Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201029544 nr. 255

29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nr. 255 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 juli 2010

Recent heeft het farmaceutische bedrijf Merck (in Europa opererend onder de naam MSD) helaas forse ontslagen aangekondigd bij de vestiging in Oss. Het betreft een ingrijpende herstructurering van de wereldwijde productie en research & development (R&D) activiteiten, die ook grote gevolgen heeft voor de vestiging in Oss. Hierbij vindt uw Kamer, mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere achtergrond en een eerste reactie van het kabinet. De door verschillende leden gestelde schriftelijke vragen hierover zullen op korte termijn separaat worden beantwoord.

Vooraf

Helaas heeft Merck vorige week bekend gemaakt dat het eerder aangekondigde mondiale herstructureringsplan naar verwachting tot gevolg zal hebben dat in Oss 2175 van de 4500 banen verloren zullen gaan. Dit is een ingrijpend strategisch besluit op concernniveau met gevolgen voor zowel de werkgelegenheid als de kennispositie van de regio en de Nederlandse economie.

Het kabinet heeft over de afgelopen jaren intensief en op verschillende manieren gewerkt aan behoud en versterking van hoogwaardige werkgelegenheid van MSD in Nederland. Zo worden de activiteiten van MSD ondersteund door zowel programma’s gericht op bijvoorbeeld life sciences als middelen uit het reguliere innovatie-instrumentarium. Direct na de aankondiging van de overname van Schering Plough door Merck in 2009 zijn vanuit de overheid de contacten met beide hoofdvestigingen van MSD in Nederland geïntensiveerd. Zo heb ik, samen met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) onder andere gesproken met de heer Hassan, de topman van Schering Plough. Ook zijn er contacten gelegd op CEO-niveau bij Merck. Hierbij heeft het vestigingsklimaat voor dit type hoogwaardige activiteiten en de mogelijkheden om de unieke positie van de locatie Oss in deze overname te behouden altijd centraal gestaan.

Voorop staat dat de overheid niet wil en niet mag treden in de strategische beslissing van het bedrijf over de voorgenomen efficiencyslag, waaronder de sterke afslanking van het bedrijf in Oss. Uiteindelijk worden dit soort besluiten genomen op basis van bedrijfseconomische (strategische) overwegingen. Daarbij speelt ook dat de overwegingen van Merck aanzienlijk verder gaan dan alleen de Nederlandse locaties. Duidelijk is geworden dat er sprake is van een bredere verschuiving van activiteiten van Europa naar de VS. Dit blijkt wel uit het feit dat MSD ook haar R&D-activiteiten beëindigt in Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Merck geeft aan dat de R&D-activiteiten met name verplaatst worden naar de VS, omdat daar reeds grotere R&D-vestigingen bestaan.

Nu dit, helaas toch nog teleurstellende, besluit is gevallen over maatregelen die naar verwachting tot gevolg zullen hebben dat in Oss 2175 van de 4500 banen verloren zullen gaan, vindt overleg plaats met diverse partijen om de werkgelegenheid zoveel mogelijk te behouden. Voorts is in mei jl. in de onderhandelingen met de vakbonden een Sociaal Plan overeengekomen dat bij de reorganisaties zal worden gehanteerd. De betrokken medewerkers van MSD kunnen hier gebruik van maken. Op dit moment is nog niet duidelijk voor welke medewerkers boventalligheid ontstaat en welke via natuurlijk verloop het bedrijf voor die tijd zullen verlaten. Juist omdat nog overleg plaats vindt is het op dit moment niet mogelijk en niet wenselijk thans meer informatie daarover te verstrekken. De komende periode zal duidelijk worden wat de mobiliteitscentra (netwerk van UWV met gemeenten en private partijen als uitzendbureaus) concreet kunnen betekenen bij het begeleiden van dit proces.

Daarnaast is het ministerie van Economische Zaken actief betrokken bij initiatieven die moeten leiden tot behoud van banen en de unieke kennispositie die gerelateerd zijn aan deze activiteiten. Voor het behoud van de kennis voor de Nederlandse economie neemt MSD, in samenwerking met diverse overheden, het voortouw tot het bezien van mogelijkheden die hieraan een bijdrage leveren. Het opstarten van een life science park/campus op de huidige locatie van MSD in Oss, in een of meerdere samenwerkingsverbanden, is een van de ideeën die uitgewerkt worden. Ook zal gekeken worden naar reguliere overheidsinstrumenten op het gebied van innovatie en regionale regelingen, die ingezet kunnen worden. Mijn departement zal hierin een actieve rol vervullen. Bij de verschillende initiatieven zullen naast MSD en mijn departement ook de provincie, de gemeente Oss en de BOM (Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij) betrokken zijn.

Mede vanwege deze initiatieven zijn precieze gevolgen voor werkgelegenheid en kennispositie aldus nog niet aan te geven. Alles is er nu op gericht om richting de toekomst de werkgelegenheid en kennispositie te versterken.

1. Situatie in de farmaceutische industrie

Merck is een van de grootste farmaceutische bedrijven wereldwijd met een omzet van $ 27,4 mld en ca. 100.000 werknemers in dienst. Een van de onderdelen van MSD is de vestiging in Oss, voorheen bekend als Organon. Tot 2007 maakte Organon deel uit van AkzoNobel en groeide dit bedrijf uit tot een vooraanstaand farmaceutisch bedrijf op het gebied van women’s health en endocrinologie. Destijds heeft AkzoNobel deze divisie verkocht aan Schering Plough. In 2009 is Schering Plough overgenomen door Merck. In Nederland opereert MSD nu vanuit twee grote vestingen voor humane geneesmiddelen in Oss en Haarlem, en twee kleinere vestigingen in Houten en Hoofddorp. Daarnaast heeft MSD ook nog een veterinaire tak, waartoe in Nederland het bedrijf Intervet in Boxmeer behoort. In Nederland gaat het om ca. 7500 banen, waarvan 4500 in Oss.

De huidige ontwikkelingen bij MSD in Nederland komen voort uit dynamische ontwikkelingen in de farmaceutische industrie wereldwijd. De mondiale farmaceutische industrie heeft sinds het begin van de 21ste eeuw te maken met forse uitdagingen. De risico’s en de kosten die zijn gemoeid met het ontwikkelen van nieuwe medicijnen stijgen sterk. Dat komt omdat bedrijven veel moeten investeren, terwijl ze tegelijkertijd de kans lopen dat het nieuw ontwikkelde medicijn uiteindelijk niet op de markt doorbreekt. Oorzaak hiervan is dat tot voor kort veel medicijnen ontwikkeld werden, die op een brede range ziekten ingezet konden worden (zgn. blockbusters). Mede door de opkomst van de biotechnologie, ontstaat er een verschuiving naar meer specifieke geneesmiddelen, gericht op een relatief kleine groep van geneesmiddelengebruikers. Daarnaast speelt dat, mede door de economische crisis, de overheidsfinanciën onder druk staan en veel landen de kosten voor de gezondheidszorg omlaag proberen te brengen. Farmaceutische bedrijven geven aan dat mede daardoor de marges voor de bedrijven onder druk staan en dure en risicovolle R&D-trajecten worden uit- dan wel afgesteld.

Het gevolg is dat sinds enkele jaren mondiaal sprake is van een forse overname- en consolidatieslag. Diverse fusies en overnames hebben de afgelopen jaren dan ook plaatsgevonden, zoals bijvoorbeeld de fusie tussen Pfizer en Wyeth en Abbott en Solvay.

2. Huidige situatie met betrekking tot MSD

Al langer was duidelijk dat deze ontwikkelingen ook zijn weerslag zouden krijgen op de activiteiten van MSD in Nederland. Sinds de fusie van Merck en Schering Plough eind 2009 heeft MSD gewerkt aan een mondiaal herstructureringsplan van haar activiteiten. Bij de overname heeft Merck destijds aangegeven dat men met een nieuwe wereldwijde strategie voor het gefuseerde bedrijf zou komen. Daarbij gaf men aan dat men tot een effciencyslag wilde komen door de activiteiten van beide bedrijven in elkaar te schuiven. Dit zou moeten leiden tot lagere kosten voor productie en een verlaging van het risiconiveau door concentratie van R&D.

Op 8 juli jl. heeft Merck haar wereldwijde herstructureringsplannen naar buiten gebracht, gericht op integratie van R&D, productie en andere activiteiten. Merck heeft aangegeven de kosten met 15% te willen verminderen, hetgeen wereldwijd een jaarlijkse besparing betekent van $ 3,5 mld.

MSD heeft aangegeven dat de R&D-activiteiten met name verplaatst worden naar de VS, omdat daar reeds grotere R&D-vestigingen bestaan. Dit heeft grote gevolgen voor vele Europese vestigingen van MSD. MSD stopt haar R&D-activiteiten niet alleen in Nederland, maar ook in Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland.

Op het gebied van productie in Oss geeft MSD aan dat de productie in Oss blijft, maar dat efficiency-verbeteringen mogelijk en noodzakelijk zijn om te kunnen concurreren op de wereldmarkt. Dit heeft tot gevolg dat de personele bezetting op de productieafdelingen in Oss met 30% vermindert.

Concreet betekent dit dat deze herstructurering grote gevolgen heeft voor MSD-vestigingen in Oss en omgeving. De research voor women’s health en endocrinologie zal van Oss overgeplaatst worden naar de Verenigde Staten. Als gevolg van deze maatregelen gaan naar verwachting in Oss 2175 van de 4500 banen verloren, waarvan 1000 banen in R&D.

3. Verantwoordelijkheden bedrijfsleven en overheid

Vooropgesteld moet worden dat verplaatsing van activiteiten wereldwijd een al jarenlang bestaand en dagelijks fenomeen is. Bedrijven zullen bij de keuze van vestiging van activiteiten altijd kijken naar de plek waar de grootste winstgevendheid gerealiseerd zal kunnen worden. Dit draagt bij aan de welvaart en is daarmee uiteindelijk van belang voor consumenten, bedrijven en werknemers wereldwijd. Daarnaast moet gerealiseerd worden dat het verlies aan werkgelegenheid als gevolg van het verplaatsen van activiteiten (minimaal 41 000 verplaatste banen in de afgelopen vijf jaar volgens recent onderzoek Nyenrode), slechts een zeer klein onderdeel is van het totale jaarlijkse banenverlies (ca. een half miljoen per jaar). Over de afgelopen jaren ging het in Nederland om ca. 8% van het verlies aan arbeidsplaatsen. Daartegenover staat forse baancreatie uit zowel binnen- als buitenland, waardoor per saldo over de afgelopen decennia sprake is geweest van een forse banengroei (alleen al ca. 500 000 extra werkzame personen sinds 2000). Directe inmenging van de politiek in dit proces van (productie)verplaatsing over en weer is dan ook ongewenst. Uiteindelijk worden dit soort besluiten genomen op basis van bedrijfseconomische (strategische) overwegingen. Protectionisme schaadt uiteindelijk de economie, en zeker een economie als de Nederlandse, die zeer gebaat is bij handel en het aantrekken van buitenlandse investeringen.

De overheid heeft echter wel een belangrijke rol in het zo goed mogelijk kunnen profiteren van internationaal opererende bedrijven via een sterk vestigingsklimaat. Met name hoogwaardige werkgelegenheid (zoals R&D-activteiten) met forse kennis-spillovers zijn van groot belang voor de Nederlandse economie en dat is ook waar dit kabinet stevig op inzet. Via de inzet op een sterk vestigingsklimaat voor met name kennis en innovatie moet Nederland een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn voor dit soort activiteiten; zowel om deze in Nederland te behouden als om deze aan te trekken vanuit het buitenland. Dat dit effect heeft, blijkt wel uit de vestiging van het hoofdkantoor van Danone in Nederland en de keuze van Wärtsilä bij een grootscheepse reorganisatie om juist wel de R&D-activiteiten in Nederland te behouden. Ook de overname van Océ door Canon getuigt van vertrouwen in het Nederlandse R&D-klimaat.

4. Rol overheid bij MSD

De overheid speelt al jaren een actieve rol om het vestigingsklimaat voor bedrijven als MSD te versterken. De makers van innovatieve en generieke medicijnen spelen namelijk een rol van betekenis binnen het Nederlandse bedrijfsleven. Zij leveren een belangrijke bijdrage aan de regionale en landelijke economische groei. Een goed investerings-, ondernemings- en vestigingsklimaat is van wezenlijk belang om farmaceutische bedrijven in staat te stellen hun functie ten volle te benutten. De overheid heeft daarbij de rol om te zorgen voor een concurrerend ondernemings- en vestigingsklimaat en het versterken van (potentiële) economische sterktes. Vandaar dat de overheid op verschillende manieren heeft gewerkt aan behoud en versterking van hoogwaardige werkgelegenheid van MSD in Nederland over de afgelopen jaren.

Financiële ondersteuning

Life sciences en gezondheid vormt een van de terreinen waarop de overheid de afgelopen jaren aanzienlijk heeft geïnvesteerd in kennisontwikkeling door programmatische samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven ter versterking van de concurrentiekracht op dit gebied. Belangrijke programma’s op dit gebied zijn o.a. Topinstituut-Pharma (geneesmiddelen), het topinstituut CTMM (diagnostica en geneesmiddelen) en BMM (biomedische materialen). Ook kunnen bedrijven in deze sector een beroep doen op de reguliere instrumenten gericht op innovatie en ondernemerschap. Deze ondersteuning komt ook ten goede aan MSD:

  • MSD profiteert van de overheidsbijdrage aan TI-Pharma. Deze bijdrage aan TI-Pharma bedraagt in totaal € 130 mln. Dit tegenover de industriële bijdrage van € 65 mln (waarvan 20% door MSD) en € 65 mln. van de kennisinstituten.

  • MSD participeert vanuit Oss in 6 deelprojecten van CTMM. De overheid levert een bijdrage aan CTMM van € 150 mln. De totale bijdrage van MSD aan deze deelprojecten bedraagt ruim € 4 mln. Evenals bij TI-Pharma gaat het hier om precompetitieve onderzoeksprojecten, waaraan overheid, bedrijfsleven en kennisinstelllingen bijdragen. De resultaten van deze projecten zijn eigendom van alle publieke en private participanten.

  • Bioconnection, een productiefaciliteit waarin MSD aandeelhouder is, die door deelname van de overheid (rijk, provincie en gemeente Oss) ook door derde life sciences bedrijven gebruikt kan worden, tegen een marktconforme betaling (facility sharing). EZ heeft hieraan € 5 mln. bijgedragen en ook MSD is aandeelhouder in Bioconnection.

  • Life Science en Health programma, waar MSD actief deelneemt aan de netwerkactiviteiten van dit innovatieprogramma. Dit 4-jarige innovatieprogramma, met een totaal budget van € 30 mln, is speciaal gericht op life sciences mkb.

  • MSD maakt met haar dochterbedrijven veelvuldig gebruik van het instrumentarium van het Ministerie van Economische Zaken. Belangrijkste daarvan zijn de WBSO voor speur- en ontwikkelingswerk en de octrooibox. Vanwege vertrouwelijke gegevens over belastingaangifte kan ik hier geen uitspraken doen over concrete bedragen.

Contacten met MSD

Tussen de farmaceutische industrie en de overheid vinden al veel langer regelmatige contacten plaats. Bedrijfsleven en overheid hebben hierbij een eigen verantwoordelijkheid, maar hebben wel regelmatig afstemming, ook bijvoorbeeld over internationale ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor de bedrijven.

Direct na de aankondiging van de overname van Schering Plough door Merck in 2009 zijn vanuit de overheid de contacten met beide hoofdvestigingen van MSD in Nederland geïntensiveerd. De minister van Economische Zaken (EZ) en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hebben daartoe o.a. gesproken met de heer Hassan, de topman van Schering Plough. Ook zijn er contacten gelegd op CEO-niveau bij Merck. Vanuit Merck werd in die tijd aangegeven dat men nog druk bezig was na te denken over een nieuwe strategie en dat men medio 2010 met nadere informatie zou komen.

De gesprekken met MSD waren er op gericht dat de Nederlandse onderdelen van MSD zich zo goed mogelijk zouden presenteren in de geplande wereldwijde herstructurering en het aanpakken van eventuele knelpunten. Deze contacten concentreerden zich met name op het in kaart brengen van de sterke en zwakke punten van Nederland en hoe de vestigingen in Nederland het beste in konden spelen op de samenvoeging van activiteiten van Schering Plough en MSD. Dat deze contacten gewaardeerd werden, bleek wel uit het feit dat de ministers van EZ en VWS betrokken waren bij de opening van nieuwe activiteiten in Haarlem en in Oss.

Kwaliteit vestigingsklimaat

Bekend is dat Nederland in internationaal perspectief goed scoort op het terrein van logistiek/geografische ligging, fiscaal klimaat, omgevingsfactoren en ondernemingsklimaat. MSD heeft dit ook altijd bevestigd. Daarnaast was men voor haar type activiteiten met name positief over de goed gedocumenteerde patiëntengroepen, de vaardige medische onderzoekers en de hoogwaardige onderzoekinfrastructuur. Natuurlijk zag MSD ook verbeterpunten. Zo wenste men hogere en meer structurele financiering van R&D-activiteiten. MSD noemde daarnaast als belemmeringen de kleine thuismarkt en de regelgeving. Bij de regelgeving gaat het met name om de medisch/ethische toetsing van klinisch onderzoek en de opname van nieuwe medicijnen in het vergoedingensysteem. In nauw overleg met het bedrijf heeft de overheid op het gebied van regelgeving, zowel vanuit het ministerie van VWS als mijn departement, naar oplossingen gezocht voor de aangegeven knelpunten. Hier is intensief mee aan de slag gegaan, maar op deze korte termijn konden nog geen concrete oplossingen worden gerealiseerd.

Het huidige besluit van Merck lijkt vooral te zijn ingegeven door bredere strategische belangen op concernniveau gezien het feit dat ook de R&D-activiteiten in andere Europese landen worden stopgezet en verplaatst naar de VS. Dit neemt niet weg dat het kabinet sterk zal blijven inzetten op een sterk vestigingsklimaat met specifieke aandacht voor de farmaceutische industrie.

5. Gevolgen voor personeel en innovatiekracht

Binnen de beschikbare ruimte (zoals EU staatssteunkaders) doet de overheid het maximale om R&D-activiteiten in Nederland te behouden. Ondanks het beleid gericht op de farmaceutische industrie, als ook de meer gerichte activiteiten op MSD, heeft MSD dus besloten haar R&D-activiteiten te verminderen. Al met al is

er sprake van een ingrijpende strategische beslissing van MSD met gevolgen voor de Nederlandse economie en het betrokken personeel, die wij zeer betreuren en onomkeerbaar achten. Wij beseffen dat de plannen voor de getroffen medewerkers hard aankomen. Voor hen breekt nu een onduidelijke tijd aan.

Hoewel de directie van MSD en de betrokken vakbonden hebben aangegeven zorgvuldig te kijken naar eventuele inzet bij andere afdelingen in het bedrijf, zal er onvermijdelijk – zoals aangegeven door MSD – een groot aantal ontslagen vallen. Diverse partijen zullen de getroffen werknemers ondersteunen bij hun zoektocht naar ander werk; toch realiseren wij ons terdege dat dit een grote impact heeft voor de getroffenen en hun (gezins)omgeving. Het is van belang dat alle relevante partijen in gezamenlijkheid actief alle mogelijkheden verkennen en ondersteunen die de gevolgen van deze strategie voor de werkgelegenheid en de kennisinfrastructuur kunnen beperken.

Veel partijen werken hier al actief aan mee:

  • Voor de betrokken medewerkers geldt dat MSD heeft toegezegd dat de medewerkers gebruik kunnen maken van het Sociaal Plan bij reorganisaties, zoals dat in mei jl. bij de onderhandelingen met de vakbonden is overeengekomen. Het gaat om een aangekondigde reorganisatie bij MSD.

  • MSD heeft toegezegd om mee te zoeken naar het uitplaatsen van bestaande activiteiten. Op dit moment is nog niet duidelijk voor welke medewerkers boventalligheid ontstaat en welke via natuurlijk verloop het bedrijf voor die tijd zullen verlaten. Voor de werknemers die ontslagen worden, zal men een formele adviesprocedure opstarten. Werknemers die hun baan verliezen, worden geholpen bij het zoeken van een andere baan. Zo is het UWV, via de vestiging in Oss en het mobiliteitscentrum in Den Bosch, reeds betrokken bij voorbereidende gesprekken. De komende periode zal duidelijk worden wat de mobiliteitscentra (netwerk van UWV met gemeenten en private partijen als uitzendbureaus) concreet kunnen betekenen bij het begeleiden van dit proces. Verder zal  ook het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de mogelijkheid van het Europees Globaliseringfonds in ogenschouw nemen. Dit fonds kan actieve arbeidsmaatregelen financieren, die speciaal bedoeld zijn om ontslagen werknemers weer aan het werk te helpen.

  • Voor de werkgelegenheid in de regio is onder leiding van de Gedeputeerde EZ van de provincie Noord Brabant een stuurgroep opgezet, waaraan naast de provincie ook mijn departement, de gemeente Oss, de BOM (Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij) en MSD zullen deelnemen. Over de oprichting en doelstelling, alsmede de (actieve) inzet van Economische Zaken, heb ik gesproken met de Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Doelstelling van deze stuurgroep is om mogelijkheden uit te werken die de werkgelegenheid, die in Oss verloren dreigt te gaan, te behouden. Er wordt zowel gekeken naar het voortzetten van bestaande activiteiten en initiatieven, als het stimuleren van nieuwe bedrijven. Hierbij zal ook nauw samengewerkt worden met MSD. Al deze week komt deze werkgroep voor het eerst bijeen.

  • Voor het behoud van de kennis voor de Nederlandse economie neemt MSD, in samenwerking met diverse overheden, het voortouw tot het bezien van mogelijkheden die hieraan een bijdrage leveren. Het opstarten van een life science park/campus op de huidige locatie van MSD in Oss, in een of meerdere samenwerkingsverbanden, is een van de ideeën die uitgewerkt worden. Ook zal gekeken worden naar reguliere overheidsinstrumenten op het gebied van innovatie en regionale regelingen, die ingezet kunnen worden. Dit zal opgepakt worden via een taskforce met diverse vertegenwoordigers van de lokale, regionale en rijksoverheid met behulp van een door MSD hiervoor ingeschakelde consultant. Mijn departement zal hierin ook vertegenwoordigd zijn en een actieve rol spelen. Volgende week komt deze groep voor het eerst bijeen.

Al met al is er sprake van een ingrijpende strategische beslissing van MSD. Gegeven de beslissing van MSD is het nu zaak dat alle relevante partijen in gezamenlijkheid actief alle mogelijkheden verkennen en ondersteunen die de gevolgen van deze strategie voor de werkgelegenheid en de kennisinfrastructuur kunnen beperken en het ondernemers- en innovatieve klimaat in Nederland versterken.

De minister van Economische Zaken,

M. J. A. van der Hoeven