bijvoorbeeld omdat ondernemingen die hun zaken destijds netjes op orde hadden dan moeten meebetalen aan zaken waar zij geen aandeel in hadden. Ook speelde de angst voor precedentwerking een rol. De verkenners hebben ook andere mogelijkheden verkend, wat de lange duur van de verkenning verklaart. Ook alternatieve opties bleken evenwel uiteindelijk onvoldoende levensvatbaar.

Dat de verkenners uiteindelijk geen werkbare oplossing hebben gevonden die voorziet in een financiële tegemoetkoming van werkgevers aan de OPS-slachtoffers, vind ik zeer betreurenswaardig, juist gezien het leed dat de slachtoffers treft. Werkgevers zijn primair verantwoordelijk voor de bescherming van werknemers tegen veiligheids- en gezondheidsrisico’s op het werk, in dit geval risico’s als gevolg van de blootstelling aan schadelijke stoffen. Om die reden zijn verkenners gevraagd werkgevers te bewegen te komen tot een financiële tegemoetkoming.

De conclusie die de verkenners hebben moeten trekken dat er geen andere mogelijkheid resteert dan dat de overheid in de financiële tegemoetkoming voorziet, staat haaks op de verantwoordelijkheidsverdeling die wij kennen.

Ik acht deze optie niet voor de hand liggend omdat de overheid dan de verantwoordelijkheid van werkgevers voor de gevolgen van nadelige arbeidsomstandigheden op zich zou nemen. Door de mogelijke precedentwerking is dat mijns inziens onwenselijk.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, T. van Ark


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.