29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nr. 1322 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 juni 2026

Cao-afspraken bevorderen in Nederland evenwichtige arbeidsverhoudingen en arbeidsrust. Maar hoeveel werknemers vallen nog onder een cao in 2026 en welke afspraken gelden voor deze werknemers? En over welke onderwerpen maken cao-partijen afspraken de laatste maanden?

Met deze jaarlijkse Kamerbrief beantwoord ik deze vragen op basis van drie recente onderzoeken:

  • 1) Onderzoek «Cao’s in Nederland. Kerncijfers 2026»

    Cao-afspraken geven de arbeidsvoorwaarden (mede) vorm van 6,2 miljoen werknemers die onder de 661, bij mijn ministerie aangemelde cao’s vallen. Aantal aangemelde cao’s en cao-werknemers is stabiel.

  • 2) Onderzoek «Trends in cao-akkoorden voorjaar 2026»

    Vooral over de RVU en over «leren & ontwikkelen» maken cao-partijen (nieuwe) afspraken. Ook maken werkgevers en vakbonden afspraken over actuele onderwerpen als reservisten, klimaat, kunstmatige intelligentie/AI en spits mijden. Via deze afspraken vullen cao-partijen hun bijdrage aan maatschappelijke thema’s in.

  • 3) Onderzoek «Cao-afspraken 2026»

    In dit jaarlijkse onderzoek staat de inhoud centraal van de 141 grootste cao’s. Hieronder vallen 5,4 miljoen werknemers (87% van alle werknemers met een cao). Dit onderzoek beschrijft de huidige cao-afspraken over de volgende onderwerpen:

    • 1) Cao-loonontwikkeling

    • 2) Laagste loonschalen

    • 3) Afstand tot de arbeidsmarkt

    • 3) Arbeidsduur en 5 mei

    • 4) Bovenwettelijke aanvullingen bij ziekte, arbeidsongeschiktheid, en werkloosheid

    • 5) Tariefafspraken zzp’ers

      Voor een snelle blik op de onderzoeksresultaten verwijs ik u naar de bijgevoegde infographics. En voor de volledige bevindingen verwijs ik u naar de bijgevoegde onderzoeken. Uit deze drie onderzoeken trek ik de conclusie dat de cao, net als voorgaande jaren, een spiegel is van maatschappelijke, politieke en economische ontwikkelingen.

Graag maak ik van deze gelegenheid gebruik om mijn waardering uit te spreken voor de inspanningen van zowel werkgevers als vakbonden om collectieve afspraken te maken ten behoeve van een beter functionerende arbeidsmarkt. Het cao-instrument speelt daarbij een onontbeerlijke en onbetwiste rol. Tegelijkertijd zien we een afname van de cao-dekkingsgraad en is er ruimte voor verbetering van de werking van het cao-instrument. In overleg met de Stichting van de Arbeid kijken we naar hoe we de werking van het cao- en avv-instrument kunnen versterken. Na de zomer breng ik de Kamer graag op de hoogte van de stand van zaken.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief

Naar boven