Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2003-2004
Kamerstuk 29540 nr. 22

Gepubliceerd op 7 mei 2004
Toon volledige inhoudsopgave

Gerelateerde informatie


Toon alle stukken in dossier



29 540
Jaarverslagen over het jaar 2003

nr. 22
JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE (X)

Aangeboden 19 mei 2004

Gerealiseerde ontvangsten

kst-29540-22-1.gif

Gerealiseerde uitgaven

kst-29540-22-2.gif

Inhoudsopgave

A.Algemeen6
1.Voorwoord6
2.Dechargeverlening8
3.Leeswijzer11
   
B.Beleidsverslag14
4.Beleidsprioriteiten14
5.Beleidsartikelen36
6.Niet-beleidsartikelen126
7.Bedrijfsvoeringsparagraaf151
8.Toezichtrelaties155
   
C.Jaarrekening157
9.Verantwoordingsstaten157
 9.1. De verantwoordingsstaat van het ministerie van Defensie157
 9.2. De samenvattende verantwoordingsstaat van de agentschappen158
10.Financiële toelichting bij de verantwoordingsstaten159
 10.1. Toelichting bij de beleidsartikelen159
 10.2. Toelichting bij de niet-beleidsartikelen182
 10.3. Toelichting bij de agentschappen189
11.Bijlage 1: Verdiepingsbijlage217
12.Bijlage 2: Aanbevelingen Algemene Rekenkamer228
13.Bijlage 3: Ramingskengetallen229
14.Bijlage 4: Saldibalans243
15.Bijlage 5: Lijst van afkortingen255

A. ALGEMEEN

1. VOORWOORD

De afgelopen jaren is de verantwoording van het defensiebeleid verder verbeterd. De regels van de beleidsverantwoording dwingen Defensie zich beter rekenschap te geven van en inzicht te geven in de aard en de motivering van de gedane uitgaven. Dat is onder meer het resultaat van het door Defensie ingeslagen verbetertraject van de bedrijfsvoering van de defensieorganisatie en haar onderdelen. Dit is in toenemende mate volgens VBTB-criteria ingericht. De beschikbare instrumenten voor beheer en control worden steeds meer gericht en systematisch benut. Dit proces is nog niet voltooid, maar het Jaarverslag 2003, dat voor u ligt, is de weerslag van de voortgang die is geboekt.

Onlangs hield ik een speech waarin het draagvlak voor Defensie in de samenleving aan de orde werd gesteld. Het transparant maken van het defensiebeleid, het inzichtelijk maken van de beleidskeuzes en, in dat verband, de verantwoording over de defensie-uitgaven, zijn hiervoor cruciale factoren. Er is een verband tussen de geloofwaardigheid van het openbaar bestuur en de mate van afrekenbaarheid ervan. Ook voor de militairen, die op soms riskante missies worden gestuurd, is het van groot belang de motieven en de resultaten van het gevoerde beleid uiteen te zetten.

In 2003 waren gelijktijdig meer Nederlandse militairen uitgezonden om deel te nemen aan militaire operaties dan ooit eerder het geval was. In totaal werden ongeveer 4 000 mensen uitgezonden in zeventien verschillende operaties. Dit betrof bijdragen aan onder meer SFOR in Bosnië-Herzegovina, de operatie «Display Deterrence» in Turkije, ISAF in Afghanistan, de operatie «Enduring Freedom», en, niet in de laatste plaats, de missie in Irak (SFIR).

De relatief omvangrijke bijdrage die Nederland levert aan internationale militaire missies is voor een belangrijk deel het resultaat van een uitgebalanceerd proces van opleiden en trainen van personeel, en het verwerven en onderhouden van modern materieel. Dit proces betreft het gereedstellen van eenheden. De mate waarin deze eenheden feitelijk kunnen worden gebruikt is bepalend voor de doelmatigheid van de defensie-inspanningen. Nederland scoort daarbij, in verhouding met andere Navo-bondgenoten, uitstekend. We beschikken over een kwalitatief hoogwaardige en technologisch geavanceerde krijgsmacht, die een gevechtswaarde vertegenwoordigt om «U» tegen te zeggen.

In het defensiebeleid heeft de feitelijke inzet, die nu eenmaal de kerntaak van Defensie is, prioriteit gekregen. Zoals uit het verslag blijkt is dit in een aantal gevallen ten koste gegaan van de ruimer gedefinieerde inzetgereedheid, waarvoor bijvoorbeeld een bepaalde oefenfrequentie vereist is die niet gehaald kan worden als de eenheid is uitgezonden. De operationele gereedheid was over het algemeen voldoende. Behalve de voorrang die aan «inzet» is gegeven boven «algemene geoefendheid» hebben ook de gestegen kosten voor materiële en personele exploitatie de investeringen onder druk gezet. Hierdoor moesten de programma's op onderdelen worden geschrapt.

Het realiseren van de ombuigingen van het eerste kabinet-Balkenende was voor de krijgsmacht geen gemakkelijke opgave. Het tweede kabinet-Balkenende heeft de buikriem nog verder moeten aanhalen, maar liet hierbij Defensie terecht buiten schot. In 2003 heeft de defensie-organisatie hard gewerkt aan de maatregelen die aan het eind van deze kabinetsperiode moeten leiden tot een nieuw evenwicht: tussen omvang van de krijgsmacht en het beschikbare budget.

De Minister van Defensie,

H. G. J. Kamp

2. DECHARGEVERLENING

Verzoek tot dechargeverlening van de Minister van Defensie aan de Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Defensie decharge te verlenen over het in het jaar 2003 gevoerde financiële beheer met betrekking tot de uitvoering van de begroting van het Ministerie van Defensie.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld van haar bevindingen en haar oordeel met betrekking tot:

a. het gevoerde financieel en materieelbeheer;

b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

c. de financiële informatie in de jaarverslagen;

d. de departementale saldibalansen;

e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

van het Ministerie van Defensie. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen, naast het onderhavige jaarverslag en het hierboven genoemde rapport van de Algemene Rekenkamer, de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

a. het Financieel Jaarverslag van het Rijk over 2003; dit jaarverslag wordt separaat aangeboden;

b. de slotwet van het Ministerie van Defensie over het jaar 2003; deze slotwet is als afzonderlijk kamerstuk gepubliceerd;

het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen;

c. Het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2003 met betrekking tot de onderzoeken, bedoeld in artikel 83 van de Comptabiliteitswet 2001. Dit rapport, dat betrekking heeft op het onderzoek van de centrale administratie van 's Rijks schatkist en van het Financieel Jaarverslag van het Rijk, wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aangeboden;

d. De verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel Jaarverslag van het Rijk over 2003 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2003 alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2003 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Defensie,

H. G. J. Kamp

mede namens

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van:

(datum) ..

De Voorzitter van Tweede Kamer,

Naam:

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen aantekening door de voorzitter van de Tweede Kamer, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van:

(datum)

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Naam:

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen aantekening door de voorzitter van de Eerste Kamer, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

3. LEESWIJZER

Opzet jaarverslag

Het jaarverslag bestaat naast deze leeswijzer, uit het voorwoord van de minister, de dechargeverlening, het beleidsverslag en de jaarrekening. De kern van het jaarverslag wordt gevormd door het beleidsverslag. Hierin wordt met name aandacht besteed aan de drie algemene beleidsdoelstellingen van Defensie, de aansluiting met de beleidsartikelen en de beleidsprioriteiten zoals deze voor 2003 zijn geformuleerd, inclusief de beleidsprioriteit «terrorismebestrijding», die naar aanleiding van de aanslagen van 11 september 2001 op de agenda is gezet. De gehanteerde begrotingsindeling in dit jaarverslag is gebaseerd op de begroting voor 2003 en bevat 7 beleidsartikelen en 4 niet-beleidsartikelen. De in de begroting 2002 zelfstandige beleidsartikelen 06 «Militaire Inlichtingen Dienst» (nu: Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst), 07 «Ziektekostenvoorziening Defensiepersoneel», 08 «Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden» (nu Pensioenen en uitkeringen aangezien de wachtgelden bij de defensieonderdelen verantwoord worden) en 12 «Wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling» maken nu deel uit van het niet-beleidsartikel 90 «Algemeen», omdat het indirecte apparaatsuitgaven betreffen die gekoppeld zijn aan meerdere beleidsdoelstellingen. Het in de begroting 2002 opgenomen beleidsartikel «Defensie Interservice Commando» is nu als niet-beleidsartikel «Ondersteuning krijgsmacht» opgenomen, omdat de uitgaven die op dit artikel worden geraamd en gerealiseerd, eveneens aan meerdere beleidsdoelstellingen kunnen worden toegerekend.

In de jaarrekening worden de verantwoordingsstaten, de artikelsgewijze toelichtingen en de verantwoordingen van de agentschappen DTO en DGW&T gepresenteerd.

De in dit jaarverslag opgenomen mededeling beperkt zich nog tot een aantal ondersteunende processen. De mededeling over de bedrijfsvoering is ingebed in de plannings- en controlcyclus en gebaseerd op deelmededelingen van de bevelhebbers, de commandant Dico, de plaatsvervangend secretaris-generaal en de Chef defensiestaf. Verder verstrekt de mededeling over de bedrijfsvoering informatie over een aantal specifieke bedrijfsvoeringsthema's.

Wijze van toelichten

Het jaarverslag 2003 heeft ten dele het karakter van een uitzonderingsrapportage. Dit houdt in dat slechts aanvullende informatie is opgenomen als sprake is van substantiële afwijkingen ten opzichte van de in de begroting geformuleerde te bereiken doelstellingen, de te verrichten activiteiten en de hiervoor aan te wenden financiële middelen.

Bij de krijgsmachtdelen is een overzicht opgenomen van de operationele doelstellingen conform de begroting 2003. Indien zich gedurende 2003 bijzonderheden hebben voorgedaan ten aanzien van de realisatie van deze doelstellingen dan wel dat doelstellingen niet volledig zijn gerealiseerd wordt dit expliciet in het jaarverslag weergegeven met behulp van het Δ symbool in de kantlijn gevolgd door een toelichting. Hiermee wordt inzicht gegeven in de realisatie van de doelstellingen, de oorzaken van eventuele afwijkingen en de als gevolg hiervan te treffen maatregelen. De afwijkingen tussen begroting en realisatie bij de financiële middelen worden onderverdeeld in technische en beleidsmatige afwijkingen. De technische afwijkingen betreffen bijvoorbeeld mutaties als gevolg van loon- en prijsbijstelling en hebben geen direct verband met de realisatie van de geformuleerde doelstellingen. Deze relatie bestaat wel bij de beleidsmatige afwijkingen die het gevolg zijn van (tussentijds opgekomen) beleidsprioriteiten.

Budgettaire gevolgen van het beleid

In deze beleidsverantwoording zijn bij de overzichten «Budgettaire gevolgen van het beleid», ook de realisatiegegevens over de jaren 1999, 2000, 2001 en 2002 opgenomen. Hierbij is getracht om de consistentie in de cijfers over de jaren zoveel mogelijk in stand te houden. Zo zijn hiertoe bij de drie grootste krijgsmachtdelen de uitgaven en ontvangsten met betrekking tot de civiele taken (Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba, Kustwacht Nederland en de Explosievenopruiming) geëlimineerd en onder het beleidsartikel «Civiele taken» opgenomen. Voor wat betreft de uitgaven is, gezien de verwevenheid van een deel van deze uitgaven (met name de Kustwacht Nederland en de Explosievenopruiming), een «extrapolatie» toegepast op basis van de realisatiecijfers over het begrotingsjaar 2001.

De budgettaire gevolgen van de Nota van Wijziging zijn in de tabellen Budgettaire gevolgen van het beleid aangebracht, zodat de daar gepresenteerde bedragen in overeenstemming zijn met die zoals uiteindelijk op artikelniveau geautoriseerd. De verdeling over de artikelonderdelen is eerst in de loop van het begrotingsjaar uitgevoerd. Dit betekent dat de budgettaire kortingen uit de Nota van Wijziging veelal arbitrair zijn toegewezen aan een artikelonderdeel. Gezien de impact van de Nota van Wijziging op de onderliggende ramingen, betekent dit tevens dat in de bijlage Ramingskengetallen de cijfers voor de begroting 2003 niet zijn aangepast voor de gevolgen van de Nota van Wijziging. De herkenbaarheid van de daar gepresenteerde cijfers komt dit ten goede.

De budgettaire gevolgen van de jaarlijkse loon- en prijsbijstellingen zijn bij de toelichting van de realisatieverschillen afzonderlijk aangegeven. Deze bijstellingen hebben ook gevolgen voor de omvang van de investeringsprojecten. Daar waar noodzakelijk is dan ook, in de overzichten van de individuele projecten, de omvang van het projectbedrag aangepast aan het loon- en prijsniveau 2003. Inhoudelijke wijzigingen in de projectomvang worden bij het projectoverzicht nader toegelicht.

Toelichting verschillen

Bij de toelichting van de realisatieverschillen wordt onderscheid gemaakt tussen technische en beleidsmatige verschillen. Onder technische verschillen worden onder meer verstaan:

– uitdeling loonbijstelling: de ontwerpbegroting is voor wat betreft de bezoldiging geraamd op loonpeil 2002, de realisatie heeft plaatsgevonden in het lopende loonpeil hetgeen onvermijdelijk tot meeruitgaven heeft geleid, die zijn gecompenseerd via de uitdeling van de loonbijstelling door Financiën;

– uitdeling prijsbijstelling: de ontwerpbegroting is voor wat betreft de materiële uitgaven geraamd op prijspeil 2002, de realisatie heeft plaatsgevonden in het lopende prijspeil hetgeen onvermijdelijk tot meeruitgaven heeft geleid, welke gedeeltelijk (25%) zijn gecompenseerd via de uitdeling van prijsbijstelling door Financiën;

– bijdragen door defensieonderdelen in gezamenlijk te financieren projecten (bijvoorbeeld MILSATCOM): een aantal projecten is van belang voor meer dan één defensieonderdeel, dit leidt er toe dat de uitgaven voor dergelijke projecten in zijn totaliteit ten laste van het artikel van het uitvoerende defensieonderdeel worden verantwoord, hetgeen daar onvermijdelijke meeruitgaven tot gevolg heeft en bij het bijdragende defensieonderdeel minderuitgaven.

Bij de toelichting op de realisatieverschillen is een grensbedrag gehanteerd van € 5 miljoen. Verschillen met een kleinere omvang worden niet toegelicht, tenzij de aard van het verschil het noodzakelijk maakt om toch een korte toelichting te verstrekken.

Voortgang materieelprojecten

Zoals in de Kamerbrief van 14 maart 2002 over de inrichting van de VBTB-begroting Defensie is uiteengezet, is de informatie uit het Materieelprojecten Overzicht (MPO) verwerkt in de investeringsoverzichten bij de respectievelijke beleidsartikelen in het jaarverslag. Daar wordt inhoudelijk ingegaan op de in het jaar 2003 bereikte voortgang ten aanzien van projecten uit het MPO.

B. BELEIDSVERSLAG

4. BELEIDSPRIORITEITEN

Inleiding

Dit beleidsverslag geeft een overzicht van het door Defensie gevoerde beleid in 2003. De beleidsprioriteiten die werden omschreven in de beleidsagenda van de Defensiebegroting voor 2003 zijn hierbij als uitgangspunt genomen. De organisatie, waar in 2003 in totaal een kleine 72000 mensen werkzaam waren, is voortdurend in verandering. Op alle mogelijke beleidsterreinen en op verschillende niveaus wordt iedere dag gewerkt aan de verdere ontwikkeling van de defensie-organisatie. Deze genereert het hoofdproduct van Defensie, snel en flexibel inzetbare militaire eenheden, professioneel opgeleid en van deugdelijk materieel voorzien. Er waren voor 2003 vijf beleidsprioriteiten in het defensiebeleid aangemerkt, waarvan de voortgang in dit beleidsverslag wordt beoordeeld. Deze betroffen

• de bestrijding van terrorisme

• de versterking van de Europese militaire capaciteiten in EVDB- en Navo-verband

• de uitvoering van de Defensienota 2000

• de voortzetting van het Veranderingsproces Defensie, met bijzondere aandacht voor de uitvoering van het Strategisch Akkoord

• de versterking van het personeelbeheer.

Het belangrijkste product dat Defensie levert zijn snel inzetbare militaire eenheden. Deze moeten waar ook ter wereld, onder uiteenlopende geografische en klimatologische omstandigheden kunnen worden ingezet. Daarvoor is een hoog niveau van inzetgereedheid van het materieel, alsmede een hoge geoefendheid van het personeel benodigd. In de begroting 2003 is vastgelegd welke middelen en inspanningen daarvoor nodig werden geacht. De gemiddelde investeringsquote was in het afgelopen jaar 16,9, terwijl een investeringspercentage van 19,7 was voorzien. De reden hiervoor was het opschorten van voorgenomen investeringen tijdens het voorbereiden van de ombuigingen. De investeringen werden na november hervat. Het beoogde oefenprogramma is niet in zijn geheel gehaald. Door materiële problemen en personele tekorten konden de krijgsmachtdelen niet altijd het gewenste aantal mensoefendagen, vaardagen of vlieguren realiseren. Toch was de inzetgereedheid van de eenheden in het algemeen hoog.

Financiële omstandigheden in 2003

Als gevolg van de slechte economische omstandigheden en de gevolgen hiervan voor de rijksbegroting, besloot het kabinet Balkenende-I in 2002 tot omvangrijke bezuinigingen op Defensie. Deze zouden van € 120 miljoen in 2003 oplopen tot een structurele verlaging van de defensie-uitgaven van € 245 miljoen jaarlijks vanaf 2006. De taakstellingen in het Strategisch Akkoord betroffen een efficiencykorting van vier procent voor al het burgerpersoneel en het militair personeel. Tevens was er een volumekorting van vijf procent voor het burgerpersoneel (met uitzondering van het militaire en het burgerpersoneel bij de Koninklijke marechaussee). Deze kortingen hadden vooral «ontbureaucratisering» en «ontstaffing» tot doel. In het geval van Defensie betroffen ze echter niet uitsluitend staven, maar ook uitvoerende organisatiedelen en operationele eenheden.

Daarnaast werd besloten tot een beleidsintensivering voor de versterking van de Europese militaire capaciteiten (oplopend tot structureel € 50 miljoen vanaf 2006). In de begroting van 2003 moest voorts nog een financiële taakstelling uit het verleden worden verwerkt: de taakstelling voor Competitieve Dienstverlening (CDV, kabinet Kok-2, 1998–2002). Vooral het structureel niet uitkeren van driekwart van de prijsbijstelling over het jaar 2002 had verstrekkende gevolgen voor Defensie in 2003.

Door de bezuinigingen in het Strategisch Akkoord waren ingrepen in de operationele capaciteiten van de krijgsmacht onvermijdelijk. De taakstellingen waren in de brief «Defensie en het Strategisch Akkoord» (8 november 2002, Kamerstuk 28 600X, nr. 10) grotendeels verwerkt. Overigens bevestigde deze zogenaamde «Najaarsbrief» het belang van de eerste twee speerpunten van het defensiebeleid. Dit beleid staat geformuleerd in de beleidsagenda bij de Defensiebegroting voor 2003. Het gaat om respectievelijk de bestrijding van terrorisme en de versterking van de Europese militaire capaciteiten in EVDB- en Navo-verband.

In het voorjaar van 2003 bleek dat Defensie meer tijd nodig had voor de heroverweging van de doelen en de middelen die ter beschikking staan. Over de redenen daarvoor is de Kamer schriftelijk geïnformeerd (12 maart 2003, nr. def0300035). Tijdens de begrotingsbehandeling 2003 op 4 en 5 december 2002 kwam de regering de Tweede Kamer tegemoet door een aanzienlijk deel van de ingediende moties te betrekken bij het integrale planningsproces. Daarbij kwam dat de financiële situatie bij Defensie zorgwekkender was dan gedacht. De begroting van Defensie stond al enige jaren onder druk, mede als gevolg van het strakke financiële keurslijf waarin de Defensienota 2000 gegoten was. De druk nam verder toe door de bezuiniging in het Strategisch Akkoord. Er waren verdergaande ingrepen nodig dan in de Najaarsbrief was aangekondigd.

Daarnaast was de financiële situatie bij Defensie nijpender geworden omdat de defensiebegroting nauwelijks ruimte biedt om tegenvallers te verwerken en begrotingsrisico's op te vangen. Door de aanzienlijk gestegen materiële en personele exploitatielasten nam de budgetflexibiliteit de afgelopen jaren af. Deze wordt de komende jaren verder verkleind door de stijgende uitgaven voor wachtgelden. De structurele stijging van deze exploitatielasten in de afgelopen jaren had tot gevolg dat noodzakelijke investeringen in nieuwe capaciteiten achterbleven. Het tegenovergestelde is nodig: het creëren van financiële ruimte teneinde tijdig noodzakelijke investeringen in relevante ontwikkelingen te doen. Al met al stonden zowel de structurele betaalbaarheid als de toekomstige effectiviteit van de krijgsmacht fors onder druk.

Ten slotte waren er verkiezingen in het vooruitzicht en zou als gevolg daarvan een nieuw kabinet aantreden. Het was aan het nieuwe kabinet besluiten te nemen over het defensiebeleid voor de komende jaren, in een nieuw regeerakkoord.

Het Hoofdlijnenakkoord bevatte een intensivering om de inzetbaarheid van de krijgsmacht voor crisisbeheersingsoperaties te verbeteren. Deze loopt op van € 30 miljoen in 2004 tot € 100 miljoen in 2007 en is daarna structureel. Hoe deze intensivering wordt belegd komt uitgebreid aan de orde in de brief «Op weg naar een nieuw evenwicht: de krijgsmacht in de komende jaren», de zogenaamde «Prinsjesdagbrief» (16 september 2003, Kamerstuk 29 200X, nr. 4). Besloten is deze intensivering onder meer aan te wenden om de parate capaciteit en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht voor de deelneming aan vredesoperaties op korte termijn te versterken. De intensiveringsmaatregelen uit het Hoofdlijnenakkoord, maar ook het grootste deel van de planmatige herschikkingen, de doelmatigheidsmaatregelen en de maatregelen die leiden tot het opheffen van eenheden of het afstoten van militaire capaciteiten zijn verwerkt in de Defensiebegroting voor 2004. Ze komen in dit beleidsverslag niet aan de orde.

Sommige besluiten konden echter al in dit verslagjaar worden uitgevoerd. De budgettaire en financiële gevolgen van deze ombuigingen, voor een totaal van € 147,3 miljoen, worden kort toegelicht in het overzicht in het tweede deel van dit beleidsverslag. Tevens wordt van deze maatregelen verslag gedaan bij het beleidsspeerpunt waaronder ze in de beleidsagenda in de Defensiebegroting 2003 waren ondergebracht. Een klein aantal maatregelen dat in de Najaarsbrief werd aangekondigd en vorig jaar werd uitgevoerd, viel niet onder de in de beleidsagenda van de Defensiebegroting 2003 vastgestelde beleidsspeerpunten. Het personeelsbestand van de krijgsmacht is in het afgelopen jaar als gevolg van de te behalen taakstellingen uit het Strategisch Akkoord al aanzienlijk verkleind. De maatregelen uit de Najaarsbrief hebben effect gehad op het personeelsbestand. Ze zijn gedeeltelijk ingehaald of overvleugeld door de maatregelen die in de Prinsjesdagbrief zijn vastgesteld, en die van toepassing waren op het begrotingsjaar 2003. Dit beleidsverslag behandelt het personeelsbeleid onder speerpunt 5. Ook werden de operationeel verouderde Bölkow-105 lichte transporthelikopters afgestoten. De Object Grondverdediging (OGRV) van de Koninklijke luchtmacht is gereduceerd met ruim 100 functies. Twee mijnenjagers zijn uit de vaart genomen. Op financiële gronden werd noodgedwongen afgezien van een aantal vernieuwingen, zoals de vervanging van de Hawk door de Patriot, het paraat stellen van een derde mariniersbataljon en de deelneming aan het Franse satellietwaarnemingsprogramma Helios-2.

Inhoud van het beleidsverslag

In het beleidsverslag wordt de voortgang bij de beleidsprioriteiten beschreven, zoals omschreven in de beleidsagenda 2003. In de nationale en internationale politiek-militaire omstandigheden van de zomer van 2002 was het duidelijk waar die zouden liggen. Onverminderd van belang waren de maatregelen uit het Actieplan van de regering die Defensie zou uitvoeren en de departementale taakgroep ter zake de voorkoming en de bestrijding van terrorisme. In het licht van de internationaal politieke ontwikkelingen lag tevens de focus op de versterking van de Europese militaire capaciteiten in EVDB-kader. Niet opgenomen in de beleidsagenda waren de toezeggingen die de regering in november 2002 deed tijdens de Navo-Top in Praag in het kader van het «Prague Capabilities Commitment» (PCC). De meeste projecten die hiervoor werden geïdentificeerd, waren wel al opgenomen onder het beleidsspeerpunt 2 «Europese capaciteitsversterking» of speerpunt 3 «Uitvoering Defensienota 2000» in de beleidsagenda. Nederland bracht deze projecten ook in als PCC-bijdrage. Dit is geen duplicering of politiek «vluggertje». De aandachtsgebieden van het PCC bevestigen dat Defensie op het juiste spoor zit ten aanzien van het toerusten van de krijgsmacht op de dreigingen in de wereld na 11 september 2001. Daarnaast was een krachtige en concrete aanpak van de tekortkomingen een belangrijke politieke katalysator voor de gerichte capaciteitsversterking in de Navo. In het beleidsverslag zijn alle projecten terug te vinden, binnen het politieke of budgettaire kader waarin ze zijn belegd, met verwijzingen naar voren of verder terug in het verslag.

In augustus 2002 was de omvang van de taakstellingen duidelijk, maar niet hoe deze zouden worden behaald. Daarnaast vloeiden uit het nieuwe regeerakkoord beleidsintensiveringen voort. De projecten en maatregelen die onder de beleidsprioriteiten waren aangekondigd werden deels ingehaald of overvleugeld door de maatregelen uit de Prinsjesdagbrief. Dat maakte het jaar 2003 goeddeels een beleidsarm jaar. De uitkomsten van de herstructurering van de defensieorganisatie en de totstandkoming van het gezochte evenwicht tussen omvang en middelen enerzijds, en het budget anderzijds, moesten worden afgewacht.

Speerpunt 1: Bestrijding van terrorisme

In de strijd tegen het internationale terrorisme was ons land een betrouwbare partner. Nederland beschikt over een moderne, goed uitgeruste krijgsmacht die een belangrijke bijdrage kan leveren aan de bestrijding van het terrorisme, zowel in de vorm van militaire bijstand en steunverlening in Nederland als in het buitenland. Snelle inzetbaarheid, flexibiliteit en «joint» optreden van elementen van de krijgsmacht waren ook van belang bij de bestrijding van het terrorisme. De bevordering van de stabiliteit en de bestrijding van het internationale terrorisme door Nederlandse militairen elders in de wereld kwamen ten goede aan de veiligheid van Nederlandse en andere Europese burgers in hun eigen leefomgeving.

Defensie werkte actief mee aan het «Actieplan Terrorismebestrijding en Veiligheid» van de regering. De maatregelen die voortkwamen uit de aanbevelingen uit het eindrapport van de departementale taakgroep «Defensie en terrorisme» zijn in 2003 grotendeels uitgevoerd. Het departement was ook betrokken bij de uitvoering van de Gemeenschappelijke Verklaring over intensivering van de samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk bij de bestrijding van het terrorisme.

Operatie Enduring Freedom (OEF)

«Enduring Freedom» is de onder leiding van de Verenigde Staten gevoerde strijd van de internationale gemeenschap tegen het internationaal terrorisme. Tot 1 juli 2003 stelde Nederland een fregat, een maritiem patrouillevliegtuig en een onderzeeboot ter beschikking. Deze hadden als taak het vergaren van inlichtingen en het uitvoeren van verkenningen, het escorteren van schepen en het «(unopposed) boarden» van verdachte vaartuigen. Het maritieme patrouillevliegtuig werd tevens ingezet boven Afghanistan, ten behoeve van de grondoperaties in Enduring Freedom en de «International Security Assistance Force» (ISAF).

Daarnaast was tot 1 april 2003 een KDC-10 tankervliegtuig gestationeerd op het vliegveld Manas in Kirgizië en werd een C-130 Hercules transportvliegtuig ingezet vanuit Termez in Afghanistan. Het maakte deel uit van een Noors-Deens-Nederlands transportdetachement. In EPAF-verband («European Participating Air Forces»), met Denemarken en Noorwegen, werden F-16 gevechtsvliegtuigen ingezet voor luchtsteunoperaties ten behoeve van de operaties van de grondeenheden in Enduring Freedom in Afghanistan. De toestellen waren gestationeerd op Manas. Aan de inzet in EPAF-verband kwam op 1 oktober een eind.

Maatregelen voor de verbeterde uitvoering en verankering van de derde hoofdtaak

De toenemende samenhang tussen interne en externe veiligheid, inherent aan de openheid van complexiteit van onze samenleving, vroeg nadrukkelijk de aandacht. De dreiging van het internationale terrorisme heeft de nationale bijstandstaken van de krijgsmacht aan betekenis doen winnen. Het belang van de derde hoofdtaak van de krijgsmacht – de ondersteuning van civiele autoriteiten – nam daarom onmiskenbaar toe.

Civiele autoriteiten moesten vanzelfsprekend kunnen rekenen op steun van de krijgsmacht. De krijgsmacht beschikt immers over specifieke kennis, vaardigheden en middelen, die voor deze autoriteiten belangrijk zijn. In samenwerking met andere overheidsdiensten werd deze ondersteunende taak verder voorbereid, onder meer aan de hand van nuttige maatregelen uit het rapport van de departementale taakgroep. Op hoofdlijnen kan gesteld worden dat de korte termijnmaatregelen zijn gerealiseerd, terwijl de lange termijnmaatregelen zijn opgenomen in het Defensieplan 2004–2013. In 2003 werd onder meer gewerkt aan de verdere uitvoering van maatregelen die reeds in gang waren gezet:

• de gezamenlijke beoefening van procedures van militaire en civiele autoriteiten wordt in het kader van het project Civiel Militaire Bestuursafspraken nader geïnventariseerd en op uitvoerbaarheid beoordeeld in overleg met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, alsmede met overige betrokken ministeries;

• de nationale vertaling van bewakings- en beveiligingsmaatregelen in het kader van het alarmingssysteem van de Navo (het «NATO Crisis Response System») is geactualiseerd en zal gedurende een oefening in maart 2004 getoetst worden;

• sinds 1 augustus 2003 zijn zowel een krijgsmachtbreed kenniscentrum voor bescherming tegen nucleaire, biologische en chemische middelen (NBC) alsmede een «joint» NBC-school opgericht. Ook civiele instanties kunnen van deze kennis gebruik maken;

• de Koninklijke landmacht heeft een parate NBC-verdedigingscompagnie opgericht, die tevens kan worden ingezet in het kader van militaire bijstand en steunverlening. De NBC-compagnie is inmiddels voor 70 procent gevuld. De eerste NBC-ontsmettingssystemen (vijf van de veertien) zijn ingestroomd en ingedeeld bij de NBC-verdedigingscompagnie. In 2004 wordt de rest van de ontsmettingssystemen geleverd;

• ten aanzien van de samenwerking met de politie op het gebied van explosievenverkenning en explosievenopruiming wordt overleg gevoerd met de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie over de belegging van verantwoordelijkheden en de uitvoering van taken.

Maatregelen uit het Actieplan van de regering

Defensie werkt ook actief mee aan andere acties uit het «Actieplan Terrorismebestrijding en Veiligheid» van de regering:

• de versterking van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) met 25 functies is nagenoeg voltooid;

• de versterking van de Koninklijke marechaussee ten behoeve van persoonsbeveiliging, van buitengrenscontroles en van de beveiliging van de luchtvaart is geregeld. De extra capaciteit voor de versterking van de marechausseeteams voor grensoverschrijdende criminaliteit (36 functies) wordt naar verwachting medio 2004 gerealiseerd. Overigens kost het in het algemeen moeite de zeer specialistische functies te vullen. In het kader van de voorziening in «air marshals» is personeel opgeleid en wordt in overleg met de luchtvaartsector gewerkt aan de praktische uitvoering hiervan. Binnenkort kan een proef worden genomen.

Maatregelen ambtelijke taakgroep «Defensie en terrorisme»

• de intensivering van de samenwerking tussen het Korps commandotroepen, de speciale eenheden van het Korps mariniers en de hierbij behorende ondersteunende eenheden wordt bestudeerd. In lopende operaties wordt reeds ervaring ter zake opgedaan;

• de maatregelen op het gebied van inlichtingen en veiligheid zijn gerealiseerd of hebben voldoende voortgang;

• aan de uitvoering van de maatregelen ter verbetering van de bewaking en beveiliging van defensieobjecten en -personeel wordt mede naar aanleiding van het onderzoek van de Algemene Rekenkamer extra aandacht besteed. Ook de maatregelen om de verbetering van de informatiebeveiliging te versnellen kregen daardoor extra prioriteit;

• het «joint» kenniscentrum van de EOD is op 1 december 2003 opgericht. De oprichting van het «joint» EOD (explosievenopruimingsdienst)-centrum ter ondersteuning van de krijgsmachtdelen verloopt volgens planning. De beoogde operationeel stelling van de Explosievenopruimingsdienst Defensie hangt samen met het gereedkomen van de bouw van nieuwe infrastructuur, in de planning voorzien voor medio 2007;

• ook de realisatie van projecten voor versterking van de bescherming tegen NBC-wapens verloopt nagenoeg volgens planning. Het betreft de projecten «Geïmproviseerde collectieve NBC-protectiesystemen», «Verwerving NBC-ontsmettingscapaciteit» en «Vervanging NBC-beschermende kleding».

Internationale samenwerking

De terroristische dreiging vergt toch vooral ook een internationaal antwoord. Dat vindt zijn weerslag in de beleidsvoornemens ter versterking van de Europese crisisbeheersingscapaciteiten in het kader van de EU Headline Goal en het «Prague Capabilities Initiative» (PCC) van de Navo. In Navo-verband worden geregeld ervaringen uitgewisseld en inspanningen op elkaar afgestemd om, waar mogelijk, gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden tot internationale samenwerking.

Van de reeks van maatregelen uit het Prague Capabilities Commitment (PCC), overeengekomen tijdens de Navo-Top van Praag in november 2002, heeft een deel betrekking op de bestrijding van het terrorisme. Mede in dit licht is de discussie in de Navo over de structurele bijdrage van het bondgenootschap aan de bestrijding van het terrorisme op gang gekomen. Duidelijk is dat de Navo rekening moet houden met de terroristische dreiging tegen leden van het bondgenootschap. De rol van de Navo bij de bescherming tegen biologische en chemische wapens en versterking van de samenwerking op inlichtingengebied staan hierbij vanzelfsprekend hoog op de agenda. Bij speerpunt 2, versterking van de Europese militaire capaciteiten, komt de Nederlandse bijdrage aan het welslagen van het Prague Capabilities Commitment uitgebreider aan de orde.

Proliferation Security Initiative

De Verenigde Staten initieerden medio 2003 het «Proliferation Security Initiative» (PSI), dat is gericht op het tegengaan van de proliferatie van massavernietigingswapens. In eerste instantie was het PSI toegespitst op maritieme interdictie, het «boarden» van schepen. Er zijn nog vragen over de mogelijkheden tot internationale samenwerking op het gebied van inlichtingen en in zake juridische aangelegenheden. Defensie heeft op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken deelnemers en waarnemers afgevaardigd naar bijeenkomsten en oefeningen in PSI-verband.

Speerpunt 2: Versterking van de Europese militaire capaciteiten in EVDB- en Navo-verband

Het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid ontwikkelde zich verder. De EU heeft in 2003 voor het eerst militaire en civiele operaties geleid. Operatie «Concordia», ter bescherming van internationale waarnemers in Macedonië, en operatie «Artemis», ter stabilisering van de provincie Bunia in de Congo, zijn inmiddels beëindigd. De politiemissie die begin 2004 van start gaat in Macedonië, operatie «Proxima», is voorbereid. De EU leidt thans de «EU Police Mission» (EUPM) in Bosnië-Herzegovina en is voornemens eind 2004 de huidige Navo-operatie Sfor over te nemen.

De Europese Raad ging in december 2003 akkoord met een versterking van de militaire staf van de EU met een planningcel voor civiel-militaire aspecten van crisisbeheersingsoperaties. Dit bevordert de gecoördineerde inzet van civiele en militaire middelen. In 2003 nam de EU een Veiligheidsstrategie aan, als kader waarbinnen de EU haar veiligheidspolitieke doelstellingen vorm geeft. Als belangrijkste bedreigingen noemt de Europese Veiligheidsstrategie terrorisme, proliferatie van massavernietigingswapens, regionale conflicten, «falende staten» en georganiseerde criminaliteit. De strategie onderstreept een integrale aanpak van deze bedreigingen en beklemtoont de noodzaak tot samenwerking tussen de Navo en de EU.

Versterking van de Europese militaire capaciteiten en opheffing van de vastgestelde militaire tekorten blijft onontbeerlijk om Europa beter te laten presteren in de Navo en de EU de militaire vermogens te verschaffen die passen bij haar buitenlandspolitieke verantwoordelijkheden. Capaciteitsversterking blijft voor Nederland derhalve prioriteit. In 2003 zijn vijftien projectgroepen van het «Europees Capability Action Plan» (ECAP) bijeengekomen om te zoeken naar multinationale oplossingen voor de vastgestelde tekorten. Om te bevorderen dat de projectgroepen tot concrete resultaten komen, stemde de Raad voor Algemene Zaken en Externe Betrekkingen (RAZEB) in november 2003 op initiatief van Nederland in met het voorstel de projectgroepen te binden aan duidelijke doelstellingen en streefdata. Nederland deed in 2003 ook voorstellen aan de andere lidstaten over de Europese capaciteitendoelstelling ná 2003. Volgens Nederland moeten eerst de huidige tekorten worden aangepakt. Vervolgens moet gestreefd worden naar kwaliteitsverbetering van de Europese krijgsmachten (sneller inzetbaar, groter expeditionair vermogen).

De Europese Raad besloot in juni 2003 tot de oprichting van een Europees Agentschap voor capaciteitenontwikkeling en materieelsamenwerking. Dit Agentschap moet een belangrijke bijdrage leveren aan de rationalisering van de Europese defensie-inspanningen. In november 2003 stelde de RAZEB een raamwerk vast voor de taken en organisatie van het Agentschap, dat in de loop van 2004 operationeel moet worden. De ministers van Defensie zullen in de RAZEB besluiten nemen over het Agentschap. Mede op aandringen van Nederland is als taak voor het Agentschap opgenomen dat het criteria moet gaan aanleggen waarlangs de kwaliteit van de aangeboden eenheden kan worden gemeten.

Ten slotte is met het oog op het naderende Nederlandse EU-Voorzitterschap sinds september 2003 binnen het ministerie van Defensie een taakgroep belast met de inhoudelijke en organisatorische voorbereidingen. De taakgroep beheert ook de lopende EVDB-dossiers.

In het kader van de Intergouvernementele Conferentie werd onderhandeld over een Grondwet voor de Europese Unie. Er is in 2003 overeenstemming bereikt over de defensie-artikelen daarin, maar vanwege het gebrek aan overeenstemming over andere aspecten is de Grondwet nog niet tot stand gekomen. Eén van de defensie-artikelen voorziet in de vorming van een «Gestructureerde Samenwerking»: een kopgroep van landen die bereid zijn sneller en dieper samen te werken bij de modernisering van hun krijgsmachten. Deze Gestructureerde Samenwerking kan pas verder haar beslag krijgen als alle lidstaten instemmen met de Grondwet als geheel.

EVDB-projecten

De versterking van de Europese militaire capaciteiten heeft van meet af aan centraal gestaan in het defensiebeleid ten aanzien van het EVDB. Er is een serie projecten vastgesteld waarmee Defensie via het ECAP bijdraagt aan de versterking van de Europese militaire capaciteiten. In dit verband beschikt Defensie over een structurele voorziening (de EVDB-voorziening), die voortvloeit uit het Strategisch Akkoord. Hierdoor komt tot 2007 nog eens € 180 miljoen beschikbaar (€ 130 miljoen tot 2006 en vervolgens structureel € 50 miljoen per jaar). In 2003 was er € 10 miljoen beschikbaar. Dat leidde tot de volgende besteding (vergelijk de opsomming onder de PCC-activiteiten in 2003):

• In het jaar 2003 is het contract getekend voor de verwerving van zes Fuchs N(B)C verkenningsvoertuigen. De eerste twee Fuchsen zullen in september en oktober 2004 worden geleverd, de overige voertuigen in het jaar 2005.

• Er is in 2003 onderzoek en ontwikkeling gedaan ten behoeve van de toekomstige verwerving van opsporingsapparatuur voor chemische wapens (project NEUS), alsmede alarmeringsdetectoren voor biologische strijdmiddelen. In combinatie met NEUS moeten deze middelen vroegtijdig het personeel alarmeren over de aanwezigheid van chemische en biologische strijdmiddelen. De contractondertekening is in het eerste kwartaal van 2004.

• Het realiseren van de faciliteiten voor een «Combined Joint Task Force» (CJTF) hoofdkwartier op het tweede amfibisch transportschip (LPD II). De werkzaamheden voor de diverse installaties en het netwerk zijn gestart. De realisatie verloopt volgens plan.

• «Tracking en tracing»: dit systeem moet inzicht geven in de goederenstroom naar en van het operatiegebied. Door de relatie van dit systeem met de invoering van het pakket voor «Enterprise Resource Planning» (ERP, het informatiebeheerssysteem) is de verwerving van een tracking en tracing systeem in afwachting van de ontwikkelingen ter zake uitgesteld.

• De verwerving van de noodzakelijke aanvullende uitrusting ten behoeve van de gereedstelling van het «Role 3»-veldhospitaal is uitgesteld, maar gebeurt in 2005. Wel is inmiddels een gezamenlijk ontwerp gemaakt, zijn de overeenkomsten ter zake opgesteld en zijn er uitwisselingsprogramma's met het Verenigd Koninkrijk.

• Het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse legerkorps heeft van maart tot en met augustus 2003 als «High Readiness Forces» hoofdkwartier van de Navo het commando gevoerd over de «International Security Assistance Force» (ISAF) in Kaboel. Het is tevens aangeboden als hoofdkwartier voor de «NATO Response Force» (zie ook speerpunt 3, NRF).

• Luchtgrondwaarnemingsradarsysteem: Sostar-X is een internationale studie, met een aantal Europese partners, naar een luchtgrondwaarnemingsradar, alsmede het bouwen en testen ervan. Doordat de Verenigde Staten de export van vitale onderdelen vanuit dit land verbood, was het noodzakelijk een nieuw ontwerp te maken. Het programma is hierdoor acht maanden vertraagd.

• Het project FGBADS («Future Ground Based Air Defence Systems») bestaat uit de verwerving van een Shorad-wapensysteem (luchtverdedigingsystemen voor de korte afstand) als onderdeel van de voorgenomen overeenkomst met Noorwegen (zie hieronder), alsmede uit de aanschaf van een BMC4I-systeem («Battle Management Command Control Communications Computerization Intelligence»). Het BMC4I-systeem is een nieuw gevechtsleidingssysteem voor luchtverdediging dat is opgebouwd uit sensoren, commandocentra en verbindingsmiddelen. Het kan de aansturing verzorgen van de wapensystemen voor de korte en de zeer korte afstand, en regelt de interoperabiliteit met het Patriot-systeem. Voor het verwerven van het eerste deel van BMC4I, de initiële operationele capaciteit, is toestemming verleend.

• De Koninklijke marechaussee werd met 25 personen versterkt ten behoeve van de Nederlandse bijdrage aan de Europese politiecapaciteit voor militaire en civiele crisisbeheersing. Om een totale versterking met 100 personen te bereiken worden tot en met 2006 jaarlijks 25 nieuwe personen opgeleid.

Intensivering Europese militaire samenwerking

Duits-Nederlandse samenwerking: om financiële redenen zag Defensie zich gedwongen terug te komen op een beginselovereenkomst voor de overname van extra Patriot-luchtafweersystemen ter vervanging van de verouderde Hawk-systemen van de Koninklijke luchtmacht. Deze overname maakte deel uit van de in juni 2002 aan de Tweede Kamer gezonden intentieverklaring om de bilaterale defensiesamenwerking met Duitsland op uiteenlopende terreinen verder te verdiepen (Kamerstuk 28 000X, nr. 33). Ook maakte ze deel uit van de toezeggingen die tijdens de Top van Praag in november 2002 aan de Navo zijn gedaan. De overige samenwerkingsafspraken uit de intentieverklaring, zoals die met betrekking tot luchtverdedigingssystemen voor de korte afstand (Shorad), luchtmobiel optreden en de bescherming tegen nucleaire, chemische en biologische wapens, blijven van belang en zullen in overleg met Duitsland zoveel mogelijk worden uitgevoerd.

Het zogenaamde «Corps Troop Concept» is door Duitsland en Nederland verder uitgewerkt. In dit kader hebben Duitsland en Nederland afspraken gemaakt over de invulling van de legerkorpstroepen voor het gezamenlijke, snel inzetbare legerkorpshoofdkwartier. Nederland heeft de leiding op het terrein van de genie, de «Intelligence, Surveillance, Target Acquisition and Reconnaissance» (Istar) en de logistiek.

Nederland droeg in 2001 € 45,4 miljoen bij aan het Duitse ontwikkelingsprogramma voor strategisch luchttransport (de Airbus 310). Hiervoor wierf Nederland trekkingsrechten op Duitse luchttransportcapaciteit. In 2003 zijn er 146 uren luchttransportcapaciteit benut, voor een bedrag van € 2,4 miljoen.

Frans-Nederlandse samenwerking: De behoefte aan inlichtingenvergaringsmiddelen is vastgesteld in het kader van de EU Headline Goal en het PCC van de Navo. Frankrijk en Nederland werken aan een gezamenlijke strategische onbemande vliegtuig (UAV)-capaciteit op middelbare hoogte (MALE UAV). Hierover biedt de Kamerbrief van 4 november 2003 nadere informatie (Kamerstuk 29 200X, nr. 50). De Frans-Nederlandse samenwerking omvat zowel de gezamenlijke ontwikkeling als de verwerving van een MALE UAV. De samenwerking houdt tevens training, onderhoud, logistiek en aanverwante zaken in. Uitgangspunt is dat het Nederlandse aandeel in de UAV-eenheid 25% bedraagt en dat Nederland een evenredig deel van de kosten voor zijn rekening neemt. De operationele behoeftestelling is nog niet gereed. Er is beter inzicht gewenst in de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte, en ook in de benodigde personele samenstelling van een gezamenlijke Frans-Nederlandse eenheid, alsmede de onderhouds- en exploitatiekosten van de voorziene MALE UAV. Daartoe is een gezamenlijke haalbaarheidsstudie («feasibility study») voorzien. Deze studie startte in 2003 en duurt tot en met 2005. In het kader van dit project participeert personeel van de Koninklijke luchtmacht om ervaring op te doen in een Franse tijdelijke UAV-eenheid.

Noors-Nederlandse samenwerking: in juli 2003 werd een «Declaration of Intent» (DOI) getekend, ter intensivering van de Noors-Nederlandse militaire samenwerking. In dit licht wordt een «Army packagedeal» voorbereid, waarbij Noorwegen en Nederland materieel zullen ruilen. Thans is er een concept overeenkomst tussen de landen, die voorziet in een ruil van nieuwe Nederlandse Pantserhouwitzers, gebruikte Leopard 2A5 of 2A6 tanks, Leopard 2A4 onderstellen en communicatieapparatuur. Ook is het medegebruik van het Sperwer onbemande verkenningsvliegtuig opgenomen, voor de duur van drie jaar. De Noorse tegenprestatie betreft precisiemunitie voor de Pantserhouwitzer, materieel voor een nader te bepalen aantal (drie of vier) Shorad-pelotons (lichte, moderne luchtverdedigingsystemen voor de korte afstand «Norwegian Advanced Surface-to-Air Missile System», NASAMS), Leopard 2 brugleggende-, genie- en doorbraaktanks, 155 mm artilleriemunitie en het medegebruik van het Noorse Leguan wielvoertuig. Naar verwachting wordt deze «Army packagedeal» eind 2004 getekend. De tijdspanne waarover de ruil zich uitstrekt duurt tot 2010. Het is de bedoeling de ruil met gesloten beurzen te laten plaatshebben.

Met het oog op de lange tijd die voorzien is tot de «Army packagedeal» wordt getekend, werd in november 2003 besloten de mogelijkheden te onderzoeken voor een «Mini packagedeal», waarin een deel van het materieel uit de «Army packagedeal» is opgenomen.

NATO Response Force

De regeringsleiders van de Navo-lidstaten hebben tijdens de Top van Praag in november 2002 ingestemd met de oprichting van de «NATO Response Force» (NRF). Het concept van de NRF is daarna voortvarend uitgewerkt (zie ook de Kamerbrief van 2 oktober 2003, Kamerstuk 28 676, nr. 8). De NRF heeft een omvang van ongeveer 20 000 militairen en kan binnen korte tijd (uiterlijk dertig dagen) worden ingezet in geval van bondgenootschappelijke verdediging, in de beginfase van crisisbeheersingsoperaties of bij een onverwachte escalatie van een conflict. Nederland nam aan de eerste lichting van de NRF, NRF-1, (oktober-december 2003) deel met één fregat, een aantal stafofficieren en logistieke ondersteuning. Aan het Duits-Nederlandse hoofdkwartier is de vierde rotatie toegewezen, die in de eerste helft van 2005 zal plaatshebben. Uit het oogpunt van operationele effectiviteit is tevens besloten dat eenheden van de Duits-Nederlandse landstrijdkrachten aan NRF-4 worden toegewezen.

Prague Capabilities Commitment

Tijdens de Navo-Top in Praag in november 2002 kwamen de landen van het bondgenootschap onder meer overeen hun gezamenlijke militaire capaciteiten te versterken. Dit had tot doel de nieuwe dreigingen, zoals internationaal terrorisme en de dreiging met massavernietigingswapens, op een effectieve manier het hoofd te bieden. Hiervoor werd het «Prague Capabilities Commitment» (PCC) aangegaan. Het PCC omvat capaciteiten op vier terreinen:

• verdediging tegen chemische, biologische, radiologische en nucleaire dreigingen;

• het verzekeren van veilige verbindingen en commandovoering en «information superiority»;

• de verbetering van de interoperabiliteit en de gevechtskracht van ontplooide eenheden;

• de verzekering van snelle ontplooiing en het voortzettingsvermogen van strijdkrachten.

Nederland kan een geloofwaardige bijdrage aan het PCC leveren. De huidige herschikkingen, maar ook de al in de jaren negentig ingezette modernisering van de krijgsmacht, stellen mobiliteit, flexibiliteit, paraatheid en voortzettingsvermogen centraal. Het recente verleden toont aan dat de Nederlandse krijgsmacht daarnaast het vermogen heeft overtuigend bij te dragen aan crisisbeheersingsoperaties in het gehele geweldsspectrum. Tegen deze achtergrond zijn bestaande plannen geïnventariseerd en bij de Navo ingediend als bijdrage aan het PCC. In 2003 zijn de onderstaande PCC-projecten ter hand genomen of verder ontwikkeld. Deze komen veelal op andere plaatsen in dit beleidsverslag uitgebreider aan de orde.

• de ontwikkeling van een capaciteit voor onbemande vliegtuigen (MALE UAV) met Frankrijk (zie speerpunt 2, EVDB-projecten);

• de oprichting van een inlichtingen (Istar)-bataljon door de Koninklijke landmacht (zie speerpunt 3, landmacht);

• de verwerving van een commandocapaciteit (BMC4I) voor luchtverdediging (zie speerpunt 2, de EVDB-projecten en speerpunt 3, landmacht);

• de verwerving van «tracking&tracing» apparatuur door de Koninklijke landmacht (zie speerpunt 2, de EVDB-projecten en speerpunt 3, landmacht);

• de verwerving van precisiemunitie (PGM) (zie speerpunt 3, luchtmacht);

• de verbetering van de luchtverdedigingscapaciteit tegen tactische ballistische raketten (vervanging Hawk, opwaardering Patriot) (zie speerpunt 2, het bilaterale samenwerkingsproject met Duitsland en zie speerpunt 3, luchtmacht);

• de versterking van het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse legerkorps (zie speerpunt 2, de EVDB-projecten en speerpunt 3, landmacht);

• de installatie van commandofaciliteiten op het LPD II (zie speerpunt 2, marine);

• onderzoek naar mogelijkheden voor verlengde drachtmunitie (zie speerpunt 3, marine);

• de verbetering van de detectie- en verwijderingscapaciteit voor zeemijnen, die hangende een onderzoek hiernaar is uitgesteld (zie speerpunt 3, marine).

Uit de voorziening in het Strategisch Akkoord (de EVDB-intensivering) kwam in 2003 € 10 miljoen beschikbaar. De intensivering stelde Nederland in staat zich tijdens de Top in Praag met concrete projecten te committeren aan het PCC. Het ging in 2003 om de volgende projecten:

• de aanschaf van zes NBC-verkennings- en detectievoertuigen (zie speerpunt 2, EVDB-projecten en speerpunt 3, landmacht);

• het onderzoeken en ontwikkelen (zie de EVDB-projecten hierboven) ten behoeve van de toekomstige verwerving van

– opsporingsapparatuur voor chemische wapens («point detection»);

– collectieve NBC-bescherming van staven, hospitalen en gemeenschappelijke ruimten;

– het NBC «event response» team, dat thans operationeel is;

– «disease surveillance systems» op NBC-gebied. De verwervingsprocedure begint in 2004.

• als gevolg van de herschikkingen en de keuzen die zijn gemaakt in het kader van het beleggen van de bezuinigingen is besloten dat Nederland niet langer deelneemt aan een militair satelllietwaarnemingsprogramma (Helios 2).

Speerpunt 3: Uitvoering Defensienota 2000

Per krijgsmachtdeel is de onderstaande reeks van de planning uitgevoerd:

Koninklijke marine

• De bouw van een tweede amfibisch transportschip met commandofaciliteiten ligt op schema. Op 18 juni is de kiel gelegd. (Zie speerpunt 2, de EVDB-projecten).

• De paraatstelling van het derde mariniersbataljon is als gevolg van de maatregelen die in 2003 hun beslag kregen op Defensie en die samenhangen met de herstructurering van de krijgsmacht, gestopt.

• De proeftocht van het derde LCF-fregat wordt thans uitgevoerd. Het schip wordt naar verwachting medio 2004 in dienst gesteld.

• De modernisering van de mijnenbestrijdingsvaartuigen ligt op schema. België doet mee aan het project. Een proeftocht is voorzien in mei 2004. Er wordt gewerkt aan een gezamenlijke trainingsfaciliteit met de Belgische marine in Oostende. De versnelde invoering van mijnenveegcapaciteit is uitgesteld en afhankelijk gemaakt van de uitkomst van een studie naar de technische haalbaarheid, naar internationale samenwerkingsmogelijkheden en naar operationele en financiële gevolgen.

• De bouw van twee hydrografische opnemingsvaartuigen verloopt voorspoedig. Het eerste schip is in december 2003 in de vaart genomen. Het tweede schip volgt in de eerste helft van 2004.

Modernisering tien P-3C Orions: de modernisering («Capability Upkeep Programme», CUP) van de maritieme patrouillevliegtuigen loopt op schema. Na het uitvoeren van de CUP is als gevolg van de herstructurering van de krijgsmacht de afstoting van de toestellen voorzien. Dit is mede afhankelijk van politieke besluitvorming naar aanleiding van de studies over de voorgenomen afstoting van de toestellen en over de sluiting van het marinevliegkamp Valkenburg.

• De verwerving in «single service management» van militaire satelliet communicatiesystemen (Milsatcom) door de Koninklijke marine ten behoeve van de gehele krijgsmacht ligt op schema. In november 2003 werd het technische deel van het ankerstation overgedragen aan Defensie. Met systeemintegratie en ingebruikname door de marine, de landmacht en de luchtmacht, inclusief de koppeling met Titaan, is begonnen.

• De uitkomsten van de studies naar het mogelijk uitrusten van LCF-fregatten met maritieme «Theatre Missile Defence» (TMD)-capaciteit worden verwacht in 2005.

• De verwachte instroom van de NH-90 maritieme helikopter in 2007 is verder voorbereid. De uiteindelijke samenstelling van de NH-90 vloot maakt deel uit van de studie naar de integrale helikoptercapaciteit.

Koninklijke landmacht

Het voorzien in nieuwe «command and control» (C2) ondersteuningsmiddelen voor het «High Readiness Forces»-hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse legerkorps: de uitvoering van het voor 2003 vastgestelde deel van het Titaan-programma («Theater Independent Tactical Army and Airforce Network»). Dit is een meerjarig programma voor de verwerving van een beveiligd, flexibel en geïntegreerd communicatie- en informatiesysteem. Dit systeem moet een omvangrijke stroom gesprekken en dataverkeer ter ondersteuning van operaties in elk terrein verwerken.

Verdere paraatstelling pantserinfanteriebataljons: als gevolg van de herschikkingen en de prioriteit die in het Hoofdlijnenakkoord wordt gegeven aan het verbeteren van de inzetbaarheid van de krijgsmacht voor crisisbeheersingsoperaties zal met ingang van 2004 de pantserinfanteriecapaciteit met drie zogenaamde «D»-compagnieën worden uitgebreid. Daardoor wordt de parate capaciteit vergroot («meer groen op de grond»). De maatregel in de Najaarsbrief om de oprichting van deze compagnieën met drie jaar te vertragen, is hiermee ongedaan gemaakt. Wanneer de staf van de 41e Gemechaniseerde brigade is opgeheven, worden de D-compagnieën in het nieuw op te richten vierde pantserinfanteriebataljon ondergebracht. Hierdoor krijgen de twee overblijvende gemechaniseerde brigades elk de beschikking over twee pantserinfanteriebataljons met ieder drie compagnieën.

• Het opwerktraject van de eenheid voor onbemande verkenningsvliegtuigen (RPV-eenheid) liep vertraging op. Hierdoor was de inzet van deze eenheid niet mogelijk. Na 1 januari 2005 is het opwerkingsproces voltooid.

Gevechtswaardeverbetering Leopard-2: de gevechtswaardeverbetering verloopt volgens plan. De volledig parate landmacht zal op termijn 110 Leopard 2A6 tanks hebben.

MRAT: de testen voor typeclassificatie met het «Medium Range Anti Tank»-wapensysteem zijn uitgevoerd. Instructeurs hebben in november en december 2003 een fabrieksopleiding gevolgd. De instroom verloopt volgens plan.

De voortzetting van het project vervanging van de pantservoertuigen: dit project bestaat uit drie elementen:

– Het eerste deelproject is de invoering van de Fennek in de versie voor algemene diensttaken en als antitankversie (MRAT), die binnenkort instromen. Hoewel enige vertraging in de productie is opgetreden, zal dit naar verwachting niet leiden tot een vertraging van het totale project.

– Het tweede project is het gepantserde wielvoertuig Boxer. Als gevolg van het besluit van het Verenigd Koninkrijk met het project Boxer te stoppen vinden thans onderhandelingen plaats over het verdere verloop van het project. De intentie is het project samen met Duitsland verder voort te zetten. Naar verwachting is medio 2004 duidelijk hoe de verdere planning van dit project gestalte krijgt.

– De noodgedwongen vertraging van het derde deel van het totaalproject, het Infanterie Gevechtsvoertuig (IGV), was reden tot bezorgdheid. Inmiddels is in het kader van het Defensie Investeringsplan voorzien dat dit voor de landmacht cruciale project eerder gerealiseerd kan worden. Daarmee wordt een operationele tekortkoming weggenomen. Het project verloopt volgens plan; een DMP-C document is medio 2004 voorzien.

Project PzH 2000: het project PzH2000 betreft de vervanging van de vuurmonden die thans zijn ingedeeld bij de parate afdelingen veldartillerie. Het project verloopt volgens schema, de eerste twee (prototype) vuurmonden worden medio 2004 geleverd. Het totale project omvat 57 vuurmonden. Conform de huidige plannen zullen 36 vuurmonden worden ingedeeld bij de twee voorziene parate afdelingen en drie worden gebruikt voor opleidingen. Achttien van de vuurmonden maken deel uit van de beoogde overeenkomst met Noorwegen.

De verwerving van een voorraad langedracht munitie maakt eveneens deel uit van het project.

Wissellaadsysteem (WLS): Het project wissellaadsystemen ligt op schema. Een eerste serie zal eind juli 2004 geleverd worden voor tests en beproeving.

Trekker oplegger combinatie (Tropco): het project Trekker oplegger combinatie ligt nog steeds op schema. De volgende mijlpaal is de levering van de eerste serie begin 2004.

Integratie grondgebonden luchtverdediging (GLVD): de maatregelen uit de Najaarsbrief en de Prinsjesdagbrief leidden tot forse additionele kortingen in het functiebestand van de grondgebonden luchtverdedigingseenheden van de Koninklijke landmacht en Groep Geleide Wapens (GGW) van de Koninklijke luchtmacht:

– de doorwerking van deze maatregelen leidde tot nader onderzoek naar de «Joint Air Defence School» (JADS), het «Joint Air Defence Centre» (JADC) en de platformfunctionaliteit. De taakstelling, de uiteindelijke omvang, de wijze van samenwerking en het tijdstraject worden in 2004 duidelijk.

– De exacte behoefte aan infrastructuur op De Peel wordt door de veranderde plannen eveneens bijgesteld.

Operationele gereedheidsstatus Air manoeuvre brigade: tijdens de oefening «Gainful Sword» (gedurende de maand oktober in Polen) heeft de Air manoeuvre brigade (11 AMB) de operationele gereedheidsstatus behaald. De eenheid kan Air Manoeuvre-operaties zowel overdag als 's nachts plannen, voorbereiden, uitvoeren en voortzetten. Het is een volledig geïntegreerde eenheid, die laat zien dat «joint» samenwerking een meerwaarde oplevert.

Koninklijke luchtmacht

Deelneming aan de System Development and Demonstration fase van de JSF: afgelopen jaar werd de «Preliminary Design Review» (PDR) uitgevoerd, waarin werd getoetst of het ontwerp van de JSF nog steeds aan de eisen voldoet en of de ontwikkeling volgens planning verloopt. Hierbij werd geconcludeerd dat het grootste deel van het programma op schema ligt. Wel werden gewichtsproblemen geconstateerd, vooral bij de STOVL («Short Take-Off and Vertical Landing»). De CTOL-variant («Conventional Take-Off and Landing»), de variant waar Nederland interesse in heeft, voldeed nog steeds aan de belangrijkste eisen. Om toch gewichtsreducties te behalen, is een extra ontwerpinspanning benodigd. Daartoe wordt de SDD-fase met ongeveeréén jaar verlengd. Als gevolg hiervan wordt ook de start van de productiefase waarschijnlijk met ongeveer één jaar vertraagd. Dit levert geen belemmering op voor de voorgenomen aanvang van de vervanging van de Nederlandse F-16's. Het afgelopen jaar werd gewerkt aan de planmatige transitievoorbereiding van de F-16 naar de JSF, een nadere uitwerking van het operatieconcept en de hierop te baseren kwantitatieve behoefte, de fasering van de vervanging en de uitwerking van de in de projectdefinitie genoemde gerelateerde investeringen. Ook werd met de internationale partners een start gemaakt met de besprekingen over een multilaterale overeenkomst voor de productie- en de instandhoudingsfase van de JSF. Begin 2004 komt de reguliere voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer.

Versterking inzetbaarheid en voortzettingsvermogen van de Tactische helikoptergroep: er is besloten vanaf 2004 geld te reserveren voor het uit te besteden componentenonderhoud. De aanscherping van bestaande contracten en/of afsluiting van nieuwe (prestatie-)contracten met de vliegtuigfabrikanten en verwerving van specifieke reservedelen zijn daarbij de meest effectieve opties. Waar tekorten in de personele capaciteit in de logistieke keten van invloed zijn op de inzetbaarheid, zal inhuur van extra personeel worden overwogen.

Verwervingsvoorbereiding middelzware transporthelikopters: Defensie voert thans een studie uit naar de integrale helikoptercapaciteit en de samenstelling ervan (zie ook de NH-90 van de marine). De resultaten van deze studie worden gebruikt voor de eventuele verwervingsvoorbereiding van aanvullende middelzware transporthelikopters.

Inbouwen elektronische zelfbescherming in Chinook en Cougar: de inzetbaarheid van de transporthelikopters wordt verder verbeterd met fondsen uit de EVDB-voorziening in het Strategisch Akkoord.

– Het programma voor de inbouw van de elektronische zelfbescherming in de Chinook verloopt volgens plan.

– Voor de problemen met de communicatiemiddelen in de Cougar is een acceptabele oplossing gevonden. De inbouw van de elektronische zelfbescherming in de Cougar is vertraagd.

Generieke capaciteitsverbetering gevechtshelikopters: na parlementaire goedkeuring werd in december het contract voor de aanschaf van vierentwintig «Modernized Target Acquisition and Designation System» (MTADS)-systemen afgesloten.

Vervanging HAWK-systemen door drie Duitse Patriot-systemen: als gevolg van de herschikkingen door de bezuinigingen en de financiële situatie bij Defensie is het verwerven van additionele Patriot-systemen van Duitsland geannuleerd. De HAWK-systemen worden afgestoten.

Aanvulling verbruikte precisiemunitie van de F-16: de eerste leveringen vonden eind 2003 plaats. Voorts is overeengekomen dat de Koninklijke luchtmacht bij inzet in coalitieverband met de VS met prioriteit uit Amerikaanse wapenvoorraden kan putten.

Koninklijke marechaussee

De implementatie van de Reorganisatie Staven van de Koninklijke marechaussee realiseert een nieuw ontwikkelde organisatiestructuur en de daaraan gekoppelde personele uitbreiding. Door de «verpaarsing» is minder personeel benodigd dan oorspronkelijk was voorzien. In het licht van het nieuwe besturingsmodel Defensie (zie speerpunt 4) is in 2003 besloten het Project Reorganisatie Staven in onderdelen te splitsen. De reorganisatie van de Korpsstaf is versneld om de knelpunten bij de Staf Koninklijke marechaussee op te lossen. Naar verwachting zal de uitvoering starten in het voorjaar van 2004. De reorganisatie van de districtsstaven en die van de beheerorganisatie zijn vergevorderd.

Als onderdeel van het Project Reorganisatie Staven zal, in het kader van een op maat gesneden personeelsbeleid, een nieuwe P&O-structuur worden ingevoerd. De verbeteringen ten aanzien van de capaciteit en de kwaliteit van het personeel in dit kader heeft tevens een gunstig effect op het financieel beheer. Los hiervan is het afgelopen jaar het merendeel van de in het Verbeterplan Financieel en Materieelbeheer opgenomen maatregelen uitgevoerd. De procesgang inzake het financieel beheer is verbeterd, wat door de Auditdienst Defensie en de Algemene Rekenkamer is bevestigd.

Ter optimalisering van de planning en controlcyclus zijn de operationele doelstellingen en normeringen verder geconcretiseerd, zijn processen beschreven, koppelingen met informatiesystemen verbeterd en zijn verbeterplannen opgesteld. Daarnaast is de kennis van planning en control vergroot door trainingen en opleidingen. Tevens wordt onderzoek gedaan naar het in gebruik nemen van een geautomatiseerd managementinformatiesysteem, waarbij aansluiting gewenst is bij informatiesystemen van de politie en justitie.

Milieubeleid en Ruimtelijke Ordening

Milieu

De doelstelling op het gebied van het verbeteren van het inzicht in de belasting van het milieu is gehaald. Alle defensieonderdelen hebben daartoe meet- en registratiesystemen ingevoerd. Defensie streeft ernaar zelf milieu- en klimaatvriendelijke energie op te wekken. Ter bevordering van windenergie is eind 2003 besloten tot oprichting van een windmolenpark in Coevorden. De opvolger van de Defensie Milieubeleidsnota 2000 is niet alleen voorbereid, maar ook voltooid in 2003. Het Milieujaarverslag 2003 wordt op de derde woensdag in mei 2004 uitgebracht.

Ruimtelijke ordening

• Het Structuurschema Militaire Terreinen-2 is aangehouden teneinde de gevolgen van de Prinsjesdagbrief te kunnen verwerken. De delen 2 en 3 zijn gereed, met uitzondering van de aan te passen behoefte aan oefenterreinen. Deze wordt opnieuw vastgesteld als gevolg van de komst van de eenheden uit Seedorf naar Nederland en de herplaatsing van verschillende onderdelen binnen Nederland.

• De risicoanalyses van munitiecomplexen zijn in 2003 volgens planning voortgezet. De analyses van de oorspronkelijke 42 complexen uit het programma zijn in de eerste helft van 2004 gereed.

• De definitieve geluidszones voor Woensdrecht, Eindhoven, Volkel en De Peel zijn nog niet vastgesteld. Oorzaak is dat de milieueffectrapportages die hiervoor nodig zijn meer tijd vergen dan voorzien. Voor zes vliegbases is het geluidsisolatieprogramma in 2003 afgerond. Voor vier andere worden de laatste losse eindjes in 2004 afgehecht.

• De wijziging van de Luchtvaartwet is nog niet gereed. Oorzaak zijn slepende discussies rondom Schiphol en de Planologische Kern Beslissingen (PKB's) voor Maastricht en Lelystad. De verwachting is dat de wetswijziging voor de zomer van 2004 voor advies aan de Raad van State wordt aangeboden.

Speerpunt 4: De voortzetting van het Veranderingsproces Defensie / uitvoering Strategisch Akkoord

Het besturingsmodel dat Defensie voor ogen staat sluit zowel wat doelstellingen als inhoud betreft aan bij het rapport van de adviescommissie Opperbevelhebberschap van 19 april 2002. Niet alle aanbevelingen van deze commissie zijn opgevolgd, maar een versterking van de defensieorganisatie is onverminderd de doelstelling. De bezuinigingen in het Strategisch Akkoord vergden verdergaande bestuurlijke maatregelen dan de commissie in haar rapport had kunnen voorzien. Daarnaast sluiten de veranderingen aan bij het belang dat de regering hecht aan rijksbrede bestuurlijke vernieuwing en de modernisering van ambtelijke organisaties. Het nieuwe besturingsmodel zal de beleidsuitvoering bij Defensie verbeteren, doordat er meer aandacht is voor de uitvoeringsresultaten en omdat de mogelijkheden voor directieve planning en voor management control zijn verruimd. Het besturingsmodel gaat voorts uit van duidelijke procedures, vergaande eenvoud in de aansturing, effectieve informatievoorziening en waarborgen voor de samenhang. Het model moet ten slotte ook nog doelmatigheidswinst opleveren. De Kamer werd ter zake schriftelijk geïnformeerd in de brief «De topstructuur van Defensie (28 mei 2003, Kamerstuk 28 600X, nr. 46) en in de brief «Het besturingsmodel bij Defensie» (17 oktober 2003, Kamerstuk 29 200X, nr. 44).

Het nieuwe besturingsmodel gaat uit van de scheiding tussen beleid, uitvoering en toezicht. Het model is nog niet af. Bij de verdere uitwerking zullen de benodigde «checks and balances» worden gegarandeerd. Dit laat onverlet dat de secretaris-generaal de hoogste ambtenaar van de defensieorganisatie is.

Ontstaffing, ontbureaucratisering en de aanpassing van de operationele capaciteiten zijn in overeenstemming met het besturingmodel. Dit wordt mede mogelijk maakt door de introductie van een nieuwe generatie informatiesystemen (op basis van «Enterprise Resource Planning», ERP) die de mogelijkheid bieden de organisatie in te richten naar de beste praktijken in het bedrijfsleven. Deze ontwikkelingen tezamen zullen leiden tot een vermindering van het aantal topfunctionarissen in de defensieorganisatie. Op 31 december 2003 waren er 149 topfunctionarissen bij Defensie, 106 militairen en 43 burgers. De vermindering betreft de functies voor vlag- en opperofficieren, alsmede voor burgerpersoneel vanaf schaal 16. Aan het einde van deze kabinetsperiode moet een concreet uitzicht bestaan op een vermindering met 20 tot 25 procent ten opzichte van het huidige aantal. Zo is het streven het aantal vlag- en opperofficiersfuncties verder te verkleinen tot 95 functies in 2005 en 85 functies in 2007.

Besturingsmodel. Het nieuwe besturingsmodel ziet er op hoofdlijnen als volgt uit:

• In overeenstemming met het uitgangspunt dat dupliceringen zoveel mogelijk moeten worden opgeheven, zullen in de centrale hoofddirecties voor personeel en voor materieel de corresponderende, beleidsmatige elementen van de staven bij de krijgsmachtdelen opgaan.

• De bezuinigingen in het Strategisch Akkoord vormden de belangrijkste aanleiding voor de verkleining en de reorganisatie van de staven, waaronder de bestuursstaf op het ministerie in Den Haag:

– In overeenstemming met de aanbevelingen van de commissie Opperbevelhebberschap zijn heel veel taken en bevoegdheden overgegaan naar de chef Defensiestaf, zowel op het terrein van de plannen als op dat van de operaties. Het netto resultaat was dat er niet alleen taken overgingen van de bevelhebbers naar de chef Defensiestaf, maar dat ook veel ondersteunende taken bij het hierboven genoemde krijgsmachtdeeloverstijgende, «paarse» Defensie Interservice Commando (Dico) worden belegd. Het Dico wordt omgevormd tot het Commando Dienstencentra (CDC, zie hieronder).

– De huidige functies van de bevelhebbers, met uitzondering van die van de Koninklijke marechaussee, houden uiterlijk 2006 op te bestaan. Zij dragen vóór die tijd hun bevoegdheden over aan de chef Defensiestaf, aan de operationele commandanten, aan de nieuwe Defensiematerieelorganisatie (zie hieronder) en aan dienstencentra. Wat resteert van de huidige functie van bevelhebber na de overdracht van alle bevoegdheden is een adviesfunctie met betrekking tot krijgsmachtdeelspecifieke onderwerpen. Deze wordt belegd bij de commandanten van de operationele commando's.

– De hoofddirecteur Algemene Beleidszaken is verantwoordelijk voor de algemene coördinatie van de internationale samenwerking, van de strategische beleidsvorming en de beleidsintegratie.

– De commandanten van de drie operationele commando's worden verantwoordelijk voor het gereedstellingsproces en komen direct onder de chef Defensiestaf te vallen.

– In de nieuw ingerichte Defensiestaf zullen officieren dienen die een groot deel van hun loopbaan hebben doorgebracht in het eigen krijgsmachtdeel. Hun specifieke kennis zal dan ook beschikbaar blijven voor de beleidsvoorbereiding en bij de aansturing van eenheden.

– In het kader van de scheiding van beleid en uitvoering is al het personeelsbeleid geconcentreerd onder de hoofddirecteur Personeel, die lid is van de bestuursstaf.

– Op materieellogistiek gebied worden de hoofddirectie Materieel, de directies Materieel en de bedrijven van de drie grote krijgsmachtdelen samengevoegd tot één Defensiematerieelorganisatie (DMO), met een leidinggevende die deel uitmaakt van de bestuursstaf.

– De eenheid voor de ondersteuning van de krijgsmacht, het toekomstige Commando Dienstencentra (CDC) zal, net als zijn voorganger het Defensie Interservice Commando (Dico), beheersmatig rechtstreeks onder de secretaris-generaal vallen en geen deel uitmaken van de bestuursstaf. De dienstencentra zullen een klant-leverancier relatie met de operationele commando's onderhouden. Zij geven leiding aan de uiteenlopende ondersteunende en beheersmatige processen die steeds nadrukkelijker een krijgsmachtdeeloverschrijdend karakter krijgen.

• Omdat Defensie een operationeel bedrijf is, ligt de nadruk in het besturingsmodel op het genereren en inzetten van militaire capaciteiten. De samenstellende delen van de nieuwe defensieorganisatie zijn de operationele commando's, de dienstencentra waarin ondersteunende functies zijn ondergebracht, en de bestuursstaf die het integrale beleid ontwikkelt en de kaders waarbinnen de operationele commando's en de dienstencentra functioneren.

Speerpunt 5: Versterking van het personeelsbeheer

Defensie heeft in 2003 een begin gemaakt met een aanzienlijke verkleining van het personeelsbestand van de krijgsmacht. Daarmee wordt invulling gegeven aan de taakstelling uit het Strategisch Akkoord en de maatregelen uit de Prinsjesdagbrief. In het voorgaande jaar was er een forse stijging van de instroom van nieuw personeel met als gevolg een mogelijke incidentele overschrijding van de begrotingssterkte in 2003 (zie de brief «Personele reducties» van 4 april 2003, Kamerstuk 28 600X, nr. 42). Daarop zijn in april 2003 de instroombeperkingen van het burger- en militair personeel aangescherpt: een vrijwel volledige vacaturestop voor het burgerpersoneel en een forse beperking van de instroom van militairen. Tevens zijn maatregelen genomen om de reductie van staffuncties bij de Haagse Staven te versnellen. Voorts zijn regelingen overeengekomen die de vrijwillige uitstroom van oudere militairen (53 en 54 jaar) en burgerambtenaren (57 jaar en ouder) bevorderen. Genoemde maatregelen beogen het aantal overtollige werknemers te beperken en dientengevolge de sociale pijn voor het personeel te verlichten.

Dit pakket aan maatregelen heeft er toe geleid dat vooral in de tweede helft van 2003 de personele sterkte fors is afgenomen. Omdat evenwel de overschrijding in de eerste helft van 2003 niet meer ongedaan gemaakt kon worden, is de overschrijding van de gemiddelde sterkte van Defensie over 2003 uiteindelijk uitgekomen op 1965 vte'n. Het is derhalve niet gelukt de overschrijding van de begrotingssterkte voor 2003 in voldoende mate terug te dringen. Het gevoerde personeelsbeleid leidde er wel toe dat de situatie er voor 2004 beter uitziet. Omdat in de tweede helft van 2003 de personele sterkte fors daalde, is de sterkte per december 2003 (de «eindejaarssterkte») redelijk in balans met de begrotingssterkte 2004 zoals die in de Begroting 2004 is weergegeven. Hiermee ligt Defensie op schema met de reducties die in de bijlage van de Personeelsbrief (kamerbrief «Het personeelsbeleid van Defensie in de komende jaren; Verantwoord verkleinen, voortvarend vernieuwen» van 16 september 2003, Kamerstuk 29 200X, nr. 5) staan vermeld.

In december 2003 is met de centrales van overheidspersoneel het geactualiseerde Sociaal Beleidskader Defensie (SBK) vastgesteld, dat onder meer instrumenten bevat waarmee de vrijwillige uitstroom van defensiepersoneel bevorderd wordt. Met het SBK hoopt Defensie gedwongen ontslagen zoveel mogelijk te voorkomen. Gelijktijdig is een overeenkomst gesloten met drie bemiddelingsorganisaties die zorg dragen voor de individuele externe bemiddeling van overtollige medewerkers naar werk buiten Defensie. De begeleidingsorganisatie voor de ondersteuning van de uitstroom naar andere werkgevers staat gereed. Maatwerk en individuele begeleiding staan hierbij centraal.

Daarnaast is tijdens de behandeling van de Defensiebegroting 2004 op 21 en 22 oktober 2003 toegezegd dat het parlement jaarlijks op de hoogte zal worden gehouden van de stand van zaken van de personele reducties. Dit gebeurt in de in mei aan te bieden jaarverslagen. Dit betreft onder meer de uitstroom van overtollig defensiepersoneel naar ander werk en het aantal ontslagen werknemers dat niet direct uitzicht op een andere baan heeft. Verder is toegezegd dat in het jaarverslag gerapporteerd wordt over het aantal nieuwe gevallen van nadienende militairen. Deze toezeggingen betreffen de gevolgen van het met de Prinsjesdag- en Personeelsbrief ingezette beleid. Deze gevolgen zijn in 2004 merkbaar en deze rapportages zullen dan ook in het jaarverslag 2004 worden opgenomen. Bij het indienen van de ontwerpbegroting 2005 in september van dit jaar wordt de Kamer een tussenstand gezonden.

Eén van de aandachtspunten is het aandeel vrouwen in de defensieorganisatie te vergroten. In de Personeelsbrief is vastgelegd dat bij de komende reorganisaties aandacht wordt gegeven aan vrouwelijke defensiemedewerkers, opdat de vastgestelde streefpercentages in 2010 behaald worden. Tevens is afgesproken de streefpercentages voor 2010 voor vrouwen in hogere functies te verhogen.

In 2003 is vooruitgang geboekt met de uitvoering van de «Agenda voor het personeelsbeleid van de toekomst» die in februari 2002 is verschenen. De belangrijkste resultaten:

• De rechtspositionele aanspraken van BOT- en BBT-militairen zijn grotendeels geharmoniseerd.

• In het kader van de verbetering van de loopbaanbegeleiding is medio 2003 overgegaan tot het systeem van een jaarlijks functioneringsgesprek met iedere defensiemedewerker. Het systeem van periodieke beoordelingen is hiermee komen te vervallen.

• De harmonisatie en het transparanter maken van het functietoewijzingsproces binnen Defensie zijn ter hand genomen. Een nieuwe beleidsregel aanstelling, functietoewijzing en bevordering Defensie moet in 2004 in werking treden.

• De communicatie over de arbeidsvoorwaarden is verbeterd. Periodiek krijgen defensiemedewerkers op hun huisadres informatie toegezonden over arbeidsvoorwaardelijke thema's. Verder is op het intranet van Defensie een aparte website ingericht met een nieuwsrubriek en informatie over toekomstige wijzigingen in het arbeidsvoorwaardenbeleid.

• Onder leiding van de chef Defensiestaf worden periodiek informatiebijeenkomsten georganiseerd met de voorzitters van de centrales van overheidspersoneel over ontwikkelingen binnen de krijgsmacht. Zo wordt bijgedragen aan de verbetering van de communicatie met de centrales.

Budgettaire en financiële gevolgen van de beleidsprioriteiten

Voor 2003 zijn de in de onderstaande tabel opgenomen ombuigingen voor een totaalbedrag van € 147,3 miljoen voorgenomen. Deze ombuigingen worden nader toegelicht bij de betreffende (niet-)beleidsartikelen.

Bedragen x € 1 000
OmbuigingTotaal-bedrag(Niet-)beleidsartikel
  0102030411608090
Defensie Horeca Org (Paresto)2 100       2 100
Vervanging Hawk door Patriot– 3 000  – 3 000     
IV-marktordening– 20 000– 2 800– 8 800– 3 800– 1 000 1 600 – 2 000
DVVO– 3 000     – 3 000  
Afstoten 2 AMBV's (niet PAM)– 2 300– 2 300       
3 jaar vertr. oprichten 3 marnsbat– 22 700– 22 700       
3 jaar vertr. oprichten D-cien– 1 700 – 1 700      
Overdragen OGRV taken bij Vops– 3 500  – 3 500     
Afstoten BO-105– 3 900  – 3 900     
Vertragen PAC III (twee jaar)– 27 000  – 27 000     
Herfaseren LuH– 500    – 500   
Subsidie taakstelling– 2 400– 24– 168     – 2 208
Taakstelling inhuur externen– 7 000– 800– 2000– 1 000– 600 – 700 – 1 900
Ramingsbijstelling SDD– 30 000  – 30 000     
Afromen ILC– 7 500      – 7 500 
Selectieve vacature stop BP– 7 500– 2000– 3 900– 800  – 700 100
Maatregel oudste jaargangen– 4 700– 1 600– 1 800– 1 300     
Beperking groei MP– 2 700– 800– 1 100– 700  – 100  
Totaal– 147 300– 33 000– 19 500– 75 000– 1 600– 500– 6 1007 500– 4 100

Onderstaand wordt kort ingegaan op die ombuigingen die in 2003 niet (geheel) bovenstaande opbrengst hebben gegenereerd:

IV-marktordening

Deze maatregel omvat de vermindering van de automatiseringsuitgaven door tariefverlagingen van het agentschap DTO, zonder aantasting van de kwaliteit en kwantiteit van de geleverde diensten. In 2003 is op deze maatregel € 1,3 miljoen minder gerealiseerd.

DVVO

De voorgenomen besparing blijkt met de huidige defensiecapaciteit niet te realiseren. Bezien wordt op welke andere wijze de beoogde besparing (elders) kan worden behaald.

Afstoten BO-105

Begin 2003 bleek het onverkort doorvoeren van de afstoting van de BO-105 helikopters het op tijd behalen van de operationele gereedheidstatus van 11 AMB in gevaar zou brengen. Op grond hiervan is toen besloten in 2003 maximaal 6 BO-105 helikopters aan te houden. Dit heeft tot gevolg gehad dat de opbrengst van deze reductiemaatregel € 0,9 miljoen lager is uitgevallen.

Overdragen OGRV-taken

Tijdens de implementatie van deze maatregel bleek dat het onverminderd doorvoeren van de opheffing van pelotons voor object grondverdediging bij de Koninklijke luchtmacht zou leiden tot een aanzienlijke verstoring van de vredesbedrijfsvoering. Deze maatregel is derhalve gedeeltelijk teruggedraaid hetgeen een minderopbrengst van € 1,8 miljoen tot gevolg heeft gehad.

Selectieve vacaturestop Burgerpersoneel

De eindrealisatie van deze maatregel is € 0,8 miljoen hoger uitgekomen.

Maatregel oudste jaargangen

Het betreft hier de mogelijkheid voor militair personeel om op 53 of 54 jarige leeftijd vervroegd uit te treden. Op deze maatregel is € 1,4 miljoen minder gerealiseerd dan de beoogde opbrengst van € 4,7 miljoen.

Beperking groei militair personeel

Op deze maatregel is € 0,4 miljoen meer besparing gerealiseerd dan beoogd.

5. BELEIDSARTIKELEN

Beleidsartikel 01 Koninklijke marine

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

De geoperationaliseerde doelstellingen van de Koninklijke marine worden weergegeven in de onderstaande doelstellingenmatrix. Hierin is aangegeven hoeveel eenheden (kwantiteit) binnen welke termijn (reactietijd) beschikbaar dienen te zijn voor inzet ten behoeve van de drie hoofddoelstellingen van Defensie. Uitgangspunt daarbij is dat de eenheden binnen de aangeven gereedheidstermijn voor het gehele geweldsspectrum inzetbaar zijn (kwaliteit). De indeling van de gereedheidstermijnen sluiten aan bij de Navo-indeling in High Readiness Forces (HRF) en Forces of Lower Readiness (FLR).

Type eenheidInzetbaarTotaalHRF FLR
 Gereedheidstermijn DirectOp korte termijnOp lange termijn
Δ Commandant der Zeemacht in NederlandFregatten*13372+1
 Bevoorradingsschepen2 2 
 Amfibisch schip (LPD)1 1 
 Onderzeeboten4121
ΔMijnenbestrijdingsvaartuigen12282
 Hydrografische vaartuigen2 2 
ΔMaritieme helikopters20794
ΔMaritieme patrouillevliegtuigen7232
Δ Commandant van het Korps MariniersMariniersbataljons**4121
 Ondersteunende mariniersbataljons ***)312 
 Bijzondere bijstandseenheid mariniers11  
Commandant der Zeemacht in het Caribisch GebiedFregat11  
 Maritieme helikopter11  
 Maritieme patrouillevliegtuigen33  
 Ondersteuningsvaartuig1 1 
 Marinierspeloton met gevechtssteun624 
 Pelotons Antilliaanse militie2 2 
 Peloton Arubaanse militie1 1 

Δ Bovenstaande tabel geeft de operationele doelstellingen weer zoals opgenomen in de ontwerpbegroting. Indien het delta-teken is weergegeven, is sprake van een afwijking en is dit in onderstaande tekst nader toegelicht

* Het additionele fregat in de kolom FLR betreft een LCF in proeftochtstatus.

** Dit zijn manoeuvrebataljons, waarvan 3 MARNSBAT in oprichting was. Van dit MARNSBAT zijn permanent 2 compagnieën (6 pelotons) met een beperkte organieke ondersteuning gestationeerd in de West (zie CZMCARIB).

*** Betreffen het Gevechtssteun-, het Amfibisch Ondersteunings- en het Logistieke Bataljon.

Resultaat 2003

De gereedheidstermijnen zijn door een aantal materiële tegenvallers, de inzet voor ernstoperaties en de gevolgen van de personeelsreducties niet in alle gevallen gerealiseerd. Ook zijn veranderingen opgetreden in de aantallen eenheden op grond van Strategisch Akkoord, het Hoofdlijnenakkoord en de operatie «Nieuw Evenwicht». Hierna wordt per type eenheid, voor zover er sprake is van significante afwijkingen, ingegaan op de oorzaken van de afwijkingen in de gereedheid, de getroffen maatregelen en de eventuele verandering van het aantal eenheden ten opzichte van de tabel.

Fregatten CZMNED

Als gevolg van het uit dienst stellen van de laatste twee S-fregatten zijn één gerede eenheid op korte termijn en één gerede eenheid op lange termijn verdwenen uit het bestand. Het totaal aantal fregatten van CZMNED is daardoor gedaald naar elf, waarvan drie direct, zes op korte termijn en twee op lange termijn inzetbaar dienen te zijn. Twee op korte termijn beschikbare eenheden betreffen de inmiddels in dienst gestelde fregatten van de De Zeven Provinciën-Klasse. Deze schepen zijn bezig met diverse beproevingen van het platform en de systemen en om deze reden nog niet volledig inzetbaar. Met de succesvol verlopen proeflanceringen door het eerste LCF-fregat ligt het gereedstellingsproces van deze fregatten echter wel op schema. Door de inzet van twee fregatten in de ernstoperaties «Enduring Freedom« en «Active Endeavour» hebben in de eerste helft van het verslagjaar minder eenheden kunnen werken aan het handhaven van hun gereedheid. Hierdoor zijn tekortkomingen ontstaan ten aanzien van de gereedheidsnorm van twee op korte termijn inzetbare eenheden. Na beëindiging van de deelname aan de operatie is het fregattenbestand weer opgewerkt tot het gewenste inzetbaarheidsniveau.

Mijnenbestrijdingsvaartuigen

Als gevolg van de maatregelen die zijn genomen na het Strategisch Akkoord, zijn twee korte termijn inzetbare mijnenbestrijdingsvaartuigen uit dienst gesteld en beschikbaar voor afstoting. Het totaal aantal mijnenbestrijdingsvaartuigen komt hiermee op tien.

Maritieme helikopters CZMNED

Vier van de acht op korte termijn inzetbare helikopters hebben gedurende de eerste helft van het jaar niet aan alle eisen van inzetbaarheid voldaan als gevolg van de nasleep van een incidenteel probleem met de staartrotoraandrijfstang. Daarnaast leiden de toenemende reparatielast door veroudering van de Lynx en de huidige personeelstekorten bij zowel het vliegend als het onderhoudspersoneel tot bijstelling van het onderhoudsregiem. Zeven op lange termijn gerede helikopters hebben daardoor in de tweede helft van het verslagjaar niet geheel voldaan aan alle normen van gereedheid. Gelet op de vervanging van de Lynx door de NH-90 helikopter en het daarmee samenhangende personeelsbeslag zal deze gereedheid pas op termijn verbeteren.

Maritieme patrouillevliegtuigen CZMNED

Als gevolg van een combinatie van problemen die samenhangen met het uitbestede groot meerjaarlijks onderhoud en de afwezigheid van vliegtuigen voor het project «Capability Upkeep» voldeden in het voorjaar drie korte termijn gerede eenheden en voldoet vanaf december één korte termijn gerede eenheid niet aan de materiële eisen voor tijdige inzet.

Mariniersbataljons met gevechts- en logistieke ondersteuning

Eén van de beide op korte termijn inzetgerede bataljons betreft het derde mariniersbataljon. Besloten is het bataljon niet meer paraat te stellen waardoor in het verslagjaar maar één bataljon op korte termijn inzetbaar is geweest.

Het op lange termijn inzetgerede bataljon bestond uit het vierde mariniersbataljon. Dit was een mobilisabele eenheid die in het kader van het nieuwe evenwicht is opgeheven.

Ondersteuningsvaartuig CZMCARIB

Omdat technische defecten de scheepsveiligheid van de Hr.Ms. Pelikaan hebben aangetast, voldoet het ondersteuningsvaartuig sinds oktober niet meer aan de eisen voor korte termijn inzetbaarheid. De reparatie is aan het eind van het verslagjaar nog niet voltooid en zal naar verwachting tot voorjaar 2004 doorlopen.

Veranderdoelstellingen

De veranderdoelstellingen van de Koninklijke marine als onderdeel van de versterking van het expeditionaire vermogen van de krijgsmacht en de verbetering van de mogelijkheden voor joint (met andere krijgsmachtdelen) en combined (met andere landen) optreden zijn voor het grootste deel geïmplementeerd. Uit de begroting 2003 resteren onderstaande acties waarbij de bijzonderheden worden aangegeven.

De afstoting van drie mijnenbestrijdingsvaartuigen in de periode 2000 tot 2002.

Voor de drie uit dienst gestelde mijnenjagers is ook in 2003 nog geen koper gevonden.

De afstoting van drie P-3C Orions in de periode 2001–2003

De op non-actief gestelde drie P-3C Orions zijn nog altijd beschikbaar voor verkoop. Zij staan opgeslagen bij het Portugese onderhoudsbedrijf teneinde zeker te stellen dat het noodzakelijke onderhoud bij verkoop kan worden uitgevoerd, zodat bij overdracht kan worden voldaan aan de eisen die de luchtvaartwet stelt.

Budgettaire gevolgen van beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van beleid voor 2003.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Verplichtingen1 223 1241 990 2531 359 0101 054 9781 343 1241 201 975141 149
Uitgaven       
Programmauitgaven       
Commandant der Zeemacht in Nederland334 435320 167334 560336 969337 916309 08928 827
Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied54 75361 24666 00371 42862 15670 458– 8 302
Commandant van het Korps Mariniers94 89699 706115 085121 870130 303121 8868 417
Ondersteunende eenheden252 603257 299288 073293 378302 516283 01819 498
Subsidies240219217149125149– 24
Investeringen402 484410 823408 222380 308435 756411 53424 222
Totaal programmauitgaven1 139 4111 149 4601 212 1601 204 1021 268 7721 196 13472 638
Apparaatsuitgaven       
Admiraliteit226 929224 936213 909220 492223 684195 09928 585
Wachtgelden en inactiviteitswedden14 80113 25916 95317 08119 71412 1867 528
Totaal apparaatsuitgaven241 730238 195230 862237 573243 398207 28536 113
Totaal uitgaven1 381 1411 387 6561 443 0221 441 6751 512 1701 403 419108 751
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten61 21845 97945 28057 07854 587115 920– 61 333

Toelichting verschillen

De in 2003 gerealiseerde verschillen vinden hun oorzaak in de navolgende afwijkingen:

Afwijkingen in de verplichtingen

Omschrijvingbedrag
Technische afwijkingen 
Loonbijstelling24 259
Prijsbijstelling34 313
Decentralisatie en additionele P-gelden13 169
Verschuiving lening KSG20 241
Beleidsmatige afwijkingen 
Verschuiving bestelmomenten LCF4 330
Verschuiving bestelmomenten LPD-2– 24 280
Verschuiving bestelmomenten NH-9036 818
Verschuiving bestelmomenten PAM– 10 832
Verschuiving bestelmomenten CUP-Orion10 560
Verschuiving bestelmomenten kapitale munitie6 707
Verschuiving bestelmomenten ESSM30 000
Verschuiving bestelmomenten munitie– 17 484
Inhuur personeel4 085
Brandstof9 250
Onderhoud infrastructuur7 723
Overige verschillen– 7 710
Totaal141 149

Afwijkingen in de programmauitgaven

OmschrijvingCZMNEDCZMCARIBCKMARSOst eenhSubsidiesInvesteringenTotaal
Technische afwijkingen       
Loonbijstelling6 7141 2092 6034 494  15 020
Prijsbijstelling2 1305707303 107 24 72531 262
Kasritme overeenkomst KSG     12 52712 527
Overheveling munitie naar exploitatie     – 14 600– 14 600
Beleidsmatige afwijkingen       
Kasritme LCF     – 9 355– 9 355
Kasritme PAM     – 16 774– 16 774
Kasritme LPD II     – 1 908– 1 908
Kasritme Hydrografische Opnemingsvaartuigen     – 10 745– 10 745
Kasritme NH-90     3 1483 148
Kasritme MILSATCOM     – 12 303– 12 303
Kasritme ESSM     30 00030 000
Kasritme CUP Orion     24 66924 669
Kasritme munitie     4 3324 332
Overheveling MULAN naar Dico     – 3 600– 3 600
Overheveling MILSATCOM     12 41012 410
Inhuur personeel– 941472255 257  4 588
Uitstel 3e Marnsbat     – 19 100– 19 100
Herbevoorrading Lynx-artikelen– 5 809     – 5 809
Overige mutaties26 733– 10 1284 8596 640– 2479628 876
Totaal28 827– 8 3028 41719 498– 2424 22272 638

Afwijkingen in de apparaatsuitgaven

OmschrijvingAdmiraliteitWachtgeldenTotaal
Technische afwijkingen   
Loonbijstelling9 239 9 239
Prijsbijstelling3 051 3 051
Overheveling munitie naar exploitatie14 600 14 600
Decentralisatie P-gelden9 768 9 768
Beleidsmatige afwijkingen   
Brandstoffen9 250 9 250
Aanpassing kasritme munitie– 17 484 – 17 484
Overige mutaties1617 5287 689
Totaal28 5857 52836 113

Toelichtingen bij de afwijkingen

Overheveling MULAN naar Dico

Als gevolg van de oprichting van de Defensie ICT-Uitvoeringsorganisatie (DICTU) worden de uitgaven die zijn bestemd voor het project MULAN ten laste van het artikel 60 «Ondersteuning krijgsmacht» verantwoord.

Overheveling MILSATCOM

De Koninklijke marine voert het project MILSATCOM ook voor de andere defensieonderdelen uit. De uitgaven ten behoeve van de andere defensieonderdelen worden ten laste van het artikel 01 «Koninklijke marine» verantwoord.

Onderhoud infrastructuur

Het korter worden van de doorlooptijden van groot onderhoud aan gebouwen vanaf het moment van aanbesteden tot het moment van afronden, hebben geleid tot hogere uitgaven en het vervroegen van betalingsmomenten.

Inhuur personeel

De hogere realisatie op de uitgaven en verplichtingen voor inhuur bij met name het Marinebedrijf wordt grotendeels veroorzaakt door de activiteiten die gerelateerd zijn aan het verkoopgereedmaken van schepen en de gevolgen van de uitstroombevorderende maatregelen die voor het Marinebedrijf leiden tot een zeer groot aantal vacatures.

Herbevoorrading Lynx-artikelen

Het project NH-90 heeft in de loop van 2003 zodanig vorm gekregen dat de noodzakelijk resterende levensduur van de Lynx kon worden bepaald. Op basis hiervan heeft een herijking van het noodzakelijke onderhoud plaatsgevonden. Met als resultaat dat de behoefte aan het aantal te kopen Rotorheads naar beneden is bijgesteld. Hierdoor zijn de verplichtingen en uitgaven lager uitgevallen dan was begroot.

Brandstoffen

Als gevolg van het eerder dan gepland beëindigen van groot onderhoud aan de brandstoftanks in Den Helder zijn deze eerder op de vereiste vullingsgraad gebracht en hebben daardoor meer uitgaven plaatsgevonden dan was voorzien.

Aanpassing bestelmomenten/kasritme

Bij de presentatie van de projectgegevens wordt nader ingegaan op de redenen van de aanpassingen.

Verschuiving bestelmomenten ESSM

De aanschaf van de vierde batch Evolved Seasparrow Missiles ten behoeve van de LCF's is vervroegd, zodat de fregatten bij indienstelling met deze raketten zijn uitgerust. Door deze aanpassing ten opzichte van het oorspronkelijke verwervingsschema is de realisatie van de verplichtingen en uitgaven voor 2003 toegenomen.

Uitstel 3e Marsbat

Als gevolg van het besluit om het 3e Mariniersbataljon niet op te richten zijn de hiervoor geraamde uitgaven niet tot realisatie gekomen.

Wachtgelden

Als gevolg van de stijging van het aantal personen dat onder de wachtgeldregeling valt en de uitstroombevorderende maatregelen in het kader van de versnelde afslanking van het personeelsbestand, zijn de uitgaven hoger dan begroot.

Afwijkingen in de ontvangsten

OmschrijvingBedrag
Beleidsmatige afwijkingen 
Terugontvangsten BTW-Lynx7 400
Stelselherziening BTW– 55 000
Overige afwijkingen– 13 733
Totaal– 61 333

Terugontvangsten BTW-Lynx

Met het ministerie van Financiën is overeenstemming bereikt over de methode waarmee de BTW-vrijstelling van Lynx-boordhelikopters dient te worden gedeclareerd. Hierdoor is een eerste inhaal-tranche terugontvangst BTW gerealiseerd.

Stelselherziening BTW

De besprekingen met de Belastingsdienst over een stelselherziening BTW met betrekking tot de herbevoorrading van reservedelen voor schepen, zijn nog niet voltooid, zodat de verwachte BTW-ontvangst nog niet heeft plaatsgevonden.

Activiteiten

De activiteiten van de Koninklijke marine worden onderverdeeld in operationele, ondersteunende en bestuurlijke activiteiten, die zijn ondergebracht bij de Resultaat Verantwoordelijke Eenheden (RVE'n). De Commandant der Zeemacht in Nederland (CZMNED), de Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied (CZMCARIB) en de Commandant van het Korps Mariniers (CKMARNS) zijn verantwoordelijk voor de operationele activiteiten. Het Centrum voor Automatisering van Missiekritieke Systemen (CAMS), het Marinebedrijf (MB), het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) en de Opleidingen Koninklijke marine (OKM) verzorgen de ondersteunende activiteiten. De bestuurlijke activiteiten worden door de Admiraliteit gecoördineerd en ondersteund.

De drie hoofdactiviteiten bij de operationele RVE'n zijn: het gereedstellen, het inzetbaar houden en het inzetten, anders dan door de CDS, van de operationele eenheden van de vloot, waaronder de vliegende eenheden, en de eenheden van het Korps Mariniers. Deze activiteiten omvatten onder andere een veelheid aan Navo-, «Partnerschip for Peace»-, multinationale- en nationale oefeningen, de uitvoering van kustwachttaken alsmede de opwerkactiviteiten zowel op het niveau van de individuele eenheid als in nationaal verband. De ondersteunende RVE'n dragen respectievelijk zorg voor het onderhoud en de instandhouding van materieel dat in gebruik is bij en door de operationele eenheden (MB), de ontwikkeling en het onderhoud van operationele software (CAMS), de initiële opleiding van manschappen en de functieopleidingen (OKM) en de initiële opleiding van marineofficieren (KIM).

Commandant der Zeemacht in Nederland (CZMNED)

Prestatiegegevens CZMNED
 MeeteenheidRealisatie 2002*Realisatie 2003**Begroting 2003Verschil 2003
Fregatten/bevoorradingsschepen/amfibisch schip (LPD) 6941 0731 191– 118
Standing Naval Forces Atlantic & MediteraneanVaardagen170271294 
UK/NL Amphibious Force & Navo Striking fleetVaardagen4734130 
Nationale en internationale oefeningen en overige activiteitenVaardagen477768767 
Onderzeeboten 270348430– 82
Nationale en internationale oefeningen en overige activiteitenVaardagen270348430 
Mijnenbestrijdingsvaartuigen 73058652066
Mine Counter Measure Forces North & SouthVaardagen225183252 
Nationale en internationale oefeningen en overige activiteitenVaardagen505403268 
Hydrografische vaartuigen 324258330– 72
Hydrografische opnemingenVaardagen324258330 
Maritieme helikopters 2 5803 2163 745– 529
Standing Naval Forces Atlantic & MediteraneanVlieguren0113166 
Nationale en internationale oefeningen en overige activiteitenVlieguren2 5803 1033 579 
Maritieme patrouillevliegtuigen 1 3931 1901 950– 760
Stationering maritiem patrouillevliegtuig KevlavikVlieguren7787300 
Nationale en internationale oefeningen en overige activiteitenVlieguren1 3161 1031 650 

* Naast de in de uitsplitsing genoemde vaardagen en vlieguren zijn in 2002 voor vredesoperaties 649 vaardagen fregatten, 862 vlieguren maritieme helikopters, 229 vaardagen onderzeeboten en 1571 vlieguren maritieme patrouillevliegtuigen gerealiseerd.

** Naast de in de uitsplitsing genoemde vaardagen en vlieguren zijn in 2003 voor vredesoperaties 211 vaardagen fregatten, 375 vlieguren maritieme helikopters, 97 vaardagen onderzeeboten en 980 vlieguren maritieme patrouillevliegtuigen gerealiseerd. Ook zijn 26 vaardagen fregatten en 222 vlieguren maritieme patrouillevliegtuigen gerealiseerd door inzet ter bestrijding van terrorisme in de operatie «Active Endeavour».

De realisatie van zowel de reguliere vaardagen als de vlieguren voor gereedstelling is door de uitgebreide ernstinzet lager dan begroot. De ernstinzet betreft de strijd tegen het internationaal terrorisme in de operatie «Enduring Freedom». Hiervoor zijn, in de eerste helft van het verslagjaar, een fregat, inclusief een maritieme helikopter, en een onderzeeboot ingezet. Daarnaast is gedurende verschillende perioden een maritiem patrouillevliegtuig boven Bosnië en Kosovo ingezet op verificatiemissies. Deze vliegtuigen hebben ook missies boven de Arabische Golf en Afghanistan gevlogen. Door het vervallen van de gezamenlijke UK/NL-training in verband met de inzet van de Engelse eenheden in Irak en de inzet van het Amfibisch transportschip Hr.Ms. Rotterdam (met twee helikopters aan boord) in november en december bij Liberia, zijn het aantal UK/NL-vaardagen en het aantal vlieguren voor helikopters verminderd. Het totaal aantal vaardagen voor operaties verantwoord bij het beleidsartikel 09 «Uitvoeren Vredesoperaties» en bij het beleidsartikel 01 «Koninklijke marine», is over het algemeen groter dan het oorspronkelijke aantal. Omdat slechts de additionele uitgaven voor crisisbeheersingsoperaties worden verrekend heeft deze onderrealisatie in het reguliere operatieschema geen gevolgen gehad voor de reguliere uitgaven.

Door beperkingen in de materiële beschikbaarheid van maritieme helikopters en de vacatures in het personeelsbestand, zijn niet alle vlieguren gerealiseerd die noodzakelijk zijn voor het op peil houden van de gereedheid. Bij de maritieme patrouillevliegtuigen hebben het «Capability Upkeep Program» en de vertraging in het uitbestede reguliere groot onderhoud, tot een beperkte extra onderrealisatie van vlieguren voor oefeningen geleid. Ten gevolge van de noodzakelijke extra onderhoudsactiviteiten heeft deze onderrealisatie geen effect gehad op de realisatie van de uitgaven.

Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CZMCARIB)

Prestatiegegevens CZMCARIB
 MeeteenheidRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Fregatten 53433310
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebiedVaardagen433727 
Operationele gereedheid op peil houdenVaardagen722 
Bestrijding illegale handel verdovende middelenVaardagen344 
Maritieme helikopters 10280135– 55
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebiedVlieguren8355100 
Operationele gereedheid op peil houdenVlieguren13,51313 
Bestrijding illegale handel verdovende middelenVlieguren5,51222 
Maritieme patrouillevliegtuigen 102200100100
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebiedVlieguren8817070 
Operationele gereedheid op peil houdenVlieguren143030 
Ondersteuningsvaartuig 845890– 32
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebiedVaardagen694672 
Operationele gereedheid op peil houdenVaardagen151218 
Marinierspelotons met gevechtssteun 12 5479 10014 500– 5 400
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebiedMensoefendag8251001 450 
Operationele gereedheid op peil houdenMensoefendag11 7229 00013 050 
Pelotons Antilliaanse en Arubaanse militie 1 3771 411800611
Presentie, surveillance en interdictie in bevelsgebiedMensoefendag2142525 
Operationele gereedheid op peil houdenMensoefendag1 1631 386775 

Als gevolg van de technische staat van de maritieme helikopters viel de realisatie van helikoptervlieguren lager uit dan was begroot. De weggevallen surveillancecapaciteit is gedeeltelijk opgevangen door de maritieme patrouillevliegtuigen. Als gevolg van de slechte technische staat van het ondersteuningsvaartuig is het schip slechts beperkt beschikbaar geweest en is aan het eind van het verslagjaar tot een aanvullende onderhoudsperiode besloten. Voor de marinierspelotons met gevechtssteun is één grote oefening vervallen waardoor niet alle oefendagen zijn gerealiseerd.

Als gevolg hiervan is de Antilliaanse militie aan het eind van een oefening op Aruba pas later teruggekeerd, waardoor de eenheid meer oefendagen heeft gerealiseerd dan was begroot.

Commandant Korps Mariniers (CKMARNS)

Prestatiegegevens CKMARNS
 MeeteenheidRealisatie 2002Realisatie 2003**Begroting 2003Verschil 2003
Mariniersbataljons en ondersteunende MARNSBAT 139 52398 007120 403– 22 396
UK/NL Landing Force & ACE Mobile Force (Land)Mensoefendag14 6671 47342 050 
Beschikbaar houden noodhulpverkenningseenheidMensoefendag16 24 
Gereedstelling Bataljons-groep, op 14 dagen notice*Mensoefendag1 305 2000 
Training (nationaal en internationaal)Mensoefendag103 53976 30361 329 
OpleidingenMensoefendag19 99620 23115 000 
Bijzondere Bijstandseenheid Mariniers (BBE) 6 2284 70415 000– 10 296
GereedstellingMensoefendag6 2284 70415 000 

* Een bataljonsgroep bestaande uit een MARNSBAT en toegesneden combat en combat service support vanuit de ondersteunende bataljons en de vloot, als strategische reserve voor SFOR.

** Naast de in de uitsplitsing genoemde mensoefendagen zijn in 2003 voor vredesoperaties 17 875 mensoefendagen toegerekend aan SFIR.

In verband met de crisisbeheersingsoperatie in Irak (SFIR) is prioriteit gegeven aan nationale trainingsactiviteiten. Tevens is de oefening met de UK/NL Landing Force komen te vervallen in verband met de deelname van de eenheden van het Verenigd Koninkrijk aan de operatie in Irak. Hierdoor is een verschuiving opgetreden in de realisatie van de voornoemde categorieën. De terugloop in het aantal opleidingsdagen door de vermindering van de instroom van nieuwe mariniers in verband met het uitstel van de oprichting van het derde mariniersbataljon wordt gecompenseerd door de extra opleidingsactiviteiten in het kader van de operatie SFIR. De beperkte aanvullende opleidingen voor het bataljon van de eerste shift alsmede de opleidingen ten behoeve van het korte termijn inzetbare bataljon zijn hierbij bepalend geweest. Hierdoor was het aantal mariniers in opleiding per saldo groter en waren meer mensoefendagen voor opleidingen nodig.

De bijzondere bijstandseenheid heeft voornamelijk kortdurende trainingsactiviteiten ontplooid waardoor het aantal mensoefendagen (voor trainingen langer dan 24 uur) lager uitviel dan was begroot. Ook is door de inzet van «guard teams» aan boord van schepen het aantal mensoefendagen BBE lager.

Prestatiegegevens Materieel logistiek
 MeeteenheidAfnemerRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Meerjaarlijks onderhoud (MJO)AantalCZMNED313– 2
  CZMCARIB    
Tussentijds onderhoud (TTO)AantalCZMNED724– 2
  CZMCARIB 1 1
ReparatieordersAantalCZMNED9 0669 23510 900– 1 665
  CZMCARIB 201 201
  CKMARNS 864 864
  Admiraliteit 2 335 2 335
  Extern 2 362 2 362
Modificatie opdrachtenAantalCZMNED*753300453
  CZMCARIB    
  CKMARNS 1 1
  Admiraliteit 18 18
  Extern    
Projecten nieuwbouwAantalAdmiraliteit*651
  Extern*   
Projecten afstoting schepenAantalAdmiraliteit*211

* In 2002 is nog geen administratie gevoerd met betrekking tot het aantal modificaties, nieuwbouwprojecten en projecten «afstoting van schepen».

Het marinebedrijf heeft extra capaciteit ingezet voor de materieellogistieke ondersteuning bij het verkoopgereedmaken van twee fregatten voor de Griekse marine en de begeleiding van nieuwbouwprojecten. Dit heeft geleid tot extra uitgaven voor materiële exploitatie en voor de inhuur van personeel bij de ondersteunende eenheden. Door de optimalisering van het onderhoudsproces van multipurposefregatten, dat heeft geleid tot een reductie van het aantal TTO's en MJO's, is de extra realisatie gecompenseerd. Door de extra begeleiding van de nieuwbouw en afstoting is ook het aantal reparatieorders lager dan begroot. De toename van het aantal modificatieopdrachten is ontstaan door het «collectief» gereedmelden van de modificaties, uitgevoerd aan twee fregatten en het bevoorradingsschip Amsterdam. Deze onderhoudsperioden waren in 2002 gestart.

Opleidingen

Prestatiegegevens Opleidingen
 MeeteenheidAfnemerRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003**Verschil 2003
Initiële opleidingen OKMGeslaagde cursistenCZMNED1 202888981– 93
Initiële opleidingen MOCGeslaagde cursistenCKMARNS381367650– 283
Initiële opleidingen KIMGeslaagdeCZMNED4172159+72 
 cursistenCKMARNS121616 
Bij- en omscholingsopleidingen OKMGeslaagdeCZMNED10 5449 06611 580– 2 514
 cursistenCZMCARIB    
  CKMARNS 2 265 2 265
  Overig 1 059 1 059
  Intern KM    
  Extern    
Bij- en omscholingsopleidingen KIMGeslaagdeCZMNED42442024
 cursistenCZMCARIB15   
  CKMARNS5   
  Extern    
KIM publicatiesAantalKM-breed36554411

* In 2002 is nog geen administratie gevoerd met betrekking tot het aantal initiële opleiding MOC en bij- en omscholingsopleidingen KIM.

** In de begroting was nog het aantal aanwezige cursisten van 247 opgenomen. In de uitwerking van de begroting wordt onderscheid gemaakt naar geslaagde cursisten (72 CZMNED en 16 CKMARNS) en overige cursisten (159).

Als gevolg van de neerwaartse bijstellingen in de aanstellingsopdracht die voortvloeide uit de personeelsreducties bij Defensie, viel het aantal initiële opleidingen Opleidingen Koninklijke marine (OKM) lager uit dan was begroot. Omdat het 3e Mariniersbataljon niet paraat wordt gesteld, is het aantal initiële opleidingen Mariniers Opleidings Centrum (MOC) naar beneden bijgesteld.

Subsidies

De Koninklijke marine heeft in 2003 totaal in € 0,125 miljoen aan subsidies verleend. Ten opzichte van het begrote bedrag van € 0,149 miljoen is overeenkomstig de taakstelling uit het Strategisch Akkoord een bezuiniging van € 0,024 miljoen gerealiseerd.

Investeringen

Project Fregatten van de Zeven Provinciën-klasse

       
DoelstellingInstandhouding van capaciteiten op het vlak van maritieme commandovoering, maritieme oorlogsvoering en luchtverdediging voor de lange afstand door het in gebruik nemen van vier Luchtverdedigings- en commandofregatten (LCF). 
Projectomvang€ 1 607,7 miljoen (excl. bijdrage van het ministerie van Economische Zaken aan de APAR Risk Reduction Study van € 0,3 miljoen) 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
ActiviteitenBouwBouwBouw en proeftocht LCF-1Bouw en proeftocht LCF-2, in dienststelling LCF-1Bouw, proeftocht LCF-3 en integratie hard- en software, indienststelling LCF-2Uitgevoerd inclusief proef-lancering ESSM en SM2 LCF 1
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1 000)60 48983 48539 40050 41751 76356 093
Uitgaven (x € 1 000)246 039237 394233 133166 257147 755138 400

Onder andere ten gevolge van vertraging in de exploitatievoorbereiding, een afwijkend tempo in de verrekeningen van materiaalkosten door de werf, de goed verlopen platform- en SEWACO-proeftochten en het betaalverloop van de «Anti Air Warfare»-ontwikkeling is de realisatie in 2003 achtergebleven bij de begroting. De langere doorlooptijd van de contracten voor het meerwerk uit 2002 heeft ertoe geleid dat deze verplichtingen uiteindelijk dit jaar zijn gerealiseerd. Met de proeftochten en lanceringen ligt het project op schema.

Project Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit

       
DoelstellingInstandhouding van de mijnenbestrijdingscapaciteit door modernisering van de jaagcomponent (sonar/C2-deel). 
Projectomvang€ 185,8 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten  Contract D1-brief (jagen)Realisatiefase gestartUitvoering 
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1 000)182199103 6009 41217 6386 805
Uitgaven (x € 1 000)3 0633 28746626 27433 59218 368

De bouw van de trainerfaciliteiten is in verband met het uitwerken van de samenwerking met de Belgische marine vertraagd waardoor zowel de verplichtingen als de uitgaven zijn doorgeschoven naar 2004 en later. De geplande gereedheidsdatum (2006) voor de trainerfaciliteiten is hierdoor echter niet in het gedrang gekomen omdat de projectdefinitiestudie volgens plan is afgerond. Tevens is een oorspronkelijk in 2003 geplande betaling voor het Sonarcontract al in 2002 tot realisatie gekomen, waardoor de realisatie in 2003 lager is dan was begroot.

Project Hydrografische opnemingsvaartuigen (HOV)

       
DoelstellingInstandhouding van militair hydrografische capaciteit door vervanging van de twee verouderde Noordzee-opnemers door twee opnemingsvaartuigen en de afstoting van Hr.Ms. Tydeman 
Projectomvang€ 54,5 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten B/C-brief D-brief, contract en start bouwHOV-1 in de vaart 
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1 000)24649 48 0602 1373 055
Uitgaven (x € 1 000) 295 14 78127 93718 438

De bouw van de beide HOV's verloopt volgens schema. De realisatie van de uitgaven voor het onderhanden werk bij de werf loopt echter achter op het bouwschema.

Project Tweede Landing Platform Dock (LPD-2)

       
DoelstellingZeker stellen van het voortzettingsvermogen van het huidige LPD (Hr.Ms. Rotterdam) alsmede de uitbreiding van de amfibische liftcapaciteit en de strategische zeetransportcapaciteit door de verwerving van een tweede amfibisch transportschip. In het kader van EVDB wordt het schip voorzien van commandofaciliteiten 
Projectomvang€ 220,1 miljoen exclusief € 36,9 miljoen voor commandofaciliteiten ten laste van beleidsartikel 11 «Internationale samenwerking» 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten A-briefB/C-briefD-brief, contractBouw 
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1 000)  2 200152 70351 58327 303
Uitgaven (x € 1 000)  2 0254 38930 38932 201

Door vertraging in de aanbesteding van het Sensor-, Wapen- en Commandosystemen-deel viel de verplichtingenrealisatie lager dan was begroot. De operationele indienststelling in 2007 blijft gehandhaafd.

Project vervanging Hr.Ms. Zuiderkruis

       
DoelstellingInstandhouding van de Maritiem logistieke capaciteiten door vervanging van de Zuiderkruis. 
Projectomvang€ 192,4 miljoen; dit bedrag moet nog worden bijgesteld naar prijspeil 2003 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten     Uitgesteld
Financiële resultaten      

Het project is in het kader van de operatie «Nieuw Evenwicht» uitgesteld van 2007 tot 2010. De Hr.Ms. Zuiderkruis wordt langer in dienst gehouden en zal mogelijk (afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek Grote Oppervlakteschepen KM) worden opgevolgd door een multifunctioneel schip.

Project NH-90

       
DoelstellingInstandhouding van de algemene maritiem-militaire capaciteiten alsmede capaciteiten op het vlak van tactisch (maritiem) luchttransport, opsporing en redding door de vervanging van de Lynx-helikopter door 20 NH-90 helikopters. 
Projectomvang€ 883,2 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten D-brief, contract    
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1 000)908509 19726 7003 4831 08737 905
Uitgaven (x € 1 000)5 1969 56718 24113 78711 65215 548

De toename van de verplichtingen ontstaat door het opnemen van de prijsbijstelling in het «Production Investment and Production»-contract ten behoeve van het opzetten van de productielijn en het uitvoeren van de productie.

Project CUP-Orion

DoelstellingInstandhouding van de algemene maritiem-militaire capaciteiten alsmede capaciteiten op het gebied van surveillance boven land, opsporing en redding door de modernisering van tien Orions naar eenzelfde, op oppervlaktesurveillance gerichte basisconfiguratie en de multifunctionele uitrusting van zeven van de tien Orions. 
Projectomvang€ 208,6 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
ActiviteitenB/C-briefD-briefContractIn uitvoeringIn uitvoering, 1e gereed1e gereed, 2e in uitvoering
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1 000) 184 1793 300492 07312 633
Uitgaven (x € 1 000) 6 05812 7919 41926 40652 284

Het eerste gemodificeerde Nederlandse toestel is op 19 november in Greenville (VS) door de firma Lockheed Martin officieel overgedragen aan de US Navy ten behoeve van inspecties en grond- en vliegende testen ter voorbereiding van de overdracht in 2004. Het tweede vliegtuig wordt vanaf september gemodificeerd. Als gevolg van de stand geleverd maar nog niet betaald materiaal in de «Foreign Military Sales» (FMS) overeenkomst met de Verenigde Staten, hebben inhaalbetalingen plaatsgevonden. Met amendment 1 van de FMS-overeenkomst is de prijsverhoging verwerkt in de overeenkomst en is de realisatie van de verplichtingen overeenkomstig gestegen.

Project Maritime Theatre Ballistic Missile Defense (MTBMD)

       
DoelstellingVoorzien in een Europese capaciteit voor de verdediging van kustgebieden, havens en vlootverbanden tegen tactische ballistische raketten. 
Projectomvang€ 148,6 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten   Concept validation phase (CVP)CVP afgerond
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1 000) 5 26350025 518
Uitgaven (x € 1 000) 2972 7481 0391 0481 174

Vervanging Verbindingsapparatuur Mariniers (NIMCIS) eerste fase

       
DoelstellingVerbetering van capaciteiten voor informatieuitwisseling van de operationele marinierseenheden alsmede de vervanging van verouderde radioapparatuur door een Nieuwe Generatie Mariniers Communicatie en Informatie Systeem (NIMCIS) 
Projectomvang€ 73,9 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten   A-briefB/C-briefgeen brief aangeboden
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1 000)      
Uitgaven (x € 1 000)      

De B/C-brief (de voorstudie/studiefase) is uitgesteld en zal nu worden gecombineerd met de verwervingsvoorbereidingsfase, waardoor het tijdschema voor invoering gehandhaafd blijft. Een gecombineerde B/C/D-brief zal medio 2004 aan de Kamer worden gezonden.

Project Marinierskazerne Buitenveld

       
DoelstellingVoorzien in infrastructuur ten behoeve van het paraatstellen van 3 MARNSBAT, teneinde het voortzettingsvermogen van een mariniersbataljon voor vredesoperaties te waarborgen. 
Projectomvang  
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten      
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1 000)  60013 33814 595 
Uitgaven (x € 1 000)  5007 13810 3953 487

Het project Marinierskazerne Buitenveld is in het kader van de operatie «Nieuw Evenwicht» geschrapt. De realisatie heeft betrekking op de afbouw van de reeds in gang gezette renovatie van een hoofdgebouw (thans in gebruik als kantoorfaciliteit ten behoeve van CZMNED) en een wettelijk verplichte bodemsanering.

Project Satellietcommunicatie voor militair gebruik (MILSATCOM)

       
DoelstellingDe verbetering van command and control en informatieverwerking door introductie van lange-afstand verbindingsapparatuur op basis van satellietcommunicatie. 
Projectomvang€ 255,0 miljoen (dit project wordt mede ten behoeve van de andere krijgsmachtdelen uitgevoerd) 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
ActiviteitenKorte termijn deel C1-brief Korte termijn deel D1-brief, lange termijn deel C2-briefContract korte termijn, grondstation bouwkundig opgeleverd, MOU-UHFRealisatie 
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1 000)272333 00082 5773 8243 380
Uitgaven (x € 1 000)2453841 62621 40322 02423 463

Beleidsartikel 02 Koninklijke landmacht

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

De in de beleidsagenda uiteengezette hoofddoelstellingen van de krijgsmacht zijn voor de Koninklijke landmacht geoperationaliseerd in een doelstellingenmatrix van inzetbare eenheden en in veranderdoelstellingen. Uit de in de begroting 2003 opgenomen matrix blijkt hoeveel eenheden (kwantiteit) binnen welke termijn (reactietijd) beschikbaar zouden moeten zijn. Uitgangspunt daarbij is binnen de aangegeven reactietijd steeds de gereedheid te leveren benodigd voor het gehele geweldsspectrum (kwaliteit). Een operationele eenheid is inzetbaar wanneer aan de minimumeisen voor personeel, materieel en mate van geoefendheid wordt voldaan.

Doelstellingenmatrix
   HRF FLRLTBF
Type eenheidInzetbaarheidTotaalDirectKorte termijnLange termijnReserve
HRF(L)HQStaf11   
 Staff Support batallion11   
 CIS bataljon11   
 Special operations Staf11   
 Commandotroepencompagnie33   
Δ Air Manoeuvre Brigade1Staf en Stafcompagnie11   
ΔInfanteriebataljon Luchtmobiel33   
ΔMortiercompagnie Luchtmobiel11   
ΔGeniecompagnie Luchtmobiel11   
ΔLuchtverdedigingscompagnie Luchtmobiel11   
1 Divisie Gemechaniseerde Brigade (13, 41 en 43 Mechbrig)2Staf1   1
 Staf en Stafcompagnie3111 
 Pantserinfanteriebataljon61113
 Tankbataljon3111 
 Brigade verkenningseskadron3111 
 Afdeling veldartillerie3111 
ΔPantserluchtdoelartilleriebatterij3111 
ΔPantsergeniecompagnie3111 
Divisie Gevechtssteun CommandoStaf11   
 ISTAR bataljon Staf11   
 ISTAR-module3312  
 Pantsergeniebataljon4 Staf31  2
 Pantsergeniecompagnie461  5
 Geniebataljon4 Staf11   
 Constructiecompagnie4321  
 Brugcompagnie521  1
 NBC-compagnie11   
 Afdeling luchtdoelartillerie Staf11   
ΔLuchtdoelartilleriebatterij31  2
 Pantserluchtdoelartilleriebatterij2   2
 Divisie veldartilleriegroep Staf1   1
 Afdeling veldartillerie3   3
 MLRS-batterij21  1
 Verbindingsbataljon21+1/3e1/3e1/3e 
Divisie Logistiek CommandoStaf611   
 Bevoorradings- en Transportbataljon722/3e2/3e2/3e 
 Materieeldienstcompagnie3111 
 Geneeskundigbataljon821/3e1/3e1/3e1
National support command 11   
Nationale Reserve Bataljon9 55   
NL-deel CIMIC Group North 12/3e1/3e  
NL CIMIC Support Unit 11   

Δ Bovenstaande tabel geeft de operationele doelstellingen weer zoals opgenomen in de ontwerpbegroting. Indien het delta-teken is weergegeven, is sprake van een afwijking en is dit in onderstaande tekst nader toegelicht.

1 De logistieke eenheden binnen de brigade zijn in het schema niet opgenomen. Hun gereedheid is gerelateerd aan de te ondersteunen eenheden.

2 Bij inzet van een gemechaniseerde brigade als Peace Enforcing (PE) wordt deze aangevuld door de eenheden van de andere brigade.

3 Intelligence surveillance target acquisition and reconaissance (Istar) module: deze modulair opgebouwde eenheid bestaat uit Verkennings-, Remotely Piloted Vehicle (RPV)-, Elektronische Ooorlogsvoering (EOV), Militaire Inlichtingen (MI)- en Artillerie ondersteuningsmiddelen.

4 Bij inzet als onderdeel van een samengesteld noodhulpbataljon geldt de gereedheidstermijn van 10 dagen. Personeel ten behoeve van het noodhulpverkenningsteam heeft een gereedheidstermijn van 24 uur.

5 Drie parate NBC-pelotons zijn ingedeeld bij de constructiecompagnieën. Eén peloton heeft een gereedheidstermijn van 10 dagen.

6 Stafelement ten behoeve van Support Command 11 Air Manoeuvre Brigade.

7 De parate eenheden van beide bevoorradings- en Transportbataljons kennen gezamenlijk een interne driedeling. Hiermee is (samen met de brigadebevoorradingscompagnie) de ondersteuning (National Support Element) ten behoeve van maximaal 3 bataljons over 2 assen mogelijk.

8 Het parate deel van 400 Geneeskundigbataljon kent een interne driedeling. Hiermee is (samen met de brigadegeneeskundigcompagnie) de ondersteuning ten behoeve van maximaal 3 bataljons over 2 assen mogelijk.

9 Natresbataljons direct inzetbaar voor nationale taken.

Resultaat 2003

Air Manoeuvre Brigade (als geheel)

Tijdens de oefening «Gainful Sword» in oktober 2003 is het optreden van het op dat moment aanwezige deel van 11 AMB door een multinationaal evaluatieteam uitgebreid en intensief geëvalueerd op basis van de Navo-systematiek. 11 AMB is op basis van deze resultaten gecertificeerd als «Operationeel Gereed». In 2003 kampte 11 AMB met een personele ondervulling. Daarom is de inzetbaarheid van de brigade als geheel in de doelstellingenmatrix aangemerkt als niet voldoende. De maatregelen waarop hierbij wordt gedoeld hebben met name betrekking op herschikking van personeel. Naast het behalen van de operationele gereedheidsstatus heeft 11 AMB eenheden geleverd voor de ISAF-missie in Afghanistan.

Gemechaniseerde Brigade (13, 41 en 43 Mechbrig)

Het afgelopen jaar heeft 13 Mechbrig als eerste brigade twee opeenvolgende uitzendingen SFOR verzorgd. Achtereenvolgens hebben 17 Pantserinfanteriebataljon en 11 Tankbataljon de rotaties SFOR 13 en 14 op succesvolle wijze uitgevoerd. De Brigade Pantsergeniecompagnie is daarbij verdeeld over beide rotaties ingezet. De overige eenheden van de brigade hebben een ondersteunende en/of aanvullende rol gespeeld (bijvoorbeeld de vulling mortierpeloton of stafwachtpeloton). Daarnaast hebben delen van de brigade deelgenomen aan de ISAF-missie (zoals helikopterbeveiligingsdetachementen).

De batterij Pantserluchtdoelartillerie werd in 2003 gedeeltelijk uitgezonden met de SFOR-missie. Het achterblijvende deel van deze eenheid is door personele onderbezetting niet in staat geweest om het gewenste oefen- en trainingsniveau te bereiken.

Voor 41 Mechbrig heeft het afgelopen jaar met name in het teken gestaan van de opleiding en training. In 2004 levert de brigade eenheden voor SFIR-3 en voor SFOR-15 en -16.

Het programma voor 43 Mechbrig stond in het teken van recuperatie, opleiden en trainen, opwerken na uitzending en het uitvoeren van nationale taken. Bij de uitvoering van deze derde hoofdtaak heeft de brigade bijgedragen aan de Amerikaanse voorbereidingen voor de derde Golfoorlog (leegrijden POMS-sites en verscheping van het materieel) en ondersteuning van civiele autoriteiten in het kader van de bestrijding van de vogelpest.

Divisie Gevechtssteun Commando

De luchtdoelartilleriebatterij is in 2003 door personele onderbezetting niet in staat geweest om het gewenste oefen- en trainingsniveau te bereiken. In 2004 wordt de luchtdoelartilleriebatterij opgeheven.

Veranderdoelstellingen

De veranderdoelstellingen van de Koninklijke landmacht in 2003 zijn gericht op de versterking van de gevechtskracht en het expeditionair vermogen, met het oog op het gezamenlijk optreden van de krijgsmachtdelen en/of van staten. De doelstellingen betreffende materieelprojecten worden toegelicht bij de paragraaf investeringen.

HRF(L)HQ

Het High Readiness Forces (Land) Head Quarters is in 2003 succesvol ingezet als «Lead Nation» in de missie International Security Assistance Force. Ter ondersteuning van de staf zijn een «Communication and Information System» (CIS)-bataljon en een «Combat Service Support» (CSS)-bataljon opgericht.

Operationele Gereedheidsstatus (OGS) 11 Air Manoeuvre Brigade in 2003

In oktober 2003 heeft 11 AMB tijdens de oefening «Gainful Sword» in Polen haar operationele gereedheid aangetoond. 11 AMB vormt hiermee een unieke «Initial Entry Capability» binnen Europa. 11 AMB heeft aangetoond een volledig geïntegreerde eenheid te zijn, waarbij het synergetisch effect van de joint samenwerking duidelijk te zien is. Met de leidraad Air Manoeuvre beschikt de Nederlandse krijgsmacht over het eerste document dat de «joint» doctrine beschrijft.

Versterken van de gevechtskracht en het expeditionaire vermogen

Met het Strategisch Akkoord werd de doelstelling tot het paraatstellen van de mobilisabele D-compagnieën van de pantserinfanteriebataljons drie jaar vertraagd. Als uitvloeisel van de maatregelen om een betaalbare en inzetbare krijgsmacht te bewerkstelligen, is tot een vervroegde paraatstelling ten opzichte van het Strategisch Akkoord besloten. Vanwege de opheffing van de staf van de 41e Gemechaniseerde brigade worden de D-compagnieën nu vanaf 2004 in het nieuw op te richten 4e Pantserinfanteriebataljon ondergebracht. Hierdoor krijgen de overblijvende Gemechaniseerde Brigades elk de beschikking over twee Pantserinfanteriebataljons.

Delen van het Intelligence Surveillance Target Acquisition and Reconnaissance (ISTAR)-bataljon zijn vanaf medio 2003 inzetbaar. Het opwerktraject van de RPV-batterij heeft in 2003 vertraging opgelopen waardoor inzet van (delen van) deze eenheid niet mogelijk was.

Optimaliseren platform Peace Enforcement brigade

Het «oude» accentmodel waarin de drie brigades een half jaar de tijd hebben voor recuperatie, een half jaar voor opleiding en training en vervolgens een half jaar inzetbaar zijn, is aangepast. In het verbeterde accentmodel krijgen de brigades meer tijd om te oefenen en te trainen, maar zijn vervolgens ook langer beschikbaar voor uitzending; één jaar en niet slechts een half jaar zoals in het oude model.

Het verbeterd accentmodel moet overigens opnieuw worden aangepast omdat dit model uitgaat van drie gemechaniseerde brigades. Na opheffing van de brigade in Seedorf is dit model dus niet langer bruikbaar. Een nieuw accentmodel, gebaseerd op twee gemechaniseerde brigades, is inmiddels op hoofdlijnen uitgewerkt.

Joint Air Defence School (JADS)

De maatregelen uit de Prinsjesdagbrief betreffende de Grondgebonden Luchtverdediging van de Koninklijke landmacht en Groep Geleide Wapens van de Koninklijke luchtmacht leiden tot additionele kortingen in het functiebestand Grondgebonden Luchtverdediging. De werkgroepen waarin de voorbereidingen voor de oprichting van de Joint Air Defence School, het Joint Air Defence Centre en de platformfunctionaliteit van vliegbasis De Peel worden uitgewerkt, doen op basis van de nieuwe randvoorwaarden een nader onderzoek naar de consequenties. In deze werkgroepen worden de taakstelling, de uiteindelijke omvang, de wijze van samenwerking en het tijdstraject in detail ingevuld. De bouw van infrastructuur op De Peel wordt opnieuw bezien. Naar verwachting kan de kernstaf van het Joint Air Defence Centre wel in 2004 worden geformeerd.

Stroomlijning van de bedrijfsvoering en staven (SBSKL)

In 2003 zijn intern de Koninklijke landmacht organisatorische maatregelen van het project «Stroomlijning en Bedrijfsvoering Staven Koninklijke landmacht» (SBSKL) geëffectueerd, waarmee de omvang van de verschillende staven is gereduceerd. Zo is de Landmachtstaf gereorganiseerd en zijn het Materieellogistiek Commando en het Operationeel Commando «7 December» opgericht onder gelijktijdig opheffen van de Directie Materieel, de divisiestaf, de staf Nationaal Commando en de Operationele staf BLS. De Directie Personeel & Organisatie wordt op 1 maart 2004 gereorganiseerd tot het Personeelscommando. Later dat jaar volgt de reorganisatie van het Opleidings- en trainingscommando.

Budgettaire gevolgen van beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2003.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Verplichtingen1 880 4182 000 7911 962 4312 507 6272 317 3682 210 911106 457
Uitgaven       
Programmauitgaven       
1 Divisie «7 December»449 016443 537547 312559 915597 868554 66343 205
Nationaal Commando, exclusief Civiele Taken638 782663 869623 713624 518551 937631 655– 79 718
Opleidings- en Trainingscommando KL191 635190 240214 055241 201230 972236 031– 5 059
Subsidies en bijdragen832866878913928949– 21
Investeringen491 756411 616438 609401 733301 574388 26086 686
Totaal programmauitgaven1 772 0211 710 1281 824 5671 828 2801 683 2791 811 558– 128 279
Apparaatsuitgaven       
Landmachtstaf82 65192 425107 464147 065155 406111 13644 270
Overige eenheden BLS247 559267 941287 494310 113346 181251 48294 699
Wachtgelden en inactiviteitswedden43 78139 47448 96944 16242 87935 5217 358
Totaal apparaatsuitgaven373 991399 840443 927501 340544 466398 139146 327
Totale uitgaven2 146 0122 109 9682 268 4942 329 6202 227 7452 209 69718 048
Ontvangsten       
Totale ontvangsten71 24969 02582 46273 91366 31159 4936 818

Toelichting verschillen

De in 2003 geconstateerde afwijkingen kunnen worden onderverdeeld in technische afwijkingen en beleidsmatige afwijkingen:

Specificatie van de verplichtingenafwijkingen:

OmschrijvingBedrag
Technische afwijkingen 
Loonbijstelling40 201
Prijsbijstelling29 004
Beleidsmatige afwijkingen 
Tracking and Tracing– 8 400
Implementatie Defensie Financiële Systemen– 10 500
Vervanging personenauto's / transporters5 170
Voedselbehandelling– 17 860
Wissellaadsysteem153 031
Vervoer TROPCO 400/650 kN– 54 400
Geneeskundig materieel– 9 520
TITAAN– 26 690
Uitbreiding frequentiebereik7 680
FGBADS (BMC4I)– 47 738
Licht verkennings- en bewakingsvoertuig (LVB)16 312
Vervanging Pantservoertuigen (GTK)– 9 107
Vervanging Pantservoertuigen (Licht pantserwielvoertuig)12 340
Verbetering Leopard 25 240
Tactische indoor simulatie63 030
Middelbare dracht antitank (MRAT)5 133
Midlife update KKW simulator– 9 000
Tactical Air control party– 6 430
Vervanging M109 (PzH200019 394
Vertraging diverse infra projecten en groot onderhoud– 60 228
Werving– 10 160
Inhuur– 7 975
Overige afwijkingen27 930
Totaal106 457

Specificatie van de afwijkingen in de programmauitgaven

Omschrijving1 DivNatcoOTCKLSubsidiesInvesteringenTotaal
Technische afwijkingen      
Loonbijstelling 200316 1597 8626 486  30 507
Prijsbijstelling 20032 1048 806635  11 545
Overheveling boco  – 7 352  – 7 352
Beleidsmatige afwijkingen      
Overheveling project Mulan    – 6 500– 6 500
Bijstelling begrotingssterkte16 420– 5 6424 558  15 336
Voeding5 076– 5 023968  1 021
Transportcapaciteit3 3221 197590  5 109
Data- en telecommunicatie– 2 090– 62 128– 199  – 64 417
Inhuur formatief en boven formatief– 1 946– 5 296– 448  – 7 690
Vervanging personenauto's / transporters    7 0807 080
Wissellaadsysteem    11 84011 840
Vervanging TROPCO 400/650 kN    – 9 100– 9 100
TITAAN    – 18 836– 18 836
Geneeskundig materieel    – 10 780– 10 780
MILSATCOM    – 8 900– 8 900
Uitbreiding frequentiebereik    4 6214 621
Technische interceptie EOV    4 6004 600
FGBADS (BMC4I)    – 9 811– 9 811
Licht verkennings- en bewakingsvoertuig (LVB)    – 9 411– 9 411
Vervanging Pantservoertuigen (GTK)    – 17 005– 17 005
Vervanging Pantservoertuigen (IGV)    – 5 324– 5 324
Verbetering Leopard 2    12 34112 341
Tactische indoor simulatie    – 31 524– 31 524
Middelbare dracht antitank (MRAT)    – 6 836– 6 836
Waarnemingsopbouw    – 6 330– 6 330
Vertraging diverse infra projecten en groot onderhoud    – 30 377– 30 377
Overige afwijkingen4 160– 19 494– 10 297– 2143 56617 914
Totaal43 205– 79 718– 5 059– 21– 86 686– 128 279

Specificatie van de afwijkingen in de apparaatsuitgaven

OmschrijvingLandmachtstafOverige eenheden BLSWachtgeldenTotaal
Technische afwijkingen    
Decentralisatie P-gelden 43 591 43 591
Loonbijstelling 20031 0338 662 9 695
Prijsbijstelling 20033 5703 351 6 921
Overheveling Begeleiding Organisatie civiel Onderwijs 9 745 9 745
Beleidsmatige afwijkingen    
Bijstelling begrotingssterkte2 5091 045 3 554
Voeding 410 410
Transportcapaciteit89332 421
Data- en telecommunicatie57 1823 476 60 658
Inhuur formatief en bovenformatief599– 884 – 285
Werving – 10 160 – 10 160
Informatiesystemen 13 832 13 832
Vertraging diverse infra projecten en groot onderhoud– 15 058  15 058
Overige afwijkingen– 5 65421 2997 35823 003
Totaal44 27094 6997 358146 327

Toelichting op de verschillen

Aanpassing bestelmomenten/kasritme investeringsprojecten

Op deze afwijkingen wordt nader ingegaan bij de toelichting op de individuele projecten.

Begrotingssterkte

De taakstellingen hebben mede geleid tot een bijstelling van de begrotingssterkte in 2003. Door een vacaturestop voor het burgerpersoneel, de mogelijkheid voor het burgerpersoneel om op 57-jarige leeftijd de dienst te verlaten, de beperking tot dienstverlenging voor BBT-personeel en de mogelijkheid voor het BOT-personeel om op 53-jarige leeftijd de dienst te verlaten is deze taakstelling ingevuld. Mede door doorwerking van de gunstige wervingsresultaten 2002 heeft een overrealisatie plaatsgevonden.

Voeding

Het voedingsbudget voor oefeningen is aan de verbruikende eenheden overgedragen. Daarnaast is er sprake van een lichte stijging van de uitgaven ten behoeve van kantineartikelen.

Transportcapaciteit

In het kader van een pilot wordt een verbetering van de vraagregulering nagestreefd voor de uitgaven van inhuur van transportcapaciteit. De uitgaven die tot dit jaar bij Dico/DVVO werden geraamd en verantwoord worden nu met ingang van 2003 ten laste van de gebruikende eenheden verantwoord.

Data- en telecommunicatie

Door de overname van de telematicadiensten bij de Defensie Telematica Organisatie (DTO) worden de uitgaven niet langer ten laste van het programmabudget verantwoord, doch ten laste van de apparaatsuitgaven. Bovendien is er sprake van een daling van de uitgaven voor die diensten door lagere tarieven van DTO, zodat de hiervoor aan de Koninklijke landmacht opgelegde taakstelling kon worden gerealiseerd.

Inhuur formatief en bovenformatief

De inhuur op formatieplaatsen van onder meer automatiseringspersoneel is, als uitvloeisel van de opgelegde taakstellingen op dit punt, fors teruggedrongen.

Begeleiding Organisatie Civiel Onderwijs (BOCO)

De BOCO-organisatie van het OTCKL is gereorganiseerd naar loopbaancentra en vervolgens ondergebracht bij de Directie Personeel & Organisatie (DP&O). Hierdoor worden de uitgaven niet langer ten laste van het programmabudget verantwoord doch ten laste van de apparaatsuitgaven.

Werving

Naar aanleiding van de taakstellingen die hebben geleid tot grote personele reducties zijn veel geplande wervingsactiviteiten komen te vervallen.

Informatiesystemen

De stijging van de uitgaven wordt met name veroorzaakt door een hogere instandhoudingsinspanning voor de commando- en verbindingsmiddelen en de geavanceerde opleidingsleermiddelen (onder andere duel- en wapensysteemsimulators). Daarnaast zijn extra uitgaven verricht ten behoeve van de reguliere vervangingen van de Multifunctionele Smartcard.

Vertraging diverse infrastructuurprojecten en groot onderhoud

De onderrealisatie is vooral het gevolg van een herijking van alle objecten van de Koninklijke landmacht in het kader van de reorganisaties. Hierdoor is terughoudend geld besteed. Tevens zijn door de marktwerking (lagere prijsstelling van de inschrijvende aannemers) de aanbestedingen lager uitgevallen.

Ontvangsten

De hogere ontvangsten hebben betrekking op een nacalculatorische afrekening met de SZVK (Univé) voor verleende medische zorg.

Activiteiten

Prestatiegegevens van de operationele eenheden

1 Divisie 7 December

In de tabel worden realisatiegegevens 2002 en 2003 inzichtelijk gemaakt en afgezet tegen de gegevens uit de begroting 2003.

Prestatiegegevens 1 Div 7 DecemberOefeningMeeteenheidRealisatie 20023Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
11 Lumbl BrigBrigade oefening (VI) Voorbereiden OGS1Mensoefendagen 22 23022 500– 270
 Brigade oefening (VI) OGS1Mensoefendagen 50 47076 000– 25 530
13 MechbrigBataljonsoefening (V) Eindoefening SFOR 14Mensoefendagen 14 11018 000– 3 890
 Field Training Exercise (FTX)Mensoefendagen 5 1005 000100
41 MechbrigBataljonsoefening (V) Eindoefening SFOR 15Mensoefendagen 7 5708 280– 710
 Diverse oefeningen (V)Mensoefendagen 13 27024 440– 11 170
43 MechbrigBataljonsoefening (V) CMTC2 (of gelijkwaardig)Mensoefendagen 11 97027 760– 15 790
Divisie Logistiek CommandoBrigade oefening (IV)OGS1 11 Lumbl BrigMensoefendagen 15 97014 2501 720
Divisie Gevechts-steun CommandoDiverse oefeningen (V/VI)Mensoefendagen 14 44039 100– 24 660
OverigeSOB Oefeningen (I-IV)4Mensoefendagen 65 09086 400– 21 310
OefeningenOefening Vogelsang (I-IV)Mensoefendagen 23 50043 200– 19 700
 Overig (1-IV)Mensoefendagen 241 520268 070– 26 550
Totaal  495 000485 540633 000– 147 460

1 Operationele Gereedheidsstatus

2 Combat Manoeuvre Training Center (CMTC)

3 Voor het jaar 2002 is de verdeling over de oefeningen niet beschikbaar

4 Schietoefening Bergen

De realisatie van de mensoefendagen is, op het totaal aantal geplande mensoefendagen zoals in de begroting is weergegeven, 23% lager. De onderrealisatie heeft een aantal redenen. Ten eerste wordt in de planningsfase, die bijna twee jaar voorafgaande aan de realisatie tot stand is gekomen, een oefenplan vastgesteld dat veelvuldig aanpassingen behoeft in verband met nieuwe missies en steunverleningstaken. In 2004 wordt de planning verbeterd door middel van een generiek oefenplan dat gebaseerd is op de minimale eisen voor inzet tijdens uitzendingen. Ten tweede wijkt het aantal mensoefendagen van 11 Luchtmobiele Brigade af omdat tijdens de OGS aanvankelijk een Nederlandse oefenvijand ter grootte van een gemechaniseerd bataljon was gepland. Deze rol kon niet door de 41e Gemechaniseerde brigade worden uitgevoerd omdat zij haar oefenprogramma moest aanpassen voor de inzet ten behoeve van ISAF. Poolse en Deense eenheden hebben deze taak bij de daadwerkelijke uitvoering op zich genomen. Ten derde heeft de voorbereiding van ISAF, waarbij eenheden ter grootte van een compagnie zijn ingezet, voor de 41e Gemechaniseerde brigade gevolgen gehad op de oefeningen niveau V. Deze oefeningen zijn vervangen door oefeningen ten behoeve van de uitzending. Ten vierde is voor de 43e Gemechaniseerde brigade de Combat Manoeuvre Training Center (CMTC) oefening in Hohenfels komen te vervallen. Daarnaast heeft de Divisie Logistiek Commando (DLC) oefeningen in het kader van SFIR ondersteund met eenheden van compagniesgrootte. Tenslotte heeft Divisie Gevechtssteun Commando (DGC) de geplande niveau V oefeningen moeten laten vervallen in verband met de veelvuldige inzet voor de diverse missies. De oefeningen hebben zich doorgaans op niveau I tot en met IV afgespeeld. Deze oefeningen betreffen veelal oefeningen van kleinere omvang en kortere duur.

Prestatiegegevens van de ondersteunende eenheden

Nationaal Commando (NATCO)

In de tabel worden realisatiegegevens 2002 en 2003 inzichtelijk gemaakt en afgezet tegen de gegevens uit de begroting 2003. In de tabel is de capaciteit in mensuren gerelateerd aan het ondersteunende dienstenpakket van het Nationaal Commando.

Prestatiegegevens NATCOMeeteenheidAfnemerRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Operationele dienstenMensurenDefensie207 00094 578107 50012 922
Logistieke dienstenMensurenDefensie1 318 0001 098 9951 252 600153 605
Onderhoud   446 115508 300– 62 185
Bevoorrading   652 880744 300– 91 420
Facilitaire dienstenMensurenDefensie4 588 0003 995 7584 538 000– 542 242
Specifieke dienstenMensurenDefensie284 000415 538474 60059 062
Totaal  6 397 0005 604 8696 372 700– 767 831

De uiteindelijke realisatie over 2003 ten opzichte van de voor het uitvoeringsjaar 2003 geplande beschikbare capaciteit (directe uren) voor de vier ondersteunende diensten operationeel, logistiek, facilitair en specifiek ligt 767 831 uur lager. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de uitwerking van de getroffen generieke personeelsmaatregelen. Anderzijds door de deels bevorderde uitstroom van personeel, en een relatief hoog ziekteverzuim onder het burgerpersoneel onder andere veroorzaakt door een relatief hoge gemiddelde leeftijd, de hoge werkdruk door de vele vacatures en onzekerheid over de toekomst bij een aantal uitvoerende diensten.

Met de ontvlechting van het NATCO zijn de logistieke diensten ondergebracht bij het Materieellogistiek Commando en de operationele diensten, facilitaire diensten en specifieke diensten bij het Operationeel Commando.

InkopenMeeteenheidRealisatie 2003Begroting 2003Verschil
Onderhoudx € 10007 0529 668– 2 616
Klasse I Voedingx € 100026 16030 521– 4 361
Klasse II/IV PGUx € 100031 24132 869– 1 628
Klasse II/IV Overigx € 100061 35070 785– 9 435
Klasse III Brandstofx € 100024 30820 1914 117
Klasse V Munitiex € 100023 72129 582– 5 861
Facilitaire Dienstenx € 1000103 86883 96819 900
Totaal 277 700277 584116

In totaliteit is de realisatie nagenoeg volgens het geplande budget (inkoopwaarde) verlopen. Op de post «Klasse II tot en met IV Overig» is er sprake van een onderschrijding vanwege een verminderde aanschaf van reservedelen. De verminderde aanschaf wordt onder meer veroorzaakt door de terugspreiding van voorraden. Daarentegen is op de post «Facilitaire Diensten» een overschrijding die hoofdzakelijk betrekking heeft op de huisvestingskosten. Doordat de afstoting van overtollige militaire objecten achter loopt op de planning liggen deze huisvestingskosten hoger dan verwacht.

Opleidings- en Trainingscommando (OTCo)

In de productietabel worden realisatiegegevens 2002 en 2003 inzichtelijk gemaakt en afgezet tegen de gegevens uit de begroting 2003. In de productietabel is aangegeven welke inspanning door het OTCo wordt geleverd, gebaseerd op de vraag van de afnemer.

Prestatiegegevens OTCoMeeteenheidAfnemerRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Initiële opleidingOpleidingsplaatsenTotaal12 772   
 Opgeleide leerlingen1 Divisie 2 7273 015– 288
  Overig 207336– 129
  Totaal 2 9343 351– 417
VervolgopleidingenOpleidingsplaatsen1 Divisie 11 07422 613– 11 539
  Overig 14 10416 714– 2 610
  Totaal29 23825 17839 327– 14 149
TrainingsondersteuningMensuren1 Divisie 251 192119 717131 475
  Overig    
  Totaal188 176251 192119 717131 475
LO/SportMensuren1 Divisie 102 755107 498– 4 743
  Overig 91 12299 000– 7 878
  Totaal195 371193 877206 498– 12 621
KennisproductieMensuren1 Divisie    
  Overig 128 944179 278– 50 334
  Totaal173 905128 944179 278– 50 344
SteunverleningMensuren1 Divisie 5 1696 078– 909
  Overig 46 51954 698– 8 179
  Totaal47 55951 68860 776– 9 088
MaatschappelijkeAantal afgerondTotaal1 081   
meerwaarde-opleidingenAantal in opleiding1 Divisie  5 550 
  Overig  700 
  Totaal 4 5316 250– 1 719

Initiële opleiding

In 2003 bedraagt de eindejaarsrealisatie 88% van de initiële planning. De onderrealisatie wordt voornamelijk veroorzaakt door de onderrealisatie bij het Opleidingscentrum Initiële Opleidingen (OCIO) door de lagere intake van BBT-ers.

Vervolgopleidingen

In termen van opleidingsplaatsen vindt er in 2003 een onderrealisatie plaats. Deze onderrealisatie wordt mede veroorzaakt doordat in de praktijk is gebleken dat de daadwerkelijke opleidingsbehoefte lager is dan gepland. Ook is de onderrealisatie te wijten aan het verouderde planningssysteem dat wordt gehanteerd bij het OTCo. Naar verwachting zullen vraag en aanbod met de komst van P&O 2000+ in de loop van 2004 in een eerder stadium inzichtelijk worden gemaakt, waardoor het mogelijk zal zijn om opleidingsbehoefte en -capaciteit beter op elkaar aan te laten sluiten. De onderrealisatie op het gebied van vervolgopleidingen vormt in beperkte mate een risico voor de operationele gereedheid van het Operationeel Commando (OPCo), aangezien zich met name in de categorie «Onderofficieren geneeskundige dienst», een knelpunt in de vulling aftekent.

Trainingsondersteuning

Bij het product «Trainingsondersteuning» was in 2003 sprake van een overrealisatie in termen van mensuren. Deze overrealisatie is met name het gevolg van het oprichten van de Gevechts- en Trainingsschool bij het Opleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre (OTCMAN). Deze school heeft het product «trainingsondersteuning» op zeer actieve wijze bij haar klanten onder de aandacht gebracht. Daarnaast is sprake van een integratie van het Opleidings- en Trainingstraject, met als gevolg dat het product «trainings-ondersteuning» meer bij de operationele eenheden in de belangstelling is komen te staan. De overrealisatie op het gebied van trainingsondersteuning heeft een positief gevolg voor de operationele inzetbaarheid van de eenheden die onder het OPCo vallen.

LO/Sport

De geringe onderrealisatie bij de lichamelijke oefening en sportorganisatie wordt veroorzaakt door lagere opkomsten voor de initiële opleidingen.

Kennisproductie

In 2003 is op het product kennisproductie sprake van een onderrealisatie ten opzichte van de planning. Door de 53/54-jarigen maatregel en de reeds aanwezige vacatures is sprake van een capaciteitstekort op het gebied van opleidingsontwikkelaars. Hierdoor is in 2003 een achterstand ontstaan bij het vervangen van handboeken, syllabi en voorschriften. Op langere termijn kan de kwaliteit van de opleidingen gevaar lopen en kunnen nieuwe ontwikkelingen niet tijdig in bestaande opleidingen worden geïntegreerd. Naast de maatregelen die zijn getroffen in het kader van het project «Verbetering Opleidingsontwikkeling (2002)» wordt in 2004 bezien of aanvullende maatregelen moeten worden getroffen.

Steunverlening

De onderrealisatie wordt grotendeels veroorzaakt door prioriteitsstelling (onder andere in het kader van het Project Kwaliteit Instructeurs (PKI) en Opleiding en Training).

Maatschappelijke meerwaarde-opleidingen

In 2003 bedraagt het aantal studerende BBT-ers (maatschappelijke meerwaarde-opleidingen/MMW) 4531. Deze 4531 BBT-ers zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor 8254 cursussen/opleidingen in 2003.

Investeringen

Voor de algemene toelichting op de verplichtingen- en uitgavenmutaties per subartikelonderdeel wordt verwezen naar het hoofdstuk «Budgettaire gevolgen van het beleid».

Project Tracking en Tracing

       
DoelstellingActief volgen van goederenstromen 
Projectomvang€ 17,22 miljoen (waarvan € 8,62 miljoen EVDB) 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten      
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)    8 400 
Uitgaven (x € 1000)    600 

Dit project voorziet in de verwerving van een «Tracking en tracing»-systeem voor het volgen van de goederenstromen tijdens expeditionair optreden in crisisbeheersingsoperaties tot en met het niveau van de inzet van een «Peace Enforcing»-brigade. Door vertraging in de keuzebepaling van het «ERP»-pakket is de verplichting niet gerealiseerd in 2003 en doorgeschoven naar 2004. De vertraging betekent dat de systemen later worden ingevoerd en pas in een later stadium aan Navo-verplichtingen kan worden voldaan.

Project Wissellaadsystemen 165kN

       
DoelstellingVergroten en standaardisering van de logistieke mobiliteit 
Projectomvang€ 213,1 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten    DMP-DContract
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)  3 058100 153 031
Uitgaven (x € 1000)  1 3001 583 11 855

Dit project omvat de verwerving van vrachtauto's, containers, flatracks (container roll in and out platforms), aanhangwagens en overslagmiddelen voor de parate eenheden. Het militaire voertuig dat zowel containers als flatracks met lading kan laden, vervoeren en lossen, zal het basisvoertuig voor de fysieke distributie zijn. De Koninklijke landmacht zal het project in single service management (SSM) uitvoeren voor de andere defensieonderdelen. Door de herschikkingen in het kader van het «Nieuw Evenwicht» is het mogelijk geworden om de verplichting voor dit project te vervroegen. Het project stond gepland in 2005, doch op 25 november 2003 is het contract getekend voor 535 vrachtwagens, die zullen worden geleverd door de Scania-vestiging in Zwolle. Bovendien is door een kwantitatieve bijstelling (van oorspronkelijk 786 vrachtwagens naar uiteindelijk 535 vrachtwagens) de omvang van het project verlaagd. De in 2003 gerealiseerde uitgaven hebben betrekking op de vooruitbetaling (voorschot) van de verwerving van de serie. De levering vangt aan in 2004.

Project Vervanging trekkeropleggercombinatie (tropco's) 400kN en 650kN

       
DoelstellingVervoeren van het toekomstige infanterievoertuig en de zwaardere tank 
Projectomvang€ 57,1 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten      
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)   56 09355 9001 500
Uitgaven (x € 1000)    9 100 

In tegenstelling tot het gestelde in de begroting 2003 is de verplichting reeds in 2002 aangegaan. Het project voorziet in vervoerscapaciteit van twee typen trekkeropleggercombinaties (tropco's). De lichte versie van 400kN is geschikt voor het vervoer van het toekomstige infanterievoertuig en andere uitrustingsstukken, zoals brugdelen. De zware versie van 650kN is geschikt voor het vervoer van de (gemodificeerde) gevechtstank en afgeleide versies en voor de PzH 2000. Instroming wordt voorzien vanaf 2004 waardoor geen uitgaven zijn gerealiseerd zoals aangegeven in de begroting 2003.

De realisatie van de verplichtingen in 2003 bestaat uit de reservering binnen het project van de prijspeilaanpassing naar 2003.

Project TITAAN (Theater Independent Tactical Army and Airforce Network)

       
DoelstellingVerbeteren van de C3I-ondersteuning op de niveaus legerkorps, divisie, brigade en bataljon 
Projectomvang€ 133,7 miljoen (KL € 25,8 miljoen incl Infra, KLu € 11,6 miljoen en EVDB € 96,3 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten      
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)  4003 57631 7005 010
Uitgaven (x € 1000)   3 57622 1003 264

Het huidige communicatiesysteem van de Koninklijke landmacht, ZODIAC, is onvoldoende geschikt om grote datastromen te verwerken en is niet in staat operaties over grote afstanden en eventueel in bergachtig gebied te ondersteunen. Bovendien biedt ZODIAC geen ondersteuning op bataljonsniveau. De omvorming van de staf 1(GE/NL)Corps naar een HRF(L)HQ zal ook voor de ondersteuning van de «command and control» de nodige aanpassingen vragen. Ten opzichte van de begroting 2003 is een deel van de verplichting en uitgaven door vertraging in de behoeftestelling doorgeschoven naar 2004.

Project Battlefield Management System

       
DoelstellingOndersteuning van de Command en Control op het bataljonsniveau en lager 
Projectomvang€ 30,7 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten      
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)1 5431 452859518 43
Uitgaven (x € 1000)1 0531 3891 8001 6014 130590

Het BMS is een systeem voor de ondersteuning van Command en Control (C2) op het niveau van het bataljon en lager. Ten opzichte van de begroting 2003 is een deel van de uitgaven door vertraging in de behoeftestelling doorgeschoven naar 2004. Eind november is de Kamer over de resultaten van de voorstudiefase ingelicht.

Project Future Ground Based Air Defence system (FGBAD) 1e fase

       
DoelstellingVerbeteren van de informatievoorziening in de grond-luchtverdediging 
Projectomvang€ 52,2 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten    DMP-D 
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)   6 36048 100362
Uitgaven (x € 1000)567 2413 07812 7002 889

Het project bestaat uit twee delen, BMC4I (Battlefield Management Command, Control, Communication, Computerisation en Intelligence) en SHORAD (Short Range Air Defence) «shooters», als onderdeel van de Noorse Deal. Het BMC4I is noodzakelijk voor de aansturing van SHORAD en Stingersystemen alsmede voor de koppeling van de luchtverdedigingsystemen van diverse partners en is voorts de sleutel om te komen tot een «joint» samenwerking op het gebied van grondgebonden luchtverdediging op de luchtmachtbasis «De Peel». Dit hoofdonderdeel zal, zij het vertraagd, onverkort worden uitgevoerd. Door vertraging in de besluitvorming is het aangaan van de verplichting doorgeschoven naar 2004. Een deel van dit project is eerder (in 2002) gerealiseerd dan werd voorzien in de begroting 2003. Dit betreft de Proof of concept Pilot air defense.

Project vervanging Licht Verkennings- en Bewakingsvoertuig

       
DoelstellingVervanging van de verouderde M113 en de Landrover/verkenning 
Projectomvang€ 247,2 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten  Contract   
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)  210 5102 205 16 312
Uitgaven (x € 1000)22714035 34414 6105 199

Dit project wordt in samenwerking met Duitsland uitgevoerd. Eind 2001 is het contract voor de levering van het licht verkenningsen bewakingsvoertuig getekend. Vanaf medio 2003 zijn voertuigen aan de Koninklijke landmacht geleverd. Door financiële problemen bij de leverancier hebben minder leveringen plaatsgevonden en zijn daardoor minder uitgaven gerealiseerd.

De realisatie van de verplichtingen in 2003 bestaat voornamelijk uit de reservering binnen het project van de prijspeilaanpassing naar 2003.

Project Vervanging pantservoertuigen (Licht pantserwielvoertuig)

       
DoelstellingVerwerving van pantserwielvoertuig voor algemene dienst en anti-tankversie 
Projectomvang€ 179,4 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten  Contract   
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)  169 820  12 340
Uitgaven (x € 1000)   21 2309013

Het project voorziet in kleinere pantserwielvoertuigen voor algemene dienst en een anti-tankversie. Het betreft een variant van het Licht Verkennings- en Bewakingsvoertuig. Eind 2001 is het contract voor de levering van het licht pantserwielvoertuig getekend.

De realisatie van de verplichtingen in 2003 bestaat voornamelijk uit de reservering binnen het project van de prijspeilaanpassing naar 2003.

Project Groot Pantservoertuig (Gepantzertes Transport Kraftfahrzeug, GTK))

       
DoelstellingVervanging van het verouderde pantserinfanterievoertuig 
Projectomvang€ 547 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten  Contract   
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)  95 3122729 330223
Uitgaven (x € 1000)22768138 15018 22430 60013 595

Dit project voorziet in de verwerving van een groot gepantserd wielvoertuig ter vervanging van het pantserinfanterievoertuig YPR en de afgeleide versies voor onder meer gewondentransport, commandovoering en de berging van voertuigen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij het Duits-Britse pantserwielvoertuigenproject GTK/MRAV. Inmiddels hebben de Britten aangegeven dat zij willen stoppen met deelname aan dit project. Over de gevolgen van dit besluit zal de Kamer afzonderlijk worden ingelicht. Voor de deelname aan de ontwikkeling van dit project (GTK) is in 2001 het contract getekend. Instroom van de nieuwe voertuigen is voorzien in twee batches. De uitgaven in 2003 zijn gedaald door vertraging in de ontwikkeling waardoor minder uitgaven zijn gerealiseerd. De daling van de verplichtingen is veroorzaakt door vertraging in de behoeftestelling en daardoor doorgeschoven naar 2004.

Project vervanging pantservoertuigen (Infanteriegevechtsvoertuig)

       
DoelstellingVervanging van het pantserinfanterievoertuig 
Projectomvang€ 835 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten   DMP-B  
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)  166 5 500561
Uitgaven (x € 1000)  104425 500176

Dit project betreft de vervanging van de YPR-PRI door een nieuw infanteriegevechtsvoertuig. Het project maakt deel uit van het overkoepelend project «Vervanging Pantservoertuigen». In het kader van DCI levert dit project een bijdrage aan de verwezenlijking van de aandachtsgebieden «Effective Engagement» (EE-5) en «Survivability of Forces and Infrastructure» (SF-3).

Door vertraging in het behoeftestellingstraject zijn geen verplichtingen en uitgaven gerealiseerd, deze zijn doorgeschoven naar 2004. De opgenomen kasgeldreeks was bedoeld voor verificatie en beproeving van de inpasbaarheid van het 35 mm boordwapen.

Project Verbetering Leopard-2

       
DoelstellingVersterken van de personele bescherming en de vuurkracht van de Leopard-2 
Projectomvang€ 361,3 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten      
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000) 8 849101 238379 5 240
Uitgaven (x € 1000)58 59041 6301 82039 13444 00056 341

Het project Verbetering Leopard-2 wordt in twee fasen uitgevoerd. De eerste fase, de bescherming van het personeel door het verbeteren van de bepantsering, is reeds afgerond. In de tweede fase wordt de vuurkracht van de Leopard verbeterd door het aanbrengen van een verlengde schietbuis en het verwerven van verbeterde munitie. Met deze aanpassingen is de Leopard-2 beter in staat moderne tanks uit te schakelen. Het project verloopt volgens planning. De verhoging van de uitgaven vindt met name zijn oorzaak in de levering en betaling van 120 mm munitie welke in plaats van 2004 in 2003 heeft plaatsgevonden. De realisatie van de verplichtingen in 2003 bestaat voornamelijk uit de reservering binnen het project van de prijspeilaanpassing naar 2003.

Project Medium Range Antitank (MRAT)

       
DoelstellingVerbeteren van de antitankcapaciteit met een dracht tot 2000 meter 
Projectomvang€ 226,2 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten  DMP-D   
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)681544177 1451 1495 60010 733
Uitgaven (x € 1000)1 8881 86541 62028627 30020 464

Het medio 2001 getekende contract omvat de aanschaf van een fire-and-forget-systeem met een effectieve dracht van 2000 meter. Met deze aanschaf worden in de komende jaren de operationeel verouderde DRAGON en TOW-systemen van de infanterie- en verkenningseenheden van de Koninklijke landmacht en het Korps Mariniers vervangen. De realisatie van de verplichtingen in 2003 bestaat voornamelijk uit de reservering binnen het project van de prijspeilaanpassing naar 2003. De uitgaven dalen doordat minder leveringen hebben plaatsgevonden.

Project Tactische Indoor Simulatie (TACTIS)

       
DoelstellingVoorzien in een simulatiesysteem voor verschillende eenheden en in verschillende oefenterreinen. 
Projectomvang€ 80,6 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten    DMP-DContract
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)998363  2 72565 755
Uitgaven (x € 1000)1 9106173001938 1656 641

TACTIS is een simulatiesysteem waarmee in verschillende teamsamenstellingen in een door een computer gegenereerd oefenterrein kan worden getraind. De resultaten van de gevechtssimulaties kunnen worden geëvalueerd. Aan de TACTIS-kern kunnen verschillende (wapensysteem)-deelsimulatoren worden gekoppeld. TACTIS voorziet tevens in de vervanging van de bedieningssimulator voor de Leopard-2. Vanwege een langer durende onderhandelingsfase is in 2002 in de verwervingsfase vertraging opgetreden. Hierdoor is het aangaan van de verplichting gerealiseerd in 2003. Dit heeft eveneens consequenties voor de omvang van de uitgaven. Als gevolg hiervan kan de instroom van het materieel ook pas in een later stadium plaatsvinden. Als gevolg van deze vertraging zijn ook de uitgaven lager uitgevallen dan in de begroting werd voorzien.

Project Duelsimulatoren en Geïnstrumenteerd oefenterrein (DS-IOT)

       
DoelstellingVoorzien in een aantal duelsimulatoren en (mobiel) instrumentatie voor oefenterreinen 
Projectomvang€ 45,3 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten      
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000) 40 254878273 3403 325
Uitgaven (x € 1000) 6 0944 89015 00614 62012 047

Het gebruik van deze middelen maakt het mogelijk zeer realistisch te velde te oefenen, mede doordat het oefenverloop kan worden geregistreerd en geëvalueerd. Het project verloopt volgens planning.

Project Waarnemingsopbouw

Dit project is als apart project komen te vervallen en is als onderdeel van het project Vervanging Licht Verkennings- en Bewakingsvoertuig gerealiseerd.

Project Gevechtsveldcontroleradar

       
DoelstellingDetectie en classificatie van personen, voertuigen, helikopters en granaatinslagen 
Projectomvang€ 18 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten   Contract  
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)353 6817 904  
Uitgaven (x € 1000)734527177 7137 714

De realisatie van dit project verloopt volgens planning. Invoering zal in 2004 zijn afgerond.

Project Vervanging M109

       
DoelstellingVervanging vuurmond M109 
Projectomvang€ 446,8 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten   Contract  
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)   367 6441 00020 394
Uitgaven (x € 1000)    2 80054

Dit project betreft de vervanging van de parate M109 vuurmonden. Het project is inclusief de verwerving van een initieel munitiepakket «extended range» 155 mm projectielen. De vervanging wordt uitgevoerd vanaf 2003, waarbij de M109 A2/90 van de parate afdelingen veldartillerie op brigadeniveau worden vervangen door de nieuwe vuurmond (PzH). Het project zal omstreeks het jaar 2007 zijn gerealiseerd. De realisatie van dit project verloopt volgens planning.

De realisatie van de verplichtingen in 2003 bestaat voornamelijk uit de reservering binnen het project van de prijspeilaanpassing naar 2003.

Project vervanging brugleggende tank

       
DoelstellingVerbetering van de gevechtsmobiliteit door versterkte draagkracht van de brugleggende tank 
Projectomvang€ 13,8 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten      
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)11 2081 960    
Uitgaven (x € 1000)1 9155 2963 476767820544

De ontwikkeling van dit project wordt in samenwerking met Duitsland uitgevoerd. De ontwikkeling verloopt volgens planning.

Infrastructuur

Infrastructuurproject Legering officieren en onderofficieren in Den Haag

       
DoelstellingVoorzien in legering voor officieren en onderofficieren in Den Haag 
Projectomvang€ 23,6 miljoen (inclusief KM- en KMar-deel) 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten  DMP-A   
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)   21 400790835
Uitgaven (x € 1000)   2 60013 64017 860

De legering in Den Haag wordt gerealiseerd in samenwerking met de Koninklijke marine en de Koninklijke marechaussee. De totale financiële omvang is daarop gebaseerd. De realisatie verloopt voortvarend en zal in de eerste helft van 2004 worden opgeleverd.

Infrastructuurproject Integrale Veiligheidszorg (IVZ)

       
DoelstellingInvoeren van een effectiever en efficiënter bewakingsconcept 
Projectomvang€ 117 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten      
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)  25 90012 600 2000
Uitgaven (x € 1000)  25 30034 00012 8002000

In 2002 is dit project in een stroomversnelling geraakt en daardoor eerder (in februari 2003) gerealiseerd.

Infrastructuurproject Hoger Onderhoud KL

       
DoelstellingOnderzoek naar de wenselijkheid en mogelijkheid om (een deel van) de mechanische werklast te privatiseren 
Projectomvang€ 11,1 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten   DMP B/C  
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)      
Uitgaven (x € 1000)      

Naast het nog lopende traject van de Competitieve Dienstverlening zijn de betrokken bedrijven, de Mechanische Centrale Werkplaats (MCW) en het Centrum voor Technologie en Missieondersteuning (CTM) (de voormalige Elektronische Centrale Werkplaats (ECW), onderwerp van studie naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen, waaronder het uitfaseren wapensystemen als PRTL en MLRS. In de planperiode – tot en met 2008 – zijn geen fondsen gereserveerd.

Infrastructuurproject De Peel

       
DoelstellingConcentratie van de luchtverdediging op de luchtmachtbasis De Peel 
Projectomvang€ 24,25 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten   DMP-A  
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)   1 40038 080399
Uitgaven (x € 1000)    22 080346

Begin 2003 zijn slechts enkele voorbereidende maatregelen gerealiseerd. Tengevolge van het Strategisch akkoord en de SAMSON-maatregelen is het gehele project vertraagd en inhoudelijk herzien. In 2004 is het project voorshands teruggebracht tot ongeveer € 25 miljoen exclusief de Stingertrainer die nu separaat is opgenomen voor € 7 miljoen. De verwachting is dat in maart – april 2004 meer inzicht is verkregen in de bijgestelde behoefte waarna het project wederom voortvarend zal worden opgepakt door de projectorganisatie. De verhuizing van luchtafweereenheden naar De Peel onder afstoting van Ede zal pas plaatsvinden nadat de PRTL is uitgefaseerd en de nieuwe Stingerplatforms zijn ingestroomd. Dit is niet voor 2006 voorzien.

Infrastructuurproject Strijpse Kampen

       
DoelstellingNieuwbouw voor het Opleidingscentrum Rijden 
Projectomvang€ 67,8 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten      
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1000)  30 8009 1006 3806 320
Uitgaven (x € 1000)  4 10030 10012 48010 040

Het project loopt volgens planning, de doelstellingen zijn gehaald. Het complex is inmiddels in gebruik genomen en het Prinses Irenekamp is ontruimd. De afronding zal nog enige jaren in beslag nemen.

Beleidsartikel 03 Koninklijke luchtmacht

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Onderstaand is de realisatie van de doelstellingen met betrekking tot de operationele gereedheid weergegeven, conform de opzet in de begroting 2003. De operationele doelstellingen zijn weergegeven in de vorm van inzetbare eenheden. Uit de doelstellingenmatrix blijkt hoeveel eenheden (kwantiteit) binnen welke termijn (reactietijd) beschikbaar zijn. Uitgangspunt daarbij is binnen de aangegeven reactietijd steeds de gereedheid te leveren voor het gehele geweldsspectrum (kwaliteit). Eventuele beperkingen in de gereedheid zijn hieronder toegelicht.

Type eenheidCapaciteitOperationele inzetgereedheid
Indeling volgens begrotingDirect inzetbaarOp korte termijn inzetbaarOp langere termijn inzetbaar
Δ Squadron Jachtvliegtuigen6 squadrons33 
Δ Squadron Gevechtshelikopters2 squadrons 2 
Δ Squadron Transporthelikopters2 squadrons 2 
Squadron Light Utility Helikopters1 squadron 1 
Squadron Lutra- en Tankervliegtuigen1 squadron1  
Patriot Squadron4 fire platoons22 
Air Operations Control Station 11 

Δ Bovenstaande tabel geeft de operationele doelstellingen weer zoals opgenomen in de ontwerpbegroting. Indien het delta-teken is weergegeven, is sprake van een afwijking en is dit in onderstaande tekst nader toegelicht.

Resultaten 2003

Jachtvliegtuigen

Inzetbaarheid

Van de zes aangegeven squadrons zijn vier volledig inzetbaar en twee in een beperktere mate door het feit dat er nog een gering aantal vliegers niet volledig is getraind voor het uitvoeren van alle taken. Met het opheffen van één squadron per 1 januari 2004 ontstaat een andere verdeling van de beschikbare vliegers over de operationele squadrons. Hiermee bestaat de verwachting dat in de loop van 2004 alle vijf resterende F-16 squadrons volledig operationeel inzetbaar zullen zijn.

Personele en materiële gereedheid

Het geplande vliegprogramma is in 2003 nagenoeg gerealiseerd en het aantal gevechtsgerede vliegers is in 2003 licht gestegen. In 2003 zijn de oefeningen vanaf «Goose Bay» (Canada) beëindigd. Het accent van de oefeningen lag daar met name op het laagvliegen. Momenteel wordt gezocht naar een locatie waar nachtvliegoefeningen met Night Vision Goggles (NVG's), training met Targeting Pod (TGP) en oefeningen op middelbare hoogte goed kunnen worden uitgevoerd. Hierbij wordt gekeken naar diverse locaties in de Verenigde Staten en Europa. In 2003 tekende zich ten aanzien van de materiële gereedheid van de F-16 een positieve tendens af. Daarentegen is in de loop van 2003 een wereldwijd probleem aan de bladen van de «low pressure turbine» van de F-16 motoren ontstaan. De Koninklijke luchtmacht is momenteel in staat om de turbinebladen zelf te inspecteren volgens het door de fabrikant uitgevaardigde inspectieschema. Het probleem is hiermee beheersbaar en zal niet leiden tot een lagere inzetgereedheid. Een structurele oplossing ligt in een herontwerp van de turbinebladen. Hieraan wordt door de fabrikant gewerkt, maar zal eerst op termijn effect sorteren.

Operationele gereedstelling 11 Air Manoeuvre Brigade

De 11 Air Manoeuvre Brigade (AMB) wordt gevormd door de 11e Luchtmobiele Brigade van de Koninklijke landmacht en de Tactische Helikoptergroep van de Koninklijke luchtmacht. Tijdens de in oktober in Polen gehouden oefening Gainful Sword heeft 11 AMB de operationele gereedheidstatus behaald. De aangetoonde operationele gereedheidstatus (OGS) is het resultaat van jaren van voorbereiding en oefening.

Gevechtshelikopters

Inzetbaarheid

Beide Apache-squadrons bestaan uit drie vluchten, waarvan beide squadrons er twee operationeel inzetgereed hebben. De twee overige vluchten zijn inzetgereedheid met beperkingen, maar zullen na afronding van de eindkwalificatietraining van de vliegers planmatig eveneens volledig operationeel inzetgereed zijn.

(Operationele) inzet

Voor de Apache stond 2003 in het teken van de bijdrage aan het behalen van de OGS van 11 AMB. Verder is eind 2003 begonnen met de voorbereidingen op de uitzending van vier Apaches naar Kabul (Afghanistan). De operationele gereedheid van de Apache-squadrons heeft zich in 2003 volgens planning en in positieve zin ontwikkeld. Het oefenprogramma is gerealiseerd en het logistieke proces verloopt beheerst.

Transporthelikopters

Inzetbaarheid

Vier van de zes vluchten transporthelikopters waren volledig inzetbaar, de overige vluchten waren inzetbaar met beperkingen. Deze beperkte inzet betreft één vlucht Cougar en één vlucht Chinook. Bij de Chinook is de voornaamste oorzaak van de beperking de beschikbaarheid van reservedelen. Bij de Cougar is de belangrijkste oorzaak het grote aantal toestellen in onderhoud en/of modificatie. Intern de Koninklijke luchtmacht zijn maatregelen getroffen om de doorlooptijd van het onderhoud te beperken waardoor in 2004 verbetering zichtbaar zal zijn.

Light Utility Helikopters

Formeel is het Bölkow-squadron in januari 2003 opgeheven. Ter ondersteuning van 11 AMB bij het opwerken naar en bereiken van OGS zijn op verzoek van de Koninklijke landmacht vijf Bölkows inzetbaar gehouden. Na de afronding van de eindoefening «Gainful Sword» zijn deze laatste Bölkows uit de vaart genomen. Wat betreft de Alouette III en de SAR-helikopters kan worden gesteld dat zonder noemenswaardige knelpunten aan de opgedragen taken is voldaan. Ook in 2004 zal dat, naar verwachting, het geval zijn. De toekomstige Defensiebehoefte aan Light Utility Helikopters is nog onderwerp van studie binnen Defensie. Bijgevolg is er nog geen besluit genomen over vervanging van de Alouette III. Aangezien de Alouette III nog veelvuldig wordt ingezet voor de vredesbedrijfsvoering (onder andere VIP-vluchten), is medio 2003 besloten de Alouette III helikopters nog tot ten minste 2007 in de vaart te houden. De Alouettes III ondergaan hiertoe een zogenaamde GOAL (Groot Onderhoud Alouette).

Luchttransport

Het jaar 2003 is in alle opzichten een druk jaar geweest voor het luchttransport. Naast de routinematige vluchtopdrachten werd deelgenomen aan twee uitzendingen. Zo opereerde tot 1 april 2003 een KDC-10 vanaf vliegveld Manas in Kirgizië en is een C-130 gestationeerd geweest op Termez in Afghanistan (ISAF 2–3 rotatie). Voorts waren de op grote afstand uitgezonden eenheden voor hun logistiek en medische evacuatie afhankelijk van de frequent onderhouden KDC-10 shuttle. Het tactisch opwerkingsprogramma van de Fokker 60- en C-130-bemanningen heeft eind 2003 geresulteerd in vier Fokker 60- en twee C-130 als gevechtsgereed-gekwalificeerde bemanningen. Deze vliegtuigtypes zijn nu eveneens in te zetten in gebieden met een hogere dreiging. Het luchttransport heeft in 2003 een goede inzetbaarheid gekend, ondanks het feit dat beide KDC-10's medio 2003 een grote modificatie van de cockpit hebben ondergaan. Ook de twee C-130's waren in enkele maanden van 2003 beperkt beschikbaar als gevolg van modificaties van de cockpit en onderhoud. De DMP-procedure voor de aanschaf van een derde DC-10 is gestart.

Groep Geleide Wapens

Het jaar 2003 stond in het teken van deelname aan Operatie Display Deterrence in Turkije. Begin maart waren de drie Patriot-vuureenheden operationeel op twee locaties in Turkije. De Operatie Display Deterrence is succesvol verlopen.

Air Operations Control Station

De renovatie van de Control and Reporting Center (CRC)-bunker is afgerond. Hiermee kan de periode tot aan de realisatie van het Navo Air Command and Control System (ACCS) project worden overbrugd en is het CRC volledig berekend op haar Navo- en nationale taken. Na de aanslagen van 11 september 2001 is de minister van Justitie aangewezen als bevoegde en politiek verantwoordelijke autoriteit ten aanzien van de bestrijding van terrorisme vanuit de lucht. De Navo is hiervan formeel op de hoogte gesteld. Op grond van artikel 59 van de Politiewet (1993) kan door Defensie in voorkomend geval bijstand worden verleend in de vorm van inzet van jachtvliegtuigen. Aansturing van de betrokken jachtvliegtuigen door Justitie vindt in dat geval plaats door tussenkomst van het Air Operations Control Station Nieuw Milligen (AOCS NM) dat tevens de schakel vormt tussen Justitie en betrokken (Navo) luchtverdedigingscentra in naburige landen.

Veranderdoelstellingen

De veranderdoelstellingen van de Koninklijke luchtmacht, ontleend aan de Defensienota 2000, leiden tot een versterking van het vermogen haar taken uit te voeren. Dit krijgt met name gestalte in samenwerking met andere defensieonderdelen (joint) en in samenwerking met de luchtmacht van andere landen (combined). De doelstellingen over materieelprojecten worden toegelicht bij de investeringen.

Verbetering van de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van Reaction Force (RF)-squadrons.

Met het aanbieden van 313 F16-squadron aan de Navo was eind 2002 reeds voldaan aan de doelstelling inzake het voortzettingsvermogen. Vliegbasis Volkel heeft een operationele evaluatie ondergaan en met goed gevolg afgesloten. De Navo zal vliegbasis Leeuwarden in 2004 aan een evaluatie onderwerpen. In 2003 is het NATO Response Force (NRF)-concept geïntroduceerd en is het ambitieniveau met betrekking tot toewijzing F-16's vastgelegd. Voor NRF worden in 2004 F-16's beschikbaar gesteld.

Versterking van de inzetbaarheid en voortzettingsvermogen Tactische Helikopter Groep Koninklijke Luchtmacht (THGKLu)

De THGKLu is na de oefening Gainful Sword in oktober 2003 geheel inzetbaar (Operationeel Gereed).

Verbetering van de generieke capaciteit van de gevechtshelikopters door zelfbescherming, second generation Forward Looking Infra Red en Longbow.

De studie generieke capaciteitsverbetering is in november 2001 door de Koninklijke luchtmacht aangeboden aan de chef Defensiestaf. Hierin gaat de voorkeur uit naar zelfbescherming (Aircraft Survivability Equipment, ASE) en apparatuur voor doelidentificatie (Modernized Target Acquisition and Designation System, MTADS). Het MTADS-contract is inmiddels ondertekend. Aangezien Forward Looking Infra Red (FLIR) onderdeel is van MTADS, is hiermee eveneens voorzien in de FLIR-behoefte.

Een deel van ASE wordt thans gerealiseerd in verband met de uitzending naar Kabul (Afghanistan). Dit gebeurt met behulp van een interimsysteem.

Verbetering zelfbescherming transporthelikopters.

In 2004 moeten alle transporthelikopters zijn voorzien van elektronische zelfbeschermingsmiddelen.

Dit project behelst het uitrusten van alle transporthelikopters (Chinook en Cougar) met een volledig pakket aan elektronische zelfbeschermingsmiddelen tegen luchtverdedigingssystemen. Door vertraging in het modificatieprogramma kan de inbouw van de elektronische zelfbescherming in de Cougar niet, zoals was voorzien in de Defensienota 2000, voor het einde van 2004 worden afgerond. Ultimo 2004 zullen acht Cougars en alle Chinooks zijn gemodificeerd. Het Cougar Integrated Self Protection System (ISPS-programma) wordt naar verwachting begin 2007 afgerond.

Concentratie van de grondgebonden luchtverdediging op luchtmachtbasis De Peel

De maatregelen uit de Prinsjesdagbrief betreffende de KL GLVD en GGW/KLu leiden tot additionele kortingen in het functiebestand Grondgebonden Luchtverdediging. De werkgroepen waarin de voorbereidingen voor de oprichting van de Joint Air Defence School, het Joint Air Defence Centre en de platformfunctionaliteit van vliegbasis De Peel worden uitgewerkt, doen op basis van de nieuwe randvoorwaarden een nader onderzoek naar de consequenties. In deze werkgroepen worden de taakstelling, de uiteindelijke omvang, de wijze van samenwerking en het tijdstraject in detail ingevuld. De bouw van infrastructuur op De Peel wordt opnieuw bezien. Naar verwachting kan de kernstaf van het Joint Air Defence Centre wel in 2004 worden geformeerd.

Versterken van de Duitse luchttransport- en tankercapaciteit in ruil voor Nederlandse aanspraken daarop

In 2001 hebben Nederland en Duitsland een overeenkomst gesloten inzake luchttransport. Nederland heeft € 45 miljoen bijgedragen aan de modificatie van transportvliegtuigen tot tankervliegtuigen, in ruil voor aanspraken op Duitse transportcapaciteit. In 2003 zijn 123 uren C-160 Transall en 23 uren Airbus-310 afgenomen. In totaal resteert nog ongeveer € 33 miljoen.

Oprichten van de European Airtransport Coordination Cell (EACC) op de vliegbasis Eindhoven

De EACC had reeds in 2002 de Full Operational Capability (FOC)-status bereikt en was als zodanig aangeboden aan de Helsinki Force Catalogue. Inmiddels is aangetoond dat de EACC tot daadwerkelijke besparingen leidt, zowel qua kosten als qua vlieguren. Aanbieding aan de Navo heeft in 2003 plaatsgevonden. De definitieve infrastructuur van de EACC is in 2003 gereedgekomen. Hiermee is de doelstelling behaald.

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2003.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Verplichtingen1 139 7471 093 6351 608 1652 014 2591 276 1891 419 497– 143 308
Uitgaven       
Programmauitgaven       
Tactische Luchtmacht331 586407 533431 516447 681473 790366 339107 451
Decentrale Ondersteunende Eenheden164 592169 055     
Logistiek Centrum Koninklijke Luchtmacht  104 362139 026165 602111 82353 779
Opleidingen Koninklijke Luchtmacht  73 33487 14981 03987 646– 6 607
Investeringen491 598372 334372 001398 507296 629425 269128 640
Totaal programmauitgaven987 776948 922981 2131 072 3631 017 060991 07725 983
Apparaatsuitgaven       
Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten375 356353 023380 050351 796372 243351 19121 052
Wachtgelden en inactiviteitswedden12 18411 24413 05011 94910 3467 1763 170
Totaal apparaatsuitgaven387 540364 267393 100363 745382 589358 36724 222
Totaal uitgaven1 375 3161 313 1891 374 3131 436 1081 399 6491 349 44450 205
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten49 68572 91637 68339 23537 94239 097– 1 155

Toelichting afwijkingen

Specificatie afwijkingen verplichtingen

OmschrijvingBedrag
Technische afwijkingen 
Prijsbijstelling 200321 536
Loonbijstelling 200317 748
Decentralisatie P-gelden11 871
Beleidsmatige afwijkingen 
Apache generieke capaciteitsverbetering127 679
URAV– 90 429
Vervanging luchtverkenningssysteem– 29 545
Link 16– 29 027
Verbetering L/G-bewapening– 78 250
F-16 vervanging SDD-fase12 928
Infrastructuur– 27 050
IV-investeringen– 34 664
HGIS– 12 739
Employee benefits– 7 174
Luchtmobiele brigade– 12 577
Overige afwijkingen– 13 615
Totaal– 143 308

Specificatie afwijkingen programmauitgaven

OmschrijvingTLLCKLuOKLuInvesteringenTotaal
Technische afwijkingen     
Prijsbijstelling 200313 136  8 40021 536
Loonbijstelling 20037 5001 500  9 000
Beheerskosten DGW&T5 9431 3641 518 8 825
Gestalde Nota van Wijziging66 100   66 100
Beleidsmatige afwijkingen     
Salarissen1 972549– 13 449 – 10 928
SDD   7 7957 795
Uitstel PAC III   – 22 400– 22 400
Infrastructuur   – 19 583– 19 583
IV-investeringen   – 11 356– 11 356
Titaan (KLu-deel)   – 6 596– 6 596
Vervanging HAWK/PIP   – 25 002– 25 002
F-16 LG wapens verbetering   – 19 242– 19 242
Apache generieke capaciteitsverbetering   10 89310 893
Transporthelikopters zelfbescherming   4 7624 762
Stinger voorwaarschuwingsradar   – 5 808– 5 808
Lumob   – 30 718– 30 718
Inhuur personeel 6 1991 928 8 127
Training Goose Bay– 3 886   – 3 886
Overige afwijkingen16 68644 1673 396– 19 78544 464
Totaal107 45153 779– 6 607– 128 64025 983

Specificatie afwijkingen apparaatsuitgaven

OmschrijvingStaf/BDLWachtgeldenTotaal
Technische afwijkingen   
Decentralisatie P-gelden van CO11 871 11 871
Loonbijstelling 20038 748 8 748
Beheerskosten DGW&T– 4 535 – 4 535
BTW op invoerrechten4 859 4 859
Beleidsmatige afwijkingen   
Salarissen9 567 9 567
HGIS– 12 739 – 12 739
Employee benefits– 4 220 – 4 220
Overige afwijkingen7 5013 17010 671
Totaal21 0523 17024 222

Toelichting afwijkingen verplichtingen en uitgaven

Salarissen

De realisatie op de salarissen voor met name militair personeel bij het ressort Opleidingen Koninklijke Luchtmacht (OKLu) is achtergebleven als gevolg van het stilzetten van wervingsactiviteiten en vermindering van de instroom van personeel. De meeruitgaven bij de ressorts Tactische Luchtmacht (TL) en Logistiek Centrum Koninklijke Luchtmacht (LCKLu) zijn voor een deel het gevolg van de achterblijvende taakstellende vermindering van de personeelsomvang.

Beheerskosten DGW&T

De overschrijding wordt veroorzaakt doordat de uitgaven nu niet meer centraal (ten laste van het ressort Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten, BDL) worden verantwoord, doch bij de veroorzakende ressorts.

Inhuur personeel

De extra uitgaven voor inhuur zijn een gevolg van een gewijzigde verantwoordingssystematiek. Thans worden de inhuuruitgaven van het LCKLu, die een relatie hebben met het uitbesteden van onderhoud aan (wapen)systemen, niet meer ten laste van de materiële exploitatie verantwoord, doch ten laste van de kostensoort inhuur.

Training Goose Bay

De onderrealisatie is een direct gevolg van de opheffing van het Nederlands Detachement Goose Bay (Canada), door de verminderde behoefte aan laagvliegtraining voor de F-16-vliegers.

Toelichting afwijkingen investeringen

De toelichting op de mutaties van de investeringsprojecten is opgenomen onder de projectgegevens.

HGIS

Bij de opstelling van de begroting was rekening gehouden met de verrekening van vlieguren ten laste van het beleidsartikel 09 «Uitvoeren Vredesoperaties» op basis van meeruitgaven. De verrekenings-systematiek is inmiddels aangepast, waardoor meer uitgaven ten laste van het beleidsartikel 09 worden gebracht en derhalve minder uitgaven ten laste van het beleidsartikel 03 «Koninklijke luchtmacht» worden verantwoord.

Employee Benefit

Het project Employee Benefit heeft geen doorgang gevonden, zodat de hiervoor geraamde uitgaven niet zijn gerealiseerd.

Overige afwijkingen

Om de bedrijfsvoering voor 2003 te kunnen garanderen is het noodzakelijk gebleken om de exploitatiebudgetten naar dit uitvoeringsniveau aan te passen. Daarnaast wordt het exploitatiebudget beïnvloed door bovenmatige prijsstijgingen in de luchtvaartsector, een veranderend beleid ten aanzien van belasting van het budget «Vredesoperaties» voor de meerkosten van vlieguren bij uitzending en door fiscale ontwikkelingen. Tevens zijn meeruitgaven noodzakelijk geweest voor de uitgaven van met name vliegtuigbrandstoffen, onderhoud infrastructuur en informatievoorziening en uitgaven voor huisvesting, onderhoud infrastructuur en onderhoud van, alsmede de aanschaf van, onderdelen ten behoeve van (wapen-)systemen.

Prestatiegegevens

Prestatiegegevens operationele eenheden

Onderstaand is de realisatie weergegeven van de activiteiten van de operationele eenheden van de Koninklijke luchtmacht, conform de indeling in de begroting 2003.

OmschrijvingMeeteenheidRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
JachtvliegtuigenVlieguren20 66021 77322 000– 227
GevechtshelikoptersVlieguren3 2964 7445 100– 357
TransporthelikoptersVlieguren4 6925 4096 850– 1 441
Bölkow/Alouette IIIVlieguren2 8011 7352 800– 1 065
SAR-helikoptersVlieguren7029361 050– 114
TransportvliegtuigenVlieguren6 9515 9748 000– 2 026

In totaal zijn in 2003 meer vlieguren gerealiseerd dan in 2002. Ten opzichte van de begroting 2003 blijft de realisatie echter enigszins achter. De onderrealisatie bij de transporthelikopters wordt enerzijds verklaard door de lagere materiële gereedheid op de thuisbasis. Hierdoor waren minder toestellen beschikbaar voor de realisatie van het geplande trainingsprogramma. Tevens heeft het logistiek ondersteunen van daadwerkelijk ingezette eenheden prioriteit boven het ondersteunen van het reguliere trainingsprogramma op de thuisbasis. Anderzijds is de onderrealisatie terug te voeren op de inzet van de Chinook-helikopters voor SFIR. Tijdens het opwerken voor SFIR en het zeetransport van de Chinooks naar Irak zijn minder vlieguren gemaakt dan gepland. Bovendien hoeven de Chinooks in Irak minder te vliegen dan wanneer ze in Nederland voor het oefenprogramma zouden worden gebruikt. Voor de Bölkow/Alouette geldt dat de begrotingsstand van 2 800 uur reeds bij aanvang van het jaar was teruggebracht tot 1 800 uur. De aanleiding daarvan was de maatregel uit het Strategisch Akkoord om het Bölkow-squadron op te heffen. Het lagere aantal gerealiseerde vlieguren bij de transportvliegtuigen wordt veroorzaakt door een relatief beperkte inzet van de Fokker 50 en de Gulfstream. Overigens geldt hier dat het begrote aantal van 8000 vlieguren het plafond betreft dat planmatig met de luchttransportvloot kan worden gerealiseerd. In tegenstelling tot de andere wapensystemen is hier dus geen sprake van een noodzakelijkerwijs te realiseren planning.

Prestatiegegevens ondersteunende eenheden

Opleidingen Koninklijke luchtmacht

Onderstaand is de realisatie weergegeven van de activiteiten van het ressort Opleidingen Koninklijke luchtmacht (OKLu), conform de indeling in de begroting 2003.

OmschrijvingMeeteenheidRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Initiële opleidingenGeslaagden8551 1531 037116
Initiële vliegopleidingenGeslaagden201655– 39
Overige opleidingenGeslaagden3 4983 7103 420290

De onderrealisatie bij de initiële vliegopleidingen wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de verminderde behoefte, als gevolg van de diverse maatregelen uit het Strategisch Akkoord en het Integraal Defensieplan (IDP).

Logistiek Centrum Koninklijke luchtmacht

Onderstaand is de realisatie weergegeven van de activiteiten van het Logistiek Centrum Koninklijke luchtmacht (LCKLu), conform de indeling in de begroting 2003.

ProjectenMeeteenheidRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Modificatie F-16Aantal toestellen131018– 8
Onderhoud F-16 motorAantal modules18119715245
Modificatie helikoptersAantal toestellen31022– 12
Onderhoud helikoptersAantal toestellen12717– 10
Modificatie overigAantal systemen32101
Onderhoud overigAantal systemen211823– 5

Modificatie F-16

De onderrealisatie met acht toestellen betreft deels een aanpassing van de projectplanning. Oorspronkelijk was namelijk voorzien in een separaat project, waarbij de kabelbomen van de F-16 zouden worden gemodificeerd. In de projectvoorbereiding is besloten om dit project te combineren met het «Pacer Amstel»-project. Hierdoor is de begrotingsstand van 18 modificaties voor 2003 verlaagd tot 14. Het «Pacer Amstel»-project werd gestart met een proefmodificatie, op basis waarvan de projectplanning 2003 aangepast. Drie gemodificeerde vliegtuigen zijn in januari 2004 afgeleverd in plaats van in 2003 waardoor de doorloopprestaties positiever uitvallen dan uit de tabellen blijkt.

Onderhoud F-16

Het hogere onderhoud aan de F-16, in casu aan de F-100 motormodules, is goed verlopen in 2003. De planning, zoals opgenomen in de begroting, is ruimschoots gerealiseerd, dit ondanks het feit dat het aanbod voor preventief onderhoud lager was dan verwacht. Het aanbod van motormodules waarop correctief of modificatief onderhoud moest worden uitgevoerd was, mede gezien de problematiek met de turbinebladen, hoger dan verwacht.

Modificatie en onderhoud helikopters

Het geplande aantal modificaties voor de inbouw van zelfbeschermingsmiddelen in de Chinook is in 2003 grotendeels gerealiseerd. Hoofdzakelijk om operationele redenen (inzet Irak) is de modificatie van twee Chinooks uitgesteld tot 2004. De modificaties van de Cougar liepen vertraging op door problemen in de projectvoorbereiding bij fabrikant Eurocopter, alsmede bij de aanlevering van de modificatiepakketten. Hierdoor is ook onderrealisatie opgetreden bij het aantal geplande onderhoudsinspecties.

Modificatie en onderhoud overig

De onderrealisatie bij de overige modificaties wordt veroorzaakt door stagnatie bij de geplande grootschalige modificatie aan de PC-7. De proefmodificatie die bij de leverancier Pilatus werd uitgevoerd was pas in oktober 2003 afgerond. Hierdoor is de start van het reguliere modificatieprogramma uitgesteld. Als gevolg van minder vlieguren door een lager aantal leerling-vliegers hebben er in de loop van 2003 minder onderhoudsinspecties plaatsgevonden dan oorspronkelijk gepland.

Projectgegevens

Project F-16 Mid Life Update (MLU)

       
DoelstellingVerlenging operationele levensduur F-16 tot 2010 
Projectomvang€ 824 miljoen 
Financiële resultatenRealisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Raming 2003Realisatie 2003
Verplichtingen (x € 1000)48 64817 567 182 183
Uitgaven (x € 1000)114 32717 56711 77911 0993 905614

Op 2 april 2003 is het laatste gemodificeerde vliegtuig overgedragen. Hiermee is het in 1997 gestarte MLU-project afgerond en zijn in totaal 139 toestellen gemoderniseerd. De capaciteiten van de F-16 zijn met het MLU-project aangepast aan de eisen van de tijd. Zo kan nu ook onder slechte weersomstandigheden en 's nachts worden geopereerd.

Project F-16 ALQ 131 update

       
DoelstellingVerbetering van de zelfbeschermingscapaciteit van de F-16 door modernisering ALQ-131 
Projectomvang€ 71 miljoen 
Financiële resultatenRealisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Raming 2003Realisatie 2003
Verplichtingen (x € 1000)      
Uitgaven (x € 1000)      

Het project is in afwachting van een operationele behoeftestelling. Het beleid inzake de elektronische oorlogsvoering is nog niet definitief vastgesteld.

Project verbetering lucht-grondbewapening F-16

       
DoelstellingVerbetering wapenpakket jachtvliegtuigen voor gronddoelen 
Projectomvang€ 219 miljoen 
Financiële resultatenRealisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Raming 2003Realisatie 2003
Verplichtingen (x € 1000)    78 250 
Uitgaven (x € 1000)    19 242 

De brief over de behoefte aan precisiegeleide munitie (PGM) ter verbetering van het bestaande lucht-grond wapenpakket van de Koninklijke luchtmacht is op 25 februari 2003 aan de Kamer gezonden. In april 2003 is het project gemandateerd en is gestart met de verwervingsvoorbereiding van een deel van de GPS-geleide wapens en van de 20 mm patronen. Inmiddels is een eerste contract afgesloten en zullen de eerste leveringen eind 2004 plaatsvinden. Naar aanleiding van de ervaringen met de oorlog in Irak en verdere technische ontwikkelingen wordt invulling van de resterende behoefte van de eerste fase nader bezien.

Project vervanging luchtverkenningssysteem (LVS)

       
DoelstellingVervanging technisch en operationeel verouderde luchtverkenningssystemen om aan operationele (inter) nationale luchtverkenningstaken te kunnen blijven voldoen 
Projectomvang€ 30 miljoen 
Financiële resultatenRealisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Raming 2003Realisatie 2003
Verplichtingen (x € 1000)   7529 63085
Uitgaven (x € 1000)65 35392526

In 2003 heeft een heroverweging plaatsgevonden van de operationele behoeftestelling. Eind 2003 is een begin gemaakt met het opstellen van een herzien B/C-document. De verwachting is dat dit document in het eerste kwartaal van 2004 kan worden aangeboden. De realisatie van 2003 betreft onderzoekskosten, gemaakt door het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR).

Project Unmanned Reconnaissance Aerial Vehicles (URAV)

       
DoelstellingVerwerving URAV's voor tactische luchtverkenning alsmede voor bewaking van vitale objecten vanuit de lucht, voor justitiële opsporingsdoeleinden en bij dreigende of actuele calamiteiten (zoals dijkbewaking) 
Projectomvang€ 25 – 100 miljoen 
Financiële resultatenRealisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Raming 2003Realisatie 2003
Verplichtingen (x € 1000)    90 580151
Uitgaven (x € 1000)    2 503211

Nederland geeft, samen met Frankrijk, via twee sporen invulling aan het UAV-project. Enerzijds neemt de Koninklijke luchtmacht vanaf medio 2004 deel aan een interim Medium Attitude Long Endurance (MALE) UAV-eenheid in Frankrijk voor tenminste drie jaar. Anderzijds is er het traject dat opwerkt naar een binationale URAV-eenheid in 2009, waarvoor het DMP-traject moet worden doorlopen. De eerste fase van dit project, de Feasibility Study fase, is op 1 december 2003 gestart met het ondertekenen van de MoU door de minister van Defensie. Het URAV-project maakt deel uit van het beleidsartikel 11 (EVDB). De projectuitvoering is gedelegeerd aan de Koninklijke luchtmacht.

Project vervanging F-16

       
DoelstellingTijdig voorzien in adequate vervanging van de F-16 vliegtuigen van de Nederlandse krijgsmacht 
Projectomvang€ 758 miljoen 
Financiële resultatenRealisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Raming 2003Realisatie 2003
Verplichtingen (x € 1000)   745 027 12 928
Uitgaven (x € 1000)   98 19694 096101 891

Dit project betreft de vervanging van de F-16 jachtvliegtuigen vanaf 2010. Door Nederland wordt deelgenomen aan de System Development and Demonstration (SDD)-fase van de JSF. Deze ontwikkelingen binnen deze fase verliepen in 2003 volgens planning. Het vastgestelde betaalschema is in 2003 gerealiseerd.

Project Luchtmobiele Brigade

       
DoelstellingVorming van een luchtmobiele brigade 
Projectomvang€ 1 488 miljoen 
Financiële resultatenRealisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Raming 2003Realisatie 2003
Verplichtingen (x € 1000)57 18820 70032 1965 3182 0005 770
Uitgaven (x € 1000)171 734156 599138 02294 28432 8232 105

Het project is in de loop van 2003 grotendeels afgerond. De resterende betalingen voor de aanschaf van de luchtcomponent hebben inmiddels plaatsgevonden en het project bereikt hiermee het eindstadium. De onderbesteding wordt grotendeels veroorzaakt door het overhevelen van € 9 miljoen uit de LUMOB-gelden naar het MTADS-project (zie hieronder), het uitstellen van een LOA-betaling van € 6 miljoen, het uitstellen van het Koninklijke landmacht-mobiliteitsplan (€ 5,1 miljoen) en diverse kleinere posten.

Project Apache 64D generieke capaciteitsverbeteringen

       
DoelstellingVerbetering van de operationele capaciteiten van de gevechtshelikopter gericht op elektronische zelfbescherming, detectie en identificatie, communicatie, verbeteringen aan het airframe en bewapening 
Projectomvang€ 100 – 250 miljoen 
Financiële resultatenRealisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Raming 2003Realisatie 2003
Verplichtingen (x € 1000)    1 500129 179
Uitgaven (x € 1000)    4 22015 113

De verbeteringen betreffen Aircraft Survivability Equipment (ASE, zelfbescherming), Modernized Target Acquisition and Designation System (MTADS) en de Longbow-radar. In december 2003 is de LOA voor de verwerving van MTADS ondertekend. Bij de invulling van deze behoefte wordt aangesloten bij de order van de US Army, waardoor schaalvoordelen worden bereikt.

Project transporthelikopters zelfbescherming

       
DoelstellingOm inzet van transporthelikopters in het gehele gewelds- en dreigingsspectrum mogelijk te maken worden deze voorzien van elektronische zelfbescherming 
Projectomvang€ 57 miljoen 
Financiële resultatenRealisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Raming 2003Realisatie 2003
Verplichtingen (x € 1000)6 02870330 242470 857
Uitgaven (x € 1000)7 2486 11711 30718 7799 9025 140

Volgens de Defensienota 2000 zouden eind 2004 alle transporthelikopters moeten zijn uitgerust met elektronische zelfbeschermingsmiddelen. Het programma voor de inbouw van de elektronische zelfbescherming in de Chinook verloopt volgens plan. Door problemen in de projectvoorbereiding bij fabrikant Eurocopter, alsmede bij de aanlevering van de modificatiepakketten, heeft het project bij de Cougar vertraging opgelopen. Met de aflevering van gemodificeerde helikopters volgens het herziene schema kunnen de voorziene operaties in de verlengde modificatieperiode echter wel met gemodificeerde Cougars worden ondersteund.

Project vervanging HAWK PIP III

       
DoelstellingVervanging van het HAWK PIP-III systeem vanwege het bereiken van de operationele en technische levensduur rond 2005 
Projectomvang€ 100 – 250 miljoen 
Financiële resultatenRealisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Raming 2003Realisatie 2003
Verplichtingen (x € 1000) 30    
Uitgaven (x € 1000) 30 1925 002 

Het project is vervallen door het besluit om de HAWK-systemen niet te vervangen.

Project Patriot PAC III

       
DoelstellingCapaciteitsverbetering van luchtverdedigingssystemen door aanpassingen van de Patriot radar en de commandocentrale, de verwerving van PAC III raketten alsmede de invoering van PAC-III lanceerinrichtingensysteem 
Projectomvang€ 128 miljoen 
Financiële resultatenRealisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Raming 2003Realisatie 2003
Verplichtingen (x € 1000)      
Uitgaven (x € 1000)    22 400 

In september 2003 is een Tussenrapportage aangeboden. De op het DMP-B/C/D-document gebaseerde brief is op 13 februari jongstleden aan de Tweede Kamer aangeboden.

Project naderingsapparatuur (MASS)

       
DoelstellingBlijvend zorgdragen voor adequate luchtverkeersleidingscapaciteit door vervanging van de huidige verouderde naderingsapparatuur 
Projectomvang€ 47 miljoen 
Financiële resultatenRealisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Raming 2003Realisatie 2003
Verplichtingen (x € 1000) 10843 3413 073  
Uitgaven (x € 1000) 1082 6217 26123 03525 345

Dit project beoogt de bedrijfsmatige vervanging van de rondzoekradars op de vliegbases. Het project bevindt zich in de realisatiefase en verloopt volgens planning.

Project LINK 16

       
DoelstellingUitrusting van de F-16 met de Navo-standaard Link-16 datalink-apparatuur ten behoeve van verbetering van informatie-uitwisseling bij het uitvoeren van operaties 
Projectomvang€ 121 miljoen 
Financiële resultatenRealisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Raming 2003Realisatie 2003
Verplichtingen (x € 1000)  51 90015 90560 10031 073
Uitgaven (x € 1000)  7 69112 00315 86611 581

Na de A-fase is dit project gesplitst in twee deelprojecten: de verwerving van de modificatiepakketten en de verwerving van de terminals. Beide deelprojecten verkeren momenteel in de realisatiefase. De inbouw van de modificatiepakketten en de terminals in de F-16 wordt gecombineerd met het «Pacer-Amstel»-modificatieprogramma. Het totale projectbudget is neerwaarts bijgesteld tot € 120,6 miljoen.

Project vliegtuigbrandbestrijdingsvoertuigen

       
DoelstellingVervanging van de KLu en KM vliegtuigbrandbestrijdingsvoertuigen 
Projectomvang€ 26 miljoen (alleen KLu-deel) 
Financiële resultatenRealisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Raming 2003Realisatie2003
Verplichtingen (x € 1000)  20 09778 90
Uitgaven (x € 1000)  5 4367811 0499 469

Het project betreft de aanschaf en bedrijfsmatige vervanging van in totaal 25 vliegtuigbrandbestrijdingsvoertuigen voor de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke marine. Het project verloopt grotendeels volgens schema. Inmiddels zijn 15 voertuigen afgeleverd waarvan 2 voor de Koninklijke marine en 13 voor de Koninklijke luchtmacht.

Project infrastructuur LCKLu

       
DoelstellingVoorzien in vervangende infrastructuur voor de huidige voorzieningen 
Projectomvang€ 25 – 100 miljoen 
Financiële resultatenRealisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Raming 2003Realisatie 2003
Verplichtingen (x € 1000)000000
Uitgaven (x € 1000)0000030

Dit betreft de vervanging van een achttal verspreid over de vliegbasis Woensdrecht liggende gebouwen. Een aantal hiervan voldoet niet meer aan vigerende regelgeving voor arbeidsomstandigheden en milieu, en heeft het einde van de levensduur bereikt. Voorzien is in een gefaseerde nieuwbouw in drie fases met handhaving van twee bestaande gebouwen.

Beleidsartikel 04 Koninklijke marechaussee

Operationele doelstellingen

TaakveldDoelstelling
Δ Beveiliging«Het handhaven van het veiligheidsniveau overeenkomstig de geldende beveiligingsconcepten, zoals deze zijn bekrachtigd door het bevoegd gezag.»
Handhaving Vreemdelingenwetgeving«Het uitvoeren van haar wettelijke taken, in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving en binnen de met het gezag overeengekomen normafspraken.»
Δ Politietaken Defensie«Het handhaven van de openbare orde op en rondom militaire terreinen, het handhaven van de strafrechtelijke rechtsorde binnen de krijgsmacht en jegens militaire justitiabelen, zowel in Nederland als in internationaal verband, alsmede het verlenen van hulp aan hen die dat behoeven.»
Δ Politietaken Burgerluchtvaartterreinen«Het handhaven van de openbare orde en de strafrechtelijke rechtsorde op de aangewezen nationale luchthavens in overeenstemming met de met het bevoegd gezag gemaakte afspraken, alsmede het verlenen van hulp aan hen die dat behoeven.»
Δ Assistentie, Samenwerking en Bijstand«Het zorgdragen voor het gereedhouden van het bijstandreservoir alsmede het op verzoek van het bevoegd gezag leveren van personeel, eenheden en materieel voor de samenwerking, bijstand- en assistentieverlening aan de politie.»

Δ Bovenstaande tabel geeft de operationele doelstellingen weer zoals opgenomen in de ontwerpbegroting. Indien het delta-teken is weergegeven, is sprake van een afwijking en is dit in onderstaande tekst nader toegelicht.

Tijdens het uitvoeringsjaar 2003 hebben zich op hoofdlijnen enkele bijzonderheden voorgedaan, die hieronder zullen worden toegelicht.

Voor wat de Beveiliging betreft heeft de druk op de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) als gevolg van de aanslagen van 11 september 2001 en de moord op dhr. Fortuyn van 6 mei 2002 zich voortgezet in 2003, waarbij de crisis in Irak de vraag naar persoonsbeveiliging verder heeft doen toenemen. Teneinde aan deze sterk toegenomen vraag te kunnen voldoen, is een aantal maatregelen genomen. Ten eerste wordt er binnen de Koninklijke marechaussee steun verleend aan de BSB door middel van detacheringen. Inmiddels wordt er een speciale groep van zogeheten neventakers uit de districten geformeerd. Daarnaast zijn in het kader van het nieuwe stelsel van bewaken en beveiligen functies aan de Koninklijke marechaussee toegewezen. Tot slot is er ten aanzien van de persoonsbeveiligingen in het domein van de BSB in overleg met de Dienst Arbeidsvoorwaarden Beleid (DAVB) bepaald dat de tijdelijke uitzonderingssituatie met betrekking tot werk- en rusttijden in de zin van het Algemene Militaire Ambtenarenreglement (AMAR) verlengd is tot 1 september 2004.

Per 1 april 2003 is de herziene Luchtvaartwet in werking getreden. De positie van de Koninklijke marechaussee is hierdoor veranderd, met uitzondering van high risk vluchten/gewapende beveiliging, van uitvoerder naar toezichthouder op de beveiliging burgerluchtvaart.

In 2003 heeft de Koninklijke marechaussee deelgenomen aan het Host Nation Support ten behoeve van Amerikaanse troepenverplaatsingen in het kader van de militaire operaties in Irak. De Koninklijke marechaussee heeft civiele wegtransporten, binnenvaartschepen en treinverplaatsingen begeleid en politieel toezicht uitgeoefend. De personeelsinzet heeft vanuit het taakveld Politietaken Defensie plaatsgevonden.

Door de Koninklijke marechaussee werd op advies van de Evaluatie Driehoek ten aanzien van twee objecten (AFNORTH, MTMC) Permanent Toezicht uitgevoerd in het kader van de eerste tranche maatregelen naar aanleiding van de operaties in Irak. Deze maatregelen zijn in de tweede viermaandsperiode van 2003 teruggebracht naar Verscherpt Rijdend Toezicht (VRT). Daarnaast is VRT uitgevoerd ten behoeve van de Vliegbasis Volkel en in de woonconcentraties van Amerikaans militair personeel in Zuid-Limburg en Capelle aan den IJssel. De maatregelen ten aanzien van het Military Traffic Management Command (MTMC) zijn in de tweede viermaandsperiode van 2003 afgebouwd.

In de maand december 2003 is in het kader van het plan van aanpak drugssmokkel Schiphol begonnen met het uitvoeren van 100% controles op vluchten uit onderkende risicogebieden. Deze acties werden uitgevoerd in samenwerking met de Douane. De capaciteit hiervoor is onttrokken aan het Mobiel Toezicht Vreemdelingen, de Beveiliging en de Politietaak Defensie.

In verband met de verhoogde dreiging naar aanleiding van de situatie in de wereld is besloten extra beveiligingsmaatregelen bij de VS Ambassade en het Consulaat te nemen. De Koninklijke marechaussee heeft vanaf 7 februari bijstand verleend aan de Regiopolitie Haaglanden en Amsterdam-Amstelland. De beveiliging door de Koninklijke marechaussee voor het Consulaat is per 15 september 2003 beëindigd. De bijstand aan de regiopolitie Haaglanden is verlengd tot medio april 2004.

Veranderingsdoelstellingen 2003

Uitbreiding capaciteit ten behoeve van terrorismebestrijding

In het actieplan Terrorismebestrijding en Veiligheid zijn als uit te voeren maatregelen voor de Koninklijke marechaussee de volgende hoofdpijlers te onderscheiden: preventie, beveiliging van personen en opsporing van terroristische activiteiten. Met uitzondering van de capaciteit ten behoeve van de extra capaciteit voor de migratiecriminaliteit (36 vte'n) zijn organisatorisch alle uit het actieplan voortvloeiende maatregelen (uitbreiding capaciteit persoonsbeveiliging, versterking buitengrenscontroles en versterking MTV, extra maatregelen-pakket beveiliging burgerluchtvaart en versterking van de analysecapaciteit van de Justitiële Diensten) geïmplementeerd. De personele vulling van de hierbij betrokken 132 vte'n (168 minus 36) is per eind december 86%. De overige 36 vte'n zullen naar verwachting medio 2004 worden gerealiseerd.

Verbetering interne en externe sturing

In samenspraak met het gezag is invulling gegeven aan verdere concretisering van de doelstellingen inclusief bijbehorende normeringen. Ter verhoging van de betrouwbaarheid zijn processen beschreven, zijn bestaande koppelingen met informatiesystemen verbeterd en zijn op basis van audits verbeterplannen opgesteld. Tevens is aandacht geschonken aan de verhoging van kennis door middel van opleidingen.

Voortgang Beleidsplan KMar 2000

Naar aanleiding van het nieuwe besturingsconcept Defensie is in 2003 besloten het Project Reorganisatie Staven in onderdelen op te splitsen en de reorganisatie in meerdere delen te laten verlopen. Tevens bleek door de «verpaarsing» minder personeel benodigd dan oorspronkelijk beoogd. Met de splitsing is beoogd de realisatie van de reorganisatie van met name de Korpsstaf te versnellen en op die wijze de knelpunten in de staf te kunnen oplossen. Dit nadert zijn voltooiing.

Uitbreiding opleidingscapaciteit Opleidingscentrum Koninklijke Marechaussee (OCKMar)

Op basis van nieuwe ontwikkelingen in 2003 is de behoefte aan opleidingscapaciteit en bijbehorende infrastructuur neerwaarts bijgesteld. Momenteel vindt de besluitvorming van een herzien DMP/A-document voor de nieuwbouw OCKMar plaats.

Overname 103 Eskadron van de KL

De overgang van 103 Esk KMar van de Koninklijke landmacht naar de Koninklijke marechaussee is in 2003 afgerond.

Activiteiten

Prestatiegegevens taakveld BeveiligingPrestatie-indicatorRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Het beveiligen van objecten in binnen- en buitenland, het adviseren en ondersteunen ten aanzien van het Aantal gerealiseerde mensuren objectbeveiliging439 000655 000n.n.t.b.
beveiligen van objecten en optreden in geval van incidenten bij het beveiligen van objectenServicegraad objectbeveiliging100%100%100%0
      
Het beveiligen en begeleiden van personen in binnen- en buitenlandAantal gerealiseerde mensuren persoonsbeveiliging87 000100 000n.n.t.b.
 Servicegraad persoonsbeveiliging88%89%95%6%
      
Het beveiligen van de burgerluchtvaart, waaronder high-risk vluchtenAantal gerealiseerde mensuren beveiliging348 000n.n.t.b.
 Bezettingsgraad per beveiligingscluster / vlucht96%100%
      
Het beveiligen van waardetransporten, hoofdzakelijk van De Nederlandsche BankAantal gerealiseerde mensuren transportbeveiliging10 00012 900n.n.t.b.
 Servicegraad transportbeveiliging100%100%100%0
      
Het uitvoeren van ceremoniële dienstenAantal gerealiseerde uren ceremoniële diensten4 600n.n.t.b.
 Servicegraad ceremoniële diensten100%100%100%0

Voor wat betreft de objectbeveiliging, de beveiliging van de waardetransporten van «De Nederlandsche Bank» (DNB) en de uitvoering van ceremoniële diensten is het servicepercentage 100%, wat wil zeggen dat aan alle aanvragen hiervoor voldaan is.

De stijging van het aantal uren gerealiseerde objectbeveiliging kent een aantal oorzaken. Ten eerste is in 2003 aangevangen met de beveiliging van «De Eikenhorst». Ten tweede is de gemiddelde vulling van de brigades belast met objectbeveiliging gestegen. Tot slot was er in 2002 sprake van registratieproblemen, waardoor het gerapporteerde aantal uren naar verwachting te laag is uitgevallen.

De stijging van het aantal uren gerealiseerde persoonsbeveiliging is met name te relateren aan het conflict in Irak.

Over de prestatie-indicatoren voor het beveiligen van burgerluchtvaart wordt niet gerapporteerd in verband met de per 1 april 2003 in werking getreden herziene Luchtvaartwet. De positie van de Koninklijke marechaussee is hierdoor veranderd – met uitzondering van high risk vluchten en gewapende beveiliging van uitvoerder naar toezichthouder op de beveiliging burgerluchtvaart.

De realisatie van het aantal uren transportbeveiliging is sterk afhankelijk van het aantal en de aard van de te beveiligen transporten van de DNB.

Prestatiegegevens taakveld Handhaving vreemdelingenwetgevingPrestatie-indicatorRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Het uitvoeren van de grensbewaking, waaronder het uitvoeren van persoonscontroles, het verwijderen van ongeAantal vreemdelingen dat de toegang tot Nederland is ontzegd c.q. is geweigerd5 5046 763n.n.t.b.
wenste vreemdelingen en het Aantal verstrekte visa17 32918 551n.n.t.b.
verstrekken van nooddocumentenAantal verstrekte nooddocumenten27 13318 551n.n.t.b.
 Aantal gate-controles10 32710 08010 00080
      
Het uitvoeren van het mobiel toezicht vreemdelingen (MTV), waaronder hetAantal illegalen dat is aangetroffen in het grensgebied6 89012 471n.n.t.b.
houden van controlesGemiddeld aantal MTV-controles per brigade799365434
      
Het geven van ondersteuning bij de asielprocedure op de AC'a Schiphol, Aantal onderzoeken reisdocumenten1 628n.n.t.b.
Zevenaar, Rijsbergen en Ter ApelAantal onderzoeken brondocumenten3 685n.n.t.b.
      
Het verzorgen van uitzettingen en verwijderingen uit NederlandAantal vreemdelingen dat Nederland is uitgezet en verwijderd14 66915 69718 0002 303
      
Het uitvoeren van strafrechtelijke onderzoeken mensensmokkelAantal middelgrote onderzoeken mensensmokkel2221192
 Aantal kleine onderzoeken mensensmokkel in het kader van grensbewaking1281351296
 Aantal kleine onderzoeken mensensmokkel in het kader van MTV761381308
 Aantal GOC-mensensmokkel onderzoeken301

1 Deze doelstelling veronderstelde overbrenging van de teams voor grensoverschrijdende criminaliteit (GOC) naar de Koninklijke marechaussee.

Voor wat betreft het uitvoeren van grensbewaking kan wordt opgemerkt dat in 2003 op het totaal van 6 763 personen 2 570 Equadorianen zijn geweigerd. In de voorgaande jaren zijn er gemiddeld 500 Equadorianen per jaar geweigerd. Als de incidentele piek van geweigerde Equadorianen verrekend wordt, verandert het beeld. De oorspronkelijk zichtbare stijging in 2003 zet zich dan om in een daling ten opzichte van 2002. Op te merken valt dat naast het totaal aantal geweigerde Equadorianen het aantal geweigerde Chinezen (635) gestaag toeneemt (vooral aan het eind van 2003). De Koninklijke marechaussee zal nader op deze ontwikkeling toezien. Overigens is het totaal aantal geweigerden vermoedelijk indirect gerelateerd aan het (dalende) aantal passagiers in met name de luchtvaartsector.

Het aantal verstrekte nooddocumenten is sterk gedaald ten opzichte van 2002. Een mogelijke verklaring is dat het nooddocument sterk afwijkt van het Nederlandse paspoort, waar beide voorheen erg op elkaar leken. Gebruik of misbruik van het nooddocument wordt minder interessant en de vraag zou daardoor kunnen zijn afgenomen. Voorts is de kostprijs voor een nooddocument relatief hoog (€ 36,18). Bovendien accepteert een aantal landen (waaronder Turkije) het nooddocument niet voor afgifte van een toeristenvisum; de informatieverstrekking door reisorganisaties en gemeenten hierover wordt beter. Tot slot kan er sprake zijn van een «leereffect» aangaande de noodprocedure bij gemeenten.

Bij de MTV controles zijn 81% meer illegale vreemdelingen onderkend dan in 2002. Een verklaring voor deze stijging kan worden gevonden in het feit dat in 2002 de inzet van het MTV in afstemming met het gezag laag was door zaken als verwijderingen, drugsproblematiek en de veterinaire problemen in 2002. Daarnaast is naar aanleiding van de evaluatie van het MTV de registratie verbeterd. De stijging van het aantal kleine onderzoeken mensensmokkel is hiermee tevens te verklaren.

Het totaal aantal vreemdelingen dat in 2003 is verwijderd, bedraagt 15 697. De doelstelling van 18 000 verwijderingen in 2003 kon niet worden gehaald, omdat niet voldaan was aan de infrastructurele randvoorwaarden, mede door vertraging in de besluitvorming over de financiering, de onderhandelingen met de luchthaven en het realisatieproces. Daarnaast is de afstemming in de verwijderketen nog niet optimaal en zijn er van de 36 door de Immigratie- en Neutralisatiedienst (IND) geplande charters 14 geannuleerd.

Prestatiegegevens taakveld politietaken DefensiePrestatie-indicatorRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
De zogenaamde beschikbaarheids- of bereikbaarheidsfunctie ofwel de beschikbare capaciteit om binnen de afgesproken tijd te reageren op calamiteitenAantal mensuren bezetting189 000555 000n.n.t.b.
      
Het handhaven van de openbare orde en de strafrechtelijke rechtsordeAantal misdrijfverbalen1 3201 4881 50012
 Percentage proces-verbalen (PV-en) «lik-op-stuk»43%53%40%13%
 Aantal uitgevoerde middelgrote / grote rechercheonderzoeken49251015
 Percentage technisch sepot5,9%5,1%5%0,1%
 Gem. doorlooptijd van plegen feit tot sluiten PV56 dagen50 dagen60 dagen10 dagen
 Gem. doorlooptijd van laatste verhoor tot sluiten PV 27 dagen24 dagen30 dagen6 dagen
 Gem. doorlooptijd van sluiten PV tot inzending naar OM25 dagen25 dagen20 dagen5 dagen

Het grote verschil in realisatie 2002 en 2003 van het aantal mensuren bezetting heeft met name een technische oorzaak: in 2003 is de registratie fors verbeterd door opname van de doelstelling in het Management Informatie Systeem van de Koninklijke marechaussee en het verbeterde functioneren van het Operationele Planning en Registratiesysteem.

Het aantal aan het OM Arnhem aangeboden misdrijfverbalen is bijna conform doelstelling en gestegen ten opzichte van 2002. Daarnaast zijn in 2003, volgens de registratie van de Koninklijke marechaussee, 190 misdrijfverbalen aan andere parketten dan het OM Arnhem aangeleverd (inclusief Oranjestad en Willemstad).

Het aantal middelgrote onderzoeken is gewijzigd als gevolg van een herdefiniëring van dit begrip naar aanleiding van de realisatie in 2002. De ondergrens is omhoog getrokken.

Het percentage technisch sepot nadert de norm en is verbeterd ten opzichte van 2002.

Behoudens de norm van het «sluiten PV tot inzending OM» is aan de doorlooptijden voldaan.

Zichtbaar is dat de kwaliteit van het politiewerk vooruit is gegaan. De Koninklijke marechaussee heeft hierop in 2003 geïnvesteerd, onder meer door plaatsing van een liaison-officier bij het OM Arnhem.

Prestatiegegevens taakveld Politietaken burgerluchtvaartterreinenPrestatie-indicatorRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
De zogenaamde beschikbaarheids- of bereikbaarheidsfunctie ofwel de beschikbare capaciteit om binnen de afgesproken tijd te reageren op calamiteitenAantal mensuren bezetting20 300119 000n.n.t.b.
      
Het handhaven van de openbare orde en de strafrechtelijke rechtsordeAantal drugskoeriers (invoer)2 5722000572
 Aantal drugskoeriers (uitvoer)71100– 29
 Aantal uitgevoerde middelgrote / grote recherche-onderzoeken2n.n.t.b.

Het grote verschil in realisatie 2002 en 2003 van het aantal mensuren bezetting heeft met name een technische oorzaak: in 2003 is de registratie fors verbeterd door opname van de doelstelling in het Management Informatie Systeem van de Koninklijke marechaussee en het verbeterde functioneren van het Operationele Planning en Registratiesysteem.

Naar aanleiding van een grootschalig onderzoek in de eerste 8 maanden zijn over geheel 2003 twee middelgrote/grote onderzoeken afgerond. Momenteel zijn twee andere, eveneens in 2003 opgestarte onderzoeken, nog in volle gang.

Prestatiegegevens taakveld Assistentie, samenwerking en bijstandPrestatie-indicatorRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Het instandhouden, leveren en inzetten van ME-eenheden, pantserwagen-pelotons en de BBE-KAantal inzetbare bijstandseenheden2:  n.n.t.b. 
 – BBE-K11
 – Eskadronsgroepen00
 – ME-pelotons4,54
 – Aanhoudingseenheid11
 Aantal mensuren geleverde bijstand41 00037 000n.n.t.b.
      
Het leveren en inzetten van overige vormen van assistentieAantal mensuren geleverde assistentie

2 Verbijzondering ten opzichte van de Rijksbegroting 2003: door alleen over het aantal inzetbare bijstandseenheden te spreken zouden verschillende grootheden bij elkaar genomen worden.

Van de bijstandseenheden Koninklijke marechaussee zijn vier pelotons ME inzetbaar evenals de aanhoudingseenheid van het District Koninklijke marechaussee Schiphol. De eskadrons-commandogroepen zijn niet inzetbaar. Met het thans beschikbare personeel zal de inzetbaarheid in 2004 naar een hoger plan worden getild. De criteria ten aanzien van de inzetgereedheid van de ME-organisatie van de Koninklijke marechaussee zijn op dit moment onderwerp van studie. De BBE-K is operationeel volledig inzetbaar. In 2004 vindt in opdracht van het ministerie van Justitie een externe studie plaats naar de gehele bijstandsorganisatie.

Ten opzichte van 2002 is enigszins minder bijstand verleend aan de politie. Naast de eerder vermelde bijstand aan de Regiopolitie Haaglanden in het kader van de beveiligingsmaatregelen bij de VS Ambassade en het Consulaat, is in 2003 bijstand verleend door de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten aan onder meer de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging.

Budgettaire gevolgen van beleid

Het budgettaire beeld over 2003 is hieronder weergegeven.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003+NWVerschil
Verplichtingen242 148254 965300 633322 098380 581339 28941 292
Uitgaven       
Programmauitgaven212 172      
Operationele taakvelden       
– Beveiliging 39 20537 61047 69346 83044 2622 568
– Handhaven vreemdelingenwet 78 41082 63688 355106 43393 01013 422
– Politietaken Defensie (exclusief internationale en vredesoperaties) 48 43047 41055 03160 25753 2347 023
– Politietaken burgerluchtvaartterreinen 6 9197 15110 08910 4808 0752 405
– Assistentieverlening, samenwerking en bijstand 6 9194 2385 5035 2404 486754
Investeringen20 43719 14020 13719 97530 57635 731– 5 155
Totaal programmauitgaven232 609199 023199 182226 646259 816238 79921 017
Ondersteunende eenheden       
– Staf Koninklijke marechaussee 11 53133 37238 21642 57337 9824 591
– Opleidingscentrum 39 20552 44260 84055 67358 019– 2 347
Koninklijke Marechaussee       
Wachtgelden en inactiviteitswedden482529973985693753– 60
Totaal apparaatsuitgaven48251 26586 787100 04198 93996 7542 185
Totaal uitgaven233 091250 288285 969326 687358 755335 55323 202
Totaal ontvangsten4 5165 2425 3628 2667 5605 2002 360

Toelichting op de verschillen in de verplichtingen

Omschrijvingbedrag
Technische afwijkingen 
Loonbijstelling7 766
Overhevelingen tussen defensieonderdelen3 795
Prijsbijstelling3 046
Beleidsmatige afwijkingen 
Overschrijding begrotingssterkte7 344
Uitdeling Van der Haak gelden540
Bouwrente leenfaciliteit nieuwbouw Schiphol11 000
C2000 Landelijke Roll-out Defensie– 5 637
Nieuwbouw district Noord-Holland– 5 670
Aanpassing infrastructuur OCKMar3 169
Aanpassing materiele exploitatie12 535
Overige afwijkingen3 404
Totaal41 292

Toelichting op de verschillen in de uitgaven

OmschrijvingProgrammauitgavenApparaatsuitgavenInvesteringenTotaal
Technische afwijkingen    
Loonbijstelling5 2502 516 7 766
Overhevelingen tussen defensieonderdelen2 0271 768 3 795
Prijsbijstelling2 432704 3 136
Beleidsmatige afwijkingen    
Overschrijding begrotingssterkte5 1372 207 7 344
Uitdeling Van der Haak gelden366174 540
Bouwrente leenfaciliteit nieuwbouw Schiphol  733733
C2000 Landelijke Roll-out Defensie  – 5 855– 5 855
Nieuwbouw district Noord-Holland  – 1 095– 1 095
Aanpassing infrastructuur OCKMar  3 2243 224
Aanpassing materiële exploitatie5 971  5 971
Overige mutaties4 989– 5 184– 2 162– 2 357
Totaal26 1722 185– 5 15523 202

Toelichting op verschillen

Omdat de toedeling van budget en de budgetmutaties aan de onderscheiden taakvelden (daaronder tevens begrepen de Staf Koninklijke marechaussee en het Opleidingscentrum KMar) plaatsvindt op basis van een verdeelsleutel, die gebaseerd is op de personele sterkte voor een taakveld, geeft een nadere splitsing van de mutaties over de taakvelden geen nader inzicht. Derhalve wordt volstaan met een splitsing van de mutaties in Programmauitgaven, Apparaatsuitgaven en Investeringen.

Investeringen

Bij de presentatie van de projectgegevens wordt nader ingegaan op de oorzaken van de geconstateerde verschillen.

Overschrijding begrotingssterkte

De overschrijding van de begrotingssterkte houdt voor het overgrote deel direct verband met de recente ontwikkelingen op de taakvelden, zoals de uitbreiding van de APW/Parketpolitie op Schiphol en de uitbreiding van de stafcapaciteit.

Uitdeling Van der Haak gelden

Naar aanleiding van het onderzoek van de commissie Van der Haak is uitbreiding van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) voorzien en budget toegevoegd. Voor 2003 zijn de gelden met name bestemd voor de aanschaf van de met de extra inzet gemoeide materiële middelen.

Bouwrente nieuwbouw Schiphol

Eind 2003 is een verplichting aangegaan inzake de jaarlijkse verrekening van de bouwrente die samenhangt met de nieuwbouw voor het District Schiphol. Deze verplichting vloeit voort uit het eerder genomen besluit om een deel van de nieuwbouw Schiphol door tussenkomst van het agentschap DGW&T te financieren uit de leenfaciliteit bij het ministerie van Financiën.

Aanpassing materiele exploitatie

Mede samenhangend met recente uitbreidingen zijn de uitgaven in de materiele exploitatie in 2003 hoger uitgekomen. Met name gaat het hier om meeruitgaven op het vlak van de informatiesystemen, telecommunicatie en huisvesting.

Investeringen

C2000 Startregio Kmar

       
DoelstellingVerbouwen en herinrichten van de meldkamer op Schiphol en het implementeren en invoeren van C2000 communicatie-apparatuur, met inbegrip van het verzorgen van opleidingen en het opzetten van het beheer. 
Projectomvang€ 6,680 miljoen 
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten      
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1 000)  2 2521 929 878
Uitgaven (x € 1 000)  1 6311 931892 213

Het project C2000-Startregio was voorzien in 2002 en hierdoor niet in de raming 2003 opgenomen. Door zowel problemen met het systeem als met betrekking tot de randapparatuur is de realisatie verschoven van 2002 naar 2003. Ook in 2003 is afronding van de Startregio wederom vertraagd. De vertraging in 2003 is veroorzaakt door onverwachte problemen met het netwerk en problemen bij het inbouwen van de randapparatuur. Voorzien wordt dat de problemen met het netwerk op korte termijn zijn opgelost en dat operationalisatie van het systeem in het eerste kwartaal 2004 kan worden afgerond. De vertraging heeft tot gevolg dat het project nog niet volledig is gerealiseerd en dat eindrealisatie in 2004 plaatsvindt.

C2000 Landelijke Roll-out Defensie

       
DoelstellingVerbouwing en herinrichting van de KMar-meldkamer in Den Haag en het implementeren en invoeren van C2000 communicatie-apparatuur voor de KMar en KM-, KL- en Klu-eenheden met taken op het gebied van openbare orde en veiligheid. Tevens omvat het project het verzorgen van opleidingen en het inrichten van een beheersorganisatie. 
Projectomvang€ 10,091 miljoen     
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten      
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1 000)   406 6871 050
Uitgaven (x € 1 000)   406 687832

De Landelijke Roll-out heeft vertraging opgelopen door enerzijds vertragingen in de oplevering van het totale netwerk en anderzijds door het later dan verwacht tot stand komen van de Landelijke Aanbesteding van Randapparatuur.

Door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is in mei 2003 aangegeven dat de oplevering van het totale netwerk met zes maanden is vertraagd. De Koninklijke marechaussee participeert in het project Landelijke Aanbesteding Randapparatuur (LARA) dat de Korps Landelijke Politiedienst (KLPD) verzorgt. De ondertekening van de mantelovereenkomsten heeft eerst in november 2003 plaatsgevonden. Vervolgens is een bestelprocedure tot stand gekomen en kan de Koninklijke marechaussee met ingang van 1 januari 2004 randapparatuur bestellen.

Nieuwbouw District Noord-Holland / Utrecht

       
DoelstellingNieuwbouw op het terrein van de marinekazerne te Amsterdam 
Projectomvang€ 6,781 miljoen     
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten      
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1 000) 48 9905 69626
Uitgaven (x € 1 000) 1217131 329234

Het nieuwbouwproject heeft in 2003 vertraging opgelopen als gevolg van de uitwerking van en de besluitvorming over het voorlopig ontwerp. Deze besluitvorming heeft zich gericht op de volgende ontwikkelingen: een aanvullende behoeftestelling van een vierde verdieping op het gebouw in verband met de noodzakelijke ruimte ten behoeve van recherche-teams, het hoger uitgavenniveau als gevolg van locale randvoorwaarden en de studie «herbelegging Defensie Infrastructuur» waarin ook het terrein van de Marinekazerne Amsterdam wordt beschouwd.

Naar verwachting zal in het eerste kwartaal 2004 duidelijkheid worden verkregen over de voortgang van het project.

Aanpassing en uitbreiding infrastructuur OCKMar

       
DoelstellingAanpassing en uitbreiding infrastructuur OCKMar 
Projectomvang€ 35,643 miljoen     
 199920002001200220032003
     RamingRealisatie
Activiteiten      
Financiële resultaten      
Verplichtingen (x € 1 000) 1171223883 339170
Uitgaven (x € 1 000) 451234593 339115

Het oude project «Aanpassing en uitbreiding infrastructuur OCKMar te Apeldoorn» is op aangeven van de chef Defensiestaf eind 2002 stopgezet. In 2003 is dit project ook financieel afgerond. Ten behoeve van het nieuwe project «Infrastructuur OCKMar te Nieuw Milligen» is in september 2003 een DMP/A-document aangeboden. De uitgangspunten in dit document zijn herzien en een bijgestelde versie is in november 2003 aangeboden aan de chef Defensiestaf.

Beleidsartikel 09 Uitvoeren Vredesoperaties

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

De Nederlandse ambitie om deel te nemen aan internationale vredesoperaties is conform de Defensiebegroting 2003 in algemene zin als volgt gedefinieerd:

• deelneming aan een vredesafdwingende operatie met een brigade of het equivalent daarvan zoals een maritieme taakgroep, drie squadrons jachtvliegtuigen of een combinatie daarvan;

• gelijktijdige deelneming gedurende langere tijd aan maximaal drie vredesoperaties met bijdragen van bataljonsgrootte of equivalenten daarvan, zoals een squadron jachtvliegtuigen, of twee fregatten.

De krijgsmachtdelen zorgen ervoor dat de voor inzet beschikbare militaire eenheden voldoen aan de kwalitatieve criteria die voor inzet in vredesoperaties zijn gesteld. De belangrijkste criteria die van toepassing zijn op de gereedstelling van de operationele eenheden, zijn de mogelijkheden tot:

• optreden onder uiteenlopende geografische en klimatologische omstandigheden;

• tijdig optreden met de juiste middelen;

• samen optreden met andere krijgsmachtdelen («joint») en andere krijgsmachten («combined»);

• inzet voor langere tijd.

Budgettaire gevolgen beleidsartikel 09 Vredesoperaties

Ten laste van dit beleidsartikel worden de additionele uitgaven voor vredesoperaties geraamd en verantwoord, als onderdeel van de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Verplichtingen219 932183 511199 158166 597210 661178 40132 260
Uitgaven       
VN-contributies12 61333 42053 77344 63034 32259 445– 25 123
SFOR60 86569 83487 11870 10660 02075 000– 14 980
KFOR50 29051 8204 0001 043   
UNFICYP2 9933 0321 34753   
UNMEE 15 87547 3252 433   
F-16's Amendola46 22412 4304 000    
Task Force Fox   8 7052 0175 000– 2 983
ISAF   14 26431 83210 00021 832
Enduring Freedom   27 75331 78213 80017 982
Stabilisatiemacht IRAK    36 542 36 542
UNMIL (Liberia)    848 848
Display Deterrence    7 237 7 237
PSO / EU-contributies   1 9842 3801 815565
EUPM    1 442 1 442
Overige operaties 5 5267271 6845 566 5 566
Voorziening vredesoperaties/overige operaties34 101    13 341– 13 341
Totale uitgaven207 086191 937198 290172 655213 988178 40135 587
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten4 77015 25154 9538 6118 0011 4076 594

Toelichting op de verschillen (verplichtingen en uitgaven)

VN-Contributies

In de begroting 2003 werd op basis van realisatiecijfers uit het verleden nog een contributie bijdrage van Nederland aan de Verenigde Naties voorzien van € 59 miljoen. Uiteindelijk is in 2003 € 34 miljoen aan VN-contributies betaald. Belangrijkste reden voor deze lagere realisatie betreft het reëler ramen door de VN van benodigde budgetten voor VN-missies. Hierdoor wordt bij de voorfinanciering van operaties een lagere contributie van de leden gevraagd.

SFOR

De operatie SFOR was voor 2003 initieel op € 75 miljoen begroot op basis van de realisatie in 2002. Wijzigingen in de wijze van optreden en de hiermee verwachte personele reducties hebben er toe geleid dat er minder voor deze operatie is uitgegeven. Belangrijkste oorzaken zijn de vermindering van personeel in het uitzendgebied (van de 1150 vte'n in de begroting 2003 tot daadwerkelijk 950 vte'n eind 2003) en het vooruitlopend op de reductie tot een minimum beperken van infrastructurele aanpassingen. De lagere personeelsomvang draagt er toe bij dat in een groot deel van de verschillende uitgavencategorieën besparingen zijn opgetreden (toelages, kleding, voeding etc). Ten slotte zijn ook minder uitgaven voor luchttransport gedaan dan initieel was begroot, doordat eigen defensiecapaciteit beschikbaar is geweest.

Enduring Freedom (EF)

De operatie Enduring Freedom was voor 2003 initieel op een kleine € 14 miljoen begroot. Doordat het verblijf van het F16-detachement in Manas in 2003 met een half jaar werd verlengd, tot eind september 2003 is uiteindelijk ongeveer € 32 miljoen gerealiseerd.

International Security Assistance Force/ HQ ISAF

De operatie ISAF was voor 2003 initieel op € 10 miljoen begroot. Door verlenging van de aanwezigheid van de compagnie in ISAF is de deelname aan deze operatie met een half jaar verlengd. Het commando HQ ISAF is door het High Readiness Forces (Land) Headquarters (HRF(L)HQ) overgenomen.

Task Force Fox

Hoewel de bijdrage aan Task Force Fox formeel in 2002 is afgelopen is in de begroting voor 2003 niettemin een bedrag van € 5 miljoen voor TFF in de begroting opgenomen. Dit in verband met verwachte naijlende facturen voor met name Duitse ondersteuning en de nog te maken onderhoudskosten. De omvang van zowel de naijlende facturering als het noodzakelijke herstel van materiaal valt aanzienlijk mee ten opzichte van de raming.

Stabilisatiemacht in Irak (SFIR)

In de begroting van 2003 was de operatie SFIR, die in de loop van 2003 van start is gegaan, nog niet voorzien. De eerste uitgaven voor de bijdrage aan de stabilisatiemacht-Irak bestaande uit een mariniersbataljon, een helikopterdetachement en ondersteunend personeel van de Koninklijke landmacht bedragen ruim € 36 miljoen.

United Nations Mission in Liberia (UNMIL)

Het kabinet heeft in 2003 besloten gedurende drie maanden het Landing Platform Dock (LPD), de Hr. Ms. Rotterdam, ter beschikking te stellen aan UNMIL, alsmede twee Lynx-helikopters, een peloton mariniers, een boot-compagnie en een chirurgisch team. Dit betreft in totaal ongeveer 270 militairen. Deze operatie is in de loop van 2003 van start gegaan en is inmiddels beëindigd. De totale additionele uitgaven voor deze operatie worden geraamd op € 4 miljoen. De thans gerealiseerde uitgaven betreffen voornamelijk de uitgekeerde toelagen op grond van de regeling «voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties».

Display Deterrence

Op een verzoek van de Turkse regering heeft Nederland in februari 2003 een Patriotdetachement ontplooid in Turkije. Op 16 april 2003 is de deelname aan de operatie Display Deterrence beëindigd. De totale additionele uitgaven voor deze operatie bedragen ruim € 7 miljoen. De grootste kostenposten zijn de toelages en transport. Overige uitgaven zijn voornamelijk gemaakt ten behoeve van voeding, brandstof en telecommunicatie (satellietverbindingen).

Ontvangsten

Voor 2003 was € 1,4 miljoen aan ontvangsten initieel begroot. In 2003 is uiteindelijk in totaal € 8 miljoen aan ontvangsten geïncasseerd. Dit betreft door de VN betaalde vorderingen van eerdere operaties, die al meerdere jaren openstonden en vanwege de liquiditeitspositie van de VN niet eerder konden worden betaald. Tevens betreft dit door de VN verrekende voorschotten van teveel betaalde contributies. Doordat de werkelijke uitgaven van VN-operaties lager uitvallen dan initieel was begroot zijn de voorgeschoten bedragen verrekend.

Activiteiten

ALGEMEEN

De internationale veiligheidssituatie blijft onvoorspelbaar. Nederlandse deelname aan vredesoperaties kan derhalve niet op voorhand worden gepland. De in 2003 gestarte deelneming aan Stabilisation Force Irak (SFIR), de Navo-operatie Display Deterrence in Turkije en de United Nations Mission in Liberia (UNMIL) zijn hier sprekende voorbeelden van. In de rapportageperiode heeft Defensie bijgedragen aan 17 verschillende operaties en missies. De belangrijkste daarvan waren SFOR, Display Deterrence, ISAF, Enduring Freedom en SFIR.

EUROPA

Stabilisation Force (SFOR)

In december 1995 werd het Dayton Peace Agreement gesloten, waarmee de onafhankelijkheid van Bosnië-Herzegovina werd geregeld. Onderdeel hiervan vormt de stationering van een multinationale vredesmacht. Tot eind 1996 ging het hierbij om de Implementation Force (IFOR) waar ons land militair aan bijdroeg. In december 1996 werd de Stabilisation Force als opvolger van IFOR in het leven geroepen. SFOR heeft tot doel een actieve bijdrage te leveren aan het stabiliseren van de vrede. Ook levert de vredesmacht een bijdrage aan de civiele wederopbouw. De Nederlandse militairen in Bosnië zijn vooral gestationeerd in Bugojno en Novi Travnik. In Bugojno is ook het helikopterdetachement van de luchtmacht gestationeerd dat eerder vanuit Kroatië opereerde. Ons land levert tevens militairen ten behoeve van het hoofdkwartier en de staven van SFOR. Ten slotte zijn Nederlandse militairen ingedeeld bij verschillende staven, hoofdkwartieren en kleinere eenheden in het kader van SFOR. De staven en hoofdkwartieren bevinden zich deels op de Balkan, maar deels ook daarbuiten zoals bijvoorbeeld in Italië.

MissiePeriode NL DeelnameBijdrageMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003
SFORVanaf '95Gem. BezettingPersoneelsaantal1 3889631 019*
  HQ SFORMensinzetdagen**8 0309 12514 050
  HQ MND SWMensinzetdagen16 79015 33015 690
  Div Sup GrpMensinzetdagen4 3803 6503 650
  ContigentsCdoMensinzetdagen9 4908 7607 300
  Mech BataljonMensinzetdagen178 850193 450198 560
  Stafwacht pelMensinzetdagen1 8009 6005 475
  POD PelotonMensinzetdagen7 3008 0305 470
  Nat SupportMensinzetdagen63 87560 22567 550
  EOV DetMensinzetdagen1 4601 460548
  Verbindings CieMensinzetdagen35 77031 75517 155
  GNK DetMensinzetdagen7 6655 8405 750
  SupportSqnMensinzetdagen5 1105 1105 750
  KMar detMensinzetdagen  8 030
  Heli detMensinzetdagen  9 855
  TransportheliVlieguren1 9731 446869
  LuchttransportVlieguren 890912

* Inclusief bezetting Klu- en Kmar-detachement; niet opgenomen in 2002

** Onder mensinzetdagen wordt het aantallen militairen x kalenderdagen verstaan.

Display Deterrence

Op 6 februari 2003 heeft de Turkse regering Nederland verzocht om uitzending van een aantal Patriot-geleidewapensystemen ter bescherming van de bevolking in het zuidoosten van Turkije tegen mogelijke aanvallen met Irakese ballistische raketten. Het kabinet heeft op 7 februari 2003 ingestemd met dit verzoek. Omdat Nederland nog niet beschikt over de PAC-3 raketten, die speciaal voor interceptie van ballistische raketten zijn ontworpen, zijn om de onderscheppingkans te vergroten, gemodificeerde PAC-2 raketten voor de duur van deelname aan deze operatie van Duitsland geleend. Nadat de Navo overeenstemming bereikte over steun aan Turkije zijn de aangeboden Patriots ingebed in de Navo operatie «Display Deterrence». Op 1 maart waren de drie Patriotsystemen operationeel inzetbaar in Turkije. Nadat de Navo op 16 april jl. wegens het vervagen van de luchtdreiging besloot tot beëindiging van de operatie, keerden de Nederlandse militairen op 1 mei terug naar Nederland. Naast de Patriots zijn tevens de Navo AWACS-vliegtuigen in deze operatie ingezet. Ongeveer 20 Nederlandse militairen en burgers, geplaatst bij AWACS, hebben vanuit Turkije eveneens geparticipeerd in deze Navo-operatie.

MissiePeriode NL DeelnameBijdrageMeet-eenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003
Display DeterFeb – mei 2003Gem. BezettingPersoneelsaantal  362
  Patriot LVDMensinzetdagen  24 000

Kleinere missies

European Union Police Misson (EUPM)

Voortbordurend op de activiteiten van de United Nations Police Task Force is op 1 januari 2003 de EUPM van start gegaan. Doel van de EUPM is het adviseren van het Bosnische midden- en hogere politiekader in het uitoefenen van politietaken naar Europees model. De EUPM heeft geen operationele taken en verricht haar taken ongewapend. De Nederlandse bijdrage bestaat uit 21 militairen van de Koninklijke marechaussee en 11 civiele politieagenten.

Kosovo Force (KFOR)

Nederland levert op dit moment geen operationele eenheden, wel worden Nederlandse militairen van verschillende krijgsmachtdelen, die normaal geplaatst zijn bij Navo-hoofdkwartieren, periodiek uitgezonden naar het KFOR-hoofdkwartier in Pristina.

Bosnia-Herzogovina Mine Action Centre (BHMAC)

In 2002 is het Federation Mine Action Centre (FEDMAC) opgegaan in het Bosnia-Herzogovina Mine Action Centre. Het BHMAC coördineert en inventariseert de informatie over en de ruiming van de talrijke achtergebleven mijnen en ongesprongen explosieven. Nederland is vertegenwoordigd in deze organisatie met één militair adviseur op het gebied van bedrijfsvoering.

EU-operatie «CONCORDIA»

Op 31 maart heeft de EU onder de naam «Concordia» in Macedonië de Navo-operatie «Allied Harvest» overgenomen. Het betreft hier de eerste door de EU geleide militaire operatie. Doel is het verlenen van steun en bijstand aan de internationale waarnemers, onder meer door het verstrekken van inlichtingen, medische evacuatie- en extractiecapaciteit. De operatie is verlengd tot 15 december 2003, waarna de operatie is beëindigd. Nederland participeert met twee militairen in het hoofdkwartier van de EU-operatie te Skopje. Daarnaast levert Nederland een militair adviseur en een assistent aan de Navo-ambassadeur te Skopje en een militair bij het Nato hoofdkwartier te Skopje.

European Union Monitoring Mission (EUMM)

De EUMM is sinds 1991 belast met het toezicht op de militaire, politieke, humanitaire en economische ontwikkelingen in de voormalige republiek Joegoslavië. De waarnemers werken onder meer in Albanië, Kosovo, Bosnië-Herzegovina, Kroatië en Macedonië. Nederland draagt met drie militaire en twee civiele (afkomstig van het ministerie van Buitenlandse Zaken) waarnemers bij aan de EUMM.

OVSE Moldavië

De OVSE-missie in Moldavië bestaat uit acht personen. Het doel van de OVSE-missie in Moldavië is het assisteren bij het totstandkomen van een allesomvattende politieke oplossing voor het conflict tussen Moldavië en Rusland over het terugtrekken van het materiaal van 14e Russische Leger uit Moldavië en het geschil over de speciale status van het gebied Transdjnestrië. Sinds 1993 neemt Nederland deel aan de missie met één officier van de Koninklijke landmacht.

OVSE Macedonië

Onderdeel van de «Spillover Monitor Mission» is de «OSCE Police Development Unit» (PDU). Doel van de PDU is het trainen van 1000 nieuwe politieagenten. In eerste aanleg loopt het mandaat tot december 2003. Nederland neemt deel met één kolonel van de Koninklijke marechaussee.

Bosnia Kosovo Air Component (BKAC)

Nederland neemt deel aan de BKAC, de missie van de Navo-luchtstrijdkrachten ter ondersteuning van de militaire grondoperaties in de Balkan. De Koninklijke luchtmacht houdt vier F-16's, een KDC-10 tanker/transportvliegtuig en een Fokker 60 in de «Medevac»-uitvoering (medische evacuaties) in Nederland paraat voor inzet op de Balkan. Nederland assisteert tevens met een P-3C Orion II maritiem patrouillevliegtuig in het toezicht houden op de naleving van het bestand in Kosovo (VN-resolutie 1244).

MissiePeriode NL DeelnameBijdrageMeet-eenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003
UNIPTF'95 – '02Gem. BezettingPersoneelsaantal5555 
EUPMVanaf '03Gem. BezettingPersoneelsaantal 121
KFOR'99Gem. BezettingPersoneelsaantal766
BHMACVanaf juni '98Gem. BezettingPersoneelsaantal111
ConcordiaMaart – Dec '03Gem. BezettingPersoneelsaantal 2
OVSE MacedoniëVanaf okt '01Gem. BezettingPersoneelsaantal111
EUMMVanaf '96Gem. BezettingPersoneelsaantal333
OVSE MoldaviëVanaf '93Gem. BezettingPersoneelsaantal111
BKACVanaf '95Gem. BezettingPersoneelsaantal883
  P-3C OrionVlieguren245245258

MIDDEN-OOSTEN

Stabilisation Force Iraq (SFIR)

Op 22 mei 2003 nam de Veiligheidsraad resolutie 1483 aan, die voorziet in de instelling van een stabilisatiemacht in Irak: SFIR. Deze functioneert onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, maar is nadrukkelijk geen instrument van een bezettende mogendheid. Zij moet de Irakezen assisteren bij de wederopbouw van het land, de hervorming van overheidsinstanties en het creëren van stabiliteit en veiligheid. Op 6 juni besloot het kabinet tot uitzending van Nederlandse militairen naar Irak in het kader van SFIR. De kern van het Nederlandse contingent werd gevormd door een bataljon mariniers. Ter ondersteuning van het bataljon zijn detachementen helikopters, genieconstructietroepen, Koninklijke marechaussee, logistieke ondersteuning en een veldhospitaal toegevoegd. Het Nederlandse contingent valt onder operationeel bevel van de Britse geleide Multinationale Divisie South-East. Het Nederlandse gebied van verantwoordelijkheid omvat de gehele provincie Al Muthanna. Op 1 augustus heeft het Nederlandse contingent de verantwoordelijkheid over deze provincie op zich genomen. De opdracht van het Nederlandse contingent luidt: «Assisteren in de wederopbouw van Irak door het creëren van een veilige en stabiele omgeving». De taken van het Nederlandse contingent zijn het ondersteunen van de Coalition Provisional Autority in de wederopbouw van het land, het bijdragen aan de orde en veiligheid en het uitvoeren van kleinschalige «Civil-military cooperation (CIMIC)»-projecten. Naast het contingent levert Nederland een personele bijdrage aan de hoofdkwartieren van de voornoemde Multinationale Divisies South-East te Basrah, de Pools geleide Multinationale Divisie South-Central te Babylon en het hoofdkwartier van de Coalition Forces te Bagdad. De uitzendtermijn is vier maanden en de totale Nederlandse troepensterkte in Irak bedraagt ongeveer 1100 militairen. In november is het eerste detachement afgelost. Ook in deze aflossing vormt het Mariniersbataljon de hoofdmacht van de Nederlandse detachement, tijdelijk uitgebreid met een verkenningseenheid van het Korps Commando Troepen van ongeveer 70 personen.

MissiePeriode NL DeelnameBijdrageMeet-eenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003
SFIRJul-decGem. BezettingPersoneelsaantal  1 135
  Inf bataljonMensinzetdagen  115 428
  KMar PelMensinzetdagen  4 368
  ContigentscdoMensinzetdagen  3 192
  KMar DetMensinzetdagen  2 192
  TransportheliMensinzetdagen  13 944
  TransportheliVlieguren  495
  Constructie- compagnieMensinzetdagen  7 900
  Nat. SupportMensinzetdagen  28 392
  Medisch teamMensinzetdagen  7 392
  Liaison OffMensinzetdagen  7 560

UN Truce Supervision Organisation (UNTSO)

UNTSO bestaat al sinds de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog in 1948 en ziet toe op het handhaven van de bestandslijnen tussen Israël en haar buurstaten. Nederland neemt deel vanaf 1956. UNTSO heeft verschillende taken uitgevoerd die haar door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zijn toevertrouwd. Daaronder viel zowel de supervisie van de Algemene Wapenstilstand Overeenkomst uit 1949 als de observatie van het staakt-het-vuren in het gebied rond het Suez-kanaal en de Golanhoogte na de Arabisch-Israëlische oorlog van juni 1967. In de huidige situatie werkt UNTSO samen met de United Nations Disengagement Observer Force (UNDOF) op de Golanhoogte in de Israëlisch-Syrische sector en met United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL) in de Israëlisch-Libanese sector. In de UNTSO houden militaire waarnemers toezicht op de bestandslijnen tussen Israël en haar buurlanden. Zolang er nog geen definitieve oplossing bestaat omtrent de omstreden (grens)gebieden blijft de aanwezigheid van UNTSO noodzakelijk. Aan UNTSO nemen momenteel 13 Nederlandse militairen (waarvan twee voor een duur van twee jaar) deel.

MissiePeriode NL DeelnameBijdrageMeet-eenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003
UNTSOVanaf '56Gem. BezettingPersoneelsaantal111213

AFGHANISTAN

International Security Assistance Force (ISAF)

De militaire opdracht van ISAF is de Afghaanse interim-regering en de huidige overgangsregering te ondersteunen bij het handhaven van de veiligheid in Kaboel en directe omgeving. Het is tot nog toe niet nodig geweest gebruik te maken van de bevoegdheid om de militaire opdracht af te dwingen. Nederland en Duitsland hebben in de periode van 10 februari tot 11 augustus 2003 het commando over ISAF gevoerd. Het reeds aanwezige Nederlandse contingent in ISAF is in deze periode derhalve flink uitgebreid.

De leiding over de ISAF-missie is in augustus overgaan naar de Navo. Na de overdracht van het Commando aan de Navo is de Nederlandse militaire bijdrage grotendeels beëindigd. Ongeveer vijfendertig Nederlandse militairen in Navo-dienst maken nog deel uit van het nieuwe ISAF-hoofdkwartier. Deze militairen zijn hoofdzakelijk afkomstig van het Navo-hoofdkwartier te Heidelberg en van de CIMIC Group North te Budel. De terugtrekking uit Afghanistan is tijdelijk ondersteund met een C-130 vanaf Termez (Oezbekistan). Voorts heeft Nederland ten behoeve van de ondersteuning van ISAF zijn bijdrage voortgezet aan het Multinational Movement Coordination Centre (MNMCC) te Eindhoven hetgeen als Allied Movement Coordination Centre (AMCC) op de vliegbasis Eindhoven gesitueerd blijft.

De Navo is akkoord gegaan met de uitbreiding van het VN-mandaat, onder andere door het met ingang van 30 december 2003 het onder bevel nemen van het Duitse «Provincial Reconstruction Team» te Konduz. Momenteel vindt binnen de Navo besluitvorming plaats over verdere uitbreiding van de betrokkenheid van de Navo in Afghanistan. Afhankelijk van de ontwikkelingen zal worden bezien in welke vorm en omvang de bijdrage van Nederland aan ISAF wordt vergroot. Wel is op verzoek van toenmalig Secretaris-Generaal Navo, Lord Robertson, op 1 december 2003 een onderzoek gestart naar de deelname aan ISAF met Apache-gevechtshelikopters. Op 30 januari 2004 heeft de Ministerraad ingestemd met de deelname van vier Apache-gevechtshelikopters aan ISAF.

MissiePeriode NL DeelnameBijdrageMeet-eenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003
ISAFVanaf jan '02Gem. BezettingPersoneelsaantal 240657
  HQ ISAFMensinzetdagen 21 90031 320
  Inf CompagnieMensinzetdagen 58 40034 310
  MOR & MOGOSMensinzetdagen 9 307
  Logistiek PelMensinzetdagen 10 95010 950
  KCTMensinzetdagen  8 212
  SNR detachementMensinzetdagen  8 342
  Genieconstruc-tiecompagnieMensinzetdagen  13 870
  Stafpersoneel KMNBMensinzetdagen  3 102
  LuchttransportVlieguren 529699

Operation Enduring Freedom (OEF)

Na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 besloot de internationale gemeenschap de strijd tegen het internationaal terrorisme aan te gaan. Sinds oktober 2001 worden militaire eenheden ingezet om dit terrorisme een halt toe te roepen. Op 7 oktober 2001 begonnen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië met operatie «Enduring Freedom», gericht tegen Al Quaida en Taliban-eenheden in Afghanistan. Uiteindelijk leidde de inzet tot het verdrijven van het Taliban-regime in het land. De huidige regering, onder leiding van president Karzai, werkt – gesteund door een groot aantal naties – aan de wederopbouw van het land.

Nederland heeft in 2003 aan de operatie bijgedragen met jachtvliegtuigen, transport – en tankervliegtuigen van de Koninklijke luchtmacht alsmede fregatten en Orions van de Koninklijke marine. Besloten is de maritieme bijdragen aan OEF (het fregat en het Maritieme patrouillevliegtuig (MPA) niet te verlengen na het verstrijken van hun inzetperiode per 1 juli jl. Vanaf 1 oktober 2003 is ook de bijdrage met F-16 jachtvliegtuigen beëindigd.

MissiePeriode NL DeelnameBijdrageMeet-eenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003
OEFVanaf dec '01Gem. BezettingPersoneelsaantal483483456
  FregattenVaardagen110649171
  Maritieme heliVlieguren 862335
  P-3C OrionVlieguren 1 407722
  JachtvliegtuigenVlieguren 1 3633 348
  LuchttransportVlieguren 1 449220
  Medische Team (Oman)Mensinzetdagen 640 
  OnderzeebotenVaardagen 22997

AFRIKA

United Nations Mission in Liberia (UNMIL)

Na een staakt-het-vuren in juni en een vredesakkoord tussen de strijdende partijen in Liberia heeft de Verenigde Naties (VN) met veiligheidsraadresolutie 1509 het mandaat van UNMIL vastgesteld. UNMIL is op 1 oktober 2003 van start gegaan met als doel de overgangsregering te ondersteunen bij het creëren van een veilig en stabiel Liberia, het herstel van staatsgezag en het uitvoeren van democratische verkiezingen. De missie bevindt zich in de troepenopbouwfase. Op verzoek van de VN heeft Nederland het Amfibisch transportschip, Hr. Ms. Rotterdam, voor een duur van drie maanden ter beschikking gesteld voor de ontplooiing van eenheden en het leveren van medische ondersteuning. Op 18 februari 2004 heeft de Hr. Ms. Rotterdam haar terugreis naar Nederland aangevangen.

MissiePeriode NL DeelnameBijdrageMeet-eenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003
UNMILVanaf nov '03Gem. BezettingPersoneelsaantal  267
  LPDVaardagen  40
  Maritieme heliVlieguren  40

Artemis

Om het interetnisch geweld in de provincie Bunia in de Democratische Republiek Congo te beëindigen is op 12 juni jl. op verzoek van de Verenigde Naties (VN) een interim EU-interventiemacht van ongeveer 2150 militairen onder de naam operatie «Artemis» ontplooid. Inmiddels is de reguliere VN-vredesmacht (United Nations Organisation Mission in Congo (MONUC)) versterkt en heeft het de taken van de EU-interventiemacht per 1 september jl. overgenomen. Nederland heeft de uitvoering van deze operatie ondersteund met een stafofficier in het hoofdkwartier te Parijs.

MissiePeriode NL DeelnameBijdrageMeet-eenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003
Artemis Gem. BezettingPersoneelsaantal  1

United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea Mine Action Coordination Centre (UNMEE MACC)

In mei 1998 braken als gevolg van een grensgeschil zware gevechten uit tussen Eritrea en Ethiopië. Pas twee jaar later, op 18 juni 2000, kwamen beide landen in Algiers een wapenstilstand overeen die onder meer voorzag in de aanwezigheid van een VN-vredesmacht. Hiertoe nam de Veiligheidsraad van de VN op 15 september 2000 unaniem resolutie 1320 aan. UNMEE is een «monitoring mission», waarbij de fysieke aanwezigheid van blauwhelmen op de grond een gunstig klimaat schept voor het verdere vredesproces. Op 12 december 2000 tekenden Ethiopië en Eritrea officieel een vredesakkoord. In de beginperiode van UNMEE bestond de Nederlandse deelname uit ongeveer 1 250 militairen van alle krijgsmachtdelen (marine, landmacht, luchtmacht en marechaussee). De kern vormde een bataljon van het Korps Mariniers. Daarnaast had ons land onder meer vier Chinook-helikopters van de luchtmacht in het gebied, die zorgden voor luchttransport. De landmacht leverde met name een belangrijke bijdrage in de eerste maanden van de uitzending door alle kampementen en andere voorzieningen te bouwen en in te richten. Op 11 juni 2001 droeg ons contingent zijn taken over aan een bataljon uit India. Na deze datum is Nederland nog in beperkte mate betrokken gebleven. De laatste deelnemer maakte deel uit van het UNMEE MACC. Het programma heeft tot doel de lokale mijnenruimingscapaciteit te vergroten. De Nederlandse deelname is in februari 2003 beëindigd.

MissiePeriode NL DeelnameBijdrageMeet-eenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003
UNMEE MACC Gem. BezettingPersoneelsaantal 31

EVALUATIES 2003

Periodieke evaluaties zijn gemaakt van de deelname aan de SFOR-operatie in Bosnië-Herzegovina en de uiteenlopende militaire bijdragen aan Operatie Enduring Freedom, de ISAF-operatie in Afghanistan. Ook de Nederlandse bijdrage aan een aantal langlopende, kleinschalige missies is geëvalueerd (EUMM, OVSE, BHMAC, UNTSO en UNMEE MACC). Deze periodieke evaluaties zijn in mei 2003 aangeboden aan de Tweede Kamer. Verder zijn de eindevaluaties opgesteld van de uitzending van een medisch detachement naar Oman, een C-130 detachement van de Koninklijke luchtmacht naar Manas in Kirgizië en een KDC-10 detachement van de Koninklijke luchtmacht naar Qatar. Deze eindevaluaties zijn ook in mei 2003 aangeboden aan de Tweede Kamer.

De evaluatie van het CIMIC proefproject (Integrated Development of Entrepreneurial Development, IDEA) in Bosnië-Herzegovina is aangeboden aan de Tweede Kamer.

Beleidsartikel 10 Civiele taken

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba (KWNA&A)

De doelstellingen van de KWNA&A zijn de bescherming tegen aantasting van de rechtsorde en de daaruit voortvloeiende gevaren en bedreigingen van de veiligheid en van de persoonlijke levenssfeer alsmede de steunverlening aan de gemeenschap en leden der gemeenschap bij (dreigende) noodsituaties die het gevolg zijn van ongevallen en rampen.

Kustwacht Nederland (KWNED)

Doelstellingen van de KWNED zijn de bescherming tegen de aantasting van de rechtsorde en de daaruit voortvloeiende gevaren en bedreigingen van de veiligheid en van de persoonlijke levenssfeer alsmede de steunverlening op zee-, kust- en aangewezen binnenwateren bij (dreigende) noodsituaties die het gevolg zijn van ongevallen en rampen.

Explosievenopruiming

Doelstelling van de explosievenopruimingsdiensten van Defensie is het voorzien in de capaciteit voor het opsporen, identificeren en ruimen van explosieven. Het betreft conventionele explosieven, vermoede explosieven en geïmproviseerde explosieven in Nederland, zowel op land als in het water en op zee.

Deze capaciteit kan ook overal elders ter wereld ingezet worden in het kader van een bondgenootschap, verdragsorganisatie of een bilaterale overeenkomst.

Hulp aan civiele overheden

Doel is de ondersteuning van de civiele autoriteiten bij rechtshandhaving en bij rampenbestrijding en humanitaire hulp, indien de civiele hulpverlening moet worden afgelost of aangevuld of indien bijzondere defensie-expertise nodig is die civiel niet voorhanden is.

Budgettaire gevolgen van het beleid

bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Verplichtingen33 97638 42223 55029 90732 43833 026– 588
Uitgaven       
Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba22 74024 62721 89422 64710 76019 004– 8 244
Kustwacht Nederland5 4215 4215 4214 9455 9885 764224
Explosievenopruiming8 2608 2608 3367 0478 1168 258– 142
Hulp aan civiele overheden   1 3628 144 8 144
Totaal uitgaven36 42138 30835 65136 00133 00833 026– 18
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten4 7945 4427 7947 9596 1065 292814

Beleidsmatige afwijkingen

Met ingang van 2003 worden in dit artikel slechts de directe uitgaven geraamd voor de inzet van personeel en materieel van de Koninklijke marine ten behoeve van de KWNA&A. Zowel de verplichtingen, uitgaven als de ontvangsten voor de KWNA&A die niet zijn toe te rekenen aan de inzet van defensiemiddelen worden begroot en verantwoord in de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De hogere bedragen die samenhangen met de verleende hulp aan civiele overheden, zijn met name het gevolg van Host Nation Support, waarbij voor de doorvoer van Amerikaans materieel in Rotterdam, Eemshaven en Soesterberg personeel en materieel is ingezet. Tevens is voor gemeenten en andere ministeries om uiteenlopende redenen militaire steunverlening en bijstand ingezet zoals bij de vogelpest, eurotransporten, explosievenopruiming en het gebruik van blus- en transporthelikopters.

Activiteiten

Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba

De Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba is een civiele organisatie, waarvan de minister van Defensie beheerder is. De Kustwachtcommissie waarin de drie landen van het Koninkrijk vertegenwoordigd zijn, bereidt het beleid voor de Kustwacht voor. De Koninkrijksministerraad stelt de beleidsdocumenten vervolgens vast. De Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CZMCARIB) voert als Commandant Kustwacht (CKW) dienstverlenende, toezichthoudende en opsporingstaken uit.

Hierbij zijn de navolgende resultaten behaald:

OmschrijvingMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003
In beslag genomen drugsIn kilo's4 6457 9895 869
Gered of in veiligheid gebrachtPersonen243271297
Controle scheepvaartProcessen verbaal543647
MilieuverontreinigingProcessen verbaal965
Illegale visserijProcessen verbaal172928
Illegale immigratieProcessen verbaal10174193

De activiteiten die de Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba heeft verricht zijn:

Prestatiegegevens
 MeeteenheidRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Fregat (1)Vaardagen789292 
Maritieme helikopter (1)Vlieguren264280390– 110
Maritieme patrouillevliegtuigen (3)Vlieguren1 8661 9501 90050
AS355 helikopter (1)Vlieguren500496500– 4
Inshore-vaartuigen (6)Vaaruren3 0243 5812 800781
Cutters (3)Vaardagen368262360– 98
Patrouilleboten (4)Vaaruren1 2027052 100– 1 395

Als gevolg van de teruglopende technische staat van de maritieme helikopters is de realisatie van helikoptervlieguren lager dan begroot. De weggevallen surveillance capaciteit is gedeeltelijk opgevangen door de maritieme patrouillevliegtuigen.

De onderrealisatie van de Cutters is met name ontstaan door een staking van lokaal personeel en het groot onderhoud dat is uitgelopen.

De patrouilleboten zijn aan het eind van hun levensduur. Als gevolg van de technische problemen zijn daarom twee boten uit de vaart genomen en was de derde boot in onderhoud. Een deel van de weggevallen activiteiten wordt opgevangen door extra vaaruren met de inshore-vaartuigen.

Kustwacht Nederland

De KWNED is een samenwerkingsorganisatie van zes departementen (de ministeries van Verkeer en Waterstaat, Defensie, Justitie, Financiën, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). De operationele leiding is in handen van de Koninklijke marine. De beleidsmatige aansturing voor de uitvoering van deze taken geschiedt door het ministerie van Verkeer en Waterstaat ten aanzien van verkeers-taken en door het ministerie van Justitie ten aanzien van handhavingstaken.

Hierbij zijn de navolgende resultaten behaald:

OmschrijvingMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003
Opgevolgde alarmeringenAantal3 1003 0462 911
Maritieme reddingsactiesAantal1 3481 4111 395
Aeronautische reddingsactiesAantal417357

De activiteiten die de Koninklijke marine ten behoeve van de doelstellingen van de Kustwacht Nederland heeft verricht zijn:

Prestatiegegevens
 MeeteenheidRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
MijnenbestrijdingsvaartuigenVaardagen8080140– 60
Maritieme helikopterVlieguren122125230– 105
Maritieme patrouillevliegtuigenVlieguren322354550– 196

De onderrealisatie van de vaardagen bij de mijnenbestrijdingsvaartuigen voor de Kustwacht Nederland (KWNED) is ontstaan doordat de KWNED vaardagen heeft geschrapt wegens niet-beschikbaarheid van inspecteurs, personeelstekorten en slechte weersomstandigheden. Omdat de vluchtduur, benodigd voor het uitvoeren van de door de KWNED uitgegeven opdracht, gemiddeld korter is dan begroot, ontstaat een onderrealisatie in de vlieguren. De onderrealisatie bij de helikopters voor KWNED ontstond doordat er minder «Search and Rescue»-acties en andere ad-hoc-missies aan de orde waren. Voorts is een aantal vluchten uitgevallen als gevolg van de materiële problemen met de maritieme patrouillevliegtuigen die mede veroorzaakt worden door de uitloop van het groot onderhoud en de aanvang van de CUP-Orion.

Explosievenopruiming

De verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid in Nederland ligt bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; het in dat kader opsporen en ruimen van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (conventionele explosieven) is in beginsel een gemeentelijke aangelegenheid. Het opsporen en ruimen van geïmproviseerde explosieven alsmede het preventief onderzoek van locaties is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de politie en het ministerie van Justitie. Indien en voor zover de taken die uit de nader geoperationaliseerde doelstelling voortvloeien, worden verricht in opdracht van militaire autoriteiten, vallen deze onder de militaire taakuitoefening. Wanneer civiele autoriteiten de opdrachtgevers zijn, dan vallen zij onder de civiele taakuitoefening. De explosievenopruimingsdiensten verrichten civiele werkzaamheden in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van het ministerie van Justitie of van gemeenten.

De activiteiten die door de explosievenopruimingsdiensten in het kader van werkelijke explosievenopruiming zijn verricht betreffen:

OmschrijvingMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003
RuimingenAantal2 4242 4362 213
Zoekacties/opsporingenAantal6371
Justitiële bijstandAantal150125142

Door een aanpassing van de definities is het onderscheid tussen Zoekacties/opsporingen en Ruimingen komen te vervallen, mede onder invloed van het feit dat een specifieke categorie zoekacties inmiddels door commerciële bedrijven wordt uitgevoerd.

Hulp aan civiele overheden

De uiteenlopende hulp aan civiele overheden wordt uitgevoerd door diverse onderdelen van de krijgsmacht onder (eind-)verantwoordelijkheid van de chef Defensiestaf. In de verslagperiode heeft geen bijzondere militaire bijstand of bijstand in het kader van de Wet Rampen en Zware ongevallen plaatsgevonden. Wel is incidenteel kleinschalige steun verleend.

In 2003 heeft onder meer de navolgende hulpverlening en militaire bijstand plaatsgevonden:

– het redden met een Klu Search and Rescue helikopter van de Vliegbasis Leeuwarden van een door een hersenbloeding getroffen patiënt die zich bevond op een voor andere middelen onbereikbare plaats in de duinen bij Meyendel;

– het bergen van, voor het onderzoek noodzakelijke, delen van een gecrashte F-16 van de Belgische luchtmacht uit een moerasgebied in België met een Nederlandse Cougarhelikopter;

– preventieve bewakingsactiviteiten en onderzoeken zoals bij de Amerikaanse ambassade, voor Prinsjesdag en de OVSE-Ministerraad in Den Haag;

– de inzet van de Duik- en Demonteergroep (DDG) van de Koninklijke marine ten behoeve van een bezoek van buitenlandse schepen waarvoor een preventief explosievenonderzoek in Amsterdam is uitgevoerd, evenals de inzet van duikers van de Genie in Zwolle voor een zoekactie naar een vermist persoon;

– een team van EOC-KL heeft geassisteerd bij een huiszoeking na een inval van de politie in een huis van een munitieverzamelaar te Amsterdam;

– de inzet van duikteams om naar een moordwapen in de Weespertrekvaart te zoeken en voor het verlenen van assistentie bij onderzoek van duikapparatuur na een ongeval;

– de inzet van een arrestatie- respectievelijk observatieteam van de Koninklijke marechaussee als steun voor de politie;

– de DDG heeft gedoken naar respectievelijk Mosterdgasgranaten in Drenthe en een bij een moord betrokken auto in de Maas;

– de Nederlandsche Bank heeft gebruik gemaakt van platformfaciliteiten op het militaire deel van het vliegveld Eindhoven voor een regulier Eurobiljetten transport naar Nederland.

Beleidsartikel 11 Internationale samenwerking

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Bijdragen aan de gemeenschappelijke Navo-begroting.

De Navo is de hoeksteen van het Nederlandse veiligheidsbeleid. Het Navo-lidmaatschap is het primaire instrument om de integriteit van het eigen grondgebied veilig te stellen. Via de Navo worden daarnaast de mogelijkheden tot handhaving van de internationale rechtsorde en veiligheid vergroot; de Navo-crisisbeheersingsoperaties op de Balkan en de samenwerking met de Partnership for Peace (PfP)-landen zijn daar voorbeelden van. Door bij te dragen aan de financiering van de internationale staven van de krijgsmachtdelen, de gezamenlijke middelen voor bevelvoering en communicatie en bondgenootschappelijke programma's draagt Nederland bij aan de instandhouding van de geïntegreerde militaire structuur van de Navo.

Versterking van de Europese militaire capaciteiten ten behoeve van het DCI en de Headline Goal van het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB).

In het kader van het Defence Capabilities Initiative (DCI) en de vervolginitiatieven van de Navo, levert Nederland een bijdrage aan de versterking van het Europese vermogen tot crisisbeheersing. Het uitgangspunt is de vergroting van de effectiviteit en de doelmatigheid door intensivering van de militaire samenwerking en door een gezamenlijke aanpak bij het opheffen van de militaire tekorten. De nadruk ligt vooral op de versterking van de strategische Europese capaciteiten: bevelvoering, inlichtingenverzameling en strategisch transport. Ook tekortkomingen op het terrein van logistiek, medische voorzieningen en mobiliteit (snelle ontplooiing) worden aangepakt. Tevens wordt gewerkt aan het opbouwen van een capaciteit voor civiele crisisbeheersing. Na de aanslagen op de Verenigde Staten ligt het in de rede bij de besteding van EVDB-gelden in het bijzonder belang te hechten aan die EVDB-projecten waarvan de betekenis in het licht van de terroristische dreiging is toegenomen.

Attachés.

Militaire attachés dragen enerzijds bij aan de informatievoorziening van het ministerie van Defensie en anderzijds aan het informeren van bondgenoten en partners over het Nederlands veiligheids- en defensiebeleid. Een andere wijze waarop wordt bijgedragen aan de bondgenootschappelijke en Europese militaire commandostructuur is door personeel te plaatsen bij de internationale militaire staven van de bondgenootschappelijke en Europese militaire commandostructuren.

Overige internationale samenwerking.

De samenwerking met de landen in Midden- en Oost-Europa (MOE) beoogt de inbedding van de krijgsmachten van deze landen in een democratische samenleving te versterken en draagt bij aan de voorbereiding op de mogelijke toetreding van die staten tot de Navo. Versterking van de interoperabiliteit van deze landen met de Navo-lidstaten bij Navo- of EU-geleide operaties kan positieve gevolgen hebben voor de operationele effectiviteit van de Nederlandse krijgsmacht en kan leiden tot doelmatigheidsopbrengsten.

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van beleid voor 2003.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Verplichtingen94 59585 059140 771137 029135 021302 505– 167 484
Uitgaven       
Bijdrage aan de Navo68 97969 58362 44277 92177 25672 8524 404
EVDB  45 37916 75022 29344 034– 21 741
Attachés21 42220 09721 85220 52716 84022 279– 5 439
Overige internationale samenwerking2 5722 3701 7161 5611 3201 420– 100
Totale uitgaven92 97392 050131 389116 759117 709140 58522 876
Ontvangsten       
Totale ontvangsten3 81916 9864 9527 71112 51414 430– 1 916

Toelichting verschillen

Bijdragen aan de Navo

Algemeen

Enkele kostenposten veroorzaken de overschrijding van de uitgaven en de financiële verplichtingen binnen de begroting van de Navo. De investeringen en exploitatiekosten van het AWACS-project zijn toegenomen omdat de bijdragen voor investeringen (€ 5 miljoen) voortaan voor een periode van twee jaar worden vastgesteld en de bijdrage voor exploitatie (€ 2 miljoen), die door de Navo wordt vastgesteld, is verhoogd. Ook de gewijzigde kostenverdeelsleutel voor de bijdrage aan de Militaire Begroting van de Navo heeft tot stijging van de uitgaven geleid (€ 5 miljoen). De overschrijding wordt deels gecompenseerd door het niet volledig realiseren van de door de Navo geautoriseerde Veiligheidsprojecten in Nederland (€ 5 miljoen) en een (tijdelijk) lagere bijdrage aan het budget Navo Veiligheidsinvesteringsprogramma (€ 3 miljoen) als gevolg van de lange periode die is verstreken tussen de goedkeuring van de projecten en de afronding. De uitgaven komen derhalve niet ten laste van het budget 2003.

EVDB

Het overgrote deel van de verplichtingenonderschrijding vindt zijn oorzaak in verschuiving van EVDB-projecten als onderdeel van de heroverwegingen in het kader van «Nieuw Evenwicht». Zo is onder meer de versterking van de transporthelikoptercapaciteit doorgeschoven naar 2007 en later en zijn er NBC-projecten voorzien voor 2004 en verder.

Door een veranderd kasgeldritme van het project «Ombouw verkenningsvoertuigen naar NBC» en het niet tijdig uitleveren van het «long-lead-item» is binnen de begrote ruimte voor 2003 gebleven. Verder zijn er vertragingen opgelopen in de betalingen van het project Landing Platform Dock II en is de behoefte in het kader van «Role-3» hospitaal doorgeschoven naar 2005 waardoor de vrije ruimte nog groter is.

Attachés

De uitgaven voor de post attachés zijn in 2003 uitgekomen op € 16,8 miljoen (begroot € 22,3 miljoen). Dit verschil is onder meer te verklaren door de invoering van een nieuw geautomatiseerd budgetteringssysteem bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, waardoor een achterstand in de verwerking van de facturen van de attachéposten is ontstaan. Deze achterstand bedraagt ongeveer € 2,1 miljoen. Daarnaast heeft Defensie ter voorkoming van budgetoverschrijdingen op het attaché-deel binnen de voorziening Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) de maatregel genomen om de kosten van defensiemedewerkers in het buitenland, die niet werkzaam zijn in de diplomatieke dienst, niet meer ten laste van HGIS te brengen maar te verantwoorden bij de respectievelijke defensieonderdelen.

Overige internationale samenwerking

De Overige Internationale Samenwerking is een onderdeel van het Beleidskader Internationale Samenwerking en omvat activiteiten van Nederland met landen uit Midden- en Oost-Europa (MOE) op basis van bi- en multilaterale samenwerkingsovereenkomsten en andere afspraken. Dit artikelonderdeel bevat ook de activiteiten inzake het EU Satellite-Center (EUSC). In totaal was € 1,4 miljoen begroot (€ 1 miljoen toegewezen aan MOE en € 0,4 miljoen aan EUSC). Uiteindelijk is in 2003 € 1,3 miljoen gerealiseerd, onderverdeeld in de uitgaven voor het EU Satellite-Center en WEU Leaving Allowances (€ 0,48 miljoen) en de uitgaven voor het uitvoeren van het MOE-programma (€ 0,84 miljoen).

Activiteiten

BIJDRAGE AAN DE NAVO

De Navo is de belangrijkste peiler van het Nederlandse veiligheidsbeleid en belichaamt de goede transatlantische betrekkingen. Deze blijven ook in de toekomst onontbeerlijk voor het handhaven van de veiligheid. Nederland levert met de Navo-contributie een proportionele bijdrage aan de gemeenschappelijke Navo-begroting. Daarnaast wenst Nederland zich actief op te stellen bij de totstandkoming van de vereiste militaire capaciteit van de Navo. Belangrijkste ontwikkeling in 2003 is de oprichting van een snelle reactiemacht van de Navo (de Nato Response Force, NRF) en de aandacht voor «inzetbaarheid» van Navo-eenheden.

NATO Response Force (NRF)

Als onderdeel van het Prague Capability Commitment (PCC) hebben de regeringsleiders van de Navo-lidstaten ingestemd met de oprichting van een snelle reactiemacht van de Navo, de «Nato Response Force» (NRF). De NRF, met een omvang van ongeveer 20 000 man, kan na een korte reactietijd worden ingezet voor Navo-operaties. De vulling van de NRF geschiedt op basis van een roulatiemechanisme, waarbij landen voor een periode van zes maanden eenheden beschikbaar stellen. De NRF is niet alleen een snelle en kwalitatief hoogwaardige reactiemacht, het moet tevens de conceptuele en technische modernisering van vooral Europese Navo-strijdkrachten bevorderen. Nederland draagt sinds oktober 2003 bij met 1 fregat (NRF1), in januari 2004 aangevuld met 6 F-16's (NRF2). NRF 1 en 2 worden geleid vanuit het Navo-hoofdkwartier in Brunssum.

Tijdens de bijeenkomst van Navo-ministers op 2–3 december is gerapporteerd over de voortgang bij de oprichting van de snelle reactiemacht van de NRF. De Surpreme Allied Commander Europe (SACEUR) zal op korte termijn de samenstelling van de rotaties NRF3 (tweede helft van 2004) en NRF4 (eerste helft 2005) vaststellen. Nederland heeft voor NRF3 een fregat, een onderzeeboot, een mijnenjager, een bevoorradingsschip, een Patriot-eenheid en twaalf F-16's aangeboden. Voor NRF4 zijn een fregat, een mijnenjager, een Patriot-eenheid en twaalf F-16's beschikbaar gesteld. Het Duits-Nederlandse hoofdkwartier is – als een van de in totaal zes snel inzetbare hoofdkwartieren van de Navo – in deze periode aangewezen om de landcomponent van de NRF te leiden. Omdat de Navo uit het oogpunt van militaire effectiviteit een koppeling tussen het hoofdkwartier en de beschikbare landstrijdkrachten noodzakelijk acht, zullen Duitsland en Nederland in deze periode ook een belangrijk deel van de landstrijdkrachten bijdragen.

De door Nederland toegezegde bijdrage aan de NRF is een daadwerkelijke verplichting, waar Nederland zich ingeval van inzet aan heeft gecommitteerd.

HET EUROPESE VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID (EVDB)

Invulling Bronson-proposals. De NBC-activiteiten zijn integraal ter hand genomen door de Kerngroep NBC, die onder leiding staat van de Defensiestaf. Internationale (Bronson-proposals) en interdepartementale (taakgroep Defensie en Terrorisme) afstemming maken hiervan deel uit.

Om te komen tot een versnelde implementatie van de Bronson-proposals, is het multinationale Chemical, Biological, Radiological and Nuclear (CBRN) Defense Battalion opgericht, dat analoog aan het NRF-concept zal worden opgezet. Dit CBRN DB heeft delen van de Bronson-proposals geïncorporeerd en zal met diverse internationale NBC-oefeningen de bestaande en nieuwe NBC-concepten beproeven. Nederland neemt actief aan het beproevingsproces deel en zal in later stadium bepalen in hoeverre en hoe zal worden deelgenomen aan het CBRN DB.

Alliance Ground Surveillance (AGS). Dit project bevindt zich in de «Concept Definition Phase». De Navo heeft een behoefte gesteld die moet zorgdragen voor voldoende capaciteit om de diverse deelstudies van AGS te completeren en te komen tot een advies over de omvang en de invulling van de AGS-kerncapaciteit (februari 2004). Dit advies vormt de basis voor het bepalen van een meer realistische kostenraming van de volgende fases en de uiteindelijke kostenverdeelsleutel, waardoor de Nederlandse bijdrage kan worden vastgesteld. Hiermee komt de Nederlandse bijdrage voor de «Definition Phase» op € 0,178 miljoen (begroot€ 0,250 miljoen).

«Reception, Staging and Onward Movement» (RSOM). Op initiatief van Nederland als «capability coordinator» is een aanvang gemaakt met het vaststellen van een éénduidige invulling van het Navo «Force Proposal» RSOM. Door Nederland is voorgesteld om als «Concept of Operations» uit te gaan van bestaande eenheden en hoofdkwartieren, die in voorkomend geval RSOM als een extra taak gaan uitvoeren. De investeringen zullen hierdoor beperkt blijven (vooral de investeringen die zijn gericht op verwerving van specifiek transportondersteunend materieel). Het streven van de tien bondgenoten, die zich voor de RSOM-taak hebben aangemeld, is om het concept in mei 2004 gereed te hebben. Tevens vindt nu bij de bondgenoten een inventarisatie plaats van eenheden en middelen die voor de RSOM-taak beschikbaar kunnen worden gesteld.

Overige bi- en multinationale projecten

Duits-Nederlandse luchttransport. Met de bijdrage van € 45,4 miljoen aan het Duitse A310 ontwikkelingsprogramma, heeft Nederland sinds 2001 trekkingsrechten verworven op Duitse luchttransportcapaciteit. In 2003 zijn 23 uren Airbus en 123 (duurdere) uren Transal benut. Dit betekent een realisatie van ongeveer € 2,4 miljoen; in totaal resteert nog ongeveer € 33 miljoen.

«European Airlift Coordination Cell» (EACC). In navolging van het aanbieden aan de Helsinki Force Catalogue in november 2002, is medio 2003 het EACC door de lidstaten ook aan de Navo aangeboden.

«Sealift Coordination Center» (SCC). Het proefjaar is succesvol afgesloten. Inmiddels is een MoU voor de voortzetting van het initiatief getekend. De exploitatie van het SCC is in 2003 betaald door Noorwegen. Nederland zal in 2004 de voorziene exploitatiekosten (€ 0,125 miljoen) voor haar rekening nemen, het Verenigd Koninkrijk doet dit in 2005.

Nederland heeft met Canada, Denemarken, Hongarije, Italië, Noorwegen, Spanje en het Verenigd Koninkrijk een implementatieovereenkomst ondertekend over de verzekerde toegang tot strategische zeetransportmiddelen. Het gaat om zowel de gezamenlijke inhuur als om de gebruikmaking van de transportmiddelen waarover het Verenigd Koninkrijk en Denemarken beschikken. Deze overeenkomst is een vervolg op een intentieverklaring die afgelopen juni is overeengekomen in het kader van het PCC. Het in Eindhoven gevestigde SCC zal bij de uitvoering van deze overeenkomst een belangrijke rol gaan spelen.

Intensivering Noors-Nederlandse samenwerking (package deal).Op initiatief van Noorwegen zijn activiteiten gestart om de bilaterale materiële en operationele samenwerking te intensiveren. Op 23 juni 2003 is de «Declaration of Intent» ondertekend voor de gezamenlijke uitwerking van diverse grootschalige materieelinitiatieven, de zogenaamde Package Deal. In december 2003 is door beide defensieministers het «progress report» hiervan getekend. Afhankelijk van de instemming van het Noorse parlement met het Noorse «defense white paper», is de verwachting dat de package deal eind 2004 kan worden getekend. Tussentijds worden diverse kleinschaliger (en budgetneutrale) maatregelen in een «mini-package deal» in gang gezet. Daarnaast zijn diverse samenwerkings-MoU's tussen de Noorse en Nederlandse krijgsmachtdelen in ontwikkeling.

MALE-UAV. En marge van de Navo-bijeenkomst in december hebben Frankrijk en Nederland het MoU over de haalbaarheidsstudie MALE UAV ondertekend.

NNEC In september 2003 heeft Nederland aangegeven te willen participeren in de, door de Nato C3 Board geïnitieerde haalbaarheidstudie naar Nato Network Enabled Capabilities (NNEC). NNEC wordt gezien als een sleutelconcept voor de transformatie van de Navo. Doel van de studie is het verkrijgen van inzicht in de implicaties van en mogelijkheden voor een meer netwerkcentrische benadering zoals voorgestaan door de Navo in de NRF en PCC. De studie loopt 18 maanden en is half januari van start gegaan. Aan de studie wordt verder deelgenomen door Canada, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Italië Noorwegen, Spanje, Verenigd Koninkrijk en Verenigde Staten. Half januari heeft ook Turkije aangegeven te willen deelnemen. Alle deelnemende landen betalen € 0,150 miljoen.

OVERIGE INTERNATIONALE SAMENWERKING

Dit artikelonderdeel bestaat uit de activiteiten in het kader van de MOE-samenwerking, zoals het JSOC en de verplichtingen in relatie tot het EU Satellite-Center. Daarnaast vinden activiteiten plaats in het kader van de OVSE en wapenbeheersing.

JSOC

De «Junior Staff Officers Course» (JSOC) is een Brits-Nederlands-Slowaaks project, waarbij in Slowakije faciliteiten worden geboden om jonge officieren uit alle PfP-landen het gedachtegoed van de Navo bij te brengen. Dit verhoogt de interoperabiliteit tussen Navo- en PfP-landen, waardoor het op termijn eenvoudiger wordt om gezamenlijk vredesoperaties uit te voeren. Voor het Nederlandse aandeel in de kosten vindt cofinanciering door de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie plaats.

EU Satellite-Center (EUSC)

In 1988 ontstond binnen de WEU de behoefte aan een Europees observatienetwerk met satellieten. In 1991 werd uiteindelijk het WEU-satellietcentrum opgericht, dat vanaf 1995 een subsidiair orgaan van de WEU werd (alle landen dragen bij aan de kosten). Op 1 januari 2002 werd op basis van Council Joint Action 2001/555/CFSP dd. 20 July 2001 het centrum overgedragen aan de EU om verder als EUSC te bestaan. Aangezien het een formele EU-entiteit betreft, dragen de EU-lidstaten gezamenlijk aan de kosten van het EUSC bij. Dit is ongeacht of er producten (satellietbeelden) van het EUSC worden afgenomen. Nederland participeert actief in het EUSC door de plaatsing van een MIVD-functionaris in Torrejon, Spanje, waar het EUSC is gevestigd en het intensief benutten van het beschikbare satellietbeeldmateriaal.

Nederlands OVSE-voorzitterschap in 2003

Op 1 en 2 december is in Maastricht de jaarlijkse OVSE-Ministeriële gehouden. Voor het Nederlandse voorzitterschap is de top niet geheel succesvol verlopen. De aanwezigheid van enkele prominente ministers (onder andere Powell) leidde niet tot verklaringen over Georgië en Moldavië, noch tot een afspraak over uitstel van de uitvoering van de «Istanboelverplichtingen» door de Russische Federatie (RF). Als de RF niet aan deze verplichtingen voldoet, zal het Westen het Verdrag over de aanpassing van het CSE-verdrag niet ratificeren en blijft het verouderde CSE-verdrag van 1990 van kracht. Omdat dat verdrag als uitgangspunt nog immer de geopolitieke situatie van de koude oorlog heeft, wil de RF juist ratificatie van de aanpassing. De impasse duurt derhalve voort. Wel zijn er enkele voorstellen aangenomen, met name de«OVSE-strategie voor het bestrijden van bedreigingen voor veiligheid en stabiliteit in de 21ste eeuw», met bijzondere aandacht voor terrorismebestrijding.

6. NIET-BELEIDSARTIKELEN

Niet-beleidsartikel 60 Ondersteuning Krijgsmacht

Nader geoperationaliseerde doelstelling

Het Defensie Interservice Commando (Dico) levert ondersteuning van velerlei aard aan de krijgsmachtdelen. De krijgsmachtdelen kunnen zich hierdoor beter op hun primaire taken toeleggen. Door de concentratie van gelijksoortige activiteiten bij interservice dienstverlenende organisaties is een doelmatige ondersteuning van de krijgsmacht mogelijk.

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2003:

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Verplichtingen232 409241 125269 318252 801276 097225 33850 759
Uitgaven       
Programmauitgaven       
Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie49 28055 35456 44369 08547 57654 0856 509
Instituut Keuring en Selectie Defensie51 51853 32068 14018 97214 12415 860– 1 736
Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf56 44655 64955 42358 49462 69657 1325 564
Instituur Defensie Leergangen8 8088 52310 30910 94510 94610 788158
Defensie ICT Uitvoeringsorganisatie    2 457 2 457
Overige Interservice Diensten35 71933 70340 27047 66650 40549 3771 028
Investeringen7 88113 76416 48618 47548 17123 44124 730
Totaal programmauitgaven209 652220 313247 071223 637236 375210 68325 692
Apparaatsuitgaven       
Staf Defensie Interservice Commando11 71215 51817 58117 30021 34815 4925 856
Wachtgelden en inactiviteitswedden4 8164 2745 0765 2295 9554 6611 294
Totaal apparaatsuitgaven16 52819 79222 65722 52927 30320 1537 150
Totaal uitgaven226 180240 105269 728246 166263 678230 83632 842
Ontvangsten       
Totale ontvangsten20 19624 42626 87524 20329 76322 5017 262

Toelichting verschillen

De in 2003 gerealiseerde verschillen vinden hun oorzaak in de volgende technische en beleidsmatige afwijkingen:

Afwijkingen in de verplichtingen

OmschrijvingBedrag
Technische afwijkingen 
Uitdeling loonbijstelling4 110
Uitdeling prijsbijstelling3 308
Beleidsmatige afwijkingen 
Centralisatie IV-budgetten22 621
Overige verschillen20 720
Totaal50 759

Afwijkingen in de programmauitgaven

OmschrijvingDVVOIKSMGFBIDLDICTUOIDInvesteringen DICOTotaal
Technische afwijkingen        
Uitdeling loonbijstelling1 0562671 008178 949 3 458
Uitdeling prijsbijstelling496246378143 6721 0262 961
Beleidsmatige afwijkingen        
Centralisatie IV    2 815 21 53224 347
Aanpassing kasritme investeringen      – 6 947– 6 947
Doelmatigheidsverbetering inhuur transport– 14 615      – 14 615
Overige verschillen6 554– 2 2494 178– 163– 358– 5939 11916 488
Totaal– 6 509– 1 7365 5641582 4571 02824 73025 692

Afwijkingen in de apparaatsuitgaven

OmschrijvingStaf DICOWachtgeldenTotaal
Technische afwijkingen   
Uitdeling loonbijstelling533119652
Uitdeling prijsbijstelling347 347
Beleidsmatige afwijkingen   
Overige verschillen4 9761 1756 151
Totaal5 8561 2947 150

Ontvangsten

(bedragen x € 1 000)Totaal
Technische afwijkingen 
Ramingsbijstellingen en hogere realisatieverschillen7 262
Totaal ontvangsten7 262

Toelichting verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

Doelmatigheidsverbetering inhuur transport

Zoals in de toelichting bij het ressort Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO) is opgenomen, is in het kader van het doelmatigheidsbesef een pilot gestart waarmee de kosten van transport door de afnemers zelf betaald moeten worden. In dit kader is het budget van DVVO met € 14,6 miljoen verlaagd.

Centralisatie IV

Met ingang van 1 juli 2003 vormt de Defensie ICT-uitvoeringsorganisatie (DICTU) een onderdeel van de Dico-begroting. In dit kader is zowel het exploitatiebudget voor de DICTU zelf (€ 2,8 miljoen) als de door dit ressort te verwerven centrale IV-investeringen (€ 21,5 miljoen) aan Dico toegevoegd.

Met name als gevolg van vertraging in de uitvoering van de projecten MULAN en ERP-implementatie is van het voor 2003 geraamde bedrag € 6,9 miljoen niet tot realisatie gekomen.

Ontvangsten

Het realisatieverschil in de ontvangsten wordt voor het overgrote deel veroorzaakt door een hogere productie bij het Centraal Militair Hospitaal (CMH) en het Militair Revalidatiecentrum (MRC). Gecombineerd met hogere tarieven kon hierdoor meer bij de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht (SZVK) in rekening worden gebracht.

Activiteiten

Het Dico bestaat uit twee agentschappen, twaalf resultaatverantwoordelijke eenheden en een staf (stand per 31 december 2003). Per 1 juli 2003 is de Defensie ICT-uitvoeringsorganisatie binnen Dico opgenomen.

Verkeers- en vervoersdiensten

De vraag naar vervoersdiensten is voor een groot deel afhankelijk van de deelname door de krijgsmachtdelen aan grootschalige buitenlandse oefeningen en crisisbeheersingsoperaties. DVVO is primair verantwoordelijk voor de doelmatigheid van het vervoer, waarbij in eerste instantie defensiemiddelen worden ingezet (DVVO-middelen of middelen van andere defensieonderdelen = virtuele pool). Indien deze niet beschikbaar zijn dan worden ingehuurde transportmiddelen ingezet. De krijgsmachtdelen zijn verantwoordelijk voor de inhoudelijke vervoersbehoeften. De gepresenteerde prestatiegegevens betreffen de activiteiten exclusief vredesoperaties.

Prestatiegegevens DVVOMeeteenheidRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Wegvervoer     
Vrachtvervoerin dagen15 19619 17313 2095 964
Vrachtvervoerin aantal pallets377 918334 122291 41542 707
Personenvervoerin dagen133 43379 014235 253– 156 239
Steunverlening viertonnersin dagen12201 518– 1 518
      
Luchtvervoer     
Goederenvervoerkilo-vlieguren7 203 0004 265 8763 172 9451 092 931
PersonenvervoerVlieguren71 07621 828106 028– 84 200
      
Spoorvervoer     
Goederenvervoerton/kilometers15 669 82312 909 36267 391 372– 54 482 010
      
Zeevervoer     
GoederenvervoerLanemetervaardagen281 29873 408124 199– 50 791
FerryvervoerOvertochten5 3064 2053 423782

De inzet van goederenvervoer door de lucht is explosief gestegen ten opzichte van de raming. Dat hangt nagenoeg geheel samen met de redeployment ISAF, waarbij DVVO zorg heeft gedragen voor een volledige terugvervoer door de lucht.

De realisatieafname bij het product «luchtvervoer personen» is met name het directe gevolg van de in 2003 ingestelde SA-maatregel (korting budget voor luchttransport), welke niet in de planning was meegenomen. In de cijfers is niet opgenomen het luchtvervoer van personen in het kader van vredesoperaties. Dit vervoer is in 2003 aanzienlijk (± 14 000 vlieguren) toegenomen.

De onderrealisatie van goederenvervoer per spoor is met name een gevolg van het niet doorgaan van diverse oefeningen / activiteiten. Dit betreft bij de Koninklijke landmacht de oefening «Guzaltmark». Van de vijf geplande treinen naar Polen zijn er uiteindelijk twee (kleinere) gerealiseerd. Daarnaast zijn er bij de schietseries minder wagons ingezet.

De lagere realisatie voor het goederenvervoer over zee is deels te wijten aan het feit dat de Koninklijke marine (mariniers)oefeningen heeft afgezegd in verband met een uitzending naar Irak. Daarnaast heeft de Koninklijke luchtmacht de oefening «ROVING SANDS» niet door laten gaan. De hoge productie in 2002 is met name veroorzaakt door Winterdeployment/Noorwegen.

Prestatiegegevens DVVORealisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Producten en dienstenEigen capaciteit (in %)Virtuele capaciteit (in %)Inhuur capaciteit (in %)Eigen capaciteit (in %)Virtuele capaciteit (in %)Inhuur capaciteit (in %)Eigen capaciteit (in %)Virtuele capaciteit (in %)Inhuur capaciteit (in %)
Wegvervoer goederen814156672715– 3– 12
Wegvervoer personen3007037063– 707
Luchtvervoer goederen0991075250– 6666
Luchtvervoer personen0604006040000
Spoorvervoer goederen8401660040240– 24
Zeevervoer goederen0010000100000
Zeevervoer personen00050050– 500– 50
Totale uitgaven x € 1 00032 905 14 43432 891 27 29414 – 12 860
Totale ontvangsten x € 1 0002 320  683 01 637 0
Netto uitgaven x € 1 00030 585 14 43432 208 27 294– 1 623 – 12 860
 waarvan ten laste van:Waarvan ten laste van:Waarvan ten laste van:
  KM4 130 KM4 031 KM99
  KL5 243 KL15 335 KL– 10 092
  KLU3 203 KLU5 253 KLU– 2 050
  KMAR231 KMAR310 KMAR– 79
  Dico (*)1 508 Dico (*)2 106 Dico (*)– 598
  Co119 Co259 Co– 140
  Controle totaal:14 434 Controle totaal:27 294 Controle totaal:– 12 860

* inclusief agentschappen

Gebleken is dat de gehanteerde methode van trekkingsrechten onvoldoende incentives biedt om tot de beoogde vraagregulering te komen. Om die reden is met ingang van 2003 een pilot gestart, waarbij de budgetten weer teruggelegd werden bij de klant / aanvrager, zodat deze direct de financiële gevolgen van zijn aanvraag merkt. DVVO bleef wel de makelaar van de inhuur, zodat de schaalvoordelen van het afnemen van grotere hoeveelheden producten (bijvoorbeeld via raam-contracten) gehandhaafd blijven.

De per saldo lagere programmauitgaven zijn met name het gevolg van de invoering van de hiervoor genoemde pilot. Begin 2003 is het hiervoor bij DVVO geraamde budget overgeheveld naar de defensieonderdelen ten behoeve van de productie welke via de «Interne variant methode» worden verrekend. De realisatie voor deze producten is € 10,3 miljoen. Deze lagere uitgaaf is mede veroorzaakt door de doelstelling van de pilot: vraagdemping.

Doelmatigheidsindicatoren verkeers- en vervoersdienstenRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Bezettingsgraad eigen chauffeurs93%78%90%– 12%
Bezettingsgraad eigen voertuigen61%53%75%– 22%
Inzetgraad eigen voertuigen74%71%75%– 4%
Beladingsgraad eigen voertuigen45%0%50%– 50%

Keuring en selectie

Het Instituut Keuring en Selectie Defensie (IKS) is een professioneel facilitair keuringsinstituut. Het ondersteunt de defensieonderdelen door het tijdig aanleveren van overeengekomen keuringsprofielen. Daarnaast levert het ondersteunende diensten aan de personeelsvoorzieningsdiensten.

Prestatiegegevens IKSMeeteenheidAfnemerRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Initiële keuringenAantalKM3 5922 4322 704– 272
 AantalKL11 3495 7158 942– 3 227
 AantalKLU1 6003671 890– 1 523
 AantalKMAR2 2271 0031 464– 461
       
Bijzondere keuringenAantalKM1 0838722 146– 1 274
 AantalKL3991 094696398
 AantalKLU0110588– 478
 AantalKMAR20478370713
       
Scholings- en beroepskeuzeAantalKM3035601 765– 1 205
adviesAantalKL397362735– 373
 AantalKLU1521590159
 AantalKMAR732200220

De realisatiecijfers voor initiële selecties wijken af vanwege het drastisch gedaalde aanbod aan kandidaten van de krijgsmachtdelen in verband met de te verwachten reducties en reorganisaties. De stijging van bijzondere keuringen ten opzichte van 2002 is te verklaren uit de terugloop van initiële selecties en de meervraag van de krijgsmachtdelen naar de bijzondere keuringen.

Doelmatigheidsindicatoren Keuringen en selectieEenheidRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Kostprijs initiële selectiex € 1,005631 019738281
Kostprijs bijzondere selectiex € 1,00783425236189
Kostprijs SBKAx € 1,001 4269340
Doorlooptijd selectieIn aantal weken2 – 42 – 42 

Het scherper maken van het vraag- en aanbodsysteem tussen IKS en haar klanten heeft zich primair gericht op de initiële selecties en daarna pas op de bijzondere selecties en SBKA (School Beroepkeuze advies).

Kostprijs initiële selectie

Als de cijfers worden vergeleken met die van het vorige uitvoeringsjaar, kan worden geconcludeerd dat de kostprijs voor een initiële selectie bijna verdubbeld is, hetgeen synchroon loopt met de bijna halvering van de realisatie van het aantal kandidaten als gevolg van het teruggelopen aanbod van kandidaten vanuit de krijgsmachtdelen. Overigens laat het totale uitgavenpatroon voor initiële selecties (naast alleen de programma-uitgaven) nog wel steeds een dalend patroon zien, hetgeen een positief signaal is voor de efficiency van het IKS-bedrijf. De krijgsmachtdelen hebben hun vraag gedurende het jaar naar beneden bijgesteld. Ook deze bijgestelde vraag is echter slechts voor ongeveer 70% gevuld door de krijgsmachtdelen met daadwerkelijke kandidaten. Dit laatste verklaart de helft van de toename van de kostprijs.

Kostprijs bijzondere selectie en SBKA

De kostprijzen voor de bijzondere selecties en de SBKA's laten een omgekeerd patroon zien. Als gevolg van een achterblijvende productie én een gedaald uitgavenpatroon is de kostprijs voor deze producten toch gestegen.

Doorlooptijd selectie

Hoewel zou worden verwacht dat de doorlooptijd zou zijn afgenomen vanwege het feit dat er minder kandidaten zijn en er voldoende capaciteit beschikbaar was bij IKS, is het tegendeel waar. Dit heeft te maken met het feit dat de krijgsmachtdelen veelal zijn afgeweken van het «Selecting-out» principe. Hierdoor werden de kandidaten na een selectie bij Psychlogisch onderzoek (PO) door de krijgsmachtdelen vaak aangehouden voordat ze naar een keuring bij Geneeskundig onderzoek (GO) werden gestuurd. Dit werd gedaan om te bekijken wie het «meest» geschikt was; ofwel het «Selecting-in principe». Daardoor werd de doorlooptijd door externe factoren (wens van de klant) beïnvloed en was het niet langer een eigen procesindicator van IKS.

De per saldo lagere uitgaven hebben met name betrekking op het programmadeel. Het programmabudget is opgebouwd uit een deel voor Selectie-uitgaven en een deel voor uitgaven op gebied van Werving Burgerpersoneel. Bij de Selectie-uitgaven is fors minder gerealiseerd als gevolg van het minder uitbetalen van reiskosten aan kandidaten. Bij de uitgaven voor werving van Burgerpersoneel is extreem minder gerealiseerd. Dit hing samen met de vacaturestop bij Defensie.

Geneeskundige verzorging

De geneeskundige verzorging vindt plaats door het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB). Op het gebied van de geneeskundige verzorging kan onderscheid worden gemaakt tussen hospitaaldiensten, revalidatie, geneeskundige opleidingen, het leveren van geneeskundig materieel en beleidsondersteuning.

Prestatiegegevens MGFBMeeteenheidRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Centraal Militair Hospitaal (CMH)     
BedcapaciteitAantal4545450
Bedcapaciteit calamiteitenhospitaal (max.)Aantal300(*)300
Eerste consulten polikliniekAantal15 44515 41215 167245
VerplegingDagen9 0018 2358 264– 29
Verrichtingen polikliniekAantal15 56015 08714 742345
Verrichtingen OKAantal3 4613 6693 093576
Functie-onderzoekenAantal16 90314 61014 739– 129
      
Militair Revalidatie Centrum (MRC)     
BedcapaciteitAantal8080800
RevalidatieBehandeluren45 30546 91043 0003 910
VerplegingDagen24 26126 35224 5001 852
      
Opleidingscentrum Militair Geneeskundige Diensten (OCMGD)     
Algemeen militair arts (AMA)Aantal geslaagde cursisten184184334– 150
Algemeen militair verpleegkundige (AMV)Aantal geslaagde cursisten198129528– 399
Management en specialistenAantal geslaagde cursisten00253– 253
Militairen met geneeskundige neventakenAantal geslaagde cursisten01 273– 1 273
Geneeskundig hulppersoneelAantal geslaagde cursisten02 835– 2 835
Militaire geneeskundige opleidingen (MILGO)Aantal geslaagde cursisten1 2571 05501 055
      
Militair Geneeskundig Logistiek Centrum (MGLC)     
Orderregels bevoorradingAantal61 29766 08370 000– 3 917
Receptregels apotheekAantal55 03154 18355 000– 817
Assemblages optiekAantal8 5426 95010 500– 3 550
      
Militaire Bloedbank (MBB)     
Aanmaak diepvriesbloedZakken078500– 422
BloedverstrekkingenAantal650978750228

Toelichting op de verschillen

CMH: Bedcapaciteit calamiteitenhospitaal (*)

Analyse heeft uitgewezen dat er onvoldoende personeel beschikbaar is om de opschaling naar 300 bedden te garanderen. Eén en ander is, met oplossingsrichtingen, aan de Minister en Staatssecretaris van Defensie aangeboden. Bij gebruik van het Rampenopvangplan CMH/UMCU is het Calamiteitenhospitaal wel in staat geweest om onder de vastgestelde voorwaarden binnen twee uur 100 patiënten op te nemen. Bij opvang van patiënten uit het buitenland onder zogenoemde MRSA-omstandigheden (waarbij een door VWS vastgesteld quarantaineprotocol dient te worden gevolgd) is de capaciteit van 20 patiënten gedurende twee dagen eveneens gegarandeerd.

CMH: Verpleegdagen

De realisatie van het aantal verpleegdagen ten opzichte van het begrote aantal is beperkt gebleven. Ook is een daling te onderkennen wanneer de realisatie van 2003 wordt vergeleken met die van 2002. In plaats van de contractueel voor het Universitair Medisch Centrum (UMC) Utrecht beschikbare 10 traumatologiebedden op het CMH heeft het UMC slechts drie bedden op basis van overflow kunnen vullen. Dit is niet op structurele basis gebeurd. Daarnaast zijn door de introductie van de Pre-operatieve screeningspolikliniek (POS-poli) in 2003 de opnames van een groot deel van de klinische patiënten met minimaal één dag verkort. Dit kan voor sommige behandelingen/ patiënten betekenen dat klinische opname niet meer noodzakelijk is. Deze stromen dan door naar de dagverpleging (dagbehandelingen ≠ verpleegdagen).

De afdeling psychiatrie heeft door ziekte, personele problemen gekend waardoor het aantal opnames is gedaald. Dit heeft niet geleid tot wachtlijstvorming of een andere bedreiging van de promptheid van zorg omdat het een patiëntencategorie raakte (veteranen) die elders in de tweede lijn ondergebracht kon worden. Daarnaast heeft men het behandelbeleid gewijzigd waardoor minder opnames noodzakelijk waren. Dit was niet voorzien in de begroting die voor 2003 is gemaakt.

CMH: Functie-onderzoeken

Het aantal functieonderzoeken is ten opzichte van 2002 aanzienlijk gedaald. Oorzaak hiervoor is te vinden in het aanzienlijk geslonken aanbod ten behoeve van keuringen.

MGLC: Assemblages optiek

Met name door de personele reducties (stop op BBT-instroom) komen vanuit IKS veel minder opdrachten in de vorm van brilvoorschriften binnen dan voor 2003 was voorzien.

OCMGD: Opleidingen

Zoals al in het jaarverslag 2002 is gemeld beschikt het Opleidingscentrum Militaire Geneeskundige Diensten (OCMGD) over drie vakgroepen in plaats van vijf opleidingsrichtingen. Om die reden is ook voor 2003 een vergelijk tussen realisatie en begroting niet één op één mogelijk.

Het verschil in aantal geslaagden bij de opleidingen AMA en AMV kan worden verklaard omdat in 2003 besloten is om bij het aantal geslaagden niet meer alle certificaten mee te nemen, maar alleen de daadwerkelijk geslaagden voor de volledige opleiding.

De militair geneeskundige opleiding (MILGO) is ontstaan uit drie opleidingsrichtingen waardoor er geen relatie bestaat tussen de indertijd begrote opleidingen (3) en de huidige MILGO opleiding.

Het aantal afgestudeerden in 2003 komt nagenoeg overeen met het geplande aantal afgestudeerden voor 2003, als naar de interne planning gekeken wordt.

MBB: Aanmaak diepvriesbloed (rode bloedcellen)

De produktie van diepgevroren bloedcellen voor gebruik met de nieuwe celwasapparatuur is in 2003 later van start gegaan dan gepland als gevolg van de wettelijke regelgeving met betrekking tot leukodepletie van bloedprodukten. Voorts had het MBB te maken met gebrek aan personeel ten gevolge van vacatures en uitzendingen.

MBB: Bloedverstrekkingen

Het MBB heeft bij de jaarproductieplanning rekening gehouden met herbevoorrading van één perifere bloedbank. In 2003 is de MBB echter gestart met twee extra herbevoorradingen in verband met extra inzet Defensie.

Doelmatigheidsindicatoren Geneeskundige verzorgingRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Kostprijs per cursist OCMGD (x € 1,00)6 5806 5256 353172

De per saldo hogere uitgaven van het MGFB zijn enerzijds het gevolg van een onderrealisatie voor militair personeel als gevolg van ongeveer 75 vacatures en anderzijds een overschrijding op de materiële uitgaven als gevolg van hogere uitgaven voor vervangend geneeskundig materieel en geneeskundige zaken voor CMH. Deze meeruitgaven zijn gecompenseerd door meerontvangsten.

Managementopleidingen

De ondersteuning op het gebied van de managementopleidingen wordt verzorgd door het Instituut Defensie Leergangen (IDL). Het IDL is het geïntegreerde opleidingscentrum voor loopbaanopleidingen en militaire aspectcursussen ten behoeve van Defensiemanagers en staffunctionarissen op midden-, hoger- en topniveau. Tevens worden internationale opleidingen voor officieren uit Midden- en Oost-Europa verzorgd.

Prestatiegegevens IDLMeeteenheidRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Koninklijke marineAantal geslaagde leerlingen1381311283
Koninklijke landmachtAantal geslaagde leerlingen10885208– 123
Koninklijke luchtmachtAantal geslaagde leerlingen112114125– 11
Leergang Topmanagement Defensie (LTD)Aantal geslaagde leerlingen1022202
International Stafofficers Course (ISOOC)Aantal geslaagde leerlingen816780– 13
NATO Defence Orientation Course (NDOC) en NATO Orientation Course (NOC)Aantal geslaagde leerlingen637285– 13
Overige interservice opleidingenAantal geslaagde leerlingen306170– 9
Totaal 542552716– 164

Het aanbod van cursisten is door het IDL niet te beïnvloeden. Het defensieonderdeel bepaalt het instromend aantal cursisten, waarbij verschillende factoren van invloed zijn, zoals eigen prioriteitsstelling, uitzending en vullingsgraad.

De toelevering van leerlingen door de Defensieonderdelen bleef achter bij de begrote aantallen. Uitschieters treden op bij de middenmanagement opleidingen van de Koninklijke marine (-12) en van de Koninklijke landmacht (-22). Verder bij de cursus «Schriftelijk Structureren Koninklijke marine» (-50). De cursus «Basis Management Vaardigheden Koninklijke marine» met 12 deelnemers heeft in 2003 geen doorgang gevonden. De internationale cursussen hadden in 2003 een lagere bezetting door afzeggingen van diverse landen.

Doelmatigheidsindicatoren managementopleidingenRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Kostprijs per cursist (x € 1,00)21 60020 20018 2002 000

Als gevolg van een lager aantal aanbod, in vergelijking met de planning, van leerlingen is de kostprijs hoger dan begroot.

Defensie ICT-uitvoeringsorganisatie

De (DICTU) is per 1 juli 2003 binnen Dico ondergebracht als een resultaat verantwoordelijke eenheid. De doelstelling van de Defensie ICT-uitvoeringsorganisatie DICTU is door middel van concentratie van IV-deskundigheid alle uitvoerende processen voor realisatie en instandhouding (verwerving, contracten-/relatiebeheer, functioneel beheer en projectenrealisatie) van (tenminste) de defensiebrede informatievoorziening te regisseren, te begeleiden en te realiseren. Met een op zijn taak toegesneden DICTU is Defensie in staat om met leveranciers op IV-gebied, intern en extern Defensie, als professionele klant op de ICT-markt om te gaan.

Overige Interservice Diensten

Onder het ressort Overige Interservice Diensten (OID) vallen de volgende DICO-bedrijven:

• Defensie Materieel Codificatiecentrum (DMC)

• Defensie Archieven-, Registratie- en Informatiecentrum (DARIC)

• Dienst Personeels- en Salarisadministratie (PSA)

• Centrale Beheerorganisatie Militair Salarissysteem (CBMS)

• Maatschappelijke Dienst Defensie (MDD)

• Diensten Geestelijke Verzorging (DGV)

• Bureau Internationale Militaire Sport (BIMS)

• Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum (KTOMM) Bronbeek

• Eenheid Claims

Materieelcodificatie

De materieelcodificatie wordt uitgevoerd door het Defensie Materieel Codificatiecentrum (DMC). De aanvragen zijn afkomstig van buitenlandse Nationale Codificatie Bureaus voor het codificeren van in Nederland geproduceerde, nieuwe artikelen. Het aantal artikelen in onderhoud betreft de NATO-stocknumbers (NSN's) voor in Nederland geproduceerde artikelen waarvoor in het verleden een aanvraag is ingediend. Het DMC stelt codificatie-informatie beschikbaar aan rechthebbenden en beheert tevens het Defensie Materieel Codificatie Informatiesysteem (DEMCIS).

Prestatiegegevens DMCRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Codificatie-aanvragen1 8481 7642 000– 236
Artikelen in onderhoud47 02447 89446 0001 894

Archivering

De ondersteuning op het gebied van archieven wordt verzorgd door de Dienst Archieven-, Registratie- en Informatiecentrum (DARIC). De DARIC verzorgt de centrale documentaire informatievoorziening en voert de algemene secretarie van het ministerie. De archiveringstaak omvat het in goede staat houden en bewaren van aan DARIC toevertrouwde informatiebronnen, alsmede overbrenging van archieven naar rijksarchiefbewaarplaatsen. DARIC verstrekt telefonische en schriftelijke informatie over het gearchiveerde.

Prestatiegegevens DARICRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Aantal strekkende meters in beheer38 03139 17938 600579

Personeels- en salarisadministratie

De personeels- en salarisadministratie wordt verzorgd door de Dienst Personeels- en Salarisadministratie (PSA). De dienst PSA verzorgt de salarisbetalingen aan het burgerpersoneel van Defensie en voorziet in personeels- en financiële informatie.

Prestatiegegevens PSARealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Salarissen    
Incidentele/permanente mutaties165 983156 109169 000– 12 891
Collectieve mutaties185 34122 94150 000– 27 059
     
Loon-/premiespaarregelingen    
Aantal mutaties5 74715 4085 8009 608
     
Reisdeclaraties    
Declaraties (binnen- en buitenland)44 01740 20543 000– 2 795
Reizen (binnen- en buitenland)158 400149 863160 000– 10 137

De terugloop van de aantallen verwerkte salarismutaties en reisdeclaraties is het gevolg van de ingezette bezuinigingen bij Defensie. Met name de personele reducties en bezuinigingen op personele kosten zijn er de oorzaak van dat in 2003 beduidend minder mutaties en declaraties aan PSA ter verwerking werden aangeboden.

Als gevolg van, door middel van de CAO, gemaakte afspraken aangaande het bevriezen van de salarissen, zijn aanzienlijk minder collectieve mutaties nodig geweest.

Ten aanzien van de aantallen uitgevoerde collectieve mutaties maakt het voor de werkdruk nauwelijks iets uit of een collectieve mutatie moet worden gemaakt voor bijvoorbeeld duizend of tienduizend personen.

De ruime overschrijding van de aantallen begrote mutaties loon- en premiespaarregelingen is het gevolg van de medio juli 2003 gewijzigde toekenning van de premie in het kader van de premiespaarregeling. De premie over in 1999, 2000 en 2001 ingehouden spaargelden die op 31 december 2002 nog vaststonden konden per direct aangevraagd worden.

Militair Salaris

De Centrale Beheerorganisatie Militair Salarissysteem (CBMS) beheert het Nieuw Salarissysteem Krijgsmacht (NSK) en stelt de betaaltape ter beschikking van DGFC voor de betaling van salarissen, toelagen en vergoedingen aan het militair personeel van Defensie c.q. hun verwanten. CBMS is tevens inhoudingsplichtige.

Bedrijfsmaatschappelijke dienstverlening

De bedrijfsmaatschappelijke dienstverlening wordt verzorgd door de Maatschappelijke Dienst Defensie (MDD). De MDD richt zich primair op de ondersteuning bij de operationele inzet, levert diensten in het kader van het reguliere bedrijfsmaatschappelijk werk en verleent speciale ondersteuning bij reorganisaties. De MDD neemt de hulp- en dienstverlening aan burger- en militair personeel, aan het thuisfront, aan de organisatie en aan (aspirant)veteranen voor zijn rekening. Speerpunten vormen daarbij de zorg rond uitzendingen, de berichtgeving aan relaties en 24-uurs bereikbaarheid. Het bedrijfsmaatschappelijk werk vergroot het welbevinden van deze groepen binnen de Defensie organisatie. De MDD draagt op die manier bij aan de motivatie en inzetbaarheid van het personeel.

Geestelijke verzorging

De geestelijke verzorging in de krijgsmacht wordt verzorgd door vier interservice diensten geestelijke verzorging: de rooms-katholieke, de protestantse, de joodse en de humanistische. Als aanvulling hierop is in het eerste trimester van 2003 een dienst hindoe geestelijke verzorging opgericht. Deze diensten zijn organisatorisch ondergebracht in de Diensten Geestelijke Verzorging (DGV). De DGV verlenen geestelijke verzorging aan militairen en waar nodig ook aan de gezinsleden van militairen volgens de richtlijnen van de zendende instanties. De DGV zijn voortdurend beschikbaar om, mede in het kader van het streven van Defensie naar hoogwaardige personeelszorg, vanuit de verschillende godsdienstige en levensbeschouwelijke achtergronden, begeleiding en zorg te bieden inzake levensbeschouwelijke of ethische vragen en bij (geestelijke) nood.

Internationale Militaire Sport

Ondersteuning op het gebied van internationale militaire sport wordt verzorgd door het Bureau Internationale Militaire Sport (BIMS). Het BIMS zorgt voor de organisatie van internationale militaire sporttoernooien in Nederland en uitzending van militaire équipes. Tevens coördineert het BIMS de militaire sport op nationaal niveau (organisatie van Nederlandse militaire kampioenschappen). Daarnaast stimuleert het BIMS sportbeoefening en (individuele) begeleiding van topsporters binnen de defensieorganisatie.

Prestatiegegevens BIMSMeeteenheidRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Internationale sporttoernooien in NederlandAantal deelnames847– 3
Internationale sporttoernooien in het buitenlandAantal deelnames403940– 1
WereldkampioenschappenAantal deelnames131316– 3

Verzorging oud-militairen en museum

Het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum (KTOMM) Bronbeek dient als verzorgingstehuis voor oud-militairen van alle krijgsmachtdelen, beneden de rang van officier. Het houdt een koloniaal museum in stand, dat in 1996 door de Traditiecommissie Krijgsmacht officieel als krijgsmachtdeelmuseum is aangemerkt. Daarnaast ondersteunt KTOMM op een actieve wijze het veteranenbeleid van de minister en dient het als plaats voor het houden van herdenkingen en reünies.

Prestatiegegevens KTOMMMeeteenheidRealisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
VerzorgingscapaciteitAantal oud-militairen434650– 4
MuseumbezoekenAantal bezoekers17 17019 36721 000– 1 633

Eenheid Claims

Het beheren van de schadeclaims wordt verzorgd door de Eenheid Claims. Deze organisatie is met ingang van 1 januari 2003 van de Directie Juridische Zaken overgeheveld naar het Dico en is als zelfstandige resultaat verantwoordelijke eenheid opgenomen.

De taken van Eenheid Claims zijn:

• behandeling van schadeclaims van derden op Defensie op civielrechtelijk gebied, namens de defensieonderdelen, Dico en de Centrale organisatie. Het betreft materiële schade en letsel- en overlijdensschade, oefenschade en NATO- en PfP-schade (Partnership for Peace);

• verhaal schade op grond van de Verhaalswet Ongevallen Ambtenaren (VOA);

• het maken van schadebeleid voor Defensie;

• advisering ten aanzien van schadepreventie en overige vragen op het gebied van schade.

Algemeen

Onder deze categorie zijn de niet verder toe te delen activiteiten opgenomen, zoals de uitgaven van de staf van het Dico en enkele Dico-brede projecten. De staf van het Dico ondersteunt de Commandant Dico bij de aansturing van de onder het Dico ressorterende eenheden. In de staf is tevens een ondersteuningsgroep opgenomen die mede zorg draagt voor de ondersteuning van enkele Dico-eenheden op het gebied van financiën, personeel en organisatie. Het betreft in dit geval eenheden van het Dico die niet zelf in staat zijn deze taken doelmatig uit te voeren.

Investeringen

Het per saldo op investeringen ontstane tekort is met name ontstaan door enerzijds de uitgaven voor diverse projecten die binnen de defensiebrede IV zijn opgenomen gedurende 2003 (+ € 16,997 miljoen) en anderzijds de meeruitgaven op groot materieel (+ € 2,132 miljoen) en op diverse (kleinere) infra-projecten (+ € 5,601 miljoen), onder andere vanwege van DGW&T overgenomen panden.

Defensiebrede centrale IV-investeringen

In 2003 zijn de eerste stappen gezet naar een defensiebrede geïntegreerde basisvoorziening.

In 2003 zijn de volgende projecten gedeeltelijk gerealiseerd:

Projectnaam(bedragen x € 1000)ProjectomvangRealisatie 2003
Verplichtingen 22 621
Uitgaven  
Projecten > € 5 miljoen  
MULAN31 7935 710
Generiek Koppelvlak Defensie8 9176 519
Voorbereiding regie ERP implementaties15 437698
Projecten < € 5 miljoen 4 070
Totaal 16 997

Niet-beleidsartikel 70 Geheime uitgaven

Grondslag van het artikel

Overeenkomstig artikel 6 van de Comptabiliteitswet 2001 en de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften, is dit artikel bij het ministerie van Defensie aangewezen als het artikel waarop de geheime uitgaven worden verantwoord.

Budgettaire gevolgen

Onderstaande tabel bevat de raming en realisatie van de financiële middelen.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Uitgaven en verplichtingen       
Geheime uitgaven4674999089102 0179181 099
Totaal uitgaven4674999089102 0179181 099

De hogere realisatie van verplichtingen en uitgaven betreft een intensivering en uitbreiding van taken voortvloeiend uit de invoering van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV).

De geheime uitgaven, die worden verantwoord door de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), worden gecontroleerd door de President van de Algemene Rekenkamer en een daartoe aangewezen accountant van de departementale accountantsdienst. Het beleid is erop gericht de onder dit artikel verantwoorde uitgaven tot het strikt noodzakelijke te beperken.

Niet-beleidsartikel 80 Nominaal en onvoorzien

Grondslag van het artikel

In dit artikel worden primair de door het ministerie van Financiën toegekende bedragen voor zowel de loonbijstelling en de incidentele looncomponent als voor de prijsbijstelling, als nieuwe mutaties ondergebracht. Vervolgens worden deze bedragen over de (niet-) beleidsartikelen verdeeld.

Loonbijstelling

Via dit artikelonderdeel worden de ontvangen bedragen voor de loonbijstelling over de artikelen verdeeld.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Uitgaven en verplichtingen       
Loonbijstelling     58 376– 58 376
Totaal uitgaven/verplichtingen     58 376– 58 376

De ontvangen loonbijstelling is als volgt over de (niet-)beleidsartikelen verdeeld:

Bedragen x € 1 000
(Niet-) BeleidsartikelOmschrijvingBedrag
01Koninklijke marine24 259
02Koninklijke landmacht40 202
03Koninklijke luchtmacht17 748
04Koninklijke marechaussee7 766
10Civiele taken538
11Internationale samenwerking718
60Defensie Interservice Commando4 110
90Algemeen51 994
 Totaal147 335

Bovenvermelde verdeling over de defensieonderdelen van de uitdeling van de loonbijstelling betreft een aanzienlijk deel van de bij Voorjaarsnota 2003 toegekende en aan de begroting 2003 toegevoegde loonbijstelling 2003. Het daarna resterende bedrag wordt middels financieel management voor het arbeidsvoorwaardenbudget van 2004 aangewend.

Prijsbijstelling

Via dit artikelonderdeel worden de ontvangen bedragen voor de prijsbijstelling over de artikelen verdeeld.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Uitgaven en verplichtingen       
Prijsbijstelling     7 448– 7 448
Totaal uitgaven/verplichtingen     7 448– 7 448

De verdeling over de (niet-)beleidsartikelen van de prijsbijstelling 2003 is als volgt:

Bedragen x € 1 000
(Niet-) BeleidsartikelOmschrijvingBedrag
01Koninklijke marine19 457
02Koninklijke landmacht29 004
03Koninklijke luchtmacht21 536
04Koninklijke marechaussee3 046
10Civiele taken473
11Internationale samenwerking1 786
60Defensie Interservice Commando3 308
70Geheime uitgaven24
90Algemeen4 399
 Totaal83 033

Bij de eerste suppletore begroting 2003 is de op dat moment nog te ontvangen prijsbijstelling 2003 aan de defensieonderdelen uitgekeerd. Hiermee werd voorkomen dat de bedrijfsvoering in gevaar kwam. Uiteindelijk is slechts 40% van de prijsbijstelling aan de departementen toegekend. De hierdoor ontstane problematiek is grotendeels opgelost door een herschikking tussen de defensieonderdelen in samenhang met het opstellen van de ontwerpbegroting 2004. De mutaties voor 2003 zijn verwerkt in de tweede suppletore begroting.

Niet-beleidsartikel 90 Algemeen

Grondslag van het artikel

Op dit niet-beleidsartikel worden de uitgaven van het Kerndepartement en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst verantwoord, alsmede een aantal departementsbrede uitgaven die niet éénduidig zijn toe te rekenen aan een of meerdere beleidsartikelen.

De doelstellingen van het Kerndepartement betreffen:

– ondersteuning van de bewindslieden in hun contacten met het parlement, hun rol als lid van het Kabinet en bij het onderhouden van interdepartementale en internationale relaties;

– integrale sturing van de krijgsmachtdelen en het Dico op hoofdlijnen namens de minister;

– controle op de uitvoering van het beleid door de krijgsmachtdelen en het Dico.

Het Kerndepartement ontwikkelt richtlijnen voor het beleid, zodat de krijgsmachtdelen en Dico in personeel en materieel opzicht voldoen aan criteria om de operationele doelstellingen te bereiken.

Budgettaire gevolgen niet-beleidsartikel 90 Algemeen

 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Verplichtingen1 096 4791 099 9521 194 3211 436 7811 108 8491 354 124– 245 275
Apparaatsuitgaven       
Kerndepartement (incl. wachtgelden)104 884127 082129 119107 296100 238101 646– 1 408
Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst43 31044 20047 29852 43750 37250 685– 313
Totaal apparaatsuitgaven148 194171 282176 417159 733150 610152 331– 1 721
Programmauitgaven       
Investeringen   22 57629 12221 8847 238
Departementsbrede uitgaven       
– Milieu-uitgaven18 73815 6355 5533 2506 2725 629643
– Pensioenen en uitkeringen821 101816 062860 894939 399948 748979 150– 30 402
– Wetenschappelijk onderzoek60 29561 59464 25866 51260 96960 90267
– Ziektekostenvoorziening27 19027 97128 26329 46729 96724 8525 115
– Subsidies en bijdragen17 31013 33722 85821 42413 00612 374632
– Overige departementsbrede uitgaven140 932156 054189 553186 12336 492103 163– 66 671
Totaal programmauitgaven1 085 5661 090 6531 171 3791 268 7511 124 5761 207 954– 83 378
Totaal uitgaven1 233 7601 261 9351 347 7961 428 4841 275 1861 360 285– 85 099
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten11 091148 7278 9948 8937 1109 283– 2 173

Toelichting verschillen

Bij de toelichting van de verschillen is gestreefd naar een opbouw waarbij per onderdeel vanuit de doelstellingen teruggekeken wordt, en waar mogelijk, wordt aangegeven in hoeverre de doelen zijn bereikt. Ook als het doel anders bereikt is dan beoogd was, is dit toegelicht.

Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) ondersteunt de departementsleiding en de krijgsmacht bij het realiseren van de hoofddoelstellingen van het Kerndepartement door het leveren van kwalitatief hoogwaardige inlichtingen- en veiligheidsinformatie. De MIVD opereert binnen de kaders van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2002 en de Wet Veiligheidsonderzoeken. Hieronder wordt de realisatie in 2003 nader toelicht.

De MIVD heeft deze doelstelling vertaald in een aantal subdoelen:

• Het voldoen aan de informatiebehoefte van de departementsleiding en de krijgsmachtdelen over inlichtingen- en veiligheidsaangelegenheden.

Op basis van de vastgestelde Inlichtingen- en Veiligheidsbehoefte Defensie 2003 (IVD2003) en ad hoc verzoeken van de defensiestaf en de krijgsmachtdelen heeft de MIVD het afgelopen jaar aandacht geschonken aan diverse regio's en thematische aandachtsgebieden.

Met name de activiteiten gericht op Irak (SFIR), Afghanistan (ISAF), Bosnië-Herzegovina (SFOR), Kirgizië (EPAF) en de Perzische Golf (OEF), hebben centraal gestaan in het productieproces van de MIVD in 2003.

• In 2003 is zowel voldaan aan de in de IVD 2003 vastgestelde behoefte aan producten en diensten, alsmede aan de gedurende 2003 ontstane behoeften in het kader van terrorismebestrijding en vredesoperaties. Er is sprake geweest van intensivering van de samenwerking met buitenlandse diensten als gevolg van toegenomen vraag om steun bij bondgenootschappelijke inlichtingenoperaties.

In het conform de WIV uiterlijk 1 mei a.s. te publiceren openbare jaarverslag van de MIVD is een overzicht van de aandachtsgebieden waarop de MIVD zijn activiteiten heeft gericht opgenomen.

• Het uitvoeren van ongeveer 23 000 veiligheidsonderzoeken per jaar.

In 2003 zijn 31 988 veiligheidsonderzoeken in behandeling genomen en hiervan zijn 24 657 veiligheidsonderzoeken afgerond. In 2004 is als gevolg van de uitkomsten van een rapport van de Algemene Rekenkamer een groot aantal aanvragen voor hernieuwde veiligheidsonderzoeken te verwachten vanuit de verschillende defensieonderdelen.

• Invulling geven aan de substantiële extra informatiebehoefte in het kader van Terrorismebestrijding.

Een zelfstandige NSO (Nationale Sigint Organisatie), die vanuit de huidige afdeling Verbindingsinlichtingen van de MIVD zal worden opgericht, dient technische ondersteuning te leveren aan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de MIVD teneinde hen in staat te stellen de in de WIV toegekende bijzondere bevoegdheden met betrekking tot de interceptie van niet-kabelgebonden telecommunicatie zo efficiënt mogelijk uit te oefenen. Op 26 september 2003 is door de directeur van de MIVD en het plaatsvervangend hoofd AIVD een convenant ondertekend met betrekking tot de vorming van de NSO en de uitbreiding van de satellietontvangst- en signaalverwerkingscapaciteit.

De uitbreiding van de satellietinterceptiecapaciteit en de daaraan gerelateerde investeringen, exploitatie en bedrijfsmatige vervanging van bestaande middelen heeft vertraging opgelopen door onverwachte problemen met betrekking tot bestemmingsplannen bij de locatiekeuzes.

De uitbreiding van de analysecapaciteit met 24 vte'n, conform het Actieplan Terrorismebestrijding en Veiligheid, is zo goed als afgerond.

Het belang van adequate grondwaarnemingscapaciteit in het kader van terrorismebestrijding is door de Taakgroep Defensie en Terrorisme onderschreven. Er is gekozen voor een aanpak, waarbij, in de loop van 2004, het gebruik van reeds beschikbare (commerciële) satellietbeelden zal worden geïntensiveerd. Nederlandse deelname aan het project «Satellietprogramma Helios» is in het kader van bezuinigingen niet meer aan de orde.

• Inbedding, in de MIVD-organisatie, van de J2 werkzaamheden ten behoeve van de CDS.

De J2-functie is de inlichtingen- en veiligheidsfunctie van de CDS.

Per 1 oktober 2002 vervult de MIVD de J2-rol voor de CDS. Met deze extra taakstelling is de MIVD niet louter en alleen meer een strategische inlichtingen- en veiligheidsdienst, doch is er ook een operationele component bijgekomen. In de afgelopen periode is, vooruitlopend op een formele reorganisatie, een werkorganisatie ingericht om zo snel als mogelijk invulling te kunnen geven aan de J2-taak voor alle vredesoperaties. Hierdoor is er een verbeterde inbreng in het Operationeel Planning Proces (OPP) van het DCBC en een verbeterde aansturing van het OPP binnen de MIVD mogelijk geworden.

In dit jaar zijn er zogenoemde National Intelligence Cells en National Intelligence Points of Contact bij uitgezonden eenheden geformeerd.

• Investeringen ten aanzien van archiefvorming, -ontsluiting en -beheer.

In 2003 is het invoeren van éénduidige archiefvorming, -ontsluiting en -beheer voortgezet. Voor 2004 bestaat het voornemen om alle geregistreerde documenten tevens te digitaliseren. Het totale project loopt tot en met 2008.

Investeringen

De mutatie van € 7,2 miljoen bij de investeringen heeft met name betrekking op eerder afgeronde werkzaamheden voor P&O2000+, € 1,8 miljoen, de in 2003 deels niet voorziene uitgaven betreffende het Deltaplan Documentaire Informatievoorziening en Archiefbeheer (€ 2,5 miljoen), de oprichting van het Defensie Operatiën Centrum (DOC, € 1,0 miljoen) en de uitgaven voor IV-investeringen die in eerste instantie geraamd waren bij de apparaatsuitgaven van het Kerndepartement.

Milieu-uitgaven

Een belangrijk aandachtspunt voor 2003 was de sanering van de Cannerberg. Het gehele Cannerberg-project is opgedeeld in 10 fasen. Fase 1 is weer opgesplitst in fase 1a en 1b. De belangrijkste reden voor deze opsplitsing is het innovatieve karakter van de gehele asbestsaneringsoperatie. In fase 1a zijn methoden/technieken beproefd op een deel van het gangenstelsel. Uit het leerproces van fase 1a is voldoende informatie gekomen om met redelijke zekerheid de sanering van het hele complex te voltooien. Met fase 1a zijn de ruimten boven de kantoren asbestvrij gemaakt. De inmiddels gestarte uitvoering van deel 1b omvat het asbestvrij maken van de kantoorruimten zelf.

Fase 1a is in 2003 technisch afgesloten. De resultaten zijn overeenkomstig de, in het saneringsplan gestelde, wettelijke eisen en de aanvullende eisen van de eigenaren.

Fase 1 blijft in totaal financieel gezien binnen de meerjarenraming voor de saneringskosten. Met de afronding van fase 1 is ongeveer 10% van de Cannerberg asbestvrij gemaakt.

Begin mei wordt het Milieujaarverslag 2003 onder verantwoordelijkheid van CROMD gepresenteerd.

Pensioenen en uitkeringen

Vooruitlopend op de verplichte ophoging van de ontslagleeftijden vanaf 2006 is sedert 2001 sprake geweest van een bevordering van het vrijwillig nadienen. De norm die daarvoor werd gehanteerd is dat 30% van de militairen gedurende gemiddeld drie jaar nadient. De hiermee samenhangende opbrengsten zijn in mindering gebracht op het budget van dit artikel. Jaarlijks wordt nacalculatorisch de realisatie bepaald en worden de effecten daarvan, afgezet tegen de norm, in financiële zin verrekend met de desbetreffende defensieonderdelen.

In 2003 heeft in dit kader verrekening plaatsgehad over de realisatie in 2001 en 2002. In het kader van de aankomende reductie van de krijgsmacht is medio 2003 besloten het nadienen te beëindigen.

Het kabinet heeft voorts het voornemen de instroom in VUT- en prepensioenregelingen te ontmoedigen door de bestaande fiscale faciliëring te beëindigen. In het kader van het Najaarsakkoord 2003 is met de sociale partners overeengekomen dat over dit dossier in april 2004 zal worden verder gesproken, waarbij ook de totstandkoming van een levensloopregeling wordt betrokken. In afwachting van deze nadere besluitvorming is op verzoek van de Centrales van Overheidspersoneel de implementatie van het militair prepensioen opgeschort.

De in 2003 geconstateerde afwijkingen op het gebied van de Pensioenen en uitkeringen kunnen als volgt worden onderverdeeld:

AfwijkingenUitgaven
Nominale bijdrage kapitaaldekking– 17 783
Nominale bijdrage kapitaaldekking prepensioen– 14 464
Verrekening met Do'n inzake onder andere nadienen17 211
Aanpassing niet relevante reeks pensioenen– 56 007
Loon- en prijsbijstelling44 204
Overige ramingsbijstellingen– 3 563
Totaal– 30 402

Toelichting op de afwijkingen

Nominale bijdrage kapitaaldekking

Het saldo van enerzijds een reeds in 2002 betaald voorschot op de in 2003 verschuldigde bijdrage van € 21,6 miljoen en anderzijds een in 2003 betaald voorschot op de in 2004 verschuldigde bijdrage van € 3,8 miljoen.

Nominale bijdrage kapitaaldekking prepensioen

De niet gerealiseerde nominale bijdrage kapitaaldekking prepensioen (€ 14,5 miljoen) in verband met de opschorting van de besluitvorming naar aanleiding van het Najaarsakkoord over de introductie van dit prepensioen.

Verrekening met Do'n inzake onder andere nadienen

De per saldo verrekening met de defensieonderdelen vanwege onder andere het afwijken van de 30%-norm voor het nadienen, zoals die is vastgelegd in de CAO 2000–2001 (€ 17,2 miljoen)

Aanpassing niet relevante reeks pensioenen

Het niet-gerealiseerde voorschot van de zijde van het ministerie van Financiën voor het militaire prepensioen (niet relevant; € 56,0 miljoen), in verband met de opschorting van de besluitvorming naar aanleiding van het Najaarsakkoord over de introductie van dit prepensioen;

Loon- en prijsbijstelling

Betreft de verkregen loon- en prijsbijstelling (€ 44,2 miljoen).

Wetenschappelijk Onderzoek en Ontwikkeling

In 2003 is conform de doelstelling kennis en kunde opgebouwd, zodat Defensie kan beschikken over een adequate kennis- en kunde-infrastructuur die haar kan ondersteunen (inzake beleidsontwikkeling, operationele inzet, materieel en personeelsvoorziening) teneinde op een gelijkwaardig technologisch niveau te kunnen opereren als de meest gerede bondgenoten.

Dit is gebeurd door middel van een scala van activiteiten, waarvan hierachter een toelichting volgt van de in het kader van het jaarverslag meest relevant geachte.

• In 2003 heeft conform het Defensie Kennisinvesteringsplan 2003 in de relevante militaire functiegebieden kennisopbouw en technologieontwikkeling plaatsgevonden middels de uitgavenposten basisonderzoek Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium (NLR), Doelfinanciering Toegepast Wetenschappelijk Onderzoek (TNO) en Onderzoek & Technologie.

• Basisonderzoek NLR

De bijdrage van Defensie aan het basisonderzoek NLR heeft het NLR in staat gesteld om binnen het eigen speurwerkprogramma verkennende en strategische kennisopbouw te doen.

• Doelfinanciering TNO en Onderzoek & Technologie

De in de begroting 2003 gebruikte indeling voor de WOO portfolio omvat de volgende militaire functiegebieden: (1) het ondersteunen van de omgevingsbeeldopbouw, (2) het ondersteunen van de commandovoering, (3) het ondersteunen van verplaatsingen, (4) het ondersteunen van wapeninzet, (5) het bieden van afdoende bescherming, (6) het ondersteunen van de instandhouding / vergroting militair vermogen en (7) het ondersteunen van de opbouw en het functioneren van de defensieorganisatie. Vanaf 2004 wordt een andere indeling («Essential Operational Capabilities») gehanteerd.

Hieronder is per militair functiegebied een beschrijving van de aan het functiegebied gerelateerde kennis en de in 2003 verrichte activiteiten aangegeven.

• Binnen het militair functiegebied Omgevingsbeeldopbouw wordt kennis opgebouwd op het gebied van sensoren, omgevings- en doelkarakteristieken en signaalverwerking en -interpretatie. Het betreft met name kennis ten aanzien van statische en dynamische informatie over het operatietoneel ten behoeve van de betrokken politieke en militaire instanties, alsmede het creëren van situational awareness bij de eigen eenheden in het operatietoneel.

– Onderzoek is verricht naar toekomstige sensorsystemen.

– Technologieontwikkeling is gedaan voor Radar (waaronder SAR), Elektro-optische en InfraRood sensoren.

• Binnen het militair functiegebied Commandovoering wordt kennis opgebouwd op het gebied van besluitvorming, handelen, informatietransport en -distributie in de commandoketen.

– Onderzoek is verricht naar toekomstige commandovoeringsconcepten en naar de wijze waarop het informatievoorzieningsproces kan worden geoptimaliseerd.

– Technologieontwikkeling is gedaan op het gebied van geavanceerde commandovoeringssystemen.

• Het militair functiegebied Verplaatsingen kent als hoofdaandachtspunten ontwerp en functionaliteit van platformen, alsmede de op die platformen aangebrachte (hulp)installaties.

– Onderzoek is verricht aan scheepsontwerp/constructies en er zijn technologische verkenningen uitgevoerd aan toekomstige varende, vliegende en rijdende wapensystemen.

– Methoden ten behoeve van de bepaling van operationele veroudering van wapensystemen zijn ontwikkeld.

– Technologieontwikkeling is gedaan op het gebied van de (akoestische, infra-rood en radar) signatuur van wapenplatformen teneinde in de toekomst goede signatuureisen te kunnen opstellen en aan signatuurmanagement ter bescherming van de eigen platformen te kunnen doen.

• Het militair functiegebied Wapeninzet richt zich op het op enigerlei wijze aangrijpen van doelen. Hierbij gaat het zowel om conventionele als niet conventionele middelen.

– Optimalisering van vuurleidingsconcepten en wapeninzet is bestudeerd.

– Technologische verkenningen zijn gedaan met betrekking tot toekomstige munitieartikelen en missiles.

• Binnen het militair functiegebied Bescherming wordt gewerkt aan verbeteringen op het gebied van elektromagnetische bescherming, biologisch chemische bescherming en bescherming tegen conventionele wapens.

– Onderzoek is gedaan naar passieve beschermingsmaatregelen tegen NBC strijdmiddelen.

– Binnen het technologieontwikkelingsproject «bio-aërosoldetectie», dat een onderdeel uitmaakt van de onderzoeksintensivering ten behoeve van terrorismebestrijding, is een aanvang gemaakt met de ontwikkeling van een detector leidend tot een snelle en betrouwbare alarmering voor biologische strijdmiddelen. Onderzoek is gedaan naar de veilige opslag van munitie onder andere bij Out of Area optreden.

• Binnen het militaire functiegebied Instandhouding / vergroting militair vermogen wordt kennis opgebouwd die gericht is op het langdurig kunnen blijven uitvoeren van de militaire taken op het operatietoneel. Het betreft dan met name kennis op het gebied van onderhouds- en bevoorradingsstrategieën, inrichting van logistieke ketens en toepassing van ICT teneinde de logistieke ondersteuning van eenheden te optimaliseren.

– Onderzoek is gedaan naar middelen die de inzetbaarheid van personeel positief kunnen beïnvloeden.

– Onderzoek is gedaan naar cost-drivers in het logistieke proces.

• Binnen het militaire functiegebied Opbouw en ondersteuning van de defensieorganisatie wordt kennis opgebouwd op het gebied van systeemkeuze en inzet, opleiding en training, personele inzet en welzijn. Het betreft met name kennis ten aanzien van behoeftestelling, verwervingondersteuning, beleids- en doctrineontwikkeling, trainingssimulatoren, leertechnieken, arbeidsomstandigheden en stress/trauma-effecten.

– Verkennende studies zijn gedaan naar technologieën die van invloed zijn op de defensieorganisatie en naar de toekomstige operationele concepten. Onderzoek is uitgevoerd naar prestatie- en welzijnsverlagende omstandigheden.

– Mede in het kader van het JSF project, is technologieontwikkeling gedaan aan embedded training systemen aan boord van jachtvliegtuigen.

In 2003 is door Defensie de eerste fase van de door de Staatssecretaris opgedragen Herijking Kennisvoorziening Defensie uitgevoerd. In deze herijking is de toekomstige kennisbehoefte in kaart gebracht, het WOO financieringsinstrumentarium onderzocht en een internationale benchmark (aangaande WOO behoefte en budget) uitgevoerd.

De WOO-begroting 2003 omvatte voor structurele kennisopbouw en technologieontwikkeling € 61 miljoen. Dit bedrag is gerealiseerd.

De grootste posten waren:

• Doelfinanciering TNO. Hieraan is conform de begroting € 48,7 miljoen uitgegeven;

• Onderzoek en Technologie. Hieraan is conform de begroting € 11,8 miljoen uitgegeven.

Subsidies en bijdragen

Als gevolg van de afspraken in het Strategisch Akkoord (Balkenende I) van 3 juli 2002 werd Defensie voor het jaar 2003 geconfronteerd met een taakstellende structurele reductie van € 0,3 miljoen op het subsidiedeel (dus geen bijdragen) van het Kerndepartement.

Voor vrijwel alle subsidies is in 2003 zodoende minder gerealiseerd dan begroot in de ontwerpbegroting. De grootste reductie vond plaats op de subsidie aan de Stichting Dienstverlening Veteranen/Stichting Veteraneninstituut. Hier is € 0,4 miljoen minder aan uitgegeven.

Contrair aan de reductieslag bij subsidies is het verloop van de bijdrage StOAG III. Omdat Defensie op verrekenbasis een bijdrage aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Weteschap geeft, is Defensie in deze «volgend». Wel zij opgemerkt dat de ADD in 2004 een audit zal uitvoeren naar de bekostigingssystematiek. De verrekening over 2003 is nog niet afgerond en kan leiden tot meeruitgaven in 2004.

Geconstateerd kan worden dat de subsidieontvangers voldoende budget hebben ontvangen om hun doelstellingen – zoals neergelegd in hun jaarplannen en begrotingen – te kunnen realiseren. Ondanks de reductieslag gaven de subsidieontvangers aan dat zij nog in voldoende mate in staat waren om hun doelstellingen te bereiken.

De hoogte van de verleende subsidies 2003 moet nog definitief worden vastgesteld, aan de hand van de in te dienen financiële jaarrapportages en accountantsverklaringen van de subsidieontvangers. Hierdoor kan het definitief vastgestelde subsidiebedrag 2003 uiteindelijk licht afwijken van de thans voorliggende realisatiecijfers 2003.

Ziektekostenvoorziening Defensiepersoneel (ZVD).

In 2003 is besloten dat deze regeling zal worden geëvalueerd in het kader van de door het kabinet aangekondigde nieuwe zorgverzekeringswet, waarvan de introductie is voorzien in 2006. De uitgaven aan de ZVD zijn € 5,1 miljoen hoger uitgevallen dan was begroot.

De belangrijkste oorzaak hiervoor is het feit dat een groter aantal werknemers dan verwacht gebruik heeft gemaakt van deze regeling; tevens is de stijging van het gemiddelde aanspraakbedrag als gevolg van de autonoom stijgende ziektekosten hoger uitgevallen.

Overige departementale uitgaven

De mutatie bij de overige departementale uitgaven hangt met name samen met het feit de op dit artikel gestalde P-gelden bestemd voor de bevordering van de arbeidsmarktpositie van Defensie, tot een bedrag van € 73,5 miljoen zijn overgeheveld naar de defensieonderdelen en daar verantwoord. Het voor dit doel resterende bedrag van € 21,4 miljoen zal nadat het beleid daartoe is uitgewerkt in de jaren 2004 en volgende worden besteed.

De betaling van € 21,9 miljoen van de met de belastingdienst overeengekomen lumpsum huisvesting en voeding defensiepersoneel is ten laste van dit artikelonderdeel verantwoord.

Verplichtingen

De verplichtingenmutatie van – € 245 miljoen is opgebouwd uit een drietal opvallende elementen. Ten eerste de hiervoor omschreven problematiek bij de overige departementale uitgaven. Een tweede belangrijke neerwaartse mutatie betreft het terugdraaien van ten onrechte voor de jaren 2004 t/m 2006 vastgelegde verplichtingen voor de bijdrage doelfinanciering TNO. Deze verplichtingenmutatie bedroeg – € 123,6 miljoen.

Tot slot is de bij de Pensioenen en uitkeringen vermelde uitgavenmutatie van – € 30,4 miljoen eveneens voor de verplichtingen van toepassing.

Ontvangsten

In 2003 zijn er minderontvangsten geweest ter grootte van afgerond € 2,2 miljoen. Voor een deel heeft dit te maken met verrekenbare uitgaven in het kader van pensioenen die in de loop van het jaar een grillig verloop vertoonden. Anderzijds is er minder dan verwacht aan royalties ontvangen.

7. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

7.1 Mededeling over de bedrijfsvoering

7.1.1. Reikwijdte

De mededeling over de bedrijfsvoering 2003 omvat met name het financieel beheer en materieelbeheer. Tevens is op het niveau van defensieonderdelen aandacht besteed aan sturing en beheersing.

7.1.2. Toelichting

De mededeling over de bedrijfsvoering is met name gebaseerd op de deelverantwoordingen in de toprapportages van de PSG, CDS, bevelhebbers en C-Dico. In elke verantwoording is een deelmededeling over 2003 opgenomen voor het eigen verantwoordelijkheidsgebied. Naast het gebruik van self assessment toetst ook de Auditdienst Defensie de kwaliteit van de totstandkoming van de deelmededelingen.

In lijn met de interdepartementale regelgeving terzake, is bij het opstellen en onderbouwen van de mededeling gebruik gemaakt van normenkaders. Deze normenkaders komen overeen met die van 2002. In 2003 zijn geen andere normenkaders ontwikkeld.

Voor het financieel en materieelbeheer betreft dit een defensie-uitwerking van het rijksbrede normenkader. Aanvullend zijn de in 2003 te realiseren verbeteringen in vooral het financieel en materieelbeheer in een zogenoemde ambitiebrief neergelegd. Voor sturing en beheersing is gebruik gemaakt van een intern ontwikkeld normenkader. Met de uitgewerkte normenkaders is concrete invulling gegeven aan het generiek toepasbare Analyse en Beoordelingsinstrument Interne Beheersing (ABIB). Met deze analyse en beoordeling van de bedrijfsvoeringaspecten is inzicht verkregen in de kwaliteit van de bedrijfsvoering en de nog te realiseren verbetermaatregelen.

Naast de deelverantwoordingen van de lijnmanagers wordt voor het opstellen van de mededeling ook gebruik gemaakt van de appreciaties van de beleidsverantwoordelijken en relevante resultaten van defensiebrede audits, onderzoeken van de Auditdienst Defensie, onderzoeken van de Algemene Rekenkamer en Interdepartementale Beleidsonderzoeken, alsmede van de appreciatie van de concerncontroller gebaseerd op de gedurende het gehele jaar aangeleverde Toprapportages en reguliere bedrijfsvoeringscontacten

7.1.3. Mededeling

In het begrotingsjaar 2003 is op gestructureerde wijze aandacht besteed aan de bedrijfsvoering van het ministerie van Defensie. Op basis van een risicoanalyse is een systematische afweging gemaakt van de in te zetten instrumenten van sturing en beheersing. Dit omvatte mede het vaststellen van de van toepassing zijnde normenkaders en de uitgangspunten voor opname van aandachtspunten in deze mededeling.

Voor 2003 heeft dit geresulteerd in over het algemeen beheerste bedrijfsprocessen binnen het ministerie van Defensie.

Van de negen verbeterpunten in de mededeling over de bedrijfsvoering van 2002 worden nog drie punten aangemerkt als een knelpunt:

• Beheersing van de voorraadadministratie bij het Logistiek Centrum Koninklijke luchtmacht.

• Structurele borging van het (nieuwe) materieelbeheer bij de Koninklijke landmacht.

• Beheersing voorraden kleding en uitrusting door de Koninklijke landmacht

Bovendien blijft het materieelbeheer bij uitzendingen een punt van zorg.

Daarnaast zijn eind 2003 nog twee nieuwe punten aan het licht gekomen waar risico's worden gelopen, te weten het beheer van wapens en munitie en het voorraadbeheer bij het Marinebedrijf. Op deze punten zullen de nodige verbetermaatregelen worden genomen.

Binnen Defensie werpen de onzekerheden als gevolg van de in gang gezette reorganisaties hun schaduw vooruit. Nagenoeg alle organisaties en personen komen in beweging waardoor werkwijzen veranderen en nieuwe kennis en ervaring zal moeten worden opgebouwd. Defensiebreed doemen deze transitierisico's op en zullen zij nadrukkelijk de aandacht behoeven.

7.2. Aandachtspunten bedrijfsvoering

7.2.1. Beveiliging

In 2003 is gebleken dat de beveiliging van militaire objecten op een aantal punten tekort schoot. De oorzaak van de tekortkomingen lag voornamelijk in de naleving van bestaande regelgeving. Reeds in 2003 is gestart met verbeteringen, waaronder het nemen van beveiligingsmaatregelen op kwetsbare militaire objecten, een onafhankelijke vorm van toezicht op de beveiliging en het tijdig en correct uitvoeren van screeningen van het personeel. Ultimo 2004 zijn de tekortkomingen naar verwachting structureel opgelost.

7.3 Bedrijfsvoeringsthema's

7.3.1. Verbetering bedrijfsvoering (inclusief financieel en materieelbeheer)

In juni 2003 heeft het Audit Comité onder het motto «de kwaliteit geborgd» de verbeterambities in het financieel en materieelbeheer voor 2003 vastgesteld. Eind 2003 waren de belangrijkste knelpunten in het financieel en materieelbeheer weggenomen zodat Defensie de per ultimo 2002 bereikte kwaliteit in 2003 heeft weten vast te houden. De defensie-onderdelen hebben in 2003 drie maal geactualiseerde verbeterplannen ingediend. In het jaar 2003 heeft Defensie in de bedrijfsvoering vooral aandacht voor het wegnemen van de eigen, de door de Algemene Rekenkamer (AR) en de Audit Dienst Defensie (ADD) gesignaleerde knelpunten en aandachtspunten. Ultimo 2003 resteren vooral verbeterpunten op het gebied van het materieelbeheer (munitie- en wapenbeheer en voorraadadministraties).

7.3.2 Invoering Competitieve Dienstverlening (CDV)

Om de bedrijfsvoering doelmatig te laten zijn heeft Defensie het programma Competitieve Dienstverlening. In 2003 is het onderzoek naar de Horeca afgerond. Aangetoond is dat centralisatie van de horeca bij Defensie leidt tot grotere doelmatigheid. Dit wordt nu doorgevoerd. Bovendien wordt de nieuwe organisatie marktconform uitgevoerd, hetgeen een eventuele aanbesteding begin 2006 mogelijk moet maken. In 2003 is een begin gemaakt met de onderzoeken naar motorenonderhoud F-16 en vastgoeddiensten van DGW&T.

7.3.3. Uitvoering IV-plan Defensie

In 2003 zijn belangrijke stappen gezet om het eerder opgestelde IV-beleid tot uitvoering te brengen. De implementatie van dat beleid is een belangrijke pijler ter ondersteuning van de organisatieverandering binnen Defensie, waarover u door middel van diverse brieven in de loop van 2003 bent geïnformeerd.

Eind 2003 is het project Defensiebrede IV-architectuur nagenoeg afgerond. Hiermee is onder meer een belangrijk toetsingsinstrument ontstaan om inzicht te geven en te houden in zowel de diverse IV-projecten onderling als in de relatie tussen de bedrijfsvoering en informatievoorziening.

Wat betreft geïntegreerde informatievoorziening is het project P&O2000+ in 2003 in een finaal stadium terechtgekomen. Hiermee staat de daadwerkelijke implementatie van een ERP-pakket in 2004 voor de personele functie voor de deur.

7.3.4 Verdere uitwerking van VBTB

Het Integraal Defensie Plannings Proces is in 2003 tegen het licht gehouden. Mede als gevolg van VBTB was dit proces toe aan actualisatie. Ook het controlproces is in de evaluatie betrokken. Op basis van die evaluatie is een nieuw Beleid, Plannen en Begrotingsproces ontworpen. Als gevolg van de in gang gezette reorganisaties en de implementatie van het nieuwe besturingsmodel, is tevens een start gemaakt met de herinrichting van het controlveld. Ook het systeem van Toprapportages is tegen het licht gehouden, hetgeen heeft geleid tot voorstellen voor verbetermaatregelen waarmee in het najaar van 2003 is ingestemd. Deze maatregelen dienen te leiden tot betere bestuurlijke informatie in VBTB-termen. De verwachting dat reeds per ultimo 2003 zou kunnen worden beschikt over een systeem om gereedheidsdoelstellingen meetbaar te maken is niet uitgekomen en zal zijn beslag in 2004 moeten krijgen. Ook de opzet van een Managementinformatiesysteem voor de defensieleiding is vertraagd en zal eerst in de tweede helft van 2004 zijn beslag krijgen.

7.3.5. Invoering Eigentijds Begrotingsstelsel

Het kabinet heeft besloten af te zien van een rijksbrede overgang naar het Eigentijds Begrotingsstelsel (EBS). Zij is van mening dat de aandacht met name gericht moet zijn op bestaande operaties gericht op de verbetering van de doelmatigheid en doeltreffendheid van rijksuitgaven (agentschappen, VBTB, evaluaties e.d.). Wel wordt onderkend dat meer aandacht nodig is voor de lange termijn financiële effecten van investeringen. De oplossing hiervoor wordt in samenwerking met de departementen door het ministerie van Financiën uitgewerkt binnen het huidige begrotingstelsel van kas en verplichtingen en zal voortborduren op bestaande procedures. Over een aantal jaren zal worden bezien of de rijksbrede invoering van een baten-lastenstelsel (BLS) meerwaarde heeft. Dit betekent dat het project EBS binnen Defensie inmiddels is beëindigd. Dit heeft geen gevolgen voor de lopende en geplande activiteiten in het kader van de bestuursvernieuwing. De door Defensie gekozen aanpak past binnen de door het kabinet voorgestane richting.

7.3.6. Herziening personele sturing

Het bij de personele sturing te hanteren begrippenkader werkte in toenemende mate verwarring in de hand. Om die reden en ook vanwege de volumetaakstellingen in het Strategisch Akkoord, is besloten de besturing van de personele sterkte te vereenvoudigen en te streven naar een situatie die een goede beheersbaarheid waarborgt én maximale transparantie biedt. De inspanningen worden mede ondersteund door twee ontwikkelingen. Op de eerste plaats noopt de implementatie van de maatregelen uit de Prinsjesdagbrief tot een kritische beschouwing en de herinrichting van een groot deel van de defensieorganisatie. Daarnaast wordt een nieuw personeelsinformatiesysteem voorbereid (P&O2000+), dat voor de besturing van de personele sterkte nieuwe mogelijkheden biedt.

Daarom is in 2003 besloten om in het vervolg het besturen en controleren van de personele sterkte zich te laten kenmerken door een directe koppeling van taken met formatie en geld. In het planproces is voorzien dat de Bestuursstaf vaststelt wat de taken zijn van een defensieonderdeel. Aan de taken worden de budgettaire kaders (inclusief de personele exploitatie) en de (personele) omvang van de defensieonderdelen gekoppeld. Vervolgens richten de defensieonderdelen, op basis van de richtlijnen van de Bestuursstaf, hun organisatie in. Daarbij dient de volledige personele capaciteit te worden gekoppeld aan arbeidsplaatsen, zowel personeel dat op een functie zit als personeel dat een (initiële) opleiding volgt. De formatie dient dus in evenwicht te zijn met de begrotingssterkte.

Vanaf 2003 is er alleen nog sprake van de formatie en de begrotingssterkte, ook in de ontwerpbegroting en – als realisatie – in het jaarverslag. Deze nieuwe werkwijze wordt inmiddels ingevoerd parallel aan de uitvoering van de maatregelen uit het Strategisch Akkoord en de Prinsjesdagbrief. Concreet betekent dit, dat vanaf medio 2003 de formaties opnieuw worden ingericht. Vanwege de omvangrijke reorganisatie heeft Defensie enige tijd nodig om de formaties opnieuw in te richten en de begrotingssterkte daaraan te koppelen. Uiteindelijk zal in de ontwerpbegroting 2007 de situatie zijn bereikt waarin de formatie én de begrotingssterkte in evenwicht zijn. Tot dan zal de begrotingssterkte het uitgangspunt zijn voor de besturing van de personele sterkte.

7.3.7. Uitbesteding DTO

In de begroting 2003 werd nog uitgegaan van het uitbestedingstraject voor DTO. Tevens werd in relatie daarmee de oprichting per 1 januari 2003 van een Defensie ICT-uitvoeringsorganisatie (DICTU) ten behoeve van de implementatie en uitvoering van het defensiebrede IV-beleid aangekondigd.

Zoals onderbouwd in mijn brief van 6 november 2002 heb ik u erover geïnformeerd dat DTO vooralsnog niet wordt uitbesteed en is aan DTO een bezuinigingstaakstelling opgelegd.

In genoemde brief zijn ook de achtergronden toegelicht waarbij de discussie over de beveiliging van netwerken een belangrijke rol heeft gespeeld. Bij het treffen van maatregelen kijkt DTO ook naar mogelijkheden om de bij DTO aanwezige kostbare en extra beveiligde voorzieningen elders binnen de rijksdienst te benutten. In genoemde brief is ook aangegeven dat in 2005, de bij DTO getroffen maatregelen worden geëvalueerd en bij tegenvallende resultaten de eventuele uitbesteding van DTO alsnog in beschouwing wordt genomen.

7.3.8. Wettelijke rente

Op 1 december 2002 is de Wet tot uitvoering van de Europese Richtlijn betreffende de bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties in werking getreden. Op grond van deze Europese regelgeving is de Nederlandse overheid, feitelijk met ingang van 1 december 2002, verplicht om zonder aanmaning van de leverancier rente te betalen ingeval een factuur niet tijdig is betaald en dit verwijtbaar is. Ten behoeve van de invoering van deze regelgeving bij Defensie zijn op 7 maart 2003 uitvoeringsregels vastgesteld. Tevens is voor de berekening van de wettelijke rente een hulpmiddel ontwikkeld dat bij gebruik via de begrotingsadministratie een uniforme berekeningswijze garandeert. Vanaf 15 mei 2003 vindt defensiebreed toepassing van de regelgeving plaats. Over de periode vóór 15 mei is alleen op verzoek van de leverancier rente uitbetaald. In de periode vanaf 15 mei 2003 tot en met december 2003 is feitelijk € 372 813,42 boeterente betaald wegens circa 8 500 te laat betaalde facturen.

8. TOEZICHTRELATIES

De bevoegdheden van de minister ten aanzien van de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht (SZVK) en het gebruik dat hij daarvan in het verslagjaar heeft gemaakt:

A. Ingevolge artikel 90b van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) bestaan de volgende controlemechanisme:

a. de voorzitter en de overige leden van het bestuur worden benoemd en ontslagen door de minister (artikel 90b, tweede lid);

b. wijzigingen in de statuten van de rechtspersoon worden ter goedkeuring aan de minister voorgelegd (artikel 90b, derde lid);

c. de rechtspersoon verstrekt de minister desgevraagd informatie met betrekking tot de uitvoering van de verzekering, waaronder jaarlijks een jaarrekening (artikel 90b, vijfde lid);

d. de minister kan de aanwijzing van de rechtspersoon ter uitvoering van de verzekering intrekken, wanneer de rechtspersoon tekortschiet in de uitvoering van de verzekering dan wel de verplichtingen genoemd in artikel 90b niet nakomt (artikel 90b, zesde lid).

De minister heeft in het verslagjaar alleen (regulier) gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid onder a.

B. Opbouw van de vermogenspositie naar de stand van 31 december van het verslagjaar.

Deze informatie kan nog niet worden verstrekt omdat er door de ZBO niet eerder dan per uiterlijk 15 juni een jaarverslag wordt ingediend.

Onderstaande gegevens hebben betrekking op het verslagjaar 2002:

Aantal verzekerden

Actief dienende militairen en gewezen militairen met een uitkering op basis van de Uitkeringswet Gewezen Militairen nemen verplicht deel. Gezinsleden kunnen op vrijwillige basis deelnemen. Het totaal aantal deelnemers bedroeg per ultimo 2002 107.176.

Vermogenspositie

Het vermogen per ultimo 2002 bedroeg € 30,738 miljoen. Het betreft een verplichte solvabiliteitsreserve van € 6,354 miljoen en een overige reserve van € 24,384 miljoen. De overige reserve wordt benut voor premiemitigering.

C. JAARREKENING

9. VERANTWOORDINGSSTATEN

9.1 Departementale verantwoordingsstaat 2003 van het Ministerie van Defensie (X)

Bedragen in EUR 1000
  (1)(2)(3)
ArtikelOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie1Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
  verplich-tingenuitgavenontvang-stenverplichtingenuitgavenontvang-stenverplich-tingenuitgavenontvang-sten
 TOTAAL 7 307 988272 623 7 403 905229 894 95 917– 42 729
           
 Beleidsartikelen 5 650 125240 839 5 863 024193 021 212 899– 47 818
01Koninklijke marine1 201 9751 403 419115 9201 343 1241 512 17054 587141 149108 751– 61 333
02Koninklijke landmacht2 210 9112 209 69759 4932 317 3682 227 74566 311106 45718 0486 818
03Koninklijke luchtmacht1 419 4971 349 44439 0971 276 1891 399 64937 942– 143 30850 205– 1 155
04Koninklijke marechaussee339 289335 5535 200380 581358 7557 56041 29223 2022 360
09Vredesoperaties178 401178 4011 407210 661213 9888 00132 26035 5876 594
10Civiele taken33 02633 0265 29232 43833 0086 106– 588– 18814
11Internationale samenwerking302 505140 58514 430135 021117 70912 514– 167 484– 22 876– 1 916
           
 Niet-beleidsartikelen 1 657 86331 784 1 540 88136 873 – 116 9825 089
60Ondersteuning krijgsmacht225 338230 83622 501276 097263 67829 76350 75932 8427 262
70Geheime uitgaven918918 2 0172 01701 0991 0990
80Nominaal en onvoorzien65 82465 824 000– 65 824– 65 8240
90Algemeen1 354 1241 360 2859 2831 108 8491 275 1867 110– 245 275– 85 099– 2 173

1 De gerealiseerde bedragen zijn steeds afgerond naar boven (op 1000 Euro)

Mij bekend,

De Minister van Defensie,

9.2 Samenvattende verantwoordingsstaat 2003 inzake agentschappen van het Ministerie van Defensi

Bedragen in EUR 1000
  123=2–1
 OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie1Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
01Agenschap Defensie Telematica Organisatie   
 Totale baten236 500263 56727 067
 Totale lasten233 200237 9274 727
 Saldo van baten en lasten3 30025 64022 340
     
 Totale kapitaalontvangsten19 50030 71511 215
 Totaal kapitaaluitgaven43 40050 7917 391
     
02Agentschap Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen   
 Totale baten79 80089 3549 554
 Totale lasten79 60087 6998 099
 Saldo van baten en lasten2001 6551 455
     
 Totale kapitaalontvangsten15 50032 83217 332
 Totaal kapitaaluitgaven18 20038 91920 719

1 De gerealiseerde bedragen zijn steeds afgerond naar boven (op 1000 Euro)

Mij bekend,

De Minister van Defensie,

10. FINANCIËLE TOELICHTING BIJ DE VERANTWOORDINGSSTATEN

INLEIDING

Onderstaand worden de budgettaire gevolgen van de artikelen weergegeven. Verschillen worden nader toegelicht waarbij gekozen is voor het toelichten van verschillen groter dan € 5 miljoen. In uitzonderingsgevallen zijn van belang zijnde kleinere verschillen tevens afzonderlijk vermeld en toegelicht. De resterende kleine verschillen zijn onder «Overige verschillen» samengevoegd.

10.1 TOELICHTING BIJ DE BELEIDSARTIKELEN

Beleidsartikel 01 Koninklijke marine

Budgettaire gevolgen van beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van beleid voor 2003.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Verplichtingen1 223 1241 990 2531 359 0101 054 9781 343 1241 201 975141 149
Uitgaven       
Programmauitgaven       
Commandant der Zeemacht in Nederland334 435320 167334 560336 969337 916309 08928 827
Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied54 75361 24666 00371 42862 15670 458– 8 302
Commandant van het Korps Mariniers94 89699 706115 085121 870130 303121 8868 417
Ondersteunende eenheden252 603257 299288 073293 378302 516283 01819 498
Subsidies240219217149125149– 24
Investeringen402 484410 823408 222380 308435 756411 53424 222
Totaal programmauitgaven1 139 4111 149 4601 212 1601 204 1021 268 7721 196 13472 638
Apparaatsuitgaven       
Admiraliteit226 929224 936213 909220 492223 684195 09928 585
Wachtgelden en inactiviteitswedden14 80113 25916 95317 08119 71412 1867 528
Totaal apparaatsuitgaven241 730238 195230 862237 573243 398207 28536 113
Totaal uitgaven1 381 1411 387 6561 443 0221 441 6751 512 1701 403 419108 751
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten61 21845 97945 28057 07854 587115 920– 61 333

Toelichting verschillen

De in 2003 gerealiseerde verschillen vinden hun oorzaak in de volgende technische en beleidsmatige verschillen:

Verschillen in de verplichtingen

Omschrijvingbedrag
Technische afwijkingen 
Loonbijstelling24 259
Prijsbijstelling34 313
Decentralisatie en additionele P-gelden13 169
Verschuiving lening KSG20 241
Beleidsmatige afwijkingen 
Verschuiving bestelmomenten LCF4 330
Verschuiving bestelmomenten LPD-2– 24 280
Verschuiving bestelmomenten NH-9036 818
Verschuiving bestelmomenten PAM– 10 832
Verschuiving bestelmomenten CUP-Orion10 560
Verschuiving bestelmomenten kapitale munitie6 707
Verschuiving bestelmomenten ESSM30 000
Verschuiving bestelmomenten munitie– 17 484
Inhuur personeel4 085
Brandstof9 250
Onderhoud infrastructuur7 723
Overige verschillen– 7 710
Totaal141 149

Verschillen in de programmauitgaven

OmschrijvingCZMNEDCZMCARIBCKMARSOst eenhSubsidiesInvesteringenTotaal
Technische afwijkingen       
Loonbijstelling6 7141 2092 6034 494  15 020
Prijsbijstelling2 1305707303 107 24 72531 262
Kasritme overeenkomst KSG     12 52712 527
Overheveling munitie naar exploitatie     – 14 600– 14 600
Beleidsmatige afwijkingen       
Kasritme LCF     – 9 355– 9 355
Kasritme PAM     – 16 774– 16 774
Kasritme LPD II     – 1 908– 1 908
Kasritme Hydrografische opnamevaartuigen     – 10 745– 10 745
Kasritme NH-90     3 1483 148
Kasritme MILSATCOM     – 12 303– 12 303
Kasritme ESSM     30 00030 000
Kasritme CUP Orion     24 66924 669
Kasritme munitie     4 3324 332
Overheveling MULAN naar Dico     – 3 600– 3 600
Overheveling MILSATCOM     12 41012 410
Inhuur personeel– 941472255 257  4 588
Uitstel 3e Marnsbat     – 19 100– 19 100
Herbevoorrading Lynx-artikelen– 5 809     – 5 809
Overige verschillen26 733– 10 1284 8596 640– 2479628 876
Totaal28 827– 8 3028 41719 498– 2424 22272 638

Verschillen in de apparaatsuitgaven

OmschrijvingAdmiraliteitWachtgeldenTotaal
Technische afwijkingen   
Loonbijstelling9 239 9 239
Prijsbijstelling3 051 3 051
Overheveling munitie naar exploitatie14 600 14 600
Decentralisatie P-gelden9 768 9 768
Beleidsmatige afwijkingen   
Brandstoffen9 250 9 250
Aanpassing kasritme munitie– 17 484 – 17 484
Overige verschillen1617 5287 689
Totaal28 5857 52836 113

Toelichtingen verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

Project Fregatten van de Zeven Provinciën-klasse

Onder andere ten gevolge van vertraging in de exploitatievoorbereiding, van een afwijkend tempo in de verrekeningen van materiaalkosten door de werf, van de goed verlopen platform- en SEWACO-proeftochten en van het betaalverloop van de «Anti Air Warfare»-ontwikkeling is de realisatie in 2003 achtergebleven bij de begroting. De langere doorlooptijd van de contracten voor het meerwerk uit 2002 heeft ertoe geleid deze verplichtingen uiteindelijk dit jaar zijn gerealiseerd.

Project Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit

De bouw van de trainerfaciliteiten is in verband met het uitwerken van de samenwerking met de Belgische marine vertraagd waardoor zowel de verplichtingen als de uitgaven zijn doorgeschoven naar 2004 en later. De geplande gereedheidsdatum (2006) voor de trainerfaciliteiten is hierdoor echter niet in het gedrang gekomen omdat de projectdefinitiestudie volgens plan is afgerond. Tevens is een oorspronkelijk in 2003 geplande betaling voor het Sonarcontract al in 2002 tot realisatie gekomen, waardoor de realisatie in 2003 lager is dan was begroot.

Project Hydrografische opnemingsvaartuigen (HOV)

De bouw van de beide HOV's verloopt volgens schema. De realisatie van de uitgaven voor het onderhanden werk bij de werf loopt echter achter op het bouwschema.

Project Tweede Landing Platform Dock (LPD-2)

Door vertraging in de aanbesteding van het Sensor-, Wapen- en Commandosystemen-deel viel de verplichtingenrealisatie lager dan was begroot. De operationele indienststelling in 2007 blijft gehandhaafd.

Project NH-90

De toename van de verplichtingen ontstaat door het opnemen van de prijsbijstelling in het «Production Investment and Production»-contract ten behoeve van het opzetten van de productielijn en het uitvoeren van de productie.

Project CUP-Orion

Het eerste gemodificeerde Nederlandse toestel is op 19 november in Greenville (VS) door de firma Lockheed Martin officieel overgedragen aan de US Navy ten behoeve van inspecties en grond- en vliegende testen ter voorbereiding van de overdracht in 2004. Het tweede vliegtuig wordt vanaf september gemodificeerd. Als gevolg van de stand geleverd maar nog niet betaald materiaal in de «Foreign Military Sales» (FMS) overeenkomst met de Verenigde Staten, hebben inhaalbetalingen plaatsgevonden. Met amendment 1 van de FMS-overeenkomst is de prijsverhoging verwerkt in de overeenkomst en is de realisatie van de verplichtingen overeenkomstig gestegen.

Brandstoffen

Als gevolg van het eerder dan gepland beëindigen van groot onderhoud aan de brandstoftanks in Den Helder zijn deze eerder op de vereiste vullingsgraad gebracht.

Uitstel 3e Marsbat

Als gevolg van het besluit om het 3e Mariniersbataljon niet op te richten zijn de hiervoor geraamde uitgaven niet tot realisatie gekomen.

Verschuiving bestelmomenten ESSM

De aanschaf van de vierde batch Evolved Seasparrow Missiles ten behoeve van de LCF's is vervroegd, zodat de fregatten bij indienstelling met deze raketten zijn uitgerust. Door deze aanpassing ten opzichte van het oorspronkelijke verwervingsschema is de realisatie van de verplichtingen en uitgaven voor 2003 toegenomen.

Aanpassing kasritme munitie

Door aanpassing van de bestel- en leveringsmomenten van munitie, waaronder de 120 mm nabijheidsbuizen, CHAFF Sierra raketafleidingsmunitie en KC58-markers, alsmede de aanpassingen van bestel- en afleveringsmomenten in de investeringen van onder andere Offboard Decoys, 12,7 mm buizen voor het LCF, Standard Missles 2 en MK 46 torpedos, is zowel in de verplichtingen als bij de uitgaven een onderrealisatie ontstaan. Het betreft hier beperkte verschuivingen in de tijd, waardoor er geen nadelige effecten op de operationele gereedheid zijn opgetreden.

Overheveling MULAN naar Dico

Als gevolg van de oprichting van de Defensie ICT-Uitvoeringsorganisatie (DICTU) worden de uitgaven die zijn bestemd voor het project MULAN ten laste van het artikel 60 «Ondersteuning krijgsmacht» verantwoord.

Overheveling MILSATCOM

De Koninklijke marine voert het project MILSATCOM ook voor de andere defensieonderdelen uit. De uitgaven ten behoeve van de andere defensieonderdelen worden ten laste van het artikel 01 «Koninklijke marine» verantwoord.

Onderhoud infrastructuur

Het korter worden van de doorlooptijden van groot onderhoud aan gebouwen vanaf het moment van aanbesteden tot het moment van afronden, hebben geleid tot hogere uitgaven en het vervroegen van betalingsmomenten.

Inhuur personeel

De hogere realisatie op de uitgaven en verplichtingen voor inhuur bij met name het Marinebedrijf wordt grotendeels veroorzaakt door de activiteiten die gerelateerd zijn aan het verkoopgereedmaken van schepen en de gevolgen van de uitstroombevorderende maatregelen die voor het Marinebedrijf leiden tot een zeer groot aantal vacatures.

Herbevoorrading Lynx-artikelen

Het project NH-90 heeft in de loop van 2003 zodanig vorm gekregen dat de noodzakelijk resterende levensduur van de Lynx kon worden bepaald. Op basis hiervan heeft een herijking van het noodzakelijke onderhoud plaatsgevonden. Met als resultaat dat de behoefte aan het aantal te kopen Rotorheads naar beneden is bijgesteld. Hierdoor zijn de verplichtingen en uitgaven lager uitgevallen dan was begroot.

Verschillen in de ontvangsten

OmschrijvingBedrag
Beleidsmatige afwijkingen 
Terugontvangsten BTW Lynx7 400
Stelselherziening BTW– 55 000
Overige verschillen– 13 733
Totaal– 61 333

Toelichting op de verschillen

Terugontvangsten BTW Lynx

Met het ministerie van Financiën is overeenstemming bereikt over de methode waarmee de BTW-vrijstelling van Lynx-boordhelikopters dient te worden gedeclareerd. Hierdoor is een eerste inhaal-tranche terugontvangst BTW gerealiseerd.

Stelselherziening BTW

De besprekingen met de Belastingsdienst over een stelselherziening-BTW over de herbevoorrading van reservedelen voor schepen, zijn nog niet voltooid, zodat de verwachte BTW-ontvangst nog niet heeft plaatsgevonden.

Beleidsartikel 02 Koninklijke landmacht

Budgettaire gevolgen van beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2003.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Verplichtingen1 880 4182 000 7911 962 4312 507 6272 317 3682 210 911106 457
Uitgaven       
Programmauitgaven       
1 Divisie «7 December»449 016443 537547 312559 915597 868554 66343 205
Nationaal Commando, exclusief Civiele Taken638 782663 869623 713624 518551 937631 655– 79 718
Opleidings- en Trainingscommando KL191 635190 240214 055241 201230 972236 031– 5 059
Subsidies en bijdragen832866878913928949– 21
Investeringen491 756411 616438 609401 733301 574388 26086 686
Totaal Programmauitgaven1 772 0211 710 1281 824 5671 828 2801 683 2791 811 558– 128 279
Apparaatsuitgaven       
Landmachtstaf82 65192 425107 464147 065155 406111 13644 270
Overige eenheden BLS247 559267 941287 494310 113346 181251 48294 699
Wachtgelden en inactiviteitswedden43 78139 47448 96944 16242 87935 5217 358
Totaal Apparaatsuitgaven373 991399 840443 927501 340544 466398 139146 327
Totale uitgaven2 146 0122 109 9682 268 4942 329 6202 227 7452 209 69718 048
Ontvangsten       
Totale ontvangsten71 24969 02582 46273 91366 31159 4936 818

Toelichting verschillen

De verschillen vinden hun oorzaak in de volgende technische en beleidsmatige verschillen:

Verschillen in de verplichtingen

OmschrijvingBedrag
Technische afwijkingen 
Loonbijstelling40 201
Prijsbijstelling29 004
Beleidsmatige afwijkingen 
Tracking and Tracing– 8 400
Implementatie Defensie Financiële Systemen– 10 500
Vervanging personenauto's / transporters5 170
Voedselbehandelling– 17 860
Wissellaadsysteem153 031
Vervoer TROPCO 400/650 kN– 54 400
Geneeskundig materieel– 9 520
TITAAN– 26 690
Uitbreiding frequentiebereik7 680
FGBADS (BMC4I)– 47 738
Licht verkennings- en bewakingsvoertuig (LVB)16 312
Vervanging Pantservoertuigen (GTK)– 9 107
Vervanging Pantservoertuigen (Licht pantserwielvoertuig)12 340
Verbetering Leopard 25 240
Tactische indoor simulatie63 030
Middelbare dracht antitank (MRAT)5 133
Midlife update KKW simulator– 9 000
Tactical Air control party– 6 430
Vervanging M109 (PzH200019 394
Vertraging diverse infra projecten en groot onderhoud– 60 228
Werving– 10 160
Inhuur– 7 975
Overige verschillen27 930
Totaal106 457

Verschillen in de programmauitgaven

Omschrijving1 DivNatcoOTCKLSubsidiesInvesteringenTotaal
Technische afwijkingen      
Loonbijstelling 200316 1597 8626 486  30 507
Prijsbijstelling 20032 1048 806635  11 545
Overheveling BOCO  – 7 352  – 7 352
Beleidsmatige afwijkingen      
Overheveling project Mulan    – 6 500– 6 500
Bijstelling begrotingssterkte16 420– 5 6424 558  15 336
Voeding5 076– 5 023968  1 021
Transportcapaciteit3 3221 197590  5 109
Data- en telecommunicatie– 2 090– 62 128– 199  – 64 417
Inhuur formatief en boven formatief– 1 946– 5 296– 448  – 7 690
Vervanging personenauto's / transporters    7 0807 080
Wissellaadsysteem    11 84011 840
Vervanging TROPCO 400/650 kN    – 9 100– 9 100
TITAAN    – 18 836– 18 836
Geneeskundig materieel    – 10 780– 10 780
MILSATCOM    – 8 900– 8 900
Uitbreiding frequentiebereik    4 6214 621
Technische interceptie EOV    4 6004 600
FGBADS (BMC4I)    – 9 811– 9 811
Licht verkennings- en bewakingsvoertuig (LVB)    – 9 411– 9 411
Vervanging Pantservoertuigen (GTK)    – 17 005– 17 005
Vervanging Pantservoertuigen (IGV)    – 5 324– 5 324
Verbetering Leopard 2    12 34112 341
Tactische indoor simulatie    – 31 524– 31 524
Middelbare dracht antitank (MRAT)    – 6 836– 6 836
Waarnemingsopbouw    – 6 330– 6 330
Vertraging diverse infra projecten en groot onderhoud    30 377– 30 377
Overige verschillen4 160– 19 494– 10 297– 2143 56617 914
Totaal43 205– 79 718– 5 059– 21– 86 686– 128 279

Verschillen in de apparaatsuitgaven

OmschrijvingLandmachtstafOverige eenheden BLSWachtgeldenTotaal
Technische afwijkingen    
Decentralisatie P-gelden 43 591 43 591
Loonbijstelling 20031 0338 662 9 695
Prijsbijstelling 20033 5703 351 6 921
Overheveling Begeleiding Organisatie Civiel Onderwijs 9 745 9 745
Beleidsmatige afwijkingen    
Bijstelling begrotingssterkte2 5091 045 3 554
Voeding 410 410
Transportcapaciteit89332 421
Data- en telecommunicatie57 1823 476 60 658
Inhuur formatief en boven formatief599– 884 – 285
Werving – 10 160 – 10 160
Informatiesystemen 13 832 13 832
Vertraging diverse infra projecten en groot onderhoud– 15 058  – 15 058
Overige verschillen– 5 65421 2997 35823 003
Totaal44 27094 6997 358146 327

Toelichting op de verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

Implementatie Defensie financiële systemen

De daling bij de verplichtingen is voornamelijk het gevolg van de vertraging van het project «Implementatie Defensie financiële systemen» doordat vertraging is ontstaan in de vaststelling van de behoefte.

Vervanging personenauto's / transporters

Op grond van de behoefte aan de vervanging van personenauto's/transporters is dit project in tijd verschoven, waardoor realisatie in 2003 heeft plaatsgevonden in plaats van in 2004.

Voedselbehandeling

Het project voedselbehandeling is door vertraging in de behoeftestelling verschoven naar 2004.

Geneeskundig materieel

Door vertraging in de behoeftestelling van geneeskundig materieel zal de aanschaf hiervan in 2004 plaatsvinden.

Uitbreiding frequentiebereik

De verhoging bij de verplichtingen en de uitgaven is veroorzaakt door een aanvullende behoefte aan uitbreiding frequentiebereik voor de EOV systemen en doordat het project «Technische interceptie» in 2003 is gerealiseerd in plaats van 2004.

Update KKWsimulator

Het project Midlife Update Klein Kaliber Wapen Simulator is in verband met vertraging in de verwervingsfase doorgeschoven naar 2004.

Tactical air control party

Doordat een deel van het project Tactical air control party al in 2002 is gerealiseerd in plaats van 2003, geeft dit een daling van de verplichtingen met als gevolg een doorwerking op de uitgaven.

Milsatcom

De uitgavendaling is hoofdzakelijk het gevolg van het feit dat geen uitgaven zijn gedaan omdat dit project in 2002 budgettair is overgeheveld naar de Koninklijke marine.

Technische interceptie EOV

Verschuiving van het betalingsmoment van 2004 naar 2003 leidt tot een verhoging van de uitgaven in 2003.

Begrotingssterkte

De taakstellingen hebben mede geleid tot een bijstelling van de begrotingssterkte in 2003. Door een vacaturestop voor het burgerpersoneel, de mogelijkheid voor het burgerpersoneel om op 57-jarige leeftijd de dienst te verlaten, de beperking tot dienstverlenging voor BBT-personeel en de mogelijkheid voor het BOT-personeel om op 53-jarige leeftijd de dienst te verlaten, is deze taakstelling ingevuld. Mede door de doorwerking van de gunstige wervingsresultaten 2002 heeft een overrealisatie plaatsgevonden.

Voeding

Het voedingsbudget voor oefeningen is aan de verbruikende eenheden overgedragen. Daarnaast is er sprake van een lichte stijging van de uitgaven ten behoeve van kantine-artikelen.

Transportcapaciteit

In het kader van een pilot wordt een verbetering van de vraagregulering nagestreefd voor de uitgaven van inhuur van transportcapaciteit. Hiervoor zijn de budgetten vanuit Dico/DVVO bij de gebruikers neergelegd.

Data- en telecommunicatie

Door de overname van de telematicadiensten bij de Defensie Telematica Organisatie (DTO) worden de uitgaven niet langer ten laste van het programmabudget verantwoord, doch ten laste van de apparaatstuitgaven. Bovendien is er sprake van een daling van de uitgaven voor die diensten door lagere tarieven van DTO, zodat de hiervoor aan de Koninklijke landmacht opgelegde taakstelling kon worden gerealiseerd.

Inhuur formatief en bovenformatief

De inhuur op formatieplaatsen van onder meer automatiseringspersoneel is, als uitvloeisel van de opgelegde taakstellingen op dit punt, fors teruggedrongen.

Begeleiding Organisatie Civiel Onderwijs (BOCO)

De BOCO-organisatie van het OTCKL is gereorganiseerd naar loopbaancentra en vervolgens ondergebracht bij de Directie Personeel & Organisatie (DP&O). Hierdoor worden de uitgaven niet langer ten laste van het programmabudget verantwoord doch ten laste van de apparaatsuitgaven.

Werving

Naar aanleiding van de taakstellingen die hebben geleid tot grote personele reducties zijn veel geplande wervingsactiviteiten komen te vervallen.

Informatiesystemen

De stijging van de uitgaven wordt met name veroorzaakt door een hogere instandhoudingsinspanning voor de commando- en verbindingsmiddelen en de geavanceerde opleidingsleermiddelen (zoals duel- en wapensysteemsimulators). Daarnaast zijn extra uitgaven verricht ten behoeve van de reguliere vervangingen van de Multifunctionele Smartcard.

Vertraging diverse infra projecten en groot onderhoud

De onderrealisatie is vooral het gevolg van een herijking van alle objecten van de Koninklijke landmacht in het kader van de reorganisaties. Hierdoor is terughoudend geld besteed. Tevens zijn door de marktwerking (lagere prijsstelling van de inschrijvende aannemers) de aanbestedingen lager uitgevallen.

Project Tracking and Tracing

Door vertraging in de keuzebepaling van het «ERP» pakket is de verplichting niet gerealiseerd in 2003 en doorgeschoven naar 2004. De vertraging betekent dat de systemen later worden ingevoerd en pas in een later stadium aan Navo-verplichtingen kan worden voldaan.

Project Wissellaadsystemen 165kN

Hoewel de verplichting voor dit project stond gepland in 2005, is reeds op 25 november 2003 het contract getekend voor 535 vrachtwagens, welke zullen worden geleverd door de Scania vestiging in Zwolle. Bovendien is het project door kwantitatieve bijstelling (van de oorspronkelijke 786 vrachtwagens naar uiteindelijk 535) in omvang verlaagd. De in 2003 gerealiseerde uitgaven hebben betrekking op de vooruitbetaling (voorschot) van de verwerving van serie. De instroom wordt voorzien vanaf 2005.

Project Vervanging trekkeropleggercombinatie (tropco's) 400kN en 650kN

In tegenstelling tot het gestelde in de begroting 2003 is de verplichting reeds in 2002 aangegaan. De realisatie van de verplichtingen in 2003 bestaat uit de reservering binnen het project van de prijspeilaanpassing naar 2003.

Project TITAAN (Theatre Independent Tactical Army and Airforce Network)

Ten opzichte van de begroting 2003 is een deel van de verplichting en uitgaven door vertraging in de behoeftestelling doorgeschoven naar 2004.

Project Future Ground Based Air Defence system (FGBAD) 1e fase

Door vertraging in de besluitvorming is het aangaan van de verplichting doorgeschoven naar 2004. Een deel van dit project is eerder (in 2002) gerealiseerd dan werd voorzien in de begroting 2003. Dit betreft de Proof of concept Pilot air defence.

Project vervanging Licht Verkennings- en Bewakingsvoertuig

De realisatie van de verplichtingen in 2003 bestaat voornamelijk uit de reservering binnen het project van de prijspeilaanpassing naar 2003.

Project Vervanging pantservoertuigen (Licht pantserwielvoertuig)

De realisatie van de verplichtingen in 2003 bestaat voornamelijk uit de reservering binnen het project van de prijspeilaanpassing naar 2003.

Project Groot Pantservoertuig (Gepantzertes Transport Kraftfahrzeug, GTK)

De uitgaven in 2003 zijn gedaald door vertraging in de ontwikkeling. De daling van de verplichtingen is veroorzaakt door vertraging in de behoeftestelling en daardoor doorgeschoven naar 2004.

Project vervanging pantservoertuigen (Infanteriegevechtsvoertuig)

Door vertraging in het behoeftestellingstraject zijn geen verplichtingen en uitgaven gerealiseerd, deze zijn doorgeschoven naar 2004. De opgenomen kasgeldreeks was bedoeld voor verificatie en beproeving van de inpasbaarheid van het 35 mm boordwapen.

Project Verbetering Leopard-2

De verhoging van de uitgaven vindt met name zijn oorzaak in de levering en betaling van 120 mm munitie welke in plaats van 2004 in 2003 heeft plaatsgevonden. De realisatie van de verplichtingen in 2003 bestaat voornamelijk uit de reservering binnen het project van de prijspeilaanpassing naar 2003.

Project Medium Range Antitank (MRAT)

De realisatie van de verplichtingen in 2003 bestaat voornamelijk uit de reservering binnen het project van de prijspeilaanpassing naar 2003. De uitgaven dalen doordat minder leveringen hebben plaatsgevonden.

Project Tactische Indoor Simulatie (TACTIS)

Vanwege een langer durende onderhandelingsfase is in 2002 in de verwervingsfase vertraging opgetreden. Hierdoor is het aangaan van de verplichting gerealiseerd in 2003. Dit heeft eveneens consequenties voor de omvang van de uitgaven. Als gevolg hiervan kan de instroom van het materieel ook pas in een later stadium plaatsvinden. Daardoor zijn de uitgaven lager uitgevallen dan in de begroting werd voorzien.

Project Vervanging M109

De realisatie van de verplichtingen in 2003 bestaat voornamelijk uit de reservering binnen het project van de prijspeilaanpassing naar 2003.

Infrastructuur

Als uitvloeisel van de maatregelen genomen in het Hoofdlijnen- en Strategisch Akkoord heeft een heroverweging plaatsgevonden van het infraplan. Hierdoor is een groot aantal projecten vertraagd, dan wel vervallen.

Ontvangsten

De hogere ontvangsten hebben betrekking op een nacalculatorische afrekening met de SZVK (Univé) voor verleende medische zorg.

Beleidsartikel 03 Koninklijke luchtmacht

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2003.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Verplichtingen1 139 7471 093 6351 608 1652 014 2591 276 1891 419 497– 143 308
Uitgaven       
Programmauitgaven       
Tactische luchtmacht331 586407 533431 516447 681473 790366 339107 451
Decentrale Ondersteunende Eenheden164 592169 055     
Logistiek Centrum Klu  104 362139 026165 602111 82353 779
Koninklijke Militaire School Luchtmacht  73 33487 14981 03987 646– 6 607
Investeringen491 598372 334372 001398 507296 629425 269128 640
Totaal Programmauitgaven987 776948 922981 2131 072 3631 017 060991 07725 983
Apparaatsuitgaven       
Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten375 356353 023380 050351 796372 243351 19121 052
Wachtgelden en inactiviteitswedden12 18411 24413 05011 94910 3467 1763 170
Totaal Apparaatsuitgaven387 540364 267393 100363 745382 589358 36724 222
Totaal uitgaven1 375 3161 313 1891 374 3131 436 1081 399 6491 349 44450 205
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten49 68572 91637 68339 23537 94239 097– 1 155

Toelichting verschillen

De verschillen vinden hun oorzaak in de volgende technische en beleidsmatige verschillen:

Verschillen in de verplichtingen

Omschrijvingbedrag
Technische afwijkingen 
Prijsbijstelling 200321 536
Loonbijstelling 200317 748
Decentralisatie P-gelden11 871
Beleidsmatige afwijkingen 
Apache generieke capaciteitsverbetering127 679
URAV– 90 429
Vervanging luchtverkenningssysteem– 29 545
Link 16– 29 027
Verbetering L/G-bewapening– 78 250
F-16 vervanging SDD-fase12 928
Infrastructuur– 27 050
IV-investeringen– 34 664
HGIS– 12 739
Employee benefits– 7 174
Luchtmobiele brigade– 12 577
Overige verschillen– 13 615
Totaal– 143 308

Verschillen in de programmauitgaven

OmschrijvingTLLCKLuOKLuSubsidiesInvesteringenTotaal
Technische afwijkingen      
Prijsbijstelling 200313 136   8 40021 536
Loonbijstelling 20037 5001 500   9 000
Beheerskosten DGW&T5 9431 3641 518  8 825
Gestalde Nota van Wijziging66 100    66 100
Beleidsmatige afwijkingen      
Salarissen1 972549– 13 449  – 10 928
SDD    7 7957 795
Uitstel PAC III    – 22 400– 22 400
Infrastructuur    – 19 583– 19 583
IV-investeringen    – 11 356– 11 356
Titaan (Klu-deel)    – 6 596– 6 596
Vervanging HAWK/PIP    – 25 002– 25 002
F-16 LG wapens verbetering    – 19 242– 19 242
Apache generieke capaciteitsverbetering    10 89310 893
Transporthelikopters zelfbescherming    4 7624 762
Stinger voorwaarschuwingsradar    – 5 808– 5 808
Lumob    – 30 692– 30 692
Inhuur personeel 6 1991 928  8 127
Training Goose Bay– 3 886    – 3 886
Overige verschillen16 68644 1673 396 – 19 81144 438
Totaal107 45153 779– 6 6070– 128 64025 983

Verschillen in de apparaatsuitgaven

OmschrijvingStaf/BDLWachtgeldenTotaal
Technische afwijkingen   
Decentralisatie P-gelden van CO11 871 11 871
Loonbijstelling 20038 748 8 748
Beheerskosten– 4 535 – 4 535
BTW op invoerrechten4 859 4 859
Beleidsmatige afwijkingen   
Salarissen9 567 9 567
HGIS– 12 739 – 12 739
Employee's benefits– 4 220 – 4 220
Overige verschillen7 5013 17010 671
Totaal21 0523 17024 222

Toelichting op de verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

Salarissen

De realisatie op de salarissen voor met name militair personeel OKLu is achtergebleven als gevolg van het stilzetten van wervingsactiviteiten en vermindering van de instroom van personeel. De meeruitgaven zijn voor een deel het gevolg van de achterblijvende taakstellende vermindering van de personeelsomvang.

Beheerskosten DGW&T

De overschrijding wordt veroorzaakt doordat de uitgaven nu niet meer centraal (ten laste van het ressort BDL) worden verantwoord, doch bij de veroorzakende ressorts.

Inhuur personeel

De extra uitgaven voor inhuur zijn een gevolg van een gewijzigde verantwoordingssystematiek. Thans worden de inhuuruitgaven die een relatie hebben met het uitbesteden van onderhoud aan (wapen) systemen niet meer ten laste van de materiële exploitatie verantwoord doch ten laste van de kostensoort inhuur.

Training Goose Bay

De onderrealisatie is een direct gevolg van de sluiting van Goose Bay voor de vliegertraining F-16.

HGIS

Bij de opstelling van de begroting was rekening gehouden met de verrekening van vlieguren ten laste van het beleidsartikel 09 «Uitvoeren Vredesoperaties» op basis van meeruitgaven. De verrekeningssystematiek is inmiddels aangepast, waardoor meer uitgaven ten laste van het beleidsartikel 09 kunnen worden gebracht en derhalve minder uitgaven ten laste van het artikel 03 «Koninklijke luchtmacht» worden verantwoord.

Employee Benefit

Het project Employee Benefit heeft geen doorgang gevonden, zodat de hiervoor geraamde uitgaven niet zijn gerealiseerd.

Project verbetering lucht-grondbewapening F-16

De brief over de behoefte aan precisiegeleide munitie (PGM) ter verbetering van het bestaande lucht-grond wapenpakket van de Koninklijke luchtmacht is op 25 februari 2003 aan de Kamer gezonden. In april 2003 is het project gemandateerd en is gestart met de verwervingsvoorbereiding van een deel van de GPS-geleide wapens en van de 20 mm patronen. Inmiddels is een eerste contract afgesloten en zullen de eerste leveringen eind 2004 plaatsvinden. Naar aanleiding van de ervaringen met de oorlog in Irak en verdere technische ontwikkelingen wordt invulling van de resterende behoefte van de eerste fase nader bezien.

Project vervanging luchtverkenningssysteem (LVS)

In 2003 heeft een heroverweging plaatsgevonden van de operationele behoeftestelling. Eind 2003 is een begin gemaakt met het opstellen van een herzien B/C document. De verwachting is dat dit document in het eerste kwartaal van 2004 kan worden aangeboden.

Project Unmanned Reconnaissance Aerial Vehicles (URAV)

De eerste fase van dit project, de Feasibility Study fase, is op 1 december 2003 gestart met het ondertekenen van de MoU door de minister van Defensie.

Project vervanging F-16

Binnen de contractvoorwaarden en binnen de hiertoe gestelde betalingstermijn is een voor januari 2004 geraamde betaling, reeds in december 2003 uitgevoerd.

Project Luchtmobiele Brigade

De onderbesteding wordt grotendeels veroorzaakt door het overhevelen van € 9 miljoen uit de LUMOB-gelden naar het MTADS-project, het uitstellen van een LOA betaling van € 6 miljoen, het uitstellen van het KL-mobiliteitsplan (€ 5,1 miljoen) en diverse kleinere posten.

Project Apache 64 D generieke capaciteitsverbeteringen

In december 2003 is de LOA voor de verwerving van Pilot Night Vision System (PNVS) en MTADS ondertekend. Bij de invulling van deze behoefte wordt aangesloten bij de order van de US Army, waardoor schaalvoordelen worden bereikt.

Project transporthelikopters zelfbescherming

Het programma voor de inbouw van de elektronische zelfbescherming in de Chinook verloopt volgens plan. Door problemen in de projectvoorbereiding bij fabrikant Eurocopter, alsmede bij de aanlevering van de modificatiepakketten, heeft het project bij de Cougar vertraging opgelopen.

Project vervanging HAWK PIP III

Het project is vervallen door het besluit om de HAWK-systemen niet te vervangen.

Project Patriot PAC III

Nadat het project in afwachting van besluitvorming «Vervanging HAWK PIP III» tijdelijk was aangehouden, is de op het DMP-BCD-document gebaseerde brief op 13 februari jongstleden aan de Kamer aangeboden.

Infrastructuur

Het stringente begrotingsbeleid heeft geleid tot vertragingen bij de uitvoering van projecten als gevolg van een aanzienlijk langer durend beslistraject in het kader van het voorafgaand toezicht. Deze vertraging heeft tot gevolg dat projecten in 2003 later op de markt kwamen en hierdoor later worden gerealiseerd. Daarnaast heeft de economische situatie en de lagere inschrijvingen op werken eveneens invloed gehad op de uitgaven.

IV-investeringen

Medio 2002 zijn IV-investeringen waaronder de projecten ERP en BEVO doorgeschoven naar 2003 en verder. De vervanging van de matlog informatievoorziening is een project dat door de Centrale organisatie wordt uitgevoerd met inbreng van de hierbij betrokken defensieonderdelen. Inmiddels is gebleken dat de uitvoering van met name het ERP project is vertraagd en hierdoor budgettair is verschoven naar 2004.

Titaan

Gebleken is dat binnen het project Titaan de aanschaf van antennemasten is vertraagd waardoor de verplichtingen en uitgaven pas vanaf 2004 plaatsvinden.

Stinger

Als gevolg van de uitfasering van de HAWK heeft er een heroverweging plaatsgevonden van het Stinger concept. Op grond hiervan zijn de fondsen voor dit project verschoven naar latere jaren.

Overige verschillen

Om de bedrijfsvoering voor 2003 te kunnen garanderen is het noodzakelijk gebleken om de exploitatie budgetten naar dit uitvoeringsniveau aan te passen. Daarnaast wordt het exploitatiebudget beïnvloed door bovenmatige prijsstijgingen in de luchtvaartsector, een veranderend beleid ten aanzien van belasting van het budget vredesoperaties voor de meerkosten van vlieguren bij uitzending en door fiscale ontwikkelingen. Tevens zijn meeruitgaven noodzakelijk geweest voor de uitgaven van met name vliegtuigbrandstoffen, onderhoud infrastructuur en informatievoorziening en uitgaven voor huisvesting, onderhoud infrastructuur en onderhoud van alsmede de aanschaf van onderdelen ten behoeve van (wapen)systemen.

Beleidsartikel 04 Koninklijke marechaussee

Budgettaire gevolgen van beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van beleid voor 2003.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003+NWVerschil
Verplichtingen242 148254 965300 633322 098380 581339 28941 292
Uitgaven       
Programmauitgaven212 172      
Operationele taakvelden       
– Beveiliging 39 20537 61047 69346 83044 2622 568
– Handhaven vreemdelingenwet 78 41082 63688 355106 43393 01013 422
– Politietaken Defensie (exclusief internationale en vredesoperaties) 48 43047 41055 03160 25753 2347 023
– Politietaken burgerluchtvaartterreinen 6 9197 15110 08910 4808 0752 405
– Assistentieverlening, samenwerking en bijstand 6 9194 2385 5035 2404 486754
Investeringen20 43719 14020 13719 97530 57635 731– 5 155
Totaal programmauitgaven232 609199 023199 182226 646259 816238 79921 017
Ondersteunende eenheden       
– Staf Koninklijke Marechaussee 11 53133 37238 21642 57337 9824 591
– Opleidingscentrum Koninklijke Marechaussee 39 20552 44260 84055 67358 019– 2 347
Wachtgelden en inactiviteitswedden482529973985693753– 60
Totaal apparaatsuitgaven48251 26586 787100 04198 93996 7542 185
Totaal uitgaven233 091250 288285 969326 687358 755335 55323 202
Totaal ontvangsten4 5165 2425 3628 2667 5605 2002 360

Toelichting verschillen

De verschillen vinden hun oorzaak in de volgende technische en beleidsmatige verschillen:

Verschillen in de verplichtingen

Omschrijvingbedrag
Technische afwijkingen 
Loonbijstelling7 766
Overhevelingen tussen defensionderdelen3 795
Prijsbijstelling3 046
Beleidsmatige afwijkingen 
Overschrijding begrotingssterkte7 344
Uitdeling van der Haak gelden540
Bouwrente Leenfaciliteit Nieuwbouw Schiphol11 000
C2000 Landelijke Roll out Defensie– 5 637
Nieuwbouw district Noord Holland– 5 670
Aanpassing infrastructuur OCKMar3 169
Aanpassing materiele exploitatie12 535
Overige verschillen3 404
Totaal41 292

Verschillen in de programma-, apparaatsuitgaven en investeringen

OmschrijvingProgrammauitgavenApparaatsuitgavenInvesteringenTotaal
Technische afwijkingen    
Toedeling loonbijstelling5 2502 516 7 766
Overhevelingen tussen defensieonderdelen2 0271 768 3 795
Prijsbijstelling2 432704 3 136
Beleidsmatige afwijkingen    
Overschrijding begrotingssterkte5 1372 207 7 344
Uitdeling van der Haak gelden366174 540
Bouwrente Leenfaciliteit Nieuwbouw Schiphol  733733
C2000 Landelijke Roll out Defensie  – 5 855– 5 855
Nieuwbouw district Noord Holland  – 1 095– 1 095
Aanpassing infrastructuur OCKMar  3 2243 224
Aanpassing materiele exploitatie5 971  5 971
Overige verschillen4 989– 5 184– 2 162– 2 357
Totaal26 1722 185– 5 15523 202

Toelichting op de verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

Overschrijding begrotingssterkte

De overschrijding van de begrotingssterkte houdt voor het overgrote deel direct verband met de recente ontwikkelingen op de taakvelden, zoals de uitbreiding van de stafcapaciteit en de uitbreiding van de APW/Parketpolitie op Schiphol.

Uitdeling Van der Haak gelden

Naar aanleiding van het onderzoek van de commissie Van der Haak is uitbreiding van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) voorzien en budget toegevoegd. Voor 2003 zijn de gelden met name bestemd voor de aanschaf van de met extra inzet gemoeide materiële middelen.

Landelijke uitrol C 2000

Door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is in mei 2003 aangegeven dat de oplevering van het totale netwerk met zes maanden is vertraagd. De Koninklijke marechaussee participeert in het project Landelijke Aanbesteding Randapparatuur (LARA) dat de Korps Landelijke Politiedienst (KLPD) verzorgt. De ondertekening van de mantelovereenkomsten heeft eerst in november 2003 plaatsgevonden. Vervolgens is een bestelprocedure tot stand gekomen en kan de KMar met ingang van 1 januari 2004 randapparatuur bestellen.

Nieuwbouw District Noord-Holland/Utrecht

Het nieuwbouwproject heeft in 2003 vertraging opgelopen als gevolg van de uitwerking van en de besluitvorming over het voorlopig ontwerp. Deze besluitvorming heeft zich gericht op de volgende ontwikkelingen: een aanvullende behoeftestelling van een vierde verdieping op het gebouw in verband met de noodzakelijke ruimte ten behoeve van recherche-teams, het hoger uitgavenniveau als gevolg van locale randvoorwaarden en de studie «herbelegging Defensie Infrastructuur» waarin ook het terrein van de Marinekazerne Amsterdam wordt beschouwd.

Bouwrente nieuwbouw Schiphol

Eind 2003 is een verplichting aangegaan inzake de jaarlijkse verrekening van de bouwrente die samenhangt met de nieuwbouw voor het District Schiphol. Deze verplichting vloeit voort uit het eerder genomen besluit om een deel van de nieuwbouw Schiphol door tussenkomst van het agentschap DGW&T te financieren uit de leenfaciliteit bij het ministerie van Financiën.

Aanpassing infrastructuur OCKMar

Het oude project «Aanpassing en uitbreiding infrastructuur OCKMar te Apeldoorn» is op aangeven van de CDS eind 2002 stopgezet. In 2003 is dit project ook financieel afgerond. Ten behoeve van het nieuwe project «Infrastructuur OCKMar te Nieuw Milligen» is in september 2003 een DMP/A-document aangeboden. De uitgangspunten in dit document zijn herzien en een bijgestelde versie is in november 2003 aangeboden.

Aanpassing materiele exploitatie

Mede samenhangend met recente uitbreidingen zijn de uitgaven in de materiele exploitatie in 2003 hoger uitgekomen. Met name gaat het hier om meeruitgaven op het vlak van de informatie-systemen, telecommunicatie en huisvesting.

Beleidsartikel 09 Uitvoeren Vredesoperaties

Ten laste van dit beleidsartikel worden de additionele uitgaven voor vredesoperaties geraamd en verantwoord, als onderdeel van de Homogene Groep Internationale Samenwerking.

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde gevolgen van het beleid voor het jaar 2003.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Verplichtingen219 932183 511199 158166 597210 661178 40132 260
Uitgaven       
VN-contributies12 61333 42053 77344 63034 32259 445– 25 123
SFOR60 86569 83487 11870 10660 02075 000– 14 980
KFOR50 29051 8204 0001 043   
UNFICYP2 9933 0321 34753   
UNMEE 15 87547 3252 433   
F-16's Amendola46 22412 4304 000    
Task Force Fox   8 7052 0175 000– 2 983
ISAF   14 26431 83210 00021 832
Enduring Freedom   27 75331 78213 80017 982
Stabilisatiemacht IRAK    36 542 36 542
UNMIL (liberia)    848 848
Display Deterrence*    7 237 7 237
PSO / EU contributies   1 9842 3801 815565
EUPM    1 442 1 442
Overige operaties 5 5267271 6845 566 5 566
Voorziening vredesoperaties/overige operaties34 101    13 341– 13 341
Totale uitgaven207 086191 937198 290172 655213 988178 40135 587
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten4 77015 25154 9538 6118 0011 4076 594

Toelichting op de verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

VN Contributies

In de ontwerpbegroting 2003 werd op basis van realisatiecijfers uit het verleden nog een contributie bijdrage van Nederland aan de VN voorzien van € 59 miljoen. Uiteindelijk is in 2003 € 34 miljoen aan VN contributies betaald. Belangrijkste reden voor deze lagere realisatie betreft het reëler ramen bij de VN van benodigde budgetten voor VN-missies. Hierdoor wordt bij de voorfinanciering van operaties een lagere contributie van de leden gevraagd.

SFOR

De operatie SFOR was voor 2003 initieel op € 75 miljoen begroot op basis van de realisatie in 2002. Wijzigingen in de wijze van optreden en de hiermee verwachte personele reducties hebben er toe geleid dat er minder voor deze operatie is uitgegeven. Belangrijkste oorzaken zijn de vermindering van personeel in het uitzendgebied (van de 1150 vte'n in de ontwerpbegroting 2003 tot daadwerkelijk 950 vte'n eind 2003) en het vooruitlopend op de reductie tot een minimum beperken van infrastructurele aanpassingen. De lagere personeelsomvang draagt er toe bij dat in bij een groot deel van de verschillende uitgavencategorieën besparingen zijn opgetreden (toelages, kleding, voeding etc). Tenslotte zijn ook minder uitgaven voor luchttransport gedaan dan initieel was begroot, doordat eigen defensiecapaciteit beschikbaar is geweest.

Enduring Freedom

De operatie Enduring Freedom was voor 2003 initieel op een kleine € 14 miljoen begroot. Doordat het verblijf van het F16-detachement in Manas in 2003 met een half jaar werd verlengd tot eind september 2003, is uiteindelijk een kleine € 32 miljoen gerealiseerd.

International Security Assistance Force/HQISAF

De operatie ISAF was voor 2003 initieel op € 10 miljoen begroot. Door verlenging van de aanwezigheid van de compagnie in ISAF is deelname aan de operatie met een half jaar verlengd. Het commando HQ ISAF is door HQ 1 (GE/NL) Corps overgenomen.

Task Force Fox

Hoewel de bijdrage aan Task Force Fox formeel in 2002 is afgelopen is in de ontwerpbegroting voor 2003 niettemin een bedrag van € 5 miljoen voor TFF in de begroting opgenomen. Dit in verband met verwachte naijlende facturen voor met name Duitse ondersteuning en de nog te maken onderhoudskosten. De omvang van zowel de naijlende facturering als het noodzakelijke herstel van materiaal valt aanzienlijk mee ten opzichte van de raming.

Stabilisatiemacht in Irak (SFIR)

In de ontwerpbegroting van 2003 was de operatie SFIR, die in de loop van 2003 van start is gegaan, nog niet voorzien. De eerste uitgaven voor de bijdrage aan de stabilisatiemacht Irak bestaande uit een mariniersbataljon, een helikopterdetachement en ondersteunend KL-personeel bedragen ruim € 36 miljoen.

UNMIL

Het kabinet heeft in 2003 besloten gedurende drie maanden het Landing Platform Dock (LPD), de Hr Ms Rotterdam, ter beschikking te stellen aan UNMIL, alsmede twee Lynx-helikopters, een peloton mariniers, een boot-compagnie en een chirurgisch team, in totaal ongeveer 270 militairen. Deze operatie is in de loop van 2003 van start gegaan en is inmiddels beëindigd. De totale additionele uitgaven voor deze operatie worden geraamd op € 4 miljoen. De thans gerealiseerde uitgaven betreffen voornamelijk de uitgekeerde VVHO toelages.

Display Deterrence

Op verzoek van de Turkse regering heeft Nederland in februari 2003 een Patriotdetachement ontplooid in Turkije. Op 16 april 2003 is de deelname aan de operatie Display Deterrence beëindigd. De totale additionele uitgaven voor deze operatie bedragen ruim € 7 miljoen. De grootste kostenposten zijn de toelages en transport. Overige uitgaven zijn voornamelijk gemaakt voor voeding, brandstof en telecommunicatie (satellietverbindingen).

Ontvangsten

Voor 2003 was € 1,4 miljoen aan ontvangsten initieel begroot. In 2003 is uiteindelijk totaal € 8 miljoen aan ontvangsten geïncasseerd. Dit betreft door de VN betaalde openstaande vorderingen van eerdere operaties, die al meerdere jaren openstonden en vanwege de liquiditeitspositie van de VN niet eerder konden worden betaald. Tevens betreft dit door de VN verrekende voorschotten van teveel betaalde contributies. Doordat de werkelijke uitgaven van VN-operaties lager uitvallen dan initieel was begroot zijn de voorgeschoten bedragen verrekend.

Beleidsartikel 10 Civiele taken

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor het jaar 2003.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil 2003
Verplichtingen33 97638 42223 55029 90732 43833 026– 588
Uitgaven       
Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba22 74024 62721 89422 64710 76019 004– 8 244
Kustwacht Nederland5 4215 4215 4214 9455 9885 764224
Explosieven opruiming8 2608 2608 3367 0478 1168 258– 142
Hulp aan civiele overheden   1 3628 144 8 144
Totaal uitgaven36 42138 30835 65136 00133 00833 026– 18
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten4 7945 4427 7947 9596 1065 292814

Toelichting op de verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

Beleidsmatige afwijkingen

Met ingang van 2003 worden in dit artikel slechts de directe uitgaven geraamd voor de inzet van personeel en materieel van de Koninklijke marine ten behoeve van de KWNA&A. Zowel de verplichtingen, uitgaven als de ontvangsten voor de KWNA&A die niet toe te rekenen zijn aan de inzet van defensiemiddelen, worden begroot en verantwoord in de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Tegenover deze lagere verplichtingen, uitgaven en ontvangsten staan de hogere bedragen samenhangend met de verleende hulp aan civiele overheden voor vrijwel een gelijk bedrag.

De hogere bedragen zijn met name het gevolg van Host Nation Support, waarbij voor de doorvoer van Amerikaans materieel in Rotterdam, Eemshaven en Soesterberg personeel en materieel is ingezet. Tevens is voor gemeenten en andere ministeries om uiteenlopende redenen militaire steunverlening en bijstand ingezet zoals bij de vogelpest, eurotransporten, explosievenopruiming en het gebruik van blus- en transporthelikopters.

Beleidsartikel 11 Internationale samenwerking

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van beleid voor 2003.

 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Verplichtingen94 59585 059140 771137 029135 021302 505– 167 484
Uitgaven       
Bijdrage aan de Navo68 97969 58362 44277 92177 25672 8524 404
EVDB  45 37916 75022 29344 034– 21 741
Attachés21 42220 09721 85220 52716 84022 279– 5 439
Overige internationale samenwerking2 5722 3701 7161 5611 3201 420– 100
Totale uitgaven92 97392 050131 389116 759117 709140 58522 876
Ontvangsten       
Totale ontvangsten3 81916 9864 9527 71112 51414 430– 1 916

Toelichting op de verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

Bijdrage aan de Navo

De overschrijding van de geraamde uitgaven en verplichtingen wordt veroorzaakt door enkele specifieke kostenposten binnen de Navo-begroting. De investeringen en exploitatiekosten van het AWACS project zijn toegenomen omdat respectievelijk de bijdragen voor investeringen (€ 5 miljoen) voortaan voor een periode van twee jaar worden vastgesteld en de bijdrage voor exploitatie (€ 2 miljoen), die door de Navo wordt vastgesteld, is verhoogd. Ook de gewijzigde kostenverdeelsleutel voor de bijdrage aan de Militaire Begroting van de Navo heeft tot stijging van de uitgaven geleid (€ 5 miljoen). De overschrijding wordt deels gecompenseerd door het niet volledig realiseren van de door de Navo geautoriseerde Veiligheidsprojecten in Nederland (– € 5 miljoen) en een (tijdelijk) lagere bijdrage aan het budget Navo Veiligheidsinvesteringsprogramma (– € 3 miljoen) als gevolg van de lange periode die is verstreken tussen autorisatie en de afronding van de projecten, waardoor de uitgaven in een ander begrotingsjaar vallen.

EVDB

Het overgrote deel van de verplichtingenonderschrijding vindt zijn oorzaak in verschuiving van EVDB-projecten als onderdeel van de heroverwegingen in het kader van «Nieuw Evenwicht». Zo is onder meer de versterking van het transporthelikopter-capaciteit doorgeschoven naar 2007 en verdere jaren en zijn er NBC projecten opgevoerd en belegd voor 2004 en verdere jaren.

Door een veranderd kasgeldritme van het project «Ombouw verkenningsvoertuigen naar NBC» en niet tijdig uitleveren van het «long-lead-item» is binnen de begrote ruimte gebleven. Verder zijn er vertragingen in de betalingen voor het project Landing Platform Dock II en zijn de behoeften in het kader van role-3 hospitaal doorgeschoven naar 2005.

Attachés

De uitgaven voor de post attachés zijn in 2003 uitgekomen op € 16,8 miljoen (begroot € 22,3 miljoen). Het verschil is onder meer te verklaren door de invoering van een nieuw geautomatiseerd budgetteringssysteem bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, waardoor een achterstand in de verwerking van de facturen van de attachéposten is ontstaan. Deze achterstand bedraagt ongeveer € 2,1 miljoen. Hiernaast heeft Defensie ter voorkoming van budgetoverschrijdingen op het attachés-deel binnen de voorziening Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) de maatregel genomen om de kosten van defensiemedewerkers in het buitenland, die niet werkzaam zijn in de diplomatieke dienst, niet meer ten laste van HGIS te brengen maar te verantwoorden bij de respectievelijke krijgsmachtsdelen.

10.2 Toelichting bij de niet-beleidsartikelen

Niet-beleidsartikel 60 Ondersteuning krijgsmacht

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2003:

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Verplichtingen232 409241 125269 318252 801276 097225 33850 759
Uitgaven       
Programmauitgaven       
Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie49 28055 35456 44369 08547 57654 0856 509
Instituut Keuring en Selectie Defensie51 51853 32068 14018 97214 12415 860– 1 736
Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf56 44655 64955 42358 49462 69657 1325 564
Instituur Defensie Leergangen8 8088 52310 30910 94510 94610 788158
Defensie ICT Uitvoeringsorganisatie    2 457 2 457
Overige Interservice Diensten35 71933 70340 27047 66650 40549 3771 028
Investeringen7 88113 76416 48618 47548 17123 44124 730
Totaal Programmauitgaven209 652220 313247 071223 637236 375210 68325 692
Apparaatsuitgaven       
Staf Defensie Interservice Commando11 71215 51817 58117 30021 34815 4925 856
Wachtgelden en inactiviteitswedden4 8164 2745 0765 2295 9554 6611 294
Totaal Apparaatsuitgaven16 52819 79222 65722 52927 30320 1537 150
Totaal uitgaven226 180240 105269 728246 166263 678230 83632 842
Ontvangsten       
Totale ontvangsten20 19624 42626 87524 20329 76322 5017 262

Toelichting verschillen

De in 2003 gerealiseerde verschillen vinden hun oorzaak in de volgende technische en beleidsmatige afwijkingen:

Verschillen in de verplichtingen

OmschrijvingBedrag
Technische afwijkingen 
Uitdeling loonbijstelling4 110
Uitdeling prijsbijstelling3 308
Beleidsmatige afwijkingen 
Centralisatie IV-budgetten22 621
Overige verschillen20 720
Totaal50 759

Verschillen in de programmauitgaven

OmschrijvingDVVOIKSMGFBIDLDICTUOIDInvesteringenTotaal
Technische afwijkingen        
Uitdeling loonbijstelling1 0562671 008178 949 3 458
Uitdeling prijsbijstelling496246378143 6721 0262 961
Beleidsmatige afwijkingen        
Centralisatie IV    2 815 21 53224 347
Aanpassing kasritme investeringen      – 6 947– 6 947
Doelmatigheidsverbetering inhuur transport– 14 615      – 14 615
Overige verschillen6 554– 2 2494 178– 163– 358– 5939 11916 488
Totaal– 6 509– 1 7365 5641582 4571 02824 73025 692

Verschillen in de apparaatsuitgaven

OmschrijvingStaf DICOWachtgeldenTotaal
Technische afwijkingen   
Uitdeling loonbijstelling533119652
Uitdeling prijsbijstelling347 347
Beleidsmatige afwijkingen   
Overige verschillen4 9761 1756 151
Totaal5 8561 2947 150

Toelichting verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

Doelmatigheidsverbetering inhuur transport

Zoals in de toelichting bij het ressort DVVO is opgenomen, is in het kader van het doelmatigheidsbesef een pilot gestart waarmee de kosten van transport door de afnemers zelf betaald moeten worden. In dit kader is het budget van DVVO met € 14,6 miljoen verlaagd.

Centralisatie IV

Met ingang van van 1 juli 2003 vormt de Defensie ICT-uitvoeringsorganisatie (DICTU) een onderdeel van de Dico-begroting. In dit kader is zowel het exploitatiebudget voor de DICTU zelf (€ 2,8 miljoen) als de door dit ressort te verwerven centrale IV-investeringen (€ 21,5 miljoen) aan Dico toegevoegd. Met name als gevolg van vertraging in de uitvoering van de projecten MULAN en ERP-Implementatie is van het voor 2003 geraamde bedrag € 6,9 miljoen niet tot realisatie gekomen.

Ontvangsten

Het realisatieverschil in de ontvangsten wordt voor het overgrote deel veroorzaakt door een hogere productie bij het CMH en het MRC. Gecombineerd met hogere tarieven kon hierdoor meer bij de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht (SZVK) in rekening worden gebracht.

Niet beleidsartikel 70 Geheime uitgaven

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid 2003.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Uitgaven en verplichtingen       
Geheime uitgaven4674999089102 0179181 099
Totaal uitgaven4674999089102 0179181 099

Toelichting verschillen in de verplichtingen en uitgaven

De hogere realisatie van verplichtingen en uitgaven betreft een intensivering en uitbreiding van taken voortvloeiend uit de invoering van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV).

Niet-beleidsartikel 80 Nominaal en onvoorzien

Loonbijstelling

Via dit artikelonderdeel worden de ontvangen bedragen voor de loonbijstelling over de artikelen verdeeld.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Uitgaven en verplichtingen       
Loonbijstelling     58 376– 58 376
Totaal uitgaven/verplichtingen     58 376– 58 376

De ontvangen loonbijstelling is als volgt over de (niet-)beleidsartikelen verdeeld:

Bedragen x € 1 000
(Niet-) BeleidsartikelOmschrijvingBedrag
01Koninklijke marine24 259
02Koninklijke landmacht40 202
03Koninklijke luchtmacht17 748
04Koninklijke marechaussee7 766
10Civiele taken538
11Internationale samenwerking718
60Defensie Interservice Commando4 110
90Algemeen51 994
 Totaal147 335

Bovenvermelde verdeling over de defensieonderdelen van de uitdeling van de loonbijstelling betreft een aanzienlijk deel van de bij Voorjaarsnota 2003 toegekende en aan de begroting 2003 toegevoegde loonbijstelling 2003. Het daarna resterende bedrag wordt zodra het beleid terzake is uitgewerkt en geïmplementeerd in de jaren 2004 en volgende besteed.

Prijsbijstelling

Via dit artikelonderdeel worden de ontvangen bedragen voor de prijsbijstelling over de artikelen verdeeld.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Uitgaven en verplichtingen       
Prijsbijstelling     7 448– 7 448
Totaal uitgaven/verplichtingen     7 448– 7 448

De verdeling over de (niet-)beleidsartikelen van de prijsbijstelling 2003 is als volgt:

Bedragen x € 1 000
(Niet-) BeleidsartikelOmschrijvingBedrag
01Koninklijke marine19 457
02Koninklijke landmacht29 004
03Koninklijke luchtmacht21 536
04Koninklijke marechaussee3 046
10Civiele taken473
11Internationale samenwerking1 786
60Defensie Interservice Commando3 308
70Geheime uitgaven24
90Algemeen4 399
 Totaal83 033

Bij de eerste suppletore begroting 2003 is de op dat moment nog te ontvangen prijsbijstelling 2003 aan de defensieonderdelen uitgekeerd. Hiermee werd voorkomen dat de bedrijfsvoering in gevaar kwam. Uiteindelijk is slechts 40% van de prijsbijstelling aan de departementen toegekend. De hierdoor ontstane problematiek is grotendeels opgelost door een herschikking tussen de defensieonderdelen in samenhang met het opstellen van de ontwerpbegroting 2004. De mutaties voor 2003 zijn verwerkt in de tweede suppletore begroting.

Niet-beleidsartikel 90 Algemeen

Budgettaire gevolgen van het beleid

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Realisatie 2003Begroting 2003Verschil
Verplichtingen1 096 4791 099 9521 194 3211 436 7811 108 8491 354 124– 245 275
Apparaatsuitgaven       
Kerndepartement (incl wachtgelden)104 884127 082129 119107 296100 238101 646– 1 408
Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst43 31044 20047 29852 43750 37250 685– 313
Totaal Apparaatsuitgaven148 194171 282176 417159 733150 610152 331– 1 721
Programmauitgaven       
Investeringen00022 57629 12221 8847 238
Departementsbrede uitgaven       
– Milieu-uitgaven18 73815 6355 5533 2506 2725 629643
– Subsidies en bijdragen17 31013 33722 85821 42413 00612 374632
– Pensioenen en uitkeringen821 101816 062860 894939 399948 748979 150– 30 402
– Wetenschappelijk onderzoek60 29561 59464 25866 51260 96960 90267
Ziektekostenvoorziening27 19027 97128 26329 46729 96724 8525 115
– Overige departementsbrede uitgaven140 932156 054189 553186 12336 492103 163– 66 671
Totaal Programmauitgaven1 085 5661 090 6531 171 3791 268 7511 124 5761 207 954– 83 378
Totaal uitgaven1 233 7601 261 9351 347 7961 428 4841 275 1861 360 285– 85 099
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten11 091148 7278 9948 8937 1109 283– 2 173

Toelichting verschillen

Investeringen

De mutatie van € 7,2 miljoen bij de investeringen heeft met name betrekking op eerder afgeronde werkzaamheden voor P&O2000+, € 1,8 miljoen, de in 2003 deels niet voorziene uitgaven betreffende het Deltaplan Documentaire Informatievoorziening en Archiefbeheer (€ 2,5 miljoen), de oprichting van het Defensie Operatiën Centrum (DOC, € 1,0 miljoen) en de uitgaven voor IV-investeringen die in eerste instantie geraamd waren bij de apparaatsuitgaven van het Kerndepartement zijn eveneens aan dit investeringsartikelonderdeel toegevoegd.

VerschillenUitgaven
Nominale bijdrage kapitaaldekking– 17 783
Nominale bijdrage kapitaaldekking prepensioen– 14 464
Verrekening met DO'n inzake onder andere nadienen17 211
Aanpassing niet relevante reeks pensioenen– 56 007
Loonbijstelling44 204
Overige ramingsbijstellingen– 3 563
Totaal– 30 402

De mutatie van € 30,4 miljoen bij Pensioenen en uitkeringen betreft:

– het saldo van enerzijds een reeds in 2002 betaald voorschot op de in 2003 verschuldigde bijdrage van € 21,6 miljoen en anderzijds een in 2003 betaald voorschot op de in 2004 verschuldigde bijdrage van € 3,8 miljoen.

– de niet gerealiseerde nominale bijdrage kapitaaldekking prepensioen (€ 14,5 miljoen) in verband met de opschorting van de besluitvorming naar aanleiding van het Najaarsakkoord over de introductie van dit prepensioen;

– het niet-gerealiseerde voorschot van de zijde van het ministerie van Financiën voor het militaire prepensioen (niet relevant; € 56,0 miljoen), in verband met de opschorting van de besluitvorming naar aanleiding van het Najaarsakkoord over de introductie van dit prepensioen;

– de per saldo verrekening met de defensieonderdelen vanwege onder andere het afwijken van de 30%-norm voor het nadienen, zoals die is vastgelegd in de CAO 2000–2001 (€ 17,2 miljoen)

– de verkregen loon- en prijsbijstelling (€ 4,2 miljoen)

Ziektekostenvoorziening Defensiepersoneel (ZVD).

Dit betreft een vangnetvoorziening voor het burgerpersoneel, het gewezen burgerpersoneel en het gewezen militair personeel van Defensie die ertoe bijdraagt dat de voor eigen rekening komende ziektekosten worden beperkt tot een van de Ziekenfondsgrens afgeleid maximum. Actief dienende militairen en gewezen militairen met een uitkering in het kader van de Uitkeringswet Gewezen Militairen (UKW) zijn uitgesloten van deelname.

In 2003 is besloten dat deze regeling zal worden geëvalueerd in het kader van de door het kabinet aangekondigde nieuwe zorgverzekeringswet, waarvan de introductie is voorzien in 2006. De uitgaven aan de ZVD zijn € 5,1 miljoen hoger uitgevallen dan was begroot.

De belangrijkste oorzaak hiervoor is het feit dat een groter aantal werknemers dan verwacht gebruik heeft gemaakt van deze regeling; tevens is de stijging van het gemiddelde aanspraakbedrag als gevolg van de autonoom stijgende ziektekosten hoger uitgevallen.

Overige departementale uitgaven

De mutatie bij de overige departementale uitgaven hangt met name samen met het feit de op dit artikel gestalde P-gelden bestemd voor de bevordering van de arbeidsmarktpositie van Defensie, tot een bedrag van € 73,5 miljoen zijn overgeheveld naar de defensieonderdelen en daar verantwoord. Het voor dit doel resterende bedrag van € 21,4 miljoen zal nadat het beleid daartoe is uitgewerkt in de jaren 2004 en volgende worden besteed.

De betaling van € 21,9 miljoen van de met de belastingdienst overeengekomen lumpsum huisvesting en voeding defensiepersoneel is ten laste van dit artikelonderdeel verantwoord.

Verplichtingen

De verplichtingenmutatie van – € 245 miljoen is opgebouwd uit een drietal opvallende elementen. Ten eerste de hiervoor omschreven problematiek bij de overige departementale uitgaven. Een tweede belangrijke neerwaartse mutatie betreft het terugdraaien van ten onrechte voor de jaren 2004 t/m 2006 vastgelegde verplichtingen voor de bijdrage doelfinanciering TNO. Deze verplichtingenmutatie bedroeg – € 123,6 miljoen.

Tot slot is de bij de Pensioenen en uitkeringen vermelde uitgavenmutatie van – € 30,4 miljoen eveneens voor de verplichtingen van toepassing.

Ontvangsten

In 2003 zijn er minderontvangsten geweest ter grootte van afgerond € 2,2 miljoen. Voor een deel heeft dit te maken met verrekenbare uitgaven in het kader van. Anderzijds is er minder dan verwacht aan royalties ontvangen.

10.3 Toelichting bij de agentschappen

10.3.1 Defensie Telematica Organisatie

Algemene informatie

De Defensie Telematica Organisatie (DTO) draagt zorg voor een optimale informatie- en communicatievoorziening voor klanten binnen het ministerie van Defensie. Als zodanig vervult zij steeds meer een ondersteunende rol bij de primaire taakuitvoering van Defensie door het aanbieden van en uitvoering geven aan werkende integrale ICT-oplossingen binnen de bestuurlijke informatievoorziening (BIV) en in toenemende mate van de operationele informatievoorziening (OIV).

Defensie beschikt over een eigen ICT-infrastructuur, bekend onder de naam NAFIN. Dit netwerk wordt beheerd door DTO.

Het NAFIN wordt ook gebruikt door andere departementen waar veiligheid, continuïteit en betrouwbaarheid gewaarborgd moeten zijn. Het beleid van Defensie is gericht op het verder stimuleren van medegebruik van dit netwerk. Als voorbeeld kan hier C2000 genoemd worden. In onderaannemerschap van het ministerie van Justitie verzorgt DTO, samen met KPN, de vaste verbindingen in dit project.

Als agentschap binnen Defensie vormt DTO een essentieel onderdeel binnen de departementale IV-cyclus. Hiertoe is nauwe afstemming en samenwerking met Defensie in alle fasen van het dienstverleningsproces noodzakelijk.

Het portfolio wordt ingedeeld in een kernportfolio en een additioneel portfolio. Het kernportfolio bestaat uit de dienstverlening op de gebieden: connectivity, hosting, integrale werkplek, housing en applicatiebeheer en -integratie. Het additionele portfolio bestaat uit consultancy, projectmanagement en applicatieontwikkeling en -implementatie. Het additionele portfolio is ondersteunend aan het kernportfolio. Dit houdt in dat diensten uit het additionele portfolio er op gericht zijn om de applicaties op een efficiënte en effectieve wijze te beheren.

Daarnaast is de dienstverlening van DTO gericht op klanten binnen de Rijksoverheid / Openbare Orde en Veiligheid die hoge eisen stellen op het gebied van veiligheid, betrouwbaarheid en continuïteit van ICT-systemen.

De hoofdvestiging van DTO bevindt zich in Den Haag. Daarnaast zijn er onder meer vestigingen in Soesterberg, Seedorf, Den Helder, Maasland, Gouda en Rijswijk (ZH).

Doelmatigheid

In 2002 is besloten vooralsnog af te zien van het verzelfstandigen van DTO. Tevens is toen besloten dat DTO een bijdrage moest leveren aan de bezuinigingstaakstelling op grond van het Strategisch Akkoord. Op basis van de resultaten zal eind 2005 heroverweging plaatsvinden over een mogelijke uitbesteding. Concrete opdracht aan DTO is dat drie jaar achtereen kostenreductie gerealiseerd moet worden, uitmondend in 8% tariefsverlaging per jaar (leidend tot een structurele besparing van€ 64 miljoen met ingang van 2006), bij minimaal gelijkblijvende kwaliteit en een break-even bedrijfsresultaat.

In december 2002 is het driejarenplan als invulling van het Strategisch Akkoord door DTO opgesteld. De gerealiseerde tariefdaling voor Defensie in het jaar 2003 is met € 24,4 miljoen ruim € 4,4 miljoen boven de taakstelling voor het jaar 2003 uitgekomen. Naast deze directe besparingen voor de Defensieklanten hebben de doelmatigheidsprogramma's binnen DTO eerder dan verwacht geleid tot (structurele) verlaging van de kosten. Dit komt tot uiting in het positieve saldo van baten en lasten over 2003. Deze structurele kostenbesparingen worden meegenomen in de bedrijfsplannen vanaf 2004 en leiden tot tariefaanpassingen voor de klanten binnen het kader van de taakstelling van DTO van € 64 miljoen.

Ten tijde van het opstellen van de ontwerpbegroting 2003 van DTO werd met de mogelijkheid rekening gehouden dat DTO zou worden verzelfstandigd. Tegen deze achtergrond is de DTO-begroting 2003 opgesteld. Ten opzichte van de realisatie 2002 werd een lagere omzet voorzien. Nu verzelfstandiging vooralsnog niet aan de orde is, is in de realisatie de omzet 2003 hoger dan geraamd uitgekomen, hoewel deze omzet lager is uitgekomen dan 2002. In de toelichting bij de cijfers zal waar nodig op het voorgaande worden ingegaan.

I. GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING

Grondslagen voor de waardering

Algemeen – De activa en passiva zijn, voor zover niet anders vermeld, gewaardeerd tegen nominale waarde, inclusief BTW. Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op de algemene waarderingsgrondslagen.

Immateriële vaste activa – Immateriële vaste activa bestaan uit gekochte software en licenties voor het gebruik van software. Deze activa worden geactiveerd voor zover de aanschafwaarde groter is dan € 11 500,–, inclusief BTW. Waardering vindt plaats tegen aanschafwaarde verminderd met lineaire afschrijvingen of lagere opbrengstwaarde.

Materiële vaste activa – Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de aanschafwaarde verminderd met lineaire afschrijvingen. Er geldt een activeringsgrens van € 5 000,–, inclusief BTW.

Voorraden – De voorraden zijn tegen kostprijs of lagere verwachte netto opbrengstwaarde gewaardeerd.

Onderhanden werk – Het onderhanden werk wordt gewaardeerd tegen kostprijs, in voorkomend geval verminderd met een afwaardering voor reeds per balansdatum bekende verliezen. Bij onderhanden projecten is sprake van winstneming bij oplevering respectievelijk voltooiing van het werk.

Vorderingen – De vorderingen zijn tegen nominale waarde gewaardeerd. Een voorziening voor het risico van oninbaarheid is hierin gesaldeerd.

Overige activa en passiva – De overige activa en passiva zijn tegen nominale waarde gewaardeerd.

Voorzieningen – De voorzieningen zijn gevormd voor specifieke verplichtingen en risico's die uitgaan boven het algemene risico dat aan het ondernemen als agentschap verbonden is.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

De resultaten zijn berekend op basis van historische kostprijzen, waarbij de baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben (matching-principle). Transacties in vreemde valuta zijn omgerekend in euro's op basis van administratiekoersen. De definitieve koers wordt bepaald op de dag van daadwerkelijke betaling.

Buitengewone baten en lasten – De buitengewone baten en lasten betreffen resultaten die geen betrekking hebben op de gewone bedrijfsuitoefening.

Afschrijvingsmethode en -percentage – Alle afschrijvingen vinden lineair plaats en worden berekend op basis van de aanschafwaarde, dan wel lagere opbrengstwaarde. Bij de afschrijving van auto's wordt gerekend met een geschatte opbrengstwaarde van 20% van de aanschafwaarde.

De afschrijvingstermijnen zijn:

   
Immateriële vaste activaSoftware / Licenties5 jaar
Materiële vaste activaTerreinen10 jaar
 Gebouwen en glasvezel30 jaar
 Machines en installaties8 jaar
 Kantoorinventaris5 jaar
 Transportmiddelen4 jaar
 PC's en printers3 jaar
 Overige computerapparatuur3–10 jaar

Onder de categorie terreinen vallen naast grond ook werken. Op grond wordt niet afgeschreven terwijl op werken wel wordt afgeschreven. Om deze reden is bij terreinen – in tegenstelling tot wat daarover is vastgelegd in de handleiding agentschappen – een afschrijvingstermijn vermeld.

In specifieke gevallen, waarbij een koppeling bestaat met de looptijd van verkoopcontracten, kunnen de afschrijvingstermijnen afwijken.

Rekening van baten en lasten

Gespecificeerde verantwoordingsstaat 2003(Bedragen x € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Baten   
Opbrengst moederdepartement223 600237 79314 193
Opbrengst overige departementen12 90014 3131 413
Opbrengst derden000
Rentebaten0406406
Buitengewone baten000
vrijval voorzieningen011 05511 055
Exploitatiebijdrage000
Totaal baten236 500263 56727 067
Lasten   
Apparaatskosten   
– personele kosten129 800113 974– 15 826
– materiële kosten78 80085 2246 424
Rentelasten4 8004 555– 245
Afschrijvingskosten  0
– materieel16 70015 228– 1 472
– immaterieel2 6002 201– 399
Dotaties voorzieningen50016 44115 941
Buitengewone lasten0304304
Totaal lasten233 200237 9274 727
Saldo van baten en lasten3 30025 64022 340

II. TOELICHTING OP DE REKENING VAN BATEN EN LASTEN

Algemeen

Na de totstandkoming van de ontwerpbegroting 2003 zijn, als gevolg van het Strategisch Akkoord en het driejarenplan DTO, de uitgangspunten voor DTO sterk gewijzigd. Deze gewijzigde uitgangspunten hebben geleid tot aanmerkelijke wijzigingen op de begroting, die zijn verwerkt in de eerste suppletore begroting 2003.

DTO heeft de opdracht om drie jaar achtereen kostenreductie te realiseren. Dit moet uitmonden in 8% tariefsverlaging per jaar (leidend tot een structurele besparing van € 64 miljoen per jaar met ingang van 2006), bij minimaal gelijkblijvende kwaliteit en een break-even bedrijfsresultaat. De gerealiseerde tariefsverlaging voor Defensie in het jaar 2003 is met € 24,4 miljoen ruim € 4,4 miljoen boven de taakstelling voor het jaar 2003 uitgekomen. Naast deze directe besparingen voor Defensie hebben de doelmatigheidsprogramma's binnen DTO eerder dan verwacht geleid tot (structurele) kostenbesparingen. Dit komt tot uiting in het hoge positieve saldo van baten en lasten. De structurele kostenverlagingen worden meegenomen in de bedrijfsplannen vanaf 2004 en leiden tot tariefaanpassingen voor de klanten binnen het kader van de taakstelling van DTO van € 64 miljoen.

Baten

Opbrengsten Moederdepartement

Het Strategisch Akkoord en het driejarenplan DTO hebben een zeer ingrijpend effect gehad op de omzetramingen van DTO. Voor het jaar 2003 heeft DTO de opdracht gekregen om de tarieven te laten dalen zodanig dat er sprake is van een tariefdaling van € 20 miljoen bij gelijkblijvende afzet en kwaliteit Dit is in de eerste suppletore begroting 2003 verwerkt.

De gerealiseerde omzet moederdepartement is € 14 miljoen hoger uitgekomen dan begroot. Enerzijds is de omzet gedaald als gevolg van een tariefdaling van € 24,4 miljoen. Anderzijds is de omzet ten opzichte van de raming 2003 € 38 miljoen hoger uitgekomen; dit is zowel het gevolg van een hogere handelsomzet van € 18 miljoen als door een hoger dan geraamde afzet in verschillende productgroepen.

De gerealiseerde omzet 2003 van het moederdepartement is ten opzichte van de realisatie 2002 echter ruim € 12 miljoen lager uitgekomen. Naast een omzetdaling van € 24,4 miljoen als gevolg van het verlagen van de tarieven is de omzet € 12 miljoen toegenomen door een hogere afzet.

Opbrengsten overige departementen

De opbrengsten van de overige departementen zijn € 1,4 miljoen hoger uitgekomen dan begroot (€ 12,9 miljoen). Deze toename wordt grotendeels veroorzaakt door de niet begrote overname van het beheer van de servers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Vrijval voorzieningen

De voorzieningen zijn per 31 december herijkt. Deze herijking heeft een aantal verschuivingen binnen de verschillende componenten van de voorziening tot gevolg gehad.

Personeelslasten(Bedragen x € 1 000)
 Ontwerpbegroting 2003Realisatie 2003
DTO-medewerkers104 80099 945
Inhuur medewerkers25 00014 029
Totale personele lasten129 800113 974

Op grond van de invulling van de taakstelling zijn bij de eerste suppletore begroting de personeelslasten met € 8,1 miljoen verlaagd tot € 121,7 miljoen. Aan de reductie in de personeelskosten wordt deels vormgegeven door relatief meer gebruik te maken van vaste krachten. De huidige situatie in de ICT-branche heeft dit mogelijk gemaakt. Tevens staan als gevolg van deze situatie de tarieven van inhuurpersoneel onder druk, hetgeen een extra drukkend effect heeft.

De situatie op de ICT-arbeidsmarkt verklaart ook dat er minder gekwalificeerd personeel DTO verlaat. De nieuwe vaste krachten zijn ook hoger gekwalificeerd. Dit verklaart dan ook dat met name de kosten voor opleidingen van het eigen personeel lager zijn dan oorspronkelijk is begroot.

Personeel Agentschap Defensie Telematica Organisatie(in volledige tijdsequivalenten, vte'n)
 Ontwerpbegroting 2003Realisatie gemiddeld 2003
– Militairen190123
– Burgers1 7101 736
Totaal DTO-medewerkers1 9001 859
– Inhuur150110
Totaal aantal vte'n2 0501 969
Gemiddelde kosten per vte (x € 1000)  
– DTO-medewerkers5554
– Inhuur167127
Materiële kosten(Bedragen x € 1 000)
 Ontwerpbegroting 2003Realisatie 2003
Directe kosten28 36838 473
Huisvestingskosten6 3046 007
Kantoorkosten3 9402 588
Verkoopkosten3 152309
Algemene kosten3 940833
Kosten hard- en software33 09637 014
Totale materiële kosten78 80085 224

De materiële kosten zijn € 6,4 miljoen hoger dan in de ontwerpbegroting was opgenomen. De belangrijkste verschillen worden onder andere veroorzaakt door de kostenstijging verband houdend met de toename van de handelsomzet, en door de hogere kosten voor hardware en software, deels toe te schrijven aan de hogere licentiekosten (beveiligingssoftware). Het kostenbesparingsprogramma taakstelling DTO 2003–2005 heeft anderzijds een reductie van de materiële kosten veroorzaakt Daarmee was reeds in de eerste suppletore begroting 2003 rekening gehouden.

Afschrijvingskosten

De realisatie van de afschrijvingskosten is € 1,9 miljoen achtergebleven bij de ontwerpbegroting. Dit wordt ten dele verklaard door het feit dat een omvangrijk deel van de investeringen pas in het laatste deel van het jaar is gedaan.

Afschrijvingen(Bedragen x € 1 000)
 Realisatie 2003
Licenties2 201
Gebouwen en terreinen1 143
Installaties en inventarissen2 031
Computer-, netwerkapparatuur en -infrastructuur12 054
Totale afschrijvingskosten17 429

Dotaties voorzieningen

De voorzieningen zijn per 31 december herijkt. Deze herijking heeft een aantal verschuivingen binnen de verschillende componenten van de voorziening tot gevolg gehad. Naast de dotaties in het kader van de reorganisatievoorzieningen zijn ook dotaties gedaan in het kader van ontwikkelstraten en FPU+.

Buitengewone lasten

De buitengewone lasten bestaan uit het resultaat van het afstoten van activa.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht voor het jaar 2003(Bedragen x € 1000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1. Rekening-courant RIC 1 januari 200337 00042 9425 942
    
2. Totaal operationele kasstroom22 50053 78831 288
    
Totaal investeringen (-/-)– 19 500– 31 555– 12 055
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)0715715
3. Totaal investeringskasstroom– 19 500– 30 840– 11 340
    
Eénmalige uitkering aan moeder-departement (-/-)– 4 600– 3 4051 195
Eénmalige storting door moeder-departement (+)0 0
Aflossingen op leningen (-/-)– 19 300– 15 8313 469
Beroep op leenfaciliteit (+)19 50030 00010 500
4. Totaal financieringskasstroom– 4 40010 76415 164
    
5. Rekening-courant RIC 31 december 2003 (=1+2+3+4)35 60076 65441 054

Opmerking: Maximale roodstand € 0,5 miljoen.

III. TOELICHTING OP HET KASSTROOMOVERZICHT

Operationele kasstroom

De toename van de operationele kasstroom is nagenoeg geheel toe te schrijven aan het resultaat van DTO over het jaar 2003.

Investeringskasstroom

De gerealiseerde investeringen zijn fors hoger dan de begrote investeringen. Dit is grotendeels toe te schrijven aan een noodzakelijke investering in het netwerk NAFIN, waarmee in de begroting nog geen rekening was gehouden.

Financieringskasstroom

Het gerealiseerde resultaat van DTO over het boekjaar 2002 bedroeg € 3,9 miljoen. Op grond van de regeling «Vermogensvoorschriften» is hiervan € 0,5 miljoen gedoteerd aan het eigen vermogen. Het restant is in 2003 uitgekeerd aan het moederdepartement.

In 2002 is een lager beroep gedaan op de leenfaciliteit dan oorspronkelijk begroot. Als gevolg hiervan zijn de aflossingen op leningen in het jaar 2003 lager dan in de ontwerpbegroting is aangegeven.

Het hogere beroep op de leenfaciliteit in 2003 wordt geheel veroorzaakt door de hogere investeringen.

Balans

Balans per 31 december 2003(Bedragen x € 1 000)
OmschrijvingStand 31–12–2003Stand 31–12–2002
Activa  
Immateriële activa3 4143 834
Materiële activa  
– grond en gebouwen14 74115 753
– installaties en inventarissen9 4549 459
– overige materiële vaste activa79 91765 069
Voorraden1 8582 468
Debiteuren12 51421 074
Nog te ontvangen/overlopende activa13 3855 868
Liquide middelen76 65442 942
Totaal activa211 937166 467
Passiva  
Eigen vermogen  
– exploitatiereserve12 00011 500
– verplichte reserves  
– onverdeeld resultaat25 6403 905
Subtotaal eigen vermogen37 64015 405
   
Leningen bij het ministerie van Financiën190 25977 227
Voorzieningen28 00723 441
Crediteuren11 76421 232
Nog te betalen/overlopende passiva144 26729 162
Totaal passiva211 937166 467

1 Gecorrigeerd voor kortlopend deel van de lening

IV. TOELICHTING BIJ DE BALANS

Vaste activa

Immateriële activa(Bedragen x € 1 000)
 Stand per 31–12–2003
Aanschafwaarde t/m 1 januari 200317 519
Investeringen 20031 799
Desinvesteringen 2003– 18
Aanschafwaarde t/m 31 december 200319 300
Afschrijvingen t/m 1 januari 200313 685
Afschrijvingen 20032 201
Afschrijvingen t/m 31 december 200315 886
Boekwaarde per 31 december 20033 414
Materiële Activa(Bedragen x € 1 000)
 Gebouwen en terreinenInstallaties en inventarisComputer netwerk en InfraTotaal materiële vaste activa
Aanschafwaarde t/m 1 januari 200326 00223 440136 288185 730
Investeringen 20031312 11227 51329 756
Desinvesteringen 2003– 87– 610– 697
Aanschafwaarde t/m 31 december 200326 13325 465163 191214 789
Afschrijvingen t/m 1 januari 200310 24913 98071 22095 449
Afschrijvingen 20031 1432 03112 05415 228
Afschrijvingen t/m 31 december 200311 39216 01183 274110 677
Boekwaarde per 31 december 200314 7419 45479 917104 112

De afschrijvingen op de vaste activa worden berekend op basis van de aanschafwaarde dan wel de lagere opbrengstwaarde. Voor de afschrijvingspercentages: zie de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling.

Voorraden(Bedragen x € 1 000)
 Stand 31–12–2003Stand 31–12–2002
Magazijnvoorraden1 3681 629
Voorziening voor incourantheid– 58– 250
Onderhanden werk5481 089
Totaal voorraden1 8582 468

De balanspost «Voorraden» bestaat per 31 december 2003 uit magazijnvoorraden ten bedrage van € 1,3 miljoen (2002: € 1,4 miljoen) en onderhanden werk van € 0,6 miljoen (2002: € 1,1 miljoen).

De post «Magazijnvoorraden» is verminderd met een voorziening voor incourantheid. Incourante voorraden worden tegen een gereduceerd tarief aangeboden aan klanten. De voorziening voor incourantheid wordt gevormd voor deze tariefreductie. De omvang van de voorziening wordt jaarlijks per balansdatum vastgesteld op basis van de inventarisatielijst.

Voorziening voor incourantheid(Bedragen x € 1 000)
Stand per 31 december 2002250
Vrijval in 2003– 250
Dotatie in 200358
Stand per 31 december 200358
DebiteurenBedragen x € 1 000
 Stand 31–12–2003Stand 31–12–2002
Debiteuren13 20425 745
Voorziening voor dubieuze vorderingen– 690– 4 671
Totaal debiteuren12 51421 074

De afname van de debiteurenstand ten opzichte van 2002 is het gevolg van de verscherpte aandacht voor het facturerings- en betalingsproces alsmede een gunstige liquiditeitspositie bij de defensieonderdelen.

De voorziening dubieuze vorderingen wordt gevormd voor crediteringen van facturen uit voorgaande boekjaren. De voorziening wordt gedoteerd op basis van de facturen. De hoogte van de voorziening per balansdatum wordt bepaald door de hoogte en ouderdom van de nog uitstaande vorderingen.

Voorziening voor dubieuze vorderingen(Bedragen x € 1 000)
Stand per 31 december 20024 671
Dotatie in 20032 473
Onttrekkingen in 2003– 2 157
Vrijval in 2003– 4 297
Stand per 31 december 2003690
Overlopende activa(Bedragen x € 1 000)
 Stand 31–12–2003Stand 31–12–2002
Overlopende activa13 3855 868

De toename van de overlopende activa wordt bijna geheel verklaard door vooruitbetaalde licentiekosten. Het contractueel vooruitbetaalde bedrag liep voorgaande jaren synchroon met het kalenderjaar. Met het nieuwe contract is deze termijn halverwege dit jaar aangevangen.

Liquide middelen

Deze post betreft de rekening courant met het ministerie van Financiën. Het hoge saldo per 31 december 2003 wordt deels verklaard door het hoge resultaatniveau. Tevens wordt het deels veroorzaakt doordat de salariskosten over de maand december nog verrekend moeten worden met Defensie.

Eigen vermogen

Overzicht vermogensontwikkeling(Bedragen x € 1000)
Agentschap Defensie Telematica Organisatie19992000200120022003 begroting2003 realisatie
1. Eigen vermogen per 1 januari122 0389 6326 10615 54416 41915 405
2. Saldo van baten en lasten voorafgaand jaar255– 3 5269 4383 9053 23725 640
3a. Uitkering aan moederdepartement   – 4 044– 4 661– 3 405
3b. Bijdrage moederdepartement ter versterking van eigen vermogen      
3c. Overige mutaties in eigen vermogen– 112 662     
3. Totaal directe mutaties in eigen vermogen– 112 66200– 4 044– 4 661– 3 405
4. Eigen vermogen per 31 december (1+2+3)9 6326 10615 54415 40514 99537 640

Voorstel winstverdeling 2003:

Toevoeging eigen vermogen 800

Uit te keren aan moederdepartement 24 840

Onverdeeld resultaat 2003 25 640

De toevoeging aan het eigen vermogen is conform de bestendige gedragslijn. Het eigen vermogen komt hiermee op 5% van de gemiddelde omzet over de laatste drie jaren.

Leningen bij het ministerie van Financiën (langlopend)

Leningen bij ministerie van Financiën(Bedragen x € 1000)
 Balans 31–12–2003Balans 31–12–2002
Leningen bij het ministerie van Financien  
– Vermogensconversielening52 88358 182
– Investeringslening37 37619 045
Totaal leningen MinFin (lange termijn)90 25977 227

Per 31 december 1999 zijn de vaste activa van de agentschappen geconverteerd naar een zogenaamde vermogensconversielening bij het ministerie van Financiën. Voorts zijn leningen opgenomen ter financiering van de investeringen. Het aflossingsschema is gebaseerd op de afschrijvingen van de daarmee gefinancierde vaste activa.

Voorzieningen(Bedragen x €1 000)
 Balans 31–12–2002Dotaties 2003Vrijval 2003Onttrekkingen 2003Balans 31–12–2003
Garantie-aanspraken1 900 600 1 300
Reorganisatievoorziening     
– Ontwikkelstraten1 1551 222 5431 834
– Herstructurering Telefooncentrales1 795817 2772 335
– Herstructurering Recruitment415 415 
– Herstructurering Berdix/Lotex1 048 172 876
– Herstructurering Platformservices4 294 4 228 66
– Herstructurering Werkplekken7 0495 091  12 140
– Herstructurering Corporate Services2 792  2 792
– Wachtgeld5 640 5 640 
– FPU+6 519  6 519
Overige voorzieningen     
– Verlieslatende contracten145   145
Totaal aan voorzieningen23 44116 44111 05582028 007

Dotaties

De voorziening ontwikkelstraten is gevormd voor de kosten van DTO voor het ombouwen van applicaties als gevolg van het saneren van ontwikkelstraten. In een contract met de klant inzake afbouw Uniface heeft DTO de verplichting op zich genomen om de kosten voor herbouw voor haar eigen rekening te nemen. Voor de resterende kosten van deze herbouw is een additionele voorziening gevormd. Voorts zijn, op basis van een impactanalyse, de kosten voor het uitfaseren van een ontwikkelstraat hoger ingeschat.

De verschillende onderdelen in het kader van herstructurering zijn per balansdatum opnieuw vastgesteld. Als gevolg van deze herijking is de samenstelling van het totaal aan te voorziene herstructureringen gewijzigd.

In 2003 is defensiebreed medewerkers van 57 jaar en ouder de mogelijkheid geboden om vervroegd uit te treden. De kosten voor de DTO-medewerkers die gebruik maken van deze mogelijkheid blijven voor rekening van het agentschap. De voorziening is bepaald in overeenstemming met de richtlijnen van de directie Arbeidsvoorwaardenbeleid (DAVB).

Vrijval

De voorziening garantie-aanspraken is gesteld op 5% van de omzet «Advies en ontwikkeling». In 2003 is deze omzet lager dan de voorgaande jaren vanwege de terughoudendheid van onze klanten ten aanzien van het ontwikkelen en onderhouden van systemen.

De vrijval van de herstructeringsvoorzieningen, inclusief wachtgeld, wordt veroorzaakt door de reeds eerder genoemde herijking.

Onttrekkingen

De kosten voor het ombouwen van applicaties als gevolg van het saneren van ontwikkelstraten zijn in mindering gebracht op de voorziening. De salariskosten en bijkomende kosten van herplaatsingskandidaten zijn conform de doelstelling van deze voorziening ten laste gebracht van de voorziening.

Crediteuren

De daling van de crediteuren wordt grotendeels gecompenseerd door de post nog te ontvangen facturen onder de overlopende passiva.

Overlopende passiva(Bedragen x € 1000)
 Stand 31–12–2003Stand31–12–2002
Salarissen en sociale lasten6 6185 733
Aflossingen leningen ministerie van Financiën16 96715 831
Overige overlopende passiva20 6827 598
Totaal overlopende passiva44 26729 162

De post salarissen en sociale lasten betreft reserveringen voor vakantiedagen, vakantiegeld en de Interim ziektekostenregeling. De aflossing op de langlopende leningen van het ministerie van Financiën in het eerstvolgende boekjaar is opgenomen onder overlopende passiva. In de post overige overlopende passiva is begrepen een post voor nog te ontvangen facturen van ongeveer € 13 miljoen (2002: ongeveer € 7 miljoen).

V. KENGETALLEN

In de begroting 2003 van DTO is een aantal kengetallen opgenomen.

Kengetallen Agentschap Defensie Telematica Organisatie
 Ontwerpbegroting 2003Realisatie 2003
Omzet per werknemer (x € 1000)115128
Resultaatmarge1,4%14,1%

Omzet per medewerker: Onder de omzet per medewerker wordt verstaan de gefactureerde omzet per medewerker (inclusief ingehuurd personeel). De omzet per medewerker is gestegen omdat er met minder medewerkers een hogere omzet is gerealiseerd. In 2002 was de omzet per medewerker € 124 000,–. De toename van de omzet per medewerker houdt verband met de doelmatigheidsprogramma's van DTO.

Resultaatmarge: De resultaatmarge is het saldo van baten en lasten, exclusief dotaties en vrijval voorzieningen en rentebaten en -lasten, ten opzichte van de omzet.

De bezuinigingen in het kader van de taakstelling DTO 2003–2005 hebben eerder dan gepland geleid tot kostenbesparingen. Daarnaast is het resultaat door een aantal incidentele resultaten, zoals inzet van stafmedewerkers voor externe klanten, het resultaat nog verder verbeterd. In 2002 was de resultaatmarge 10,5%.

10.3.2 Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T)

Algemene informatie

Het agentschap «Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T)» is de vastgoedbeheerder van het ministerie van Defensie die het onroerend goed effectief en op maatschappelijk verantwoorde wijze inricht en beheert. De DGW&T geeft deskundige adviezen en behartigt de ruimtelijke belangen van Defensie. De DGW&T staat de klanten bij in hun zorg voor de beschikbaarheid en bruikbaarheid van het vastgoed. De DGW&T levert een compleet en samenhangend productenpakket dat bestaat uit:

Vastgoeddiensten

• Ruimtelijke ordening en milieu

• Technisch beheer

Ingenieursdiensten

• Nieuwbouw

• Groot onderhoud

• Bodemsanering

• Onderzoek en advies

• Geluidsisolatie

Gebruikssteun

• Klein onderhoud

• Storingsdienst

• Kleine infrastructurele aanpassingen (commandantenvoorzieningen)

Beleidsvoorbereiding, specialistisch onderzoek en advies

• Advisering (aan departement en politieke leiding)

• Belangenbehartiging

• Voorbereiden van beleid

• Onderzoek

Out of Area ondersteuning

De missie van de DGW&T luidt:

Wij willen als vastgoedbeheerder voor Defensie de deskundige adviseur en intermediair zijn die de ruimtelijke belangen van de klanten zeker stelt en hun onroerend goed effectief en op maatschappelijk verantwoorde wijze inricht en beheert. Wij willen de klanten altijd en overal bijstaan in hun zorg voor de beschikbaarheid en bruikbaarheid van het vastgoed. Wij doen dit op een wijze die voor de defensieorganisatie als geheel zo efficiënt mogelijk is en aan de klanten een zo hoog mogelijke kwaliteit biedt.

De DGW&T bestaat uit een Centrale Directie (Den Haag), een Directie Interne Diensten, drie regionale directies in Nederland en een directie in Duitsland. De Centrale Directie schept de randvoorwaarden en zorgt voor de coördinatie en sturing.

I. GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATSBEPALING

Grondslagen voor de waardering

Activa en passiva worden, voor zover niet anders is vermeld, gewaardeerd tegen nominale waarde, inclusief BTW.

Immateriële vaste activa

De DGW&T activeert geen immateriële vaste activa.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs verminderd met afschrijvingen. Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode op basis van verwachte levensduur, waarbij rekening wordt gehouden met de restwaarde. De activeringsgrens bedraagt € 500, inclusief BTW.

Onderhanden werk

Er worden geen voorraden aangehouden, anders dan onderhanden werk. Het onderhanden werk omvat de kosten van lopende projectfasen die nog niet zijn gefactureerd. Het onderhanden werk wordt gewaardeerd op basis van directe uren maal het uurkostprijstarief, vermeerderd met de kosten van uitbestede werkzaamheden. Het uurkostprijstarief is gebaseerd op de directe salariskosten. Het onderhanden werk wordt gewaardeerd tot een maximum van de te verwachten opbrengsten per projectfase.

Debiteuren

De waardering van de post debiteuren vindt plaats tegen nominale waarde, rekening houdend met het vermoedelijke oninbare deel.

Voorzieningen

De voorzieningen zijn gevormd voor specifieke verplichtingen en risico's die uitgaan boven het algemene risico dat aan het ondernemerschap van de DGW&T is verbonden of ter egalisatie van kosten.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Algemeen

De resultaatsbepaling is gebaseerd op de methode van variabele kostencalculatie.

Opbrengsten

De omzet uit Vastgoeddiensten is een overeengekomen promillage van de waarde van de vastgoedportefeuille van de defensieonderdelen.

De omzet uit Ingenieursdiensten wordt gerealiseerd door goedkeuring van de betreffende defensieonderdelen voor geleverde diensten. De omzet wordt genomen bij het afronden van projectfasen. De kosten van lopende projectfasen worden geactiveerd in de post onderhanden werk.

De omzet van de producten Groot Onderhoud, Klein Onderhoud en Commandanten-voorzieningen is gebaseerd op een overeengekomen percentage van het financieel volume van de in het verslagjaar aan de defensieonderdelen aangeboden gecertificeerde programmafacturen. De Storingsdienst wordt verrekend op basis van bestede uren maal een uurtarief.

De producten van Beleidsvoorbereiding, specialistisch onderzoek en advies worden uitgevoerd op basis van een regiecontract met een maximum prijs.

Met het product Out of Area ondersteunt de DGW&T het optreden van de defensieonderdelen bij vredesmissies. De bestede uren worden gefactureerd tegen een overeengekomen uurtarief.

Afschrijvingsmethode en -termijnen

Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode op basis van verwachte levensduur, waarbij rekening wordt gehouden met de restwaarde.

De afschrijvingstermijnen zijn:

Gebouwen 50 jaar

Houten opslagloodsen en verhardingen 25 jaar

Inventaris 10 jaar

Transportmiddelen 4 – 6 jaar

Automatiseringsmiddelen en overige activa 5 jaar

Op terreinen wordt niet afgeschreven.

Saldo van baten en lasten 2003: confrontatie oorspronkelijke begroting met de realisatie(Bedragen x € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
BATEN   
Opbrengst moederdepartement78 90086 9668 066
Opbrengst overige departementen10016363
Opbrengst derden300854554
Netto-omzet79 30087 9838 683
Mutatie onderhanden werk0– 1 723– 1 723
Som der bedrijfsopbrengsten79 30086 2606 960
Rentebaten500941441
Vrijval voorzieningen0679679
Bijzondere baten01 4741 474
Buitengewone baten000
Totaal baten79 80089 3549 554
LASTEN   
Apparaatskosten:   
* personele kosten59 60061 8342 234
* uitbesteding5003 7143 214
* materiële kosten12 60011 007– 1 593
    
Rentelasten3 2002 585– 615
    
Afschrijvingskosten:   
* materieel3 2002 366– 834
    
Dotaties voorzieningen5004 3263 826
    
Bijzondere lasten01 8671 867
    
Buitengewone lasten000
Totaal lasten79 60087 6998 099
Saldo van baten en lasten2001 6551 455

II. TOELICHTING OP DE REKENING VAN BATEN EN LASTEN

ALGEMEEN

In 2003 zijn door de DGW&T alle producten geleverd van vastgoeden ingenieursdiensten, gebruikssteun, beleidsvoorbereiding, specialistische onderzoek en advies (BSOA) en out of area ondersteuning.

De realisatie van het saldo van baten en lasten is hoger door een grotere dan begrote behoefte aan producten en verhoudingsgewijze lagere gerealiseerde lasten.

Op meerjarentermijn bezien, wordt (nog steeds) rekening gehouden met afname van de omzetten als gevolg van een verminderde behoeftestelling van de defensieonderdelen en een verkleining van de vastgoedportefeuille.

BATEN

Opbrengst moederdepartement

Bij het opstellen van de begroting wordt rekening gehouden met een meerjarige daling in de omzet als gevolg van dalende infrastructuurbudgetten van de defensieonderdelen. De reorganisaties binnen Defensie en de daarmee samenhangende wijzigingen in infrastructuur hebben in het verslagjaar echter geleid tot een grotere dan geraamde vraag naar de diensten van de DGW&T.

Opbrengst derden

De opbrengst derden betreffen voornamelijk werkzaamheden die in rekening worden gebracht aan buitenlandse krijgsmachten die op basis van internationale verdragen verblijven op Nederlands grondgebied (Duitse krijgsmacht, AFNORTH, POMMS). Tevens is hierin opgenomen de vergoeding voor aan aannemers verkochte bestekken (omzet ongeveer € 0,2 miljoen).

De verdeling van de netto-omzet naar defensieonderdelen en belangrijkste productcategorieën:

Verdeling van de netto-omzet
 VastgoeddienstenIngenieursdienstenGebruikssteunOverigeTotaal
 RealisatieBegrotingRealisatieBegrotingRealisatieBegrotingRealisatieBegrotingRealisatieBegroting
           
Koninklijke marine4%4%6%6%4%4%0%0%14%14%
Koninklijke landmacht13%15%13%18%12%11%2%0%40%44%
Koninklijke luchtmacht8%9%12%10%8%8%0%0%28%27%
Koninklijke marechaussee1%1%3%2%1%1%0%0%5%4%
Dico1%0%1%1%1%1%0%0%3%2%
Co1%1%1%2%0%1%5%5%7%9%
Overige1%0%1%0%0%0%1%0%3%0%
Totaal29%30%37%39%26%26%8%5%100%100%

Mutatie onderhanden werk

In de begroting is deze post op nihil gesteld. De negatieve mutatie onderhanden werk hangt samen met het verhoudingsgewijs meer gereedkomen van lopende (deel)opdrachten in samenhang met de hogere opbrengsten.

Rentebaten

Onder de rentebaten zijn tevens opgenomen de aan de Koninklijke marechaussee in rekening gebrachte bouwrente (€ 0,733 miljoen) voor de in aanbouw zijnde huisvesting. Voor deze huisvesting in eigendom is een langlopende gebruiksovereenkomst met de Koninklijke marechaussee overeengekomen. De bouwrente maakt geen deel uit van de gebruiksvergoeding die verschuldigd is zodra het gebouw in gebruik wordt genomen (vermoedelijk 2007).

Bijzondere baten

De bijzondere baten bevatten opbrengsten voortvloeiend uit de gewone bedrijfsuitoefening van voorgaande boekjaren, inclusief eindafrekeningen van ingenieursdiensten en gebruikssteun. Deze zijn, na afsluiting van het voorgaande boekjaar, in overleg met de defensieonderdelen vastgesteld.

Buitengewone baten

Deze post bevat opbrengsten die niet voortvloeien uit de gewone bedrijfsuitoefening.

Vrijval voorzieningen

Voor de toelichting van de vrijval voorzieningen wordt verwezen naar de toelichting bij de balanspost «Voorzieningen».

LASTEN

Personele lasten

De realisatie van de bezetting in 2003 ten opzichte van de begroting is als volgt:

(vte'n)
 Begroting 2003Realisatie per 31-12-2003
Bezetting militair personeel3735
Bezetting burgerpersoneel992954
   
Overige categorieën:  
* tijdelijke ambtenaren, inhuur, uitzendkrachten171157
* herplaatsers en BDOS73
Totaal1 2071 149
Gemiddelde loonkosten per vte (x € 1 000):  
* ambtenaren4549
* inhuur en uitzendkrachten8078

De personele lasten zijn hoger dan de begroting ondanks een afname van de personele omvang. Dit wordt veroorzaakt door de hogere dan begrote loonkosten. De lasten voor inhuur en uitzendkrachten zijn ongeveer € 3,9 miljoen.

Uitbesteding

In de realisatie van de uitbesteding is € 2,080 miljoen opgenomen voor ingekochte diensten (onderzoeken voor BSOA) die transparant worden doorgefactureerd aan het moederdepartement. Het restant betreft ingekochte diensten die direct bijdragen aan de producten voor de klanten. In de begroting is het bedrag voor uitbesteding te laag begroot.

Materiële lasten

De materiële lasten bevatten lopende exploitatielasten. De hoofdbestanddelen zijn: huisvesting (ongeveer € 3,8 miljoen), automatisering (ongeveer € 3,3 miljoen) en transport (ongeveer € 0,8 miljoen). De afname van de materiële lasten is een gevolg van lagere ICT-lasten dan begroot.

Rentelasten

Dit betreft de rente die verschuldigd is voor de leningen voor de investeringen, inclusief de bouwrente, voor de in aanbouw zijnde huisvesting waarvoor een langlopende gebruiksovereenkomst met de Koninkliike marechaussee is overeengekomen.

Afschrijvingen

Ten opzichte van de begroting hebben zich, met uitzondering van automatiseringsmiddelen, in de afschrijvingskosten geen substantiële wijzigingen voorgedaan. De afname van de afschrijvingskosten voor automatiseringsmiddelen is het gevolg van lagere investeringen in vergelijking met eerdere jaren. De afschrijvingen zijn als volgt:

(Bedragen x € 1 000)
 20032002
Grond en gebouwen472445
Automatiseringsmiddelen8811 042
Transportmiddelen699667
Overige materiële vaste activa314212
Totaal afschrijvingen2 3662 366

Dotaties aan voorzieningen

Voor de toelichting van de dotaties voorzieningen wordt verwezen naar de toelichting bij de balanspost «Voorzieningen».

Bijzondere lasten

Dit zijn lasten die voortvloeien uit de gewone bedrijfsuitoefening uit voorgaande boekjaren. Onder deze post zijn de door de DGW&T met de defensieonderdelen verrekende bedragen verantwoord. Dit zijn hoofdzakelijk correcties op honoraria voor in 2001 en 2002 geleverde diensten.

Buitengewone lasten

Deze post bevat lasten die niet voortvloeien uit de gewone bedrijfsuitoefening.

Bestemming saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten zal worden toegevoegd aan het eigen vermogen waarbij het meerdere dat de vijf percent van de gemiddelde jaaromzet van de afgelopen drie jaar overschrijdt, in 2004 wordt afgedragen aan het moederdepartement. De grens voor het eigen vermogen is voor 2003 € 4,25 miljoen.

Kasstroomoverzicht van het agentschap Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen(Bedragen x € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Liquide middelen 1 januari3 80011 0477 247
1. Kasstroom uit operationele activiteiten3 40019 38615 986
    
Totaal investeringen– 10 800– 27 186– 16 386
Totaal boekwaarde desinvesteringen4 7008 4443 744
2. Kasstroom uit investeringsactiviteiten– 6 100– 18 742– 12 642
    
Aflossing lening moederdepartement000
Eénmalige storting door moederdepartement000
Aflossing op leningen– 7 400– 11 733– 4 333
Beroep op leenfaciliteit10 80024 38813 588
3. Kasstroom uit financieringsactiviteiten3 40012 6559 255
Liquide middelen 31 december4 50024 34619 846

III. TOELICHTING OP HET KASSTROOMOVERZICHT

Kasstroom uit operationele activiteiten

De operationele kasstroom is hoger dan de begroting. De belangrijkste oorzaak is het hoger dan begrote bedrijfsresultaat en de afname van het werkkapitaal.

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

De kasstroom uit investeringsactiviteiten is hoger door de investeringen voor de in aanbouw zijnde huisvesting te Schiphol en de huisvesting voor de Directie-Zuid te Tilburg.

De desinvesteringen hebben betrekking op de afstoting van vier voormalige directiegebouwen.

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

De mutaties in de kasstroom uit financieringsactiviteiten zijn het gevolg van een groter beroep op de leenfaciliteit voor investeringen en de grotere dan begrote aflossingen.

Balans van het agentschap Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen(Bedragen x € 1 000)
 31 december 200331 december 2002
ACTIVA    
Immateriële vaste activa 0 0
     
Materiële vaste activa    
Grond en gebouwen44 946 28 812 
Automatiseringsmiddelen1 839 1 932 
Transportmiddelen2 585 2 823 
Overige1 931 1 358 
  51 301 34 925
     
Vlottende activa    
Onderhanden werk5 268 6 991 
Debiteuren4 357 13 707 
Overlopende activa3 195 3 500 
Liquide middelen24 346 11 047 
  37 166 35 245
TOTAAL ACTIVA 88 467 70 170
PASSIVA    
Eigen vermogen    
Exploitatiereserve2 978 1 015 
Verplichte reserve0 0 
Onverdeeld resultaat1 655 1 963 
  4 633 2 978
     
Leningen van het ministerie van Financiën 46 446 33 791*
     
Voorzieningen 7 170 4 610
     
Kortlopende schulden    
Crediteuren3 508 3 149 
Overlopende passiva26 710 25 642* 
  30 218 28 791
TOTAAL PASSIVA 88 467 70 170

* Bedragen zijn gecorrigeerd met het kortlopend deel van de leningen van het ministerie van Financiën.

IV. TOELICHTING BIJ DE BALANS

Activa

Materiële vaste activa

VERLOOPSTAAT MATERIËLE VASTE ACTIVA(Bedragen x € 1 000)
 Grond en gebouwenAutomatiseringsmiddelenTransport-middelenOverige materiële vaste activaTotaal
Boekwaarde 31-dec-0228 8121 9322 8231 35834 925
      
Investeringen24 92479454892027 186
Boekwaarde desinvesteringen8 318687338 444
Afschrijvingen4728816993142 366
Boekwaarde 31-dec-0344 9461 8392 5851 93151 301

GROND EN GEBOUWEN

Bij de start van het agentschap (1996) zijn de gebouwen en verhardingen gewaardeerd op basis van uitgevoerde taxaties door beëdigde taxateurs, waarbij de herbouwwaarde is vastgesteld. Deze (actuele) herbouwwaarde is door middel van indexering aan de hand van bouwkostenindexcijfers herleid tot waarden op basis van historische kostprijzen in het stichtingsjaar van elk van de gebouwen. De terreinen zijn gewaardeerd tegen de verkoopwaarde op 1 januari 1996, gelet op het feit dat de historische uitgaafprijzen in veel gevallen niet waren te achterhalen.

De investeringen in grond en gebouwen hangen samen met de nieuwe huisvesting voor de Directie-Zuid te Tilburg en de in aanbouw zijnde huisvesting voor Koninklijke marechaussee op Schiphol (€ 21,2 miljoen).

AUTOMATISERINGSMIDDELEN

De post «automatiseringsmiddelen» bestaat uit hardware, inclusief de standaard bijgeleverde (besturings)software. Activering van separaat gekochte en ontwikkelde software ten behoeve van de dienstverlening van de DGW&T vindt niet plaats.

TRANSPORTMIDDELEN

De transportmiddelen bestaan uit dienstpersonenauto's, servicewagens en terreinwagens.

OVERIGE MATERIËLE VASTE ACTIVA

De «Overige materiële vaste activa» bestaan uit communicatiemiddelen, inventaris en ondersteunende middelen.

Vlottende activa

ONDERHANDEN WERK

Het onderhanden werk omvat de lopende projecten voor voornamelijk ingenieursdiensten. Het onderhanden werk is afgenomen door het gereedkomen van meer (deel)opdrachten.

DEBITEUREN

Bij de post «debiteuren» wordt rekening gehouden met het vermoedelijke oninbare deel (voorziening dubieuze debiteuren), waarbij vorderingen ouder dan één jaar volledig worden voorzien en vorderingen korter dan één jaar, maar ouder dan zes maanden, voor vijftig procent worden voorzien.

Voorziening dubieuze debiteuren(Bedragen x €1 000)
Stand per 31 december 20021 790
Saldo dotatie/vrijval 2003384
Onttrekking 2003– 808
Stand per 31 december 20031 366

OVERLOPENDE ACTIVA

De post overlopende activa omvat de volgende posten:

(Bedragen x € 1 000)
 31 december 200331 december 2002
Vooruitbetaalde bedragen569527
Nog te ontvangen bedragen2 6242 550
Te ontvangen goederen/diensten00
Posten in onderzoek2423
Totaal3 1953 500

Op de post «nog te ontvangen bedragen» zijn onder andere verantwoord de nog van de defensieonderdelen te ontvangen bedragen van de eindafrekeningen over de vastgoeddiensten van 2003, alsmede een bedrag (€ 0,45 miljoen) dat is betaald, onder ontvangst van een bankgarantie, in afwachting van de afwikkeling van een arbitragezaak. De posten in onderzoek hebben betrekking op disputen met leveranciers alsmede salaris- en reiskosten met de dienst Personeels- en Salarisadministratie (PSA) van Defensie.

LIQUIDE MIDDELEN

De post liquide middelen omvat de volgende posten:

(Bedragen x € 1 000)
 31 december 200331 december 2002
Gelden in rekening courant bij het ministerie van Financiën24 35911 139
Gelden te verrekenen met departement0– 98
Kruisposten– 260
Gelden in kassen136
Totaal24 34611 047

Passiva

Eigen vermogen

Vermogensontwikkeling agentschap DGW&T 1999–2003(Bedragen x € 1 000)
 19992000200120022003 begroting2003 realisatie
Eigen vermogen per 1 januari25 053642– 1 1671 0152 7002 978
       
Saldo van baten en lasten455– 1 809– 2 3561 9632001 655
       
Directe mutaties in het eigen vermogen:      
Uitkering aan moederdepartement000000
Exploitatiebijdrage door moederdepartement000000
Overige mutaties– 24 86604 538000
Eigen vermogen per 31 december642– 1 1671 0152 9782 9004 633

De grens voor het eigen vermogen is voor 2003 € 4,25 miljoen. Het meerdere wordt in 2004 afgedragen aan het moederdepartement.

Leningen van het ministerie van Financiën

Met de leningen van het ministerie van Financiën worden de materiële vaste activa gefinancierd. De looptijden van de leningen worden afgesloten in overeenstemming met de economische levensduur van de materiële vaste activa. De vermogensconversielening loopt tot 2038 met een rente van 5,0%. De overige leningen hebben een looptijd variërend tot 10 jaar en ongeveer 50 jaar tegen diverse rentepercentages variërend van 3,2% tot 5,6%.

(Bedragen x € 1 000)
 31 december 200331 december 2002
Vermogensconversielening (2000)6 43315 778
Leningen voor nieuwe investeringen40 01318 013
Totaal leningen ministerie van Financiën46 44633 791

De materiële vast activa (€ 51,137 miljoen) zijn grotendeels gefinancierd met leningen van het ministerie van Financiën. Dit rentedragend vermogen, inclusief de korte termijn aflossingen, bedraagt € 48,754 miljoen.

Voorzieningen

De verloopstaat voor de voorzieningen:

(Bedragen x € 1 000)
 Stand 31–12–2002DotatieOnttrekkingVrijvalStand 31–12–2003
Groot onderhoud5876649601 155
Garantieverplichtingen1 24479681487155
Contractrisico's551089192270
Wachtgelduitkeringen2 22842922102 436
Reorganisatievoorziening03 154003 154
Totaal4 6104 3261 0876797 170

VOORZIENING «GROOT ONDERHOUD»

Deze voorziening wordt gevormd ter egalisatie van kosten voor het planmatig onderhoud aan gebouwen in economisch eigendom. De dotaties zijn voor onderhoud aan de eigen infrastructuur en een bodemsanering van de grond van een dienstkringlokatie. De onttrekking betreft uitgaven voor veiligheidsvoorzieningen. Voor de nog in 2004 te verwezenlijken beveiligingsmaatregelen is € 0,141 miljoen aanwezig in de voorziening (gedoteerd in 2003).

VOORZIENING «GARANTIEVERPLICHTINGEN»

Deze voorziening dient ter dekking van aansprakelijkheidsrisico's met inbegrip van de beroepsaansprakelijkheid. Conform de Regeling van de verhouding tussen opdrachtgever en adviserend ingenieursbureau is de DGW&T in bepaalde gevallen aansprakelijk te stellen tot de hoogte van het honorarium van het betreffende project. Tot 2001 vonden dotaties plaats op basis van een bepaald percentage van de omzet. De dotatie vanaf 2002 is gebaseerd op een percentage (0,09%) van de netto omzet en toegewezen claims. De onttrekking betreft de verrekening van een toegewezen claim van een krijgsmachtdeel. Uit voorzichtigheid wordt als eindsaldo de dotatie van 2002 en 2003 aangehouden. Het restant is vrijgevallen.

VOORZIENING «CONTRACTRISICO'S»

Deze voorziening dient voor de dekking van risico's in situaties waarbij de DGW&T contracten afsluit ten behoeve van derden. Voor deze risico's wordt geen verzekering afgesloten. De onttrekking betreft een aan derden toegewezen claim waarbij door de DGW&T 50% is vergoed. Het eindsaldo is ter afdekking van een ingediende claim die voor 50% op de DGW&T verhaald kan worden. Het restant is vrijgevallen.

VOORZIENING «WACHTGELDUITKERINGEN»

De voorziening dient ter dekking van de verplichtingen die voortvloeien uit wachtgeldaanspraken van voormalige medewerkers. Lasten van wachtgeld, VUT en herplaatsers die ontstaan en voortvloeien uit maatregelen genomen na 1 januari 2003 komen ten laste van de DGW&T.

REORGANISATIEVOORZIENING

De Defensiebrede maatregelen voorzien in een maatregel voor medewerkers die 57 jaar en ouder zijn en die de mogelijkheid krijgen geboden om onder bepaalde voorwaarden Defensie te verlaten. Als gevolg van de reorganisatie en het overgaan van DGW&T in de nog op te richten DVD-organisatie (Defensie Vastgoed Dienst) zal de DGW&T Directie Duitsland worden afgebouwd. De kosten van de 57+ maatregel en het opzeggen van het huurcontract van het gebouw van de Directie Duitsland zijn in de reorganisatievoorziening opgenomen.

Kortlopende schulden

OVERLOPENDE PASSIVA

De «overlopende passiva» bestaan uit:

(Bedragen x € 1 000)
 31 december 200331 december 2002
Aflossingen leningen van het ministerie van Financiën2 3082 702
Vooruitontvangen bedragen5 57152
Overlopende termijnen*5 64213 953
Met betrekking tot huidig boekjaar te betalen bedragen**10 2746 117
Te betalen vakantiegelden2 0361 972
Te betalen gelden interimuitkering ziektekosten745545
Betalingen onderweg134301
Totaal26 71025 642

* Aan defensieonderdelen in rekening gebrachte ingenieursdiensten (nieuwbouw en bodemsaneringsonderzoeken) voor lopende (voorschotten) en afgerekende bouw- en onderzoekprogramma's. Van dit saldo wordt door individuele projecten omzet gerealiseerd zodra een projectfase gereed is.

** Inbegrepen de nog met PSA te verrekenen loonkosten van december 2003 (€ 6,019 miljoen)

De Koninklijke landmacht bezit een vordering op de DGW&T die is opgenomen onder de overlopende termijnen. In 2001 is de methodiek voor het verrekenen van ingenieursdiensten met de Koninklijke landmacht gewijzigd waarbij een deel van de door de DGW&T te factureren vergoedingen voor de voorbereidende werkzaamheden voor nieuwbouw zijn omgezet in een permanent voorschot van € 7,170 miljoen (standdatum 1 januari 2001). Bij een vroegtijdige bedrijfsbeëindiging dient dit voorschot te worden vereffend.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Voor de in eigendom in aanbouw zijnde huisvesting Schiphol is een langlopende gebruiksovereenkomst met de Koninklijke marechaussee overeengekomen (vijftien jaar met telkenmale eenzelfde verlenging). De DGW&T maakt hiervoor gebruik van de leenfaciliteit voor agentschappen. Dit is in lijn met de stelselwijziging Rijkshuisvesting, zoals die met betrekking tot de Rijksgebouwendienst (RGD) in 2000 is doorgevoerd.

V. KENGETALLEN

In het statuut van de DGW&T zijn drie kengetallen opgenomen die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de baten en lasten. Deze zijn:

Kengetallen(Bedragen x € 1 000)
 Begroting 2003Realisatie 2003Realisatie 2002
Productiviteit (som der bedrijfsopbrengsten/directe medewerkers)899989
Verhouding indirect/totaal27%26%27%
Flexibiliteit (incl. uitbestedingsequivalent)15%14%19%

Productiviteit

Het kengetal voor de productiviteit is het quotiënt van de som der bedrijfsopbrengsten en het gemiddeld aantal directe medewerkers uitgedrukt in vte'n. De directe medewerkers betreffen de vaste directe medewerkers, inhuurkrachten, tijdelijke medewerkers en het zogenaamde uitbestedingsequivalent (realisatie gemiddeld 876 vte'n in 2003). De realisatie is hoger dan de begroting als gevolg van een hogere som der bedrijfsopbrengsten en een afname van het aantal directe medewerkers.

Verhouding indirect/totaal personeel

Dit kengetal geeft de verhouding weer van het aantal indirecte medewerkers ten opzichte van het totaal personeel, beide uitgedrukt in vte'n. Het percentage indirect/totaal is lager dan de begroting als gevolg van het beëindigen van diverse tijdelijke dienstverbanden.

Flexibiliteit

Het kengetal van de flexibiliteit is gedefinieerd als het quotiënt van het aantal inhuurkrachten, uitzendkrachten, tijdelijk contractanten, het uitbestedingsequivalent en het totaal aantal directe medewerkers. De lagere flexibiliteit dan begroot is het gevolg van het beëindigen van diverse tijdelijke dienstverbanden.

11. BIJLAGE 1: VERDIEPINGSBIJLAGE

(Bedragen x € 1 000)
Artikel 01 Koninklijke marineVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2003 (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 hoofdstuk X, nr 1)1 234 9991 436 443115 920
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 X, nr 11)– 33 024– 33 0240
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2003, 133)1 201 9751 403 419115 920
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 934, nr 1)39 75234 8780
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 458)39 75234 8780
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2003–2004, 29 321, nr 1)122 02276 126– 57 900
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2004, 95)122 02276 126– 57 900
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet– 20 625– 2 253– 3 433
4. Vast te stellen Slotwet– 20 625– 2 253– 3 432
Totaal geraamd tevens realisatie 20031 343 1241 512 17054 587
(Bedragen x € 1 000)
Artikel 02 Koninklijke landmachtVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2003 (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 hoofdstuk X, nr 1)2 230 3792 229 16559 493
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 X, nr 11)– 19 468– 19 4680
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2003, 133)2 210 9112 209 69759 493
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 934, nr 1)51 79043 5710
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 458)51 79043 5710
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2003–2004, 29 321, nr 1)113 508– 34 0000
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2004, 95)113 508– 34 0000
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet– 58 8418 4776 818
4. Vast te stellen Slotwet– 58 8418 4776 818
Totaal geraamd tevens realisatie 20032 317 3682 227 74566 311
(Bedragen x € 1 000)
Artikel 03 Koninklijke luchtmachtVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2003 (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 hoofdstuk X, nr 1)1 467 4971 424 44439 097
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 X, nr 11)– 48 000– 75 0000
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2003, 133)1 419 4971 349 44439 097
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 934, nr 1)35 13535 1350
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2003, )35 13535 1350
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2003–2004, 29 321, nr 1)– 194 211– 56 8850
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2004, 95)– 194 211– 56 8850
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet15 76871 955– 1 155
4. Vast te stellen Slotwet15 76871 955– 1 155
Totaal geraamd tevens realisatie 20031 276 1891 399 64937 942
(Bedragen x € 1 000)
Artikel 04 Koninklijke marechausseeVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2003 (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 hoofdstuk X, nr 1)344 589340 8535 200
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 X, nr 11)– 5 300– 5 3000
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2003, 133)339 289335 5535 200
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 934, nr 1)9 3678 4371 800
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 458)9 3678 4371 800
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2003–2004, 29 321, nr 1)7 8289 4010
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2004, 95)7 8289 4010
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet24 0975 364560
4. Vast te stellen Slotwet24 0975 364560
Totaal geraamd tevens realisatie 2003380 581358 7557 560
(Bedragen x € 1 000)
Artikel 09 VredesoperatiesVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2003 (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 hoofdstuk X, nr 1)178 401178 4011 407
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 X, nr 11)000
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2003, 133)178 401178 4011 407
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 934, nr 1)56 38756 3870
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 458)56 38756 3870
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2003–2004, 29 321, nr 1)– 17 378– 17 3780
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2004, 95)– 17 378– 17 3780
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet– 6 749– 3 4226 594
4. Vast te stellen Slotwet– 6 749– 3 4226 594
Totaal geraamd tevens realisatie 2003210 661213 9888 001
(Bedragen x € 1 000)
Artikel 10 Civiele takenVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2003 (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 hoofdstuk X, nr 1)33 02633 0265 292
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 X, nr 11)000
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2003, 133)33 02633 0265 292
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 934, nr 1)10 23310 2330
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 458)10 23310 2330
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2003–2004, 29 321, nr 1)– 14 495– 14 197– 4 220
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2004, 95)– 14 495– 14 197– 4 220
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet3 6743 9465 034
4. Vast te stellen Slotwet3 6743 9465 034
Totaal geraamd tevens realisatie 200332 43833 0086 106
(Bedragen x € 1 000)
Artikel 11 Internationale samenwerkingVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2003 (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 hoofdstuk X, nr 1)303 005141 08514 430
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 X, nr 11)– 500– 5000
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2003, 133)302 505140 58514 430
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 934, nr 1)2 69557 8280
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 458)2 69557 8280
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2003–2004, 29 321, nr 1)– 90 750– 63 963– 2 900
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2004, 95)– 90 750– 63 963– 2 900
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet– 79 429– 16 741984
4. Vast te stellen Slotwet– 79 429– 16 741984
Totaal geraamd tevens realisatie 2003135 021117 70912 514
(Bedragen x € 1 000)
Artikel 60 Ondersteuning krijgsmachtVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2003 (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 hoofdstuk X, nr 1)231 438236 93622 501
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 X, nr 11)– 6 100– 6 1000
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2003, 133)225 338230 83622 501
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 934, nr 1)– 4 224– 4 2242 711
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 458)– 4 224– 4 2242 711
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2003–2004, 29 321, nr 1)57 23933 0202 444
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2004, 95)57 23933 0202 444
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet– 2 2564 0462 107
4. Vast te stellen Slotwet– 2 2564 0462 107
Totaal geraamd tevens realisatie 2003276 097263 67829 763
(Bedragen x € 1 000)
Artikel 70 Geheime uitgavenVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2003 (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 hoofdstuk X, nr 1)9189180
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 X, nr 11)000
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2003, 133)9189180
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 934, nr 1)24240
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 458)24240
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2003–2004, 29 321, nr 1)2202200
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2004, 95)2202200
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet8558550
4. Vast te stellen Slotwet8558550
Totaal geraamd tevens realisatie 20032 0172 0170
(Bedragen x € 1 000)
Artikel 80 Nominaal en onvoorzienVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2002 (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 hoofdstuk X, nr 1)65 82465 8240
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 X, nr 11)000
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2002, 133)65 82465 8240
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 934, nr 1)125 935125 9350
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2002, 458)125 935125 9350
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2003–2004, 29 321, nr 1)– 164 265– 164 2650
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2004, 95)– 164 265– 164 2650
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet– 27 494– 27 4940
4. Vast te stellen Slotwet– 27 494– 27 4940
Totaal geraamd tevens realisatie 2002000
(Bedragen x € 1 000)
Artikel 90 AlgemeenVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2003 (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 hoofdstuk X, nr 1)1 358 2241 364 3859 283
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 600 X, nr 11)– 4 100– 4 1000
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2003, 133)1 354 1241 360 2859 283
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 934, nr 1)– 42 314– 46 4390
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 458)– 42 314– 46 3490
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2003–2004, 29 321, nr 1)18 278– 11 895– 2 300
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2004, 95)18 278– 11 895– 2 300
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet– 221 239– 26 765127
4. Vast te stellen Slotwet– 221 239– 26 765127
Totaal geraamd tevens realisatie 20031 108 8491 275 1867 110

12. BIJLAGE 2: AANBEVELINGEN ALGEMENE REKENKAMER

Rapport bij het jaarverslag 2002 van het ministerie van Defensie (21 mei 2003)

ToezeggingResultaten 2003
DGFC zal een voorstel uitwerken voor een control en toezichtsarrangement dat past bij het nieuwe besturingsconcept van Defensie.Het nieuwe besturingsconcept is op 17 oktober 2003 aangeboden aan de Kamer. In 2003 is de basis gelegd voor de inrichting van de toekomstige bijpassende control- en toezichtorganisatie in sessies van het Audit Comité en van vertegenwoordigers van de huidige controlorganisaties. Begin 2004 monden deze uit in een nieuwe controlstructuur en toezichtarrangement.
Minister blijft zich onverkort inspannen om het financieel beheer inclusief het verplichtingenbeheer te verbeteren.De voortdurende inspanning heeft geleid tot een zodanige verbetering in het beheer dat er eind 2003 geen sprake was van ernstige tekortkomingen.
Het MBNS (MaterieelBeheer Nieuwe Stijl, Koninklijke Landmacht) zou, na eerdere opschortingen, uiteindelijk per 31 december 2002 bij alle 31 eenheden volledig zijn geïmplementeerd. Implementatie zal nu in het najaar van 2003 zijn afgerond.Het MBNS is vrijwel volledig geïmplementeerd. Laatste deelelement vormt het beheer van ICT-middelen bij enkele eenheden.
LCKlu voorziet eind 2003 in de oplossing van de problemen. De BDL is opgedragen maatregelen te nemen voor het structureel op orde houden van het materieelbeheer bij alle Klu-onderdelen.Ten opzichte van 2002 heeft het LCKLu steeds beter grip gekregen op haar processen en bestandinconsistenties, is de kwaliteit van inspecties verbeterd en is de awareness voor de risico-analyse toegenomen. Verdere verbeteringen zijn nu voornamelijk gericht op de voorraadadministratie.
Lijnmanagers van DTO zullen de EU-aanbestedingsregels stringent hanteren en bij twijfel deskundig advies inwinnen. Afronding verbeterpunten in 2003; monitoren maakt deel uit van het toezicht door DFEZ.In 2003 zijn de EU-aanbestedingsregels correct gevolgd.
Defensie ontwikkelt opleidingen en heeft een Handboek Financieel beheer opgesteld.Defensie beschikt over 16 interne opleidingen waaraan in de laatste drie jaar 1600 leerlingen hebben deelgenomen. Het Handboek Financieel beheer is intern Defensie beschikbaar op het intranet.

Personeelsvoorziening krijgsmacht (2 december 2003)

ToezeggingResultaten 2003
De staatssecretaris pakt de aanbeve-lingen voortvarend op teneinde het ambitieuze traject van de herinrichting van het personele functiegebied tot een succes te maken.De herinrichting voor het personele functiegebied loopt parallel met de inrichting van de nieuwe bestuursstaf en invoering van een gestandaardiseerd personeelssysteem (P&O2000+).

13. BIJLAGE 3: RAMINGSKENGETALLEN

Kengetallen en volumegegevens beleidsartikel 01 Koninklijke marine

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidRealisatie 2002Begroting 2003Realisatie 2003Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n4 3744 3134 39178
– gemiddeld salarisx € 1,-41 25840 70542 6241 919
Totaal ambtelijk burgerpersoneelx € 1000,-180 463175 562187 16411 602
Militair personeelEenheidRealisatie 2002Begroting 2003Realisatie 2003Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n11 80512 00911 837– 172
waarvan:     
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n7 2867 1147 110– 4
– gemiddeld salarisx € 1,-48 28448 59049 359769
– totale uitgavenx € 1000,-351 798345 668350 9415 273
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n4 3394 7094 571– 138
– gemiddeld salarisx € 1,-30 94629 98631 3461 360
– totale uitgavenx € 1000,-134 275141 203143 2832 080
– ANT-/ARUMILaantal vte'n180186156– 30
– gemiddeld salarisx € 1,-22 72219 33914 942– 4 396
– totale uitgavenx € 1000,-4 0903 5972 331– 1 266
Totaal militair personeelx € 1000,-490 163490 468496 5556 087
Overige personele uitgavenEenheidRealisatie 2002Begroting 2003Realisatie 2003Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren470339454115
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx € 1,-35 36035 35935 39940
– totale uitgavenx € 1000,-16 61911 98616 0714 085
– kleding en uitrustingaantal vte'n    
 (bp en mp)15 88816 03616 228192
– gemiddeld per vtex € 1,-809777– 20
– totale uitgavenx € 1000,-1 2731 5481 248– 300
– voedingaantal vte'n    
 (bp en mp)15 88816 03616 228192
– gemiddeld per vtex € 1,-656682607– 75
– totale uitgavenx € 1000,-10 42310 9319 849– 1 082
– overige persoonsgebonden personeleaantal vte'n    
uitgaven voor de Admiraliteit(bp en mp)1 8661 7371 82588
– gemiddeld per vtex € 1,-1 8171 6291 548– 81
– totale uitgavenx € 1000,-3 3902 8302 825– 5
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n    
uitgaven overige KM-ressorts(bp en mp)14 02214 29914 403104
– gemiddeld per vtex € 1,-2 9432 7942 83339
– totale uitgavenx € 1000,-41 26639 94640 805859
– overige persoonsgebonden personeleaantal vte'n    
uitgaven voor de gehele KM(bp en mp)15 88816 03616 228192
– gemiddeld per vtex € 1,-9751 016994– 22
– totale uitgavenx € 1000,-15 49116 29316 126– 167
– vliegopleidingenaantal vliegers in opleiding191712– 5
– gemiddeld per vtex € 1,-55 158106 000105 750– 250
– totale uitgavenx € 1000,-1 0481 8021 269– 533
Totaal overige personele uitgavenx € 1000,-89 51085 33588 1932 858
Materiële uitgavenEenheidRealisatie 2002Begroting 2003Realisatie 2003Verschil
– overige persoonsgebonden materiëleaantal vte'n    
uitgaven(bp en mp)15 88816 03616 228192
– gemiddeld per vtex € 1,-5 8865 6345 999365
– totale uitgavenx € 1000,-93 51590 35097 3496 999
– Brandstoffen, oliën en smeermiddelen     
– gasolie schepen1 000 m339,060,052,9– 7
– kerosine patrouillevliegtuigen1 000 m35,67,011,04
– helikopterbrandstof1 000 m30,91,41,30
– totale uitgavenx € 1000,-21 88313 05021 2378 187
Totaal toegelicht bedragx € 1000,-115 398103 400118 58615 186
Andere volumegegevens:     
– overige materiële uitgavenx € 1000,-168 603157 809166 0778 268
Sub-totaalx € 1000,-168 603157 809166 0778 268
Totaal materiële uitgavenx € 1000,-284 001261 209284 66323 454
Totaal uitgaven 1 044 1371 012 5741 056 57544 001

Kengetallen en volumegegevens Beleidsartikel 02 Koninklijke landmacht

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidRealisatie 2002Begroting 2003Realisatie 2003Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n8 6818 4988 58789
– gemiddeld salarisx € 1,-41 44641 38840 937– 451
– totale uitgavenx € 1000,-359 791351 715351 529– 187
Militair personeelEenheidRealisatie 2002Begroting 2003Realisatie 2003Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n21 46021 97122 585614
waarvan:     
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n10 17410 0289 895– 133
– gemiddeld salarisx € 1,-46 68946 79647 9961 200
– totale uitgavenx € 1000,-475 018469 272474 9235 651
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n11 28611 94312 690747
– gemiddeld salarisx € 1,-27 25227 38327 818434
– totale uitgavenx € 1000,-307 562327 041353 00625 965
Totaal toegelicht bedragx € 1000,-782 580796 313827 92931 616
Andere volumegegevens:     
– uitgaven inzake de Nationale reservex € 1000,-6 8758 39514 5376 142
Totaal militair personeelx € 1000,-789 455804 708842 46637 758
Overige personele uitgavenEenheidRealisatie 2002Begroting 2003Realisatie 2003Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren606,6594,0423,0– 171
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx € 1,-44 99845 97645 962– 14
– totale uitgavenx € 1000,-27 29627 31019 442– 7 868
– overige persoonsgebondenaantal vte'n    
personele uitgaven ressorts(bp en mp)30 14130 46931 172703
– gemiddeld per vtex € 1,-2 3052 3622 295– 68
– totale uitgavenx € 1000,-69 48171 98371 538– 445
– overige persoonsgebondenaantal vte'n    
personele uitgaven KL-breed(bp en mp)30 14130 46931 172703
– gemiddeld per vtex € 1,-9851 0501 184134
– totale uitgavenx € 1000,-29 69132 00236 9094 907
– kleding en uitrusting t.b.v. militair personeelaantal vte'n (mp)21 46021 97122 585614
– gemiddeld per vtex € 1,-1 9951 5121 158– 354
– totale uitgavenx € 1000,-42 80233 22626 161– 7 065
– voedingaantal vte'n    
 (bp en mp)30 14130 46931 172703
– gemiddeld per vtex € 1,-1 0231 0231 000– 24
– totale uitgavenx € 1000,-30 83331 18431 158– 26
– onderwijs en opleiding t.b.v. BBT-personeelaantal vte'n11 28611 943 – 11 943
– gemiddeld per vtex € 1,-706616 – 616
– totale uitgavenx € 1000,-7 9737 352 – 7 352
Totaal toegelicht bedragx € 1000,-208 076203 057185 208– 17 849
Andere volumegegevens:     
– overige personele uitgavenx € 1000,-– 12 088– 52 504– 2 39850 106
Totaal overige personele uitgavenx € 1000,-195 986150 553182 81032 257
Materiële uitgavenEenheidRealisatie 2002Begroting 2003Realisatie 2003Verschil
– overige persoonsgebondenaantal vte'n    
materiële uitgaven(bp en mp)30 14130 46931 172703
– gemiddeld per vtex € 1,-606639526– 113
– totale uitgavenx € 1000,-18 27419 45716 396– 3 061
– huisvesting KL-breedaantal vte'n    
 (bp en mp)30 14130 46931 172703
– gemiddeld per vtex € 1,-1 9251 7932 206413
– totale uitgavenx € 1000,-58 01154 62368 75814 135
– inventarisgoederen en klein materieelaantal vte'n    
KL-breed(bp en mp)30 14130 46931 172703
– gemiddeld per vtex € 1,-958793587– 206
– totale uitgavenx € 1000,-28 89024 17518 298– 5 877
– data- en telecommuniciatieaantal vte'n    
 (bp en mp)30 14130 46931 172703
– gemiddeld per vtex € 1,-2 6362 331285– 2 046
– totale uitgavenx € 1000,-79 45171 0178 889– 62 128
– onderhoud van gebouwen en terreinenaantal vte'n    
 (bp en mp)30 14130 46931 172703
– gemiddeld per vtex € 1,-1 1601 0431 12582
– totale uitgavenx € 1000,-34 97531 78135 0833 302
– groot onderhoud gebouwen en terreinenaantal vte'n    
 (bp en mp)30 14130 46931 172703
– gemiddeld per vtex € 1,-890981476– 505
– totale uitgavenx € 1000,-26 82529 89314 835– 15 058
Totaal toegelicht bedragx € 1000,-246 426230 946162 591– 68 355
Andere volumegegevens:     
– brandstoffen, olie, smeermiddelen en bedrijfsstoffenx € 1000,-22 29320 63024 3043 674
– overige materiële uitgavenx € 1000,-269 782245 883318 66472 781
Sub-totaalx € 1000,-292 075266 513342 96876 455
Totaal materiële uitgavenx € 1000,-538 501497 459505 5598 100

Kengetallen en volumegegevens beleidsartikel 03 Koninklijke luchtmacht

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidRealisatie 2002Begroting 2003Realisatie 2003Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n1 9111 7081 942234
– gemiddeld salarisx € 1,-37 18238 15938 497339
Totaal ambtelijk burgerpersoneelx € 1000,-71 05565 17574 7629 587
Militair personeelEenheidRealisatie 2002Begroting 2003Realisatie 2003Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n11 32711 09011 17888
waarvan:     
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n6 9656 7406 715– 25
– gemiddeld salarisx € 1,-45 87445 90947 9462 037
– totale uitgavenx € 1000,-319 509309 427321 95812 531
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n4 3624 3504 463113
– gemiddeld salarisx € 1,-29 07628 54730 0061 459
– totale uitgavenx € 1000,-126 830124 179133 9189 739
Totaal militair personeelx € 1000,-446 339433 606455 87622 270
Overige personele uitgavenEenheidRealisatie 2002Begroting 2003Realisatie 2003Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren470,0258,0467,0209
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx € 1,-84 25388 60565 394– 23 211
– totale uitgavenx € 1000,-39 59922 86030 5397 679
– overige persoonsgebondenaantal vte'n   0
personele uitgaven(bp en mp)13 23812 79813 120322
– gemiddeld per vtex € 1,-4 1703 4654 163699
– totale uitgavenx € 1000,-55 20844 34054 62510 285
– kleding en uitrusting t.b.v. militair personeelaantal vte'n (mp)11 32711 09011 17888
– gemiddeld per vtex € 1,-835768762– 6
– totale uitgavenx € 1000,-9 4588 5188 5180
– kleding en uitrusting t.b.v. vliegersaantal vte'n (mp)570570558– 12
– gemiddeld per vtex € 1,-1 5394 211538– 3 673
– totale uitgavenx € 1000,-8772 400300– 2 100
– voeding t.b.v. militair personeelaantal vte'n (mp)11 32711 09011 17888
– gemiddeld per vtex € 1,-87976585186
– totale uitgavenx € 1000,-9 9558 4879 5171 030
– vliegopleidingen (initieel)aantal vliegers in opleiding1019416– 78
– gemiddeld per vlieger in opleidingx € 1,-140 040314 5741 056 250741 676
– totale uitgavenx € 1000,-14 14429 57016 900– 12 670
Totaal toegelicht bedragx € 1000,-129 241116 175120 3994 224
Andere volumegegevens:     
– overige personele uitgavenx € 1000,-11 1346 90520 06113 156
Totaal overige personele uitgavenx € 1000,-140 375123 080140 46017 380
Materiële uitgavenEenheidRealisatie 2002Begroting 2003Realisatie 2003Verschil
– overige persoonsgebondenaantal vte'n   0
materiële uitgaven(bp en mp)13 23812 79813 120322
– gemiddeld per vtex € 1,-6 9654 5267 9373 411
– totale uitgavenx € 1000,-92 20557 925104 13046 205
– vliegtuigbrandstoffenaantal m397 02944 984119 00074 016
– gemiddeld per vtex € 1,-163698273– 425
– totale uitgavenx € 1000,-15 83931 39532 4611 066
Totaal toegelicht bedragx € 1000,-108 04489 320136 59147 271
Andere volumegegevens:    0
– overige materiële uitgavenx € 1000,-259 839280 818284 9854 167
Totaal materiële uitgavenx € 1000,-367 883370 138421 57651 438

Kengetallen en volumegegevens beleidsartikel 04 Koninklijke marechaussee

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidRealisatie 2002Begroot 2003Realisatie 2003Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n361463410– 53
– gemiddeld salarisx € 1,-40 49941 22742 195968
– totale uitgavenx € 1000,-14 62019 08817 300– 1 788
Militair personeelEenheidRealisatie 2002Begroot 2003Realisatie 2003Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n5 7155 8756 076201
waarvan:     
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n3 2733 2093 30899
– gemiddeld salarisx € 1,-41 96141 86643 2321 366
– totale uitgavenx € 1000,-137 339134 348143 0108 662
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n2 4422 6662 768102
– gemiddeld salarisx € 1,-25 53526 29927 4231 124
– totale uitgavenx € 1000,-62 35770 11275 9065 794
Totaal militair personeelx € 1000,-199 696204 460218 91614 456
Overige personele uitgavenEenheidRealisatie 2002Begroot 2003Realisatie 2003Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren323185169– 16
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx € 1,-33 54063 59564 077482
– totale uitgavenx € 1000,-10 99111 76510 829– 936
– overige persoonsgebondenaantal vte'n    
personele uitgaven(bp en mp)6 0766 3226 486164
– gemiddeld per vtex € 1,-4 4483 5064 142636
– totale uitgavenx € 1000,-27 02422 16326 8654 702
Totaal overige personele uitgavenx € 1000,-38 01533 92837 6943 766
Materiële uitgavenEenheidRealisatie 2002Begroot 2003Realisatie 2003Verschil
– uitbesteding O-, I- en A-deskundigheidaantal mensjaren19   
– gemiddeld per mensjaarx € 1,-109 632   
– totale uitgavenx € 1000,-2 083   
– overige persoonsgebondenaantal vte'n    
materiële uitgaven(bp en mp)6 0766 3226 486164
– gemiddeld per vtex € 1,-5 4874 6335 437803
– totale uitgavenx € 1000,-33 33929 29235 2635 971
– brandstoffen, oliën en smeermiddelenaantal m32 3202 1532 375222
– gemiddeld per m3x € 1,-994994994 
– totale uitgavenx € 1000,-2 3072 1402 361221
Totaal toegelicht bedragx € 1000,-37 72931 43237 6246 192
Andere volumegegevens:     
– overige materiële uitgavenx € 1000,-15 66715 12815 952824
Sub-totaalx € 1000,-15 66715 12815 952824
Totaal materiële uitgavenx € 1000,-53 39646 56053 5767 016

Kengetallen en volumegegevens Beleidsartikel 10 Civiele taken

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidRealisatie 2002Begroot 2003Realisatie 2003Verschil
– actief personeelaantal vte'n5915960– 99
– gemiddeld salarisx € 1,-75 35640 44949 6179 167
– totale uitgavenx € 1000,-4 4466 4312 977– 3 454
Totaal ambtelijk burgerpersoneelx € 1000,-4 4466 4312 977– 3 454
Militair personeelEenheidRealisatie 2002Begroot 2003Realisatie 2003Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n157147106– 41
waarvan:     
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n13912895– 33
– gemiddeld salarisx € 1,-56 55460 93961 9471 009
– totale uitgavenx € 1000,-7 8617 8005 885– 1 915
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n181911– 8
– gemiddeld salarisx € 1,-29 55628 47339 09110 617
– totale uitgavenx € 1000,-532541430– 111
Totaal militair personeelx € 1000,-8 3938 3416 315– 2 026

Kengetallen en volumegegevens niet-beleidsartikel 60 Defensie Interservice Commando

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidRealisatie 2002Begroting 2003Realisatie 2003Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n1 2531 1781 298120
– gemiddeld salarisx € 1,-40 48940 92043 6952 775
Totaal ambtelijk burgerpersoneelx € 1000,-50 74548 21656 7128 496
Militair personeelEenheidRealisatie 2002Begroting 2003Realisatie 2003Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n1 0741 2851 006– 279
waarvan:     
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n782969668– 301
– gemiddeld salarisx € 1,-52 73548 48760 70812 221
– totale uitgavenx € 1000,-41 23946 98440 547– 6 437
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n29231633822
– gemiddeld salarisx € 1,-33 71628 75334 6195 866
– totale uitgavenx € 1000,-9 8459 08611 7082 622
Totaal militair personeelx € 1000,-51 08456 07052 255– 3 815
Overige personele uitgavenEenheidRealisatie 2002Begroting 2003Realisatie 2003Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren183150109– 41
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx € 1,-68 56372 06798 99126 924
– totale uitgavenx € 1000,-12 54710 77410 79016
– overige persoonsgebondenaantal vte'n    
personele uitgaven ressorts(bp en mp)2 3272 4632 304– 159
– gemiddeld per vtex € 1,-4 0493 3114 123812
– totale uitgavenx € 1000,-9 4238 1559 5001 345
Totaal toegelicht bedragx € 1000,-21 97018 92920 2901 361
Andere volumegegevens:     
– overige personele uitgavenx € 1000,-143   
Totaal overige personele uitgaven