Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201329544 nr. 470

29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nr. 470 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag 8 juli 2013

In het Algemeen Overleg Arbeidsmarktbeleid op 22 mei jongstleden (Kamerstuk 29 544, nr. 461) heb ik toegezegd schriftelijk terug te komen op de transparantie van cao-fondsen naar aanleiding van de reportage «Goochelen met miljoenen» in de uitzending van KRO-Brandpunt op 24 maart 2013. Onderstaand treft u mijn reactie aan.

In de betreffende uitzending stelt Brandpunt dat sprake zou zijn van gegoochel met gelden uit cao-fondsen. De vakbonden zouden alleen nog kunnen bestaan dankzij de miljoenen die zouden worden «doorgesluisd» uit deze fondsen. Dit zou mogelijk zijn omdat de vakbonden zelf in de besturen van de cao-fondsen zitten. Als voorbeeld wordt genoemd dat gelden uit het risicofonds Bouwnijverheid zijn doorgesluisd naar het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid. Volgens de reportage is het niet transparant hoe gelden van cao-fondsen worden besteed. Geld uit een cao-fonds voor opleiding zou bijvoorbeeld ten onrechte zijn besteed aan juridische ondersteuning van werknemers.

Werking en functie cao-fondsen

Voordat ik reageer op de uitzending geef ik eerst een toelichting op de cao-fondsen.

In cao’s kunnen afspraken worden gemaakt over fondsvorming. Deze cao-afspraken gaan over een heffing over de loonsom. Voor de uitvoering van cao-fondsen worden private stichtingen opgericht die door sociale partners worden bestuurd. Het betreft hier dus geen publieke middelen, maar geld van sociale partners zelf. Het zijn de sociale partners die in overleg bepalen hoe de middelen van de cao-fondsen worden besteed. Er zijn diverse soorten cao-fondsen, bijvoorbeeld Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen (O&O-fondsen) en uitkeringsfondsen, zoals vakantiefondsen en (weer)verletfondsen. De fondsen bevorderen de werking van de sectorale arbeidsmarkten. O&O-fondsen kunnen een belangrijke functie vervullen bij het mobiel en inzetbaar houden van werknemers.

Mijn betrokkenheid bij de cao-fondsen loopt via het algemeen verbindend verklaren van cao-bepalingen (avv). Door het avv’en van de cao-fondsbepalingen worden alle bedrijven in een bepaalde sector gebonden aan het fonds. Zij dragen eraan bij en zij kunnen er gebruik van maken. Avv ondersteunt cao-afspraken die het bedrijfs- of sectorbelang overstijgen. Dit zijn bijvoorbeeld afspraken over scholing, (intersectorale) mobiliteit en de civielrechtelijke handhaving van cao’s. Voor de bereidheid onder werkgevers om aan cao-fondsen deel te nemen is het van belang dat de hele sector gebonden is aan de afspraken. Door avv gaat er geen negatief concurrentie-effect uit van het opnemen van dergelijke afspraken in de cao. Een werkgever zal sneller (intersectorale) scholing in een cao opnemen, met de bijbehorende loonkosten, als hij weet dat de concurrenten ook zijn gebonden aan een dergelijke afspraak.

Reactie op de uitzending

In reactie op de reportage wil ik in de eerste plaats opmerken dat transparantie van essentieel belang is voor de goede werking van cao-fondsen. Bepalend voor de inzet van (avv’de) middelen zijn de (avv'de) statuten en reglementen van de cao-fondsen. Daarin staan de doelstellingen van het fonds, de wijze waarop deze doelstellingen gerealiseerd worden, regelingen omtrent de bestuurlijke, administratieve en de financiële organisatie c.q. het beheer van het fonds en de wijze van berekening van de bijdragen/premie en aanwijzingen omtrent de inning.

De transparantie van de bestedingen van de cao-fondsen is de afgelopen jaren sterk verbeterd. Cao-fondsen zijn bij avv verplicht om het financiële jaarverslag voorzien van een accountantsverklaring en de verantwoordingen van subsidieontvangers (voorzien van accountantsverklaringen) aan mij te zenden. Uit de accountantsverklaring van het fonds moet blijken dat de middelen conform de doelstellingen van het fonds zijn besteed en dat bij de beoordeling van het jaarverslag rekening is gehouden met alle verantwoordingen van subsidieontvangende organisaties. De jaarverslagen worden op de cao-website van SZW gepubliceerd (cao.szw.nl). De begrotingen en jaarverslagen met accountantsverklaringen moeten bij het fonds ter inzage te worden gelegd voor de bij het fonds betrokken werknemers en werkgevers.

Sinds 1999 wordt een onderzoek door mijn ministerie over de jaarverslagen van de avv’de cao-fondsen periodiek aan uw Kamer gestuurd. Daarin worden de baten, lasten en reserves van avv’de fondsen onderzocht. In het kader van avv worden de jaarverslagen van de cao-fondsen door mij in globale zin bezien. Dit om te bekijken of deze in het kader van de avv-vereisten evidente vragen oproepen. In voorkomend geval wordt een betrokken fondsbestuur daarop aangesproken, hetgeen bijvoorbeeld kan leiden tot restitutie van een toegekende subsidie, en – als ultimum remedium – tot het intrekken van avv. Gelet op het privaatrechtelijke karakter van cao-fondsen heb ik geen toezichthoudende rol. De deelnemers aan het cao-fonds (ook degenen die door avv zijn gebonden) kunnen bij vermeend onrechtmatig handelen zelf hun zaak bepleiten en indien nodig een beroep doen op de civiele rechter.

In de reportage van Brandpunt wordt opgemerkt dat er geld uit cao-fondsen aan de cao-partijen wordt «doorgesluisd». Ik wil hierover het volgende opmerken. Op basis van de Wet AVV worden alleen die bepalingen avv’d die betrekking hebben op bijdragen die worden gebruikt voor doelen die de gehele bedrijfstak ten goede komen. Het kan bijvoorbeeld gaan om het implementeren van van-werk-naar-werk-beleid, het doen van onderzoek of het bevorderen van de naleving van de cao. Het is mogelijk dat deze werkzaamheden uitgevoerd worden door mensen van de vakbonden of werkgeversorganisaties, op basis van een daartoe ingediend subsidieverzoek bij het fonds. Bij de eventuele opheffing van een cao-fonds gaan de cao-partijen zelf over de bestemming van het resterende vermogen. Dit betreft een civielrechtelijke aangelegenheid.

Uit de reportage en het bovenstaande blijkt eens te meer dat transparantie en het bevorderen daarvan belangrijk is. Transparantie komt het draagvlak van de cao-fondsen ten goede. Het is belangrijk dat de fondsen laten zien dat zij de bedrijfsvoering op orde hebben en welke resultaten zij hebben gerealiseerd voor de sector. Het is primair aan cao-partijen om hier verder invulling aan te geven. In het Algemeen Overleg op 22 mei jl. kwam de vraag aan bod of er voor de cao-fondsen een specifieke «governance-code» bestaat. Dit is niet het geval. Het juridische kader voor (het avv’en van) cao-fondsen biedt een goed fundament voor het correct en transparant functioneren van cao-fondsen. De reportage geeft echter wel aanleiding om te bezien of de bestuurlijke uitvoering door cao-partijen verbetering behoeft. Ik ben daarom voornemens om met de Stichting van de Arbeid in gesprek te gaan over de mogelijke toegevoegde waarde van totstandkoming van een dergelijke code voor de cao-fondsen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher