Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 januari 2013
Mede namens de minister-president zet ik in deze brief de visie van het kabinet uiteen
over de loonontwikkeling in ons land. Tevens zal ik in deze brief een vergelijking
maken met ons omringende landen en ingaan op de export van Nederlandse bedrijven naar
opkomende markten. Uw Kamer heeft mij hierom verzocht tijdens het ordedebat op 22 januari
2013.
Loonontwikkeling
Het kabinet zet zich in om Nederland sterker uit de crisis te laten komen. Het sociaal-economische
beleid is gefundeerd op drie pijlers: de schatkist op orde brengen, eerlijk delen
en werken aan duurzame groei. Het kabinet streeft, samen met de sociale partners,
naar een economisch sterk Nederland. Herstel van het vertrouwen van consument en investeerder
is daarom een topprioriteit van het kabinet.
Het kabinet is voorstander van een verantwoorde loonontwikkeling. Het is aan de sociale
partners om hierover afspraken te maken. Idealiter moeten lonen kunnen reageren op
marktomstandigheden. Dat wil zeggen dat lonen een goede weergave zijn van de krapte
op de arbeidsmarkt en de productiviteit van werkenden in een bepaalde sector. Bij
een lage groei van de arbeidsproductiviteit of een oplopende werkloosheid in een sector
ligt het voor de hand dat de lonen zich daar gematigd ontwikkelen. Daar waar de arbeidsmarkt
krap is of de arbeidsproductiviteit hoog, is er meer ruimte voor eventuele loonstijgingen.
Dit verschilt sterk per sector. Het is, zoals gezegd, aan de sociale partners om tot
een verantwoorde loonontwikkeling te komen. De omstandigheden op de (arbeids)markt
worden zo idealiter weerspiegeld in de uitkomsten van cao-onderhandelingen. In sommige
gevallen is loonmatiging verstandig; in andere gevallen hoeft dat niet zo te zijn.
Er zijn voordelen verbonden aan loonmatiging. Zo kan loonmatiging leiden tot lagere
productiekosten voor bedrijven en een betere concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven
ten opzichte van buitenlandse bedrijven. Dit leidt op termijn tot een toename van
de binnenlands geproduceerde uitvoer en daarmee tot een hoger bruto binnenlands product.
Investeringen nemen toe en de werkgelegenheid stijgt. Specifiek voor de (semi-)collectieve
sector heeft loonmatiging als voordeel dat het leidt tot lagere uitgaven voor de schatkist.
Er zijn ook nadelen verbonden aan loonmatiging. Loonmatiging kan immers negatief uitpakken
voor de binnenlandse vraag, doordat mensen minder te besteden hebben. Via lagere belastingopbrengsten
heeft dit op korte termijn ook negatieve gevolgen voor de overheidsfinanciën. Dit
is ongunstig, zeker in de huidige situatie waarin we te maken hebben met een toch
al terugvallende binnenlandse vraag en een laag consumentenvertrouwen. De terugvallende
binnenlandse vraag vermindert de import, waardoor het overschot op de handelsbalans
toeneemt.
Vergelijking met omringende landen
Uit een vergelijking van zowel de loonkosten per gewerkt uur als de arbeidskosten
per eenheid product in het afgelopen decennium, valt op te maken dat Nederland zich
ten opzichte van andere Europese landen in een middenpositie bevindt. Op het aspect
arbeidsproductiviteit scoort Nederland, na Luxemburg, echter als hoogste van de Europese
Unie. Dit is gunstig voor de Nederlandse concurrentiepositie.
Het afgelopen decennium viel de loonstijging in Duitsland relatief laag uit. De oorzaak
hiervoor is dat Duitsland er in het laatste decennium van de vorige eeuw economisch
gezien niet goed voor stond. De gerealiseerde daling van de arbeidskosten en de gematigde
loonontwikkeling beoogden de Duitse concurrentiepositie te verbeteren. Duitsland heeft
dus in feite een inhaalslag gemaakt ten opzichte van Nederland. Hieruit valt dus niet
te concluderen dat Nederland uit de pas loopt met Duitsland. Sinds kort zijn in Duitsland
weer loonstijgingen zichtbaar. De Duitse minister van Werkgelegenheid heeft aangegeven
hier ruimte voor te zien.
Export naar opkomende markten
De export is van groot belang voor de Nederlandse economie. Nederland is van oudsher
een handelsland, mede als gevolg van de gunstige ligging. Het grootste deel van de
Nederlandse export gaat naar landen binnen de Europese Unie (circa 74% in 2011). Maar
ook de export naar landen buiten de EU groeit. Opkomende economieën zijn in toenemende
mate van belang voor de Nederlandse economie, als afzetmarkt voor binnenlandse geproduceerde
goederen en diensten. In de opkomende economieën liggen grote kansen. Nederlandse
bedrijven richten zich daarom in toenemende mate ook op die landen. Zo is de export
naar opkomende landen als Brazilië (toename met 105%), China (+46%), Argentinië (+72%)
en Rusland (+45%) tussen 2009 en 2011, ondanks de tegenvallende ontwikkeling van de
wereldhandel, substantieel toegenomen.
Conclusie
Het kabinet is voorstander van een verantwoorde loonontwikkeling. Een verantwoorde
loonontwikkeling hangt samen met de ontwikkelingen in de economie. In de ene sector
kan een verantwoorde loonontwikkeling betekenen dat er ruimte is voor loonstijgingen,
terwijl in de andere sector deze ruimte er niet is. Sociale partners maken hier afspraken
over.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher