29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nr. 573 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 november 2014

Tijdens het Algemeen Overleg Arbeidsmarktbeleid van 15 oktober 2014 heb ik uw Kamer toegezegd schriftelijk specifieke voorbeelden te geven van situaties waarin in relatie tot het algemeen verbindend verklaren (avv) van cao’s dispensatie om bedrijfsspecifieke redenen wordt verleend. Met deze brief doe ik deze toezegging gestand.

Procedure dispensatie van avv

Avv heeft in de kern tot doel de verantwoordelijkheid van sociale partners voor de cao te ondersteunen en te beschermen. Het beoogde effect is om neerwaartse concurreren op arbeidsvoorwaarden te voorkomen. Inherent aan het avv-instrument is dat cao-bepalingen, op verzoek van een meerderheid in een sector, kunnen worden opgelegd aan een minderheid in die sector.

De Wet avv regelt de bevoegdheid van de Minister om uitzonderingen te maken. De dispensatieregels zijn uitgewerkt in het Toetsingskader avv. Dispensatie geschiedt alleen in lijn met het doel van de Wet avv en een dispensatieverzoek wordt alleen in behandeling genomen wanneer dit is voorzien van een motivering waaruit blijkt dat de beoogde dispensatie aansluit bij deze doelstelling.

In het Toetsingskader avv zijn navolgende dispensatiecriteria opgenomen:

  • dispensatieverzoekende partijen beschikken over een eigen rechtsgeldige cao;

  • onafhankelijkheid (ten opzichte van elkaar) van de partijen die de eigen rechtsgeldige cao zijn overeengekomen en om dispensatie verzoeken;

  • dispensatie van avv wordt alleen verleend indien vanwege zwaarwegende argumenten toepassing van de bedrijfstak-cao door middel van avv redelijkerwijze niet kan worden gevergd.

In het Toetsingskader is verder opgenomen dat van zwaarwegende argumenten met name sprake is als de specifieke bedrijfskenmerken op essentiële punten verschillen van de ondernemingen die tot de werkingssfeer van de avv-cao gerekend kunnen worden.

In de motivering van een dispensatieverzoek dienen verzoekers dus te beargumenteren waarom toepassing van de bedrijfstak-cao redelijkerwijze niet kan worden gevergd. In de dispensatieprocedure wordt hoor en wederhoor toegepast: dispensatieverzoekers en avv-cao-partijen worden in de gelegenheid gesteld om te reageren op elkaars standpunten. Op basis van de ingewonnen informatie wordt vervolgens een besluit inzake dispensatie genomen. Er wordt een afweging gemaakt waarbij de ingebrachte standpunten worden gewogen en getoetst aan voornoemde dispensatiecriteria.

De dispensatiepraktijk

Het Ministerie van SZW monitort de dispensatieverzoeken en de procedures die daaruit voortvloeien. Hieruit blijkt dat dispensatieverzoeken regelmatig worden toegekend. Dispensatieverzoekers kunnen met andere woorden goed uit de voeten met de criteria uit het Toetsingskader avv. Dit maakt maatwerk mogelijk in bijzondere situaties.

Dispensatiebeslissingen zijn vatbaar voor bezwaar en beroep. Partijen die het niet eens zijn met een dispensatiebeslissing kunnen bezwaar aantekenen en wanneer zij het niet eens zijn met een beslissing op bezwaar kunnen zij zich tot de rechter wenden. Zij kunnen bij de rechtbank in beroep gaan en bij de Raad van State in hoger beroep. Van deze mogelijkheden is door de diverse partijen gebruik gemaakt. Zowel door dispensatieverzoekers die het niet eens zijn met een afwijzing, als door avv-verzoekers die het niet eens zijn met een toegewezen dispensatie. Dit heeft ertoe geleid dat er inmiddels uitgebreide jurisprudentie is op het terrein van avv en dispensatie. Het feit dat de rechter onafhankelijk kan toetsen geeft een extra bescherming aan de rechten van de dispensatie- en avv-verzoekers. Uit de jurisprudentie blijkt dat een dispensatiebesluit doorgaans stand houdt, zowel in beroep als in hoger beroep. Daaruit maak ik op dat de toe- en afwijzing van dispensatieverzoeken zorgvuldig geschiedt, dat een onafhankelijke belangenafweging wordt gemaakt, waarbij argumenten en zienswijzen van partijen zorgvuldig worden gewogen.

Enkele cijfers

Van 1 januari 2007 (de datum waarop het huidige dispensatiebeleid in werking is getreden) tot en met oktober 2014 zijn 166 dispensatieverzoeken ingediend. Daarvan hebben er 127 tot een beslissing geleid. De overige 39 verzoeken hebben niet tot een beslissing geleid omdat zij zijn ingetrokken (23) of of omdat er geen avv-besluit is genomen.

Van de 127 verzoeken waarop een beslissing is genomen zijn er 50 toegewezen en 77 afgewezen. In bezwaarprocedures zijn 3 van deze afwijzingen alsnog toegewezen, zodat uiteindelijk 53 dispensaties zijn verleend en 74 verzoeken zijn afgewezen. Van deze 74 afgewezen verzoeken zijn er 16 afgewezen omdat zij te laat zijn ingediend of omdat er geen sprake was van een rechtsgeldige cao aan de zijde van dispensatieverzoekers. In totaal is 33 keer beroep aangetekend bij de rechtbank. Daarvan zijn 9 beroepen ingetrokken en nog 4 in behandeling. Van de 20 beroepszaken die tot een oordeel van de rechtbank hebben geleid zijn er 17 ongegrond verklaard, 2 niet-ontvankelijk en 1 gegrond. Hoger beroep bij de Raad van State is in totaal 15 keer ingesteld. Daarvan zijn 2 zaken ingetrokken. Van de 13 hoger beroepszaken die tot een oordeel van de Raad van State hebben geleid zijn er 7 ongegrond verklaard en 6 gegrond. Al deze zaken hebben erin geresulteerd dat éénmaal een dispensatiebesluit uiteindelijk geen stand heeft gehouden.

Enkele voorbeelden

Enkele voorbeelden van bedrijfsspecifieke kenmerken die hebben geleid tot dispensatieverlening.

Internetapotheek gericht op de Duitse markt

Een internetapotheek met een eigen cao die zich grotendeels richt op de Duitse markt heeft dispensatie gekregen van het avv besluit van de cao Apotheken. Het bedrijfsprofiel, de personeelssamenstelling, het klantenprofiel, het productenassortiment, de soorten activiteiten, de clientèle, de afzetmarkt, enz. van de internetapotheek wijken af van die van andere openbare apotheken die onder de werkingssfeer van de cao Apotheken vallen. De internetapotheek richt zich louter op de Duitse markt, verkoopt (nagenoeg) uitsluitend per postorder Duitse medicijnen aan Duitse klanten, heeft voor meer dan 50% Duitse medewerkers in dienst en ontplooit behoudens apothekersactiviteiten tal van andere activiteiten, waaronder een groothandel.

Taxi-bedrijf gespecialiseerd in huisartsenvervoer

Een groep taxibedrijven met een eigen cao die zich uitsluitend richt op centraal georganiseerde (vervoers)diensten voor huisartsen op huisartsenposten heeft dispensatie gekregen van het avv-besluit van de cao Taxivervoer. De werkzaamheden van de taxichauffeurs van deze bedrijven wijken af van die van andere taxichauffeurs. Er is sprake van gespecialiseerd huisartsenvervoer. De werkzaamheden van de chauffeurs gaan verder dan die van overige chauffeurs onder de cao Taxivervoer die hooguit assistentie verlenen bij het in- en uitstappen en het aannemen/verplaatsen van bagage. De chauffeurs kunnen de huisarts bij medische handelingen assisteren en zij volgen hiervoor speciale (medische) opleidingen. Ook de taxivoertuigen zijn anders. Zij zijn uitgerust met medische apparatuur, aan de buitenkant gemarkeerd met kleuren en strepen en voorzien van blauw zwaailicht. De chauffeurs zijn gekwalificeerd en bevoegd om in bepaalde omstandigheden met zwaailicht te rijden en verkeerstekens te negeren.

Evenementen- en Horecabeveiliging

Evenementen- en Horecabeveiligingsbedrijven die lid zijn van de VBE (Vereniging van Beveiligingsorganisaties voor Evenementen) en daarmee rechtstreeks gebonden zijn aan de cao voor de Evenementen en Horecabeveiliging hebben dispensatie gekregen van het avv-besluit van de cao Particuliere Beveiliging. De werkzaamheden van deze VBE-leden beperken zich bijna uitsluitend tot evenementen- en horecabeveiliging en daarmee onderscheiden zij zich van de overige ondernemingen die vallen onder de werkingssfeer van de cao Particuliere Beveiliging. VBE-leden houden zich bezig met het beveiligen en/of begeleiden van grote stromen bezoekers van evenementen of in de horeca. De organisatie van de arbeid van de VBE-leden wijkt in hoge mate af. Zij kenmerkt zich door het bijna uitsluitend werken met oproepkrachten die elders een dienstverband hebben en die in wisselende functies worden ingezet. Een oproepkracht kan de ene avond in de top van de organisatie werkzaam zijn en de ander avond in de bodem. Het salaris kan variëren en er is sprake van uitwisselbaarheid van functies. Daarbij gaat het om kortlopende projecten met een uiterst tijdelijk karakter.

Tot slot

Het avv-beleid zoals dat in gang is gezet in 2007 werkt. De dispensatiecriteria die in het Toetsingskader AVV zijn vastgelegd hebben in de praktijk nadere invulling gekregen. Dit geldt in het bijzonder voor het criterium «zwaarwegende argumenten». Dit biedt de nodige additionele ruimte voor maatwerk. Additioneel omdat ruimte voor flexibiliteit en maatwerk in de eerste plaats wordt bepaald in de cao zelf en ten tweede door het dispensatiebeleid van cao-partijen. Het is in de eerste plaats aan hen om dispensaties te verlenen. Dispensatieverlening door mij vormt hierop het sluitstuk en is bedoeld voor die gevallen waarin partijen er onderling in sommige gevallen niet uitkomen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Naar boven