nr. 3
BRIEF VAN DE MINISTER EN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN
EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 september 2004
Hierbij bieden wij u aan het Kwartaalbericht Arbeidsmarkt september 2004.
In het kwartaalbericht zijn de cijfers over het tweede kwartaal 2004 met betrekking
tot de werkloosheid, werkgelegenheid, uitkeringen, gesubsidieerde arbeid,
de Sluitende Aanpak, en de reïntegratiecijfers van UWV en CWI bij elkaar
gebracht. Het kwartaalbericht maakt voor de reïntegratiecijfers UWV en
CWI gebruik van de informatie uit de kwartaalverslagen van het UWV en CWI.
U ontvangt gelijktijdig met het kwartaalbericht deze kwartaalverslagen.
Bij dit kwartaalbericht ontvangt u eveneens de definitieve rapportages
van de jaarrapporten WIW-monitor 2003, Wsw-monitor 2003, en ID-monitor 2003.
We maken van deze gelegenheid tevens gebruik om aan een aantal toezeggingen
tegemoet te komen. Het gaat om de volgende toezeggingen.
• Tijdens het Algemeen Overleg op 18 maart 2004 (kamerstuk 29 461/25 253
nr. 2) in de Tweede Kamer over onder meer de Monitor Arbeidsgehandicapten
2002 is toegezegd u te informeren over het aantal werkloze arbeidsgehandicapten
dat niet ingeschreven staat bij het CWI. In het kwartaalbericht staat omschreven
om welke groepen dit gaat (p. 13).
• Op 12 februari 2004 is tijdens een verzamel Algemeen Overleg
over de arbeidsmarkt in de Tweede Kamer toegezegd om, indien gegevens voorhanden
zijn, te rapporteren over het aantal vangnetbanen in de gesubsidieerde arbeid.
In het kwartaalbericht wordt op deze toezegging ingegaan (p. 14).
• In dit kwartaalbericht wordt eveneens bevestigd dat op basis van
de Statistiek Reïntegratie Gemeenten (SRG), waarin ook de trajecten met
inzet van een loonkostensubsidie worden opgenomen, de uitstroom uit gesubsidieerde
arbeid naar regulier werk wordt gemonitord (p. 13). Dit is conform de toezegging
uit de brief van 25 november 2003 naar aanleiding van de behandeling
van de WWB1.
• In de brief bij de aanbieding van de Evaluatie Sluitende Aanpak
1999–2003 (Tweede kamer, 2003–2004, 23 972, nr. 71) op 2 juni
2004 is toegezegd in het Kwartaalbericht Arbeidsmarkt september 2003 de definitieve
cijfers voor de mate van sluitendheid 2003 te presenteren voor de nieuwe instroom,
met een uitsplitsing naar het gemeentelijk en UWV domein, en voor het zittende
bestand. De definitieve cijfers zijn in dit bericht opgenomen (p. 15–17).
• Ten slotte wordt evenals in de voorafgaande kwartaalberichten de
balans opgemaakt van de activiteiten die in het afgelopen kwartaal zijn verricht
in het kader van het Taskforce Jeugdwerkloosheid (p. 10) en het Vacatureoffensief
(p. 20).
Hieronder volgt een korte schets van de belangrijkste ontwikkelingen op
de arbeidsmarkt in het tweede kwartaal 2004.
De positieve ontwikkelingen die al zichtbaar waren in het eerste kwartaal
van dit jaar zetten door in het tweede kwartaal, zoals de stijging van de
economische groei, het aantal vacatures en een daling van het aantal ontslagaanvragen.
Daarnaast namen ook de werkloosheid en het aantal WW-uitkeringen licht af
in het tweede kwartaal.
Economische groei gaat evenwel de eerste 1 à 2 jaar na een recessie
vaak niet gepaard met toename van banen. Het aantal banen nam dan ook, ondanks
het herstel van de economie, in het tweede kwartaal 2004 verder af.
Die ongunstige banenmarkt had een nadelig effect op de werklozen die in
2003 na een reïntegratietraject opnieuw aan de slag wilden. In 2003 waren
er minder mensen die na een reïntegratietraject een baan vonden, terwijl
de omvang van de reïntegratiepopulatie relatief groot was.
Het bereik van de Sluitende Aanpak, de zogenaamde «mate van sluitendheid1 », is over 2003 op twee manieren weergegeven. Het
eerste cijfer, 88 procent, geeft de sluitenheid weer van de groep nieuwe werklozen
die binnen het jaar afhankelijk was vanéén uitkeringsinstantie.
In het tweede cijfer, 79 procent, zijn ook de werklozen meegenomen die binnen
het jaar van uitkeringspositie veranderen2. Dat
is het geval als een persoon bijvoorbeeld eerst een kortdurende WW-uitkering
ontvangt en daarna afhankelijk wordt van een ABW-uitkering.
Uit de daling blijkt dat het nadelig is voor werklozen om binnen 12 maanden
van uitkeringsinstantie te veranderen. Mogelijke oorzaken hiervan zijn dat
de resterende tijd voor de uitkeringsinstantie na de overdracht te kort is
voor het doen van een aanbod binnen de 12-maandstermijn of er tijd verloren
gaat in de overdracht van ene uitkeringsinstantie naar de andere.
UWV heeft voor de WW-gerechtigden in 2002 en 2003 meer reïntegratietrajecten
gestart voor het toegenomen aantal werklozen dan in de voorafgaande jaren.
UWV ondervind evenwel dat het herplaatsen van die werklozen op de arbeidsmarkt
nu moeilijker is. In 2002 zijn er veertig procent meer trajecten gestart ten
opzichte van het contractjaar 2001, terwijl de plaatsingsnormen WW van 40
procent naar verwachting aan het einde van de contractperiode medio 2005 niet
worden gehaald. De streefwaarde (30 procent) voor het herplaatsen van arbeidsongeschikten
op de arbeidsmarkt wordt overigens dit jaar vermoedelijk wel gerealiseerd.
CWI heeft in het tweede kwartaal 2004 haar normen de ten aanzien van de
prestatie-indicatoren op het terrein van reïntegratie, net als in het
eerste kwartaal, opnieuw gerealiseerd.
In december ontvangt u het Kwartaalbericht Arbeidsmarkt december 2004.
Hierin zal de actuele informatie over het derde kwartaal 2004 worden opgenomen.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A. J. de Geus
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H. A. L. van Hoof
Bijlage(n):1
Kwartaalbericht Arbeidsmarkt september 2004
Jaarrapport monitor WIW
Jaarrapport monitor Wsw
Jaarrapport monitor ID