29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nr. 766 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Ontvangen ter Griffie op 27 januari 2017.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer overgelegd tot en met 24 februari 2017.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 25 februari 2017.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 januari 2017

Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit tot aanpassing van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten in verband met de aanpassing van de minimumjeugdloonregeling. Deze wijziging vloeit voort uit het wetsvoorstel tot Wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en enige andere wetten in verband met de verlaging van de leeftijd waarop men recht heeft op het volwassenminimumloon, in verband met stukloon en meerwerk en enige andere wijzigingen. Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerpnota van toelichting1.

De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure op grond van de artikelen 3:1, negende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 18, negende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 2, achtste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, en 6, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State ter advisering zal worden voorgelegd.

Ter voldoening aan bovengenoemde is het ontwerpbesluit in de Staatscourant bekend gemaakt om een ieder de gelegenheid te geven om binnen vier weken wensen en bedenkingen kenbaar te maken.

Op grond van de aangehaalde bepalingen geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven