nr. 219
BRIEF VAN DE MINISTER EN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 december 2009
Tijdens het Algemeen Overleg Handhaving op 19 november jl. heb ik
toegezegd u voor de SZW-begrotingsbehandeling nader te informeren over de
handhaving van cao’s. Deze informatie doe ik u hierbij toekomen. In
deze brief ga ik eerst in op de handhaving van cao’s en vervolgens op
de handhaving van arbeidsvoorwaarden bij grensoverschrijdende arbeid (o.a.
op de notificatieregeling voor buitenlandse dienstverleners in de Wet arbeid
vreemdelingen).
Handhaving van cao’s
Om de handhaving van cao’s te beschouwen is het van belang om stil
te staan bij de juridische status van cao’s. De Wet op de cao bepaalt
in de kern (als ordenend instrument) wat een cao is en bepaalt wie op welk
moment aan een cao gebonden is. De totstandkoming en de inhoud van cao’s
is in beginsel de verantwoordelijkheid van werkgevers, werknemers en hun organisaties.
Cao’s zijn (civielrechtelijke) overeenkomsten tussen sociale partners
die betrekking hebben op arbeidsvoorwaarden waarbij de overheid geen partij
is. In het verlengde daarvan valt ook het toezicht op de naleving van cao’s
volledig onder de eigen verantwoordelijkheid van cao-partijen. Dit is ook
het geval bij algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen. Het algemeen
verbindend verklaren van cao-bepalingen (avv) heeft tot doel het ondersteunen
van cao’s, het bevorderen van evenwichtige verhoudingen en het stimuleren
van zelfregulering. Net als de Wet op de cao is ook de Wet avv een ordenend
instrument, met als beoogd effect het voorkomen van neerwaarts concurreren
op arbeidsvoorwaarden. Avv doet echter niet af aan het civielrechtelijke karakter
van cao-bepalingen.
De handhaving van cao’s sluit volledig aan op de verantwoordelijkheidsverdeling
tussen sociale partners en overheid. Vanwege het civielrechtelijke karakter
van een cao is ook de (controle op de) naleving van de cao een zaak tussen
cao-partijen onderling. Naleving van een cao kan door cao-partijen via de
civiele rechter worden afgedwongen. Ook individuele werknemers die aan de
cao gebonden zijn kunnen zich tot de rechter wenden om naleving
van de cao af te dwingen en kunnen indien gewenst een vakbond inschakelen.
De overheid ondersteunt de handhaving door cao-partijen langs twee lijnen.
Ten eerste kunnen nalevingsbepalingen in de cao (indien zij niet in strijd
zijn met de wet) algemeen verbindend worden verklaard. Dit is een stevige
ondersteuning van de privaatrechtelijke handhaving. Cao-partijen kunnen bijvoorbeeld
een controleorgaan oprichten en regels opstellen over de wijze van onderzoek
en het vorderen van schadevergoeding. Door avv geldt dit voor de gehele sector.
Ten tweede kunnen cao-partijen, in geval van een avv’de cao, ter
ondersteuning van de privaatrechtelijke handhaving in een bepaald bedrijf
(bij gegrond vermoeden en intentie tot rechtsvervolging) de Minister van SZW
verzoeken om een onderzoek in te stellen op grond van artikel 10 van de Wet
avv. Het Ministerie van SZW ondersteunt de privaatrechtelijke handhaving van
cao-afspraken tevens via samenwerking met sociale partners, zoals hieronder
beschreven.
Handhaving van arbeidsvoorwaarden bij grensoverschrijdende
arbeid
De tijdelijk in Nederland gedetacheerde werknemers hebben op grond van
de Wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid recht op een «harde
kern» van arbeidsvoorwaarden, volgens de algemeen verbindend verklaarde
cao in de betreffende sector: cao-loon (betaald door de dienstverlener), vakantiedagen,
rusttijden, maximale werktijden, regels en voorwaarden voor uitzendwerk, veiligheidsmaatregelen
en gelijke behandeling.
Sinds februari 2007 werken het Ministerie van SZW en sociale partners
samen bij de handhaving van arbeidsvoorwaarden bij grensoverschrijdende arbeid.
De samenwerking is geformaliseerd in het «Kader voor
samenwerking tussen het Ministerie van SZW en de sociale partners ten behoeve
van de handhaving van arbeidsvoorwaarden bij grensoverschrijdende arbeid»
(Kader voor samenwerking). De betrokken partijen voeren periodiek overleg
en wisselen gegevens uit. Met deze samenwerking wordt invulling gegeven aan
een tripartiete inzet op de naleving van wettelijke bepalingen en de ondersteuning
door de overheid bij de privaatrechtelijke handhaving van cao’s. Over
de uitvoering van de samenwerking bent u laatstelijk geïnformeerd bij
brief van 16 juni 2008 (Kamerstukken II, 2007/08, 29 407, nr. 81).
Over de handhaving van de wettelijke minimumnormen voor arbeidsvoorwaarden
bij genotificeerde werknemers kan het volgende worden opgemerkt. Op grond
van art. 49 EG-Verdrag mogen in de EU gevestigde dienstverleners hun diensten
in Nederland aanbieden met eigen werknemers. Tijdelijke dienstverlening met
werknemers voor wie (nog) geen vrij werknemersverkeer geldt (Bulgaren en Roemenen
en zogeheten derdelanders: vreemdelingen met een niet-EER nationaliteit) is
aan beperkingen gebonden. Voor deze werknemers is op 1 december 2005
in de Wet arbeid vreemdelingen de notificatieregeling opgenomen, ter vervanging
van de tewerkstellingsvergunningsplicht (twv-plicht). Dit houdt in dat de
buitenlandse dienstverlener vooraf melding moet doen van de voorgenomen werkzaamheden
(met inzet van vreemdelingen met een niet-EER nationaliteit) bij UWV WERKbedrijf.
Het gaat om een melding en niet om een inhoudelijke toets: er wordt niet vooraf
gecontroleerd op de toepasbaarheid van de notificatieregeling. Wel worden
de bedrijven waar deze gedetacheerde werknemers werkzaam zijn door de Arbeidsinspectie
gecontroleerd op naleving van het wettelijk minimumloon, de arbeidsomstandigheden
en illegale tewerkstelling.
De Arbeidsinspectie voert regelmatig controles uit bij bedrijven die een
beroep doen op de notificatieregeling. Daarbij wordt gebruik gemaakt van informatie
van UWV WERKbedrijf. Bij controles op illegale tewerkstelling wordt bekeken
of er tijdig en volledig is genotificeerd en of deze notificatie leidt tot
ontheffing van de twv-plicht. Als dit niet het geval is volgt een bestuurlijke
boete. Het aantal notificaties bij UWV WERKbedrijf is overigens fors afgenomen
sinds op 1 mei 2007 de beperkingen op het vrij verkeer voor MOE-landers
zijn opgeheven. Tussen 1 december 2005 en 1 mei 2007 zijn per maand
gemiddeld 573 notificaties gedaan. Tussen 1 mei 2007 en 1 juli 2009
waren het er gemiddeld 130 per maand.
Ten behoeve van de periodieke evaluatie van het «Kader voor samenwerking»
wordt de (samenwerking bij) handhaving van cao’s komend jaar opnieuw
besproken met de Stichting van de Arbeid. Daarbij komt de vraag aan bod hoe
cao-partijen de huidige vormgeving van de handhaving van cao’s en de
ondersteuning door het ministerie van SZW ervaren. Over de uitkomsten van
die evaluatie wordt u te zijner tijd geïnformeerd.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. P. H. Donner
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma