Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201129544 nr. 331

29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nr. 331 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juli 2011

In maart 2010 heeft Nyenrode Business Universiteit, met een bijdrage van het toenmalige Ministerie van Economische Zaken, het onderzoek «Offshoring by Manufacturing and Service Firms in the Netherlands.» uitgebracht. Het Nyenrode-onderzoek ging in op de vraag hoeveel banen door bedrijven die actief zijn in Nederland, in vijf jaar tijd naar het buitenland zijn verplaatst door offshoring. Nyenrode gaf hiermee een nuttig, maar niet volledig beeld van het effect van internationalisering op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Om een completer beeld te krijgen van de effecten van internationalisering op de Nederlandse arbeidsmarkt, is uw Kamer in de brief Reactie Nyenrode-onderzoek «Offshoring by manufacturing and service firms in the Netherlands» van 10 mei 2010 een onderzoek toegezegd naar de effecten van inkomende investeringen (eerste vestiging, fusies en overnames) op de Nederlandse werkgelegenheid.

Conform deze toezegging stuur ik uw Kamer, mede namens de staatssecretaris, hierbij de resultaten van dit rapport.1 Dit onderzoek is uitgevoerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Toelichting: cijfers niet vergelijkbaar

Bij de interpretatie van de cijfers moet er mee rekening worden gehouden dat de cijfers niet één op één met de resultaten van het Nyenrode-onderzoek naar offshoring vergeleken kunnen worden. Cijfers van offshoring richting Nederland worden internationaal momenteel nog weinig gerapporteerd. Het CBS is bezig cijfers over offshoring in EU-verband te verbeteren, maar dit is nog in ontwikkeling.

Om inzicht te krijgen in de effecten van offshoring richting Nederland, is het momenteel het meest inzichtelijk te focussen op het aantal banen bij buitenlandse bedrijven in Nederland. Hierbij past de kanttekening dat buitenlandse directe investeringen niet altijd het gevolg zijn van offshoring en dat de indirecte effecten van inkomende investeringen op de werkgelegenheid door toeleveranciers, dienstverleners etc. niet zijn meegenomen1. Ook is het van belang te realiseren dat de baten van directe buitenlandse investeringen breder zijn dan enkel de werkgelegenheidseffecten, zoals bijvoorbeeld kennis spill-overs voor de Nederlandse economie.

Buitenlandse investeringen positief voor werkgelegenheid

De resultaten van het CBS-onderzoek laten zien dat inkomende directe investeringen een positief effect hebben op de Nederlandse werkgelegenheid. De werkgelegenheid is in Nederland van 2000 tot en met 2007 met netto bijna 160 duizend banen toegenomen, waarbij er een netto groei van 200 duizend banen heeft plaatsgevonden bij bedrijven in buitenlands eigendom en een netto krimp van 40 duizend banen bij bedrijven in Nederlands eigendom.

Volgens het CBS is de dynamiek van het ontstaan en verdwijnen van banen in Nederland vooral het gevolg van nieuwe en stoppende bedrijven (in buitenlands dan wel Nederlands eigendom). Daarnaast hebben er ook overnames met eigendomswisselingen plaats gevonden. Bruto zijn in de periode 2000–2007 ruim een half miljoen banen overgegaan van Nederlands naar buitenlandse zeggenschap. Daarnaast zijn bijna 300 000 banen overgegaan van buitenlandse naar Nederlands zeggenschap. Overnames met eigendomswisseling zijn verantwoordelijk voor slechts een klein deel (2 procent) van de baandynamiek (banengroei/krimp) in het jaar van overname.

Het onderzoek laat zien dat de invloed van buitenlandse bedrijven op de werkgelegenheid steeds groter wordt. Het aandeel van de totale werkgelegenheid2 van de private sector in handen van bedrijven in buitenlands eigendom is gestegen van 11,3% in 2000 naar 14,8% in 2007.

Achtergrond van de groei in werkgelegenheid

Banengroei bij bedrijven in buitenlands eigendom heeft voornamelijk plaatsgevonden bij het grootbedrijf, waar de werkgelegenheid netto met ruim 135 duizend banen is toegenomen. De financiële en zakelijke dienstverlening heeft voor bijna een derde bijgedragen aan de totale banengroei bij bedrijven in buitenlands bezit.

Bedrijven uit de VS, Duitsland en Frankrijk zorgen voor het grootste aantal banen onder buitenlandse bedrijven in Nederland. Sterkst groeiende investeringen in termen van werkgelegenheid komen van bedrijven uit Frankrijk, Duitsland en China/India.

Overnames

Het onderzoek van het CBS besteedt specifiek aandacht aan het effect van overnames op de werkgelegenheid. Overnames hebben een positief effect op de werkgelegenheid, maar zijn verantwoordelijk voor slechts een klein deel (2 procent) van de baandynamiek (banengroei/krimp) in het jaar van overname. Dat wil zeggen dat door de overname het aantal banen bij het overgenomen bedrijf gemiddeld genomen niet drastisch verandert.

De belangrijkste voorspeller van banengroei na een overname zijn de prestaties van een bedrijf voor overname. Bijna de helft van de Nederlandse bedrijven die voor overname groeiden, blijft dit doen na overname door een bedrijf in buitenlands eigendom. Bij bedrijven die tot het moment van overname krompen, maakt 40% weer groei door na overname, en blijft bij nog eens bijna 20% van de bedrijven het aantal banen gelijk.

Kenniseconomie en diversiteit

Bedrijven in buitenlands eigendom beschikken over een hoger aandeel (34%) hoogwaardige banen dan bedrijven in Nederlands eigendom (20%). Groei bij bedrijven in buitenlands eigendom heeft tussen 2000–2007 voornamelijk plaatsgevonden in hoog- en middenbetaalde banen. Het aantal hoogbetaalde banen is hier toegenomen met 76 000 banen en het aantal middenbetaalde banen is toegenomen met 93 000 banen. Bedrijven in Nederlands eigendom hebben een stijging laten zien van 48 000 in het aantal hoogbetaalde banen en een daling van 122 000 in het aantal middenbetaalde banen.

Bedrijven in buitenlands eigendom hebben relatief meer allochtone werknemers in dienst (25%) dan Nederlandse bedrijven (18%). Groei van het aantal banen bij bedrijven in buitenlands eigendom heeft tussen 2000–2007 voornamelijk plaatsgevonden bij autochtonen (132 duizend). Bij bedrijven in Nederlands eigendom heeft hier juist een afname plaatsgevonden (146 duizend).

Conclusie

Zoals naar voren kwam bij het Nyenrode onderzoek naar offshoring heeft internationalisering gevolgen voor de Nederlandse arbeidsmarkt. Belangrijk bij cijfers over internationalisering is een zo compleet mogelijk beeld op de arbeidsmarkt te verkrijgen. Naast het verplaatsen van banen naar het buitenland om redenen als kostenbesparingen en behoud of de verbetering van het concurrentievermogen, worden er tegelijkertijd ook door buitenlandse bedrijven veel banen in Nederland gecreëerd. De resultaten van het CBS-onderzoek bevestigen dit.

De cijfers van het CBS-onderzoek laten zien dat inkomende directe investeringen een positief effect hebben op de Nederlandse werkgelegenheid. Naast de positieve effecten op de groei van de Nederlandse werkgelegenheid, versterken inkomende directe investeringen de Nederlandse kenniseconomie en stimuleren ze de diversiteit binnen het bedrijfsleven.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M. J. M. Verhagen


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
1

Berenschot (2007) «Buitenlandse investeerders zijn groeiversnellers voor de Nederlandse economie» komt uit op een multiplier effect van 0,72 fte.

X Noot
2

De resultaten in dit onderzoek gelden voor banen in SBI 10–74. Deze maken 65 procent uit van het totaal aantal banen in loondienst in Nederland.