29 540
Jaarverslagen over het jaar 2003

nr. 14
JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES (VII)

Aangeboden 19 mei 2004

Gerealiseerde ontvangsten naar beleidsterrein voor 2003 (x € 1 mln)kst-29540-14-1.gif

Gerealiseerde uitgaven naar beleidsterrein voor 2003 (x € 1 mln)kst-29540-14-2.gif

INHOUDSOPGAVE

A.Algemeen6
1.Voorwoord6
2.Dechargeverlening7
3.Leeswijzer9
   
B.Beleidsverslag13
4.1.Beleidsprioriteiten13
4.2.Beleidsprogramma29
5.Beleidsartikelen50
6.Niet-beleidsartikelen149
7.Bedrijfsvoeringsparagraaf154
8.Toezichtsrelaties/ZBO's en RWT's161
   
C.Jaarrekening162
9.Verantwoordingsstaten162
9.1.De verantwoordingsstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties162
9.2.De samenvattende verantwoordingsstaat van de agentschappen163
10.Financiële toelichting bij de verantwoordingsstaten164
10.1.Toelichting bij de beleids- en niet-beleidsartikelen164
10.2.Toelichting bij de agentschappen170
11.Saldibalans per 31 december 2003 met bijbehorende toelichting269
12.Bijlage 1: Verdiepingsbijlage279
13.Bijlage 2: Aanbevelingen Algemene Rekenkamer287
14.Bijlage 3: De overzichtsconstructie extra-comptabel overzicht grotestedenbeleid289

A. ALGEMEEN

1. VOORWOORD

Na het politiek roerige jaar van 2002 hebben de verkiezingen van de Tweede Kamer in januari 2003 geleid tot het aantreden van een nieuw kabinet op 27 mei 2003 en tot de intrede van twee ministers op het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met dit jaarverslag leggen wij verantwoording af over het beleid dat in 2003 tot stand is gekomen en is uitgevoerd.

Het afgelopen jaar hebben wij ons ingespannen om op de beleidsterreinen waarop wij werkzaam zijn enkele van de prioriteiten van dit kabinetsbeleid, te weten een veiliger samenleving, een andere overheid en de bestuurlijke vernieuwing vorm te geven. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is dat in gezamenlijkheid met medeoverheden en vele andere partners aanspreekbare resultaten te kunnen boeken. Daarvoor zijn belangrijke aanzetten gegeven.

Veiliger samenleving

Voor een goede uitvoering van het in 2002 gepresenteerde veiligheidsprogramma Naar een veiliger samenleving is de ondertekening van regionale convenanten met alle politiekorpsen in 2003 een essentiële stap vooruit geweest. In deze afspraken staat de aanpak van de overlast en criminaliteit gepleegd door veelplegers, daar waar de mensen de meeste hinder van ondervinden, centraal.

Andere Overheid

De visie Andere Overheid, die in het najaar van 2003 is uitgebracht, geeft een schets van de ontwikkelingen die hebben geleid tot een overheid die bijna door de hoeven zakt van opeengestapelde verwachtingen en pretenties. Het actieprogramma Andere Overheid beschrijft de acties die worden genomen om de overheid te maken tot een eigentijdse overheid die zich beheerst en strikt formuleert wat haar eigen ambities zijn.

Bestuurlijke Vernieuwing

Het democratisch bestel heeft op zijn tijd, net als fysieke infrastructuur, behoefte aan onderhoud. De discussie over bestuurlijke vernieuwing loopt al decennia, maar in 2003 zijn twee belangrijke nieuwe producten tot stand gekomen: de hoofdlijnennotities Direct gekozen burgemeester en Naar een sterker parlement. Deze vormen het uitgangspunt voor discussies in de Kamer, waarna in 2004 wetsvoorstellen kunnen worden ingediend.

Naar ons inzicht is na een periode van wisselende kabinetten nu sprake van een kabinet dat de uitvoering van de door haar gestelde prioriteiten slagvaardig ter hand neemt. Er is in 2003 veel in de steigers gezet. Dit gaan wij in 2004 verder tot uitvoering brengen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. W. Remkes

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

Th. C. de Graaf

2. VERZOEK TOT DECHARGEVERLENING

Verzoek tot dechargeverlening van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2003 gevoerde financiële beheer met betrekking tot de uitvoering van de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld van haar bevindingen en haar oordeel met betrekking tot:

a. het gevoerde financieel en materieelbeheer;

b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

c. de financiële informatie in de jaarverslagen;

d. de departementale saldibalansen;

e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen, naast het onderhavige jaarverslag en het hierboven genoemde rapport van de Algemene Rekenkamer, de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2003; dit jaarverslag wordt separaat aangeboden.

b. de slotwet van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het jaar 2003; de slotwet is als afzonderlijk kamerstuk gepubliceerd; het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen.

c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2003 met betrekking tot de onderzoeken, bedoeld in artikel 83 van de Comptabiliteitswet 2001. Dit rapport, dat betrekking heeft op het onderzoek van de centrale administratie van 's Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk, wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aangeboden;

d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2003 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2003 alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2003 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001); het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. W. Remkes

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

Th. C. de Graaf

3. LEESWIJZER

1. Jaarverslag 2003

In dit jaarverslag legt het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verantwoording af over het gevoerde beleid, de bereikte resultaten van dit beleid en de kosten van het beleid in 2003. De verantwoording op hoofdlijnen (de beleidsprioriteiten) staat in het beleidsverslag. Dit verslag bestaat uit twee gedeelten. In het eerste gedeelte kunt u lezen wat er is terechtgekomen van de gemaakte beleidsafspraken (de prioriteiten) van 2003. In het tweede gedeelte staat de stand van zaken van de activiteiten uit het departementale beleidsprogramma. In de beleidsartikelen wordt meer in detail ingegaan op de verantwoording over de verschillende onderwerpen.

Uitgangspunt voor de verantwoording is de ontwerp-begroting 2003, die in september 2002 aan de Staten-Generaal is aangeboden. De opzet van het beleidsverslag wijkt enigszins af van de corresponderende beleidsagenda. Voor de leesbaarheid hebben we een selectie gemaakt uit de verschillende beleidsprioriteiten. We hebben deze ingedeeld naar de vier thema's uit de laatste ontwerp-begroting: veiligheid, eigentijds overheidswerkgeverschap, bestuurlijke vernieuwing en modernisering overheid. Hierdoor ontstaat een betere aansluiting tussen het beleid dat in 2003 is uitgevoerd en het beleid dat voor de komende jaren is uitgestippeld in de ontwerp-begroting 2004 en het hoofdlijnenakkoord van het kabinet Balkenende II.

De ontwerp-begroting 2003 bevat ook een departementaal beleidsprogramma met activiteiten uit het strategisch akkoord. In dit jaarverslag is aangegeven hoe het staat met uitvoering van deze activiteiten. In een aantal gevallen zijn de activiteiten succesvol afgerond in 2003. In andere gevallen is de activiteit nader uitgewerkt op het betreffende beleidsartikel in de ontwerp-begroting 2004. In een beperkt aantal gevallen zal de activiteit nog moeten worden uitgewerkt. Het eerstvolgende moment daartoe is de ontwerp-begroting 2005.

De ontwerp-begroting 2003 kent ook een groeiparagraaf voor het VBTB-gehalte van de begroting per beleidsartikel. BZK heeft er de voorkeur aangegeven om over de voortgang van de groeiparagraaf uit de ontwerp-begroting 2003 reeds te rapporteren in de ontwerp-begroting 2004 en niet in het jaarverslag over 2003. Die begroting bevatte overigens voor de laatste maal een groeiparagraaf.

2. Samenhang tussen de begroting en het jaarverslag

Zoals aangegeven is de ontwerp-begroting 2003 het uitgangspunt voor het jaarverslag 2003. In het jaarverslag wordt antwoord gegeven op de drie VBTB-vragen uit de begroting, zoals de vraag of bereikt is wat we wilden bereiken. Schematisch is de samenhang tussen de begroting en het jaarverslag als volgt:

Begroting 2003Jaarverslag 2003
Het beleidBeleidsverslag
De beleidsagendaBeleidsprioriteiten
Het beleidsprogrammaBeleidsprogramma
De beleidsartikelenBeleidsartikelen
Wat willen we bereiken?Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?
Wat gaan we daarvoor doen?Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?
Wat mag het kosten?Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

Naast verantwoording over de uitgaven (Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?) wordt vooral verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid; te weten: de realisatie van de doelen (Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?) en de inzet van instrumenten (Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?). Het jaarverslag bestaat uit twee onderdelen. Het beleidsverslag richt zich op de verantwoording over het gevoerde beleid en de geleverde prestaties; de jaarrekening bevat de verantwoording over de financiën. De Slotwet zal als een apart kamerstuk worden gepubliceerd.

3. Opbouw Jaarverslag 2003

Het jaarverslag 2003 is als volgt opgebouwd:

A.Algemeen
1.Voorwoord
2.Dechargeverlening
3.Leeswijzer
  
B.Beleidsverslag
4.1.Beleidsprioriteiten
4.2.Beleidsprogramma
5.Beleidsartikelen
6.Niet-beleidsartikelen
7.Bedrijfsvoeringsparagraaf
8.Toezichtsrelaties/ZBO's en RWT's
  
C.Jaarrekening
9.Verantwoordingsstaten
 9.1. De verantwoordingsstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
 9.2. De samenvattende verantwoordingsstaat van de agentschappen
10.Financiële toelichting bij de verantwoordingsstaten
 10.1. Toelichting bij de beleids- en niet-beleidsartikelen
 10.2. Toelichting bij de agentschappen
11.Saldibalans per 31 december 2003 met bijbehorende toelichting
12.Bijlage 1: Verdiepingsbijlage
13.Bijlage 2: Aanbevelingen Algemene Rekenkamer
14.Bijlage 3: De overzichtsconstructie extra-comptabel overzicht grotestedenbeleid

3.1. Toelichting

In de brief aan de Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (d.d. 27 september 2000, kenmerk FEZ2000/N89 652) is een nadere invulling afgesproken van de opbouw van de begroting. Deze opbouw vindt u vanzelfsprekend terug in dit jaarverslag over 2003. Daarbij is – in overleg met Financiën – invulling gegeven aan de voorschriften voor het jaarverslag zoals vastgelegd in de Rijksbegrotingvoorschriften 2004. In afwijking van deze voorschriften treft u in de paragraaf beleidsprioriteiten van het beleidsverslag geen overzicht aan van de reductie van de administratieve lastendruk voor het bedrijfsleven. De administratieve lasten voor het bedrijfsleven voortvloeiend uit wet- en regelgeving van BZK zijn bij eerdere doorlichtingen nagenoeg nihil gebleken. Voor 2003 zijn dan ook geen reductiedoelstellingen geformuleerd.

In het jaarverslag is geen algemene groeiparagraaf opgenomen.

De begroting 2003 bevat twaalf beleidsartikelen en twee niet-beleidsartikelen. De opbouw van de beleidsartikelen is drieledig, te weten:

1. Algemene beleidsdoelstelling

2. Nader geoperationaliseerde doelstellingen (en prestatiegegevens)

3. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Voor ieder beleidsartikel is (in de begroting) een strategisch doel geformuleerd.

De beleidsartikelen hebben een artikelonderdeel apparaat en per operationele doelstelling een programmatisch artikelonderdeel. De nummering van de operationele doelstelling verwijst naar het programmatische artikelonderdeel. Operationele doelstelling 1 heeft betrekking op artikelonderdeel 1: Apparaat. De meeste beleidsartikelen kennen geen operationele doelstelling voor het artikelonderdeel apparaat, maar uitsluitend voor de programmatische artikelonderdelen, die genummerd zijn vanaf 2. Om die reden start de nummering van operationele doelstellingen met 2. Daarmee heeft de BZK-begroting – en daarmee tevens het jaarverslag – meer dan de twee in de rijksbegrotingvoorschriften genoemde operationele doelstellingen. Oogmerk van deze afwijking is het bieden aan de Staten-Generaal van meer en daardoor een helder inzicht in de koppeling tussen programmabudget en operationele doelstelling.

De budgettaire geschiedenis per beleidsartikel treft u aan in bijlage 1: Verdiepingsbijlage. Een overzicht van de realisatie op het niveau van operationele doelstelling wordt tot slot van deze paragraaf gegeven onder Budgettaire gevolgen van beleid.

De bijdragen van BZK aan een agentschap worden op het desbetreffende begrotingsartikel verantwoord onder een operationeel doel (en niet onder de apparaatuitgaven met uitzondering van IVOP). De bijdrage aan de agentschappen is als volgt opgenomen bij de artikelen 2.3. (KLPD), 4.3. (ITO), 7.3. (CAS), 7.4. (BPR) en 10.1. (IVOP).

Bij de toedeling van de apparaatbudgetten aan de beleidsartikelen is als uitgangspunt gehanteerd: het apparaatbudget van een directie is toebedeeld aan het beleidsartikel waartoe ook de operationele doelen van de directie behoren. Indien deze over meerdere artikelen is verdeeld, is gekozen voor het artikel met het grootste budgettaire beslag. De staf van een directoraat-generaal is toegerekend aan het artikel met het grootste budgettaire beslag van dat directoraat-generaal. Het apparaatbudget voor de centrale stafdiensten is geplaatst onder niet-beleidsartikel Algemeen (12.1).

De mededeling over de bedrijfsvoering heeft betrekking op het gevoerde financieel en materieelbeheer en de daarvoor bijgehouden administraties. In het Referentiekader Mededeling over de Bedrijfsvoering is aangegeven dat er een volledige mededeling over de bedrijfsvoering over het begrotingsjaar 2004 moet worden gegeven. In de ontwerp-begroting 2003 is het groeitraject dat BZK volgt om hiertoe te komen uitgewerkt.

In de paragraaf toezichtsrelaties wordt ingegaan op de invulling door BZK aan het toezicht op de Europese subsidies (zoals bedoeld in de Wet Toezicht Europese Subsidies) en het toezicht op de zelfstandige bestuursorganen (ZBO's) en de rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT's).

In de paragraaf financiële toelichting bij de verantwoordingsstaten wordt ingegaan op opmerkelijke verschillen en/of mutaties tussen de budgettaire raming bij ontwerp-begroting 2003 en de uiteindelijke realisatie. Het betreft hier zowel beleidsmatige als niet-beleidsmatige mutaties en/of verschillen. Zijn de verschillen beleidsmatig van aard en/of relevant voor de beleidsprioriteiten dan worden deze ook in het beleidsverslag toegelicht (onder de tabel Budgettaire gevolgen van beleid). De overige verschillen (van groter dan € 2 mln) worden alleen toegelicht in de jaarrekening.

De verdiepingsbijlage bevat per begrotingsartikel de budgettaire geschiedenis van een artikel (van stand ontwerp-begroting via eventuele nota van wijziging, amendementen en suppletore begrotingen naar realisatie).

In de bijlage met de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer wordt ingegaan op de maatregelen die BZK heeft getroffen naar aanleiding van de aanbevelingen die de Algemene Rekenkamer heeft gedaan bij het jaarverslag 2002. In voorkomende gevallen wordt verwezen naar de mededeling over de bedrijfsvoering.

De bijlage met de overzichtsconstructie extra-comptabel overzicht Grotestedenbeleid brengt informatie bijeen van beleidsartikelen over het grotestedenbeleid van verschillende begrotingen.

Per 1 januari 2003 is de directie Coördinatie en Integratie van Minderheden (DCIM) beheersmatig overgegaan van BZK naar Justitie. In de loop van 2002 viel DCIM beleidsmatig al onder Justitie. De ontwerp-begroting 2003 van BZK bevatte echter nog de begroting van DCIM (beleidsartikel 8). De verantwoording over DCIM over 2003 treft u aan in het jaarverslag van Justitie.

B. BELEIDSVERSLAG

Inleiding

Dit verslag bestaat uit twee gedeelten. In het eerste gedeelte kunt u lezen wat er is terechtgekomen van de gemaakte beleidsafspraken (de prioriteiten) van 2003 (het beleidsverslag). In het tweede gedeelte staat de stand van zaken van activiteiten van het departementale beleidsprogramma, zoals opgenomen in de ontwerp-begroting 2003.

4.1. BELEIDSPRIORITEITEN

1. Beleidsprioriteiten 2003

In deze paragraaf legt BZK verantwoording af over de beleidsprioriteiten van 2003. Uitgangspunt is de beleidsagenda met alle afspraken van de ontwerp-begroting. Voor de leesbaarheid hebben we een selectie gemaakt uit de verschillende beleidsprioriteiten. We hebben deze ingedeeld naar de vier thema uit de laatste ontwerp-begroting: veiligheid, eigentijds overheidswerkgeverschap, bestuurlijke vernieuwing en modernisering overheid. Hierdoor ontstaat een betere aansluiting tussen het beleid dat in 2003 is uitgevoerd en het beleid dat voor de komende jaren is uitgestippeld in de ontwerp-begroting 2004.

De prioriteiten die niet in het beleidsverslag worden besproken, vindt u terug in de toelichting bij de beleidsartikelen.

2003 was voor BZK een zeer actief jaar: veel spraakmakende beleidsonderwerpen zijn in gang gezet. Zo zijn in 2003 verschillende belangrijke nota's aan het parlement aangeboden, onder andere voor de direct gekozen burgermeester, het nieuwe kiesstelsel, de visie op het programma andere overheid en de vernieuwing van het HRM-stelsel voor het rijk alsmede het wetsvoorstel kwaliteitsbevordering rampenbestrijding, de experimentenwet Kiezen op Afstand en de wijziging van de Ambtenarenwet in verband met integriteit. Na instemming van het parlement met deze nota's en wetsvoorstellen zal in 2004 gestart worden met de uitvoering. Dat betekent dat in dit verslag over 2003 het accent ligt op het in gang zetten van activiteiten op verschillende beleidsterreinen. Deze activiteiten zullen moeten leiden tot het realiseren van de gestelde beleidsdoelen uit het hoofdlijnenakkoord. In de komende jaren zal zichtbaar worden, in begroting en verantwoording, hoe deze doelen zijn bereikt.

Een ander belangrijk resultaat is het afsluiten van de convenanten met de politieregio's. Hiermee is een goede stap gezet op weg naar een intensivering van het toezicht en de handhaving, de versterking van de algemene criminaliteitsbestrijding en de verbetering van de doelmatigheid.

Enkele onderwerpen zijn in 2003 helaas niet afgerond, met name door de weerbarstigheid van de Europese aanbestedingsregels. Het betreft onder andere de aanschaf van terreurvoertuigen en materieel voor de bestrijding van terreur met nucleaire, biologische en chemische wapens. De bedoeling is om deze onderwerpen in 2004 alsnog af te ronden.

In financieel opzicht is het beleid over het algemeen gerealiseerd binnen de gestelde kaders.

Op het terrein van de bedrijfsvoering is de reorganisatie van de centrale staf van BZK het vermelden waard. In 2003 is hard gewerkt aan de blauwdruk van de nieuwe staforganisatie, die in 2004 grotendeels moet zijn afgerond. In de nieuwe staf wordt een belangrijkere plaats ingeruimd voor integrale control, zowel op centraal als op decentraal niveau. Dienstverlening voor de verschillende aspecten van de bedrijfsvoering wordt ondergebracht in een gemeenschappelijke dienst. In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de ontwerp-begroting 2004 en in dit beleidsverslag is meer informatie opgenomen over de reorganisatie van de staf.

1.1. Veiligheid

Afspraken met politie gemaakt

Doel: Verbeter het functioneren van de politie en de kwaliteitszorg door middel van concrete afspraken met de individuele korpsbeheerders.

In 2003 zijn de voornemens van het Veiligheidsprogramma Naar een veiliger samenleving verder uitgewerkt. Een belangrijke stap was de ondertekening van het Landelijk Kader Nederlandse Politie 2003–2006 door de Minister van BZK en van Justitie en de korpsbeheerders op 15 februari 2003. Per regio zijn deze afspraken in 2003 verder uitgewerkt in regionale convenanten met alle vijfentwintig politiekorpsen, het Korps Landelijke Politiediensten en het LSOP Politieonderwijs en Kenniscentrum.

Doelen van deze afspraken zijn:

– het intensiveren van het toezicht en de handhaving;

– versterking van de algemene criminaliteitsbestrijding;

– verbetering van de doelmatigheid.

Binnen de korpsen zijn ook afspraken gemaakt over de prestaties van de regiokorpsen tot en met 2006, en over de jaarlijkse verantwoording van de korpsbeheerders over de uitvoering hiervan.

Sterktegroei

De sterkte is in 2003 gegroeid naar circa 53 500 fte.

Doelmatigheid politie

De Minister van BZK en de korpsbeheerders hebben afgesproken dat elk korps in de periode 2003–2006 een doelmatigheidswinst van 5% (inclusief ziekteverzuimreductie) van de feitelijke sterkte ultimo 2002 zal realiseren. Deze winst komt ten gunste van het primaire proces. De plannen van aanpak van de korpsen worden begin 2004 gevalideerd door BZK, ondersteund door een extern bureau.

In het Hoofdlijnenakkoord staat dat er eind 2007 een taakstelling moet zijn gerealiseerd van € 57 mln voor doelmatigheid en ziekteverzuim. Eind 2003 is in samenwerking met het veld hiervoor een traject uitgezet. Vooral een betere samenwerking tussen de korpsen zal een besparing moeten opleveren.

Nieuwe recherchestructuur

Per 1 januari 2004 zou er een nieuwe recherchestructuur tot stand zijn gebracht. In 2003 zijn hiervoor zaken als bekostiging, regelgeving & rechtspositie, ontvlechting en inrichting van de Bovenregionale Recherche en de Nationale Recherche vorm gegeven. Implementatie zal in 2004 verder worden afgerond. Feitelijk zijn alle teams sinds medio 2003 operationeel.

Verantwoordelijkheid Minister van BZK

In 2003 zijn stappen gezet om de verantwoordelijkheid van de Minister van BZK voor het doelmatige en doeltreffende functioneren van het politiebestel nader in te vullen. In de beleidsbrief Versterking beheersbevoegdheden (kamerstukken II, 2003/2004, 29 200 VII, nr. 4) staan de hoofdlijnen.

Onderwijscapaciteit afgestemd op instroom

Doel: Vernieuw het postinitiële politieonderwijs met het oog op de kwaliteitverbetering en de extra investeringen in de recherche. Stem capaciteit af op de noodzakelijke extra instroom.

Opleidingen

Met ingang van 2002 is het politieonderwijs vernieuwd. Deze vernieuwing is in 2003 verder ingevoerd. Het LSOP krijgt deze kabinetsperiode jaarlijks vanaf 2004 geld voor de instroom van 2 000 aspiranten. Hierdoor worden de financiële risico's beperkt en is er garantie voor de kwaliteit van het onderwijs.

In 2003 is gestart met het nieuwe postinitieel politieonderwijs. Ook is er een vergelijkend financieel onderzoek afgerond om een gemiddelde normprijs van het postinitieel onderwijs vast te kunnen stellen. Hiernaast is er een verdeelsystematiek voor korpsen van bekostigde opleidingsplaatsen ingevoerd.

Bedrijfsvoering

Belangrijk onderdeel van het convenant LSOP-BZK-Justitie vormt de bedrijfsvoering van het LSOP, het Politie onderwijs- en kenniscentrum (voorheen het Landelijk Selectie- en Opleidingscentrum Politie). Deze wordt afgestemd op een instroomcapaciteit van de eerder genoemde 2 000 aspiranten. Accountantsbureau Deloitte heeft in 2003 een onderzoek uitgevoerd om de financiële aspecten hiervan in kaart te brengen. In het convenant is hierover afgesproken dat het LSOP allereerst zelf maatregelen neemt om de overcapaciteit weg te nemen. Het LSOP kan hiermee echter niet alles oplossen; daarom resteren frictie- en saneringskosten. Afgesproken is dat het LSOP als opdrachtnemer van het politieonderwijs 33% van deze kosten draagt, de rest wordt door de opdrachtgevers gedragen. In 2003 is invulling gegeven aan de samenwerking met de Koninklijke Marechaussee voor het vervolgonderwijs. In het convenant met het LSOP wordt ook ingegaan op mogelijke verdere samenwerking met de Koninklijke Marechaussee.

Veiligheidsbewustzijn versterkt door burgers te informeren over veiligheidsrisico's

Doel: Vergroot de zelfredzaamheid en het risicobewustzijn bij de burgers.

Met het programma versterking veiligheidsbewustzijn willen we burgers, bedrijven en overheden stimuleren om veiligheidsoverwegingen te laten meespelen in hun doen en laten. Het programma zorgt er tevens voor dat vergelijkbare initiatieven van de rijksoverheid op elkaar zijn afgestemd. Het masterplan waarin dit programma beschreven staat, is de paraplu waaronder een veelheid van initiatieven wordt samengebracht. BZK heeft in 2003 concrete stappen gezet met ondermeer risicocommunicatie, de risicokaart en het nationale voorlichtingsprogramma brandveiligheid. De precieze effecten zijn nog niet aan te geven omdat de activiteiten in 2003 zijn opgestart.

Risicocommunicatie

Een projectteam, onder voorzitterschap van de VNG, heeft samen met gemeenten en provincies bepaald hoe de communicatie over risico's aan burgers zou moeten verlopen. Dit heeft onder meer geleid tot een handreiking, waarmee verschillende overheden een instrument in handen hebben om helder te kunnen informeren over risico's. De handreiking is in december 2003 beschikbaar gesteld.

Risicokaart

Op verzoek van de provincies en het IPO hebben de Colleges van Gedeputeerde Staten de taak gekregen verder te zorgen voor het produceren en beheren van de provinciale risicokaart. Hiertoe behoren ook de gemeentelijke risicokaarten. BZK, VROM, IPO en VNG hebben in oktober 2003 nadere afspraken gemaakt over de risicokaart. Het functionele ontwerp van deze kaart is in november 2003 formeel aan de provincies overgedragen; zij zorgen voor de verdere invoering. Dit wordt door het IPO uitgevoerd in nauw overleg met VROM en BZK.

Nationaal voorlichtingsprogramma

In samenwerking met een aantal betrokken departementen is het nationaal voorlichtingsprogramma brandveiligheid tot stand gekomen. De ambities om het veiligheidsbewustzijn te verhogen worden breed gedragen. Inmiddels is een landelijke voorlichtingscampagne brandveiligheid gestart.

Rampenbeheersing versterkt

Doel: Ontwikkel een kwaliteitsstelsel voor de rampenbestrijding door middel van de Wet Kwaliteitsbevordering rampenbestrijding.

Het kabinet heeft een aantal maatregelen aangekondigd ter verbetering van de (voorbereiding op de) rampenbestrijding. Aanleiding was onder andere een aantal rampen en zware ongevallen. Het wetsvoorstel kwaliteitsbevordering rampenbestrijding vormt de uitwerking van deze voorgenomen maatregelen. Het wetsvoorstel is met algemene stemmen aangenomen in de TK en ligt nu ter behandeling in de EK. Belangrijke onderwerpen uit het wetsvoorstel betreffen de (regionale) planvorming en toezicht en de congruente territoriale gebiedsindeling.

Voor de regionale brandweren is vorig jaar een modelbeheersplan beschikbaar gekomen. De regio's kunnen dit model gebruiken voor het opstellen van het regionaal beheersplan. Dit plan is erop gericht de organisatie van de rampenbestrijding in regionaal verband multidisciplinair af te stemmen. Jaarlijks leggen de regio's hierover verantwoording af aan de provincies. Voor de provincies is een toetsingskader ontwikkeld voor de regionale beheersplannen. De provincies rapporteren hun bevindingen in de vorm van bestuurlijke rapportages aan BZK.

Ontwikkeling van veiligheidsregio's

Doel: Verbeter de samenwerking tussen brandweer, politie, geneeskundige diensten en gemeenten.

De regering is verzocht ervoor te zorgen dat de bestuurlijke inbedding van de veiligheidsregio's (brandweer, GHOR en Politie) met ingang van 2004 wordt gerealiseerd (motie Meijer). Inmiddels heeft de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) op verzoek van BZK advies uitgebracht over de bestuurlijke inbedding van de veiligheidsregio's. Het kabinetsstandpunt over het advies wordt voorbereid en zal begin 2004 aan de TK worden aangeboden.

Territoriale congruentie in vrijwel alle regio's

Doel: Zorg voor territoriale congruentie in alle veiligheidsregio's.

In het streven naar veiligheidsregio's zijn nu vrijwel alle regio's territoriaal congruent; een eerste stap in het proces. Knelpunten bestaan nog bij de indeling van de gemeenten Haarlemmermeer (Schiphol), Deventer, Hattem en Mook en Middelaar. Voor deze knelpunten zal nog naar oplossingen worden gezocht. We blijven streven naar congruentie in alle regio's. Stimulering vond plaats via ambtelijk en bestuurlijk overleg en financiële bijdragen. Dit heeft in 2003 geleid tot congruentie van de regio's Noord-Holland Noord, Zeeland, Midden- en West-Brabant, Noord- en Oost-Gelderland (met uitzondering van Deventer en Hattem) en een congruente indeling van de gemeenten Neede, Heerde en Nijkerk.

Een tweede stap om te komen tot veiligheidsregio's is de bestuurlijke integratie van de brandweer en GHOR-besturen. Meerdere brandweer- en GHOR-regio's zijn in bestuurlijk opzicht al geïntegreerd. Andere regio's werken hier hard aan. In een zeer beperkt aantal regio's moet eerst territoriale congruentie bereikt worden (vb. Noord-Holland).

Investeringen in ICT

Doel: Creëer meer samenhang in de openbare orde en veiligheid door gemeenschappelijk gebruik van ICT-infrastructuur, investeringen en het stellen van beleidskaders.

Gemeenschappelijk gebruik van ICT-infrastructuur door de veiligheidspartners is een belangrijk middel om meer samenhang in de openbare orde en veiligheid (OOV) te krijgen en om de dienstverlening aan de burger te verbeteren. De OOV-brede ICT-architectuur is in concept gereed. Daarmee zijn de contouren gegeven voor de OOV-brede ICT-basisvoorziening, via welke de partners in de veiligheidsketen langs elektronische weg informatie met elkaar kunnen uitwisselen. In een communicatieplan, waarmee een begin is gemaakt, wordt aangegeven hoe de kansen en mogelijkheden aan de partners duidelijk worden gemaakt. Tevens is een OOV-beveiligingsarchitectuur opgeleverd. Deze geeft kaders aan de OOV-partners hoe hun ICT in te richten op het terrein van beveiliging. Op het terrein van brandweer en ambulance zijn omgevingsverkenningen uitgevoerd, waarbij wordt geïnventariseerd wat de behoefte aan ICT is bij de betrokken diensten, wat de kansen zijn en waar interventie noodzakelijk is.

Onder aansturing van de Regieraad ICT Politie hebben de Coöperatie Informatiemanagement Politie (CIP) en de ICT-Service Coöperatie Politie, Justitie en Veiligheid (ISC) de uitvoering van het Bestek ICT Politie 2001–2005 voortgezet. De coöperaties hebben de volgende resultaten behaald.

Coöperatie Informatiemanagement Politie (CIP):

– de ontwikkeling van de eerste versie van de Politie Suite Opsporing;

– de ontwikkeling en implementatie (door 14 politiekorpsen) van een ICT-voorziening voor het ontsluiten van gegevens uit de personeelsadministratie;

– de ontwikkeling van een ICT-voorziening voor elektronische aangifte en de proeven hiermee in twee politiekorpsen;

– de ontwikkeling en implementatie (door 22 politiekorpsen) van een nieuwe website voor de politie;

– de ontwikkeling van een koppeling tussen het Vreemdelingen Administratie Systeem (VAS) en de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV);

– de ontwikkeling en de implementatie (door 20 politiekorpsen) van de Foto Confrontatie Module.

ICT-Service Coöperatie Politie, Justitie en Veiligheid (ISC):

– de overname van de sturing op de ontwikkelactiviteiten van de CIP vooruitlopend op de invlechting van deze activiteiten in de ISC;

– de voorbereiding van de operationele integratie van de ISC en ITO;

– de ingebruikname van de Nutsvoorziening door enkele politiekorpsen;

– de ingebruikname van het Landelijk Exploitatiecentrum Netwerkvoorzieningen;

– de inrichting van het servicemanagement;

– start van de uitrol van het datacommunicatienetwerk van de politie, dat de basis vormt een OOV-brede communicatie infrastructuur.

Grote voortgang bij C2000 maar nog geen volledige realisatie

Doel: Op 1 januari 2004 zijn er 25 veiligheidsregio's met elk één meldkamer, waarin GMS is geïmplementeerd en die is aangesloten op C2000.

In 2003 heeft de invoering van het nieuwe communicatienetwerk C2000 grote voortgang geboekt, maar de volledige realisatie van de doelstelling, zoals verwoord in de Beleidsagenda 2003, is niet gehaald. Begin 2003 werd vastgesteld dat er sprake was van een vertraging van een half jaar en werd duidelijk dat regio's niet in staat waren het tempo te volgen met het operationeel in gebruik nemen van C2000. De vertraging werd vooral veroorzaakt door trage besluitvorming over noodzakelijke vergunningen voor de zendmasten van C2000.

In het voorjaar van 2003 verrichtte de Algemene Rekenkamer onderzoek naar het Project C2000. De Rekenkamer beval aan om de transparantie in sturing van en verantwoording over het project te verbeteren en het draagvlak bij het bestuur van de regio's te borgen. Besloten is om het project onder te brengen in één Projectdirectie C2000 onder de directeur-generaal OOV, waardoor het onderscheid tussen opdrachtgever (BZK) en opdrachtnemer (ITO) is komen te vervallen.

De infrastructuur zal nu per 1 juli 2004 worden opgeleverd en het merendeel van de regio's heeft op 1 januari 2005 C2000 in gebruik genomen. De looptijd van het project (regionale implementatie) wordt dan ook uitgebreid tot 2005. Het vertraagde in gebruik nemen van C2000 (operationeel gaan) leidt ertoe dat regio's langer gebruik moeten maken van de oude communicatiesystemen. Deze worden voor dit doel langer onderhouden, zodat geen gevaarlijke of ongewenste situaties ontstaan.

Het project GMS (Gemeenschappelijk Meldkamer Systeem) zal de invoering in de meldkamers van de veiligheidsregio's per 1 januari 2004 hebben voltooid, met uitzondering van de meldkamers van Amsterdam, de politie in Brabant Zuid-Oost en Hollands-Midden en de Centrale Post Ambulancevervoer in Utrecht en Brabant Zuid-Oost. Voor colokatie (samenvoeging) geldt dat alle veiligheidsregio's, met uitzondering van Amsterdam, op het moment van in gebruik nemen van C2000 al beschikken over een gecolokeerde meldkamer, of voor de realisatie daarvan de noodzakelijke maatregelen hebben getroffen.

Eenheid Bewaking en Beveiliging van start gegaan

In 2003 is een nieuw stelsel van bewaken en beveiligen ontworpen (kamerstukken II, 2002/2003, 28 974, nrs. 1 en 2). Dit gebeurde onder leiding van een projectdirecteur-generaal Beveiliging en Crisisbeheersing, tevens Nationaal Coördinator Bewaking en Beveiliging (NCBB). Een en ander kwam voort uit de aanbevelingen van de commissie Van den Haak. In het nieuwe stelsel wordt onderscheid gemaakt tussen een rijksdomein en een decentraal domein. De besluitvorming en advisering op nationaal en decentraal niveau zijn aangescherpt. De NCBB, die ook na 1 juli 2003 beheersmatig bij BZK is ondergebracht, heeft daarbij een belangrijke adviserende en coördinerende taak namens de Minister van BZK en van Justitie.

In het nieuwe stelsel volstaan we niet met het reageren op concrete dreigingen. In het kader van een risicobenadering zal een bredere analyse van mogelijke dreigingen en risico's plaatsvinden. Voor de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) is het vervaardigen van dergelijke dreigings- en risico-analyses een nieuwe taak. Met het oog op deze taak worden wet- en regelgeving aangepast en investeert de AIVD in de opbouw van kennis en expertise. Voorts zal er sprake zijn van een verbeterde informatiecoördinatie tussen de verschillende diensten en de nationale overheid. Na 1 oktober 2003 is een begin gemaakt met de implementatie van het nieuwe stelsel. De NCBB wordt daartoe ondersteund door een compacte eenheid, de Eenheid Bewaking en Beveiliging. Overigens heeft de AIVD op het vlak van het gewelddadige dierenrechtenactivisme zijn inspanningen geïntensiveerd.

Vergrote aandacht voor radicalisering en terrorisme

Doel: Verbeter de nationale veiligheid door intensivering van inspanningen in terrorismebestrijding.

Anti-westerse radicalisering

Het afgelopen jaar heeft de AIVD opnieuw veel aandacht besteed aan de voortgaande anti-westerse radicalisering binnen (kleine) delen van de islamitische gemeenschap. In Nederland moest geconstateerd worden dat de bereidheid onder islamitische jongeren om deel te nemen aan de islamitische strijd nog steeds groeiende was en niet langer alleen gericht bleek op inzet in afgelegen strijdgebieden, maar nu ook op actie dichter bij huis.

Omdat terrorisme de ultieme vorm van radicalisering is, investeerde de AIVD niet alleen in terrorismebestrijding, maar juist ook in kennis van ontwikkelingen in kern- en bronlanden van radicale vormen van de islam, van migratiestromen en van beïnvloeding vanuit islamitische landen enorganisaties gericht op islamitische gemeenschappen in ons land en van de plaats en rol van radicale groepen en personen binnen grotere verbanden.

Deze kennis is ook in toenemende mate internationaal gedeeld. Zo bestond in Europees verband aandacht voor het bevriezen van geldstromen en tegoeden van verdachte organisaties en personen (Al-Aqsa) en is met het oog op de verdere internationale positionering het bestaande liaisonnetwerk uitgebreid met een vertegenwoordiger in de Verenigde Arabische Emiraten.

Irak

De kwestie Irak vroeg in 2003 veel aandacht. Naarmate het duidelijk werd dat een militaire actie onvermijdelijk was geworden, intensiveerde de AIVD zijn adviezen en inschattingen aan betrokken bewindslieden. Tijdens de actie rees de vraag of en, zo ja, hoe de verschillende minderheden daarop reageerden en werd de informatievoorziening richting betrokken ministers en andere beleidsverantwoordelijken in de veiligheidsketen via dagelijkse rapportages voor de AIVD een speerpunt. In het kader van non-proliferatie van massavernietigingswapens is speciale aandacht geschonken aan het inschatten van de dreiging dat terroristen gebruik gaan maken van nucleaire, biologische, chemische of radiologische strijdmiddelen (NBCR-middelen). Later werd de vraag klemmend of de in Irak gestationeerde Nederlandse militairen dan wel andere Nederlandse belangen risico's door terrorisme liepen. BuiZa, MIVD en AIVD rapporteerden hierover gezamenlijk aan de betrokken ministers.

Beveiligingsbevordering en Veiligheidsonderzoeken

Op het terrein van beveiligingsbevordering is een inspanning geleverd richting ministeries, bedrijven en organisaties o.a. in de vorm van adviezen en het verstrekken van cryptosleutels. Tevens is een inspanning geleverd in de richting van in ons land gevestigde internationale organisaties (o.a. ICTY, ICC en OPCW) door middel van adviezen en veiligheidsonderzoeken. Voorts is een bijdrage geleverd aan het project Bescherming vitale infrastructuur. Ook heeft de AIVD de in 2003 herziene versie van het Handboek Integriteitsonderzoek verspreid binnen alle geledingen van het openbaar bestuur.

In 2003 zijn de werkzaamheden voltooid voor de totstandkoming van een nieuw voorschrift voor de beveiliging van «bijzondere informatie» binnen de rijksdienst. Het nieuwe voorschrift geeft de AIVD binnen de wettelijke grenzen een meer alerterende rol op het gebied van de beveiligingsbevordering. De implementatie is voorbereid en uitvoeringsrichtlijnen zijn op deelaspecten opgesteld. Eens in de twee jaar zal aan de ministerraad worden gerapporteerd over de beveiliging van bijzondere informatie binnen de rijksdienst.

Naar personen die een vertrouwensfunctie zouden gaan vervullen zijn de nodige veiligheidsonderzoeken gedaan, deels door de AIVD zelf, deels door anderen (Koninklijke Marechaussee, politiekorpsen) onder verantwoordelijkheid van de dienst. Daarbij is het aantal uit te voeren arbeidsintensieve onderzoeken met ca. 10% toegenomen ten opzichte van 2002.

Inlichtingentaak buitenland

Het afgelopen jaar was het eerste volledige jaar voor de nieuwe inlichtingentaak buitenland. Op basis van de opgedane ervaring is de wijze van afstemming met afnemers van rapportages inzake verwachtingen en mogelijkheden verder vormgegeven. Daarbij is steeds onderstreept dat de werkzaamheden op dit terrein nog in een opbouwfase verkeren en dat, ook als deze fase is afgerond, de op deze taak in te zetten capaciteit relatief beperkt zal blijven.

De procedure voor het opstellen van de lijst van onderwerpen en landen die aandacht van de AIVD behoeven, is aangescherpt. Besloten is de Minister van BuiZa daarbij te betrekken.

1.2. Eigentijds overheidswerkgeverschap

Serieuze aandacht voor arbeidsparticipatie

Doel: Vergroot arbeidsaanbod door verhoging van de inzetbaarheid van het overheidspersoneel en uitval terug te dringen.

In de Trendnota Arbeidszaken Overheid 2003 heeft het kabinet de sociale partners bij de overheid opgeroepen kritisch te kijken naar hun bovenwettelijke regelingen op het gebied van ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Het kabinet heeft gesignaleerd dat het nodig en wenselijk is om de huidige regelingen te moderniseren en te vereenvoudigen. Ook moet de activerende werking hiervan versterkt worden. Kernthema's daarbij zijn kostenbeheersing (bovenwettelijke regelingen maken immers deel uit van de arbeidsvoorwaarden) en bevordering van arbeidsparticipatie. Dit signaal is inmiddels opgepakt door de sectorwerkgevers, verenigd in het Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO). In de inzet voor de CAO-onderhandeling van werkgeverszijde wordt in alle sectoren aandacht besteed aan bovenwettelijke sociale zekerheidsregelingen. Hoewel niet alle voornemens vervolgens leiden tot daadwerkelijke aanpassingen, is het kabinet tevreden met de werkgeversinzet. Het toont aan dat er aan werkgeverszijde serieuze aandacht is voor de mogelijkheid van kostenbeheersing en vergroting van arbeidsparticipatie. Het VSO sluit zich daarmee in toenemende mate aan bij soortgelijke initiatieven en geluiden uit de marktsector, met name van de kant van VNO-NCW.

2003 is het laatste jaar van het zogeheten arboconvenant. De resultaten zijn bemoedigend, het ziekteverzuim daalt sterker dan de afgesproken streefwaarden en de reïntegratie-inspanningen voor zieke medewerkers en arbeidsgehandicapten laten hogere resultaten zien dan in het convenant afgesproken.

Regels opgesteld voor integriteit ambtenaren

Doel: Waarborg een kwalitatief hoogwaardig overheidsapparaat en veranker integriteitsbeginselen in de Ambtenarenwet.

Op 21 januari 2003 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel tot wijziging van de Ambtenarenwet in verband met integriteit aanvaard. Deze is per 1 mei inwerking getreden (Stb. 60). Er geldt voortaan een meldplicht voor nevenfuncties en financiële belangen. Verder moeten overheden een zgn. klokkenluidersregeling vaststellen en is een rechtsbeschermingsbepaling voor de klokkenluider in de wet opgenomen. Ook is een tweede wetsvoorstel tot wijziging van de Ambtenarenwet in verband met goed ambtelijk handelen opgesteld, waarop de Raad van State inmiddels advies heeft uitgebracht. Dit wetsvoorstel is begin 2004 aan de Tweede Kamer aan geboden.

Personeels- en salarisadministraties van ministeries worden gebundeld

Doel: Begin met het rijksbreed bundelen van personeelsvoorzieningen in een zogenaamd shared service center.

Op 4 juli 2003 heeft het kabinet besloten tot de oprichting van een rijksbreed Shared Service Center HRM (SSC HRM) voor personeelsregistratie en salarisadministratie. Voorafgaand aan dit besluit, heeft het kabinet op 31 januari 2003 het kabinetsstandpunt Vernieuwing van het HRM-stelsel Rijk vastgesteld. Beide stukken zijn aan de Kamer aangeboden.

In de periode tot medio 2004 wordt interdepartementaal, onder regie van de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties (BVK), gewerkt aan de voorbereidingen van het SSC HRM, dat er op 1 januari 2006 moet zijn.

In de zomer 2003 is een pilot benchmarken van start gegaan, met 15 deelnemende organisaties. Voorjaar 2004 wordt de pilot afgerond en zal worden bekeken hoe benchmarken het beste rijksbreed kan worden ingezet als instrument om de kwaliteit van het personeelsmanagement te verbeteren.

Advies gevraagd over beloningen van topambtenaren

Doel: De beloningscommissie, die in 2002 is ingesteld, brengt advies uit over het beloningsbeleid van topambtenaren.

In 2002 is de commissie Dijkstal ingesteld. De commissie zal in het voorjaar van 2004 een richtinggevend advies uitbrengen over de rechtspositie van politieke ambtsdragers en de inrichting van de ambtelijke en politieke topstructuur. Daarnaast is de commissie gevraagd om te adviseren over de beloning van topfunctionarissen van diensten en publiekrechtelijke zelfstandige bestuursorganen die onder de ministeries vallen.

Management Development voor het Rijk is verder verstevigd

Doel: Verstevig het Management Development voor het Rijk.

In 2003 is duidelijk geworden hoe de departementen hun taakstelling gaan invullen. Dit heeft ook gevolgen voor de ABD-doelgroep. De aandacht voor Management Development (MD) is in tijden van soberheid extra belangrijk om de kwaliteit van het management bij de top van het Rijk te blijven bevorderen. In november 2003 stemde het SG-Beraad in met de start van het Talent Review Process dat op concernniveau en per departement zal leiden tot een stevige (gezamenlijke) basis voor een goed MD-beleid voor de middellange en langere termijn. Andere belangrijke activiteiten op het gebied van MD-selectie was de integratie van de ABD-vacature-communicatie met werkenbijhetrijk.nl en op het gebied van MD-ontwikkeling het kandidatenprogramma, de ABD-Interimpool en de inbedding van het Top Management Forum als ontwikkelactiviteit voor de top.

Kandidatenprogramma van start gegaan

Doel: Intensiveer de ontwikkeling van toekomstig managementpotentieel door de start van het ABD-kandidatenprogramma.

De eerste lichting van het kandidatenprogramma is oktober 2002 gestart met 27 kandidaten. Eind 2004 wordt de collectieve leerlijn afgesloten. De individuele leerlijn kan dan nog doorlopen. Inmiddels zijn reeds twee van de kandidaten benoemd op een ABD-functie.

Najaar 2003 is voor het eerst de Europese module in Brussel uitgevoerd. In oktober 2003 is de tweede lichting gestart met wederom 27 kandidaten.

ABD-Interim begint in 2004 met de werkzaamheden

Doel: Start de ABD-Interim.

Na een opgelopen vertraging in de eerste helft van 2003 is de ABD-Interim inmiddels gepositioneerd binnen Bureau ABD. De kwartiermaker is in het najaar van 2003 geselecteerd en vangt met ingang van januari 2004 met zijn werkzaamheden aan. Door de kwartiermaker wordt vanaf die datum nader vorm gegeven aan de operationalisering, exploitatie en bemensing van ABD-Interim.

1.3. Bestuurlijke vernieuwing

Project Nieuw kiesstelsel gestart

Doel: Ontwikkel een nieuw kiesstelsel.

In de zomer van 2003 is het project Nieuw kiesstelsel gestart. Dit resulteerde in een hoofdlijnennotitie die begin 2004 aan de Tweede Kamer is aangeboden en in een projectplan waarin het gehele project is beschreven. Het project valt uiteen in een wetgevingsdeel en een implementatiedeel. Vanaf 2004 verschuift gaandeweg de aandacht naar de uitvoeringskant.

In samenwerking met de Universiteit van Maastricht wordt een onderzoek naar de positie van de minister-president uitgevoerd. In 2005 wordt een notitie hierover afgerond.

Gemeentelijke herindeling

Doel: Pas beleidskader voor gemeentelijke herindeling aan.

Het kabinetsbeleid voor gemeentelijke herindelingen is veranderd. Op grond van het Beleidskader van het kabinet Balkenende I, begint het kabinet geen gemeentelijke herindeling meer tenzij dit op verzoek van betrokken gemeenten of provincie gebeurt. Draagvlak en bestuurskracht staan voorop. De andere beoordelingscriteria bij herindelingsvoorstellen zijn planologische ruimtebehoefte, interne samenhang van de nieuwe gemeente, regionale samenhang en evenwicht en duurzaamheid. Op basis van een herindelingsadvies van de provinciale staten van Gelderland loopt nu het wetsvoorstel tot gemeentelijke herindeling van een deel van de Achterhoek, de Graafschap en de Liemers en Bathmen. Ook ligt er een voorstel om de grens te wijzigen tussen de provincies Gelderland en Overijssel. Verder hebben de provinciebesturen van respectievelijk Utrecht, Zuid-Holland en Limburg de Minister van BZK geïnformeerd over in deze provincies lopende herindelingsprocedures.

Dualisering bij gemeenten en provincies

Doel: Laat de dualisering bij de provincies met ingang van de nieuwe statenperiode (maart 2003) in werking treden en zet de vernieuwingsimpuls dualisme en lokale democratie voort.

Op 19 februari 2003 is de Aanpassingswet dualisering gemeentebestuur in werking getreden. Daarmee is de eerste fase van de formele dualisering van het gemeentebestuur afgesloten. De tweede fase behelst de verdere concentratie van bestuursbevoegdheden bij het college. Hiervoor is het wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindswetgeving in november 2003 bij de Tweede Kamer ingediend.

Het wetsvoorstel voor de tweede Aanpassingswet, waarin enkele technische en inhoudelijke wijzigingen in de Gemeente- en Provinciewet opgenomen zijn, is in november 2003 ingediend bij de Tweede Kamer.

Het plan van aanpak voor de evaluatie van de Wet dualisering gemeentebestuur is gereed. In 2004 wordt deze evaluatie uitgevoerd, in januari 2005 wordt het rapport aan de Tweede Kamer aangeboden. Hoewel in de beleidsagenda 2003 gesproken wordt van een korte evaluatie van de eerste periode na de raadsverkiezingen van 2002, is het rapport van deze korte evaluatie, getiteld De eerste klap is een daalder waard! reeds in oktober 2002 verschenen.

Naast de structuurveranderingen zijn ook veranderingen in de politiek-bestuurlijke cultuur van gemeenten nodig. Hiervoor loopt de Vernieuwingsimpuls dualisme en lokale democratie. De tweede fase is in 2002 van start gegaan en bestrijkt de gehele huidige raadsperiode.

Op 12 maart 2003 is de Wet dualisering provinciebestuur in werking getreden. De Vernieuwingsimpuls dualisme en provinciale democratie heeft inmiddels de eerste fase achter de rug. In mei 2003 is de tweede fase van start gegaan. Deze duurt de gehele statenperiode, tot 2007.

In januari 2003 is het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten gepubliceerd. Het Besluit is een belangrijk deel uit het traject dat de financiële functie versterkt. De nieuwe voorschriften voor de begrotings- en verantwoordingscyclus voor provincies en gemeenten zijn gereed en worden vanaf de begroting 2004 geïmplementeerd. Dit traject wordt begeleid via voorlichting en het beantwoorden van vragen. Dit traject wordt gevolgd via de jaarlijkse evaluatie financiële functie (JEFF), dat in 2004 wordt opgezet.

Gekozen burgemeester

Doel: Stel beleidsbrief op met uitgewerkte voornemens voor de direct gekozen burgermeester.

Het kabinet heeft haar voornemens ten aanzien van de invoering van de direct gekozen burgemeester beschreven in de Hoofdlijnennotitie direct gekozen burgemeester die op 26 september 2003 naar de Tweede Kamer is gestuurd (kamerstukken II, 2003/2004, 29 223, nr. 1). Hierin staat waarom het kabinet invoering van een gekozen burgemeester nodig vindt, welke doelstellingen het kabinet hiermee wil bereiken en welke positie de nieuwe burgemeester binnen het gemeentelijk bestel zal innemen. Ook is er aandacht voor de vormgeving van de burgemeestersverkiezingen, enkele aspecten van de burgemeester als ambtsdrager, en de overgang van het huidige naar het nieuwe stelsel.

De resultaten van de onderzoeken naar de burgemeestersfunctie in binnen- en buitenland zijn niet in deze hoofdlijnennotitie verwerkt. Deonderzoeken leverden voornamelijk feitelijke gegevens op die bruikbaar zijn bij uitwerking van de noodzakelijke wetsvoorstellen.

Gezien het advies van de Raad van State (kamerstukken II, 2003/2004, 29 200 VII, nr. 36) zijn er geen grondwettelijke belemmeringen voor een voortvarende afronding door het parlement van de tweede lezing van de herziening van artikel 131 van de Grondwet.

Voorafgaand aan de invoering van de gekozen burgemeester passen we de huidige (kroon-)benoemingsprocedure aan. De belangrijkste wijziging is de openbaarheid van de aanbeveling die wordt beperkt tot de naam van de eerst aanbevolene. Hiervoor is inmiddels een wetsvoorstel in procedure gebracht. Dit wetsvoorstel ligt thans ter behandeling in de Eerste Kamer (kamerstukken I, 2003/2004, 29 012).

Kiezen op afstand

Doel: Pas wetsvoorstel Experimentenwet Kiezen op Afstand aan en informeer Kamer over de ontwikkelingen in het buitenland op het terrein van elektronisch kiezen op afstand.

In juni 2003 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Experimentenwet Kiezen op Afstand (KOA). De Eerste Kamer heeft een voorlopig verslag uitgebracht over het wetsvoorstel. In reactie daarop is op 13 november 2003 (kamerstukken I, 2003/2004, 28 664, nr. B) een memorie van antwoord aan de Eerste Kamer gezonden. Het ontwerp-experimentenbesluit is voor advies voorgelegd aan Kiesraad, VNG en NVVB. Het ontwerp-besluit volgt op grond van artikel 4, vijfde lid van het wetsvoorstel Experimentenwet Kiezen op Afstand de zogenaamde voorhangprocedure. Daartoe is het ontwerpbesluit in november 2003 aan de beide kamers der Staten-Generaal gezonden.

De Tweede Kamer wordt elke zes maanden uitvoerig geïnformeerd over de voortgang van het project KOA. In de laatste rapportage van 8 oktober 2003 (kamerstukken II, 2003/2004, 29 200, nr. 8) is onder meer een analyse gevoegd van de mogelijke risico's van het voorgenomen experiment met internet- en telefoonstemmen. In maart 2003 is de opdracht verstrekt om een stemdienst te ontwikkelen waarmee de kiezers in het buitenland zouden kunnen stemmen via internet en telefoon. Vanaf juni 2003 wordt de stemdienst door BZK aan een reeks testen en proeven onderworpen.

Voor het experiment met het stemmen in een stemlokaal van eigen keuze hebben zich 40 gemeenten aangemeld, waaruit de vier gemeenten Assen, Deventer, Heerlen en Nieuwegein, zijn gekozen.

1.4. Modernisering overheid

Modernisering Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens

Doel: Start met voorbereidingen voor de aanbesteding van het GBA-startpakket.

De modernisering van de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens vindt momenteel plaats. In deze periode vinden een aantal tussenstappen plaats, zoals:

– De migratie van het huidige datatransportprotocol (X25) naar TCP/IP voor het datatransport van de GBA-gegevens (hiermee zijn in 2003 grote vorderingen gemaakt).

– De migratie van de systemen inclusief die bij de gemeenten (kan medio 2004 worden afgerond).

– De bouw en ontwikkeling van de Landelijk Raadpleegbare Deelverzameling GBA (LRD) is in 2003 afgerond.

– Het juridische traject voor het Wijzigingsbesluit GBA (in 2003 afgerond en aan het einde van het jaar is gestart met een pilot met een doorlooptijd van ongeveer vier maanden).

In verband met het voorziene Startpakket GBA hebben we eerst een haalbaarheidsonderzoek laten doen naar de consequenties van de invoering voor gemeenten. Dit heeft geleid tot een advies dat het startpakket inderdaad haalbaar is, op voorwaarde dat bij de implementatie onderscheid wordt gemaakt tussen een startpakket gegevensverstrekking en een startpakket actualisering, die parallel maar met een verschillend tempo worden ontwikkeld en ingevoerd. Op dit moment wordt een contra-expertise verricht naar de resultaten uit het haalbaarheidsonderzoek. Begin 2004 wordt de Tweede Kamer hierover gerapporteerd.

Minder bureaucratie en aanspreken op resultaten in het grotestedenbeleid

Doel: Verminder de bureaucratische lasten voor de steden en maak met de grote steden concrete resultaatafspraken.

In het kabinet Balkenende II heeft de Minister voor BVK het grotestedenbeleid in zijn portefeuille. Het kabinet is gezamenlijk verantwoordelijk voor het stimuleren van complete steden door het ontwikkelen van een samenhangend, gecoördineerd en ontkokerd beleid, zoals vastgelegd in de convenanten met de grote steden. De inhoudelijke en beleidsmatige verantwoordelijkheid ligt dan ook bij de vakdepartementen en de steden. De Minister voor BVK is systeemverantwoordelijk voor de gecoördineerde aanpak van het GSB. Hiertoe heeft hij tevens budgettaire medeverantwoordelijkheid voor de budgetten in het GSB.

Verlenging convenanten

In 2003 zijn de convenanten met een jaar verlengd om aan te sluiten bij de ISV-convenantsperiode. Hiermee is ook de datum voor de inhoudelijke verantwoording van de convenanten verschoven van 2004 naar 2005. Er zijn in het kader van de verlenging van de convenanten aanvullende afspraken gemaakt met de steden op het gebied van veiligheid en inburgering.

Ontbureaucratisering

In 2003 hebben steden en Rijk gezamenlijk ingezet op de ontwikkeling van GSB III waarbij forse ontbureaucratisering centraal staat. In de nieuwe convenantsperiode 2005 tot en met 2009 zal sprake zijn van minder bureaucratie en meer tastbare resultaten in de steden en wijken. De in 2003 vastgestelde missie van het GSB III is gericht op krachtige steden, waarin zichtbare resultaten worden geboekt, met een minimum aan bureaucratie. Krachtige steden, zijn steden die veilig zijn, en die in alle opzichten voldoen aan de – steeds hogere – eisen die bewoners, bedrijven, instellingen, bezoekers en recreanten aan een stad stellen. Deze missie is in 2003 vertaald in doelstellingen die een nauwe onderlinge afhankelijkheid hebben. De steden en het Rijk zullen dit dan ook in onderlinge samenhang moeten ontwikkelen. De huidige verscheidenheid aan beleidskaders en -doelstellingen waaraan de grote steden moeten voldoen, zijn in 2003 vereenvoudigd in een gezamenlijk geïntegreerd GSB-beleidskader voor de periode 2005–2009 (GSB III). De doelstellingen zijn op afrekenbaar resultaatniveau geformuleerd.

Voor GSB III worden over deze doelstellingen maatwerkconvenanten met meerjarige meetbare outputafspraken afgesloten tussen steden en Rijk. De afspraken hebben betrekking op het totale ambitieniveau van de stad en niet alleen over dat deel dat met rijksmiddelen wordt gefinancierd. De steden schrijven ter voorbereiding op GSB III ieder een Meerjarig Ontwikkelingsplan (MOP).

Het Rijk faciliteert de steden onder andere door de rijksbijdragen voor het GSB te bundelen. In 2003 is overeenstemming bereikt over de vorming van drie brede doeluitkeringen (BDU's): één voor fysiek, één voor economie en één voor Sociaal, Integratie en Veiligheid. Hierdoor vervallen de huidige afzonderlijke regelingen in het GSB. De bedoeling is dat de bestedingsvrijheid voor de steden groter wordt. Ook willen we de gemeentelijke administratie- en rapportageverplichtingen flink terugdringen.

Eén monitor

Op basis van de GSB-monitor wordt de vinger aan de pols gehouden. In 2003 is gestart met onderzoek naar de opzet en aanpak van één geïntegreerde monitor voor GSB. Het is niet de intentie voortgangsgegevens te gebruiken om tussentijds bij te sturen. Bij de midterm in 2007 kunnen zowel middelen als overeengekomen resultaten worden bijgesteld. Na afloop van de convenantsperiode GSB III leggen de steden (uiterlijk 15 juli 2010) met één integraal verslag per stad verantwoording af aan het Rijk. Hierin wordt per BDU inzicht gegeven in enerzijds het realiseren van de outputdoelstellingen en outputindicatoren en anderzijds in de rechtmatigheid van de besteding van de ontvangen rijksbijdragen. Bij het niet (geheel) realiseren van de resultaten door de steden volgen financiële sancties die enerzijds in verhouding staan tot de omvang van de rijksbijdrage, anderzijds tot het niet-gerealiseerde deel van de overeengekomen resultaten op de outputindicatoren.

In GSB III worden geen afspraken gemaakt over procesvariabelen zoals burgerparticipatie. Dat neemt niet weg dat de participatie van burgers in het GSB belangrijk is. De burger dient centraal te staan. Vanwege beleids- en bestedingsruimte zijn steden in GSB III beter in staat maatwerk te leveren aan burgers. Om aan te geven dat het kabinet burgerparticipatie van wezenlijk belang vindt, is in 2003 binnen de BZK-begroting € 13,6 mln vrijgemaakt voor de impuls Burgerparticipatie. Steden kunnen met dit geld voorbereidingen treffen om voortvarend en zonder vertraging burgerparticipatie met ingang van GSB III in te zetten. Ook afstemming met omliggende gemeenten in het kader van het GSB (regionalisering) zal in GSB III niet terugkomen als procesdoelstelling.

Operatie Beter Bestuur voor Burger en Bedrijf

Het kabinet Balkenende II heeft besloten de operatie Beter Bestuur voor Burger en Bedrijf (B4), gestart door Balkenende I, niet te continueren. De projecten die al zijn gestart worden afgerond onder verantwoordelijkheid van de meest betrokken bewindspersoon. Er vindt afzonderlijke rapportage plaats over de voortgang van deze projecten, niet langer in B4-verband. Een aantal van de doelstellingen van de operatie B4 is overgenomen in het Programma Andere Overheid.

Programma Andere Overheid

Doel: Start met een programma om de dienstverlening van overheid te verbeteren.

Een minder bemoeizuchtige overheid en een betere dienstverlening: dat moet het actieprogramma Andere Overheid opleveren. Eind 2003 is de kabinetsvisie en het actieprogramma Andere Overheid (PAO) aangeboden aan de Tweede Kamer. Vooruitlopend op de verbeterde dienstverlening was voor 2003 de bedoeling dat minimaal 35% van de dienstverlening van de overheid op elektronische wijze zou kunnen verlopen. Dit doel is gehaald. Verder is in september 2003 het programma E-gem gestart en leveren ook de Superpilots de eerste producten op. Beide initiatieven dragen bij aan de verdere vormgeving van volledige elektronische dienstverlening.

Voorziening ontwikkeld voor het vaststellen van de identiteit bij elektronische transacties

PAO beoogt ook zekerheid te verschaffen omtrent de identiteit van degene aan wie elektronische diensten worden verleend. In 2004 komen we daarom met een authenticatievoorziening, die we overheidsbreed ter beschikking stellen. Deze voorziening is een eerste aanzet tot een volwaardige infrastructuur voor elektronische beveiliging en identificatie waarvan een burgerservicenummer, een elektronische identiteit, een elektronische handtekening en een zogenaamde Public Key Infrastructure ook deel uitmaken. Het stelsel voor de PKI van de overheid is in 2003 verder geoperationaliseerd, met name bij bedrijven en mede-overheden. De indicator voor PKI gaf als streven dat eind 2003 bij 5% van alle mogelijke elektronische transacties binnen deze domeinen een door PKI ondersteunde elektronische handtekening zou worden gebruikt. De meetbaarheid van deze indicator bleek moeilijk te realiseren. Daarom is nu een indicator voor 2004 opgesteld die de absolute toename van het aantal transacties met gebruikmaking van PKI gaat meten. De nulmeting hiervoor is eind 2003 uitgevoerd.

Toegang tot overheidsinformatie verbeterd

Daarnaast beoogd PAO condities te scheppen waardoor mensen kunnen meedoen. Concreet betekent dit dat overheidsinformatie voor de burger gemakkelijk toegankelijk en vindbaar moet zijn. Hierop vooruitlopend was voor 2003 het doel het overgrote deel van de gemeenten en provincies in Nederland hun staten- respectievelijk raadsinformatie via het Internet toegankelijk te maken. Het in de begroting nagestreefde percentage van 90% eind 2003 wordt gehaald. Via www.overheid.nl wordt de gehele Nederlandse wet- en regelgeving gepubliceerd. De wetswijziging om de officiële bekendmaking voortaan via internet plaats te laten vinden, is in gang gezet.

Betere dienstverlening door innovatie en kwaliteitsverbetering

In 2003 is er een grootschalige campagne georganiseerd voor aanmelding van goede praktijkvoorbeelden van innovatie in de publieke sector. Het was bedoeld als voorbereiding van de conferentie voor Innovatie en Kwaliteit Publieke Sector (IKP) op 11 maart 2004. Het heeft meer dan 500 inspirerende praktijkvoorbeelden uit de publieke sector opgeleverd die inmiddels nagenoeg allemaal op de speciaal daartoe ontwikkelde website www.publiekesector.nl staan. Daarnaast zijn in 2003 22 innovatieve experimenten binnen het openbaar bestuur opgestart met steun van de commissie Innovatie openbaar bestuur, die daartoe door BZK in het leven is geroepen.

Op dit moment wordt er een internetspiegel voor werknemerstevredenheid ontwikkeld, waarmee managers van publieke organisaties de tevredenheid van hun medewerkers kunnen onderzoeken, de resultaten vervolgens aan die van andere organisaties kunnen spiegelen en volautomatisch een rapportage retour krijgen. In het voorjaar van 2004 vindt de pilot plaats.

2. Budgettaire en financiële consequenties van de beleidsprioriteiten 2003 (in € 1 000)

Beleidsprioriteiten 2003
 Art.nr.Ontwerp- begroting 2003Nadere mutaties 2003Realisatie 2003
Belangrijkste (mutaties in) beleidsmatige prioriteiten    
Uitgavenverhoging Strategisch Akkoord 99 209 99 462
1. Capaciteit politie2.260 000 60 000
2. Bommenregeling3.325 000 29 951
3. Financiële afwikkeling Volendam4.51 000 1 000
4. Subsidiëring politieke partijen6.4700 700
5. ABD*11.25 000– 5 000 
   2 048302
6. 25% prijsbijstellingdiv.7 509 7 509
Ombuigingen Strategisch Akkoord – 7 296 – 7 296
1a. Efficiency/volumetaakstelling collectieve sector – 2 000 – 2 000
1b. Versnelling volumetaakstelling collectieve sector – 1 111 – 1 111
2. Efficiencytaakstelling G&G sector – 798 – 798
3. Vermindering inhuur externen – 2 974 – 2 974
4a. Generieke subsidietaakstelling – 138 – 138
4b. Versnelling generieke subsidietaakstelling – 137 – 137
4c. Aanvullende generieke subsidietaakstelling – 138 – 138
Overig 53 563 27 943
1. Beveiligingskosten Koninklijk Huis2.31 4001 3002 700
2. Terrorismebestrijding3.33 4004 4002 243
3. Intertemporele compensatie Regieraad4.39 800 9 800
4. Intertemporele compensatie C20004.413 200 13 200
5. Ex VVTVérs8.424 363 **
6. Arbeidsvoorwaardengelden11.41 400 0

* Bij amendement op de ontwerp-begroting 2003 zijn deze middelen ingezet ten behoeve van een ander doel. Bij voorjaarsnota 2003 zijn er alsnog middelen vrijgemaakt voor de Interimpool. Als gevolg van de vertraging in de toewijzing van de middelen heeft de start van de interimpool een vertraging opgelopen, in de realisatie komt dit tot uitdrukking.

** Met ingang van begrotingsjaar 2003 is artikel 8 (Integratie Minderheden) overgegaan naar Justitie.

4.2. BELEIDSPROGRAMMA

In de ontwerp-begroting 2003 heeft BZK het departementale beleidsprogramma opgenomen. Hiermee is uitvoering gegeven aan het Strategische Akkoord. De beleidsvoornemens richtten zich op het (doen) verhogen van de prestaties van overheidsinstellingen, een integer ambtenarenapparaat, een actieve grondwetsagenda en het betrekken van het openbaar bestuur bij het oplossen van de maatschappelijke urgenties.

In dit jaarverslag treft u aan de stand van zaken van de activiteiten uit dit beleidsprogramma. Voor een beleidsmatige toelichting wordt verwezen naar het beleidsverslag (par. 4), de toelichting bij de beleidsartikelen en in voorkomende gevallen naar de ontwerp-begroting 2004. Met ingang van het begrotingsjaar 2004 is het integrale beleidsprogramma van het kabinet als separaat kamerstuk gepubliceerd (kamerstukken II, 2003/2004, 29 202, nr. 2).

1. Voornemens strategisch akkoord2. Doelen3. Acties4. Resultaat5. Vindplaats
Democratie & Grondwet    
«.. het versterken van de representatieve democratie op basis van evenredige vertegenwoordiging en een goed functionerend bestuur» (p. 26)Daadwerkelijk bevorderen transparantie overheid en mogelijkheden tot betere participatie van de burger aan bestuur– Evaluatie Wob– Indienen wetsvoorstel Toegankelijkheid overheidsinformatie (afhankelijk uitkomsten evaluatie Wob)Evaluatie Wob is gestart door Onderzoek Universiteit van TilburgOpdrachtbrief aan UvT
 Versterken positie burger bij verkiezingenBespreken kabinetsnota wijziging kiesstelsel met de TKKabinetsnota is ingediend bij TKII, 29 356
     
«Naar aanleiding van recente commotie over uitlatingen van imams, zal het kabinet op korte termijn een notitie opstellen over de vraag welke grenzen de Nederlandse wet stelt aan uitlatingen van godsdienstige aard» (p. 1)Het bieden van een rechts-politiek kader (voor integratie en omgaan met religieuze, culturele en etnische verschillen)Opstellen notaConfrentie gehouden over Grondrechten in de pluriforme samenleving in november 2003. Nota verschijnt 1e helft 2004 
     
«De tweede lezing van de grondwetswijziging ter regeling van de samenwerkingsschool zal, voorzien van een wetsontwerp, bij de Tweede Kamer worden ingediend» (p. 14)Mogelijk maken van samenwerkingsscholen als het aantal leerlingen te klein wordtIndiening grondwetsherzieningsvoorstel (2e lezing) en indiening uitvoeringswetTweede-lezingsvoorstellen zijn ingediend. Proeve van uitvoeringswet ingediend. 28 726
     
«.. optimaal gebruik van bestuurlijke boetes» (p. 9)Creëren van een juridische basis voor optimaal gebruikVoortvarend indienen wetsvoorstel voor de 4e tranche van de Awb, waarin een algemene regeling van de bestuurlijke boete is opgenomen (harmonisatie van regelingen dienaangaande in de bijzondere wetgeving)14 juli 2003 aan RvSt voorgelegd. Advies RvSt: 11 november 03 
     
«Het kabinet onderzoekt op korte termijn voorstellen van de mogelijkheden tot verdergaande beperking van het aantal beslissingen per project, de stroomlijning van procedures – , om aldus de daadkracht en besluitvaardigheid van de overheid te vergroten» (p. 26)Versterking daadkracht en besluitvaardigheid overheid, alsmede invoering 1-loket gedachteHet wetsvoorstel samenhangende besluiten zal nog in 2002 voor advies aan de RvS worden voorgelegdIs niet uitgevoerd vanwege kabinetswisselingen en daarna andere prioriteiten voorzien voor 2004 
«Het kabinet bevordert de intrekking van de tijdelijke referendumwet en zal de wijziging van de grondwet om het correctief wetgevingsreferendum mogelijk te maken niet ondersteunen» (p. 26)Versterken representatieve democratie op basis van evenredige vertegenwoordiging en goed functionerend bestuur– Intrekken Tijdelijke referendumwet– Indienen voorstel 2e lezing grondwetsherziening; vergezeld van een brief aan de TK waarin het kabinetsstandpunt wordt uiteengezet– Wetsvoorstel tot intrekking Trw is ingetrokken– Wetsvoorstel tweede lezing gereed voor behandeling– 28 739, nr. 4 – 28 515
     
«De constitutionele toetsing van wetten aan de grondwet wordt bezien in het kader van de discussie over de introductie van grondrechten in het Europese Unieverdrag» (p. 26)Geïsoleerde positie van Nederland voorkomenBespreken kabinetsnota over constitutionele toetsing TK alsmede standpuntbepaling over initiatiefvoorstel HalsemaStandpunt kabinet wordt bepaald voor plenaire behandeling wetsvoorstel Halsema 
     
«De doelmatigheid van zelfstandige bestuursorganen en de groei van dat verschijnsel, wordt geëvalueerd mede in het licht van de beperkte ministeriële verantwoordelijkheid voor hun functioneren. De behoefte aan een algemene wettelijke regeling van zbo's wordt opnieuw bezien» (p. 28)Transparante organisatie van het openbaar bestuurHet kabinet zal een standpunt bepalen over doelmatigheid en groei van zbo's en in het verlengde daarvan over de behoefte aan een algemene wettelijke regelingHet kabinet heeft een IBO ingesteld over deze problematiek 
     
Europese Zaken    
«Versterking van de positie en bevoegdheden van instituties van de EU is geen doel op zichzelf, maar kan besproken worden in het belang van daadkracht en draagvlak in de EU. Bevordering van doelmatigheid in de Europese besluitvorming en uitvoering is nodig. Bij de toebedeling van taken aan de EU moet steeds worden zorggedragen voor een adequate besluitvormingsstructuur met voldoende democratische basis, uitgaande van het subsidiariteitsbeginsel» (p. 26)Waarborgen van een transparante, democratische Europese bestuurslaag en een veilige EUTijdens de Europese conventie en de (voorbereiding van) Intergouvernementele Conferentie in 2004 in nota's, notities en instructies de gevolgen van voorstellen voor het democratisch en transparante gehalte van de EU markeren.Tijdens Nederlands (voorbereiding van) voorzitterschap van de EU dit thema benadrukken d.m.v. conferenties en prioriteiten in besluitvorming op EU-niveauBZK heeft interdepartementaal grote inbreng in proces geleverd. Detachering van medewerker bij BZ/DIE 1 februari -31 december 2003 Euro-wob conferentie en bijdrage Asser-congres in 2004 
     
«In de strijd tegen het internationaal terrorisme is Nederland een betrouwbare partner, waarbij altijd zorgvuldig alle beschikbare pressiemiddelen zullen worden afgewogen» (p. 27)Bestrijding van internationaal terrorisme met oog voor de (grond)rechten van het individu en de effectiviteit van instrumentenUitvoering van VN en EU-verordeningen en resoluties terzake. Betrouwbare inzet in EU en VN-discussies en besluitvorming  
Programma van maatregelen: SamenWerken aan Veiligheid    
Het kabinet dient op korte termijn een ambitieus programma van maatregelen te presenteren, waarin realistische, gekwantificeerde doelen en prioriteiten worden gesteld. Met korpsbeheerders dienen concrete doelen te worden afgesprokenVaststellen meerjarig programma van maatregelen met realistische en concrete doelstellingen, die erin moeten resulteren dat in 2005 de veiligheid in Nederland daadwerkelijk is vergroota. Vaststellen programma;b. Uitwerken per ketenpartner/deelterrein (voor politie: landelijk convenant/BNP);c. Concrete (prestatie)afspraken met de ketenpartnersIn oktober 2002 is het Veiligheidsprogramma Naar een veiliger samenleving vastgesteld. In 2003 is het Landelijk Kader Nederlandse Politie en zijn de convenanten met de regiokorpsen, KLPD en LSOP afgesloten.Veiligheidsprogramma: kamerstukken II, 2002/2003, 28 684, nr. 1Landelijk Kader: kamerstukken II, 2002/2003, 28 824, nr. 1
     
Prestatieafspraken    
Afspraken maken met korpsbeheerdersVaststellen van prestatieniveau van de politie (onder meer op het terrein van opsporing)a. Uitwerken van het meerjarig beleidsprogramma op het terrein van politie in de vorm van landelijk convenant/BNP;b. Op basis van het landelijk convenant/BNP worden vervolgens met de individuele korpsbeheerders concrete afspraken gemaakt over de prestaties van hun korps en ook over de wijze waarop de korpsbeheerders hierover verantwoording afleggenIn het Landelijk Kader en in de afzonderlijke convenanten zijn prestatieafspraken gemaakt met de regiokorpsen, KLPD en LSOP. 
     
Vergroten prestatievermogen politie    
De doelmatigheid en doeltreffendheid van de politie en de rechtshandhaving wordt versterkt door: a. de bestaande politiecapaciteit te concentreren op de primaire politietaak; b. uitbreiding van de capaciteit van politie en andere diensten in samenhang en evenwicht met de schakels in de justitiële keten, waarbij de mate afhangt van het gebleken vermogen van politiekorpsen om eerst zelf de benutting van bestaande capaciteit te verhogen;Vergroten van prestatievermogen van de politie door: – ruimere mogelijkheden voor effectieve inzet van de bestaande politiecapaciteit;– ruimere bevoegdheden;– bevorderen van doelmatige aanpak, voorkomen dubbele werkzaamheden, tijdige signalering met het oog op vervolgingDe doelmatigheid van politie wordt vergroot: de opbrengst daarvan blijft beschikbaar voor de sector.a. Uitwerken en implementeren kerntakendiscussie politie. Uitwerking in het programma van maatregelen.b. Voorstellen voor uitbreiding van de capaciteit zijn mede gerelateerd aan de keuzen die worden gemaakt in het programma van maatregelenHet Veiligheidsprogramma voorziet in de meeste genoemde onderwerpen. Over doelmatigheid (b) valt meer in het bijzonder op te merken: In het Landelijk Kader en de regionale convenanten zijn afspraken gemaakt over doelmatigheidswinst van 5% in de periode 2003-2006 (inclusief ziekteverzuimreductie) van de feitelijke sterkte ultimo 2002. Deze winst wordt ingezet ten gunste van het primair proces. De korpsen stellen een plan van aanpak op met maatregelen.Kamerstukken II, 2003/2004, 28 684, nr. 20
c. inzet van ICT en gespecialiseerd personeel, voor delen van het politiewerk (recherche) of voor ondersteunende werkzaamheden; c. Uitwerking in het programma van maatregelenEind 2003 is in samenwerking met het veld een traject uitgezet ter invulling van de taakstelling van € 57 mln. die ultimo 2007 dient te zijn gerealiseerd (Hoofdlijnenakkoord). 
d. inzet van andere diensten (stadswachten) onder regie van de politie; d. Nota aanbieden aan de TK met voorstellen ten aanzien van het toezicht in het publieke domeinOp 28 oktober 2003 is een brief over de bestuurlijke boeten aan de Tweede Kamer gestuurd. 
e. uitbreiding met rangen voor ambtenaren met een beperkte politietaak; e. Overleg met politievakorganisaties  
f. uitbreiding van de bevoegdheden van bijzondere opsporingsambtenaren; f. Uitbreiden opsporingsbevoegdheden boa's; heroverwegen geweldbevoegdheden; uitbreiden terr. bevoegdheden; uitwerken boa-evaluatie  
g. optimaal gebruik van bestuurlijke boetes; g. Zie d  
h. stelselmatige samenwerking met andere diensten zoals douane, marechaussee - en in bijzondere gevallen ook andere krijgsmachtonderdelen - en ruimer gebruik van de inzet van gemengde teams (Mobiel toezicht); h. Herbezinning op samenwerkings- en bijstandregeling Politiewet; vernieuwing bestuursafspraken BZK-DEF  
i. invoering van flexibele arbeidsvoorwaarden (arbeidstijden, taakdifferentiatie, ondersteuning); i. CAO-Politie 2004. Voorts maatregelen om het ziekteverzuim terug te dringen  
j. beperking van grootschalige commerciële publieksactiviteiten die politie-inzet vergen indien de eigen verantwoordelijkheid en zorg van de organisatie voor de veiligheid onvoldoende wordt waargenomen; de bevoegdheid tot het verbinden van voorwaarden ter zake en van leges wordt uitgebreid j. Zie d  
Vergroten doeltreffendheid    
Vergroten doeltreffendheid criminaliteitsbestrijding en rechtshandhaving, door – ... cameratoezicht op plaatsen met een verhoogd risico op criminaliteit, uitbreiding van controlebevoegdheden van de politie op wapens in voertuigen; uitbreiding van de mogelijkheden tot koppeling van bestanden in het belang van de rechtshandhaving en opsporing; – ... verbetering samenwerking en informatie-uitwisseling tussen politie, marechaussee, douane, Openbaar Ministerie, reclassering, voogdij-instellingen enz. Aanpassing wet- en regelgevingZie maatregelen Veiligheidsprogramma.Kamerstukken II, 2002/2003, 26 684, nr. 1
     
Opleiding    
... het tenminste volledig benutten van de opleidingscapaciteit teneinde het aantal agenten en marechaussees substantieel te vergrotenUitbreiding van de politiecapaciteit– Voorstellen voor uitbreiding van de capaciteit zijn gerelateerd aan de keuzen die worden gemaakt in programma van maatregelenIn 2003 hebben de Minister van BZK en het LSOP een convenant gesloten met daarin afspraken over de capaciteit in relatie tot de sterkte-uitbreiding van de Nederlandse Politie.LSOP-wet: kamerstukken II, 2002/2003, 28 046Motie Van Aartsen, kamerstukken II, 2003/2004, 29 200, nr.14
  – Investeringen in het nieuwe initiële politieonderwijsVerdere uitrol van het initiële politieonderwijs. 
  – Afronding wetstraject Wet op het LSOP en het politieonderwijs en invulling nieuwe sturingsmodel LSOPOp 1 april 2003 is de Wet op het LSOP en het politieonderwijs in werking getreden. 
  – Extra instroomEr zijn afspraken gemaakt over de instroom van 250 fte voormalig defensipersoneel naar politie. 
Sturing van de politie    
a. Voldoende recherchecapaciteit, duidelijke prioriteiten, effectieve aansturing, een homogeen informatienetwerk en eenduidige verantwoordelijkheden op nationaal niveau b. De Minister van BZK zal rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor het beheer van de politiekorpsen, ook door middel van de benoeming van de korpsbeheerders die verantwoording afleggen over het nakomen van gemaakte prestatieafspraken. Hij kan zonodig aanwijzingen gevenAanscherping van de sturings- en interventiemogelijkheden in de relatie Rijk-regio– De beleidskeuzen die worden gemaakt in het programma van maatregelen bepalen mede op welke aspecten de sturingsrelatie BZK-korpsbeheerder verdergaand moeten worden aangescherpt door de bestaande bevoegdheden te vullen met nieuwe bevoegdheden– Aanpassing wet- en regelgeving (ICT, bandbreedten inzet personele capaciteit, vermogensindicatoren); wijziging Politiewet 1993 «Bestel in balans»– In de Beleidsbrief Versterking beheersbevoegdheden zijn de hoofdlijnen uiteengezet.– Wijziging Politiewet 1993: art. 45.– Beleidsbrief: kamerstukken II, 2003/2004, 29 200 VII, nr. 4 – Art.45: kamerstukken II, 1999/2000, 27 039
     
Nationale recherche    
De kernteams worden samengevoegd tot één nationale recherche, gepositioneerd bij het KLPD en rechtstreeks aangestuurd door het OMEenduidige aansturing van nationale recherche, gepositioneerd bij KLPD– Uitwerking in het programma van maatregelen– Ontwikkelen sturingsmodel en regelgeving daaromtrent (model: Kernteams gaan deel uitmaken van het KLPD en gedeconcentreerd ondergebracht)In 2003 hebben bekostiging, regelgeving & rechtspositie, ontvlechting en inrichting van de Bovenregionale Recherche en de Nationale Recherche in belangrijke mate vorm gekregen. Implementatie zal in 2004 verder worden afgerond. Feitelijk zijn alle teams per medio 2003 operationeel. 
     
Internationale samenwerking    
a. Waar nodig worden wetgeving en organisatie van de inzet aangepast aan de eisen van de internationale samenwerking; invoering van minimumstraffen kan in dat verband nodig zijnEffectieve bestrijding van grensoverschrijdende misdaad, terrorisme en de bescherming van het menselijk en natuurlijk milieu– Uitwerking in het programma van maatregelen– Uitvoering EU-Actieplan Terrorisme– Uitvoering nationaal actieplan terrorisme en veiligheidVoortgangsrapportages Actieplan«Terrorismebestrijding en Veiligheid»Kamerstukken II, 2001/2002, nrs. 10, 21, 34, 50 Kamerstukken 2002/2003, 27 925, nrs. 65, 73 96
b. Internationale samenwerking    
c. Doordenken van de bevoegdheden om effectiever te kunnen opsporen en handhaven    
Rampenbeheersing en Brandweer    
«geschokt vertrouwen in de samenleving als gevolg van – ... rampen (Enschede en Volendam) – ...» (p. 3)«Nederland moet veiliger. – ... rampen, tasten de fundamentele zekerheden en het gevoel van veiligheid aan, zeker als de overheid onmachtig of onwillig lijkt om daartegen op te treden» (p. 7)Het vertrouwen in de overheid op het gebied van de rampenbeheersing herstellen1. Versterken rampenbeheersing– wetsvoorstel kwaliteitsverbetering rampenbestrijding Het wetsvoorstel kwaliteitsbevordering rampenbestrijding vormt de uitwerking van voorgenomen maatregelen ter verbetering van (de voorbereiding op) de rampenbestrijding. Het wetsvoorstel is met algemene stemmen aangenomen in de TK. De datum van inwerkingtreding van de wet hangt af van de duur van afhandeling van het wetsvoorstel door de EK. Belangrijke onderwerpen uit het wetsvoorstel betreffen de (regionale) planvorming en toezicht en de congruente territoriale gebiedsindeling. 
  – versterking van de multi-disciplinaire samenwerking tussen hulpverleningsdiensten, brandweer, politie en GHOR en andere diensten en instellingenDe in het beheersplan en rampenplan beschreven ambities zullen moeten worden gerealiseerd door een organisatie die daartoe in staat is. Dat betekent onder meer dat de voorbereiding op rampen moet worden ondersteund door adequate (multidisciplinaire) oefenfaciliteiten. Met het project Effectief Oefenen zijn hiertoe belangrijke producten ontwikkeld, die door de regio's in gebruik kunnen worden genomen. Een beheersorganisatie moet hiervoor nog worden opgezet 
  – bestuurlijke inbeddingDe Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) heeft op verzoek van BZK advies uitgebracht inzake de bestuurlijke inbedding van de veiligheidsregio's. Dit advies geeft richting aan de beleidsontwikkeling terzake. 
  – verdere professionalisering van personeel en de organisatie van de brandweer, rampenbestrijding en de GHOR bij ongevallen en rampenHet kabinetsstandpunt over het advies wordt voorbereid en zal in april 2004 aan de TK worden aangeboden.Er is een plan kwaliteitsborging brandweerprsoneel en een kwaliteitsysteem ten behoeve van de GHOR-organisatie. opgesteld. Het is nog te vroeg om te kunnen spreken van meetbare effecten. 
  – versterking van de internationale samenwerking op het terrein van rampenbeheersing en fysieke veiligheidHet intensiveringssproces heeft de internationale samen-werking op het terrein van grensoverschrijdende samenwerking, MOE-landen, de EU en de NAVO verder verbetert. 
  – landelijke faciliteit rampenbestrijdingIn 2003 zijn voorbereidingen getroffen voor de totstandkoming van een landelijke facilitaire dienst ten behoeve van de rampenbestrijdingsorganisatie. Met ingang van 2004 zal deze dienst een proeftijd ingaan van 2 jaar. 
  – landelijke operationele prestatiesEen opgezette helpdesk «maartramp» biedt ondersteuning bij de afstemming van de te leveren operationele prestaties op de geinventariseerde risico's. 
  2. Kwaliteitsnormering – aanscherping van de planvorming– ontwikkelen kwaliteitseisen– versterken handhaving en toezicht Ten behoeve van de regionale brandweren is een modelbeheersplan beschikbaar gekomen. De regio's kunnen het opstellen van het regionaal beheersplan. Dit is erop gericht de organisatie van de rampenbestrijding in regionaal verband multidisciplinair af te stemmen.Een kwaliteitsstelsel ten behoeve van de rampenbestrijdingsorganisatie is in voorbereiding.Jaarlijks leggen de regio's verantwoording over de planvorming af aan de provincies. Voor de provincies is een toetsingskader ontwikkeld dat gebruikt wordt om de regionale beheersplannen te toetsen. De provincies rapporteren hun bevindingen in de vorm van bestuurlijke rapportages aan BZK. 
  3. Versterken veiligheidsbewustzijn– pro-actie en preventie in het kader van externe veiligheid, infrastructuur en veiligheid (o.a.tunnelveiligheid) en bouwen en veiligheidEen campagne gericht op het vergroten van het veiligheidsbewustzijn is van start gegaan. 80 medewerkers in dienst van de brandweerregio's hebben een opleiding gevolgd tot veiligheidsmanager. Eind 2003 is de beleidsnota deel A aan de Kamer aangeboden. 
 Inrichten van een landelijk multidisciplinair operationeel coördinatiecentrum ten behoeve van de operationele coördinatie bij grootschalige rampen en evenementen, ter ondersteuning van de regio's en het NCCUitvoeren van een verkenning naar de mogelijkheden en behoeftenEr is een visiedocument opgesteld, waarop aan de koepelorganisatie van de betrokken disciplines commentaar is gevraagd. De verwachting is dat de landelijke voorziening op 1 juli operationeel zal zijn. 
 Zorgdragen voor realisatie van de actiepunten uit de kabinetsstandpunten Vuurwerkramp en Nieuwjaarsbrand VolendamCoördinatie van de uitvoering (project Actiepunten Enschede en Volendam-ActiEV); twee maal per jaar voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer  
Integraal veiligheidsbeleid    
a. Burgers een groter gevoel van veiligheid geven, vergt een beter veiligheidsklimaat (p. 2)b. Veiligheid is veel meer dan de afwezigheid van criminaliteit. Een klimaat van veiligheid hangt af van de inzet van velen: van burgers in hun wijken, gemeentelijke diensten, die de veiligheid en leefbaarheid van de omgeving verzorgen en van de zichtbare aanwezigheid van politie op straat (p. 5)c. Criminaliteitsbestrijding moet hoge prioriteit hebben, zowel preventief en repressief. Het kabinet dient op korte termijn een ambitieus programma van maatregelen te presenteren, waarin realistische, gekwalificeerde doelen en prioriteiten worden gesteld (p. 7)d. Uitgangspunt is dat tussen Justitie en BZK en tussen Openbaar Ministerie en politie een cultuur van prestatiegerichte samenwerking tot stand komt met betrekking tot de criminaliteitsbestrijding (p. 8)Vermindering van criminaliteit door (onder meer) versterking van het integraal veiligheidsbeleidPubliek private samenwerking is een belangrijk onderdeel van het integraal veiligheidsbeleidUitwerking in programma van maatregelen, waarvan tweejaarlijks de voortgang wordt gemeld aan de TK in de Voortgangsrapportage «Naar een veiliger samenleving» 
e. Veiligheid begint met gedeeld besef van waarden en normen, van de wijze waarop we elkaar aanspreken op normoverschrijdend gedrag, van de wijze waarop wij jongeren opvoeden (p. 7)Bewustwording van de eigen verantwoordelijkheid voor veiligheidOntwikkelen van een campagne VeiligheidsbewustzijnMin BZK-Jus zijn vanuit het PB «Naar een veiliger samenleving» de campagnes «Nederland veilig» en «Meld M» gestart 
f. Verbetering van het openbaar vervoer inclusief de sociale veiligheid daarvan (p. 21)Verbeteren van de sociale veiligheid in het openbaar vervoerUitwerking in Aanvalsplan veiligheid openbaar vervoerMin BZK-Jus en V&W werken samen in het PB «Naar een veiliger samenleving», waarvan tweejaarlijks de voortgang wordt gemeld aan de TK in de Voortgangsrapportage «Naar een veiliger samenleving» 
ICT    
a. Doelmatigheid en doeltreffendheid van de politie en de rechtshandhaving wordt versterkt door: ... inzet van ICT ... (p. 7)Betere informatie-uitwisseling tussen publieke partners door het gebruik van ICTUitwerking in programma van maatregelen  
b. De samenwerking en informatie-uitwisseling tussen politie, marechaussee, douane, Openbaar Ministerie, reclassering, voogdij-instellingen enz. moet worden verder verbeterd (p. 8)Realiseren van landelijk gecoördineerde ICT-voorzieningen ten behoeve van de rampenbestrijdingInstellen van een ICT-raad voor de rampenbestrijding. Deze raad zal worden samengesteld uit vertegenwoordigers van betrokken organisaties (openbaar bestuur, brandweer, gezondheidszorg, politie). Deze raad zal o.a. een infrastructuur, standaards en systemen voor informatie-uitwisseling t.b.v. de rampenbestrijding opzettenAdvies vindt pas in 2004 plaats 
     
Toezicht en handhaving    
a. ... een overheid die handhaaft, handelt en hoedt (p. 4)b. ... en gebrekkig gemeentelijk toezicht op de leefomgeving (p. 14) Uitwerking in programma van maatregelen  
     
Veiligheidsregio's    
«De mogelijkheid van tussen gemeentelijke oplossingen en gemeenschappelijke regelingen dient intensiever te worden benut voor grensoverschrijdende problemen» (p. 25)Veiligheidsregio's invoeren op de schaal van de politieregio's. Hiermee wordt beoogd de samenwerking van de gemeenten en hulpverleningsdiensten (politie, brandweer en ambulance) te verbeteren– Territoriale congruentie: een zelfde regioindeling voor alle hulpverleningsdiensten– Bestuurlijke congruentie: doelstelling is een gelijke bestuurlijke aansturing van de hulpverleningsdiensten. Eerste stap is de besturing van brandweer en geneeskundige diensten parallel te organiseren en te integreren. In deze kabinetsperiode moet bereikt worden dat deze stap in minimaal 15 van de 25 regio's gezet wordt  
Burgemeester    
Het systeem (van openbare voordrachten voor burgemeestersbenoemingen) wordt afgeschaft. De mogelijkheid van een referendum over de benoemingsvoordracht van een burgemeester wordt (...) afgeschaft (blz. 24)Afschaffing van:a. openbare aanbeveling gemeenteraad bij burgemeesterbenoemingenb. de mogelijkheid van een burgemeestersreferendumWetsvoorstel in procedure brengenWetsvoorstel tot wijziging huidige benoemingsprocedure is inmiddels door de TK aanvaard. Overigens ziet dit wetsvoorstel op de beperking van de openbaarheid van de aanbeveling tot de eerstaanbevolene en niet op een algehele afschaffing van de openbaarheid, noch op afschaffing van het burgemeestersreferendum zoals abusievelijk fout bij de doelen is vermeld.Kamerstukken II, 2003/2004, 29 012
     
Een rechtstreeks gekozen burgemeester kan bijdragen aan een betere invloed van de kiezer op beleid dat zijn directe leefomgeving in hoge mate bepaalt. De procedure tot wijziging van de Grondwet om de aanstel1. De tweede lezing van het voorstel tot herziening van artikel 131 Grondwet wordt voortvarend afgerond1. Bijdrage regering aan de tweede lezing voortvarend leveren1. Advies aan Raad van State aangevraagd. Advies is aan de TK gezonden. Het AO over de 2de lezing staat gepland voor 17 maart 2004.1. Kamerstukken II, 2003/2004, 29 200 VII, nr. 36
ling van de burgemeesters bij wet te regelen wordt derhalve voortgezet. De implicaties van verkiezing van burgemeester voor de inrichting van het gemeentelijk bestuur, voor de bevoegdheden over openbare orde en veiligheid, voor de verhouding tussen burgemeester en wethouders en de gemeenteraad, worden onderzocht (blz. 24)2. Verschaffen van duidelijkheid over de invoering van de direct gekozen burgemeester, zijn positie binnen het gemeentebestuur en zijn bevoegdheden inzake openbare orde en veiligheid2. Uitbrengen van een beleidsbrief waarin op de gestelde doelen wordt ingegaan. In de beleidsbrief worden de resultaten van recent verschenen onderzoek naar de burgemeestersfunctie in binnen- en buitenland verwerkt en nader extern onderzoek doen uitvoeren naar OOV-taken buitenlandse burgemeesters2. Hoofdlijnennotitie direct gekozen burgemeester is op 26 september 2003 aan de TK aangeboden en inmiddels in december 2003/januari 2004 in AO besproken. Ambtelijke voorbereiding van de benodigde wetgeving is gestart.2. Kamerstukken II, 2003/2004, 29 223, nr. 1
     
Regionale samenwerking    
Meer accent op tussengemeentelijke oplossingen en gemeenschappelijke regelingen voor grensoverschrijdende problemenVerplichtende samenwerking via de Wet Gemeenschappelijke Regelingen met toezicht bij de provincie. Afschaffing van de Kaderwet Bestuur in verandering per 1 januari 2004 (blz. 25)1. Het bevorderen van praktische samenwerking binnen de hoofdstructuur van het binnenlands bestuur2. Het bevorderen van regionale afstemming in het kader van het grotestedenbeleid mbt wonen, werken, groen en bereikbaarheidWijziging in WGR KB's maken op basis van de Verlengingswet kaderwetgebiedenNa schriftelijke raadpleging en van en mondeling overleg met de kaderwetgebieden en de provincies rond de zomer en in het najaar van 2003 heeft MinBZK een wetsvoorstel Wijzigingswet Wgr-plus opgesteld. Dit wetsvoorstel ligt bij de Raad van State voor advies. Poging in werking treding wetsvoorstel op 1 januari 2005.Kamerstukken II, 2002/2003, 28 756
Herindelingen    
Door de grotere schaal van maatschappelijke vraagstukken kunnen gemeenten te klein worden. Bestuurlijke herindeling tegen de wil van het grootste deel van de bevolking biedt echter geen antwoord. Daarom geen gemeentelijke herindeling meer tenzij op verzoek van betrokken gemeenten dan wel gebaseerd op een voorstel van de provincie (het herindelingskader wordt dienovereenkomstig aangepast) (blz. 25)Facilitering (processen van) vrijwillige herindeling ter versterking van het lokaal bestuurNieuw beleidskader voor herindeling13 december 2002 heeft het kabinet het beleidskader gemeentelijke herindeling vastgesteld en aan de TK gezonden, en is het in 2003 door de TK behandeld en vastgesteld.Kamerstukken II, 2002/2003, 28 750, nr. 1
     
OZB    
Afschaffen OZB op woningen (p. 44). Lastenverlichting van € 2 miljard, in relatie tot de inkomenseffecten van de invoering van de het nieuwe zorgstelselAanpassen gemeentewet en aanpalende regelgevingBeantwoorden compensatievraag en aanpassing ministeriële regeling.De Kamer wordt rond de jaarwisseling met een nota geïnformeerd over onder meer de vormgeving van de afschaffing en compensatieIn het hoofdlijnenakkoord is vastgelegd dat alleen de OZB gebruikersheffing op woningen zal worden afgeschaft. Hiermee is een compensatiebedrag voor gemeenten gemoeid van € 1 miljard. De resterende OZB grondslagen zullen worden gemaximeerd. In 2003 is een start gemaakt met de voorbereidingen. Aan de Kamer is een brief gezonden waarin de hoofdlijnen ten aanzien van de compensatie van gemeenten en de wijze van maximering is toegelicht. In 2004 zal het wetgevingstraject vorm gegeven worden.Kamerstukken II, 2003/2004, 29 200 B, nr. 11
     
Afschaffen f 100-maatregel (p. 41)Het beëindigen van de lokale lastenverlichtingAanpassen gemeentewet en aanpalende regelgeving.Vormgeving uitnameIn 2004 zal het wetgevingstraject vorm gegeven worden. 
Grotestedenbeleid    
a. Een klimaat van veiligheid hangt af van de inzet van velen (p. 7) b. Er moet bij kinderen in probleemsituaties en bij probleemjongeren eerder worden opgetreden en gestraft (p. 8) c. De integratie van veel immigranten verloopt moeizaam ... inzet is nodig (p. 13)d. De groei van wijken met een eenzijdige bevolking van allochtone afkomst tegengaan. Middenklasse en hogere inkomens weer aan de stad binden. Gevarieerder en betere woningkwalititeit (p. 14)e. Bevorderen ondernemersklimaat, stimuleren PPS, verlaging van de administratieve lastendruk, bevordering van arbeidsaanbod (p. 19)Bereikbaarheid is essentieel voor verdere economische groei (p. 21) – Vermindering (jeugd-) criminaliteit in de grote steden, vooral ook onder allochtonen– Verbetering veiligheidsbeleving en verbetering leefbaarheid– Vermindering overlast door verslaafden– Versterken gemeentelijke regierol mbt veiligheidsketen– Vermindering aandeel jeugdige delictplegers t.o.v. totale groep 12-25 jarigen– Voorkomen spijbelen en voortijdig schoolverlaten– Vermindering werkloosheid onder etnische minderheden– Herstructurering van woningvoorraad in aandachtswijken– Verbetering van veiligheid en leefbaarheid in aandachtswijken – Versterking economische concurrentiepositie van de stad– Vergroting bereikbaarheid economische activiteiten in steden– Vermindering lokale bureaucratie en administratieve lastendrukEen «Expert-team Uitvoering GSB» (zie doel g) zal de kwaliteit en het tempo van de uitvoering van het GSB in samenspraak met de steden gaan aanjagen. Het onderwerp veiligheid zal hierbij als topprioriteit gelden en daarom de vierde pijler binnen het GSB worden. Over de prioriteiten uit het Strategisch Akkoord (zie doelen a-f) zijn reeds in 1999 maatwerkafspraken gemaakt met de steden. Bezien wordt of aanvullende resultaatafspraken gemaakt moeten worden, de in relatie tot de prioriteiten uit het Strategisch Akkoord en de gereserveerde middelen voor 2004. Daarbij wordt ook ingegaan op de volgende punten:– t.a.v. de gemeentelijke regie in de veiligheidsketen (onder a) wordt, naast aanvullende resultaatafspraken, bezien of eventuele knelpunten in de rijksregelgeving (o.a. wijkverboden) aangepakt kunnen worden– t.a.v. de vermindering van lokale bureaucratie (onder e) geldt dat Rijk en steden n.a.v. de Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat bezien of aanpassing van lokale regelgeving nodig is.– Expertteam: zie verantwoording artikel 9, prestatie-indicator 8.– In 2003 is de pijler veiligheid als vierde pijler aan het Grotestedenbeleid toegevoegd.– De Maatwerkconvenanten GSB-II zulen op 15 juli 2005 door de steden verantwoord worden. In het kader van het verleningsjaar 2004 zijn aanvullende afspraken gemaakt op het gebied van veiligheid en inburgering. Zie hiervoor verder de verantwoording van artikel 9, inleiding– In geval van dringende veiligheidsproblematiek op lokaal niveau kunnen via de maatregel Urgente Aanpak oplossingen worden gezocht voor knelpunten door in samenwerking met het Rijk op lokaal niveau ruimte te creëren vooreen integrale effectieve Tweede Kamer is hierover op 24 december per brief geïnformeerd (Kamerstuk 2003–2004, 28 684, nr. 21)– T.a.v. de integrale wijkaanpak: onder voorwaarden kan vrijstelling worden verkregen «dubbele» overdrachtsbelasting bij Wijkontwikkelingsmaatschappijen (WOM's). 
f. Achteruitgang wijken door verdwijnen sociale infrastructuur en voorzieningen (artsen, winkels, scholen) keren (p. 14); burgers zijn in de eerste plaats verantwoordelijk (p. 4)– Bevordering integrale wijkaanpak (fysiek, sociaal, economie)– Vergroten betrokkenheid burgers bij beleidsvoorbereiding en uitvoering, mede m.b.v. ICT– t.a.v integrale wijkaanpak (onder f) en herstructurering (onder d) wordt voor mogelijkheid bezien van integraal analysekader, juridische basis Wijk Ontwikkelings Programma, en van pilotprojecten met o.a. fiscale faciliteiten Wijk Ontwikkelings Maatschappij (expreimentenregelgeving)De betreffende regeling is begin 2004 in de Staatscourant gepubliceerd en is, met terugwerkende kracht, per 1 januari 2003 van toepassing. Daarnaast is het BElastingplan 2004 een voorstel opgenomen voor de afschaffing van een overgangsregime voor artikel 10 van de Wet Belastingherziening 1950. Met deze maatregel worden enkel fiscale belemmeringen voor stedelijke herstructurering weggenomen. Voorts is onderaocht in hoeverre fiscale knelpunten de herstructurering belemmeren en welke mogelijkheden er op dit vlak kunnen worden geboden. Dit heeft in 2003 nog niet tot concrete resultaten geleid. In november 2003 is een eindrapportage over Wijkontwikkelingsmaatschappijen (WOM's) gereedgekomen en zijn een tweetal handreikingen voor betrokken partijen bi de herstructurering uitgebracht. Dit naar aanleiding van de in 2002 gestarte 6 WOM-pilots en 2 WOM-uitvoeringsprojecten, die in het kader an IPSV een bijdrage hebben otnvangen. Het rapport geeft inzicht in succes- en faalfactoren bij de vorming van een WOM. In alle situaties is lokaal maatwerk nodig. 
g. In het beleid moet de nadruk verschuiven van voorbereiding naar de uitvoering (p. 24)– Versnelling en verbetering lokale uitvoering (fysiek, sociaal, economisch)– In 2004 worden convenanten 2005–2009 gesloten, met nieuwe meetbare afspraken met de steden, aansluitend op de hoofdthema's van het kabinet. De steden zijn aanspreekbaar en afrekenbaar op deze afspraken. Ook hierbij zal veiligheid als topprioriteit gelden.– Zie beleidsagenda en verantwoording artikel 9, inleiding. 
h. Terugdringen bureaucratie .. minder nuancering, minder doelen en minder onderscheiden situaties (p. 24) ; stroomlijning procedures (p. 23); gemeenten ruimte – geboden voor verstrekte rol bij eigen regionale gebiedsgerichte ontwikkeling (p. 19)– Vermindering van het aantal rijksdoelstellingen in het kader van GSB– Vermindering van het aantal rijksregelingen in het kader van GSB– Harmonisatie van de verantwoording– Harmonisatie en integratie van monitors– Betere afstemming tussen stad en regio– T.b.v. de convenanten 2005-2009 wordt één geïntegreerd GSB-beleidskader ontwikkeld, met 6 à 9 GSB-doelstellingen en ca. 30 (sectorale) subdoelstellingen. De bestaande beleidskaders, en sectorale doelstellingen worden hierin geïntegreerd en betrokken wet- en regelgeving daarop aangepast; tevens enkele procesindicatoren afstemming (i.o.m. het WGR+-traject) en op betrokkenheid van burgers, bedrijven en -instellingen bij het beleid– Bestaande rijksbijdragen en eventuele toekomstige middelen worden gebundeld in drie brede doeluitkeringen (BDU's; sociaal, fysiek, werk & economie) – Een programmatische verantwoording– Een geïntegreerde monitor (één loket, één proces, single information)– Zie beleidsagenda en verantwoording artikel 9, inleiding.– Besloten is om geen procesindicatoren op te nemen in het beleidskader en de convenanten omdat over processen geen afrekenbare afspraken kunnen worden gemaakt. Burgerparticipatie en regionale samenwerking blijven niettemin belangrijke aandachtspunten in het Grotestedenbeleid.– Zie verantwoording artikel 9, prestatie-indicator 7.– Zie verantwoording artikel 9, prestatie-indicator 7.– Zie verantwoording artikel 9, prestatie-indicator 2. 
i. De samenwerking en afstemming binnen de EU is een voorwaarde om binnenlandse vraagstukken op adequate wijze aan te sturen (p. 26) Samenwerking en uitwisseling van kennis en ervaringen van de Europese stedelijke problematiek door middel van bijeenkomsten steden binnen EU en Europees stedelijk onderzoek– Zie verantwoording artikel 9, prestatie-indicator 6. 
Jeugd: opvoeden en aanpakken    
Komen tot integraal en resultaatgericht jeugdbeleid: aanpakken en opvoeden (i.r.t. pagina's 4, 5, 8, 12, 14 en 24 van het SA) (Het drama in Roermond en het onderzoek van de IJHV/JB benadrukt de noodzaak van een integrale aanpak)Tegengaan ontsporen jeugd; voorkomen uitval van jongeren; vergroten kansen van jongeren– Totstandkoming landelijk beleidskader jeugd/opstellen jeugdagenda– Bundeling van geldstromen– Wegnemen van belemmeringen (wet- en regelgeving)– Harmonisatie van planverplichtingen en verantwoordingssytematiek– Versterking van samenhang door praktijkexperimenten (pilots)  
     
Operatie Beter bestuur voor Burger en bedrijf    
Daadkracht zonder bureaucratie (p. 2, 5, 11, 23, 24, 25, 29) Keuzevrijheid voor burgers en bedrijven (p. 2, 4, 6, 10)Versterking economische structuurVerhoging arbeidsproductiviteit (p. 15, 17 en 19)Verbetering kwaliteit uitvoeringsprestaties (door hele document heen) Administratieve lastenverlichting (p. 10, 12, 13, 17, 19, 21)Terugdringen regelzucht (p. 2, 5, 23, 24)Terugdringen bureaucratie en regelzucht– Taakstelling administratieve lasten– Stroomlijnen en vereenvoudigen regelgeving– Verbeteren uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid regelgevingHet kabinet Balkenende II heeft besloten de operatie Beter Bestuur voor Burger en Bedrijf (B4), gestart door Balkenende I, niet te continueren. De projecten die al zijn gestart worden afgerond onder verantwoordelijkheid van de meest betrokken bewindspersoon. Er vindt afzonderlijke rapportage plaats over de voortgang van deze 
Bevorderen afrekenbaarheid en transparantie (p. 4, 16, 24)Overheidstaken overlaten aan de samenlevingAantrekkelijk werkgeverschap/adequate personeelsvoorziening (p. 3, 7, 10, 12, 13, 15-20)Verbeteren kwaliteit overheidsfunctioneren en publieke dienstverlening– Verbeteren kwaliteit uitvoering o.a. door elektronischedienstverlening – Invoering één loket-gedachte– Invoering eenmalige gegevensverstrekking– Volumetaakstelling– Inzet ICT-bedrijfsvoering– Shared Sere-vice Centres PIOFAH-functies– Inzet authentieke registraties (stroomlijning basisgegevens)– Vergroten afrekenbaarheid en transparantie door benchmarking, evaluaties en visitaties van overheidsorganisaties– Ontwikkelen publieksmonitor– Gedifferentieerde beloning; functie en taakdifferentiatie– Werknemerstevredenheidsonderzoek– Reïntegratie en participatie: doorvertalen betref. voorstellen SA naar overheidswerkgevers– Toetsen overheidstaken op mogelijkheid van overlaten aan samenleving– Invoering ketenregie op verschillende terreinen – Ontschotting, bundeling en integratie van publieke middelen– Regie eigen persoonsgegevensprojecten, niet langer in B4-verband. Een aantal van de doelstellingen van de operatie B4 is overgenomen in het Programma Andere Overheid. 
 Vergroten keuzevrijheid burgers en ondernemers– Invoeren vraaggestuurde systemen– Verruimen toetredingsmogelijkheden tot markten Vergroten transparantie in o.a. overheidsinformatie, zorg, onderwijs, financiële dienstverlening, telefonie, taximarkt– Verruimen mogelijkheden maatwerk op arbeidsmarkt– Verbeteren ondernemings- en vestigingsklimaat  
     
Integriteitsbeleid    
«Een overheid die handhaaft, handelt en hoedt» (p. 4) Bij «werken aan vertrouwen» hoort ook werken aan vertrouwen in het integer functioneren van de overheid. De burger moet te allen tijde kunnen rekenen op een integere overheid. Dat is de basis voor een effectief overheidsoptreden BZK is voornemens zijn coördinerende rol voor integriteitsbeleid bij het openbaar bestuur te intensiverenBZK wil bereiken dat medeoverheden een adequaat integriteitsbeleid voeren; d.w.z. beleid gericht op:– bewustwording van integriteitsrisico's bij medewerkers en bestuur– verkleining integriteitsrisico's door maatregelen o.m. t.a.v. nevenfuncties, financiële belangen en omgaan met vermoedens van misstanden– het registreren van integriteitsschendingen– het op de agenda houden van het thema integriteit door o.m. rapportage aan ORI MonitorenInventarisatie van de stand van zaken van het integriteitsbeleid bij de (mede-) overheden II Ondersteunen en stimuleren:– opzetten van internetsite Integriteit t.b.v. benchmarken en bestpractices– instellen van een beraad tussen de contactpersonen integriteit rij, onder andere ook met het oog op benchmarken en bestpractices– het uitbrengen van een herziene handleiding «Een beetje integer kan niet». Hiermee kunnen overheden onderzoek doen naar kwetsbare plekken binnen hun organisatie, wordt herzien.De inventarisatie loopt. Naar verwachting zal in mei 2004 het rapport naar de Tweede Kamer kunnen worden gestuurd. – De website zal in mei 2004 in de lucht zijn – Dit beraad loopt – Als geactualiseerde en verbeterde versie van deze 2003 het Handboek Integriteitsonderzoek uitgekomen en verspreid. Tegelijkertijd is de handreiking Vertrouwenspersoon integriteit tot stand gekomen. – www.minbzk.nl
  – het organiseren van themabijeenkomsten rondom specifieke onderwerpen– Integriteit zal als speciaal onderwerp op de agenda worden geplaatst van de DG-conferentie 2004, die wordt gehouden in het kader van het NL-voorzitterschap van de EU. Eind 31 maart 2004 is de internationale conferentie over integriteit Ethical Standard in the Public Sector gehouden. Deze conferentie is door BZK georganiseerd in het kader van het NL-voorzitterschap van de Raad van Europa 
     
  III SturenWijzigen van de Ambtenarenwet. Om het belang van integriteit en andere waarden normen te benadrukken, bestaande ontwikkelingen te stimuleren en te waarborgen dat het thema ook daadwerkelijk op de agenda blijft, zal de Ambtenarenwet o.m. voorts gaan verplichten tot het vaststellen van gedragscodes– Op 1 mei 2003 is de wijziging van de Ambtenarenwet in verband met integriteit in werking getreden. – Het in 2003 aangekondigde wetsvoorstel tot wijziging van de Ambtenarenwet in verband met goed ambtelijk handelen, goed werkgeverschap en algemene regels over integriteit is in januari/februari 2004 aan de Tweede Kamer worden aangeboden, met o.a. de verplichting voor overheidswerkgevers tot het vaststellen van gedragscodes.Stb. 2003, 60
     
  IV EvaluatieIn samenwerking met de betrokken sectorwerkgevers zal worden geëvalueerd in hoeverre maatregelen en activiteiten hebben bijgedragen aan een adequaat integriteitsbeleidDit project start eind 2004. De evaluatie betreft de wet tot wijziging van de Ambtenarenwet i.v.m. integriteit, waarbij overheden verplicht werden een Klokkenluidersregeling in te voeren alsmede regels m.b.t. de openbaarmaking van nevenwerkzaamheden en de melding van financiële belangen. 

5. BELEIDSARTIKELEN

BELEIDSARTIKEL 1: GRONDWET EN DEMOCRATIE

1. Algemene beleidsdoelstelling

Het bevorderen van het goed functioneren van de democratische rechtstaat en het constitutioneel bestel, zoals deze onder meer zijn neergelegd in de Grondwet, het Statuut en Europese en internationale verdragen.

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

A. Verwezenlijking en ontwikkeling van grondrechtenJa
B. Het constitutioneel bestel actualiserenJa
C. Het algemeen democratisch proces bevorderenJa
D. Handhaven en verbeteren van het bestuursrechtJa

Nadere toelichting op de tabel: de geformuleerde doelstellingen hebben betrekking op een continue proces. Voor 2003 is voldaan aan de beoogde doelstellingen in dit proces. Voor een meer gedetailleerde uitwerking wordt verwezen naar de hierna volgende toelichting.

A. De discussie over de waarde het beginsel van gelijke behandeling heeft in 2003 een nieuwe dimensies gekregen. Met name wordt de vraag gesteld in hoeverre het gelijkheidsbeginsel zoals dat nu in wet- en regelgeving is neergelegd nog voldoet om op een goede wijze invulling te geven aan de achterliggende waarden. Daarnaast zijn de vrijheid van onderwijs en privacy nieuwe thema's. Aan de discussie over grondrechten in de pluriforme samenleving zijn nieuwe impulsen gegeven.

B. De constitutionele toetsing van wetten aan de Grondwet is bezien in het kader van de discussie over de introductie van grondrechten in het Europese Unieverdrag. De discussie over de opheffing van het constitutioneel toetsingsverbod loopt, door het initiatiefwetsvoorstel van Groen Links. Ten behoeve van de tweede lezing zijn alle in eerste lezing aanvaarde voorstellen tot wijziging van de Grondwet ingediend.

– Met betrekking tot het referendum kan gezegd worden dat het kabinet het oordeel van de Kamers zal afwachten.

– Met betrekking tot de deconstitutionalisering van de benoeming van de burgemeester en van de commissaris van de Koningin hoopt het kabinet op een voorspoedige behandeling; dit voorstel maakt de weg vrij voor de invoering van de gekozen burgenmeester.

– Met betrekking tot de tijdelijke vervanging van volksvertegenwoordigers wegens zwangerschap, bevalling en ziekte en de wijziging van artikel 23 van de Grondwet (samenwerkingsschool) heeft het kabinet proeven van de uitvoeringswetgeving aan de Kamers aangeboden. De deconstitutionalisering van de aanstellingswijze van de burgemeester en de Commissaris van de Koningin wacht nog steeds op afronding. De mondelinge behandeling in de Tweede Kamer die geagendeerd was in december 2002, is uiteindelijk uitgesteld tot na de verkiezingen van januari 2003. Vervolgens is in de nieuwe Tweede Kamer twijfel gerezen over haar bevoegdheid de tweede lezing te voltooien. Een op verzoek van de Tweede Kamer aan de Raad van State gevraagd advies, waarin de Raad net als eerder het kabinet concludeert dat er geen grondwettelijke belemmeringen zijn voor voortzetting van de behandeling door de huidige Tweede Kamer, maakte in oktober 2003 de weg vrij voor voltooiing van de tweede lezing. Dit wordt naar verwachting in 2004 afgerond.

C. De kiezer is door middel van de voorlichtingscampagnes voor de Tweede Kamerverkiezingen en de verkiezingen van provinciale staten bereikt. De opkomst van de Tweede Kamerverkiezingen op 22 januari 2003 bedroeg 79,9%, hetgeen een fractie hoger ligt dan die van 15 mei 2002 (79%). De verkiezingen van Provinciale Staten staan vanouds minder in de belangstelling. Bij deze verkiezingen op 11 maart 2003 bedroeg de opkomst 47,9%. Dit betekent een stijging ten opzichte van 1999 (45,6%). De verkiezingen zijn op zich zonder incidenten verlopen. Voorts zijn de leden van de Eerste Kamer op 26 mei 2003 gekozen. Op het terrein van kiezen op afstand zijn 2 gebruikerstesten gehouden. Deze testen zijn intensief juridisch begeleid. De werking van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) in de praktijk geeft aanleiding tot nader onderzoek. Het bevorderen van de transparantie van het openbaar bestuur loopt moeizaam door de uitvoeringsproblematiek van de Wob.

D. De lopende projecten tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht strekken hoofdzakelijk tot het wegnemen van in het verleden gebleken knelpunten en onduidelijkheden. Daarnaast wordt de met de Awb beoogde harmonisatie voltooid voor het klachtrecht, bestuurlijke boetes en bestuurlijke geldschulden.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

A. Op het terrein van de Grondrechten in de digitale samenleving is het initiatief genomen om in het kader van de Raad van Europa dit onderwerp nader te ontwikkelen. Dit initiatief is internationaal aangekondigd op de World Summit on the Information Society (WSIS) in december 2003. BZK heeft eraan bijgedragen om een goede mensenrechtenpassage in de eindverklaring van deze conferentie te verzekeren. Op het terrein van de gelijke behandeling is de EG-Implementatiewet Algemene Wet Gelijke Behandeling door de Tweede Kamer aangenomen en de Evaluatiewet Gelijke Behandeling bij de Tweede Kamer ingediend. Mede ter voorbereiding van de totstandkoming van een Nota Grondrechten in de Pluriforme Samenleving is in november in het kader van de raad van Europa een internationaal congres georganiseerd.

B. Op het punt van de constitutionele toetsing is enige voortgang geboekt. Het nader rapport over het initiatiefvoorstel Halsema is verschenen en in november 2003 heeft de Tweede Kamer het verslag vastgesteld. Het komende jaar zal de mondelinge behandeling in de Tweede Kamer kunnen plaatsvinden waarbij ongetwijfeld ook de kabinetsnotitie uit 2002 aan de orde zal komen.

Het onderzoek over de toepassing van artikel 91 lid 3 van de Grondwet is in mei 2003 verschenen en eind juni 2003 door de Minister voor BVK naar de Kamer gestuurd. Het kabinetsstandpunt is thans in voorbereiding, net als het standpunt over het onderzoek Europa en de Grondwet.

Naar aanleiding van de Margarita-affaire is in samenwerking met AZ een notitie over de positie van het Kabinet der Koningin voorbereid en als bijlage bij de AZ-begroting verschenen en inmiddels ook in de Tweede Kamer besproken.

Bij het opstellen van de ontwerp-begroting 2003 kon niet worden voorzien dat 2003 voor een deel in het teken zou komen te staan van het referendum over de Europese Grondwet. Er is technische bijstand verleend aan de kamerleden Karimi c.s. voor het opstellen van een wetsvoorstel en de daarbij behorende vervolgstappen. Verder is een projectorganisatie voor het daadwerkelijk houden van dit referendum opgezet. Inmiddels lijkt de kans klein dat op korte termijn op Europees niveau overeenstemming wordt bereikt over de Europese Grondwet. Het is dan ook niet waarschijnlijk dat er een referendum wordt gehouden op 10 juni 2004, tegelijk met de EP-verkiezingen. Met het oog daarop zijn de werkzaamheden van de projectorganisatie (tijdelijk) stopgezet.

De komst van de gekozen burgemeester betekent dat de voornemens om te bezien hoe hoofdstuk 7 van de Grondwet gemoderniseerd kan worden in een nieuw perspectief komen te staan, dat bij de aankondiging van dat voornemen niet was voorzien. Deze tweede ingrijpende verandering (na de dualisering) in het gemeentebestuur zal voorrang krijgen boven het bepalen van standpunten over de modernisering van hoofdstuk 7 Grondwet. De implicaties van deze verandering kunnen pas op termijn goed worden overzien.

C. De voorlichtingscampagnes voor Tweede Kamer- en provinciale staten verkiezingen zijn gehouden. Een call centre is ingericht door BZK/Kiesraad ten behoeve van de voorlichting aan burgers, politieke partijen en gemeenten en ter ondersteuning van de werkzaamheden van de Kiesraad als centraal stembureau voor de verkiezingen van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Op 1 september 2003 is de website van de Kiesraad de lucht ingegaan (www.kiesraad.nl). In de zomer van 2003 is het project Nieuw kiesstelsel gestart. Ten behoeve van dit project is extra wetgevingscapaciteit aangetrokken. Dit resulteerde in een hoofdlijnennotitie die begin 2004 aan de Tweede Kamer is aangeboden en in een projectplan waarin het gehele project is beschreven. Het project valt uiteen in een wetgevingsdeel en een implementatiedeel. Vanaf 2004 verschuift gaandeweg de aandacht naar de uitvoeringskant. Het onderzoek naar de positie van de minister-president is in samenwerking met de Universiteit van Maastricht uitgevoerd. In 2004 wordt een notitie hierover afgerond.

Het wetsvoorstel Experimentenwet Kiezen op afstand heeft de parlementaire behandeling doorlopen en is tot wet verheven. Het ontwerp Tijdelijk experimentenbesluit Kiezen op afstand is ontworpen. De evaluatie van de Wob is daadwerkelijk gestart en zal in 2004 gereed zijn.

D. In 2003 is voortgang geboekt in een groot aantal lopende Awb-projecten. Dit gebeurde in samenwerking met Justitie. Zo werd het wetsvoorstel Extern klachtrecht bij de Tweede Kamer ingediend en werd de schriftelijke behandeling afgerond. Het wetsvoorstel Elektronisch bestuurlijk verkeer werd door de Tweede Kamer aangenomen en is nu bij de Eerste Kamer in behandeling (Memorie van Antwoord uitgebracht). Datzelfde geldt voor het wetsvoorstel Rechtstreeks beroep. Het omvangrijke wetsvoorstel voor de Vierde tranche Awb werd medio 2003 aan de Raad van State voorgelegd en in november kon een begin worden gemaakt met het nader rapport. Ook de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure – met daarin opgenomen o.a. de afschaffing van de actio popularis – kon in 2003 naar de Tweede Kamer. Aan de Minister werd een concept-wetsvoorstel voorgelegd over Beroep bij niet tijdig beslissen. In de Commissie Algemene regels van bestuursrecht (Cie. Scheltema) werd een begin gemaakt met de bespreking van een concept voor een wetsvoorstel dat betere mogelijkheden moet creëren voor effectieve geschillenbeslechting door de bestuursrechter.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

In de ontwerp-begroting 2003 was een budget geraamd van € 5,428 mln. Gedurende het uitvoeringsjaar 2003 heeft een aantal mutaties plaatsgevonden onder andere op het gebied van voorlichting verkiezingen. Hiermee is het beschikbare budget uitgekomen op 6,332 mln. In 2003 is uiteindelijk circa € 6 mln gerealiseerd. Aan de lopende voorlichtingscampagne voor de Provinciale Statenverkiezingen is in 2003 circa € 0,7 mln uitgegeven. Dit is overeenkomstig het hiervoor in 2003 beschikbare budget. Met het oog op de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen op 22 januari 2003 is voor de extra campagne voorlichting verkiezingen in 2003 circa € 0,9 mln uitgegeven. Als aanloopkosten voor de voorlichtingscampagne verkiezingen Europees parlement is in 2003 € 0,1 mln uitgegeven. Ter voorbereiding van de invoering van een nieuw kiesstelsel in 2007 zijn in 2003 aanloopkosten gemaakt van circa € 10,1 mln. Voor het voorzitterschap Europa 2004 is in 2003 een projectorganisatie (Team 2004) opgezet voor de organisatie van de door BZK te organiseren bijeenkomsten. De gemaakte kosten in 2003 bedragen circa € 10,1 mln. De overige uitgaven houden verband met de reguliere apparaatskosten.

Overzicht prestatiegegevens
operationele doelstellingprestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
zie alg. beleidsdoelstellinggrondrechtenhuidige actualiteit van de grondrechtenhandhaven en ontwikkelen van de grondrechten aan de eisen van de tijdop gang brengen discussie grondrechten in pluriforme samenleving door o.a. indienen van wetsvoorstellen en organiseren van congres
 actualisering constitutioneel bestelconstitutionele agenda 21e eeuw voor actualisering van het constitutioneel bestel incl. het Statuutuitvoeren van de constitutionele agenda 21e eeuwindienen van 4 tweede lezingsvoorstellen op het terrein van o.a. het referendum en de deconstitutionalisering van de benoeming van de burgemeester en CdK
 verkiezingsproceshet verkiezingsproces verloopt democratischhandhaven en verbeteren van het verloop van de verkiezingende verkiezingen van PS en TK in 2003 zijn zonder incidenten verlopen
 bestuursrechthet bestuursrecht is toegesneden op de eisen van de tijd qua doelmatigheid en rechtmatigheid incl. rechtsbescherminghandhaven en verbeteren bestuursrechtin 2003 is voortgang geboekt op diverse bestuursrechtelijke dossiers door het indienen van ee aantal wetsvoorstellen op het gebied van o.a. externe klachtrecht en elektronisch bestuurlijk verkeer
Overzicht beleidsevaluatie
operationele doelstellingonderwerpstartdatumeinddatumstand van zaken
Actueel constitutioneel bestel dat inspeelt op de ontwikkelingenWerking en knelpunten van de Wet Openbaar Bestuur06/200312/2003De evaluatie betreft de werking van de Wob in de praktijk. De einddatum van het onderzoek is verschoven naar maart 2004.
 Werking wet parlementaire enquête (ism Tweede kamer)09/200312/2003Bij de behandeling van het rapport van de parlementaire enquêtecommissie naar de bouwfraude in de ministerraad heeft de Minister van BZK aandacht gevraagd voor de noodzaak van een totale herziening van de Wet op de parlementaire enquête. Hiertoe is op 26 januari 2004 ism de TK een congres georganiseerd.
Het algemeen democratisch proces bevorderenEvaluatie campagne Voorlichting verkiezingen 200312/200202/2004Deze evaluatie wordt in februari 2004 afgerond.
Handhaven en verbeteren van het bestuursrechtEvaluatie Awb (2003)06/200302/2004Dit onderzoek is geannuleerd.
 Evaluatieonderzoek naar regeling intern klachtrecht in de Awb05/200312/2003Onderzoek wordt later gestart dan gepland, aanvang in 2004.
 T.b.v evaluatie bijhouden referenduminitiatieven o.g.v. Tijdelijke referendumwet01/200201/2003Jaarlijks wordt door het Referendum platform het aantal initiatieven bijgehouden voor de evaluatie van de Trw. Deze evaluatie zal volgens planning in 2004 starten.
Bijdragen aan internationale constitutionele ontwikkelingenProcedure goedkeuring van verdragen die afwijken van de GW.12/200206/2003Doelstelling: onderzoeken of de in de Grondwet neergelegde procedure tot goedkeuring van de Grondwet afwijkende verdragen adequaat is en de vraag beantwoorden in hoeverre deze procedure verandering behoeft.Onderzoek is afgerond, n.a.v rapport is kabinetsstandpunt in voorbereiding.

2. Nader geoperationaliseerde doelstellingen

 streefwaarde/benchmarkrealisatiewaarde
Kennis over verkiezingen:  
– Provinciale Staten 200387,5%80,5%
– Tweede Kamer 200287,5%95,5%
   
Waardering campagne  
– Provinciale Staten 20036,86,1
– Tweede Kamer 20026,86,5

3. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
1: Grondwet en democratieRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen4 0435 3178 0105 4655 42837
1. apparaat4 0435 3178 0105 4655 42837
       
Uitgaven3 9254 8547 4936 1195 428691
1. apparaat3 9254 8547 4936 1195 428691
       
Ontvangsten1136870700

BELEIDSARTIKEL 2: POLITIE

1. Algemene beleidsdoelstelling

Het scheppen van de randvoorwaarden voor een goed functionerende politieorganisatie waardoor zij in staat is het toezicht en de opsporing te versterken en een adequaat niveau van hulpverlening te bieden, en zodoende een bijdrage levert aan een veiliger samenleving.

Overzicht prestatiegegevens
doelstellingprestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
Versterking toezicht en handhavingzichtbaarheid en beschikbaarheid4,3 (2002)4,7 (2006)4,4
 functioneren van politie5,7 (2002)6,3 (2006)5,9
 aantal uit staandehoudingen voortkomende boetes en transacties (incl KLPD)ca 1,4 mln (2002)1,7 mln (2006)1,8 mln
 aantal staandehoudingen van vreemdelingen1pm (2002)pm (2006)pm
Versterking opsporingaantal processen-verbaal naar OM (excl KLPD)214 000 (2002)254 000 (2006)228 000
 ophelderingspercentage17,6% (2000)pm (2006)pm
 gemiddelde doorlooptijd processen-verbaal bij de korpsen2pm– 25% (2006)pm
 aantal criminele groepen naar OM2pmpm (2006)pm
 % rechtshulpverzoeken dat tijdig wordt afgehandeld2pm100% (2006)pm
Hulpverleningnader te bepalenpmpmpm

1 In 2004 wordt onderzoek gedaan om basis- en streefwaarden vast te stellen.

2 Deze indicatoren zijn niet opgenomen in het Landelijk Kader Nederlandse Politie en in de regioconvenanten en worden daarom niet geregistreerd.

Overzicht beleidsevaluatie
operationele doelstellingonderwerpstartdatumeinddatumstand van zaken
2.4: Verbeteren prestatievermogen politieinrichting van de opsporing20022003vervallen gezien doelstelling Strategisch Akkoord om te komen tot een centrale recherche
 ontwikeling milieumonitor voor inzicht in aard, omvang en oorzaak milieuproblematiek20022003vervallen wegens gewijzigde doelstellingen in Strategisch Akkoord
 gebruik pepperspray door Nederlandse politiemrt 2001mrt 2005uit de tussenrapportages blijkt dat pepperspray een goed dreigmiddel is, maar dat de werking niet altijd 100% effectief is. In maart 2004 verschijnt de volgende tussenrapportage
2.5: Adequaat niveau van politiepersoneelonderzoek naar mogelijkheden verbetering management effectieve inzet/gerichte inzetfeb 2001apr 2003afgerond. Zie verder artikel 2.5 voor stand capaciteitsmanagement

2. Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Operationele doelstelling 2: Regionale politiekorpsen

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

Het scheppen van de randvoorwaarden voor goed functionerende regionale politiekorpsen door een evenwichtige allocatie van beschikbare middelen en het maken van resultaatsafspraken per korps over hun bijdrage aan de veiligheid in de eigen regioJa
Overzicht prestatiegegevens
prestatie-indicatoren en kengetallenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
Tevreden burgers n.a.v. laatste contact met politie61,3% (2002)68,2% (2006)62,6%
Tevredenheid burgers bij politieoptreden aangifte51% (2002)154,5%
Oordeel burgers over politieoptreden5,6 (2002)15,8%

1 Voor deze kengetallen wordt alleen de gerealiseerde waarde jaarlijks vermeld.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

1. Evenwichtige allocatie. De intensiveringen uit het Strategisch Akkoord voor sterktegroei en kwaliteit politie zijn toegevoegd aan dit operationele doel en aan operationeel doel 2.3.

Aan een aantal korpsen is extra geld ter beschikking gesteld gezien hun bijzondere omstandigheden.

De regeling Harmonisatie Afschrijving Politiekorpsen (HAP) is vastgesteld. Met de HAP worden de verantwoordingen en begrotingen van de korpsen verder geharmoniseerd zodat vergelijking beter mogelijk wordt en de transparantie wordt vergroot. De oorlog in Irak leidde voor verschillende regiokorpsen tot een intensivering van de beveiligings-werkzaamheden. De betrokken korpsen hebben daarom een eenmalige bijdrage ontvangen.

Overzicht prestatiegegevens
prestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
Personeelsratio79% (2001)70–72,5% (2006)77,4% (2002)
Solvabiliteitsratio regio's63% (2001)pm66,8% (2002
Aantal agenten uitgerust met pepperspray037 000 (2003)37 000
Kengetalwaarderealisatiewaarde
FTE/1 000 inwoners2,8 (2001)3,3 (2003)
Geregistreerde misdrijven per 1 000 inwoners81,7 (2001)84,9 (2001)
FTE/km21,08 (2001)1,15 (2002)
Aantal politierelevante asielprocedurespm (2001)94 913 (2002)

2. Maken van resultaatafspraken. Dit jaar zijn op basis van bestuurlijk overleg afspraken tot stand gekomen en vastgelegd in het Landelijk Kader Nederlandse Politie 2003–2006 (kamerstukken II, 2002/2003, 28 824, nr. 1) en de regionale convenanten, met daarin toetsbare resultaatafspraken. Het landelijk kader is vertaald in 25 regionale convenanten, een convenant met het Korps landelijke politiediensten en een convenant met het LSOP Politieonderwijs en Kenniscentrum, waarin regionale resultaatafspraken zijn opgenomen.

Door te werken met resultaatafspraken, gekoppeld aan indicatoren en streefwaarden, is het mogelijk geworden om de prestaties van de politie beter te volgen en beoordelen. Uiteindelijk doel van deze prestatieafspraken is dat Nederland veiliger wordt (een toename van het veiligheidsgevoel en vermindering van criminaliteit en overlast).

Deze aanscherping van de landelijke prioriteiten zorgt voor heldere en transparante sturings- en verantwoordingsinformatie. Het zicht op de taakuitvoering van de politie is daarmee aanzienlijk vergroot.

Voor de sturing van de politie zijn, ter uitvoering van de uitgangspunten van het Hoofdlijnenakkoord, bij brief d.d. 26 september jl. (kamerstukken II, 2003/2004, 29 200 VII, nr. 4) tevens de voornemens uiteengezet te komen tot aanscherping van de sturingsrelaties. Deze houden in dat de Minister van BZK en van Justitie de hoofdlijnen van het te voeren beleid ten aanzien van de taakuitoefening van de Nederlandse politie vaststellen en dat de Minister van BZK de hoofdlijnen van het te voeren beheer van de Nederlandse politie vaststelt. De beoogde realisatie van deze weg – die van versterking van de sturingsrelatie Rijk-regio – kan niet plaatsvinden zonder daarbij passende extra bevoegdheden op het niveau van het Rijk die in de brief van 26 september jl. zijn geduid in de termen doorzettingsmacht en verticale relatie, in het bijzonder in de verhouding tussen enerzijds de ministers en anderzijds de op regionaal niveau centraal aanspreekbare korpsbeheerder. Een hiertoe strekkend wetsvoorstel is inmiddels in procedure gebracht.

Overzicht prestatiegegevens
prestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
Aantal afgesloten convenanten0 (2002)26 (2003)26

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

 Aantal BVE's ultimo 2003Geraamd bedrag (€ mln)Gerealiseerd bedrag (€ mln)Verklaring verschil
Algemene bijdrage47 825,92 830,02 872,3Vooral loon-en prijsbijstelling.
Regiospecifieke bijdrage1 227,465,576,0Beleidsmatige mutaties op grond van het Strategisch Akkoord.
Asieltaken1 200,259,674,3De inzet voor asieltaken is minder gedaald dan aanvankelijk geraamd.
Bijzondere bijdragen 23,249,5Eind 2003 zijn knelpunten opgelost bij enkele korpsen.
Kinderopvang 4,04,0 
Terrorisme 4,34,4 
Pepperspray 1,81,5Bedrag was te hoog geraamd.
Totaal 2 988,43 082,0 

Operationele doelstelling 3: Bovenregionale en landelijke politiezorg

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

Bijdragen aan de organisatie van de politie op bovenregionaal en nationaal niveau door de bovenregionale en landelijke voorzieningen effectiever en doelmatiger te organiseren en de benodigde financiële middelen beschikbaar te stellen zodat de politie haar wettelijke taken en internationale afspraken adequaat kan uitvoerenJa

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

1. Bovenregionale en landelijke voorzieningen effectief en doelmatig organiseren. Voor een betere bestrijding van de zware georganiseerde criminaliteit is een nationale recherche opgericht. Deze is ondergebracht bij het Korps Landelijke Politiediensten. De voormalige kernteams (inclusief het LRT), de Unit Synthetische Drugs (USD), de Unit Mensensmokkel (UMS) en de XTC-teams zijn samengevoegd tot één nationale recherche, gepositioneerd bij het KLPD en rechtstreeks aangestuurd door het OM. De nationale recherche wordt gedeconcentreerd gehuisvest bij de zogenoemde centrumkorpsen (zes regionale politiekorpsen) en het KLPD. Voor deconcentratie is gekozen op grond van overwegingen op het gebied van informatie-uitwisseling, samenwerking met de politieregio's, het personeelsbeleid, effectiviteit en efficiency.

Prioriteitstelling en beheer zijn hiermee eenvoudiger geworden. Het gezag over de nationale recherche ligt bij het landelijk parket, terwijl er ook een beheerder is, te weten de korpsbeheerder van het KLPD. De nationale recherche heeft de taken van de teams die er in zijn opgegaan overgenomen, evenals de uitvoering van gecompliceerde rechtshulpverzoeken. Daarnaast is een zestal vaste rechercheteams gevormd voor de aanpak van regio-overstijgende vormen van middelzware criminaliteit en horizontale fraude. Deze bovenregionale rechercheteams (BRT's) worden ondergebracht bij de centrumkorpsen, waar ook de gedeconcentreerde nationale recherche wordt gehuisvest.

De teams krijgen 1% van de politiesterkte – zoals die eerder door de regio's is toegezegd – om de ad hoc te vormen bovenregionale rechercheteams te bezetten. Daarnaast zijn de huidige interregionale fraudeteams onderdeel gaan uitmaken van de capaciteit. Het gezag en het beheer over deze teams komt in handen van respectievelijk de hoofdofficieren van justitie en de korpsbeheerders van de centrumkorpsen.

De nationale recherche en de BRT's zijn vanaf medio 2003 feitelijk operationeel. De beheersmatige overgang heeft 1 januari 2004 plaatsgevonden (inclusief het verleggen van de geldstromen naar KLPD en centrumkorpsen). Uiterlijk 1 januari 2005 is de nieuw te vormen Dienst Nationale Recherche geïntegreerd binnen het KLPD. Om een integrale prioriteitstelling te bevorderen en de verschillende teams flexibel in te kunnen zetten en waar mogelijk doelmatigheidswinst te bereiken, is voorzien in een verbinding tussen de zes bovenregionale teams en de nationale recherche. Deze verbinding is terug te vinden op zowel het gebied van gezag (sturing, prioritering) als beheer (organisatie, werkwijze).

2. Maken en nakomen van internationale afspraken. Sinds 1 januari is het uitzendingenbeleid Nederlandse politie volledig operationeel. Ongeveer 50% van de maximaal beschikbare capaciteit is ingezet in vredesmissies van de VN, OVSE en EU. Alle verzoeken van de VN, OVSE en EU om politiepersoneel te leveren zijn getoetst aan de geldende criteria. Waar mogelijk is de maximaal beschikbare bijdrage geleverd.

De uitvoering van het werkplan Europol 2003 was de leidraad voor de activiteiten op Europol. Hierin stond de ontwikkeling van het Europol Informatiesysteem centraal, naast reguliere werkzaamheden van Europol op het vlak van informatievergaring en analyse.

In het kader van de bilaterale samenwerking met Frankrijk is in 2003 overleg gevoerd over het verbeteren van de operationele samenwerking in joint teams. Daarnaast zal het nieuwe EU-rechtshulpverdrag, dat nog in beide landen vertaling vraagt in nationale wetgeving, die samenwerking zeker bevorderen.

In het kader van het Nederlandse voorzitterschap heeft BZK samen met Justitie in 2003 een politieprojectteam EU-voorzitterschap ingesteld. Een van de speerpunten van dat project is het opzetten van een joint investigation team met het VK, Duitsland, Belgie, Nederland en Bulgarije ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit op het gebied van mensenhandel. Het betreft een politieonderzoek, dat wetenschappelijk wordt begeleid om leerervaring op te doen. Vanuit beheersmatig oogpunt wordt samen met Justitie bezien hoe de rechtspositionele en financiële aspecten van joint investigation teams kunnen worden vormgegeven. Ook wordt hier het bevoegdhedenvraagstuk in meegenomen. Het versterken van de actieve rol van de politie bij de bestrijding van terrorisme is onderdeel van het Actieplan Terrorismebestrijding en Veiligheid van dit kabinet. Via de diverse voortgangsrapportages is de Tweede Kamer periodiek geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering. Daarnaast organiseert BZK elk kwartaal zogenaamde contactpersonendagen voor diegenen die bij de regionale politiekorpsen werkzaam zijn op het gebied van terrorisme. Door die bijeenkomsten wordt de betrokkenheid van de korpsen bij terrorismebestrijding vergroot, de informatie-uitwisseling tussen beleid en uitvoering verbeterd en netwerkvorming bevorderd.

Met Duitsland zal voor de zomer van 2004 een verdrag worden gesloten over grensoverschrijdende samenwerking. Met de Benelux zijn verdragsonderhandelingen in voorbereiding en zullen nog dit kwartaal starten. Voorts zijn de DG- en ministersoverleggen gestart. De overige overlegvormen worden geherstructureerd.

3. Allocatie beschikbare middelen. In 2002 is de bekostigingssystematiek van het KLPD onderzocht. Afgesproken is dat de basiscomponent (i.c. budget voor de blauwe diensten) in een vaste verhouding groeit en krimpt met de ontwikkelingen in het landelijke budget voor politiezorg. Voor de bovenregionale component van het budget geldt dat niet (zie 1. Bovenregionale en landelijke voorzieningen effectief en doelmatig organiseren). Op 30 juni 2003 is het convenant met het KLPD getekend.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

 Aantal BVE's ultimo 2003Geraamd bedrag (€ mln)Gerealiseerd bedrag (€ mln)Verklaring
Fraudeteam 9,89,9Loon- en prijsbijstelling
Kernteam 35,736,3Loon- en prijsbijstelling
GROT62,03,83,8 
UMS84,55,15,2 
CIV7,00,40,4 
FEC15,20,90,9 
USD70,84,34,4 
XTC-teams95,75,85,9 
Parketpolitie12,40,80,8 
NCIPS27,31,71,8 
ECD18,81,31,3 
KLPD, incl.LRT 282,9335,0Vooral loon- en prijsbijstelling, bijdragen van begroting Justitie en handboek veiligheidsbeleid Nederlandse Politie.
Internationale betrekkingen 6,85,2Minder uitzending van personeel dan geraamd.
Taakontwikkeling/ diversen 6,02,9Verschillende bijstellingen
Totaal 365,3413,8 

Operationele doelstelling 4: Prestatievermogen van de politie

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

Het bijdragen aan een goed functionerende politieorganisatie door het introduceren van een systeem van prestatiebekostiging, het verstrekken van doelsubsidies en het uitvoeren van beleidsonderzoekJa, deels
Overzicht prestatiegegevens
prestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
uitgekeerd bedrag als percentage van het beschikbare budget voor prestatiebekostiginggeen100% (2003)46%
aantal gesubsidieerde innovatieve projectengeen10 (2003)4
aantal korpsen dat een jeugdanalyse heeft uitgevoerd (in het kader van de Bolkesteingelden)20 (2001)2519

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

1. Prestatiebekostiging. Een belangrijk instrument voor het vergroten van het presterend vermogen van de Nederlandse politie is prestatiebekostiging. In 2003 is voor het eerst prestatiebekostiging aan korpsen uitgekeerd over de prestaties die de korpsen in 2002 hebben geleverd. Om in aanmerking te komen voor een beloning moest een korps de gewenste prestaties hebben geleverd. Daarnaast moest de onderliggende informatiehuishouding aantoonbaar op orde zijn zodat een rechtmatige besteding van dit budget kon worden gewaarborgd. Voor dit laatste is onderzoek bij de korpsen uitgevoerd. Het algemene beeld is dat de kwaliteit van de informatiehuishouding van de Nederlandse politie een enorme vlucht heeft genomen. Korpsen die actief sturen op verbetering van de kwaliteit van de informatiehuishouding en het monitoren van de resultaten, realiseren over het algemeen ook daadwerkelijke prestatieverbeteringen. De aandacht die prestatiebekostiging voor resultaten vraagt, heeft dus het gewenste effect.

2. Innovatiebeleid en jeugd. In het kader van het innovatiebeleid werden in 2003 subsidies verstrekt aan projecten en ideeën in het politieveld die de kwaliteit van de politiezorg verhogen. De thema's in 2003 waren jeugd, recherche, gebiedsgebonden politiezorg, informatie en sturing en imagoverbetering. Drie projecten zijn gesubsidieerd.

De politie heeft in 2003 een landelijke format ontwikkeld en opgeleverd voor criminaliteitsbeeldanalyses-jeugd onder andere omdat bestaande analyses moeilijk onderling vergelijkbaar waren. Het nieuwe format maakt vergelijking wel mogelijk. Het kerndeel van het landelijk format is later opgeleverd dan was voorzien. Daardoor hebben in 2003 slechts 2 korpsen de criminaliteitsbeeldanalyse-jeugd volgens het nieuwe format uitgevoerd.

3. Materiële voorzieningen. Naast het onderhouden van de materiële voorzieningen zijn in 2003 14 nieuwe bewakingscontainers aangeschaft. Tevens is het contract getekend voor de aanschaf van 28 extra bewakingscontainers. Deze bewakingscontainers zullen naar verwachting in tranches in 2004 en 2005 worden opgeleverd. Negen voertuigen voor verscherpt rijdend toezicht (vrt's) worden niet medio 2003, maar naar verwachting begin 2004 opgeleverd, als gevolg van het in gebreke blijven van de fabrikant. De aanbesteding van 4 nieuwe waterwerpers is vertraagd. Tijdens het EG-aanbestedingstraject is uit veldonderzoek gebleken dat de standaard waterwerpers niet op een adequate wijze kunnen worden ingezet in zwaar verstedelijkt gebied. Hierdoor was een verandering in de EG-aanbestedingseisen noodzakelijk. Om alle mogelijke leveranciers opnieuw gelijke kansen te geven en mogelijke claims voor Nederland af te wenden, is besloten het aanbestedingstraject te onderbreken en opnieuw te starten. De 4 nieuwe waterwerpers zullen medio 2007 worden opgeleverd.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

 Geraamd bedrag 2003 (€ mln)Gerealiseerd bedrag 2003 (€ mln)Verklaring
Prestatiebekostiging32,214,9Minder regiokorpsen dan geraamd voldeden aan de criteria. Restant budget in ingezet om specifieke problemen bij korpsen op te lossen.
Doelsubsidies16,813,2Vooral door de overheveling van de subsidie Landelijk Telefoonnummer Politie naar art. 4.
Bijzondere materiële voorzieningen6,43,0Vertragingen in aanbesteding en levering.
Strategisch onderzoek en beleidsevaluaties1,50,8Minder onderzoek uitgezet dan verwacht.
Diversen1,40,8 
Totaal58,332,7 

Operationele doelstelling 5: Personeels- en arbeidsvoorwaardenbeleid politie

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

Ervoor zorgdragen dat de politiekorpsen kunnen beschikken over voldoende gekwalificeerd en gemotiveerd politiepersoneelJa

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

1. Werving/selectie. De uitval tijdens de selectieprocedure is in 2003 constant gebleven: de gewenste dalende trend is nog niet ingezet. In 2004 wordt daarom bezien hoe de korpsen omgaan met de voorselectie die men zelf uitvoert alvorens kandidaten voor de selectie aan te melden bij het LSOP. De selectie van het LSOP wordt door BZK bekostigd volgens de ratio 3:1. Indien in de praktijk deze verhouding hoger is, betalen korpsen het meerdere. Dit betekent een financiële prikkel voor korpsen en daarmee een stimulans om aandacht te geven aan de eigen voorselectie.

2. Politieonderwijs. Op 1 april 2003 is de Wet op het LSOP en het politieonderwijs in werking getreden. Het nieuwe initiële politieonderwijs, dat in 2002 is gestart, is verder uitgerold. BZK heeft met het LSOP afgesproken dat het initieel onderwijs vanaf 2004 wordt bekostigd op een instroomniveau van jaarlijks 2000 aspiranten. De financiële risico's worden daardoor optimaal gemitigeerd en de kwaliteit van het onderwijs kan daardoor worden gegarandeerd. In 2003 is bovendien gestart met het nieuwe postinitieel politieonderwijs, met uitzondering van het domein geweldbeheersing, dat in 2004 start. In 2003 is een benchmarkonderzoek ter vaststelling van een gemiddelde normprijs van het postinitieel onderwijs afgerond; er is invulling gegeven aan een verdeelsystematiek voor korpsen van bekostigde opleidingsplaatsen. Op 17 december 2003 is het convenant met het LSOP getekend.

De toets Aanhoudings- en Zelfverdedigingsvaardigheden is in 2003 voor de eerste maal formeel afgenomen bij alle bewapende politiemedewerkers. Hiermee is de volledige implementatie van de eisen voor het dragen van geweldsmiddelen, zoals opgenomen in de Regeling Toetsing Geweldsbeheersing Politie (RTGP) die in 2002 van kracht is geworden, afgerond. Voor alle reguliere geweldsmiddelen van de basispolitiezorg zijn nu formele eisen van kracht. Door het verplicht bijhouden van de geoefendheid in het gebruik van de geweldsmiddelen zal naar verwachting de weerbaarheid van agenten in moeilijke situaties verder verbeteren. In 2003 heeft de registratie plaatsgevonden van de resultaten over het gehele jaar 2002 via het politie beleidsinformatiesysteem PolBIS. Naar verwachting zal over de resultaten in 2002 en 2003 nog voor de zomer van 2004 gerapporteerd kunnen worden. Deze rapportage zal dan aangevuld worden met de resultaten van het onderzoek van de Inspectie OOV naar de naleving van de regeling in de eerste helft van 2003.

De proeven van bekwaamheid in het postinitieel onderwijs voor specialisten die uitgerust zijn met speciale geweldsmiddelen, zijn in ontwikkeling genomen. Na afronding van deze proeven zullen voorbereidingen worden getroffen om ook deze toetsen te implementeren in het kader van de RTGP. De proeve van bekwaamheid voor algemene fysieke competenties in het initieel onderwijs is in concept voltooid in 2003.

3. Personeelsbeleid. Beoogd werd korpsen te kunnen laten beschikken over voldoende gekwalificeerd en gemotiveerd personeel. Zowel de werving als de uitstroom verliep naar verwachting.

4. Arbeidsomstandigheden en gezondheid. In 2003 is de Regeling ziekteverzuimregistratie in werking getreden. De korpsen melden nu per kwartaal hun ziekteverzuimcijfers op uniforme wijze. De aandacht voor ziekteverzuim en de activiteiten van het project Arbeid en politie hebben geleid tot een lager ziekteverzuimpercentage. De streefwaarde van het ziekteverzuimpercentage is gehaald. Het gemiddelde ziekteverzuim bedroeg PM%.

5. Diversiteitbeleid. Korpsen zijn verplicht een jaarlijks streefcijfer vast te stellen voor het eigen korps in het kader van de Wet Samen. Landelijk was het streven in 2003 het aandeel allochtonen bij de politie (exclusief KLPD en LSOP) te verhogen naar 6,4%. De afgelopen jaren werd duidelijk dat het landelijk streefcijfer van 25% voor vrouwen in executieve functies voor de meeste korpsen op korte termijn niet haalbaar is. Sinds 2000 stemmen de regio's de streefcijfers voor vrouwen af op de arbeidssituatie in hun regio, uitgaande van de samenstelling van hun personeelsbestand. De korpsen stellen hun eigen streefpercentages vast op kortere en op langere termijn.

6. Capaciteitsmanagement 2003. In 2003 heeft het project Optimalisatie Capaciteitsmanagement de volgende resultaten behaald. Vanuit het project zijn de korpsen ondersteund bij de implementatie van capaciteitsmanagement door middel van het aanbod van een aantal op diverse doelgroepen (van strategisch management tot individuele werknemers) toegesneden cursussen. In het merendeel van de korpsen is gestart met het volgen van deze cursussen. Daarnaast zijn er twee landelijke werkconferenties over capaciteitsmanagement georganiseerd voor planners en leidinggevenden waarbij nadere verdieping heeft plaatsgevonden en ervaringen werden uitgewisseld. De vier accountmanagers van het project staan de korpsen continu met adviezen terzijde, helpen projecten binnen de korpsen op gang en leggen de ontwikkelingen van het korps op het terrein van capaciteitsmanagement vast in een daartoe speciaal ontwikkelde monitor.

Overzicht prestatiegegevens
prestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
Verhouding aangemeld: geselecteerd (voor selectieprocedure)3:1 (2003)3:1
% Met goed gevolg door selectieprocedure20 (2002)35 (2003)pm
Slagingspercentage initiële opleiding per kwalificatieniveaupm (2006)pm
% Wapendragenden dat toets met goed gevolg aflegt90 (2003)90
% Ziekteverzuim9,5 (2000)8,6 (2003)7,2
% Vrouwen executief personeel20 (2001)20,9
% Allochtonen5,8 (2001)6,4 (2003)5,7
Kengetalwaarderealisatiewaarde
Aantal fte doorstroom korpsenpm (2001)pm
Aantal fte uitstroom korpsen3 384 personen (2001)1 920 fte (2002)
Aantal fte instroom korpsen2 596 personen (2001)3 933 fte (2002)
Aantal deelnemers Leergang Politie Leiderschappm156 fte (2002)
% Personeel dat gebruik maakt van flexibele arbeidsvoorwaardenpm 
Aantal verzekerden GVP133 930 personen (2001)134 869 (2002)

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

 Geraamd bedrag 2003(€ mln)Gerealiseerd bedrag 2003 (€ mln)Verklaring
Werving selectie, onderwijs LSOP83,9101,1 
Personeelsbeleid31,332,1 
Arbeidsomstandigheden en gezondheid171,7209,3Meer verzekerden, daardoor hogere uitgaven.
Totaal286,9342,5 

Uitsplitsing van de voornaamste budgetten

 Aantal BVE'sRaming 2003Realisatie 2003
Reguliere Bijdrage48 846,02 881 4253 025 082
Bovenregionaal:   
Fraudeteam 9 7659 928
Kernteam 35 74536 341
GROT62,03 7773 839
UMS84,55 1475 233
CIV7,0426434
FEC15,2926941
USD70,84 3134 385
XTC-teams95,75 8305 927
Parketpolitie12,4755768
NCIPS27,31 6631 761
ECD18,81 2911 313
LRT 4 6924 836
    
KLPD 278 186290 074
    
LSOP 84 968101 089

3. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
2: PolitieRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen3 220 2053 793 0253 853 8924 383 0353 657 313725 722
1. apparaat13 93415 29814 73316 31011 6694 641
2. politie op regionaal niveau2 472 8823 134 9933 061 6753 122 4232 920 197202 226
3. politie op bovenregionaal en landelijk niveau430 357311 354386 368766 704362 622404 082
4. prestatievermogen van de politie24 25710 86024 11138 56158 852– 20 291
5. adequaat niveau van politiepersoneel278 775320 520367 005439 037303 973135 064
       
Uitgaven3 075 6943 432 5813 614 8033 886 6323 698 768187 864
1. apparaat12 97114 43114 23115 58811 6693 919
2. politie op regionaal niveau2 380 0082 697 9132 832 8023 082 0382 962 212119 826
3. politie op bovenregionaal en landelijk niveau328 124381 565380 213413 827361 70452 123
4. prestatievermogen van de politie24 42611 66519 03732 72058 325– 25 605
5. adequaat niveau van politiepersoneel330 165327 007368 520342 459304 85837 601
       
Ontvangsten242 852180 352231 521216 845172 25044 595

BELEIDSARTIKEL 3: RAMPENBEHEERSING EN BRANDWEER

1. Algemene beleidsdoelstelling

Bevorderen dat de rampenbeheersing en de brandweer op een kwalitatief en kwantitatief adequaat niveau zijn.

Een deel van de voorgenomen prestaties en beoogde effecten is in 2003 nog niet volledig gerealiseerd. Van een aantal activiteiten is de afronding slechts kort geleden beëindigd, waardoor het nog te vroeg is om het effect ervan te meten. Een aantal activiteiten is kort voor, dan wel in 2003 opgestart en zullen in 2004 een vervolg krijgen, met name die uit het beleidsprogramma Bewust Veiliger en activiteiten die voortkomen uit de Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding. Er is derhalve geen aanleiding om over te gaan tot een wijziging van het voorgenomen beleid. Dit geldt zowel voor het operationeel doel op het terrein van brandweer als van rampenbestrijding.

Overzicht prestatiegegevens
operationele doelstellingprestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
3.2. Brandweer etc.A. een effectieve brandweerorganisatieer ontbreekt een samenhangend kwaliteitssysteem met criteria voor de brandweerzorgeind 2003 is een voor de gemeenten ontwikkeld samenhangend kwaliteitssysteem met criteria voor de basisbrandweerzorg beschikbaarAls gevolg van afstemming met betrokkenen is het kwaliteitssysteem in 2003 nog niet beschikbaar gekomen. Naar verwachting zal dit begin 2004 het geval zijn.
 B. de kwaliteit van het brandweerpersoneelde huidige kwaliteit van het brandweerpersoneel behoeft aanpassingeind 2003 zijn aangepaste (van rangsgerichte naar functiegerichte) opleidingen voor repressieve functies ontwikkeld. Implementatie na 2003. De nieuwe officiersopleiding start in oktober 2004In 2003 is een plan opgesteld om te komen tot een systeem van kwaliteitsborging brandweerpersoneel. Na besluitvorming hierover begin 2004 zal uitwerking plaatsvinden van o.a. ranggericht naar functiegerichte opleidingen van repressieve brandweerfuncties.In 2003 zijn functiegroepen en competentieprofielen voor officieren opgesteld. De nieuwe officiersopleiding wordt in 2004 en 2005 ontwikkeld en zal in oktober 2005 van start gaan.
  de handleiding oefenen wordt door een beperkt aantal korpsen toegepasteind 2003 wordt de handleiding oefenen door 75% van de korpsen toegepastUit een landelijke enquête is gebleken dat 80% van de korpsen gebruik maakt van de leidraad oefenen.
 C. de beschikbaarheid van brandweerpersoneelde beschikbaarheid van voldoende brandweerpersoneel is een punt van zorg, met name voor beroepsbrandweervrouwen en allochtoneneind 2004 zijn 24 extra beroepsbrandweervrouwen opgeleid. De gegevens uit de pilot instrument ontwikkeling meer vrouwen bij de beroepsbrandweer zijn eind 2004 beschikbaar. Begin 2003 zijn de streefwaarden voor meer allochtonen bij de brandweer benoemdEind 2003 zijn reeds 24 extra beroepsbrandweervrouwen aangesteld. Deze worden in de periode tot eind 2004 opgeleid. De activiteiten ten aanzien van allochtonen zijn niet uitgevoerd als gevolg van andere prioritering en minder beschikbare financiële middelen.
3.3. Rampenbestrijding etc.A. de uitvoering van het pro-actie-, preventie- en brandpreventiebeleid door de partners in de rampenbestrijdingde aanstelling van veiligheidsmanagers bij de regio's is in voorbereidingeind 2003 zijn 100 veiligheidsmanagers bij de regio's aangesteld80 mensen hebben de opleiding tot veiligheidsmanager gevolgd. Deze zijn in dienst van de brandweerregio's.
 B. het bewustzijn ten aanzien van (brand)veiligheidsrisico's en het handelen daarnaarde model-risicokaart is begin 2003 aangeboden aan de gemeenten. Eind 2003 heeft 70% van de gemeenten de risicokaart ingevuld Het functioneel ontwerp van de risicokaart is eind 2003 aan de provincies overgedragen. Zij zullen zorgen voor invulling van deze kaart. Inmiddels is gestart met de implementatie en realisatie daarvan.
 C. de gemeentelijke planvorming op het gebied van rampenbeheersingbegin 2002 beschikte 87% van de gemeenten over een actueel rampenplanin 2004 beschikken alle gemeenten over een actueel rampenplanAlle gemeenten beschikken over een geactualiseerd rampenplan. Uitwerking van de deelplannen verdient nog de nodige aandacht. Met de invoering van de Wet kwaliteitsbevordering (WKR) zullen gemeenten één keer in de vier jaar hun rampenplan moeten actualiseren.
 D. de kwaliteit van het toezichtsarrangement ten aanzien van de rampenbeheersingde provincies beschikken niet over een kader, waarmee de uitvoering van het regionaal beheersplan door de regio's kan worden getoetsteind 2004 beschikken de provincies over het toetsingskader inzake de uitvoering van de beheersplannen door de regio'sHet provinciaal toetsingskader, dat door de provincies gebruikt zal gaan worden om de beheersplannen van de regio's te toetsen, is in ontwikkeling en zal eind 2004 gereed zijn.
 E. de prestaties ten aanzien van de rampenbeheersing zijn afgestemd op de geïnventariseerde risico'salle regio's beschikken over de leidraad Maatramp en Operationele Prestatiesin 2004 zijn door alle regio's beheersplannen rampenbestrijding vastgesteldDe helpdesk Maatramp, inclusief een website Maatramp met ondersteunende functies ten behoeve van de regio's is opgezet en zal in 2004 worden beheerd.
 F. de kwaliteit en capaciteit van de GHOR-organisatiede GHOR-organisatie is momenteel in ontwikkeling. De organisatie beschikt niet over een kwaliteitssysteemde GHOR-organisatie is formatief op sterkte en beschikt over een kwaliteitssysteemDe capaciteit en kwaliteit van de GHOR bureau's is in veel regio's vergroot, resp. verbeterd. De operationaliteit zal nog moeten worden verbeterd.
 G. territoriale congruentiede hulpverleningsregio's (brandweer-, GHOR- en Politieregio's) zijn niet alle territoriaal congruentde hulpverleningsregio's zijn territoriaal congruent in 2003Het grootste deel van de regio's is territoriaal congruent. Knelpunten bestaan nog bij de indeling van de gemeenten Haarlemmermeer (Schiphol), Deventer, Hattem en Mook en Middelaar.
 H. de voorbereiding en reactie op eventuele aanslagen met NBC-middelende hulpverleningsorganisatie, ingericht voor de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen, is onvoldoende toegerust voor aanslagen met NBC-middeleneind 2003 is de hulpverleningsorganisatie, ingericht voor de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen, voldoende voorbereid op aanslagen met NBC-middelenDe voorbereiding van de hulpverleningsorganisatie op aanslagen met NBC-middelen en bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen is nog gaande. Gezien de noodzakelijke afstemming bij en lange looptijd van de verschillende aanbestedings-trajecten zal dit doorlopen tot in 2004.
 I. een bovenregionale en internationaal inzetbare voorbereiding op de rampenbestrijdinger is geen (internationaal) inzetbare bijstandseenheid voor search and rescue-taken en geen landelijke faciliteit rampenbestrijding die regio's kan ondersteunende bijstandseenheid is in 2003 operationeel inzetbaar. Er is voorzien in landelijke faciliteiten die de regio's kunnen ondersteunen tav specifieke taken inzake de rampenbestrijdingDe internationale bijstandseenheid (USAR) is eind 2003 geinstalleerd en is per 1 februari 2004 operationeel inzetbaar zijn.De landelijke faciliteit is in voorbereiding en is met ingang van 1 januari 2004 starten voor een proefperiode van 2 jaar.
 J. de mate en kwaliteit van het opleiden en oefenen als onderdeel van het voorbereid zijn op het bestrijden van rampen en zware ongevallende productenvan het project op weg naar effectief oefenen zijn in voorbereidingde productenvan het project op weg naar effectief oefenen zijn ondergebracht in een kenniscentrum en deze leveren een bijdrage aan het oefenprocesAlle producten van het project Op weg naar effectief oefenen leveren een bijdrage aan het oefenproces. In 2003 zijn vergaande afspraken gemaakt met het NIBRA over het in beheer nemen van deze producten.Daarnaast is een aantal opleidingsmodules ontwikkeld en geïmplementeerd ten behoeve van de GHOR en op het terrein van NBC.
 K. de operationele informatievoorziening als onderdeel van de rampenbestrijdinger zijn geen referentiekaders ten aanzien van de rol en functie van de meldkamersvanaf 2003 zijn de referentiekaders, waaraan de meldkamers hun kwaliteit kunnen toetsen, opgesteldIn 2003 is er een concept van de referentiekaders opgesteld. De beoordeling van deze referentiekaders door de koepelorganisaties van de hulpverleningsdiensten neemt meer tijd in beslag dan gepland. De bestuurlijke vaststelling wordt in 2004 voorzien.
 L. versterking van de internationale samenwerking op het terrein van de rampenbestrijdingde internationale samenwerking op het terrein van grensoverschrijdende samenwerking, samenwerking met MOE-landen, de EU en NAVO behoeft nog verdere intensiveringde intensivering op het terrein van grensoverschrijdende samenwerking, samenwerking met MOE-landen, de EU en NAVO heeft geleid tot verbetering van de internationale samenwerkingHet intensiveringssproces heeft de internationale samen-werking op het terrein van grensoverschrijdende samenwerking, MOE-landen, de EU en de NAVO verder verbeterd.
Overzicht beleidsevaluatie
operationele doelstellingonderwerpstartdatumeinddatumstand van zaken
3.3: Ondersteunen partners in rampenbestrijdingevaluatie Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallenjan 2003okt 2003Oktober 2003 is opdracht verstrekt tot uitvoering van de evaluatie; volgens planning zijn de resultaten eind februari 2004 opgeleverd. De start van de evaluatie is vertraagd als gevolg van de werkzaamheden van de commissie tegemoetkoming bij rampen en calamiteiten (CTRC).
 onderzoek naar toepassing waarschuwingsmiddelen in relatie tot risicoanalyses en ramptypesjun 2002feb 2003De uitkomst van een bespreking van dit onderwerp in multidisciplinair werkgroepverband was dat er momenteel geen noodzaak is om onderzoek te doen naar waarschuwingsmiddelen, gelet op de functionaliteit van het huidige waarschuwingsstelsel. Om deze reden heeft het onderzoek niet plaatsgevonden.
 monitor Rampenbestrijdingmei 2003sep 2003De uitvoering van de monitor heeft het 4e kwartaal 2003 plaats-gevonden. De (landelijke) rapportage zal in het voorjaar 2004 gereed zijn. Het zal per regio een beeld geven van de stand van zaken van de voorbereiding op de rampenbestrijding.
 evaluatie van de geneeskundige combinatiejun 2002jun 2003De uitvoering van de evaluatie is in 2003 afgerond. Uitkomst heeft geleid tot een voorstel tot wijziging in de preventieve inzet van GNK-combinaties. Dit voorstel moet nog door de gebruikers worden geevalueerd. Afhankelijk van de uitkomst zullen de uitrustingen al dan niet moeten worden gemodificeerd.
 evaluatie Op weg naar effectief oefenen20032003In 2003 zijn de verschillende producten van het project Op weg naar effectief oefenen geëvalu-eerd. De sjablonen voor de plannings- en rapportage-documenten inzake het multidisciplinair oefenen (de zogenaamde formats), het gebruik van de oefenbank (met daarin multidisciplinaire, operationele en bestuurlijke oefeningen) en de Oefenprijs rampenbestrijding zijn geëvalueerd. De resultaten van het onderzoek komen begin 2004 beschikbaar.

2. Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Operationele doelstelling 2: Ondersteunen en bevorderen dat de brandweer zijn wettelijke taken kan uitoefenen, waarbij het verbeteren van het prestatievermogen een belangrijk element is

In de begroting opgenomen onderwerpen:
A.Een effectieve brandweerorganisatie
B.Kwalitatief hoogwaardig brandweerpersoneel
C.Voldoende beschikbaarheid van brandweerpersoneel op alle niveaus, met een verhoging van het aandeel van vrouwen bij de brandweer

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

A. Bevorderen ontwikkeling kwaliteitssysteem. Ter vergroting van de effectiviteit van de brandweerorganisatie is een samenhangend kwaliteitssysteem, waarin criteria voor de brandweerzorg zijn opgenomen, in ontwikkeling.

B. – Vakbekwaamheid brandweerpersoneel. Het plan kwaliteitsborging brandweerpersoneel, is opgesteld om, naast de eisen ten aanzien van opleidingen en examens voor de brandweer, ook eisen te stellen aan de instroom en het vakbekwaam houden van het brandweerpersoneel. Het is nog te vroeg om te kunnen spreken van een verbetering van de vakbekwaamheid van het brandweerpersoneel.

– Vernieuwing officiersopleidingen. Er zijn functieprofielen met bijbehorende competentieprofielen voor de functies bij de brandweer op HBO/WO-niveau ontwikkeld. Deze zullen worden gebruikt bij de ontwikkeling van nieuwe opleidingen.

– Stimulering toepassing Leidraad Oefenen. Uit een landelijke enquête is gebleken dat bijna 80% van de korpsen (respons 67%) gebruik maakt van de Leidraad Oefenen. Het toegenomen gebruik van de Leidraad Oefenen heeft bijgedragen aan het verbeteren van het prestatievermogen van de brandweer.

C. – Campagne ter verbetering van het imago van de brandweer. Als gevolg van de gevoerde imagocampagnes scoort de brandweer onder jongeren hoger dan voorheen. De wervingsacties voor nieuwe beroepskrachten, en in mindere mate vrijwilligers, hebben geleid tot een snellere vervulling van vacatures. Ook de instroom van hoger opgeleiden in niet operationele functies verloopt gunstig.

– Meer vrouwen bij de brandweer. In 2003 zijn 24 beroepsbrandweervrouwen aangesteld. De laatst opgestarte officiersopleidingen (NIBRA) bestaat voor een derde deel uit vrouwen.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

A. Bevorderen ontwikkeling kwaliteitssysteem. Door middel van pilots zijn de ontwikkelde instrumenten van het samenhangende kwaliteitssysteem voor de brandweerorganisatie getoetst. De ontwikkeling van het kwaliteitssysteem zal in 2004 worden afgerond.

B. – Omschakeling van ranggerichte naar functiegerichte opleidingen voor repressieve functies. De conclusies en aanbevelingen uit het eindrapport over de selectie-eisen voor repressieve brandweerfuncties vormden mede de basis voor het kunnen omschakelen van rang- naar functiegericht opleiden. Als uitvloeisel hiervan is een plan geschreven onder de noemer kwaliteitsborging brandweerpersoneel, van waaruit in een breder perspectief (onder andere instroom, onderwijs en vakbekwaamheid) naar de kwaliteitsborging van brandweerpersoneel wordt gekeken. In het plan wordt voorgesteld om de opleidingen voor de manschappen en bevelvoerders om te vormen van ranggerichte naar functiegerichte opleidingen, waarbij gebruik gemaakt zal worden van competentiegericht opleiden.

– Vernieuwing officiersopleidingen. In 2003 zijn functieprofielen met bijbehorende competentieprofielen voor de functies bij de brandweer op HBO/WO-niveau ontwikkeld. Dit zal er toe moeten leiden dat in 2005 kan worden gestart met de competentiegerichte officiersopleiding.

– Stimulering toepassing Leidraad Oefenen. In een tussentijdse evaluatie van de Leidraad Oefenen is de implementatie van de Leidraad Oefenen bij een tweetal brandweerkorpsen onderzocht. Ter stimulering van het verdere gebruik van de leidraad oefenen zullen afspraken worden gemaakt over de toepassing daarvan in het kader van het systeem van kwaliteitsborging brandweerpersoneel.

C. – Imago. De activiteiten op het terrein van imagoverbetering waren de volgende:

• participatie in diverse, doelgerichte media, zoals de beroepskeuzekranten,

• medesubsidiëring van de totstandkoming van nieuwe lesmodules met betrekking tot de jeugdbrandweer,

• de organisatie van een beroepsoriëntatiebeurs,

• de financiering van het project Veilige feestdagen ter aanvulling op de vuurwerkcampagnes.

– Meer vrouwen bij de brandweer. Ruim 94 korpsen hebben van het speciaal voor het doel meer vrouwen bij de brandweer geformeerde wervingsteam ondersteuning ontvangen bij locale campagnes. Een website is ontwikkeld. Van de diensten van het speciale informatienummer werd veelvuldig gebruik gemaakt.

Met het Equalproject is in 2003 voortgegaan met het traject van werving, selectie en opleiding van vrouwen. De samenwerking binnen dit project is constructief en vernieuwend.

– Verhoging aantal allochtonen bij de brandweer. In het kader van bezuiniging en herproiritering is met betrekking tot dit onderwerp geen actief beleid gevoerd.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

 BegrotingRealisatie
A.0,545 mln0,717 mln
B.0,277 mln0,688 mln
C.1,674 mln0,864 mln

A en B. Naast de in de begroting met name genoemde activiteiten op het terrein van brandweerorganisatie en -personeel, zijn meerdere activiteiten op het terrein van deze beleidsonderwerpen uitgevoerd.

C. Op het terrein van imagoverbetering zijn de uitgaven lager geweest dan begroot. Activiteiten op het gebied van allochtonenbeleid hebben als gevolg van herprioritering van uitgaven geen doorgang gevonden.

Operationele doelstelling 3: Ondersteunen en bevorderen dat de partners in de rampenbestrijding hun wettelijke taken kunnen uitoefenen, waarbij het verbeteren van het prestatievermogen een belangrijk element is

In de begroting opgenomen onderwerpen:
A.De uitvoering van het pro-actie-, preventie- en brandpreventiebeleid door de partners in de rampenbestrijding
B.Een verhoogd bewustzijn ten aanzien van brandveiligheidsrisico's en het handelen daarnaar
C.De kwaliteit van de gemeentelijke planvorming op het terrein van rampenbeheersing is op orde
D.Het toezichtsarrangement ten aanzien van de rampenbeheersing functioneert naar behoren
E.De prestaties ten aanzien van de rampenbeheersing zijn afgestemd op de geïnventariseerde risico's
F.De capaciteit van de GHOR-organisatie is zowel kwantitatief als kwalitatief verbeterd
G.De gebiedsindeling van de brandweer-, GHOR- en politieregio's (i.c. de hulpverleningsregio's) is, zo veel mogelijk, territoriaal congruent
H.De voorbereiding en reactie op eventuele aanslagen met NBC-middelen is verbeterd en sluit zoveel mogelijk aan bij bestaande en verbeterde structuren van crisisbeheersing en rampenbestrijding
I.Een bovenregionale, alsmede een internationaal inzetbare voorziening ten behoeve van de rampenbestrijding is operationeel
J.Een hoogwaardig opleidings- en oefenbeleid dat bijdraagt aan het instandhouden van de kwaliteit van de bestuurlijke en operationele organisatie van de hulpverlening en rampenbestrijding
K.De operationele informatievoorziening als onderdeel van de rampenbestrijding is duurzaam kwalitatief verbeterd
L.Versterking van de internationale samenwerking op het terrein van de rampenbestrijding

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

A. Met het project Versterking Pro-actie Preventie is nadere invulling gegeven aan het versterken van de uitvoering van het pro-actie en preventiebeleid. Dit heeft geresulteerd in onder meer een digitaal brandweerkennisnet voor kennisuitwisseling en de start van de opleiding veiligheidsmanagers. Hieraan hebben 80 brandweermensen deelgenomen.

B. Het langjarige proces, dat moet leiden tot een versterkt veiligheidsbewustzijn, is in gang gezet. Het is nog te vroeg om te kunnen spreken van een verhoogd veiligheidsbewustzijn.

C. De kwaliteit van de gemeentelijke planvorming is op hoofdlijnen in orde. De gemeentelijke rampenplannen zijn overal geactualiseerd. De deelplannen en draaiboeken zijn nog niet overal voldoende uitgewerkt. Gemeenten zijn hiermee bezig. Met de invoering van de WKR zullen gemeenten haar plannen één keer in de vier jaar in zijn geheel moeten actualiseren. De provincies zullen deze plannen toetsen.

D. Ten behoeve van de regio's is een handreiking voor het opstellen van de bestuurlijke rapportage in concept gereed gekomen. Het kader ten behoeve van de provincies om de regionale beheersplannen te toetsen is in ontwikkeling.

E. Ten behoeve van een goede afstemming van de benodigde prestaties ten aanzien van de rampenbeheersing op de geïnventariseerde risico's, is de leidraad Maatramp beschikbaar en kan gebruik worden gemaakt van de helpdesk Maatramp.

F. De capaciteit en kwaliteit van de GHOR bureau's is in veel regio's verbeterd, maar de operationaliteit laat nog wel te wensen over.

G. Het grootste deel van de regio's is territoriaal congruent. Knelpunten bestaan nog bij de indeling van de gemeenten Haarlemmermeer (Schiphol), Deventer, Hattem en Mook en Middelaar. Voor deze knelpunten zijn reeds afspraken gemaakt of worden deze momenteel gemaakt. Het streven blijft voor alle regio's territoriale congruentie te realiseren.

H. Een verbeterde voorbereiding en reactie van hulpverleningsorganisaties op eventuele aanslagen met NBC-middelen is voortgezet, onder andere door middel van de invoering van nieuwe meetmiddelen en de organisatie van instructiedagen. Veel in gang gezette initiatieven, zoals onder andere het project Protocol Verdachte Objecten, steunpuntregio's, het project Letseltypering en Gewondenspreiding en het opstellen van een handboek Revitalisering Nationaal Plan Kernongevallenbestrijding, zullen in 2004 hun afronding hebben.

I. Eind 2003 is de Internationaal inzetbare bijstandseenheid geinstalleerd.

J. In 2003 is een aanzet gedaan om een gezamenlijke visie ten aanzien van multidisciplinair opleiden en oefenen te ontwikkelen. Deze wordt in 2004 gezamenlijk met de partners in de rampenbestrijding uitgewerkt. Hiermee wordt de kwaliteit van het opleiden en oefenen door alle partners verhoogd en in stand gehouden.

Daarnaast is de kwaliteit van de bestuurlijke en operationele organisatie van de hulpverlening en rampenbestrijding verbeterd doordat de producten van Effectief Oefenen verder geimplementeerd zijn en het gebruik ervan gestimuleerd is. Er is sprake van een duidelijke toename in het gebruik van deze producten.

K. De voorbereidingen voor de instelling van de ICT-raad rampenbestrijding (definitieve naam: Adviescommissie Coördinatie ICT Rampenbestrijding) zijn afgerond. Deze commissie heeft tot taak het opstellen van een advies over hoe een kwalitatief goede informatievoorziening ten behoeve van de rampenbestrijding kan worden bereikt. De referentiekaders, met daarin opgenomen kwaliteitscriteria voor de gecolokeerde meldkamers, zijn in 2003 in concept gereed gekomen.

L. Op het terrein van de rampenbeheersing is de grensoverschrijdende samenwerking, de samenwerking binnen de EU en de NAVO, alsmede de samenwerking met de Midden- en Oosteuropese landen verder verbeterd.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

A. – Om het pro-actie- en preventiebeleid te versterken zijn 80 werknemers uit de brandweerregio's tot veiligheidsmanager opgeleid.

– In samenwerking met V&W en VROM is de beleidsnota Tunnelveiligheid, deel A naar de Tweede Kamer verzonden.

– In de concept AmvB Externe Veiligheid Inrichtingen, die in 2003 is opgesteld, is de verantwoordingsplicht groepsrisico opgenomen.

B. – Het Nationaal Voorlichtingsprogramma Brandveiligheid, ter vergroting van het veiligheidsbewustzijn is gestart.

– Het functioneel ontwerp van de Risicokaart is overgedragen aan de provincies. Onder coördinatie van het IPO hebben alle provincies het project gestart ter realisatie en implementatie van de risicokaarten. Tevens is aan de gemeenten en provincies een handreiking risicocommunicatie beschikbaar gesteld.

C.

– Door middel van een financiële bijdrage aan de VNG voor het programma Slagen voor veiligheid worden gemeenten gefaciliteerd op aspecten van planvorming en vaardigheden, waar veiligheid een rol bij speelt.

– Diverse documentatie ter ondersteuning van de voorbereiding en uitvoering van de rampenbeheersing (handleidingen, leidraden en referentiekaders) is geactualiseerd of ontwikkeld, zoals onder andere het Handboek Voorbereiding Rampenbestrijding, Actualisatie Handreiking Informatie Adviescentrum na rampen en de Leidraad Treinincident Bestrijding. Deze documentatie is vervolgens aan alle doelgroepen ter beschikking gesteld.

– In het kader van VORAMP is dit jaar de sirenetest op maandelijkse basis ingevoerd. Het doel van de test is de herkenbaarheid van het sirenesignaal te vergroten. Secundair doel is het (luid) testen van het waarschuwingssysteem door de regionale brandweren. De introductie van de maandelijkse sirenetest is ondersteund door een landelijke VORAMP-campagne in de maanden augustus tot en met november. Het basisvoorlichtingsmateriaal is verspreid onder alle gemeenten.

D. – In 2003 is bij de regio's de monitor rampenbestrijding uitgevoerd; de landelijke rapportage hiervan zal begin 2004 worden uitgebracht.

– De voorbereiding van het toetsingskader inzake de beheersplannen van de regio's ten behoeve van de toetsing door de provincies, is in 2003 voortgezet.

E. – De helpdesk Maatramp inclusief een website Maatramp, die de regio's ondersteuning biedt bij het afstemmen van de prestaties op geïnventariseerde risico's, is ontwikkeld.

– De ontwikkeling van het model voor de risico-kaart is afgerond en aangeboden aan de provincies voor de verdere uitvoering en realisatie van provinciale risico-kaarten.

F. – Ter versterking van de GHOR-organisatie zijn er subsidies verstrekt en projecten gestart. Dit heeft geleid tot meer inzicht in de mate welke kwaliteit en kwantiteit noodzakelijk is voor de organisatiestructuur van de GHOR. Er is geïnvesteerd in de leerstof, de ontwikkeling van formats voor het organisatieplan GHOR, een productenboek en productbegroting, alsmede een kwaliteitssysteem ten behoeve van de GHOR-organisatie.

– Met de ontwikkeling van middelen op nationaal (beleids)niveau is een stap voorwaarts gemaakt in het aanreiken van randvoorwaarden die versterking van de GHOR-organisatie mogelijk maken. Dit heeft in de regio's nog niet overal geleid tot een versterking van de operationaliteit onder rampomstandigheden. De implementatie blijft achter en verschilt per regio. Ook de gezondheidszorg participeert nog onvoldoende in deze noodzakelijke ontwikkeling. Er zijn afspraken gemaakt dat VWS haar achterban nadrukkelijker zal stimuleren.

G. – Met diverse regio's hebben de nodige ambtelijke en bestuurlijke overleggen plaatsgevonden om het fusieproces te stimuleren. Ook zijn financiële bijdragen toegekend. Dit heeft geleid tot congruentie van de regio's Noord-Holland Noord, Zeeland, Midden- en West-Brabant, Noord- en Oost-Gelderland (met uitzondering van Deventer en Hattem) en congruente indeling van de gemeenten Neede, Heerde en Nijkerk.

H. – Er is een landelijk netwerk van deskundigen operationeel binnen het Beleidsondersteunend Team-milieu-incidenten (BOT-mi). Een aanzet om te komen tot een landelijk laboratoriumnetwerk is gegeven. Hierin werken de belangrijkste kennisinstituten en laboratoria samen om de beschikbare analysecapaciteit in Nederland zo optimaal mogelijk te kunnen benutten.

– De opdrachten voor het maken van les- en leerstof zijn medio 2003 verstrekt. De daadwerkelijke ontwikkeling van les- en leerstof is vanuit BZK intensief begeleid. Oplevering van de producten, zoals het NBC-handboek en de lesmodules zullen in het eerste en tweede kwartaal van 2004 plaatsvinden. Het pakket van eisen voor de levering van beschermende kleding is opgesteld, zodat de verwerving kan gaan plaatsvinden.

I. – In 2003 zijn de voorbereidende werkzaamheden om te komen tot een internationaal inzetbare bijstandseenheid (USAR) afgerond. Deze bestonden uit de aanschaf van materieel, het werven van personeel en het opstellen van procedures. In november 2003 is de eenheid opgeleverd en kan per februari 2004 worden ingezet.

– De opzet van een landelijke ondersteuningsfaciliteit ten behoeve van de brandweer en rampbestrijding is in voorbereiding en zal in de komende twee in een proeffase functioneren.

J. – Alle producten van het project Op weg naar effectief oefenen leveren een bijdrage aan het oefenproces. BZK heeft in 2003 vergaande afspraken gemaakt met het NIBRA over het in beheer nemen van deze producten. De ontwikkeling van een computergesteund oefensysteem is opgestart en loopt door in 2004.

– BZK heeft als licentiehouder van het Emergo Train oefensysteem (ETS) in 2003 opdracht gegeven om het van oorsprong Zweedse systeem te vertalen naar de Nederlandse situatie. De eerste oefenleiders en facilitators zijn opgeleid. In Zuid-Limburg is het eerste oefencentrum operationeel en er is een overeenkomst gesloten met het NIBRA om een tweede oefencentrum op te zetten. ETS is nu nog volledig gericht op de geneeskundige hulpverlening. De multidisciplinaire aspecten zullen nader worden uitgewerkt.

– De basisopleidingen en aanvullende modules worden verbeterd voordat aan het hoogste niveau van opleiden wordt begonnen. Voor de GHOR is in 2003 de basisleerstof ontwikkeld en geïmplementeerd. De eerste opleidingen zijn gestart. Op dit moment wordt over aanvullende opleidingsmodules nagedacht. In het kader van het NBC programma zijn specifieke modules ontwikkeld voor personen die met een dergelijke dreiging te maken kunnen krijgen.

K. – Naast de voorbereidingen voor de instelling van de Adviescommissie Coördinatie ICT Rampenbestrijding en het in concept gereedkomen van de referentiekaders voor de gecolokeerde meldkamers, is er een belangrijke inhoudelijke- en financiële bijdrage geleverd aan het project van de Nederlandse vereniging voor brandweerzorg en rampenbestrijding (NVBR), dat zich richt op het in kaart brengen van de operationele informatievoorziening bij rampenbestrijding. Dit project is in december 2003 zijn laatste fase in gegaan.

L. – Grensoverschrijdende samenwerking met buurlanden (GROS). In 2003 is aandacht besteed aan verdere implementatie van gemeenschappelijke verklaringen met buurlanden gericht op grensoverschrijdende samenwerking bij rampen en zware ongevallen.

Samenwerking met MOE-landen. In 2003 is uitvoering geven aan de implementatie van de reeds gestarte bilaterale samenwerking met Hongarije en Polen op het terrein van de rampenbestrijding. Structurele samenwerkingsverbanden op het terrein van de rampenbestrijding zijn aangegaan met Tsjechië en Slowakije, mede in het kader van het pre-accessietraject tot de EU.

NAVO en EU. Betrokken vertegenwoordigers van EU en NAVO hebben afgesproken over te gaan tot implementatie van informatie-uitwisseling tussen beide organisaties op het terrein van civiele bescherming. Er wordt een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van beheersinstrumenten op het terrein van biologische incidenten voor beleidsadviseurs, bestaande uit inhoudelijke expertise en financiële middelen.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

 BegrotingRealisatie
A.1,800 mln1,525 mln
B.0,750 mln1,165 mln
C.* 1,500 mln1,158 mln
D.0,330 mln0,091 mln
E.0,150 mln0,070 mln
F.0,500 mln0,466 mln
G.1,500 mln0,831 mln
H.3,400 mln2,233 mln
I.3,630 mln2,103 mln
J.2,800 mln1,630 mln
K.0,500 mln0,276 mln
L.0,150 mln0,103 mln

* Bedrag wijkt af van ontwerp-begroting 2003. Het daarin opgenomen bedrag had 1,5 mln moeten zijn.

B. In 2003 is een start gemaakt met de uitvoering van het Nationaal Voorlichtingsprogramma Brandveiligheid. De kosten hiervan waren niet in de ontwerp-begroting 2003 opgenomen. Bij 1e suppletore begroting heeft door middel van een kasschuif een ophoging budget ad € 1 mln plaatsgevonden. Hiervan is 0,4 mln gerealiseerd.

C. Lagere uitgaven dan begroot op het terrein van de versterking van de gemeentelijke processen, alsmede de afronding van de herstructurering van de documentatie rampenbestrijding.

D. Het proces om te komen tot het toezichtsarrangement op het terrein van de rampenbestrijding vergt meer tijd. De begrote kosten van de implementatie van het toetsingskader beheersplannen zijn uitgebleven.

G. Het proces om te komen tot een congruente gebiedsindeling neemt meer tijd in beslag bestuurlijk overleg; de bijdragen in de kosten van het fusietraject zijn navenat achtergebleven

H. De bepaling van het aan te schaffen NBC-materieel vereist zorgvuldige afstemming. Daarnaast neemt het te volgen (Europese) aanbestedingstraject meer tijd in beslag, waardoor het merendeel van de begrote uitgaven niet kon worden gerealiseerd.

I. De opzet van de landelijke ondersteunende faciliteit is in voorbereiding. De voorbereidende werkzaamheden hadden nauwelijks financiële consequenties.

J. De totstandkoming van de beheersorganisatie, waarin de producten van het project op weg naar effectief oefenen worden ondergebracht heeft evenals de totstandkoming van de IDM-trainer vertraging opgelopen. De ontwikkeling en implementatie van de mastersopleding rampenbestrijding heeft niet plaatsgevonden.

K. De afstemming met betrokkenen bij de implementatie van de referentiekaders meldkamers vergt meer tijd, waardoor minder uitgaven zijn gedaan dan werd begroot.

Naast bovenvermelde beleidsactiviteiten is de bijdragen aan de regio's uitgekeerd (€ 61,8 mln) en een bijdrage aan de gemeenten i.v.m. de ruiming van explosieven uit WOII (€ 30 mln). Verder zijn er het terrein van Rampenbeheersing nog reguliere activiteiten op het gebied van onderhoud en exploitatie uitgevoerd (het Brandweernet, het Nationale noodnet en het Waarschuwingsstelsel).

Uitsplitsing van budgetten
 Raming 2003Realisatie 2003
1. NIBRA5 6757 566
2. BDUR61 32761 782
3. Opsporen en ruimen explosieven29 99229 951
4. Rechtspositionele voorzieningen1 4441 465
Totaal98 438100 764

3. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
3: Rampenbeheersing en brandweerRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen119 349133 676163 131142 559137 7804 779
1. apparaat10 31010 94912 87911 7576 2245 533
2. ondersteunen brandweer21 57618 2548 85610 0787 9722 106
3. ondersteunen partners in rampenbestrijding87 463104 473141 396120 724123 584– 2 860
       
Uitgaven120 093133 321159 965146 350138 4357 915
1. apparaat9 67210 81212 31911 4196 2245 195
2. ondersteunen brandweer20 49518 3569 22710 2578 0002 257
3. ondersteunen partners in rampenbestrijding89 926104 153138 419124 674124 211463
       
Ontvangsten8302 5571 24280140761

ARTIKEL 4: PARTNERS IN VEILIGHEID

1. Algemene beleidsdoelstelling

Het handhaven van de openbare orde en veiligheid moet leiden tot een veilige Nederlandse samenleving. Het maatschappelijk effect is een samenleving waar het veilig is en waar de mensen zich veilig voelen. Partners in Veiligheid, gaat over het verbeteren en optimaliseren van het functioneren en samenwerking van de partners in veiligheid opdat de partners de openbare orde kunnen handhaven en de veiligheid in Nederland kunnen verbeteren.

2. Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Operationele doelstelling 1: Apparaat

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

Door het NCC verruimen van de openingstijden van 8 naar 24 uur om adequater te kunnen coördinerenJa

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

Voor de in 2003 gestarte permanente 24-uursbezetting van het NCC zijn 14 nieuwe medewerkers aangesteld. De nieuwe medewerkers zijn in verschillende trajecten opgeleid en getraind.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

Inclusief de uitbreiding van het NCC is aan personeel een bedrag van € 7,1 mln besteed.

Operationele doelstelling 2: Het bevorderen van een adequaat integraal veiligheidsbeleid

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

A.Integraal veiligheidsbeleid
 1. Vergroten van de feitelijke veiligheid en de veiligheidsgevoelens van de burgers in Nederland. Veiligheid moet voor de burgers zichtbaar en voelbaar verbeteren. Deze verbetering zal objectief aantoonbaar en meetbaar moeten zijn. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het lokale veiligheidsbeleid, in samenwerking met de politie en justitie. De Minister van BZK heeft hier een coördinerende rol
 2. De samenhang in het beleid verbeteren en de samenwerking tussen publieke en private partners op het gebied van het veiligheidsbeleid op rijksniveau intensiveren
B.Een adequate coördinatie van de crisisbeheersing
 1. De te nemen orde- en veiligheidsmaatregelen adequaat coördineren om de openbare orde en veiligheid te beschermen. Voorbeelden zijn het beveiligen van ambassades en personen, alsmede het verlenen van bijstand voor en door hulpverleningsdiensten (ambulance, brandweer e.d.)
 2. De samenhang op verschillende bestuurlijke niveaus te bewaken en versterken
 3. Het bevorderen van effectief crisismanagement en optreden van ministers en ambtenaren in tijden van crisis
 4. Een op de behoefte afgestemde informatie-uitwisseling tussen verschillende overheden over (dreigende) grootschalige c.q. ernstige verstoringen van de openbare orde en veiligheid en crisisomstandigheden

A. 1. Uit de Jaarrapportage Veiligheid (JRV) 2003 blijkt dat de veiligheidsgevoelens met ca. 3,1% zijn toegenomen ten opzichte van 2002. De bron van dit gegeven is afkomstig uit de politiemonitor bevolking (PMB). De PMB is een tweejaarlijks, landelijk bevolkingsonderzoek naar criminaliteit, onveiligheid, preventiegedrag van burgers en de kwaliteit van het optreden van de politie. Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van BZK en Justitie en een groot aantal politiekorpsen. Uit de PMB is in de JRV een grafiek (fig. 11) opgenomen waarin de bewuste daling van 3,1% op de score voelt zich wel eens onveilig is opgenomen.

2. Aan de Tweede Kamer is twee maal gerapporteerd over de voortgang van het Veiligheidsprogramma (VP) (kamerstukken II, 2002/2003, 28 684, nrs 9 en 17). Justitie en BZK werken samen in het Programma Bureau Naar een veiliger samenleving om een zo groot mogelijke samenhang in het VP tot stand te brengen. Daardoor kunnen het programma als geheel, de beleidsspeerpunten (veelplegers, risicojongeren en urgentiegebieden) en de maatregelen die als randvoorwaarden voor een effectieve aanpak kunnen worden beschouwd, elkaar aanvullen en versterken. Meer inzicht wordt gegeven in concrete prestaties en afspraken, de stand van zaken in de strafrechtsketen en de voortgang in het wetgevingsprogramma.

B. 1. De uitkomsten van het project Beveiliging en crisisbeheersing hebben op 1 juli 2003 geleid tot oprichting van de Eenheid Bewaking en Beveiliging (EBB) en een daarop aangepast takenpakket van het Nationaal Coördinatie Centrum (NCC). Het operationeel centrum werkt sinds 1 december 2003 volgens plan in een permanente 24-uurs bezetting. Door onder meer evaluaties, bestuurlijk coördinerend overleg en het houden van contactbijeenkomsten met bestuurlijke partners wordt de informatie-uitwisseling afgestemd op de actualiteit en op specifieke behoeften.

2. BZK coördineerde de inbreng van overheid en bedrijfsleven op het terrein van crisisbeheersingsbeleid, de bescherming van de vitale infrastructuur en creëert daarmee een zo stevig mogelijke basis voor de structurele belegging van de genoemde onderwerpen.

3. Het effectief crisismanagment en optreden van ministers en ambtenaren in tijden van crisis is bevorderd.

4. De zorg voor adequate voorzieningen is een permanent proces van organisatorische aanpassingen en verbetering van technische middelen.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

A. 1. In 2003 zijn met de grote steden (G30) in het kader van Grote Steden Beleid (GSB) aanvullende afspraken over veiligheid gemaakt voor het jaar 2004. Met de overige gemeenten zouden in het kader van een nieuw bestuursakkoord (BANS) met de Vereniging der Nederlandse Gemeenten (VNG) en Interprovinciaal Overleg (IPO) afspraken over veiligheid gemaakt worden. Gezien de aangekondigde bezuinigingen van het kabinet hebben de VNG en het IPO zich terughoudend opgesteld en zijn dientengevolge de onderhandelingen nog gaande.

De oprichting van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), zoals aangekondigd in het VP, vergt meer tijd dan was voorzien. De planning is nu dat het centrum medio 2004 de deuren opent. Het CCV zal gemeenten en private partijen ondersteunen bij het implementeren van integraal veiligheidsbeleid en van criminaliteitspreventie.

De Integrale Veiligheidsrapportage (IVR) is in 2003 vervangen door de Jaarrapportage Veiligheid (JRV) en deze is tegelijk met de voortgangsrapportage VP aan de Tweede Kamer gezonden.

De Monitor Bedrijven en Instellingen (MBI), die de stand van zaken rond veiligheid in een aantal bedrijven en (overheids)instellingen meet, is in verkorte versie, in samenwerking met Justitie, uitgevoerd maar niet uitgebracht. Bij de uitkomsten van deze rapportage bleek dat er verschillende interpretaties van de cijfers mogelijk waren. Dit heeft ertoe geleid dat de aanbesteding MBI 2004 enige vertraging heeft opgelopen.

2. Om de samenhang en de samenwerking met betrekking tot het Integraal Veiligheidsbeleid te bevorderen zijn de gerichte publieke en publiek-private initiatieven waar mogelijk gecontinueerd en versterkt. Het gaat hier om:

– Politiekeurmerk Veilig Wonen;

– Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO), waar onder het onderzoek naar de effecten van KVO op het gebied van de integrale veiligheid. Dit gebeurt onder auspiciën van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC);

– 20 afspraken die zijn gemaakt om de werkwijze bij preventie en repressie van winkelcriminaliteit vorm te geven. De afspraken zijn een gezamenlijke overeenkomst tussen de diverse ministeries en de diverse branche-organisaties;

– het rapport van de commissie Veiligheid Juweliersbranche dat is aangeboden aan de Tweede Kamer. Alle gemeenten hebben het advies ontvangen de aanbevelingen uit het rapport op te volgen;\ {ovhet rapport van de commissie veiligheid juweliersbranche dat is aangeboden aan de Tweede Kamer. Alle gemeenten hebben het advies ontvangen de aanbevelingen uit het rapport op te volgen;}

– Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan (KVU). Dit gebeurt onder auspiciën van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC);

– realisatie van een landelijk fietsenregistratiesysteem;

– het ontwikkelen van het nationaal Veiligheidsarrangement Openbaar Vervoer (OV) en de handreiking lokaal Veiligheidsarrangement OV;

– het dit jaar ontwikkelde Actieplan Veilig Ondernemen, waarin bedrijfsleven en overheid afspraken hebben gemaakt over de uitvoering van diverse projecten gericht op het tegengaan van criminaliteit waar het bedrijfsleven slachtoffer van wordt;

– een voorstel voor de uitwerking van de maatregel urgente aanpak dat naar de Tweede Kamer is gezonden. Deze maatregel is een van de punten uit het veiligheidsprogramma en heeft als doel gemeenten bij te staan bij de aanpak van veiligheidsproblematiek.

B. 1. Ter uitvoering van het nieuwe stelsel Bewaken en Beveiligen is de EBB opgericht. Ook de functie van Nationaal Coördinator Bewaking en Beveiliging is geïntroduceerd. De werkzaamheden die, in het kader van bewaking en beveiliging, voorheen bij het NCC werden uitgevoerd zijn nu ondergebracht bij de EBB. Het NCC blijft dienen als frontoffice-organisatie voor zowel operationele als bestuurlijke partners. Het NCC zorgt voor de bestuurlijke afstemming van bewakings- en beveiligingsaangelegenheden. Daarnaast zorgt het NCC voor de coördinatie van openbare orde en veiligheidsmaatregelen voor grootschalige evenementen. Dit geldt eveneens voor de coördinatie van interprovinciale en andere bijzondere bijstandsverzoeken.

De onder meer in draaiboeken vastgelegde procedures voor het functioneren van het operationeel centrum zijn waar nodig aangepast aan nieuwe ervaringen en inzichten.

2. a. Onder coördinatie en regie van BZK is een rapport aan de TK gestuurd over de samenhang van de vitale infrastructuur. Daarnaast is er een interdepartementale rapportage opgesteld over vitale knooppunten. Deze rapportage zal begin 2004 aan de TK worden aangeboden.

b. Het Beleidsplan Crisisbeheersing voor de periode 2004–2007 beoogt een aansluiting van afspraken en voorzieningen tussen rijksstructuren en het provinciaal/regionaal niveau te bewerkstelligen en tevens de internationale afstemming te verbeteren. Hiertoe is een tweetal onderzoeken gehouden om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de huidige knelpunten en de oplossingsrichtingen. Allereerst is een groot aantal sleutelfunctionarissen van overheidsinstanties, bedrijven, media en wetenschappelijke instituten geconsulteerd. Hun opinies en ervaringen zijn vervolgens in een expertmeeting nader geanalyseerd. Beide onderzoeken hebben bruikbare bouwstenen opgeleverd voor het uiteindelijke Beleidsplan.

c. In 2003 is interdepartementaal de Eindrapportage Kwaliteitsborging Crisisbeheersing rijksoverheid (KCR) vastgesteld. Conform het implementatieplan is in het laatste kwartaal van 2003 de pilot uitgevoerd als eerste stap naar een rijksbrede invoering. Het NCC heeft in september/oktober 2003 deelgenomen aan deze pilot.

d. In opdracht van BZK heeft de commissie Van den Haak ruim een half jaar onderzoek gedaan naar de gang van zaken rond de veiligheidssituatie van Pim Fortuyn en de verantwoordelijkheid van overheidsinstanties. De afronding heeft begin 2003 plaatsgevonden.

e. Op 17 december 2002 heeft de ministerraad ingestemd met de instelling van een projectdirectoraat-generaal Beveiliging en Crisisbeheersing. Naar aanleiding van het rapport veiligheid en beveiliging van Pim Fortuyn (commissie Van den Haak) is dit project DG voor de periode 1 januari 2003 tot 1 juli 2003 ingesteld.

3. De eerste ministersoefening/workshop van het nieuwe kabinet zal begin 2004 plaatsvinden. De voorbereiding, onder andere door het houden van een Interdepartementale Beleidsteam-oefening/workshop, heeft dit jaar plaatsgevonden.

De dit jaar nieuw aangetreden ministers zijn in een briefing op de hoogte gesteld van de procedures van het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming. Het NCC heeft aan diverse multidisciplinaire oefeningen deelgenomen, zowel in het binnen- als in het buitenland.

4. In april 2003 is de nieuwe telefooncentrale van het NCC opgeleverd. Daarmee zijn tevens extra faciliteiten gerealiseerd om een permanente bereikbaarheid te garanderen.

De voorbereidingen voor vervanging van het registratie/informatiesysteem waren eind 2003 in de aanbestedingsfase. Gunning van de aanbesteding wordt begin 2004 verwacht.

De vergaderzaal van de noodzetel (ook regerings-noodzetel!) is opnieuw ingericht.

Van de website NCC wordt uitbreiding van de gebruiksmogelijkheden nog nader bezien.

Eind 2003 is begonnen met de update van het informatiebeveiligingsplan, dat begin 2004 wordt afgerond.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

A. In 2003 was het beschikbare budget € 3,2 mln voor integraal veiligheidsbeleid, waarvan € 3 mln is gerealiseerd. Deze uitgaven hadden betrekking op de subsidiëring van projecten en instellingen op het gebied van preventie en veiligheid, zoals het Politiekeurmerk Veilig Wonen, het versterken van lokaal/integraal veiligheidsbeleid via stimulering gemeentelijke veiligheidsnota en subsidiëring aan steun- en informatiepunten (ILV en SIDV). Daarnaast zijn bijdragen middels het Sardes-project, dat onder andere gaat over het omgaan met conflicten op scholen, verstrekt in het kader van Jeugd en Veiligheid.

B. In 2003 was voor het Nationaal Coördinatie Centrum een budget van € 4,4 mln beschikbaar. Hiervan is € 2,8 mln gerealiseerd. De uitgaven hadden betrekking op de projecten Crisisbeheersing en Vitaal. Verder zijn een aantal eenmalige uitgaven, zoals het bevolkingsonderzoek ten tijde van de oorlog in Irak (Irak monitor) via het NCC afgehandeld. Dit jaar heeft het NCC haar inventaris gemoderniseerd (o.a. telefooncentrale, faciliteiten in de noodzetel).

De kosten van het projectdirectoraat-generaal Beveiliging en Crisisbeheersing bedroegen € 0,6 mln.

De doorloopkosten van de werkzaamheden van de Commissie Van den Haak hebben in 2003 € 0,3 mln gekost. Op dit onderdeel zijn tevens de kosten voor de instelling van de Eenheid Bewaking en Beveiliging verantwoord.

Overzicht prestatiegegevens
operationele doelstellingprestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
4.2. Het bevorderen van een adequaat integraal – aantal gemeenten met geïntegreerd horecabeleid2417037*
veiligheidsbeleid als bedoeld in het – gemeenten met nota veiligheidsbeleid54%60%
IVP– waardering Informatiepunt Lokale Veiligheid6,87,3
 – nieuwe woningen voorzien van Keurmerk Veilig Wonen of deelcertificaat120 000240 000314 000
 – gemeenten die Veiligheidseffectrapportages toepassen0,0%25,00%

* BZK is voor de uitvoering van beleid afhankelijk van de (autonome) gemeenten, Nederland is immers een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Het geïntegreerd horecabeleid krijgt gestalte in convenanten op lokaal niveau. In een lopend onderzoek, dat rond de zomer 2004 aan de TK zal worden aangeboden, stelt de AR dat niet alle 163 gemeenten die volgens het IVP een convenant zouden moeten hebben, ook daadwerkelijk een convenant hebben. Waar geen convenant is, heeft dat vaak te maken met het feit dat de horeca moeilijk gebonden kan worden, er geen sprake is van problemen op het gebied van uitgaansgeweld, een convenant te vrijblijvend wordt geacht of een geconcentreerd uitgaansgebied ontbreekt.

Van de prestatie-indicatoren waar geen realisatiewaarde is ingevuld, zijn geen gegevens beschikbaar. Voor deze geldt dat per twee jaar metingen worden verricht. De laatste meting heeft in 2002 plaatsgevonden ten behoeve van de Integrale Veiligheidsrapportage.

De bron voor de prestatie-gegevens betreft achtereenvolgens de Koninklijke Horeca Nederland en het beheerinstituut Politiekeurmerk Veilig Wonen.

Operationele doelstelling 3: Het bijdragen aan samenhang in en gemeenschappelijk gebruik van de ICT-infrastructuur

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

A.Invullen van het beheer en ontwikkelen van beleid voor bovenregionale en landelijke infrastructuur en informatiesystemen (applicaties) voor de sector Openbare Orde en Veiligheid (OOV)
B.Realiseren van een geïntegreerde landelijke ICT-infrastructuur voor de veiligheidspartners (LICTIV), waardoor de informatie-uitwisseling binnen de OOV-diensten en tussen de OOV-diensten/partners op uniforme wijze plaatsvindt
C.Ontwikkelen van beleidskaders zodat door elektronische communicatie en informatie-uitwisseling een optimalere ondersteuning van de samenwerking tussen partners in de veiligheidsketen ontstaat
D.Realiseren van één uniforme informatievoorziening voor de Nederlandse Politie, zodat informatie op een eenduidige wijze binnen de politie, met de Justitie-partners en op internationaal niveau kan worden uitgewisseld
E.Effectieve informatievoorziening en -uitwisseling tussen de verschillende partners van de rampenbestrijding. Daarvoor moeten landelijk gecoördineerde ondersteunende ICT-faciliteiten worden ontwikkeld. Om dit te regisseren is een (tijdelijke, vooralsnog voor een termijn van 5 jaar) ICT-raad Rampenbestrijding nodig
F.Operationaliseren van het Geïntegreerd Meldkamer Systeem in alle meldkamers van de veiligheidsregio's

A. Voor de bovenregionale en landelijke infrastructuur en informatiesystemen (applicaties) is een verdere uitsplitsing gemaakt naar politiespecifieke en OOV-brede toepassingen. Voor de politiespecifieke toepassingen zijn de inhoudelijke en financiële kaders geformuleerd voor de overdracht van eigendom en beheer aan de Coöperatie Informatiemanagement Politie.

B. Er is verder gewerkt aan het realiseren van een geïntegreerde landelijke OOV-ICT-basisvoorziening (voorheen LICTIV). Dit betreft vooral voorbereidende producten als architecturen en omgevingsverkenningen.

C. Er zijn beleidsmatige kaders ontwikkeld met behulp waarvan de ontwikkelingen bij de informatievoorziening binnen de verschillende veiligheidspartners kunnen worden afgestemd op de realisatie van de landelijke OOV-ICT-basisvoorziening.

D. Onder aansturing van de Regieraad ICT Politie hebben de Coöperatie Informatiemanagement Politie (CIP) en de ICT-Servicecoöperatie Politie (ISC) verder uitvoering gegeven aan het ICT-Bestek Politie 2001–2005 om te komen tot één uniforme informatiehuishouding voor de Nederlandse politie.

E. De ICT-Raad Rampenbestrijding krijgt gestalte in de vorm van de Advies- en Coördinatiecommissie Informatievoorziening Rampenbestrijding (ACIR), die voor de periode van een jaar wordt ingesteld. Deze commissie heeft als taak binnen een jaar een advies uit te brengen over het realiseren van een kwalitatief goede informatievoorziening voor de rampenbestrijding.

F. Eind 2003 is in nagenoeg alle meldkamers in de regio's GMS geïnstalleerd.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

A. In 2003 is voor het 1-1-2 netwerk en het PolitieNetwerk een beschikbaarheid van 100% gerealiseerd.

B. Voor de landelijke ICT-infrastructuur voor de OOV-sector en overige veiligheidspartners zijn in 2003 de volgende producten gerealiseerd:

– een OOV-beveiligingsarchitectuur met een aantal daarop gebaseerde functionele technische specificaties. Deze architectuur geeft kaders aan de OOV-partners hoe hun ICT in te richten op het terrein van beveiliging;

– een concept-OOV-ICT-architectuur. Met deze architectuur worden de contouren gegeven van de OOV-brede ICT-basisvoorziening;

– de ISC is met de uitrol van het datacommunicatienetwerk van de politie begonnen. Dit datacommunicatienetwerk zal de basis vormen van een OOV-brede communicatie-infrastructuur.

Daarnaast zijn de volgende activiteiten opgestart:

– omgevingsverkenningen brandweer en ambulance. Er wordt geïnventariseerd wat de behoefte aan ICT is bij de betrokken diensten, wat de kansen zijn en waar interventie noodzakelijk is. Hierbij wordt vooral gekeken naar ICT-oplossingen die OOV-breed kunnen worden ingezet;

– opstellen communicatieplan. In het communicatieplan staat aangegeven hoe aan de OOV- en veiligheidspartners de kansen en mogelijkheden van de OOV-brede ICT-basisvoorziening duidelijk zullen worden gemaakt.

C. Met de uitrol van kern van de OOV-ICT-basisvoorziening, de Nutsvoorziening Politie, is een start gemaakt.

D. Bij de uitvoering van het ICT-bestek Politie hebben de CIP en ISC de volgende resultaten behaald.

– CIP:

• de ontwikkeling van de eerste versie van de Politie Suite Opsporing, een nieuw recherche-informatiesysteem;

• de ontwikkeling en implementatie van een ICT-voorziening voor het ontsluiten van gegevens uit de personeelsadministratie;

• de ontwikkeling van een ICT-voorziening voor elektronische aangifte en de proeven hiermee in twee politiekorpsen;

• de ontwikkeling en implementatie van een nieuwe website voor de politie;

• de ontwikkeling van een koppeling tussen het Vreemdelingen Administratie Systeem (VAS) en het Basis Voorzieningen Vreemdelingen (BVV)

• de invoering van een nieuw aftapprotocol in de tapkamers;

• de ontwikkeling en de implementatie van de Foto Confrontatie Module.

– ISC:

• de overname van de sturing op de ontwikkelactiviteiten van de CIP vooruitlopend op de invlechting van deze activiteiten in de ISC;

• de voorbereiding van de operationele integratie van de ISC en ITO;

• de ingebruikneming van het Landelijk Exploitatiecentrum Netwerkvoorzieningen;

• de inrichting van het servicemanagement.

Ook hebben de beide coöperaties gewerkt aan de opbouw en versterking van de organisatie en de vergroting van de bestuurlijke en financiële transparantie van de uitvoering van het Bestek.

E. In 2003 zijn de voorbereidende werkzaamheden verricht voor de oprichting van de ACIR, zoals het benaderen van de potentiële leden, het formuleren van de taakopdracht en het vormgeven van de ondersteuning van de commissie. De commissie gaat in februari 2004 van start.

F. GMS is in 2003 in alle regio's geïmplementeerd en samengevoegd tot één multidisciplinair systeem met uitzondering van de regio Amsterdam-Amstelland. Deze regio heeft nog geen gecolokeerde meldkamer. De mogelijkheid om te gaan colokeren wordt thans onderzocht. De CPA en de regionale brandweer hebben aangegeven voornemens te zijn om GMS in 2004 in te willen voeren. De regionale politie wacht eerst de evaluatie van de grootstedelijke proef af die momenteel wordt uitgevoerd in de regio Haaglanden alvorens hierover een beslissing te nemen. Het beschikbare bedrag is volledig besteed aan beheer, opleidingen en implementatie/samenvoeging in de regio's.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

In 2003 was voor ICT € 81,6 mln beschikbaar, waarvan € 81,4 mln is gerealiseerd. De uitgaven zijn met name besteed aan de Regieraad ICT (€ 50,1 mln), ICT-voorzieningen (€ 22,2 mln) en beheer IT-Organisatie (€ 4,1 mln). Voor implementatie en beheer van het Geïntegreerd Meldkamersysteem (GMS) is een bedrag van € 5 mln uitgegeven.

Overzicht prestatiegegevens
operationele doelstellingprestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
4.3. Het bijdragen aan samenhang in een gemeenschappelijk gebruik van de ICT-infrastructuur– aantal meldkamers van de BAP-diensten die voorzien zijn van een Geïntegreerd Meldkamer Systeem (GMS)182726
 – beschikbaarheid 112 netwerk92,00%99,80%100%
 – beschikbaarheid Podacs netwerk92,00%99,80%100%

De gegevens over GMS zijn terug te vinden in de Voortgangsrapportage die in december 2003 naar de Tweede Kamer is gezonden (kamerstukken II, 2002/2003, 25 124, nr. 34). De overige prestatiegegevens zijn afkomstig van ITO.

Ten aanzien van het 112 netwerk wordt het volgende vermeld. Er is verschil tussen de bereikbaarheid van 112 en het netwerk van 112. Het netwerk 112 is 100% beschikbaar, maar door omstandigheden, zoals bijvoorbeeld de oudejaarsnacht of de ontruiming van een meldkamer, kan het 112 telefoonnummer tijdelijk moeilijk of niet bereikbaar zijn. Als oplossing hiervoor is er een calamiteitenschakeling die in geval van een storing of uitval de meldingen doorschakelt naar een andere centrale. Daarom is de enige tijd dat het 112 netwerk niet beschikbaar is de tijd die nodig is om over te schakelen.

Voor de eindgebruiker is het Podacs netwerk (Politienet) 100% beschikbaar geweest. Echter dat laat onverlet dat delen van het netwerk soms niet beschikbaar zijn geweest vanwege storing of onderhoud. In dat geval wordt de eindgebruiker via een ander deel van het netwerk bediend, zodat de continuïteit blijft.

Operationele doelstelling 4: Het realiseren van het netwerk C2000

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

In 2003 moet de laatste fase van de uitrol van het landelijke netwerk C2000 worden gerealiseerd. In 2004 moet dit digitale radiocommunicatienetwerk voor politie, brandweer, de geneeskundige hulpverleningsdiensten en Koninklijke Marechaussee operationeel zijn

De oplevering voor de infrastructuur is, zoals in mei 2003 aan de Tweede Kamer schriftelijk is gemeld(kamerstukken II, 2002/2003, 25 124, nr. 29), met een half jaar vertraagd. Redenen voor deze opgelopen vertraging zijn onder andere het tijdrovende traject van aanvragen van vergunningen in het kader van de Natuurbeschermingswet, de doorlooptijd van het zekerstellen van nog enkele locaties, het afgeven van kapvergunningen en het houden van extra informatiebijeenkomsten voor omwonenden.

Oplevering staat nu gepland voor 1 juli 2004. Hierdoor is ook de doorberekening van de centrale exploitatielasten met een half jaar uitgesteld. Per ultimo 2003 is het systeem C2000 operationeel in de proefregio's Amsterdam-Amstelland en Zuid Limburg.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

Het aantal gebouwde opstelpunten ultimo 2003 bedroeg 358. In 2003 is besloten het aantal beoogde opstelpunten van 385 met twee extra opstelpunten in de regio Amsterdam-Amstelland uit te breiden naar 387. De overige opstelpunten zullen in 2004 worden gerealiseerd. In 2003 zijn 15 schakelcentrales opgeleverd.

In ditzelfde jaar is het aantal radiobediensystemen uitgebreid van 4 naar 13. De oorspronkelijke planning van 27 werd niet gehaald in verband met de eerder genoemde vertraging met een half jaar in de oplevering van de infrastructuur.

Het opleidingsmateriaal voor zowel meldkamerpersoneel als de eindgebruikers is dit jaar opgeleverd. Het opleiden binnen de regio's vindt gefaseerd plaats en is afgestemd op het operationeel gaan van de regio's.

In verband met de vertraging in de oplevering van de infrastructuur is ook het operationeel zijn van de netwerkbeheersorganisatie bij ITO uitgesteld. Het netwerkbeheer ligt voorlopig bij de projectdirectie C2000 en zal te zijner tijd bij ISC worden ondergebracht.

In 2003 is de Drielandenproef met succes uitgevoerd in de Drielanden-regio (Limburg-Zuid). Hierbij is vastgesteld dat C2000 voldoet in de grensgebieden met België en Duitsland.

In het project C2000 waren drie partijen te onderscheiden, namelijk BZK als opdrachtgever, ITO als opdrachtnemer en de gebruikersorganisatie (de openbare orde en veiligheidsdiensten). BZK heeft een projectorganisatie Verbindingen en Meldkamerdomein ingesteld waaronder het project C2000 valt. Met het afsluiten van de ontwikkelfase en de start van de landelijke Roll-Out van het project C2000 kwam de nadruk in dit project te liggen op regionale implementatie. Kort na aanvang van deze fase hebben de gebruikers kritiek geuit op de onduidelijke rolverdeling tussen de opdrachtgever en opdrachtnemer en de daaruit voortvloeiende onduidelijke regie op het project. In het onderzoeksrapport van de Algemene Rekenkamer naar het project C2000, dat in juni 2003 is gepubliceerd, wordt deze onduidelijke rolverdeling bevestigd. Mede naar aanleiding hiervan is de Projectdirectie C2000 opgericht waarmee de relatie opdrachtgever en opdrachtnemer is komen te vervallen.

De Tweede Kamer wordt halfjaarlijks geïnformeerd over de voortgang van het project C2000. In juli 2003 (kamerstukken II, 2002/2003, 25 124, nr. 30) is een voortgangsrapportage naar de Tweede Kamer gezonden. Daarnaast is in december 2003 (kamerstukken II, 2003/2004, 25 124, nr. 34) een voortgangsbrief op hoofdlijnen aangeboden.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

In 2003 was voor C2000 € 131,3 mln beschikbaar. Er is een bedrag van € 144,6 mln gerealiseerd.

Overzicht prestatiegegevens
operationele doelstellingprestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
4.4. Het realiseren van het netwerk – opstelpunten netwerk C2000120385358
C2000– aangesloten meldkamers op C2000 netwerk42713

De streefwaarde van 385 is aangepast naar 387 als gevolg van de twee extra opstelpunten in Amsterdam-Amstelland. De bronnen voor de prestatiegegevens zijn afkomstig van de Informatie en Communicatie Technologie Organisatie (ITO).

Operationele doelstelling 5: Realiseren van multidisciplinaire projecten

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

A.Project ActiEV: Zorgdragen voor realisatie van de actiepunten (inclusief moties en toezeggingen) uit de kabinetsstandpunten Vuurwerkramp en Nieuwjaarsbrand Volendam door de verantwoordelijke departementen, onderdelen en organisaties, volgens het door het kabinet toegezegde tijdpad. In 2003 wordt het project afgerond
B.Colokatie Meldkamers: Het colokeren (naar één locatie brengen/samenvoegen) van de meldkamers van de politie, brandweer en ambulancediensten per veiligheidsregio (territoriale congruentie) is nodig voor een efficiëntere samenwerking tussen de politie, brandweer en ambulancediensten. Er zijn 25 veiligheidsregio's wat betekent dat er tot 25 meldkamers moet worden gecolokeerd. De meldkamers moeten voorafgaand of parallel aan de uitrol van C2000 gecolokeerd zijn, de planning van de uitrol van C2000 loopt vanaf mei 2002 tot uiterlijk 1 januari 2004
C.CFA II Volendam: De slachtoffers van de Nieuwjaarsbrand in Volendam tegemoetkomingen geven voor de opgelopen materiële schade, letselschade daaronder begrepen, (uitvoering motie Wagenaar) als gevolg van de nieuwjaarsbrand

A. Het merendeel van de actiepunten (inclusief moties en toezeggingen) uit de kabinetsstandpunten Vuurwerkramp Enschede en Nieuwjaarsbrand Volendam zijn volgens het door het kabinet toegezegde tijdpad gerealiseerd. Voor zover de actiepunten nog niet geheel zijn afgerond maken deze deel uit van programma's als Bewust Veiliger en Naar een veiliger samenleving. De projectgroep ActiEV heeft het geheel aan werkzaamheden voortvloeiend uit de kabinetsstandpunten gecoördineerd. Daarnaast is de projectgroep gekomen tot het instellen van een gezamenlijke Taskforce en heeft een voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer aangeboden.

De definitieve financiële afwikkeling van de einddeclaratie van de vuurwerkramp Enschede en de nieuwjaarsbrand Volendam in het kader van artikel 25 van de Wet Rampen en Zware Ongevallen (WRZO) heeft plaatsgevonden.

B. Ultimo 2003 zijn in 17 van de 25 regio's de meldkamers gecolokeerd. De resterende regio's zullen in de loop van 2004 en 2005 gecolokeerd worden. De vertraging vloeit met name voort uit de met een half jaar vertraagde oplevering van de infrastructuur.

C. De getroffenen van de Nieuwjaarsbrand zijn inmiddels medischgekeurd. Thans wordt de hoogte van de tegemoetkoming vastgesteld en een aantal uitkeringen heeft reeds plaatsgevonden. Uiterlijk medio 2004 hebben alle getroffenen hun tegemoetkoming ontvangen.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

A. De projectgroep ActiEV heeft het secretariaat gevoerd van het ministerieel beleidsteam (MBT), interdepartementaal beleidsteam (IBT), bestuurlijk overleg, de Taskforce (Slagen voor veiligheid) en het bedrijfslevenoverleg. Bij het tot stand brengen van de eindrapportage heeft intensief overleg plaatsgevonden in het Interdepartementaal Beleids Team (IBT), het Bestuurlijk Overleg, het Bedrijfslevenoverleg en de Taskforce. De projectgroep ActiEV is tevens betrokken geweest bij de volgende projecten: Interdepartementale Begeleidingsgroep Landsadvocaat, coördinatie van de begeleiding van de landsadvocaat in de rechtszaken tegen de Staat, projectgroep doorlichting veiligheidsregelgeving en het project Slagen voor Veiligheid. Het project ActiEV is ultimo 2003 beëindigd.

In 2003 is de eindrapportage (kamerstukken II, 2002/2003, 27 157) inzake de actiepunten uit de Vuurwerkramp en de Nieuwjaarsbrand via de ministerraad aan de Tweede Kamer aangeboden. In de eindrapportage is aangegeven hoe de Kamer geïnformeerd wordt over de actiepunten die nog niet geheel zijn afgerond. Dit zal geschieden via de voortgangsrapportages Bewust Veiliger, Naar een Veiliger Samenleving en via de voortgangsrapportage Externe Veiligheid van VROM.

De Commissie Tegemoetkoming bij Rampen en Calamiteiten (CTRC) heeft een tweetal onderzoeken uitgezet. Het betreft een onderzoek naar de financiële voorzieningen na rampen in Nederland een een rechtsvergelijkend onderzoek naar bronnen voor financiële voorzieningen na rampen in Nederland. De eerste hoofdstukken van het onderzoeksrapport zullen in 2004 worden opgeleverd.

B. Voor het realiseren van de colokatie heeft de ITO een ondersteunende rol gehad. Daarbij is ondersteuning gegeven bij het opstellen en uitvoeren van projectplannen, opstellen begrotingen, inrichting van de meldkamers en begeleiding gegevensconversies.

C. Voor de slachtoffers van de Nieuwjaarsbrand in Volendam zijn regelingen opgesteld (advies CFA II). De drie genoemde regelingen zijn inmiddels vastgesteld. De gemeente Edam-Volendam heeft een stichting Uitvoering Personenschade Nieuwjaarsbrand (UPN) in het leven geroepen.

Deze stichting heeft er voor gezorgd dat de regelingen inzake de tegemoetkoming op basis van functionele invaliditeit en tegemoetkoming in de kosten nagenoeg zijn uitgevoerd. Het Centrum voor Reïntegratie en Nazorg is in 2003 van start gegaan.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

A. In 2003 is voor het project ActiEV, ter uitvoering en coördinatie van de actiepunten een bedrag van € 1,5 mln uitgegeven. De kosten zijn met name besteed aan de CTRC en de bijstand door de Landsadvocaat in het kader van een aantal rechtszaken tegen de Staat. Aan de gemeenten Enschede (€ 13,6 mln) en Edam-Volendam (€ 0,3 mln) is voor de financiële afwikkeling van de einddeclaratie van de vuurwerkramp en de nieuwjaarsbrand een totaalbedrag van € 13,9 mln beschikbaar gesteld.

B. Voor het colokeren van meldkamers is een bedrag van € 0,1 mln uitgegeven.

C. In 2003 is voor de oprichting van het Centrum Reïntegratie en Nazorg een bedrag van € 1,2 mln aan de gemeente Edam-Volendam beschikbaar gesteld.

Overzicht prestatiegegevens
operationele doelstellingprestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
4.5. Het realiseren van multidisciplinaire projectenrealiseren van 25 gecolokeerde meldkamers102517

De bron van de prestatiegegevens is afkomstig van de Informatie en Communicatie Technologie Organisatie (ITO).

Uitsplitsing van budgetten
 Raming 2003Realisatie 2003
A. Integraal Veiligheidsbeleid3 6263 031
B. Nationaal Coördinatiecentrum (programma-uitgaven)9542 821

3. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
4: Partners in veiligheidRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen46 668102 836200 833248 387159 81088 577
1. apparaat3 2453 6289 5827 2405 3461 894
2. integraal veiligheidsbeleid  52 6407 5294 5802 949
3. ICT-infrastructuur39 93450 63197 77190 86080 9229 938
4. netwerk C20003 48948 57740 840123 02267 61855 404
5. projecten   19 7361 34418 392
       
Uitgaven100 488133 614247 351256 674248 2968 378
1. apparaat3 1473 5058 7957 1445 3461 798
2. integraal veiligheidsbeleid  49 0356 7384 5802 158
3. ICT-infrastructuur40 55148 77495 50781 44580 922523
4. netwerk C200056 79081 33594 014144 647156 104– 11 457
5. projecten   16 7001 34415 356
       
Ontvangsten  4 3125 081 5 081

ARTIKEL 5: NATIONALE VEILIGHEID

1. Algemene beleidsdoelstelling

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) bevordert de nationale veiligheid als bedoeld in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) en de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo).

Een dienst als de AIVD kan alleen maar adequaat functioneren als er sprake is van allerlei vormen van samenwerking op velerlei terreinen en met een veelheid aan partners.

Het afgelopen jaar is de samenwerking met de Militaire Inlichtingen- en VeiligheidsDienst (MIVD) op het gebied van signals intelligence (SIGINT) officieel van de grond gekomen door ondertekening door beide partijen van een convenant over de samenwerking in een Nationale Sigint Organisatie (NSO). Voorlopig zal deze worden gerealiseerd als een organisatieonderdeel van de MIVD.

De AIVD heeft in de verslagperiode de samenwerking met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten verder versterkt. Er zijn onder meer nieuwe contacten gelegd met een aantal buitenlandse diensten, die nog niet tot het relatieveld behoorden. De bestrijding van het internationaal terrorisme is in de samenwerking met buitenlandse diensten het dominante dossier. De AIVD heeft de voortrekkersrol in de Counter Terrorist Group (CTG) voortgezet, waarin beoogd wordt om naast bilaterale samenwerking ook multilaterale samenwerking een verdere impuls te geven.

Een ander speerpunt in de internationale samenwerking is de multilaterale samenwerking in EU-verband. De AIVD draagt bij aan het Situation Center (SitCen) binnen het EU-Raadssecretariaat onder Secretaris-Generaal Solana, dat vooral geografisch maar ook thematisch georiënteerde dreigingsanalyses maakt als input voor het bepalen van buitenlands- en veiligheidsbeleid van de EU. De AIVD is zich in een vroeg stadium gaan voorbereiden op het Nederlandse EU-voorzitterschap, zowel vanuit het oogpunt van inhoudelijke inbreng en doelstellingen als vanuit beveiligingsoptiek.

De AIVD heeft, met name gericht op de versterking van internationale samenwerking op het gebied van terrorismebestrijding, een liaisonpost geopend in de Verenigde Arabische Emiraten.

De bevindingen van de AIVD in 2003 op de onderscheiden aandachtsgebieden worden beschreven in het openbare jaarverslag van de dienst (vgl. artikel 18 Wiv 2002).

2. Nader geoperationaliseerde doelstellingen

De algemene beleidsdoelstelling van de AIVD is in de begroting niet verder uitgewerkt naar operationele doelstellingen. Wel kunnen per werkterrein de bereikte effecten en de daartoe verrichte activiteiten, alsmede de daartoe gemaakte kosten worden genoemd:

a. Bescherming van de democratische rechtsorde

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

Terrorismebestrijding blijft onveranderlijk een topprioriteit voor de AIVD. In 2003 heeft de AIVD vooral het inzicht in islamistisch terrorisme vergroot. Meer in het algemeen wordt hierbij gedoeld op inzicht in structuren en veranderingen in processen van het islamistisch terrorisme (en overigens ook andere vormen van terrorisme). Meer in het bijzonder gaat het hierbij om inzicht in fragmentatie van structuren van terroristische netwerken als gevolg van internationaal optreden maar ook adequate adaptatie van deze netwerken aan nieuwe omstandigheden, om inzicht in het samengaan van terrorisme en guerrilla warfare in conflictgebieden als Irak en om kennis van targetkeuze van islamistische terroristen. Met concrete informatie heeft de AIVD vervolgens kunnen bijdragen aan het voorkomen van aanslagen in West-Europa.

Om beter aan te sluiten bij de behoeften van de partners in de veiligheidsketen en andere afnemers van AIVD-informatie heeft er een aanpassing en herijking plaatsgevonden van het werkterrein anti-integratieve tendensen. Als uitvloeisel hiervan is de AIVD zich meer gaan richten op radicaliseringstendensen onder bepaalde allochtone bevolkingsgroepen. Dit heeft tot gevolg gehad dat het inzicht in dit fenomeen is vergroot en dan met name ten aanzien van de Marokkaanse gemeenschap, de Turks-Koerdische gemeenschap, Turkse beheersnetwerken alsmede beïnvloeding uit gidslanden, in het bijzonder uit Saoedi-Arabië. Andere sferen waarin meer inzicht is verworven zijn Indiase, Pakistaanse, Afghaanse en Tsjetsjeense kringen.

Ook het terrein van het gewelddadig politiek activisme zijn de ontwikkelingen gevolgd. Het gaat hier onder meer om het rechts-extremisme, het anti-globalisme, het dierenrechtenactivisme en het antimilitarisme naar aanleiding van de oorlog in Irak.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

Ook in 2003 heeft de AIVD onderzoek verricht naar terrorisme en bijgedragen aan aanhoudingen van personen in de islamistisch terroristische sfeer. Tevens heeft onderzoek van de AIVD geleid tot het bevriezen van de tegoeden van onder meer de stichting Al Aqsa. Nationaal heeft de AIVD de onderlinge samenwerking versterkt door zijn deelname aan interdepartementale gremia op het terrein van contraterrorisme en door bij te dragen aan het ontwikkelen van de nationale veiligheidstoets (n.a.v. het ACVZ-advies) en de totstandkoming van de notitie Terrorisme en de bescherming van de samenleving, die op 24 juni 2003 naar de Tweede Kamer is gezonden. Met het OM en politie is de samenwerking geïntensiveerd. Liaisons van de Unit Terrorismebestrijding en Bijzonder Taken (UTBT) zijn direct betrokken bij het contraterrorismewerk van de AIVD.

Er is een goede informatie-uitwisseling over radicaliseringstendensen tussen de AIVD en ketenpartners en andere afnemers van AIVD-informatie tot stand gebracht. Er is onderzoek gedaan naar radicaliseringstendensen in zijn algemeenheid en naar deze tendensen in relatie tot moskeeën in het bijzonder. Een en ander houdt in dat ook personen en groeperingen in deze sfeer voorwerp van onderzoek zijn. Zo is er eveneens onderzoek gedaan naar activiteiten in relatie tot rekrutering van jongeren voor de gewelddadige jihad.

Vooral ook op het vlak van het dierenrechtenactivisme is de inzet van de AIVD verzwaard.

De rol van de RID'en voor de AIVD is op velerlei terrein onontbeerlijk. Gerelateerd aan de inrichting van nationale en regionale informatie knooppunten bij de politie werd door AIVD en RID'en een aanzet gegeven tot kwaliteitsverbetering van de RID'en, die in 2004 verdere voortgang zal hebben.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

De inzet op de aandachtsvelden terrorisme, radicaliseringstendensen en politiek gewelddadig activisme heeft ongeveer 35% van de primaire operationele capaciteit van de AIVD gevergd.

b. Bescherming van de staatsveiligheid en andere gewichtige belangen van de staat

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

De AIVD heeft in 2003 zijn onderzoek naar Nederlandse betrokkenheid bij proliferatieactiviteiten voortgezet. Irak, Iran, Libië en Noord-Korea waren daarbij de meest prominente landen van zorg. Vastgesteld is dat de controleregimes, die aan de verschillende verdragen tegen de verspreiding van massavernietigingswapens zijn gekoppeld, inmiddels belangrijke beperkingen kennen. Naast het feit dat civiele goederen ook militair gebruikt kunnen worden en het feit dat betrokken actoren steeds beter in staat zijn activiteiten te verhullen, is gebleken dat landen die zorg baren in dit verband in toenemende mate samenwerken op het gebied van de ontwikkeling, productie en verwerving van massavernietigings-wapens, de zogeheten «secundaire proliferatie». Dit had tot gevolg dat beleid en inzet van de AIVD werden bijgesteld.

In het onderzoek van de AIVD naar terroristische dreigingen met nucleaire, biologische, chemische of radiologische middelen is waargenomen dat een toenemende belangstelling bestaat voor de (eigen) productie en inzet van relatief simpele NBCR-middelen. De dienst concludeert dat het risico van terroristische aanslagen met gebruik van relatief eenvoudige NBCR-middelen mogelijk wordt geacht, overigens eerder tot ontwrichting leidend van maatschappelijk en economisch leven dan tot grote aantallen slachtoffers.

Met name na 11 september 2001 is ook in Nederland het bewustzijn gegroeid dat islamistisch-terroristische netwerken legale migratiekanalen kunnen gebruiken om Nederland in dan wel uit te reizen. In dit kader heeft de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken (ACVZ) in april 2003 een advies uitgebracht met de titel Vreemdelingenbeleid en terrorismebestrijding, waarin gepleit wordt om het vreemdelingenbeleid meer in te zetten bij terrorismebestrijding, onder meer door het uitvoeren van veiligheidschecks bij toelatingsaanvragen. De AIVD bereidt zich erop voor een wezenlijke bijdrage aan deze toets te leveren.

Internationale ontwikkelingen en veranderende inzichten hebben ertoe geleid dat de AIVD zich bij haar onderzoeksactiviteiten niet langer alleen richt op de activiteiten van buitenlandse inlichtingendiensten in Nederland, maar op activiteiten van buitenlandse mogendheden in het algemeen. Ook wordt niet alleen gekeken naar het (heimelijk) verzamelen van informatie door buitenlandse mogendheden, maar ook naar het (ongewenst) beïnvloeden van bepaalde personen en groepen, bijvoorbeeld door het (heimelijk) verspreiden van radicale opvattingen onder in Nederland wonende migrantengroepen. Deze brede benadering, die in 2003 verder is uitgewerkt en toegepast, heeft ertoe geleid dat de AIVD niet langer spreekt van contra-inlichtingen, maar van contra-inmenging.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

De AIVD heeft in 2003 concreet aan de effectuering van exportcontroles bijgedragen door in individuele gevallen aan EZ adviezen te verstrekken, waardoor bepaalde risicogoederen die gebruikt kunnen worden voor het maken van massavernietigingswapens niet zijn geëxporteerd. Meer algemeen werd voorts onderzoek verricht om inzicht te krijgen in de pogingen van risicolanden om materialen en kennis te verwerven, zodat deze pogingen tegengegaan kunnen worden.

Als gastland van internationale organisaties als het Internationaal Gerechtshof en het Joegoslavië Tribunaal dient Nederland te zorgen voor een ongehinderd functioneren van deze organisaties. In 2003 verstrekte de AIVD hiertoe dreigingsanalyses, dreigingsinschattingen en beveiligingsadviezen en voerde op verzoek van een aantal organisaties tevens veiligheidsonderzoeken uit.

De AIVD leverde in 2003 bijdragen aan het Financieel Expertise Centrum (FEC), waarin onder meer de Autoriteit Financiële Markten, het Openbaar Ministerie en De Nederlandsche Bank participeren. De AIVD was betrokken bij het opstellen van een rapportage van het FEC die onder meer financiële stromen van terroristische groeperingen inzichtelijk maakt. Verder werd concreet bijgedragen aan het opstellen van precieze lijsten terroristische organisaties/personen, bedoeld om de financiering van terrorisme tegen te gaan.

In 2003 werd een dreigingsanalyse met betrekking tot NBCR-terrorisme vervaardigd ten behoeve van nationale beleidsbepaling terzake preventie in het kader van NBCR-incidenten. Het onderzoek op dit terrein spitste zich verder toe op verschillende NBCR-gerelateerde incidenten, die zich met name in het buitenland voordeden maar ook in enkele gevallen in Nederland (poederbrieven).

De AIVD heeft het afgelopen jaar – in het licht van onder meer het eerdergenoemde ACVZ-advies – de samenwerking met overheidsinstanties binnen de vreemdelingenketen, zoals de Immigratie- en Naturalisatiedienst, BuiZa, de Koninklijke Marechaussee en het Informatie- en Analysecentrum Mensensmokkel van de politie, verder uitgebouwd. Met de samenwerking wordt beoogd actief bij te dragen aan een systematische veiligheidstoets bij de beoordeling van aanvragen voor verblijf van vreemdelingen. De intensievere samenwerking tussen de IND en de AIVD leidde ertoe dat een convenant werd gesloten waarin de uitwisseling van gegevens tussen de twee diensten wordt geregeld. De AIVD bracht in enkele individuele gevallen een ambtsbericht uit aan de IND.

Tenslotte is zowel voorafgaand aan als gedurende de oorlog in Irak door de AIVD intensief onderzoek verricht naar mogelijke aantastingen van de nationale veiligheid die uit de crisis voortvloeien. Focus lag daarbij op de aanwezigheid en activiteiten van de Iraakse inlichtingendienst Mukhabarat, de Iraakse oppositie en de Iraakse gemeenschap in Nederland. Gedurende een belangrijke periode tijdens de crisis ontvingen de meest betrokken bewindspersonen dagelijks een geheime rapportage.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

De inzet op de aandachtsvelden inlichtingenwerk, internationale rechtsorde en andere gewichtige belangen van de staat heeft ongeveer 28% van de primaire operationele capaciteit van de AIVD gevergd.

c. Beveiligingsbevordering en veiligheidsonderzoeken

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

Door beleid te formuleren alsmede te informeren, te adviseren en te faciliteren heeft de AIVD de verantwoordelijke autoriteiten en instanties van overheid en bedrijfsleven ondersteund bij door hen te nemen beveiligingsmaatregelen met het oog op mogelijke aantastingen van de nationale veiligheid. In het bijzonder heeft de AIVD daarbij bevorderd dat:

– bijzondere informatie werd beschermd tegen kennisname door niet gerechtigden;

– de vitale infrastructuur werd beschermd tegen menselijk handelen dat de continuïteit en beschikbaarheid in gevaar kon brengen;

– de noodzakelijke maatregelen getroffen konden worden ter bescherming van aangewezen personen, objecten en diensten in het rijksdomein;

– de democratische rechtsorde werd beschermd tegen aantastingen van de ambtelijke en bestuurlijke integriteit;

– vertrouwensfuncties werden vervuld door personen waartegen uit het oogpunt van de nationale veiligheid geen bedenkingen bestonden.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

Op het terrein van beveiligingsbevordering heeft de AIVD zijn reguliere activiteiten uitgevoerd zoals het instellen van onderzoeken naar en het bevorderen van de beveiliging van personen, gebouwen, terreinen, processen, gegevens en telecommunicatie. Daarnaast heeft de AIVD informatie verstrekt over veiligheidsrisico's, fysieke beveiligingsadviezen gegeven, integriteitszorg bevorderd en gefungeerd als Meldpunt voor Integriteitsaantastingen (MEPIA). Als sluitstuk van de beveiliging heeft de AIVD geadviseerd over de aanwijzing van vertrouwensfuncties en heeft de AIVD veiligheidsonderzoeken uitgevoerd.

Enkele belangrijke activiteiten hieruit zijn:

– Ontwerpen en invoeren van het VIR-BI (Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst – Bijzondere Informatie). De interdepartementale werkgroep heeft met het oog op de invoering gezorgd voor de totstandkoming van uitvoeringsrichtlijnen op bepaalde onderdelen van het voorschrift en voor het opzetten van een voorlichtingstraject. Per 1 maart 2004 zal het VIR-BI in werking treden.

– Implementeren van de Cryptofaciliteit. Dit heeft in 2003 niet volledig zijn beslag kunnen krijgen door vertraging in de werving van de benodigde medewerkers. Niettemin zijn onder aansturing van het WBI (Werkgroep Bijzondere Informatie) in 2003 de eerste projecten gestart en is uiteindelijk het volledige programmabudget uitgeput. De verwachting is dat de implementatie begin 2004 geheel gereed is.

– Bijdragen aan de bescherming van de vitale infrastructuur, zowel qua (interdepartementaal) beleid als uitvoering. Daarbij is de AIVD in het geven van ondersteuning bij het voorbereiden en uitvoeren van kwetsbaarheidsanalyses sterk afhankelijk van de voortgang van de ministeries. Dit betekent dat deze ondersteuning veelal in 2004 zal plaatsvinden.

– Bijdragen aan de totstandkoming van het nieuwe stelsel Bewaken en Beveiligen. Vervolgens is de AIVD een project gestart om de dienst voor te bereiden op de nieuwe taken die het nieuwe stelsel met zich meebrengt. Tegelijkertijd heeft de dienst al vele bijdragen geleverd aan het nieuwe stelsel, in de vorm van het maken en exploiteren van dreigingsinschattingen.

– Voltooien en verspreiden van het Handboek Integriteitsonderzoek binnen alle geledingen van het openbaar bestuur.

– Opstellen en verspreiden van de handreiking vertrouwenspersoon integriteit (VPI). Dit betrof een coproductie tussen de AIVD en DGMP, waarbij het zwaartepunt bij de AIVD lag.

Op het terrein van het uitvoeren van veiligheidsonderzoeken, conform de Wet veiligheidsonderzoeken, blijft de AIVD zich zoals voorgaande jaren geconfronteerd zien met een hoog en toenemend aantal aanvragen voor veiligheidsonderzoeken. De groei is o.a. toe te schrijven aan de grotere mobiliteit van medewerkers in het algemeen als ook de verdere invoering van vertrouwensfuncties in de politiesector in het bijzonder. In het totale aanbod B-onderzoeken in de burgerluchtvaart, die de Koninklijke Marechaussee (KMar) onder mandaat van de AIVD verricht, was ten opzichte van vorig jaar wel sprake van een flinke afname. Het aantal door de KMar overgedragen burgerluchtvaartonderzoeken aan de AIVD is hiermee in 2003 eveneens gedaald.

De gemiddelde behandelduur van de A-onderzoeken bedroeg in 2003 17 weken en voor AP-onderzoeken 22 weken. In 2003 is een flinke inzet geweest om ervoor te zorgen dat er voldoende capaciteit beschikbaar is. In 2004 zal voorts het gehele proces van het uitvoeren van veiligheidsonderzoeken worden geanalyseerd met het oog op terugbrengen van de doorlooptijd van het A-onderzoek, waarbij ook aandacht wordt besteed aan het proces rondom de aanwijzing van vertrouwensfuncties.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

De inzet op de aandachtsvelden beveiligingsbevordering en veiligheidsonderzoeken heeft ong. 28% van de primaire operationele capaciteit van de AIVD gevergd.

d. Inlichtingen betreffende andere landen

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

De Wiv 2002 bepaalt dat de AIVD in het kader van de inlichtingentaak buitenland onderzoekt verricht naar onderwerpen die – in de praktijk jaarlijks – door de minister-president, in overeenstemming met de Minister van BZK en van Defensie, worden aangewezen. Naast het directe nut dat dit onderzoek heeft voor de andere AIVD-taken kan gesteld worden dat de voornaamste externe afnemers, AZ en BuiZa, verklaard hebben dat de geleverde rapportage qua vorm en inhoud toegesneden was op wat die afnemers verwachtten. In steeds voortgaande discussies ontwikkelde zich gestaag een beter beeld van wat enerzijds van belang en nuttig is en wat anderzijds mogelijk is.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

Het onderzoek dat tot bedoelde rapportage leidde, beperkte zich gedurende 2003 nog in belangrijke mate tot het bevragen van buitenlandse inlichtingendiensten aangaande de aangewezen onderwerpen en het daarop toepassen van gedegen analyse. In de loop van het jaar zijn aanzetten gegeven tot het daarnaast ook zelf vergaren van inlichtingen. Voorts is veel tijd en energie gestoken in vorming en opleiding.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

De inzet op het aandachtsveld inlichtingen buitenland heeft ong. 9% van de primaire operationele capaciteit van de AIVD gevergd.

e. Overzichten

Overzicht kengetallens
operationele doelstellingonderwerpkengetalrealisatie
5.1: Apparaat– formatiebestand (gemiddeld in fte's)876,518642
 – bezetting (gemiddeld in fte's)846842,52
5.2: Geheime uitgavengeen  

1 Het formatiebestand van de AIVD is gedurende 2003 uitgebreid van 848 fte tot 876,5 fte, ten behoeve van de implementatie van SIGINT en het nieuwe stelsel Bewaken en Beveiligen.

2 De realisatie van het formatiebestand betreft de aanwezige fte's per ultimo 2003. ; de realisatie van de bezetting betreft de gemiddeld over 2003 aanwezige fte's.

Overzicht prestatiegegevens
operationele doelstellingprestatie-indicatorenbasiswaarde1streefwaarde2realisatiewaarde3
5.1: Apparaataantal veiligheidsonderzoeken   
 a) door AIVD11 67210 46710 608
 b) door derden, onder verantwoordelijkheid van AIVD (KMar, Politie)348 00038 66434 474
5.2: Geheime uitgavengeen   

1 De basiswaarden geven aantal uitgevoerde onderzoeken in 2002 weer.

2 De streefwaarden waren in de begroting afgestemd op de in 2003 in te zetten capaciteit, waarmee naar verwachting slechts 95% van de vraag naar veiligheidsonderzoeken kon worden gedekt; in dit verslag zijn de streefwaarden aangepast aan de daadwerkelijke vraag naar veiligheidsonderzoeken gedurende het jaar 2003.

3 De realisatiewaarden geven de daadwerkelijk in 2003 uitgevoerde onderzoeken weer. Hierbij wordt aangetekend dat de vraag naar A-onderzoeken is gestegen, terwijl de vraag naar (administratieve) B- en C-onderzoeken is gedaald. Omdat A-onderzoeken méér tijd vergen, werd ondanks de verminderde totaalvraag de capaciteit van de AIVD volledig benut.

Overzicht beleidsevaluatie
operationele doelstellingonderwerpperiodestand van zaken
5.1: Apparaatsamenwerking met diensten Nederlandse Antillen en Arubaeerste helft 2003in uitvoering1
 relatie met Regionale inlichtingendienstentweede helft 2003in uitvoering2
 inrichting en werking interne crisisorganisatiestweede helft 2003uitgesteld3
5.2: Geheime uitgavengeen  

1 De evaluatie van de samenwerking met de veiligheidsdiensten van de Nederlandse Antillen en Aruba is uitgevoerd in de tweede helft van 2003 en heeft uitgewezen dat op een aantal gebieden de samenwerking verder kan worden geïntensiveerd. Met name op het gebied van scholing is hieraan in 2003 reeds invulling gegeven. Een formele eindrapportage van de evaluatie zal in het begin van 2004 worden opgesteld. Overige verbeter- of ontwikkelpunten zullen daarna door de betrokken diensten verder worden uitgewerkt.

2 Met de evaluatie van de relatie met de regionale inlichtingendiensten is gewacht tot de tweede helft van 2003, om te voorkomen dat deze zou samenlopen met het verbetertraject dat eveneens in 2003 binnen de RID'en van start is gegaan (als onderdeel van het project Informatiehuishouding Politie). De uitvoering van de evaluatie loopt daarmee door tot in 2004.

3 De evaluatie van de interne crisisorganisatie is opgeschort, omdat de opbouw van de organisatie onder invloed van de crisis in Irak is uitgesteld. Het plan van aanpak voor de uitwerking van de interne crisisorganisatie voorziet in een gefaseerde oplevering m.i.v. 2004. Het proces van inrichting en het functioneren van de nieuwe structuur worden een half jaar na oplevering geëvalueerd.

3. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
5: Nationale VeiligheidRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen50 39860 16971 31776 82971 0045 825
1. apparaat48 51058 23469 33373 82568 0045 821
2. geheime uitgaven1 8881 9351 9843 0043 0004
       
Uitgaven50 15259 41267 36579 21971 0048 215
1. apparaat48 26457 47765 38176 21568 0048 211
2. geheime uitgaven1 8881 9351 9843 0043 0004
       
Ontvangsten1 4292 1831 10681791726

Naast intensiveringen op de gebieden waarvoor reeds in de ontwerpbegroting middelen beschikbaar gesteld waren, zijn gedurende 2003 aan de AIVD extra middelen toegekend voor SIGINT en voor het nieuwe stelsel Bewaken en Beveiligen. Ook zijn gelden overgeheveld uit de begrotingen van Justitie, BuiZa en Defensie, voor de inwerkingtreding van de bij de AIVD ondergebrachte, rijksbrede Cryptofaciliteit. Voorts zijn prijs- en loonbijstellingen toegekend en is een compensatie toegekend voor de extra kosten in verband met de crisis in Irak. Tenslotte is binnen het totaal van de BZK-begroting extra geld vrijgemaakt voor de AIVD, om een deel van de reeds in 2002 aangegane verplichtingen voor de uitbreiding van de huisvesting te compenserenHet totaal van de oorspronkelijk vastgestelde begroting werd door de toevoegingen verhoogd tot € 76,1 mln.

Het begrotingsbedrag is in zijn geheel benut. Daarbij heeft met het oog op een betaalbare groei van het personeelsbestand in de toekomst en vanwege de verplichtingen die in 2002 waren aangegaan voor uitbreiding van de huisvesting, reallocatie plaats gevonden van de personele naar de materiële begroting.

BELEIDSARTIKEL 6: FUNCTIONEREN OPENBAAR BESTUUR

1. Algemene beleidsdoelstelling

Het bevorderen van een doeltreffende, doelmatige en democratische inrichting en werking van het openbaar bestuur zoals onder meer neergelegd in de Grondwet en in andere wetten, en optimalisering van de interbestuurlijke samenwerking.

Overzicht prestatiegegevens
operationele doelstellingprestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
6.2. Het ontwikkelen en onderhouden van beleid en regelgeving op het terrein van de inrichting van het openbaar bestuur en van de interbestuurlijke samenwerking1. dualisering gemeenten1. de nieuwe Gemeentewet die per 7–3-2002 de dualisering verplicht stelt1. – stimulering cultuuromslag via vernieuwingsimpuls (t/m 2006)– evaluatie van de nieuwe wet– voorbereiding en invoering van de noodzakelijke aanpassings- en medebewindswetgeving– De vernieuwingsimpuls is overgedragen aan de VNG en wordt gesubsidieerd door BZK. De activiteiten zijn volgens plan uitgevoerd.– voorbereidingen wettelijk verplichte implementatie zijn van start gegaan. De stuurgroep evaluatie dualisering is in februari 2004 ingesteld.– wetsvoorstel tot aanpassing van de relevante medebewindbevoegdheden is op 17 juli 2003 ingediend bij het parlement.
 2. dualisering provincies2. de nieuwe ontwerp-Provinciewet die per maart 2003 de dualisering verplicht moet gaan stellen2. – stimulering cultuuromslag via vernieuwingsimpuls (t/m 2007)– evaluatie van de komende wet– voorbereiding en invoering van de noodzakelijke aanpassingsen medebewindswetgeving– wet dualisering provinciebestuur is 11 maart 2003 in werking getreden.– De vernieuwingsimpuls is overgedragen aan het IPO en wordt gesubsidieerd door BZK.– wetsvoorstel dualisering provinciale medebewindbevoegdheden is half november 2003 aan de kamer verzonden.
 3. versterking lokaal bestuur3. – beleidskader herindeling van nov. '98– kabinetsstandpunt over Stuurgroep Krachtige gemeenten (De Zeeuw)– ontwerp-kwaliteitsmonitor– beleidsbrief over binnengemeentelijke decentralisatie (bgd) van april 20013. – aanpassen beleidskader gemeentelijke herindeling– vaststelling toepasbaarheid van de monitor in overleg met VNG en IPO– operationele databank met informatie over modaliteiten van bgd ten behoeve van gemeenten– 13 december 2002 heeft het kabinet het beleidskader gemeentelijke herindeling vastgesteld en aan de TK gezonden en in 2003 is het door de TK behandeld en vastgesteld– voorbereidingen vasstelling toepasbaarheid zijn gestart.– symposium Bestuur in de Buurt over binnen-gemeentelijke decentralisatie georganiseerd in maart 2003; databank wordt heroverwogen.
 4. versterking bestuurlijke samenwerking4. – kaderwet bestuur in verandering– tijdelijke verlengingswet– wetsvoorstel Bestuur Stedelijke regio's (BSR)4. wettelijke verankering verscherpte samenwerking– Na schriftelijke raadpleging en van en mondeling overleg met de kaderwetgebieden en de provincies rond de zomer en in het najaar van 2003 heeft MinBZK een wetsvoorstel Wijzigingswet Wgr-plus opgesteld. Dit wetsvoorstel ligt bij de Raad van State voor advies. Poging in werking treding wetsvoorstel op 1 januari 2005
 5. het op peil houden van de financiële verhoudingen gemeenten en provincies5. jaarlijkse periodieke onderhoudsrapporten gemeenteen provinciefonds5. een rapportage financiële verhoudingen gemeenten op macroniveau (voorjaar 2003) en op mesoniveau (najaar 2003)5. 4 juli 2003 is de rapportage financiën decentrale overheden (FO2003/64 464) aan de Tweede Kamer gezonden. Het Periodiek OnderhoudsRapport, rapportage financiële verhoudingen op mesoniveau, is als bijlage bij de begroting Gemeentefonds 2004 meegestuurd aan de kamer.
 6. voortgang onderzoeksprogramma ketenregie als sturingsmodel voor het sociale domein6. toetsend onderzoek ketenregie in de praktijk6. a. verfijning en toetsing methodisch kader voor gebruik van ketenregie in het openbaar bestuurb. vertaling naar praktische handleidingc. uitventen van praktische handleiding6. De uitvoering van het onderzoeksprogramma verloopt volgens planning. De praktische handleiding is gepubliceerd (Ruimte voor regie; handreiking voor het gebruik van ketenregie in het openbaar bestuur). Daarmee worden nu diverse activiteiten ondernomen teneinde de toepassing van ketenregie in het sociale domein op lokaal/regionaal niveau te stimuleren/faciliteren/onder-steunen.
 7. realiseren van de afspraken uit een vervolg-bestuursakkoord interbestuurlijke samenwerking 2002–20067. a. BANS 1999–2002b. intenties van Rijk/IPO/VNG ten aanzien van interbestuurlijke samenwerking 2002–2006 vastgelegd tijdens het Overhedenoverleg 24 april 20027. afsluiten van een vervolgbestuursakkoord7. Er is (nog) geen vervolg-bestuursakkoord gesloten. Een aantal – met name financiële – maatregelen van het kabinet was aanleiding voor het behouden van de interbestuurlijke relaties. Er wordt bestuurlijk overleg gevoerd met IPO/VNG om te werken aan verbetering van de verhoudingen. Wellicht dat in de toekomst een bestuursakkoord op hoofdlijnen mogelijk is. Mocht het maken van bestuurlijke afspraken in een tripartiet akkoord onmogelijk blijken, dan wordt gekoerst op bilaterale deelakkoorden
 8. explicitering samenhang financieel-bestuurlijke verhouding8. kabinetsstandpunt De rol van specifieke uitkeringen in de financiële verhouding8. toets op samenhang door BZK en Financiën8. In de context van het kabinetsprogramma Andere Overheid wordt een doorlichting van specifieke uitkeringen uitgevoerd. Het plan van aanpak voor deze operatie is geaccordeerd in de MR van 14–11–2003. Medio 2004 wordt een herijkingslijst vastgesteld in de MR; daarmee wordt aangegeven welke specifieke uitkeringen worden overgeheveld naar het gf/pf, gebundeld tot brede doeluitkeringen, blijven bestaan of worden geschrapt. De invalshoek van de doorlichting is bestuurlijk. In de stuurgroep (o.l.v. E. Brinkman) die deze doorlichting begeleidt, zijn zowel rijks als medeoverheden vertegenwoordigd.
 9. naleving Kaderstellende visie Toezicht9. de door het kabinet vastgestelde Kaderstellende visie Toezicht9. de door de ministeries aangemelde toezichtarrangementen zijn naar aanleiding van de zelfevaluaties aangepast aan de Kaderstellende visie Toezicht9. In 2003 is de Ambtelijke Commissie Toezicht II onder voorzitterschap van mw, Sint ingesteld. Er is een begin gemaakt met de eerste tranche van zelfevaluaties
 10. stimuleren van een samenhangende aanpak van beleidsterreinen binnen de rijksoverheid10. een samenhangende kwaliteitsaanpak waaronder toepassing van interdepartementale beleidsvisitaties10. ontkokerde werkwijze op twee interdepartementale beleidsterreinen10. De zelfevaluatie door betrokken departementen heeft plaatsgevonden van twee interdepartementale beleidsterreinen. Twee onafhankelijke visitatie-commissies hebben deze zelfevaluatie getoetst (rapportage in februari 2004).
 11. invoering direct gekozen burgemeester11. het huidige stelsel inzake aanstelling van de burgemeester11. wijziging van de gemeentewet en andere regelingen gericht op directe verkiezing. Daarnaast afschaffing openbaarheid van de aanbeveling en afschaffing mogelijkheid burgemeestersreferendum11. Hoofdlijnennotitie direct gekozen burgemeester is op 26 september 2003 aan de TK aangeboden en inmiddels in december 2003/januari 2004 in AO besproken. Ambtelijke voorbereiding van de benodigde wetgeving is gestart.Wetsvoorstel tot wijziging huidige benoemingsprocedure (kamerstukken II, 2003/2004 29 012) is inmiddels door de TK aanvaard. Overigens ziet dit wetsvoorstel op de beperking van de openbaarheid van de aanbeveling tot de eerstaanbevolene en niet op een algehele afschaffing van de openbaarheid, noch op afschaffing van het burgemeestersreferendum zoals abusievelijk fout bij de streefwaarde is vermeld.
6.3. Het ontwikkelen van de rechtspositie en van het arbeidsvoorwaardenbeleid van politieke ambtsdragers1. gebruik vaste opleidingsaanbod1. in 2002 is er nog geen vast opleidingsaanbod1. in 2003 maken minimaal 300 burgemeesters gebruik van het vaste opleidingsaanbodDe door het NGB uit te voeren evaluatie van het professionaliseringsfonds in 2005 zal inzicht geven in het gebruik van het opleidingsaanbod.
 2. tevredenheidsonderzoek onder burgemeesters naar opleidingsfonds en aanbod2. in 2002 is er nog geen tevredenheidsonderzoek2. uit het tevredenheidsonderzoek moet blijken dat de burgemeesters tevreden zijn over het opleidingsfonds en het aanbodNGB evaluaeert in 2005 tevredenheid deelnemers
 3. beschikbaar stellen van handreiking voor raad en burgemeester3. in 2002 is er nog geen handreiking3. in 2003 dient er een handreiking beschikbaar gesteld te worden voor raad en burgemeesterHandreiking beschikbaar in 2004
 4. tevredenheidsonderzoek deelnemende burgemeesters kwaliteit individueel oriëntatietraject4. in 2002 is er nog geen individueel oriëntatietraject4. in 2003 dient uit het tevredenheidsonderzoek het nut van individuele trajecten te blijkenPilot individuele loopbaantrajecten wordt medio 2004 geëvalueerd.
 5. het zorgdragen voor arbeidsvoorwaarden die in overeenstemming zijn met de aard en zwaarte van de politieke functies en die in redelijke verhouding staan tot de beloningstructuur in met name de publieke sector5. – de huidige rechtspositiebesluiten– de notitie rechtspositie politieke ambtsdragers (2002)5. consistentere beloningsstructuur– opnieuw bezien van de regelingen inzake inkomsten uit nevenfuncties– modernisering pensioenregelingen– meer aandacht voor vorming en opleiding van politici en voor de positie van gewezen politieke ambtsdragersDe notitie Rechtspositie politieke ambtsdragers is voor advies voorgelegd aan de Tijdelijke adviescommissie beloning en rechtspositie ambtelijke en politieke topstructuur (Commissie Dijkstal). Het advies van deze commissie wordt verwacht in het voorjaar van 2004. Het kabinet zal er dan een standpunt over formuleren.– BZK maakt deel uit van de ingestelde Raad van advies van het Professionaliseringsfonds Burgemeesters (2003), die toeziet op het gebruik en de waardering van de kwaliteit van het opleidingsaanbod voor burgemeesters.
6.4. Het faciliteren van politieke partijen door uitvoering van de wet op de subsidiëring politieke partijenhet scheppen van randvoorwaarden voor het democratisch proces en het daartoe inrichten van een inzichtelijk systeem van de financiering van politieke partijende notitie herijking subsidiëring politieke partijen van april 2002 de (gewijzigde) wet subsidiëring politieke partijenuitbreiding van de wet subsidiëring politieke partijen tot een wet op de partijfinancieringIn voorbereiding is een wijziging van de Wet subsidiëring politieke partijen (i.v.m. verhoogde subsidiebedragen)

2. Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Operationele doelstelling 2: Het ontwikkelen en onderhouden van beleid en regelgeving op het terrein van de inrichting en werking van het openbaar bestuur en van interbestuurlijke samenwerking

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

A.Gemeenten en provincies. Met het oog op bovenstaande doelstellingen moet er in gemeenten en provincies een duidelijker rolverdeling tussen raad en bestuur gerealiseerd worden. Deze nieuwe rolverdeling betekent dat bestuursbevoegdheden bij het bestuur worden geconcentreerd en dat de kaderstellende, vertegenwoordigende en controlerende functies van gemeenteraden en provinciale staten worden versterkt. De invoering van de direct gekozen burgemeester wordt voorbereid
B.Rijk. De Minister van BZK is verantwoordelijk voor een goede bestuurlijke inrichting en optimaal functioneren van de rijksoverheid. Die verantwoordelijkheid krijgt inhoud door het kabinetsstandpunt borgen publiek belang uit te dragen bij voorgenomen wijzigingen van publieke taken in de verhouding van markt en overheid. Centraal staat de vraag hoe een minister zijn verantwoordelijkheid het beste waar kan maken. Daarbij komen onder andere sturing, toezicht en verantwoording aan de orde. Het gaat er steeds om dat de publieke taken goed worden uitgevoerd
C.Interbestuurlijke samenwerking. Burgers hebben geen boodschap aan de vraag wie problemen oplost, als het maar gebeurt: voor burgers is er één overheid, en is de overheid één. Dat vraagt om een dienstverlenende overheid, dat vraagt om gebiedsgerichte én probleemgerichte samenwerking en afstemming tussen rijk, provincies en gemeenten; dat vraagt om transparantie, om inzicht in de samenhang tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen en om het afleggen van verantwoording. Daarvoor is het ook nodig de samenwerking tussen afzonderlijke publieke dienstverleners te versterken om cliënten beter te helpen. BZK zet zich voor dit alles in.

A. Er wordt volop ervaring opgedaan met de nieuwe rolverdeling tussen gemeenteraad en burgemeester en wethouders, respectievelijk provinciale staten en gedeputeerde staten. Over allerlei aspecten van het gedualiseerde bestuursstelsel wordt in woord en geschrift gecommuniceerd. Gaandeweg zal de nieuwe werkwijze hierdoor steeds vertrouwder gaan worden en naar verwachting vruchten gaan afwerpen.

De voorbereidingen voor de invoering van de gekozen burgemeester zijn gestart, overigens zonder daarin onomkeerbare stappen te zetten.

De rol van het kabinet op het gebied van gemeentelijke herindelingen is terughoudend en vooral faciliterend voor gemeenten of provincies. Die rol is adequaat ingevuld.

B. Het naleven van de Kaderstellende visie toezicht door middel van evaluatie en toetsing, een meerjarig programma dat doorloopt tot 2005 als de eindrapportage aan de Kamer zal worden aangeboden, is voor de verantwoordelijke ministers de basis voor eventuele verbeteringen.

Daarnaast worden de publieke prestaties verbeterd door de uitwisseling van de benchmark van uitvoeringsorganisaties.

Door zelfevaluatie en beleidsvisitatie op twee interdepartementale beleidsterreinen wordt een samenhangende aanpak van beleidsterreinen binnen de rijksoverheid beoogd.

C. Op interbestuurlijk terrein beoogt BZK de samenwerking tussen afzonderlijke publieke dienstverleners te versterken en zo te komen tot een dienstverlenende overheid die aansluit bij de ontwikkelingen in en de wensen van de maatschappij. Om dit doel te bereiken, is een kabinetsprogramma gestart om te komen tot ingrijpende veranderingen bij de overheid en de wijze waarop de overheid haar taken voor de burgers uitvoert.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

A. De verschillende wetgevingstrajecten met het oog op de dualisering zijn of worden afgerond. Na de Wet dualisering gemeentebestuur, die in 2002 in werking is getreden, is in 2003 ook de Wet dualisering provinciebestuur van kracht geworden. Wetsvoorstellen tot aanpassing van de relevante medebewindswetgeving zijn ingediend bij het parlement. Verder zijn de eerste stappen gezet ter voorbereiding van de wettelijk verplichte evaluatie van de dualisering op gemeentelijk niveau voor 1 januari 2005. De uitvoering van de Vernieuwingsimpulsen voor de dualisering in relatie tot de lokale en provinciale democratie is overgedragen aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, respectievelijk het Interprovinciaal Overleg. Deze impulsen zijn ook in 2003 gesubsidieerd door BZK.

Het kabinet heeft haar voornemens ten aanzien van de invoering van de direct gekozen burgemeester beschreven in de Hoofdlijnennotitie direct gekozen burgemeester die op 26 september 2003 naar de Tweede Kamer is gestuurd (kamerstukken II, 2003/2004, 29 223, nr. 1). In de hoofdlijnennotitie wordt geschetst waarom het kabinet invoering van een gekozen burgemeester nodig vindt, welke doelstellingen het kabinet hiermee wil bereiken en welke positie de nieuwe burgemeester binnen het gemeentelijk bestel zal innemen. Voorts wordt aandacht besteed aan de vormgeving van de burgemeestersverkiezingen, enkele aspecten van de burgemeester als ambtsdrager en de overgang van het huidige naar het nieuwe stelsel.

De betrokken (belangen) organisaties waren verzocht om commentaar op hoofdlijnen ten aanzien van de Hoofdlijnennotitie. Ter voorbereiding van het hoofdlijnendebat met de Kamer over de Hoofdlijnennotitie, is op 5 december 2003 een brief aan de Kamer gestuurd met een reactie op de van de (belangen) organisaties ontvangen commentaren (kamerstukken II, 2003/20, 29 223, nr. 1). Op 10 december 2003 en 27 januari 2004 hebben de Ministers van BZK en voor BVK met de VCBZK van gedachten gewisseld over de hoofdlijnennotitie en de commentaren van (belangen) organisaties.

De voorbereiding van de noodzakelijke wetgeving voor de invoering van de gekozen burgemeester is inmiddels gestart. Het voornemen bestaat om het wetsvoorstel voor de zomer van 2004 aan de Raad van State aan te bieden.

Op 13 december 2002 heeft het kabinet het Beleidskader gemeentelijke herindeling vastgesteld en aan de Tweede Kamer toegezonden. Inmiddels is gebleken, dat dit beleidskader op een breed draagvlak mag rekenen. Op basis van dit beleidskader neemt het kabinet zelf geen initiatieven tot gemeentelijke herindeling. Gemeentelijke herindeling vindt plaats op verzoek van betrokken gemeenten of op voorstel van de provincie. Bij de beoordeling van herindelingsvoorstellen staan de criteria bestuurskracht en draagvlak voorop. Vier andere beoordelingscriteria van het beleidskader zijn duurzaamheid, interne samenhang van de nieuwe gemeente, regionale samenhang en evenwicht en planologische ruimtebehoefte. Tegen de achtergrond van dit beleidskader kon een aantal herindelingen op een goede wijze tot afronding komen, met name van het Westland en de fusie van de gemeenten Geldrop en Mierlo. Ook voor de komende jaren zijn herindelingsvoorstellen in voorbereiding, respectievelijk worden door gemeenten of provincies herindelingsprocedures gevoerd.

De nieuwe voorschriften voor de begrotings- en verantwoordingscyclus voor provincies en gemeenten zijn gereed en worden vanaf de begroting 2004 geïmplementeerd. Dit traject wordt begeleid via voorlichting en het beantwoorden van vragen. In 2004 wordt een aanvang gemaakt met de Jaarlijkse evaluatie Financiële Functie (JEFF).

In het hoofdlijnenakkoord is vastgelegd dat de OZB gebruikersheffing op woningen zal worden afgeschaft. De resterende OZB grondslagen zullen worden gemaximeerd. In 2003 is een start gemaakt met de voorbereidingen. Aan de Kamer is een brief gezonden waarin de hoofdlijnen ten aanzien van de compensatie van gemeenten en de wijze van maximering is toegelicht. In 2004 zal het wetgevingstraject vorm gegeven worden.

B. Op het beleidsterrein van de bestuurlijke inrichting van de rijksoverheid met het oog op een goede uitvoering van publieke taken is in 2003 de Ambtelijke Commissie Toezicht II ingesteld. Deze commissie toetst de zelfevaluaties van toezichtarrangementen door ministeries aan de Kaderstellende visie op Toezicht. Er is een Interdepartementaal Beleidsonderzoek naar Verzelfstandigde Organisaties op rijksniveau gestart. Daarnaast is het openbaar register van ZBO's tot stand gebracht dat in mei 2004 operationeel zal zijn.

C. De ambitie tot bestuurlijke samenwerking heeft zijn weg gevonden in het kabinetsprogramma Andere Overheid (de Minister voor BVK coördineert dit programma). Ook gemeenten en provincies zijn programma's en activiteiten gestart om deze ambitie van een moderne overheid te realiseren. De inzet van (bestuurlijk) overleg is te komen tot (meer) samenwerking bij de uitvoering van activiteiten teneinde de effectiviteit en efficiëntie te vergroten.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

Voor de uitvoering van artikel 6.2 was voor 2003 een bedrag van € 14,764 mln geraamd. Gedurende het uitvoeringsjaar 2003 heeft een aantal mutaties plaatsgevonden, onder meer als gevolg van herprioriteringen op het terrein van openbaar bestuur en kosten betreffende de overgang van DCIM naar Justitie, waarna het beschikbare budget circa € 6 mln bedroeg. € 2,5 mln is vrijgekomen ter financiering van de Impuls Burgerparticipatie (artikel 9.3). De realisatie op artikel 6.2 is derhalve uitgekomen op € 3,3 mln. Hiervan zijn ondermeer de kosten met betrekking tot Dualisering Gemeentebestuur en Dualisering Provinciebestuur betaald.

Operationele doelstelling 3: Het ontwikkelen van de rechtspositie en van het arbeidsvoorwaardenbeleid van politieke ambtsdragers

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

A.BZK wil randvoorwaarden scheppen om de toegang tot het openbaar bestuur en volksvertegenwoordiging te waarborgen. De bezoldiging en de overige rechtspositionele voorzieningen dienen passend en toereikend te zijnContinu proces
B.BZK wil burgemeesters in staat stellen het ambt zo goed mogelijk uit te voeren. Daarom worden mogelijkheden geschapen de professionaliteit van het functioneren te ontwikkelen én te onderhouden. Hiervoor wordt een samenhangend pakket aan ondersteunende instrumenten ter beschikking gesteld. De positie van de burgemeester ten opzichte van de raad zal worden bezien vanuit de gewijzigde benoemingsprocedure, ontslagmogelijkheden en duale verhoudingen. Voorts zullen mogelijkheden tot oriëntatie op de toekomst van de loopbaan geboden wordenContinu proces

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

A. In de integrale beleidsnotitie rechtspositie politieke ambtsdragers (kamerstukken II, 2001/2002, 28 479) zijn een aantal voorstellen gedaan, waarvan de uitvoering dient te leiden tot normalisering en modernisering van de rechtspositie van politieke ambtsdragers. Deze notitie is door het kabinet voor advies aan de Tijdelijke adviescommissie beloning en rechtspositie ambtelijke en politieke topstructuur voorgelegd. In het voorjaar van 2004 wordt het advies van deze commissie verwacht en zal het kabinet een standpunt formuleren.

B. Met de komst van het professionaliseringsfonds burgemeesters in 2003 is deze beroepsgroep nu in staat de professionaliteit te onderhouden en verder te ontwikkelen. BZK maakt deel uit van ingestelde raad van advies van het professionaliseringsfonds die toeziet op het gebruik en de waardering van de kwaliteit van het aanbod. Er wordt nu gewerkt aan de beschrijving van het beschikbare en nog te ontwikkelen opleidingsaanbod in termen van bestuurscompetenties en vaardigheden voor het burgemeestersambt.

Een onderdeel van de in het voorjaar van 2004 te verschijnen evaluatie van het individueel loopbaanoriëntatie traject vormt een onderzoek naar de tevredenheid van de deelnemers aan het traject. Een handreiking voor het organiseren van functioneringsgesprekken tussen raad en burgemeester zal in de eerste helft van 2004 beschikbaar worden gesteld.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

€ 5,482 mln. Met inbegrip van alle wachtgeldkosten voor burgemeesters die bij herindeling ontslag kregen.

Operationele doelstelling 4: Het faciliteren van politieke partijen door uitvoering van de Wet op de subsidiëring politieke partijen

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

Politieke partijen vervullen een essentiële functie binnen het stelsel van de representatieve democratie. Uit de voorwaardenscheppende taak van het Rijk voor het democratisch bestel vloeit de zorg voort voor een adequaat niveau alsmede een transparant systeem van inkomsten van politieke partijen, dat past bij de maatschappelijke ontwikkelingenContinu proces

Politieke partijen vervullen een essentiële functie binnen het stelsel van de representatieve democratie. Uit de voorwaardenscheppende taak van het Rijk voor het democratisch bestel vloeit de zorg voort voor een adequaat niveau alsmede een transparant systeem van inkomsten van politieke partijen, dat past bij de maatschappelijke ontwikkelingen.

In 2003 is ter uitvoering van de Wet subsidiëring politieke partijen subsidie verstrekt aan alle politieke partijen met een of meer zetels in de Tweede en/of Eerste Kamer.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

Inmiddels wordt een wijziging van de Wet subsidiëring politieke partijen voorbereid op basis van de voorstellen in de notitie Herijking Wet subsidiëring politieke partijen (april 2002) en de standpuntbepaling op de notitie Herijking Wet subsidiëring politieke partijen (oktober 2003). Met de politieke partijen heeft overleg over deze beide voorstellen plaatsgevonden. De VNG en het IPO zijn over de voorstellen geïnformeerd en hebben een reactie kunnen geven. De Tweede Kamer heeft aangegeven over de voorstellen te beraadslagen op basis van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet subsidiëring politieke partijen.

Begin 2003 is aan de partijen een voorschot op de subsidie betaald over het jaar 2003. In november 2003 is in het kader van de verantwoording van de subsidie over 2002 het restant van de subsidie over dat jaar (na aftrek van het voorschot, betaald in 2002) uitbetaald aan de politieke partijen. De verantwoording en uitbetaling van de restantsubsidie over 2003 zal plaatsvinden eind 2004. Van één politieke partij is de vaststelling van de subsidie over 2002 nog niet afgerond.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

In totaal is circa € 10,1 mln uitgekeerd als subsidie aan politieke partijen. Daarvan bedroeg het totaal aan verleende voorschotten over het jaar 2003 circa € 7,8 mln. Het resterende bedrag heeft betrekking op de restantsubsidie over 2002 (circa € 2,2 mln). Het verschil met het begrote bedrag wordt veroorzaakt voor zover niet het maximale subsidiebedrag kon worden toegekend, en van één politieke partij kon de restantsubsidie over 2002 nog niet worden uitbetaald.

3. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
6: Functioneren Openbaar BestuurRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen20 09425 27976 10129 23238 847– 9 615
1. apparaat6 9517 4848 0018 5578 241316
2. inrichting en werking openbaar bestuur3 0616 24549 2433 63614 764– 11 128
3. rechtspositie en arbeidsvoorwaardenbeleid politieke ambtsdragers5 6255 4776 2686 9985 5671 431
4. faciliteren politieke partijen4 4576 07312 58910 04110 275– 234
       
Uitgaven19 75223 95951 67227 35438 847– 11 493
1. apparaat6 8857 4697 8618 4688 241227
2. inrichting en werking openbaar bestuur2 9705 77826 4813 31514 764– 11 449
3. rechtspositie en arbeidsvoorwaardenbeleid politieke ambtsdragers5 4415 5996 0495 4825 567– 85
4. faciliteren politieke partijen4 4565 11311 28110 08910 275– 186
       
Ontvangsten2026434 901790172618

BELEIDSARTIKEL 7: INFORMATIEBELEID OPENBARE SECTOR

1. Algemene beleidsdoelstelling

Met inzet van ICT bevorderen van een toegankelijke en meer responsieve overheid en bevorderen dat de gegevens omtrent de identiteit van burgers zorgvuldig wordt vastgelegd en gebruikt.

De beleidsfocus is gericht op alle burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. De Minister voor BVK is verantwoordelijk voor de stimulering van alle overheidsorganisaties, en zeker de Rijksoverheid, informatie- en communicatietechnologie (ICT) te benutten om de volgende effecten te bereiken:

– een toegankelijke en aanspreekbare (responsieve) overheid; een overheid die:

• openheid toont door informatie ook elektronisch beschikbaar te stellen,

• open staat voor signalen vanuit de omgeving, ook als deze langs elektronische weg zijn ontvangen,

• adequaat reageert op die signalen,

• verantwoording aflegt over haar handelen;

– een beter presterende overheid: een overheid die:

• beter haar doelen bereikt (effectiever is),

• met lagere kosten (efficiënter is),

• op een klantvriendelijke wijze,

• afgestemd op de verwachtingen van burgers, bedrijven en instellingen;

– een overheid die persoonsgegevens zorgvuldig vaststelt, vastlegt en gebruikt;

– een overheid die in het gebruik van ICT tot de koplopers in Europa behoort.

Overzicht prestatiegegevens
operationele doelstellingprestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
7.2. Het stimuleren van de verbetering van de publieke dienstverlening, van de toegankelijkheid van overheidsinformatie en van de participatie in het beleidsproces zoals neergelegd in de nota's Elektronische Overheid en Contract met de Toekomst1. percentage websites met interactieve beleidsvormingsinstrumenten15%25%26%
 2. percentage van de totale publieke dienstverlening die elektronisch uitvoerbaar is25%35%42%
 3. percentage van de provincies en gemeenten in Nederland dat hun staten- respectievelijk raadsinformatie op systematische wijze op internet toegankelijk gemaakt. [100% van alle gemeenten heeft eind 2002 een website conform de doelstelling]50%90%88%
7.3. Het bevorderen van een goed functionerende en betrouwbare informatie-infrastructuur binnen de openbare sector, zoals neergelegd in de nota's Elektronische Overheid en Contract met de Toekomst1. percentage rijksambtenaren aangesloten op RYXpm80%68%
 2. percentage van alle elektronische transacties met de overheid waarbij de elektronische handtekening wordt gebruikt05%181 000 tussenrapportage eind 2003
 3. stroomlijning Basisgegevens, aantal gerealiseerde basisregistraties03zie tekst voor toelichting
 4. vertrouwen van de burger in de wijze waarop overheid met gevoelige elektronische informatie omgaat (basiswaarde wordt in 2002 nader onderzocht!)pmtoename met 0,3 puntzie tekst voor toelichting
 5. productierealisatie archiefbewerkings-verplichting van raamconvenant door de CAS80–8090–90 
7.4. Het instandhouden en optimaliseren van de reisdocumentenketen en het instandhouden en ontwikkelen van het GBA-stelsel zoals neergelegd in de Paspoortwet en de wet GBA1. klanttevredenheid7.07,17,0
 2. GBA-audit; percentage van gemeenten die in één keer slagen30%40%34%
 3. reisdocumentenaudit: percentage van gemeenten die slagenpmpmpm
 4. GBA-controle afnemers: percentage van afnemers die slagenpmpmpm

Toelichting bij 7.4:

1. Een 7,2 is ongeveer het hoogst haalbare volgens het NIPO. Het is steeds moeilijker om aan een 7.0 te halen omdat de verwachtingen steeds hoger worden naarmate de tevredenheid hoog is.

2. De streefwaarde van de GBA-audit is niet gehaald omdat de problemen voor de gemeenten zich bevinden in het procesmatige deel van de audit. Vanaf 1 juli 2002 zijn een aantal wijzigingen aangebracht in het procesmatige deel van de audit. Niet alleen zijn de normen aangescherpt, ook de werking van een aantal onderdelen wordt getoetst door de audit instellingen. BPR zal in februari 2004 een brochure gericht op het procesmatige deel van de audit uitbrengen. Hiermee wordt een handvat geboden aan gemeenten dat hen kan helpen bij de voorbereidingen op het procesmatig deel van de audit.

2. Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Operationele doelstelling 2: Het stimuleren van de verbetering van de publieke dienstverlening, van de toegankelijkheid van overheidsinformatie en van de participatie in het beleidsproces zoals neergelegd in het actieprogramma Elektronische Overheid en de nota Contract met de Toekomst

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

De in de begroting voor 2003 vastgestelde doelstelling was een toegankelijke, transparante en efficiënte overheid met een niveau van dienstverlening dat voldoet aan de hoge verwachtingen van de samenleving in de 21ste eeuw, waarbij niet het product maar de wensen van burgers en bedrijven centraal staan. Hiervoor zijn streefwaarden geformuleerd en hierna wordt de stand van zaken weergegeven.

Eind 2003 kan 42% van de totale publieke dienstverlening elektronisch worden uitgevoerd. De begrotingsdoelstelling voor 2003 is hiermee gehaald.

Eind 2003 publiceert 85% van de gemeenten en 92% van de provincies een besluitenlijst van de komende raads-en commissievergaderingen respectievelijk van de vergaderingen in Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten. Het percentage gemeenten dat raadsinformatie op systhematische wijze ontsluit blijft hierbij onder de voorgenomen 90%. De streefwaarde ten aanzien van publieke beleidsmakende instanties (oftewel ministeries, provincies, waterschappen en gemeenten) met een website met interactieve beleidsvormingsinstrumenten was voor eind 2003 25%. Deze doelstelling is met een percentage van 26% gehaald.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

A. Dienstverlening. Ook in 2003 had elektronische dienstverlening hoge prioriteit. Zo is in maart 2003 de Rijksproductencatalogus op www.overheid.nl operationeel geworden. De Rijksproductencatalogus bevat informatie over producten van de gehele overheid zoals subsidies, vergunningen, belastingen, uitkeringen, etc, inclusief een link naar de website van de verantwoordelijke organisatie en eventueel een (aanvraag)formulier om te downloaden. Ook is in 2003 het programma Egem van start gegaan en is BZK gaan deel nemen aan het al lopende programma PEP (programma elektronische provincie). Binnen het programma Egem, dat is opgezet in samenwerking met de VNG, werken rijk, gemeenten en andere belanghebbende organisaties samen om gemeenten te ondersteunen bij de inzet van ICT om zo beter te kunnen presteren. Hiertoe worden diverse producten en diensten ontwikkeld, zoals standaarden, referentiemodellen en gemeenschappelijke diensten die aantoonbare baten opleveren voor gemeenten. Het programma PEP is een project van de gezamenlijke provincies en het Rijk, gericht op elektronische dienstverlening.

In het kader van de superpilots wordt in de gemeenten Eindhoven/Helmond, Enschede en Den Haag de integratie van fronten backoffice gerealiseerd. De eerste resultaten zijn inmiddels via het internet beschikbaar op www.superpilots.nl en zullen daarnaast ook in nauwe samenwerking met het programma Egem onder de gemeenten in Nederland worden verspreid.

B. Toegankelijkheid. De website www.overheid.nl is in het voorjaar van 2003 geheel vernieuwd en uitgebreid met twee majeure informatiebronnen te weten het Basiswettenbestand en de elektronische Staatsalmanak, welke geïntegreerd zijn in de website. In samenwerking met een aantal gemeenten en provincies is gestart met de ontwikkeling van instrumenten om gemeentelijke en provinciale verordeningen digitaal te publiceren. Om wetgeving elektronisch officieel bekend te kunnen maken, dient de Bekendmakingswet te worden gewijzigd. De voorbereidingen hiervoor zijn inmiddels in gang gezet.

C. Participatie. Om de doelstelling met betrekking tot het aantal organisaties met een website met interactieve beleidsvormingsinstrumenten te realiseren is het subsidieplafond van de Stimuleringsregeling Interactieve Beleidsvorming, uit hoofde waarvan gemeenten, provincies en kaderwetgebieden een bijdrage konden krijgen voor het experimenteren met internetgereedschappen (chats, opiniepeilingen) eind 2002 verhoogd. In totaal zijn uit hoofde van deze Regeling 124 bijdragen toegekend, waarmee het budget is uitgeput en de regeling is komen te vervallen.

ICT-Kanskaarten: Ja. In een ICT-kanskaart wordt, redenerend vanuit actuele maatschappelijke opgaven, samen met betrokken organisaties in de keten de concrete toegevoegde waarde van ICT geformuleerd én getest met het doel publieke prestaties te verbeteren. In 2003 is gestart met vier nieuwe ICT-kanskaarttrajecten op maatschappelijk urgente beleidsthema's. Het gaat om de ICT-kanskaart Vergrijzing, de ICT-kanskaart Brandweerzorg, de ICT-kanskaart Sociale Cohesie en de ICT-kanskaart Ketenhandhaving Milieu. Deze laatste is reeds afgerond. De ICT-kanskaarten Vergrijzing, Brandweerzorg en Sociale Cohesie komen begin 2004 tot afronding. In 2004 zullen nieuwe ICT-kanskaarten worden opgestart in het kader van het Programma Andere Overheid.

In navolging van de geformuleerde ICT-kansen in de ICT-kanskaarten worden in het land diverse proefprojecten opgestart om het maatschappelijk rendement van ICT-toepassing in de praktijk te testen. In navolging van de geformuleerde ICT-kansen in de ICT-kanskaarten Toezicht en Handhaving en Ketenhandhaving Milieu worden nu de eerste stappen gezet op weg naar de realisatie daarvan in de praktijk. Het praktijkvervolg van de ICT-kanskaarten uit 2003 zal in 2004 worden ingevuld.

In alle ICT-kanskaarttrajecten spelen partners in de betreffende keten de hoofdrol bij het formuleren van knelpunten in de informatievoorziening en de daaraan te koppelen ICT-oplossingen. Het streven naar een verhoogd maatschappelijk rendement van de betreffende keten geldt daarbij steeds als uitgangspunt. Het Ministerie van BZK speelt de rol van initiatiefnemer, aanjager en facilitator bij de ICT-kanskaarten.

KOA: De parlementaire behandeling van het wetsvoorstel Experimentenwet Kiezen op Afstand is in december 2003 afgerond. De wet is op 11 december 2003 in het Staatsblad verschenen.

De experimenten die voorzien zijn bij de verkiezing voor de leden van het Europees Parlement in juni 2004 zijn binnen het project KOA voorbereid. Een ontwerp-Experimentenbesluit is in december 2003 aan de Eerste en Tweede Kamer gezonden (voorhangprocedure). Over de voortgang van het project KOA zijn in 2003 twee voortgangsrapportages aan de Tweede Kamer gezonden, respectievelijk in maart en in oktober 2003.

Voor het experiment met het stemmen per Internet en telefoon is in opdracht van het Ministerie van BZK een stemdienst ontwikkeld. Vanaf 12 juni 2003 tot 27 november 2003 is de stemdienst aan een serie testen, waaronder twee gebruikersproeven in de vorm van gefingeerde verkiezingen, onderworpen. Nadat de analyse van de testresultaten is afgerond zal formeel de beslissing worden genomen omtrent de acceptatie van de stemdienst. Vanaf 10 december 2003 kunnen kiesgerechtigden die vanuit het buitenland willen stemmen in het registratieformulier aangeven of zij per Internet en telefoon willen stemmen.

De gemeenten Assen, Deventer, Heerlen en Nieuwegein zullen experimenten met het stemmen in een willekeurig stemlokaal. In december 2003 heeft de Minister voor BVK met de vier gemeenten samenwerkingsprotocollen ondertekend waarin afspraken zijn gemaakt omtrent de voorbereiding en uitvoering van de experimenten.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

Er is meer uitgegeven dan begroot, met name ten behoeve van de beleidsactiviteiten op het dossier Innovatieve Beleidsvorming en de stimuleringsregeling gemeentelijke productencatalogus op internet/ Veegactie. De meeruitgaven zijn voor het grootste deel verkregen uit de middelen voor de uitvoering van het Nationaal Actieplan Elektronische Snelwegen. De verantwoording van deze gelden geschied via de begroting van EZ.

KOA: Als gevolg van vertragingen in het project, is het budget KOA in 2003 niet geheel uitgeput.

Operationele doelstelling 3: Het bevorderen van een goed functionerende en betrouwbare informatie-infrastructuur binnen de openbare sector, zoals neergelegd in het actieprogramma Elektronische Overheid en de nota Contract met de Toekomst

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

In de begroting 2003 is als streefwaarde opgenomen dat eind 2003 bij 5% van alle elektronische transacties met de overheid een elektronische handtekening zou worden gebruikt. Bij de operationalisering van het onderzoek naar deze streefwaarde is geconstateerd dat de definitie van elektronische transacties niet eenduidig te geven is. Voor 2004 is dan ook een nieuwe indicator opgenomen die in absolute aantallen de toename van het gebruik van elektronische handtekeningen zal meten. De nulmeting daarvoor wordt op dit moment uitgevoerd.

Uit de tussenrapportage komt naar voren dat in 2003 wel meer dan 180 000 elektronische PKI transacties hebben plaatsgevonden met gebruikmaking van de op een na hoogste vorm van elektronische handtekening: de zogenaamde geavanceerde elektronische handtekening. De nul-meting zal in februari 2004 worden afgerond.

Voor RYX is als streefwaarde in de begroting opgenomen dat 80% van de rijksambtenaren aangesloten zou zijn op het Rijksoverheidsintranet. Gerealiseerd is een percentage van 68%. Als ook de Belastingdienst per 1 maart 2004 aangesloten zal zijn, zal het percentage uitkomen op ca 90%.

Verder is opgenomen dat de komende twee jaar het vertrouwen dat de burger stelt in de wijze waarop de overheid met gegevens omgaat met 0,3 punt toe zou nemen. Uit publicaties van onder meer het Sociaal Cultureel Planbureau is gebleken dat het vertrouwen dat de burger in het algemeen in de overheid stelt, in 2003 ten opzichte van voorgaande jaren sterk is gedaald. Omdat dit vertrouwen in het algemeen een grote invloed heeft op het vertrouwen in de overheid als gegevensbeheerder, was het onrealistisch te verwachten dat de beoogde toename kon worden gerealiseerd. Er is daarom besloten om de meting in 2003 niet te herhalen. De energie wordt nu gericht op maatregelen om de rol van de overheid als vertrouwd gegevensbeheerder verder te stimuleren onder meer door de activiteiten op het gebied van het burgerservicenummer.

Ten aanzien van de stroomlijning van het gegevensbeheer van de overheid is de doelstelling gerealiseerd om de met het (eind 2002 afgeronde) programma Stroomlijning Basisgegevens in gang gezette ontwikkelingen vast te houden en stapsgewijs uit te breiden. Van de door het kabinet als prioriteit aangemerkte 6 authentieke basisregistraties fungeren er drie reeds in belangrijke mate als zodanig (GBA, Kadastrale Registratie en Geografisch Kernbestand). Het Basisbedrijvenregister is sinds begin 2004 in een eerste versie operationeel. Ten aanzien van de basisregistratie van basisregistratie van gebouwen en adressen zijn in 2003 verdere stappen gezet om – zoals gepland – medio 2004 een besluit te kunnen nemen over daadwerkelijke realisatie. Het gedachtegoed van het programma Stroomlijning Basisgegevens is onder de titel Basisregisters opnieuw verankerd in het programma Andere Overheid.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

In 2003 is de Policy Authority (PA) opgericht en met haar werkzaamheden begonnen. Deze organisatie beheert de toelatingseisen op basis waarvan burgers, bedrijven, instellingen en overheidsorganisaties volgens de eisen van de public key infrastructure (PKI) een elektronische handtekening kunnen verkrijgen. In de loop van 2003 heeft de PA een eerste bedrijf goed genoeg bevonden voor voorlopige aansluiting onder het schema van de PKI voor de overheid, wat betekent dat organisaties die met de elektronische handtekening conform de eisen van de overheid aan de slag willen deze nu ook van de markt kunnen betrekken.

Het service-centrum PKI heeft in 2003 gefunctioneerd als expertisecentrum voor de overheid op het gebied van PKI en andere authenticatiemechanismen. Daarbij is met name geadviseerd naar overheid en bedrijfsleven.

Het Rijksoverheidsintranet (RYX) fungeert in 2003 als basisvoorziening voor alle departementen en Hoge Colleges van Staat. De basisvoorziening biedt informatie en functionaliteiten, zoals ANP nieuws, de mobiliteitsbank en interdepartementale samenwerkruimtes. Ook ontsluiten departementen en Colleges via RYX informatie en applicaties van de eigen organisatie voor andere doelgroepen binnen de Rijksoverheid.

In 2004 wordt RYX opnieuw aanbesteed. In dit kader wordt een nieuwe visie op de toekomst van RYX geformuleerd.

De activiteiten ten aanzien van de stroomlijning van het gegevensbeheer van de overheid hadden in 2003 zoals voorzien vooral het karakter van het ondersteunen van reeds (onder verantwoordelijkheid van de respectievelijke vakministers) lopende ontwikkelingen en het stimuleren en agenderen van mogelijke nieuwe authentieke gegevensregistraties.

De naam van het Computer Emergency Response Team voor de Rijksoverheid CERT-RO is in 2003 gewijzigd in GOVCERT.NL. Ten eerste om tot uitdrukking te brengen dat het team diensten op het gebied van preventie, afhandeling en kennisuitwisseling ten aanzien van ICT-gerelateerde veiligheidsincidenten levert aan de gehele overheid. Ten tweede om in het internationale netwerk GOVCERT.NL duidelijk te positioneren als de CERT van de Nederlandse overheid. Het jaar 2003 stond voor GOVCERT.NL in het teken van het uitbreiden en professionaliseren van de dienstverlening, het uitbreiden van het aantal aangesloten overheidsorganisaties en het verbeteren van de internationale samenwerking. Eind 2003 maken bijna alle kerndepartementen en een aantal buitendiensten en agentschappen gebruik van de diensten van GOVCERT.NL. Gesprekken over aansluiting met organisaties buiten de Rijksoverheid zijn gaande. Daarnaast benut GOVCERT.NL alle informatie om burgers en het midden- en kleinbedrijf te informeren. Dit gebeurt onder de naam Waarschuwingsdienst.

De handelingenbank – een instrument bij de digitalisering van overheidsdocumenten en archieven – is in 2003 in gebruik genomen. De handelingenbank wordt momenteel gebruikt door departementen, universiteiten en academische medische ziekenhuizen. Ook gemeenten hebben belangstelling getoond.

De participerende overheidsorganisaties nemen deel in het gebruikersplatform en coördineren het beheer van de handelingenbank. In 2004 worden via een website de software en bijbehorende handleidingen beschikbaar gesteld aan geïnteresseerden.

In de motie Vendrik (kamerstukken II, 2002/2003, 28 600 XIII, nr. 30) wordt het kabinet gevraagd er voor te zorgen dat in 2006 de gehele publieke sector gebruik maakt van open standaarden en open source software. Onder meer in reactie hierop hebben BZK en EZ in 2003 gezamenlijk het programma Open Standaarden en Open Source Software (OSOSS) gestart dat tot doel heeft overheidsorganisaties te ondersteunen bij en te stimuleren tot het gebruik van open standaarden en open source software. In 2003 zijn o.a. de volgende producten door het programmabureau OSOSS opgeleverd: catologi van open standaarden en van open source softwarepakketten en -leveranciers, een licentiewijzer, een uitwisselplatform voor overheidssoftware en handreikingen voor het succesvol toepassen van open standaarden en open source software.

Tenslotte is in 2003 het Implementatieplan voor het burgerservicenummer (BSN) gerealiseerd. Hierin is aangegeven wie een burgerservicenummer gaan krijgen en langs welk invoeringstraject dit zal geschieden. Een analyse van de verschillende activiteiten is uitgevoerd om het burgerservicenummer in 2007 een feit kunnen te laten zijn. Voorgesteld wordt dat niet alleen de burgers die ingeschreven staan in de bevolkingsboekhouding (GBA) maar ook relevante categoriën niet-ingezetenen een BSN krijgen voorzover hiervan de identiteit op een goede manier kan worden vastgesteld. De vorming van een basisregister van niet-ingezetenen is hierbij een belangrijk hulpmiddel. Voor het genereren, distribueren en beheren van het BSN moet een Overkoepelende Beheerorganisatie worden ingericht. Het implementatieplan omvat ook het inrichten van een nationale vertrouwensfunctie die mede moet waarborgen dat de overheidsinstanties op een efficiënte en correcte wijze gegevens met elkaar uitwisselen. Met het tot stand komen van het genoemde Implementatieplan is een belangrijke stap gezet in de toegezegde verdere vormgeving van een modern persoonsnummerbeleid. Op basis van het implementatieplan zal het kabinet in de eerste helft van 2004 de definitieve beslissing tot invoering van het BSN kunnen nemen.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

Er is meer uitgegeven dan begroot, met name ten behoeve van de beleidsactiviteiten op de dossiers Testbed Digitale Bewaring, RYX, OSOSS en PKI. De meeruitgaven zijn voor het grootste deel verkregen uit de middelen voor de uitvoering van het Nationaal Actieplan Elektronische Snelwegen. De verantwoording van deze gelden geschied via de begroting van EZ.

Operationele doelstelling 4: Het instandhouden en optimaliseren van de reisdocumentenketen en het instandhouden en ontwikkelen van het stelsel van de Gemeentelijke Basisadministratie en Persoonsgegevens (GBA) zoals neergelegd in de Paspoortwet en de wet GBA

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

1.Het optimaliseren van het GBA-stelsel door het op termijn online maken van het GBA-stelsel en de kwaliteitsborging van de GBA verder uit te bouwen
2.Het bevorderen van de kwaliteit van de reisdocumentenketen en de beveiliging bij de uitgevende instanties
3.Het beter beveiligen van reisdocumenten tegen zogenoemde look-alike fraude door het onderzoeken van de haalbaarheid om reisdocumenten uit te rusten met een biometrisch kenmerk. Tegelijkertijd wordt de haalbaarheid onderzocht van mogelijkheden om één van de reisdocumenten geschikt te maken voor elektronische identificatie

1. Er is reeds een aantal stappen gezet op weg naar een online GBA-stelsel, en het verder uitbouwen van de kwaliteitsborging van de GBA. Dit is echter een gefaseerd traject (te rekenen van 2001) van 8 jaar en de einddoelstelling is zodoende logischerwijs nog niet gehaald.

2. In 2003 is gestart met het ontwikkelen van het driejaarlijkse externe onderzoek naar de toepassing van de beveiligingsmaatregelen voor de reisdocumenten door gemeenten. Dit heeft geresulteerd in een rapport dat de basis vormt voor de verdere uitwerking van het driejaarlijkse onderzoek.

3. In de eerste helft van 2003 is het onderzoek naar de meest geschikte biometrische techniek voor de bestrijding van look alike fraude afgerond. De vingerscan bleek het meest geschikt voor de bestrijding van deze vorm van fraude. Internationaal is bepaald dat voor grenspassage de gelaatsscan gebruikt gaat worden. Dit heeft geleid tot het voornemen zowel de gelaatscan als de vingerscan in het nieuwe paspoort op te nemen. Over de feitelijke invoering zal pas besloten worden na de voorziene praktijkproef.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

1. De migratie van het GBA-datatransport van X.25 naar TCP/IP verloopt voorspoedig en is in de laatste fase aanbeland. In 2003 zijn er in totaal 260 mailboxen gemigreerd, het betreft voornamelijk mailboxen van afnemersorganisaties. Het aankomende jaar zullen ook de mailboxen van de gemeenten gemigreerd worden. In december 2003 heeft het gebruikersoverleg GBA ermee ingestemd dat op 1 januari 2005 de datatransportlaag X.25 niet langer meer wordt ondersteund. Voor 1 januari 2005 moeten alle deelnemers van het GBA netwerk zijn gemigreerd.

In 2003 zijn de consequenties van het voorgestelde startpakket voor gemeenten en de haalbaarheid ervan onderzocht door een werkgroep waarin 13 gemeenten, de VNG en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken deelnamen. In het najaar van 2003 is bestuurlijke besluitvorming voorbereid die naar verwachting begin 2004 kan worden afgerond. Hierbij worden de adviezen van voornoemde werkgroep betrokken.

De bouw van de Landelijke Raadpleegbare Deelverzameling heeft – zoals voorzien – plaatsgevonden in 2003. In 2004 zal, na een proefperiode met een beperkt aantal gebruikers, de LRD beschikbaar worden gesteld voor gebruik van alle daartoe geautoriseerde GBA-gebruikers. Aansluiting van organisaties zal gefaseerd worden uitgevoerd.

2. Het rapport dat eind oktober 2003 is uitgebracht, vormt de basis voor het ontwikkelen van criteria ter beoordeling van de staat van de gemeentelijke beveiliging. Zodra de criteria zijn ontwikkeld worden deze eerst getest in een pilot bij een aantal gemeenten, alvorens de regeling voor de externe controle definitief vast te stellen. Het is de bedoeling de pilot voor de zomer van 2004 af te ronden. In de zomer van 2003 zijn inderdaad workshops gehouden waarin aan een aantal gemeentelijke functionarissen is gevraagd om mee te denken over de opzet van het driejaarlijkse externe onderzoek. Er zullen nog specifieke workshops voor beveiligingsmedewerkers volgen zodra bekend is hoe het driejaarlijkse externe onderzoek eruit komt te zien. Reeds is op de Klantendag van BPR in november 2003 een workshop informatiebeveiliging georganiseerd die door circa 125 belangstellenden is gevolgd. Daarnaast is in periodiek uitgegeven brochures aandacht geschonken aan de – wettelijke – verplichtingen van gemeenten omtrent de beveiligingsmaatregelen rondom de uitgifte van reisdocumenten.

3. Het wetsvoorstel (wijziging van de Paspoortwet) om opname van biometrische kenmerken in het Nederlandse Paspoort mogelijk te maken is in behandeling bij de Tweede Kamer. Het Nederlandse initiatief om te komen tot een afstemming rondom reisdocumenten heeft geleid tot het oprichten van het EFTD (European Forum for Travel Documents). Om te komen tot een overwogen beslissing over de invoering van biometrie op reisdocumenten was voor 2003 een praktijkproef gepland, in verband met politieke besluitvorming is deze proef verschoven naar 2004.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

Er is op artikel 7.4 € 45,9 mln uitgegeven. € 2,8 mln hiervan is uitgegeven aan KOA . KOA wordt echter verantwoord op artikel 7.2 en de uitgave had eigenlijk op artikel 7.2 moeten worden verantwoord. Gecorrigeerd voor KOA is er op artikel 7.4 € 43,1 mln uitgegeven aan het agentschap BPR. Het agentschap heeft echter € 4,4 mln minder uitgegeven dan verwacht aan het begin van het jaar. Hiervan is € 1 mln bij tweede suppletoire wet aangemeld voor eindejaarsmarge. De overige € 3,4 mln is zichtbaar geworden na de sluiting van de boeken van het agentschap, eind januari. Het totale bedrag van € 4,4 mln. wordt terugbetaald aan het moederdepartement. In vorige jaren was het mogelijk de terugbetaling nog in voorgaande jaar te verantwoorden, maar door een gewijzigde systematiek is dit nu niet meer mogelijk. Vandaar dat deze € 3,4 mln pas in 2004 op de BZK-verantwoording zichtbaar wordt.

3. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
7: Informatiebeleid Openbare SectorRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen38 052136 934109 299120 78361 23459 234
1. apparaat3 3973 6442 3382 4832 231252
2. publieke dienstverlening en toegankelijkheid overheidsinformatie10 02753 75814 90737 1839 49927 684
3. informatie-infrastructuur binnen openbare sector4 48527 03645 03835 19915 33819 861
4. reisdocumenten en GBA-stelsel20 14352 49647 01645 91834 16611 752
       
Uitgaven45 470107 66393 61885 04161 23423 807
1. apparaat3 3673 6002 3732 4122 231181
2. publieke dienstverlening en toegankelijkheid overheidsinformatie8 80533 00514 79515 0499 4995 550
3. informatie-infrastructuur binnen openbare sector8 43018 56029 43421 66215 3386 324
4. reisdocumenten en GBA-stelsel24 86852 49847 01645 91834 16611 752
       
Ontvangsten60 95049 04553 67142 34431 19811 146

BELEIDSARTIKEL 9: GROTESTEDENBELEID

1. Algemene beleidsdoelstelling

Het stimuleren van complete steden

Het doel van het grotestedenbeleid is te komen tot complete steden, dat wil zeggen, steden die gebruik maken van kansen en weerstand kunnen bieden aan bedreigingen. Om deze reden wordt in 25 grote steden een grotestedenbeleid gevoerd en in 5 steden een partieel grotestedenbeleid. De G25 hebben een visie tot en met 2010 opgesteld en deze voor de jaren 1999–2003 uitgewerkt in een Meerjarig Ontwikkelingsprogramma (MOP).

Op basis van deze MOP's zijn convenanten gesloten waarin enerzijds het Rijk meerjarige budgetten toekent, en anderzijds de steden prestatieafspraken hebben gemaakt.

In 2003 zijn de convenanten met een jaar verlengd om zodoende aan te sluiten bij de convenantsperiode van Investeringsbudget Stedelijke vernieuwing (ISV; betreft een rijkssubsidie van VROM om de leefbaarheid van steden te verhogen). Hiermee is ook de datum voor de inhoudelijke verantwoording van de convenanten verschoven van 2004 naar 2005. Er zijn in het kader van de verlenging van de convenanten aanvullende afspraken gemaakt met de steden op het gebied van veiligheid en inburgering. Hiertoe zijn onder meer de Bijdrageregelingen Sociale integratie en veiligheid G25 en Leefbaarheid partiële GSB-steden verlengd (Stcrt. 2003, 179 – Bijdrageregeling Sociale integratie en veiligheid G25; en Stcrt. 2003, 188 – Bijdrageregeling Leefbaarheid partiële GSB-steden).

De verlenging van de convenantsperiode is gepaard gegaan met een aanpassing van de resultaatsafspraken zoals vastgelegd in de stadsconvenanten 1999–2003. Deze resultaatsafspraken zijn, met uitzondering van de hieronder beschreven aanvullende doelstellingen, met een jaar naar evenredigheid aangepast. Dit houdt in dat de ambities voor de jaren 1999 t/m 2003 met één jaar, ofwel 20%, zijn verhoogd. Uitzonderingen gelden voor veiligheid en inburgering omdat hierover de aanvullende outputafspraken zijn gemaakt. In verband met de invoering van de Wet Werk en Bijstand, respectievelijk afspraken van EZ met de steden, zijn binnen de pijler Economie en Werk ook het werkdeel en de niet-fysieke stadseconomie uitgezonderd van deze algemene verhoging. Ook ISV is hiervan uitgezonderd omdat op dat gebied de afspraken al zijn gemaakt voor de gehele periode t/m 2004.

Op het gebied van veiligheid zijn met de steden afspraken gemaakt over realisatie van toezicht op locaties met een verhoogd risico; realisatie van een sluitende aanpak van sociale opvang en hulpverlening gericht op overlastgevende personen (waaronder dak- en thuislozen) met gecompliceerde, meervoudige problemen; en realisatie van een verbeterde nazorg van stelselmatige daders.

De afspraken omtrent veiligheid zijn in juli en augustus 2003 door de Minister voor BVK bekrachtigd.

Met de verlenging van de regelingen en het maken van aanvullende afspraken is tevens een juridische basis geschapen voor de uitkering van middelen in het kader van het Amendement Rietkerk (bij behandeling in de Tweede Kamer van de BZK-begroting 2003) voor Maatschappelijke Opvang en een eenmalige bijdrage voor het structureel maken van ID-banen of het aanbieden van opleidingen aan ID-baners op het gebied van veiligheid. Over het zogenoemde verlengingsjaar is de Tweede Kamer met brief van 4 juli 2003 (kamerstukken II, 2002/2003, 21 062, nr. 108) geïnformeerd.

2003 is ook het jaar geweest waarin voorbereidingen zijn getroffen voor de beleidsmatige verantwoording in 2005 over de afspraken in de convenanten GSB II die door steden zijn uitgewerkt in Meerjarige Ontwikkelingsprogramma's (MOP's) (zie ook brief 4 juli 2003 -kamerstukken II, 2002/2003, 21 062, nr. 108).

De totale beleidsmatige verantwoording GSB II bestaat uit 2 onderdelen. Ten eerste omvat het de verantwoording over de regelingen die vallen onder het GSB (zie hiervoor het Extra Comptabel Overzicht (ECO) GSB, bijlage bij het Jaarverslag BZK), die in een aantal gevallen ook beleidsinformatie vraagt. Ten tweede behelst het de verantwoording over de Meerjarige Ontwikkelingsprogramma's (dus de verantwoording op convenantsniveau). De verantwoording over het MOP is vooral gericht op de doelbereiking van outcomedoelstellingen/indicatoren en procesafspraken. In de onderbouwing wordt gevraagd in te gaan op prestaties/inspanningen die hebben bijgedragen aan de realisatie van de doelstellingen en indicatoren.

Begin 2004, is de outline voor de beleidsmatige verantwoording definitief afgestemd met de steden en door de ministerraad vastgesteld.

Tot slot is in 2003 gewerkt aan de voorbereidingen voor een nieuwe convenantsperiode voor het Grotestedenbeleid (GSB III). Middels de brieven d.d. 4 juli 2003 (kamerstukken II, 2002/2003, 21 062, nr. 108) en 24 september 2003 (kamerstukken II, 2003/2004, 21 062, nr. 109) is de Kamer in 2003 geïnformeerd over deze voortgang van de uitwerking van de hernieuwde opzet van het grotestedenbeleid. Steden en Rijk hebben gezamenlijk ingezet op de ontwikkeling van GSB III waarbij forse ontbureaucratisering centraal staat teneinde de problemen in de grote steden in samenhang aan te kunnen aanpakken. De huidige verscheidenheid aan beleidskaders en- doelstellingen waaraan de grote steden moeten voldoen, zijn in 2003 vereenvoudigd in een gezamenlijk geïntegreerd GSB-beleidskader voor de periode 2005–2009 (GSB III). De doelstellingen zijn op outcomeniveau geformuleerd.

Voor GSB III worden over deze doelstellingen maatwerkconvenanten met meerjarige meetbare outputafspraken afgesloten tussen steden en Rijk. De afspraken hebben betrekking op het totale ambitieniveau van de stad en niet alleen over dat deel dat met rijksmiddelen wordt gefinancierd. De steden schrijven ter voorbereiding op GSB III ieder een Meerjarig OntwikkelingsPlan (MOP).

In het kader van de voorbereiding op GSBIII zijn aan de steden extra middelen beschikbaar gesteld op het gebied van burgerparticipatie en veiligheid in GSB. De Impuls Burgerparticipatie is een vervolg op Onze Buurt aan Zet (onderdeel van de Bijdrageregeling Sociale Integratie en Veiligheid G25) en heeft als doel het nog tijdens GSB II voorbereiden van activiteiten, projecten en maatregelen ter verbetering van de veiligheid en leefomgeving.

Om aan de voortgang op de algemene beleidsdoelstelling te kunnen meten zijn er twee nader geoperationaliseerde doelstellingen geformuleerd. Hieronder wordt de voortgang in 2003 op deze doelstellingen verantwoord.

Overzicht prestatiegegevens
operationele doelstellingprestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
9.2: Het stimuleren van complete steden door het ontwikkelen van een samenhangend, gecoördineerd en zo nodig ontkokerd beleid, zoals vastgelegd in de convenanten met de grote steden1. de situatie in de grote steden1. de situatie in de grote steden aan het begin van de convenantsperiode in 1998/19991. aan het einde van de convenantsperiode in 2004 een verbetering in de situatie ten opzichte van het begin in 1998/1999 (zie tabel bij operationele doelstelling 2)1. In april 2003 is een geactualiseerd Jaarboek verschenen.Hierin zijn de ontwikkelingen van de 9 doelstellingen tot 2002 weergegeven.
 2. de regulering en administratieve last voor de steden2a. in 2001 is er geen gestroomlijnde financiële verantwoording per pijler. Ook is de planning & control rondom de verantwoording van specifieke uitkeringen veelal losgekoppeld van het proces bij de gemeenterekening2a. stap 1 Harmonisering van de financiële verantwoording. Definanciële verantwoordingen die in 2003 worden ingediend zijn gestroomlijnde financiële verantwoordingen per pijler.stap 2 van de Harmonisering dient in 2003 aan te sluiten bij dedualisering van het gemeentebestuur2a. Voor de sociale pijler is er een geharmoniseerd protocol voor opgesteld voor de financiële verantwoording over 2003 van de regelingen in het GSB. Voor de andere twee pijlers (Fysiek, Werk & Economie) is besloten stap 1 van de harmonisering niet te zetten, aangezien dit volgens de steden juist een verzwaring van de verantwoordingslasten betekent.
  2b. in 2001 is er geen sprake van 1 (virtueel)loket voor beleidsinformatie en verantwoordingsinformatie2b. in 2004 kan bij de indiening van de verantwoording over 2003 en voor beleidsinformatie gebruik worden gemaakt van een virtueel loket bij BZK2b. Als onderdeel van de harmonisering (zie 2.a) is er nu één (fysiek) loket voor indiening van de verantwoording voor de Sociale Pijler.
  2c. werking en vormgeving van het ECO in 20012c. verbeteren, ontwikkelen en implementeren van het ECO als sturingsinstrument in 2003 met als doel transparantie, inzicht in reikwijdte en omvang GSB en sturing2c. In 2003 is de werking van het ECO verbeterd. Het is eenvoudiger en sneller op te stellen, de gegevens zijn adequater en er zitten minder blinde vlekken in. De steden en de TK hebben daardoor meer en betere informatie gekregen over de budgetten in het GSB.
  2d. in 2002 is sprake van versnipperde beleidsinformatie met betrekking tot de regelingen in de pijler Sociale Infrastructuur2d. een set met (ontwerp) indicatoren per domein t.b.v. het volgen van beleid en prestaties in de monitor Sociale Pijler2d. In december 2003 is een pilot van een indicatorenset voor de Sociale Pijler opgeleverd, die mede gebruikt zal worden voor de informatievoorziening in het kader van GSB III.
 3. faciliteren van kennisuitwisseling in en tussen de grote steden op het terrein van grootstedelijke problematiek3. kennisuitwisseling tussen de grote steden op het terrein van grootstedelijke problemen in 20023. verbetering van de kennisuitwisseling tussen grote steden3. Evaluatie KCGS is afgerond, conclusie is dat het Kenniscentrum goed functioneert en derhalve zal worden gecontinueerd.Het Stedelijk Innovatieprogramma (STip) van het KC GS is in 2003 van start gegaan
 4. ICT en sociale kwaliteit in de grote steden4. de situatie in de grote steden op het terrein van ICT en sociale kwaliteit in 20024. in 2004, aan het einde van de huidige convenantsperiode, een verbetering van de sociale kwaliteit en ICT in de grote steden ten opzichte van de situatie in 20024. In oktober 2003 is er een midterm-evaluatie verschenen. Deze evaluatie bevat met name de organisatorische setting. Er is veel diversiteit tussen de broedplaatsen. De effecten op de sociale kwaliteit in de steden zullen duidelijk worden in de eindevaluatie die medio 2005 gepubliceerd zal worden.
 5. de inhoudelijke en financiële voortgang van het Europese programma doelstelling 2 en Urban II in de betrokken steden5. uitvoeringsconvenanten voor doelstelling 2 en Urban II uit 2000 respectievelijk 2001 met afspraken tussen Rijk en steden5a. verkleinen van sociaal economische achterstanden5b. in 2003 vinden voor zowel doelstelling 2 als Urban II de midterm review plaats5. Medio 2003 zijn voor het Doelstelling 2-programma en voor de drie UrbanII -programma's mid-term reviews gehouden. Committering aan projecten verloopt goed, effectmeting zal in 2005 plaatsvinden. De prestatiereserve van D2 wordt waarschijnlijk toegekend. De N+2 regel (verplichte uitgaven eind 2003) is gehaald.
 6. GSB in Europees verband6. situatie in 2002 met betrekking tot GSB6. meer aandacht voor stedelijke problematiek en integrale benadering van het GSB op europees niveau6. BZK heeft samen met VROM voorbereidingen getroffen om het Nederlands voorzitterschap van de EU in 2004 optimaal te benutten voor stedelijk beleid.
 7. bestedings- en beleidsruimte voor steden7. verkokerde pijlers en (vrijwel) niet gebundelde geldstromen in 20027. ten behoeve van programmatische verantwoording (stap 3 harmonisering) in 2005 bij de start van de volgende convenantsperiode realisatie van bundeling van geldstromen7. Er is overeenstemming bereikt om te komen tot 3 Brede Doeluitkeringen (BDU's) voor de grote steden in GSB III. Hierbij geldt bestedingsvrijheid van de ontvangen rijksmiddelen per BDU.
 8. «expert-team uitvoering GSB»8. situatie in 2002 met betrekking tot GSB8. «expert-team uitvoering GSB» operationeel in 2003 t.b.v. verbetering kwaliteit en tempo van uitvoering van het GSB in 2004, aan het einde van de huidige stadsconvenanten8. Het Expertteam is op 25 augustus 2003 van start gegaan. Medio 2004 zal een midterm-evaluatie worden gehouden. In 2005 vindt afrekening en verantwoording plaats.
9.3: Het stimuleren van grote steden tot het nemen van samenhangende maatregelen op het terrein van sociale integratie en veiligheid onder meer op grond van de Bijdrageregeling sociale integratie en veiligheid G25de situatie in de grote steden met betrekking tot sociale integratie en veiligheidde situatie met betrekking tot sociale integratie en veiligheid in 1998/1999 bij aanvang van de huidige convenantsperiode in de grote stedenverbetering van de situatie in 2004 aan het einde van de huidige convenantsperiode in de grote steden met betrekking tot sociale integratie en veiligheid1. De middelen voor de steden beschikbaar in het kader van de Bijdrageregelingen Sociale integratie en veiligheid en Leefbaarheid partiële GSB-steden zijn conform de regeling uitbetaald.Daarnaast is de Impuls Burgerparticipatie in het leven geroepen, als vervolg op het onderdeel burgerparticipatie in Onze buurt aan Zet
Overzicht beleidsevaluatie
operationele doelstellingonderwerpstartdatumeinddatumstand van zaken
9.2: Coördinerend grotestedenbeleidvolgen van inhoudelijke en financiële voortgang in het kader van het Europese programma Doelstelling 2 Stedelijke Gebieden Nederlandjan 2000jul 2009Medio 2003 zijn voor het Doelstelling 2-programma mid-term reviews gehouden. Committering van projecten verloopt goed, effectmeting zal in 2005 plaatsvinden. De prestatiereserve van D2 wordt waarschijnlijk toegekend. De N+2 regel (verplichte uitgaven eind 2003) is gehaald.

2. Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Operationele doelstelling 2: Het stimuleren van complete steden door het ontwikkelen van een samenhangend, gecoördineerd en zo nodig ontkokerd beleid, zoals vastgelegd in de convenanten met de grote steden

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

In het GSB zijn door het kabinet negen doelstellingen benoemd die, in het kader van het stimuleren van complete steden, een indicatie geven van de situatie in de grote steden. De inhoudelijke en beleidsmatige verantwoordelijkheid voor deze doelstellingen ligt bij de vakdepartementen en de steden. De Minister voor BVK is verantwoordelijk voor de inhoudelijke en procesmatige coördinatie van het GSB.

Jaarlijks wordt de voortgang op de negen doelstellingen (en de bijbehorende 16 indicatoren) gemonitord en gepresenteerd in het Jaarboek Grotestedenbeleid. Het Jaarboek GSB 2003 met daarin de voortgang bijgewerkt tot 2003, zal in april 2004 uitkomen. Ten tijde van het opstellen van dit Jaarverslag waren deze meest recente gegevens nog niet bekend. De Tweede Kamer zal in april het Jaarboek aangeboden krijgen.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

De meerjarige ontwikkelingsprogramma's (MOP's) worden uitgevoerd door de steden zelf. De rol van het Rijk (waarbij BZK coördineert) hierbij is om de steden te faciliteren bij het uitvoeren. Voor 2003 werd beoogd hiervoor de volgende instrumenten in te zetten:

1. De jaarlijkse GSB-monitor. De GSB-monitor die in 2003 verschenen is (Jaarboek 2002 Grotestedenbeleid) geeft een overzicht van de ontwikkelingen van de 9 doelstellingen tot 2002 (zie tabel op pagina 145 van de begroting 2003).

2. Deregulering en vermindering van de administratieve last voor steden

a. Voor de sociale pijler zijn de financiële verantwoordingen 2002 over de regelingen in het GSB gestroomlijnd en geharmoniseerd. Er is daartoe één integraal verantwoordingsdocument opgesteld voor de sociale pijler. Dit gaat uit van één verantwoordingsmoment, dat aansluit bij de datum waarop de gemeenterekening ingediend moet worden. Dit document bevat één accountantsprotocol, met geharmoniseerde verantwoordingseisen. Steden kunnen hun verantwoording bij één loket bij het rijk indienen. Het rijk voert, indien noodzakelijk, een gecoördineerde review uit.

Het vervolg voor de verantwoording over 2003 is gestart en verzending van het integrale verantwoordingsdocument staat begin 2004 gepland. Voor de andere twee pijlers (Fysiek, Werk & Economie) is besloten stap 1 van de harmonisering niet te zetten, aangezien dit juist een verzwaring van de verantwoordingslasten voor de steden betekent.

Duidelijk is geworden, dat stap 2 (aansluiting van de verantwoordingssystematiek bij de gemeenterekening) van de harmonisering als gevolg van de Wet Dualisering gemeentebestuur pas vanaf 2005, met het ingaan van GSB-III, gezet kan worden.

b. Als onderdeel van de harmonisering (zie 2a) is er nu één fysiek loket voor indiening van de verantwoording voor de Sociale Pijler. Besloten is om voor GSB III een virtueel loket voor niet alleen financiële verantwoordingsinformatie, maar ook voor monitoringsinformatie en de verantwoording over resultaten te ontwikkelen.

c. In 2003 heeft de kwaliteit van het ECO een extra impuls gekregen. Niet alleen zijn er veel minder blinde vlekken in de overzichten te vinden, vanaf 2003 is het ECO ook daadwerkelijk op alle begrotingsmomenten opgesteld (Slotwet, Eerste suppletore wet, Ontwerpbegroting, Tweede suppletore wet). De kwaliteit van de gegevens is vooruitgegaan. Er is ook meer aandacht besteed aan kwalitatieve toelichting op de budgetten. De steden en de TK zijn daardoor beter geïnformeerd. In afwachting van de besluitvorming over het geïntegreerde beleidskader en over de vorming en vulling van de BDU's voor GSB III is besloten dat het niet opportuun was om reeds met een nog verdere verbeterslag van het ECO te starten. Het was belangrijk om eerst overeenstemming te bereiken over de uitgangspunten van GSB III. Daarna pas volgt aandacht en implementatie van het instrumentarium. Overigens is het ECO een belangrijk instrument geweest om te inventariseren welke geldstromen in de BDU's voor GSB III op zullen gaan. Naar verwachting zal daarom in 2004 de versterking van de budgettaire medeverantwoordelijkheid van de Minister voor BVK (o.a. door verdere verbetering van het ECO) ter hand genomen worden.

d. In december 2003 is een pilot van een indicatorenset voor de Sociale Pijler opgeleverd, die mede gebruikt zal worden voor de informatievoorziening in het kader van GSB III.

3. Faciliteren Kennisuitwisseling in en tussen de grote steden op het gebied van grootstedelijke problematiek. In 2003 heeft er een evaluatie van het KC GS plaatsgevonden. Geconcludeerd is dat het Kenniscentrum goed functioneert en zal worden gecontinueerd onder een aangepaste missie: relevante spelers in steden (beleidsmakers, beslissers, raadsleden, burgers) en departementen voorzien van toepasbare kennis om stedelijke problemen beter op te lossen.

Voorts is in oktober 2003 het startschot gegeven voor het Stedelijk Innovatieprogramma (STip) van het Kenniscentrum Grote Steden. Dit onderzoeksprogramma zal ingaan op de volgende kennisthema's: De sociale liftfunctie van de stad, Stedelijk burgerschap, Het fysieke en het sociale, Organiserend vermogen, Stedelijke ontwikkeling als coproductie en De stad en sociale veiligheid.

4. Actieprogramma ICT en Sociale Kwaliteit. Op dit moment zijn al meer dan 93 lokale ICT initiatieven door de steden met financiële steun tot stand gekomen. In oktober 2003 is de midterm-evaluatie verschenen. Het blijkt dat er veel diversiteit bestaat tussen de broedplaatsen qua opzet en organisatie. Er zijn verschillende soorten projecten (dus een breed terrein aan onderwerpen – zorg, onderwijs, werk en economie, etc.). Daarnaast is er veel verschil tussen de aanpak en kosten van de projecten. Dit wordt als zeer positief ervaren omdat hierdoor het experimentele karakter van het programma optimaal is benut.

Omdat veel projecten nog niet afgerond zijn kunnen de effecten op de sociale kwaliteit nog niet gemeten worden. Het is dus ook nog niet te zeggen wat organisatorisch de beste aanpak is. De gemeente Amsterdam stopt eind 2003 met het initiatief, de overige steden gaan door tot eind 2004. De eindevaluatie die in zomer 2005 gepubliceerd zal worden zal wel inzicht geven op welke manier ICT bijdraagt aan de verbetering van sociale kwaliteit.

5. Doelstelling 2 en Urban II. Medio 2003 zijn er voor het Doelstelling 2 programma en voor de drie Urban 2 programma's mid-term reviews gehouden. Hierin kwamen de sterke en zwakke kanten van de Europese programma's naar voren. De extra Europese impuls brengt een versnelling teweeg in de uitvoering van projecten. De combinatie van Doelstelling 2/URBAN II gelden en het nationale grotestedenbeleid zorgt voor verbetering in de achterstandswijken.

Doelstelling 2 (D2) kent ook de prestatiereserve. Aan alle voorwaarden die ten grondslag liggen aan deze reserve is voldaan. Pas eind maart 2004 zal de Commissie uitsluitsel geven over de toekenning hiervan. Tevens geven de jaarverslagen inzicht in de voortgang van de programma's. De voortgang van de D2 en URBAN II programma's wordt steeds gemonitord. 2003 is een belangrijk jaar, omdat aan het einde van dit jaar voor de eerste keer werd bekeken of de zgn. N+2 regel wel is gehaald. De steden hebben een enorme inspanning geleverd en hebben voldoende uitgaven gedeclareerd. Hierdoor is bereikt dat er geen geld is terug gegaan naar Brussel.

De URBAN II steden Amsterdam, Rotterdam en Heerlen hadden eind 2003 reeds ongeveer de helft van de EU-middelen gecommitteerd. Voor een kwantitatieve inschatting van de programma-effecten is het volgens de midterm evaluatie nu nog te vroeg, aangezien de programma's pas eind 2001 zijn gestart.

6. GSB in Europees verband (URBACT). BZK/GSB is in 2003 bezig geweest met de voorbereidingen van het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie (EU) in de 2e helft van 2004. Er is onder meer in november 2003 een seminar (150 deelnemers) Multilevel governance and democratic legitimacy over de EU en de burger georganiseerd. Aanbevelingen waren onder meer: de EU kan leren van het bedrijfsleven dat een boodschap begrijpelijk moet worden geformuleerd, Europese kwesties en politici moeten herkenbaar zijn en de kwaliteit van communicatie is belangrijk voor het succes van een project waarin burgers participeren. De Europese Commissie zou daarnaast ambassadeurs bij lokale netwerken kunnen aanstellen om burgers vertrouwder met Europa te maken (voor alle conclusies en aanbevelingen zie www.minbzk.nl). Tijdens dit seminar werd de Engelstalige website van het Dutch Urban Expert Centre (UEC) gelanceerd. Het Dutch UEC zal BZK/GSB ondersteunen tijdens het voorzitterschap.

Onder het URBACT-programma van de Europese Commissie zijn in 2003 inmiddels 11 thematische netwerken opgericht, waarbij Europese steden die ervaring hebben met URBAN langs verschillende thema's (zoals veiligheid of participatie van burgers) best practices, kennis en ervaringen uitwisselen, mede met het oog op de toekomst van stedelijk beleid na 2006 (herziening Structuurfondsen). De wederzijdse leereffecten kunnen tevens worden benut voor het Nederlandse GSB en het Nederlands voorzitterschap van de EU in 2004.

7. Bestedings- en beleidsruimte voor steden. In 2003 is gewerkt aan de notitie Samenwerken aan de krachtige stad die begin 2004 is vastgesteld. Hierin is voor de volgende convenantsperiode (GSB III) tot een bundeling gekomen van regelingen en uitkeringen in drie Brede Doeluitkeringen (BDU's). Er is in grote lijnen overeenstemming bereikt over de regelingen die worden gebundeld in de BDU's. Enkele regelingen, zullen niet in 2005, maar op een later tijdstip onderdeel van de BDU's worden, zo worden de middelen voor inburgering met ingang van 2006 opgenomen.

De in de nota opgenomen uitgangspunten voor verantwoording richten zich vooral op de realisatie, aan het eind van de convenantperiode van de door de gemeenten geselecteerde outputdoelstellingen. Daarnaast is slechts na afloop van de convenantperiode inzicht in de rechtmatigheid van de bestedingen per BDU vereist, alleen gericht op de ontvangen rijksbijdragen.

8. Expertteam uitvoering GSB-2. Met brief van 4 juli 2003 (kamerstukken II, 2002/2003, 21 062, nr. 108) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de instelling van het Expertteam uitvoering GSB-2 en de doelstellingen. Het Expertteam is op 25 augustus 2003 van start gegaan.

Het Expertteam kan ingehuurd worden door steden, en richt zich op regie- en procesvoering van concrete en praktische uitvoeringsvraagstukken en het verbeteren van de aan de uitvoering gerelateerde (interne) organisatie in een stad. Tegelijkertijd maakt het Expertteam knelpunten rondom opdrachten bespreekbaar bij de departementen. De kosten van een opdracht worden voor 75% uit het door BZK beschikbaar gestelde budget van het Expertteam betaald. De opdrachtgever, de stad, betaalt 25% van de kosten.

Het Expertteam heeft elf experts beschikbaar voor het uitvoeren van opdrachten. De experts zijn mensen die hun sporen verdiend hebben binnen de overheid en die gewend zijn zich te bewegen in een complexe politieke, bestuurlijke en maatschappelijke omgeving. Indien de opdrachten van de steden daartoe aanleiding geven wordt het aantal experts uitgebreid.

Het Expertteam is ondergebracht bij het Kenniscentrum Grote Steden, waardoor het onafhankelijk is geworden van BZK en nu zelfstandig verantwoordelijk is voor de uitvoering van de opdrachten. Medio 2004 zal een midterm-evaluatie worden gehouden. In 2005 vindt afrekening en verantwoording plaats.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

Voor de uitvoering van het GSB was voor 2003 € 5,069 mln. geraamd. Gedurende het uitvoeringsjaar 2003 heeft een aantal mutaties plaatsgevonden, onder meer van artikel 9.3 naar 9.2 om de kosten van het Expertteam Grotestedenbeleid en de bijdrage aan het Stedelijk innovatieprogramma (STip) te kunnen dekken. Van het beschikbare budget is vervolgens € 2,5 mln vrijgekomen ter financiering van de Impuls Burgerparticipatie (artikel 9.3).

Operationele doelstelling 3: Het stimuleren van grote steden tot het nemen van samenhangende maatregelen op het terrein van sociale integratie en veiligheid onder meer op grond van de Bijdrageregeling sociale integratie en veiligheid G25

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

In het kader van operationele doelstelling 3 ontvangen de steden jaarlijks een bijdrage die vastgelegd is in de Bijdrageregelingen Sociale integratie en veiligheid G25 en Leefbaarheid partiële GSB-steden.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

De jaarlijkse bijdrage is in 2003 uitgekeerd. Daarnaast zijn de genoemde regelingen in 2003 twee maal gewijzigd. De eerste keer in september om de looptijd van de regelingen gelijk te schakelen met de verlenging van de convenanten en zorg te dragen voor de financiering van de aanvullende afspraken. Voorts hebben de middelen die in het kader van het Amendement Rietkerk op de begroting van 2003 beschikbaar zijn gekomen voor Maatschappelijke opvang met de wijziging een juridische basis gekregen; daarnaast werd een eenmalige uitkering voor het regulier maken van ID-banen of het aanbieden van opleidingstrajecten voor ID-baners op het gebied van veiligheid hiermee geregeld (Stcrt. 2003, 179 Bijdrageregeling Sociale integratie en veiligheid G25; en Stcrt. 2003, 188 – Bijdrageregeling Leefbaarheid partiële GSB-steden). (Voor meer informatie over deze wijziging: zie verlenging convenanten in de inleiding).

Impuls Burgerparticipatie

De tweede wijziging vond plaats in het kader van het toekennen van middelen aan de steden voor de voorbereiding van het GSB III op het gebied van burgerparticipatie en procesgeld voor veiligheid (Stcrt. 2003, 242 – beide regelingen). Het doel van de Impuls Burgerparticipatie is het in 2003 en 2004 voorbereiden van activiteiten, projecten en maatregelen ter verbetering van de veiligheid en leefomgeving (in door de stad aan te wijzen wijken) in GSB III door inzet en betrokkenheid van een mix van bewoners die representatief is voor dat gebied. Met de Impuls wordt duidelijk gemarkeerd dat betrokkenheid van burgers gewenst is in de GSB-aanpak van GSB III. De Impuls is een vervolg op het onderdeel burgerparticipatie in Onze Buurt Aan Zet (OBAZ). Steden krijgen de mogelijkheid om eind 2003 en 2004 te gebruiken als aanloopjaar naar GSB III om bewoners te mobiliseren, zodat bij de start van GSB III participatie structureel, door de gemeente zelf, ingezet kan worden als middel dat bijdraagt aan het behalen van de doelstellingen uit de nieuwe convenanten. Dit aanloopjaar is nodig, omdat mobiliseren van bewoners een proces is dat tijd kost, zo blijkt uit eerdere ervaring met OBAZ.

Verder is in 2003 voor het jaar 2004 in totaal een extra bijdrage van € 2 mln. Procesgeld beschikbaar gesteld voor de G30. Deze eenmalige uitkering is bedoeld als voorbereiding van veiligheidsplannen, -maatregelen of -projecten (etc.) voor het GSB III, waardoor de steden aan het einde van de nieuwe convenantsperiode in 2009 meer en betere outputresultaten op het gebied van veiligheid bereiken.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

In de begroting van 2003 was een budget van € 139,042 mln vastgesteld voor operationele doelstelling 3. Na de toevoeging van middelen voor onder andere Amendement Rietkerk en de ID-banen was een budget beschikbaar van € 153,110 mln. Uiteindelijk is een bedrag van circa € 160 mln gerealiseerd. Naast de jaarlijkse bijdragen aan de steden in het kader van de Bijdrageregeling Sociale Integratie en Veiligheid G25 en de Bijdrageregeling Leefbaarheid partiële GSB-steden, is de Impuls Burgerparticipatie van € 13,6 mln uitbetaald aan de steden. Deze impuls is grotendeels gefinancierd van artikel 9, het overige gedeelte is vrijgespeeld op artikel 6.2 en artikel 12.2.

3. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
9: GrotestedenbeleidRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen194 809130 291433 34947 29773 758– 26 461
1. apparaat3 6383 6364 2304 5283 605923
2. coördineren grotestedenbeleid3 70634 4297 4536 8345 0691 765
3. sociale integratie en veiligheid G25187 46592 226421 66635 93565 084– 29 149
       
Uitgaven251 027162 986141 987171 575152 71618 859
1. apparaat3 6263 6004 2244 4463 605841
2. coördineren grotestedenbeleid3 13430 9944 4447 0725 0692 003
3. sociale integratie en veiligheid G25244 267128 392133 319160 057144 04216 015
       
Ontvangsten55 13111 95732346046

BELEIDSARTIKEL 10: ARBEIDSZAKEN OVERHEID

In het Hoofdlijnenakkoord is mede gezien de veranderde economische situatie een ombuiging opgenomen waarbij de intensiteit van de maatregelen op het terrein van specifiek arbeidsmarkt- en informatiebeleid wordt beperkt met € 37 mln in 2004 en € 45 mln structureel vanaf 2005. Dit betreft ruim 60% van het programmabudget van de artikelen 10 en 11 van de begroting. Daarnaast heeft het Hoofdlijnenakkoord ook een aantal prioriteiten meegegeven. Dit heeft medio 2003 geleid tot het integraal heroverwegen van de activiteiten binnen de artikelen 10 en 11 waarbij bewuste keuzes moesten worden gemaakt die een neerslag vinden in 2003, doordat projecten die in 2004 niet meer kunnen worden uitgevoerd al in 2003 moesten worden getemporiseerd. Bij de diverse doelstellingen wordt hier nader op ingegaan.

1. Algemene beleidsdoelstelling

Verbeteren van de overheidsorganisatie door ondersteuning van de bedrijfsvoering en het scheppen van zodanige voorwaarden dat voor het geheel van de openbare dienst (collectieve sector) een goede positie op de arbeidsmarkt mogelijk wordt.

Overzicht prestatiegegevens
operationele doelstellingprestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
10.2. Het ontwikkelen van beleid met betrekking tot de arbeidsmarktpositie van en de arbeidsvoorwaardenvorming in de collectieve sector (in relatie tot de particuliere sector en de overheidsfinanciën) en ten behoeve van de vaststelling van de loonruimte van de collectieve sectoren), alsmede het verzamelen van informatie en het opbouwen van kennis voor dit doel2.1. informatieverschaffing door uitbrengen van nota's: Kerngegevens Overheidspersoneel– voldoen aan de door de gebruikers te definiëren kwaliteitsnormen– handhaven van het niveau, blijkend uit de tevredenheid van de gebruikers. Aanvullend wordt gekeken naar mogelijkheden om dit te kunnen metenNota is uitgebracht. Gebruikers zijn tevreden. Naast de CD-rom blijft de behoefte bestaan aan een papieren versie
  – juli/augustus– juli/augustus– oktober
 de Arbeidsmarkt in de collectieve Sector– voldoen aan de door de gebruikers te definiëren kwaliteitsnormen, waarbij de kwaliteit primair beoordeeld wordt door kabinet en parlement– kwaliteitsborging van de gepresenteerde gegevens vindt al plaats door de uitgebreide interdepartementale afstemming van de uit te brengen concepten– handhaven niveau, blijkend uit accordering door minister/ministerraad, waarmee impliciet een kwaliteitsoordeel is gegeven. Aanvullend wordt gekeken naar mogelijkheden om de tevredenheid van de overige gebruikers te kunnen metenDe nota is uitgebracht, na accordering door minister en ministerraad
  – maart/april– maart/april– januari
 Trendnota Arbeidszaken overheid (bijlage bij begroting)– voldoen aan de door de gebruikers te definiëren kwaliteitsnormen, waarbij de kwaliteit primair beoordeeld wordt door kabinet en parlement– kwaliteitsborging van de gepresenteerde gegevens vindt al plaats door de uitgebreide interdepartementale afstemming van de uit te brengen concepten– handhaven niveau, blijkend uit accordering door minister/ministerraad/ parlement, waarmee impliciet een kwaliteitsoordeel is gegeven. Aanvullend wordt gekeken naar mogelijkheden om de tevredenheid van de overige gebruikers te kunnen metenTrendnota is uitgebracht als bijlage bij de begroting 2004. Kamer hecht aan meer beleidsmatig karakter. Bezien wordt op welke wijze dit kan worden gerealiseerd. De trendnota is onderwerp van een beleidsevaluatie.
  – september (Prinsjesdag)– september (Prinsjesdag)– september (Prinsjesdag)
 2.2. de – ten behoeve van de beleidsvorming – uitgevoerde evaluaties, analyses en beoordelingen van de macro-economische ontwikkeling/ -besluitvorming en van de arbeidsmarktpositie van de overheid– het de minister voor elke zeshoek, ministerraad en onderraden op tijd voorzien van relevante adviezen– het voldoen aan de gewenste kwaliteit, blijkend uit het oordeel over die adviezen– handhaven van het niveau; de Minister van BZK moet in de ministerraad, onderraden en zeshoek zijn verantwoordelijkheid van coördinerend minister voor het arbeidsvoorwaardenbeleid in de collectieve sector te allen tijde kunnen waarmakenDe minister is tijdig voorzien van de noodzakelijke adviezen.
 2.3. tot stand brengen onderhandelingsmandaat en formuleren van speerpunten voor arbeidsvoorwaarden-overleg– beschrijving van de beschikbare ruimte– het aangeven van de speerpunten op basis van de meest recente cijfers– handhaven van het niveau, blijkend uit de accordering door minister, ministerraad, parlement en de mate van acceptatie door de overheidswerkgeversDe minister is tijdig voorzien van de noodzakelijke adviezen.
  – april (t.b.v. Voorjaarsnota)– april (t.b.v. Voorjaarsnota)– april (t.b.v. Voorjaarsnota)
 2.4. programma innovatie en kwaliteit publieke sector– kwaliteitsconferentie 2002– periodieke kwaliteitsconferentie (freq. wordt nog bezien)De 2e kwaliteitsconferentie zal plaatsvinden in maart 2004.
  – kennisbank benchmarking– verdere uitbouw beschikbare data; toename gebruik (meer bezoekers, waarde nog vast te stellen). Onderzocht wordt hoe gebruikerstevredenheid kan worden gemetenDe kennisbank is in de loop van dit jaar verder uitgebreid met data. Het aantal bezoekers is van 2002 op 2003 stabiel gebleven op ca. 10 000 per jaar. Vooralsnog is geen geschikt middel gevonden om de tevredenheid breed te kunnen meten.
   – intensivering activiteiten ter stimulering van innovatie en kwaliteitsverbetering en jaarlijkse voortgangsrapportageNaast het waar mogelijk intensiveren van lopende activiteiten, zijn er ook nieuwe activiteiten ontwikkeld, voorzover daar financiële mogelijkheden voor bleven.I.v.m. de inbedding van de activiteiten in het PAO-traject, is er geen voortgangsrapportage opgesteld.
 2.5. bieden van platform voor afstemmingsoverleg tussen CAO-werkgevers bij de overheid (VSO)– het organiseren van minimaal 1 x per maand een afstemmingsoverleg– het leveren van secretariële ondersteuning– handhaven van de overlegfrequentie – het periodiek meten van de tevredenheid van de overlegpartners over de geleverde ondersteuningGemiddeld 1 x per 4 weken heeft er een vergadering plaatsgevonden in 2003. daarnaast zijn er frequent werkgroepvergaderingen geweest.De positieve uitkomsten van een grootschalige evaluatie in 2002 zijn in 2003 herbevestigd in een ondernemingsplan voor een omvorming van het VSO-secretariaat naar een meer verzelfstandigd VSO-bureau op basis van de huidige ondersteuning.
10.3. Ontwikkelen en onderhouden van regelgeving ten aanzien van het ambtelijk overlegstelsel en integriteitsvraagstukken3.1. doelmatige overleginfrastructuuruitkomsten en kabinetsstandpunt n.a.v. de evaluatie van het sectorenmodelaccordering door Kabinet/ parlement van aanpassingen voorzover voortvloeiend uit de evaluatieI.v.m. de in 2003 opnieuw opgestarte discussie rond de verdere normalisering is, in afwachting van de uitkomsten daarvan, op dit onderdeel pas op de plaats gemaakt.
 3.2. gewijzigde Ambtenarenwet (AW) t.a.v. normen en waarden van het ambtenaarschapvoorstel van wet in voorbereidingaanvaarding van het wetsvoorstel door de Staten-Generaal inzake opnemen waarden en normen in AWWijziging AW i.v.m. integriteit is op 1–5-2003 in werking getreden. Het voorstel tot wijziging van de AW i.v.m. goed ambtelijk handelen, goed werkgeverschap en algemene regels over integriteit is begin 2004 aan de Kamer aangeboden.
10.4. Bevorderen van Nederlandse presentie in instellingen van de EUaantal Nederlandse ambtenaren in EU-dienst/ totaal aantal EU-ambtenaren4,8% academische functies medio 20006,3% academische functies in 2005Procentueel is het aantal Nederlanders bij EU-instellingen gedaald naar 4,6%, ondanks dat het feitelijk aantal Nederlandse ambtenaren is toegenomen. De procentuele daling hangt samen met de uitbreiding van de EU.
Overzicht beleidsevaluatie
operationele doelstellingonderwerpstartdatumeinddatumstand van zaken
10.2: Het ontwikkelen van beleid met betrekking tot de arbeidsmarktpositie van en de arbeidsvoorwaardenvorming in de collectieve sector (in relatie tot de particuliere sector en de overheidsfinanciën) en ten behoeve van de vaststelling van de loonruimte van de collectieve sectoren, alsmede het verzamelen van informatie en het opbouwen van kennis voor dit doelTrendnotaokt 2003dec 2003Door gebrek aan capaciteit, kon pas in december 2003 een eerste aanzet voor de evaluatie van de Trendnota worden opgesteld. De evaluatie zal naar verwachting in de eerste 4 maanden van 2004 plaatsvinden. Uitkomsten zijn bij het opstellen van dit jaarverslag nog niet bekend.
 macro-adviseringaug 2003mrt 2006De evaluatie betreft de periode 2003–2006 en zal naar verwachting in 2006 afgerond zijn.
10.4: Nederlandse presentie in organen EUevaluatie van de effectiviteit van de BZK-Euopleiding in het licht van de kwantitatieve doelstellingen (verhoging slagingspercentage Nederlanders) en de kwalitatieve doelstellingen (algemene kennisverrijking Europees werkende ambtenaren bij de ministeries)sep 2002nov 2003Het onderzoek naar de effectiviteit van de opleiding in kwantitatieve zin zal in februari 2004 zijn afgerond.Naar de effectiviteit van de opleiding in kwalitatieve zin is geen onderzoek gedaan. Reden is dat op Europees niveau wordt gewerkt aan afspraken over de Permanente educatie van ambtenaren, o.b.v. in 2003 gemaakte afspraken tussen EU en EPSU (koepel van Europese vakbonden). Tijdens het Nederlandse voorzitterschap in 2004 zullen hierover conclusies moeten worden bereikt die hun vertaling moeten rijgen voor Nederland. Er werd mede geïnvesteerd in de SZW-academie waar eveneens getracht wordt digitaal en interactief kennis over te dragen over Europa i.r.t het eigen vakgebied.

2. Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Operationele doelstelling 2: Het ontwikkelen van beleid met betrekking tot de arbeidsmarktpositie van en de arbeidsvoorwaardenvorming in de collectieve sector (in relatie tot de particuliere sector en de overheidsfinanciën) en ten behoeve van de vaststelling van de loonruimte van de collectieve sectoren, alsmede het verzamelen van informatie en het opbouwen van kennis voor dit doel

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

Een bijdrage leveren aan het Kabinetsbeleid en het bieden van ondersteuning aan de overheidssectoren bij:
A.een gecoördineerd arbeidsmarkt- en arbeidsvoorwaardenbeleid voor de overheid;
B.een macro- en begrotingsbeleid, inclusief beleid ten aanzien van de bedrijfsvoering;
C.een beleid op het terrein van pensioenen en sociale zekerheid;
D.een met de Europese regels overeenstemmend personeelsbeleid bij de overheid;
E.een beleid gericht op stimulering van innovatietrajecten en kwaliteitsverbetering binnen de publieke sector;
F.een beleid m.b.t. de arbeidsvoorwaardenontwikkeling bij internationale volkenrechtelijke organisaties

A. Het kabinet is geïnformeerd over relevante ontwikkelingen op arbeidsvoorwaarden- en arbeidsmarktterrein en over de vast te stellen arbeidsvoorwaardenruimte, de verdeling daarvan over de verschillende sectoren en over de bij de arbeidsvoorwaardenonderhandelingen na te streven doelen c.q. speerpunten.

De aan de overheidssectoren gerichte nota's en brieven zijn onderwerp van bespreking geweest in verschillende overleggen tussen (vertegenwoordigers van) de Minister van BZK en werkgeversvertegenwoordigers van de openbare sector.

Er is voortgegaan met het opbouwen van strategische kennis over de arbeidsmarktpositie van en de arbeidsvoorwaardenvorming in de openbare sector. Deze kennis is, voorzover opportuun, gedeeld met de relevante sectoren.

De sectoren zijn gevraagd en ongevraagd ondersteund bij het beantwoorden van sectorale en bovensectorale vragen.

B. De salarissom van het overheids- en onderwijzend personeel is zodanig omvangrijk, dat die in het macro-economische en budgettaire beleid extra aandacht krijgt. Teneinde de positie van de Minister van BZK in de discussies in kabinet, onderraden en informele interdepartementale overleggen hierover een voldoende zwaarte te geven, wordt de Minister met specifieke macro-economische en budgettaire deskundigheid ondersteund.

Op het vlak van de bedrijfsvoering is ook in 2003 de op het Internet beschikbare kennis over benchmarking uitgebreid. Verder is veel capaciteit ingezet voor het voortzetten van de (in 2002 gestarte) verdere voorbereiding van de 3QC-conferentie. Deze Europese kwaliteitsconferentie zal plaatsvinden in september 2004.

C. Een dreigende explosie van de pensioenkosten is voorkomen door overeenstemming te bereiken over het herstelplan Abp waaraan alle betrokken partijen hun bijdrage hebben geleverd. Werkgevers en werknemers door een extra premieverhoging voor hun rekening te nemen, werknemers door versobering van de pensioenregeling en werknemers en gepensioneerden door het invoeren van een voorwaardelijk indexatiebeleid.

Op het terrein van de bovenwettelijke sociale zekerheidsregelingen voor overheidspersoneel is er bij alle sectoren sprake van initiatieven, voornemens, afspraken en maatregelen om te komen tot een betekenisvolle versobering en versterkte activerende werking.

De Minister van BZK heeft het kabinetsbeleid en de resultaten van het najaarsoverleg vertaald in een aantal te bereiken concrete doelen voor de sectorwerkgevers op het terrein van de sociale zekerheid en arbeidsvoorwaarden. Een enkele sector heeft inmiddels concrete resultaten behaald (Defensie), andere sectoren zijn bezig of starten binnenkort met het overleg over wijzigingen van de regelingen.

D. De ontwikkelingen zijn gevolgd en waar nodig is het Kabinet geïnformeerd en geadviseerd.

E. Ondanks het temporiseren van de uitgaven vooruitlopend op de invulling van de taakstelling op arbeidsmarktbeleid op dit terrein is door het programmabureau Innovatie en Kwaliteit Publieke Sector en door het Innovatiecentrum Openbaar Bestuur (InAxis) een scala aan activiteiten (zie onderstaand bij Hebben we gedaan wat we daar voor wilden doen?) ontwikkeld als ondersteuning van de sectoren bij het door hen ontwikkelen van een beleid ter stimulering van innovatie en kwaliteitsverbetering.

F. Nederland is er samen met andere landen in geslaagd om de voorstellen van Commissaris Kinnock inzake de herziening van het statuut in arbeidsvoorwaardelijk opzicht bij te stellen wat betreft de pensioenaanspraken (verhoging pensioengerechtigde leeftijd, afbouw bijzondere koopkrachttoeslagen) en een aantal andere matigende voorstellen te verwerkelijken. Nederland heeft daarbij niet de matiging bereikt die werd beoogd, door onvoldoende medestanders in de EU.

Daarnaast is het systeem van personeelsmanagement aanzienlijk gemoderniseerd, waarvan enige efficiency-voordelen mogen worden verwacht.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

A. Ja. De overheidssectoren zijn geïnformeerd over het onderhandelingsmandaat (de arbeidsvoorwaardenruimte) in de sectoren en over de bij de arbeidsvoorwaardenonderhandelingen na te streven speerpunten van beleid. In 2003 zijn echter geen feitelijke arbeidsvoorwaardenonderhandelingen gevoerd.

Aan de voorgenomen informatieverschaffing is invulling gegeven door het uitbrengen van de volgende nota's: Kerngegevens overheidspersoneel, De arbeidsmarkt in de collectieve sector 2003 en – als bijlage bij de begroting – de Trendnota Arbeidszaken Overheid 2004. Hiervoor zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, o.a. het Personeels- en het mobiliteitsonderzoek en is strategische kennis verzameld uit diverse databestanden. In dit kader is de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek zowel financieel als inhoudelijk ondersteund.

Onder de gebruikers van de Kerngegevens overheidspersoneel 2003 is begin 2003 een enquête uitgezet naar hun tevredenheid. De uitkomsten daarvan zijn positief.

In het najaar van 2003 zou een beleidsevaluatie plaatsvinden van de Trendnota. Door een beperkte capaciteit is in december 2003 gestart met de voorbereidingen, zodat de evaluatie media 2004 zal zijn afgerond.

In 2003 heeft er diverse malen afstemmingoverleg plaatsgevonden tussen de CAO-werkgevers bij de overheid. (Verbond Sectorwerkgevers Overheid; VSO).

Aan de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid zijn middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van (de voorbereiding van) de besluitvorming.

De commissie Gelijke Behandeling is financieel ondersteund i.v.m. de taakuitbreiding door het wetsvoorstel leeftijdsdiscriminatie.

B. Ja. De ondersteuning van de Minister op budgettair en macro-economisch terrein heeft de Minister de mogelijkheid geboden de rol te spelen die hem politiek gegeven was.

Het aantal beschreven benchmark-cases in de Kennisbank Benchmarken Publieke Sector (KBPS) is verder uitgebreid. Het aantal geïnteresseerden dat op een toegankelijke wijze inzicht krijgt in actuele informatie en de diverse benchmark-onderzoeken die in de Nederlandse publieke sector zijn uitgevoerd is in 2003 stabiel gebleven. Dit levert echter wel extra vraag op naar de deskundigheid van BZK op dit terrein.

Veel capaciteit is ingezet voor de organisatie van de 3rd Quality Conference for Public Administrations in the EU. In 2002 was daarmee al een begin gemaakt. De conferentie beoogt in EU-verband best practices van kwalitatief goede vormen van dienstverlening en de onderliggende bedrijfsvoeringsprocessen uit te wisselen, van elkaar te leren en zo bij te dragen aan meer kwaliteit van de publieke sector in de EU-landen. Daarbij wordt voortgebouwd op eerdere conferenties in Lissabon (2000) en Kopenhagen (2002).

C. Ja. Door vanuit de coördinerende rol voor het overheidspersoneelsbeleid de Trendnota en de Nota Arbeidsmarkt in de collectieve sector te publiceren. Daarnaast via intensief interdepartementaal overleg i.v.m. de positie van de overheidswerkgever m.b.t. de kabinetsvoornemens t.a.v. WAO, WW en het Financieel Toetsingskader voor de pensioenfondsen. Ten slotte is actief bijgedragen aan de visievorming binnen het Verbond van Sectorwerkgevers Overheid (VSO).

D. Ja, de Europese regelgeving op dit terrein is gevolgd en waar nodig geïmplementeerd voor het overheidspersoneel. Zo is een bijdrage geleverd in het kader van het op een EU-richtlijn gebaseerde wetsvoorstel inzake leeftijdsdiscriminatie, dat ook op het overheidspersoneel van toepassing is.

E. Gedurende 2003 is in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau geïnvesteerd in een grootschalig internationaal vergelijkend onderzoek naar verschillen in publieke prestaties. Dit onderzoek zal medio 2004 afgerond worden en benut worden ten behoeve van de nationale beleidsagenda en ten dienste van het EU-voorzitterschap in de tweede helft van 2004. De vergelijking heeft betrekking op alle EU-lidstaten, de kandidaat-lidstaten, de VS, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland.

Daarnaast hebben praktijkgerichte onderzoeken plaatsgevonden rond de onderwerpen klant- en medewerkers-tevredenheid (KTO/MTO), shared services, leiderschap, ketenmanagement en ideeënmanagement.

In 2003 werden met een breed opgezette campagne meer dan 500 praktijkvoorbeelden verzameld en toegevoegd aan de al in 2002 verzamelde. De beschrijvingen van deze praktijkvoorbeelden zijn gesystematiseerd, geredigeerd en voor iedereen toegankelijk gemaakt via de databank van de website www.publiekesector.nl. Een selectie van bijna 60 praktijkvoorbeelden zal gepresenteerd worden op de 2e Nationale Conferentie voor Innovatie en Kwaliteit in de Publieke Sector op 11 maart 2004.

In 2003 werden op grond van de Experimentenregeling 22 experimenten ondersteund. Het gaat daarbij om het opzetten, aansturen en meefinancieren van innovatieve trajecten binnen het openbaar bestuur die gericht zijn op het verbeteren van de kwaliteit. De kennis daarover is breed uitgedragen via de website, (electronische) nieuwsbrieven, publicaties, workshops en congressen.

Voorts is gestart met de ontwikkeling van een internetspiegel voor werknemerstevredenheidsonderzoek, die begin 2004 getest zal worden en daarna voor alle overheidsorganisaties beschikbaar gesteld zal worden.

In 2003 is een nieuw arbeidsmarktinstrument gelanceerd, namelijk het project Overheid voor de Klas, dat functies heeft zowel ten behoeve van het onderwijsveld als ten behoeve van de rijksdienst en andere overheidssectoren.

Een begin werd gemaakt met het ontwikkelen van de innovatiemonitor, die toepasbaar zal zijn in 2004.

Daarnaast is invulling gegeven aan het stimuleren van het publieke debat d.m.v. een discussieforum op de website, artikelen in vakbladen, workshops en bijeenkomsten.

F. Ja. Er is geparticipeerd in de diverse internationale overleggremia, waarbij het Nederlandse standpunt is uitgedragen.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

Het totale budget voor artikel 10.2 bedroeg voor 2003 oorspronkelijk € 8,942 mln waarvan € 7,2 mln voor de innovatietrajecten Kwaliteit publieke sector, die een direct gevolg zijn van het rapport – Van Rijn uit 2001 (De arbeidsmarkt in de collectieve sector). Zoals in het begin van de toelichting bij dit artikel is aangegeven, heeft er een heroverweging van activiteiten ten aanzien van het arbeidsmarktbeleid plaatsgevonden en werden de voor innovatie beschikbare budgetten in 2003 bijgesteld. Verdere heroverwegingen hebben bij het budget voor innovatie geleid tot een onderuitputting van € 3,064 mln voor IKP en voor InAxis.

De onderuitputting heeft zich m.n. voorgedaan doordat de oorspronkelijk voor november 2003 geplande 2e Nationale Conferentie voor Innovatie en kwaliteit in de Publieke Sector verplaatst is naar 11 maart 2004. Het aanbod van nieuwe praktijkvoorbeelden van vernieuwing, kwaliteitsverbetering en doelmatigheid in de publieke sector was evenals bij de eerste conferentie groot (meer dan 500), maar kwam veel geleidelijker op gang dan oorspronkelijk voorzien. Als gevolg hiervan bleek het organisatorisch niet haalbaar de datum van 11 november 2003 te handhaven. Een bijkomende reden is dat hiermee een betere samenhang tot stand kan worden gebracht met het Programma Andere Overheid, dat door de Minister voor BVK in het najaar van 2003 is gelanceerd.

Daarnaast zijn er diverse activiteiten, waaronder ontwikkeling CAO-database en de beleidsintensivering Operatie Publieke Prestaties, op het gebied van arbeidsmarktpositie collectieve sector geschrapt.

Operationele doelstelling 3: Ontwikkelen en onderhouden van regelgeving ten aanzien van het ambtelijk overlegstelsel en integriteitsvraagstukken

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

Een doelmatige overlegstructuur en integer overheidsapparaatJa

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

Op 1 mei 2003 is de wijziging van de Ambtenarenwet in verband met integriteit (Stb. 2003, 60) in werking getreden.

Het in 2003 aangekondigde wetsvoorstel tot wijziging van de Ambtenarenwet in verband met goed ambtelijk handelen, goed werkgeverschap en algemene regels over integriteit zal in februari 2004 aan de Tweede Kamer worden aangeboden met o.a. de verplichting voor overheidswerkgevers tot het vaststellen van gedragscodes.

In 2003 is een begin gemaakt met een inventarisatie van de stand van zaken van het integriteitbeleid bij de (mede)overheden, die naar verwachting in mei 2004 zal zijn afgerond.

Daarnaast zijn een aantal ondersteunende en stimulerende activiteiten gestart. Het gaat daarbij om het opzetten van een website Integriteit t.b.v. benchmarken en best practices en om het uitbrengen van een herziene handleiding Een beetje integer kan niet, waarmee overheden een onderzoek kunnen doen naar kwetsbare plekken binnen hun organisatie.

De beoogde stroomlijning van de regelgeving betreffende het arbeidsvoorwaardenoverleg in het sectorenmodel heeft nog niet plaatsgevonden. Het betreft hier een consolidatie (codificatie) van het sectorenmodel in transparante regelgeving in de Ambtenarenwet. Als gevolg van normaliseringvragen, waarnaar in 2004 onderzoek zal worden verricht, is met deze stroomlijning pas op de plaats gemaakt.

De financiële bijdrage voor vakbondswerk alsmede de bijdrage in de exploitatiekosten van de stichting CAOP zijn in 2003 geleverd.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

Ja. Het begrote budget van € 6,6 mln, wat tussentijds nog is verhoogd met loon- en prijsbijstelling, is geheel uitgeput in 2003. De bijdragen aan SVO en CAOP waren respectievelijk € 2,1 mln en € 4,7 mln.

Operationele doelstelling 4: Bevorderen van nederlandse presentie in organen van de EU

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

Het aandeel Nederlanders op beleidsniveau en op topuitvoerend niveau brengen van ruim 4% op 5% van het aantal bij de EU-instellingen

Het aandeel Nederlanders op beleidsniveau en op topuitvoerend niveau is gestegen van 321 in 2000 naar 359 in 2003. Procentueel is het echter gedaald van 4,71% naar 4,60%. Reden is de uitbreiding van de EU. Daarmee is de doelstelling van 5,5% in 2003 niet gehaald.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

De opleiding voor het Landbouw, Milieu, Visserij en Onderzoek concours is uitgevoerd, de simulaties voor de tweede ronde zijn gestart.

Het B-concours voor financieel beheer en beheer van contracten en projecten is afgerond.

Gestart is met de begeleiding van een A-concours voor Auditors.

Het netwerkboekje is medio 2003 ge-update en verspreid.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

Het voor 2003 beschikbare budget van € 1,236 mln is in de loop van 2003 verlaagd tot € 0,814 mln. Het begrote budget is nagenoeg geheel uitgeput.

3. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
10: Arbeidszaken overheidRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen28 33424 09134 68527 38629 782– 2 396
1. apparaat15 88814 19423 62211 97812 976– 998
2. arbeidsmarktpositie collectieve sector3206203 3587 7048 942– 1 238
3. ambtelijk overlegstelsel en integriteitsvraagstukken10 6946 7126 7466 7996 628171
4. Nederlandse Presentie in organen van de EU1 4322 5659599051 236– 331
       
Uitgaven23 38524 10634 09025 22329 782– 4 559
1. apparaat15 45414 53823 57711 72712 976– 1 249
2. arbeidsmarktpositie collectieve sector2825542 8815 8898 942– 3 053
3. ambtelijk overlegstelsel en integriteitsvraagstukken6 3606 6966 7466 7996 628171
4. Nederlandse Presentie in organen van de EU1 2892 3188868081 236– 428
       
Ontvangsten4135 5138 07440229373

BELEIDSARTIKEL 11: KWALITEIT RIJKSDIENST

In het Hoofdlijnenakkoord is mede gezien de veranderde economische situatie een ombuiging opgenomen waarbij de intensiteit van de maatregelen op het terrein van specifiek arbeidsmarkt- en informatiebeleid wordt beperkt met € 37 mln in 2004 en € 45 mln structureel vanaf 2005. Dit betreft ruim 60% van het programmabudget van de artikelen 10 en 11 van de begroting. Daarnaast heeft het Hoofdlijnenakkoord ook een aantal prioriteiten meegegeven. Dit heeft medio 2003 geleid tot het integraal heroverwegen van de activiteiten binnen de artikelen 10 en 11 waarbij bewuste keuzes moesten worden gemaakt die een neerslag vinden in 2003, doordat projecten die in 2004 niet meer kunnen worden uitgevoerd al in 2003 moesten worden getemporiseerd. Bij de diverse doelstellingen wordt hier nader op ingegaan.

1. Algemene beleidsdoelstelling

De zorg voor een goede personele en organisatorische kwaliteit van derijksdienst. De prestaties van het Rijk staan of vallen met de gemotiveerde inzet van mensen: de ambtenaren in dienst van het Rijk.

Overzicht prestatiegegevens
operationele doelstellingprestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
11.2. Het bevorderen dat de rijksdienst, nu en in de toekomst, beschikt over professionele, goed toegeruste topmanagers1– gemiddelde zittingsduur op ABD-functie23,3 jaar4 jaar3,1 jaar
 – % interdepartementale benoemingen in ABD21%30%27%
 – % vrouwen in ABD10% in 200115% in 200313%
 – % etnische minderheden in ABD0,3% in 20010,5% in 20030,2%
 – % instroom in ABD van buiten de rijksdienst11% in 200115% in 200316%
 – % deelnemers kandidatenprogramma dat in ABD is benoemd0% in 200212% in 2003 (zie groeiparagraaf)8%
11.4. Het ontwikkelen en onderhouden van personeels- en organisatiebeleid voor de rijkssectorbekendheid rijksoverheid als werkgever n.a.v. publiekscampagne30% in 200250% in 200339%
 – % allochtonen in traineeprojecT10% in 200110% in 200318%
 – % instroom ex-trainees in rijksoverheid85% in 200185% in 2003Nog niet bekend vanwege sterk vertraagde instroom3
 – % allochtonen in rijksoverheid7,5% in 20007,8% in 20038,1% in 2002
 – % ziekteverzuim in rijksoverheid7,7% in 20006,7% in 20036,6% t/m 3e kwartaal 2003
 – % WAO-risico in rijksoverheid1,11% in 2000< of gelijk aan 1,11% in 20031,01% in 2002
 – aantal arbeidsgehandicapte medewerkers in rijksoverheid4 787 in 20005 087 in 20036 069 in 2002

1 Toelichting prestatie-indicatoren behorend bij 11.2: Gelet op discussie rond de waarde en achtergrond van deze prestatie-indicatoren, de afhankelijke omgevingsfactoren die deze kwantitatieve prestatie-indicatoren beïnvloeden en de mate waarin het Bureau ABD deze kan beïnvloeden is besloten tot een verkenning naar betere kwalitatief meetbare doelen met heldere definitiewaarden, waarmee meer recht wordt gedaan aan het verantwoorden van bereikte doelen. De prestatie-indicatoren vloeien voort uit de bedrijfsinformatie BABD.

2 Ter toelichting op het begrip gemiddelde zittingsduur op ABD-functie het volgende: het betreft hier de gemiddelde zittingsduur van ABD-leden op hun huidige functie op het meetmoment 31 december 2003. De meest recente benoemingen (korter dan een jaar in de huidige functie) drukken dit gemiddelde onevenredig.

3 Instroomproces en de registratie hiervan is vertraagd door sterk afgenomen aanbod van vacatures; van de 127 trainees hebben er 7 nog geen baan; er is nog geen volledig beeld in welke mate de wel-ingestroomden bij het Rijk terecht zijn gekomen.

Overzicht beleidsevaluatie
operationele doelstellingonderwerpstartdatumeinddatumstand van zaken
11.4: Samenstelling en effectieve organisatie van de rijkssectorhet convenant inzake aanpak van werkdruk, ziekteverzuim en (re)integratie van langdurig zieke werknemers en arbeidsgehandicapten in de sector Rijk (kortweg: arboconvenant Rijk)nov 2002jan 2004 Activiteiten zijn grotendeels afgerond. Eindevaluatie loopt wat achter en zal volgens planning eind juni 2004 beschikbaar komen.
 tevredenheid onder medewerkers meten over hun werk, management, loopbaanperpectief (er wordt een instrument aangeboden dat de manager eens in de 1 jaar kan inzetten, dus eind 2004 is de nulmeting rond)20032004Er loopt een pilot benchmarken binnen een 13-tal rijksdiensten. In het voorjaar 2004 moet duidelijk worden of en hoe het instrument rijksbreed ingezet gaat worden.
 tevredenheid onder managers meten over de geboden ondersteuning van personeelsinstrumenten en personeelsadvies20032004Idem bovenstaand.
 tevredenheid onder directies P&O meten over de ondersteuning vanuit het concernniveau bij het verrichten van hun werkapril 2003juni 2003In februari 2004 worden de stakeholders bevraagd.

2. Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Operationele doelstelling 2: Het bevorderen dat de rijksdienst, nu en in de toekomst, beschikt over professionele, goed toegeruste topmanagers

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

A. Selectie & OntwikkelingGedeeltelijk
B. Versterken concern-MD binnen de rijksoverheidJa

A. Als gevolg van de vertraging in de toedeling van middelen kon pas in de tweede helft 2003 gestart worden met de voorbereiding voor de oprichting van ABD-Interim. ABD-Interim zal per 1 april 2004 zijn opgericht.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

A. In het afgelopen jaar is management-development (MD) gevoerd voor de ABD. MD bestaat uit selectie en ontwikkeling.

Ten behoeve van een adequate bezetting van functies in de top van de rijksdienst zijn in 2003 85 ABD-vacatures volgens het ABD-proces vervuld. Daarbij is objectief geadviseerd waarbij kwaliteit leidend was, maar ook een evenwichtige verdeling van ervaren managers en nieuwkomers, interdepartementale mobiliteit, instroom van buiten de rijksdienst en diversiteit een rol speelde. Door het bieden van mogelijkheden voor loopbaanbegeleiding, training, advies, coaching en intervisie heeft het Bureau ABD in 2003 een evenwichtiger aanbod van ontwikkelingsmogelijkheden voor de ABD neergezet.

Hoewel de huidige arbeidsmarktsituatie en het via internet melden van vacatures het actief vinden van nieuwe bronnen minder noodzakelijk lijkt te maken, dient voor de toekomst blijvend geïnvesteerd te worden in netwerken die de instroom van buiten het rijk vergroten. De gestarte netwerken en samenwerkingsverbanden hebben daarom ook in de tweede helft van 2003 de nodige aandacht gekregen. In 2003 is een start gemaakt met het opzetten van netwerken en samenwerkingsverbanden met andere overheden en commerciële searchbureaus. Daarnaast is met de start van de tweede lichting van het ABD-kandidatenprogramma wederom een impuls gegeven aan de ontwikkeling van toekomstig managementpotentieel voor ABD-functies.

Als gevolg van de vertraging in de toewijzing van middelen voor de ABD-Interim is pas in de zomer van 2003 gestart met de uitwerking van een concept plan van aanpak. Deze pool van ABD-managers die interim opdrachten vervullen in de rijksdienst biedt drie voordelen. Ten eerste biedt het de mogelijkheid aan ABD-managers in een tijdelijke werkomgeving meer aandacht te besteden aan ontwikkeling. Ten tweede schept dit ruimte om de doorstroom in de ABD ondanks de huidige verstilling in beweging te houden, waardoor talenten zich verder kunnen ontwikkelen. Daarnaast draagt dit gebruik van ABD-managers via ABD-interim bij aan de terugdringing van de inhuur van externen in de rijksdienst. Inmiddels is de ABD-Interim begin 2004 gestart.

B. Door het voeren van concern MD is in 2003 geïnvesteerd in de versterking en harmonisering van de MD-functie en MD-processen bij de verschillende departementen en in het ontwikkelen van het proces dat het (toekomstig) potentieel voor ABD-functies bij ministeries in beeld brengt. In samenwerking met departementale MD-functies en de SG's is dit proces ontwikkeld tot het Talent Review Process (TRP). Door deze jaarlijkse schouw op organisatie en management is een strategische planning voor de ontwikkeling van de meest getalenteerde managers gestalte gegeven.

Door het versterken van het netwerk tussen Nederlanders op managementfuncties bij de Europese instellingen en ABD-managers is een start gemaakt met het bevorderen van een grotere vertegenwoordiging van Nederlandse managers bij Europese instellingen (zie ook artikel 10.4).

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

 BegrotingRealisatie
A. Selectie & Ontwikkeling3,250 mln1,809 mln
B. Concern MD390 mln294 mln
Totaal3,640 mln2,103 mln

De uiteindelijke raming van de uitgaven bedroeg € 3,6 mln (inclusief € 1,6 mln voor de ABD-interim). Aan ontwikkeling en opleiding is € 1,639 mln uitgegeven (waaronder € 0,3 mln startkosten ABD-interim). Aan selectieactiviteiten is € 0,17 mln en aan Concern-MD € 0,3 mln besteed. De onderuitputting op ABD-interim, als gevolg van de vertraging in de start van ABD-Interim, is herkenbaar. De bestedingen zijn daarmee in overeenstemming met de bereikte doelen, in relatie tot de voor die doelen beschikbaar gestelde middelen, en conform de begroting.

Operationele doelstelling 3: Het ontwikkelen en onderhouden van concurrerende arbeidsvoorwaarden voor de sector Rijk

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

Een arbeidsvoorwaardenpakket, dat zowel voor zittende als toekomstige medewerkers aantrekkelijk is

Eind 2003 is het arbeidsvoorwaardenpakket concurrerend te noemen. Om het zo te houden is continu onderhoud noodzakelijk. Met het programma modernisering beloningsstelsel werd beoogd om de beloning plaats te laten vinden op basis van functie-inhoud, behaalde resultaat en professionele ontwikkeling. Het temporiseren van de uitgaven vooruitlopend op de invulling van de taakstelling op arbeidsmarktbeleid heeft geleid tot nadere heroverwegingen waardoor dit programma is geschrapt.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

Er is een nieuwe CAO afgesloten, looptijd van 1 december 2002–1 januari 2004.

Afspraken uit de nieuwe CAO en vorige CAO's: de invoering van de verlofspaarregeling is gerealiseerd.

De afspraak om het beloningsstelsel te moderniseren is niet gerealiseerd; 2003 zou gebruikt worden om de implementatie voor te bereiden. Zoals hiervoor aangegeven is dit programma in zijn geheel geschrapt.

In het kader van de harmonisering van de secundaire arbeidsvoorwaarden is inmiddels sprake van één vervoersregeling voor de gehele sector Rijk. Daarnaast is er een project gestart om te komen tot overige harmonisatie en vereenvoudiging van de regelgeving.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

Nee, de reeds aangegeven temporisering op het arbeidsmarktbeleid heeft geleid tot een onderuitputting op dit begrotingsartikelonderdeel.

Operationele doelstelling 4: Het ontwikkelen en onderhouden van personeels- en organisatiebeleid voor de rijkssector, zoals neergelegd in de nota MPR

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

A.Organiseren:Het doen creëren van meer flexibele organisaties en formaties, die ondersteunend zijn aan het goed (geïntegreerd) uitwerken van vraagstukken en de doelmatige inzet van medewerkers
B.Instromen: Een kwantitatief en kwalitatief goede instroom van medewerkers
C.Ontwikkelen: Het verhogen van de inzetbaarheid, ontwikkeling en lerend vermogen van de medewerkers, managers en P&O-ers
D.Uitstromen: Het voorkomen van arbeidsongeschiktheid en het waarborgen van een gezonde en motiverende werksfeer. Het bevorderen van een spoedige terugkeer in het arbeidsproces van langdurig zieken en arbeidsgehandicapten

De oorspronkelijke doelstellingen voor 2003 stonden sterk in het teken van instroom en ontwikkeling. Zichtbaarheid op de krappe arbeidsmarkt en specifieke programma's om moeilijk te werven of te behouden doelgroepen aan het Rijk te binden, waren hierin karakteristieke elementen.

De economische recessie, de omslag op de arbeidsmarkt en de invulling van de taakstelling op arbeidsmarktbeleid vanaf 2004 maakten medio 2003 een integrale herbezinning op de beleidsactiviteiten noodzakelijk. Van instroom en ontwikkeling van nieuwe medewerkers is het accent komen te liggen op door- en uitstroom.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

A. In verband met het plan van aanpak volumetaakstelling binnen de rijksdienst is in 2002 een volumemonitor gemaakt, die begin 2003 is verschenen en aan de Kamer is aangeboden (kamerstukken II, 2002/2003, 28 600 VII, nr. 45). Naar aanleiding van het wegvallen van de specifieke volumereductie in het Hoofdlijnenakkoord zal de Kamer over de ontwikkeling van het personeelsvolume voortaan via het Sociaal Jaarverslag geïnformeerd worden.

In verband met de beoogde opzet van een onderzoek naar toekomstige organisatie van de rijksdienst is medio februari een raakvlakkenanalyse gemaakt, in nauwe afstemming met de SG's van de ministeries. Dit document is via de Minister van BZK aan de formateurs toegezonden. Daaraan is ook een quick scan over de mogelijke toekomstige organisatie van de rijksdienst toegevoegd. In 2003 is het programma Andere Overheid van start gegaan, die onder de noemer van de rijksoverheid gaat zichzelf beter organiseren een aantal concrete maatregelen noemt op de terreinen beleid, uitvoering en toezicht.

Met het oog op het maken van toetsingscriteria voor de inrichting van organisaties, en het uitwisselen van best practices, is in 2003 een interdepartementale commissie opgericht voor organisatievraagstukken.

Ondanks het stopzetten van het programma modernisering beloningsstelsel wordt er in het kader van het huidige Fuwasys gewerkt aan bredere functieomschrijvingen.

In 2003 is kaderstellende visie voor de beoordeling van de inrichting van de departementale topstructuur ontwikkeld.

In 2003 is een kabinetsstandpunt en een kabinetsbesluit genomen over het opzetten van rijksbreed Shared Service Centrum HRM. Inmiddels wordt er interdepartementaal hard gewerkt aan de oprichting van een SSC HRM, dat per 1/1/2006 van start moet gaan.

De pilotfase voor het inrichten en vullen van een benchmark- en visitatiesysteem is in 2003 gestart en wordt in 2004 afgerond. Naar aanleiding van de resultaten wordt medio 2004 beslist of en hoe benchmarken rijksbreed wordt geïmplementeerd.

Het kernmodel personele informatievoorziening (KPI) is gerealiseerd. Het dient als basis voor standaardisering van personeelsprocessen en -gegevens. Het model is reeds gebruikt bij diverse ministeries voor de herinrichting van de personeelsinformatie, alsmede bij de inrichting van benchmarksysteem.

B. Vooruitlopend op de invulling van de taakstelling is de Publiekscampagne getemporiseerd en in aangepaste vorm voortgezet, met de intentie om als Rijk zichtbaar te blijven op de arbeidsmarkt en om de effecten die reeds bereikt waren, in stand te houden. Doordat de campagne in 2003 aanzienlijk minder zichtbaar is geweest, is het cijfer over de bekendheid van de campagne onder de doelgroep HBO'ers en WO'ers gedaald t.o.v. 2002. Daarnaast zijn de volgende activiteiten ontplooid:

– Het Rijk was aanwezig op de Carrierebeurs Overheid en de HBO-dag;

– Er is een government crash course georganiseerd.

– Intensieve contacten met allochtone studentenverenigingen zijn onderhouden teneinde hen bekend te maken met mogelijkheden van werken bij het Rijk.

Ten slotte is de evaluatie over het arbeidsmarktcommunicatiebeleid afgerond.

In 2003 is op het terrein van de Digitale Arbeidsmarkt de mobiliteitsbank aangepast voor de doorstroom- en uitstroom en zijn afspraken met het CWI gemaakt voor het uitwisselen van vacatures. In 2003 zijn de sectoren waterschappen, de sector onderwijs en de sector wetenschappelijke instellingen aangesloten bij www.werkenbijdeoverheid.nl. De carrièresite van het A+O fonds gemeenten is geheel geïntegreerd. Het aantal bezoekers is gestegen van 425 000 (2001) naar 1 340 000 (2003).

Op het vlak van de activiteiten voor de interne arbeidsmarkt is de keuze gemaakt om vooral op de interne arbeidsmarkt te werven waar in het verleden nog een nadruk lag op werving op de externe arbeidsmarkt. In dit kader is gestart met een intensivering van de interdepartementale samenwerking van de departementale loopbaan- en adviescentra.

Als onderdeel van de onderzoeken naar de arbeidsmarktpositie is het onderzoek onder de deelarbeidsmarkt managers in 2003 afgerond. Het veldwerk voor de monitor waarin de arbeidsmarktpositie van het Rijk rijksbreed wordt bepaald is eveneens in 2003 afgerond. Rapportage daarover geschiedt medio 2004.

In het kader van het Rijkstraineeproject is in 2003 gestart met de 6e tranche trainees. Voor de 100 plaatsen waren 3 800 gegadigden.

Van de 4e tranche, die in oktober 2003 is afgerond, was de instroom naar de ministeries moeilijker dan voorheen. Het sterk afgenomen aanbod van vacatures leidde tot een vertraging in de instroom. Eind 2003 hadden er 7 van de 127 trainees van de 4e tranche nog geen baan gevonden. Door de vertraging in het instroomproces en de registratie hiervan is er nog geen volledig beeld van de mate waarin trainees bij het Rijk, dan wel elders terecht zijn gekomen.

De startfinanciering voor toekomstige expertprogramma's, om de instroom te faciliteren van doelgroepen die moeilijk te krijgen zijn of te binden zijn, komen per 2005 te vervallen. Een samenwerkingsverband om inhoudelijk en bedrijfsmatig meer te gaan samenwerken is opgezet.

C. Het opleidingenaanbod dat de ministeries hun medewerkers aanbieden is digitaal ontsloten. Tevens zijn de inrichtings- en huisvestingskosten van de Rijksacademie van Financien en Economie hieruit bekostigd. Vooruitlopend op de invulling van de taakstelling is het programma Investeren in leren in zijn totaliteit geschrapt eind 2003.

Op het vlak van diversiteitsbeleid is een aantal opleidingstrajecten gerealiseerd om de doorstroom van allochtonen en ouderen te bevorderen. Ook het programma voor diversiteitsbeleid is eind 2003 geschrapt.

Op het vlak van interne evenementen binnen de Rijksdienst is een aantal activiteiten ontplooid in 2003. In februari is een P&O-conferentie georganiseerd met als thema de vernieuwing van het HRM-stelsel in het Rijk voor 500 bezoekers. In juni is de Managementdag georganiseerd voor 1 000 rijksambtenaren vanaf schaal 12 . Dit is – achteraf gezien – de laatste Managementdag geweest, omdat de keuze is gemaakt om de taakstelling op arbeidsmarktbeleid hiermee in te vullen. In december is de loopbaandag georganiseerd voor rijksambtenaren t/m schaal 11. Het thema is aangepast aan de taakstellingen die rijksbreed spelen, en die gevolgen hebben voor de (loop)banen van rijksmedewerkers. Ruim 3800 rijksambtenaren hebben deze dag bezocht.

In 2003 is een Leergang competentiemanagement opgezet voor leden van de medezeggenschap. De loopbaanscan, een digitaal instrument dat individuele medewerker kan helpen bij zijn loopbaankeuze, is gerealiseerd.

De plannen voor het oprichten van een HRM-academie om de kwaliteit van management en P&O te verhogen, zijn stopgezet. Het draagvlak voor de gemaakte plannen bleek interdepartementaal te mager en vanaf 2004 is gekozen dit budget te schrappen.

D. Het jaar 2003 is het laatste jaar geweest van het zogeheten arboconvenant. De resultaten zijn bemoedigend, het ziekteverzuim is sterker gedaald dan de afgesproken streefwaarden en de reintegratieinspanningen voor zieke medewerkers en arbeidsgehandicapten laten hogere resultaten zien dan in het convenant afgesproken.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

Nee, de reeds aangegeven temporisering op het arbeidsmarktbeleid hebben op het gebied van ontwikkeling P&O-beleid Rijk, waaronder programma modernisering beloningsstelsel, Rijkstrainee programma en RAAC geleid tot een onderuitputting op dit begrotingsartikelonderdeel.

3. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
11: Kwaliteit RijksdienstRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen55 84268 79476 72978 077136 276– 58 199
1. apparaat13 65712 2909 88111 0689 4501 618
2. topmanagers rijksdienst9437891 1842 9871 5241 463
3. concurrerende arbeidsvoorwaarden sector rijk28 55031 37041 25736 03767 725– 31 688
4. samenstelling en effectieve organisatie van de rijkssector12 69224 34524 40727 98557 577– 29 592
       
Uitgaven53 85864 16771 17576 226136 276– 60 050
1. apparaat13 42812 3869 66010 9549 4501 504
2. topmanagers rijksdienst8827561 1162 1041 524580
3. concurrerende arbeidsvoorwaarden sector rijk28 33531 41534 85435 27067 725– 32 455
4. samenstelling en effectieve organisatie van de rijkssector11 21319 61025 54527 89857 577– 29 679
       
Ontvangsten19 9474 4171 5951 272461811

BELEIDSARTIKEL 14: TOEZICHT EN ONDERZOEK OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID

1. Algemene beleidsdoelstelling

Het verrichten van onafhankelijk, integraal en thematisch onderzoek ten behoeve van het structureel vergroten van de openbare orde en veiligheid.

Overzicht prestatiegegevens
operationele doelstellingprestatie-indicatorenbasiswaardestreefwaarderealisatiewaarde
14.1. Inspectie Openbare Orde en Veiligheid– instrumentarium gereed. In pilots beproefd   
 – afronding van reeds in gang gezette thematische onderzoeken   
 – realiseren van de beoogde personele capaciteit   
 – evaluatie reorganisatie IOOV   
14.2. Ongevallenraad– vaststelling formatie   
 – wetgevingstraject   
 – huisvesting   
 – positionering   

2. Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Operationele doelstelling 1: Inspectie Openbare Orde en Veiligheid

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

Door het intensiveren en versterken van het toezicht is systematisch en structureel inzicht ontstaan ten aanzien van de kwaliteit van de brandweerzorg, rampenbestrijding, politiezorg en het politieonderwijs.

– In 2003 heeft de Inspectie OOV instrumentarium ontwikkeld, beproefd en toegepast. Met behulp van het instrumentarium oefent de Inspectie OOV systematisch toezicht uit, dat gericht is op het niveau van de organisatie, in samenhang met anderen en gericht op kwaliteitsverbetering. De Inspectie OOV rapporteert aan de direct verantwoordelijken, die een onafhankelijk en professioneel oordeel krijgen aangereikt dat hen in staat stelt verbeterpunten aan te pakken.

Het instrumentarium ten behoeve van het toezicht op de regionale voorbereiding op de rampenbestrijding is beproefd in de regio Zuid-Holland Zuid. Vervolgens is het instrument toegepast in de regio's Gooi- en Vechtstreek en Friesland. Tevens is het instrument ingezet t.b.v. de keuze rond de regionale indeling Haarlemmermeer. De bevindingen hebben in alle gevallen geleid tot aanbevelingen ter verbetering van de kwaliteit van de (voorbereiding op de) rampenbestrijding.

Het toezichtsarrangement ten behoeve van het toezicht op het politieonderwijs is in 2003 door de Ministers van BZK en Justitie vastgesteld en wordt toegepast bij politieonderwijsinstituten. Een bestandsopname van IBP-instituten is afgerond.

Het instrumentarium ten behoeve van het toezicht op politie en brandweer is in ontwikkeling.

– In 2003 is een aantal thematische onderzoeken afgerond. Het thematisch onderzoek verschaft inzicht in de kwaliteit van (deelaspecten van) de brandweerzorg, rampenbestrijding, politiezorg en het politieonderwijs.

Stand van zaken van de implementatie van het Referentiekader Conflict- en Crisisbeheersing 2002 in de politieregio's. De Tweede Kamer is in januari 2004 over de bevindingen geïnformeerd.

Schietvaardigheid politie. De Tweede Kamer is in maart 2003 over de bevindingen geïnformeerd.

De politiële en justitiële zedentaak. Het rapport is in juni 2003 aan de korpsen en betrokkenen aangeboden.

– In 2003 is de beoogde personele groei van de Inspectie OOV gerealiseerd.

– In 2003 is de organisatie van de Inspectie OOV niet geëvalueerd. Op basis van de organisatieontwikkeling en tempo waarin bemensing van Inspectie OOV verliep is besloten om de evaluatie eerst in 2004 te laten plaatsvinden.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

Zoals voorgenomen heeft de Inspectie OOV instrumentarium ontwikkeld en dit systematisch toegepast. Daarnaast heeft de Inspectie OOV thematisch onderzoek verricht naar specifieke elementen van de toezichtsgebieden.

De Inspectie OOV heeft, rekening houdend met de checklist behorende bij De Kaderstellende visie op toezicht, zich als organisatie verder ontwikkeld. In 2003 heeft de Inspectie OOV een aanvang gemaakt met de zelfevaluatie, die in het eerste kwartaal 2004 aan de Ambtelijke Commissie Toezicht II zal worden aangeboden.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

De activiteiten van de Inspectie OOV hebben, zoals beraamd, € 3,2 mln gekost.

Operationele doelstelling 2: Ongevallenraad

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

Dat de veiligheid in Nederland structureel toeneemt, waarbij de Minister gebruik maakt van de aanbevelingen van de Ongevallenraad.

Het project onafhankelijk Rampen- en Ongevallenonderzoek (PRO) heeft in 2003 verder gestalte gegeven aan haar opdracht tot het voorbereiden van de installatie van de Onderzoeksraad voor veiligheid (Ovv). Het traject is gericht op vier sporen, nl.

– de wetgeving voor de instelling van de raad,

– de huisvesting, inrichting en exploitatie van het pand,

– de plaatsing van het personeel Raad voor de Transportveiligheid in de nieuwe organisatie Ovv

– en de implementatie van de nieuwe organisatie en werkwijze.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

Een communicatieplan is voorbereid en in uitvoering om tijdens het gehele traject over deze onderwerpen intern en extern te communiceren.

In 2003 is het inhuren en inrichten van de huisvesting te Den Haag gerealiseerd. De exploitatie van het pand is tot aan de installatie van de raad een verantwoordelijkheid van het project. De investerings- en exploitatiekosten drukken op het budget PRO 2003 en 2004.

Een kwartiermaker is ingehuurd om de nieuwe organisatie van de Ovv te implementeren en het personeel voor te bereiden op de daarbij behorende werkwijze. Dit verandertraject duurt tot aan de installatie van de raad.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

Reden van de onderschrijding van het budget 2003 is, dat het tijdstip van de installatie van de Ovv is verschoven naar september 2004. Dit tijdstip is sterk afhankelijk van de besluitvorming in de Tweede Kamer. Activiteiten die in 2003 waren voorzien konden om die reden eerst in gang worden gezet in het najaar van 2003 dan wel moesten over het boekjaar 2003 worden getild en gerealiseerd in 2004. Ook zijn de kosten voor inrichting van het pand van de Onderzoeksraad en het bouwen van het automatiseringsnetwerk aanzienlijk lager uitgekomen dan begroot.

3. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
14: Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheidRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen   9 1235 9693 154
1. Inspectie Openbare Orde en Veiligheid   4 3593 519840
2. Ongevallenraad   4 7642 4502 314
       
Uitgaven   7 0955 9691 126
1. Inspectie Openbare Orde en Veiligheid   3 2083 519– 311
2. Ongevallenraad   3 8872 4501 437

6. NIET-BELEIDSARTIKELEN

NIET-BELEIDSARTIKEL 12: ALGEMEEN

1. Algemene beleidsdoelstelling

Op dit artikel worden die uitgaven verantwoord die betrekking hebben op de bedrijfsvoering van BZK. Deze uitgaven hebben tot doel de beleidsactiviteiten van het ministerie te ondersteunen op de terreinen van financiën en begroting, personeel en organisatie, informatievoorziening, communicatie en facilitaire zaken. Tevens wordt op dit artikel de uitvoering van een aantal niet beleidsmatige activiteiten verantwoord, die onder diverse directoraten generaal vallen.

Als algemeen begrotingsartikel zijn aan dit artikel geen kwantificeerbare prestatiegegevens gekoppeld.

Overzicht beleidsevaluatie
operationele doelstellingonderwerpstartdatumeinddatumstand van zaken
12.1: Apparaatevaluatie invoering nieuwe huisstijl BZK. (De afronding van de invoering nieuwe huisstijl BZK is vertraagd door diverse ontwikkelingen, de invoering van nieuwe sjablonen en het laten maken van stands in de huisstijl etc. Medio juli 2002 wordt de invoering afgerond, zoals gepland zal in november 2002 worden gestart met de evaluatie.)nov 2002jan 2003Dit onderzoek is afgerond.
 evaluatie reorganisatie Directie Voorlichting en Communicatienov 2002jan 2003Dit onderzoek is geannuleerd omdat op dit moment er vele trajecten spelen, van Leeuwensprong tot nieuwe visie op overheidsvoorlichting en – communicatie tot taakstelling, etc. Een werkgroep inventariseert al deze trajecten om te bezien of deze invloed heeft op de directie VLC.
 evaluatie reorganisatie Stafbureau Centrale Stafdienstennov 2002jan 2003In verband met het project Leeuwensprong is deze evaluatie geannuleerd.

2. Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Operationele doelstelling 1: Apparaat

De algemene beleidsdoelstelling wordt operationeel gemaakt door kaderstelling, control en facilitering op PIOFACH terrein aan de onderdelen van BZK door de centrale stafdiensten. Bij PIOFACH gaat het hierbij om de terreinen Personeel, Informatie, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie en Huisvesting.

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben tot doel de beleidsactiviteiten van BZK te ondersteunen op de reeds hierboven genoemde PIOFACH terreinen. Deze ondersteuning heeft plaatsgevonden binnen het voor BZK vastgestelde sturingsmodel, waarbij de directeuren-generaal, het hoofd AIVD en de plaatsvervangend secretaris-generaal integraal verantwoordelijk zijn voor beleid en beheer van de onder hen vallende diensten en activiteiten. Hierbij zijn zij ondersteund door de centrale stafdiensten.

In 2003 hebben we volgende doelstellingen bereikt op afzonderlijke onderdelen:

1. Financien:

– Zorgen voor een adequate en tijdige uitvoering van de begrotingscyclus en -advisering en voor een goede financiele infrastructuur voor de begrotingsartikelen.

– Het realiseren van de binnen BZK geaccordeerde en vastgestelde planning voor de verschillende auditproducten door de departementale auditdienst.

2. Huisvesting:

– Zorgen voor een optimale dienstverlening aan de afnemers binnen departement en voor de advisering, kaderstelling en controlfunctie op taakvelden huisvesting, inkoop en veiligheid.

– Onderzoek naar een nieuwe huisvesting voor het kerndepartement.

3. Informatie en automatisering:

– Zorgen voor een optimale dienstverlening op het gebied van o.a. ICT, repro, documentatie en archief.

4. Personeel en Organisatie:

– Werven van kwalitatief hoogwaardig personeel

– Ondersteunen en begeleiden van medewerkers en managers

5. Communicatie:

– het vergroten van de toegankelijkheid van voorgenomen en aanvaard beleid door openbaarmaking, verklaring en toelichting

– het inzetten van communicatie van beleidsontwikkeling tot beleidsuitvoering

– het adviseren van de politieke en ambtelijke leiding over de interne en externe communicatie

– het organiseren van het Nationaal Voorlichtingscentrum

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

1. Financiën. Op grond van en in overeenstemming met de Comptabiliteitswet is de begrotingscyclus en -advisering in de financiële infrastructuur uitgevoerd voor de begrotingen van BZK (VII), Koninkrijksrelaties (IV) en met in acht name van de staatsrechtelijke positie van de Hoge Colleges van Staat voor hoofdstuk II.

Voor 2004 is een draaiboek opgesteld dat de gehele externe en interne BZK bedrijfsvoering (beleid en beheer) beslaat.

Voor 2003 heeft de Auditdienst een uitgebreid auditplan opgesteld en dit is door het Audit Committee vastgesteld. Over de voortgang en eventuele wijzigingen wordt driemaandelijks gerapporteerd. Tevens wordt inzicht gegeven in de gerealiseerde producten (de wettelijke taak producten (verklaringen), bijzondere accountantscontrole, PIOFACH-onderzoeken en beleidsvoeringsonderzoeken).

2. Huisvesting. Met betrekking tot de nieuwe huisvesting is in nauwe samenwerking met Justitie en de Rijksgebouwendienst gewerkt aan het ontwerp van het casco van de nieuwbouw. Eind 2003 is het ontwerp gereed gekomen en is de bouwaanvraag ingediend bij de gemeente Den Haag.

Op het gebied van inkoop is in 2003 verder gewerkt aan een inkoopverbeterplan. De eerste hernieuwde mantelcontracten zijn in dit kader afgesloten.

3. Informatie en automatisering. Vanuit de dienstverleningsafspraken heeft de centrale directie Informatievoorziening de overige departementsonderdelen bediend op het terrein van ICT-ontwikkeling, -ondersteuning en uitvoering, postverwerking, reprografie, helpdesk, bibliotheek en archief, documentatie etc.

Met betrekking tot de projecten is de pilotfase van het digitaal documentair informatiesysteem (digidoc) met een positieve evaluatie afgerond. Besloten is om Digidoc vanaf 2004 BZK-breed in te voeren. Hiermee zal BZK het eerste ministerie worden dat de document georienteerde werkprocessen digitaal laat verlopen.

Op het BZK-net is de gemeenschappelijke internetdienst in gebruik genomen. Alle onderdelen van BZK hebben nu een veiligere en betere internetverbinding.

4. Personeel en organisatie. Om te komen tot een transparant en resultaatgericht ministerie heeft BZK, in 2003, naast de structuurwijziging (Leeuwensprong) een cultuurtraject (LEO) ingezet om de werkwijze te veranderen. Het daadwerkelijk samenwerken en de realisatie van een kwaliteitsslag vergen een wijziging in de dagelijkse manier van werken, zowel bij de leidinggevenden als bij de medewerkers. Kenmerken hierbij zijn resultaatgericht, omgevingsbewust en ruimte biedend aan medewerkers.

5. Communicatie. In 2003 heeft er een verschuiving plaatsgevonden van de invulling van de communicatietaken. De vaak traditionele zendergerichte taken zijn meer in dienst komen te staan van de nieuwe ontvangergerichte kerntaken. Hiertoe is een uitgebreide taken- en productenlijst opgesteld.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

Voor deze operationele doelstelling is € 78,1 mln uitgegeven.

Operationele doelstelling 2: Niet aan doelen toe te rekenen (rechtspositionele) regelingen

Bij artikel 12.2 zijn geen operationele doelstellingen geformuleerd. Hieronder worden voor enkele regelingen de belangrijkste ontwikkelingen in 2003 kort toegelicht.

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

De regelingen zijn up to date gehouden zowel wat de inhoud betreft als de uit te keren bedragen door de jaarlijkse, c.q. halfjaarlijkse aanpassingen van de bedragen. Tevens zijn voldoende middelen ter beschikking gesteld om de (pensioen)uitkeringen te kunnen doen. De feitelijke uitvoeringswerkzaamheden zijn uitbesteed aan het SAIP, UWV-Uszo en Loyalis. De concrete producten zijn de uitkeringen en de pensioenen.

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

Op grond van de Wet van 10 december 1970, Stb. 573, houdende herziening van het financieel statuut voor het Koninklijk Huis, zijn een aantal uitgaven van H.M. de Koningin en H.K.H. Prinses Juliana ten laste van de BZK-begroting gebracht. Naast een bijdrage in de functionele kosten Koninklijk Huis en een subsidie aan de Stichting Koninklijk Paleis te Amsterdam is ook de eindafrekening 2002 betaald. Het betrof de afrekening van de functioneel declarabele kosten 2002 die samenhingen met het huwelijk van Willem-Alexander en Maxima.

Bij wet van 2 juni 2003 (Stb. 2003, 249) is de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) gewijzigd op de onderdelen uitkering bij aftreden en het nabestaandenpensioen.

De op basis van deze wet en de op basis van de regelingen betreffende de overzeese pensioenen uit te betalen pensioenen en uitkeringen zijn verstrekt.

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

De totale bijdrage in de functionele kosten Koninklijk Huis bedroeg € 10,936 mln, waaronder de kosten die samenhangen met de eindafrekening 2002 bedroegen € 1,781 mln.

Bij eerste en tweede suppletore begroting zijn de ramingen voor de uitkeringen gewezen ministers (Appa) naar boven toe bijgesteld. Per saldo is echter een onderschrijding opgetreden t.o.v. de raming.

Ook de uitgaven voor de rechtspositie post-actieve (voormalige) overzeese gebieden zijn achterbleven bij de ramingen.

Garanties

Het betreft hier hypotheekgaranties, die bij beschikking van 23 augustus 1974, nr. AB74/U1271, van de Minister van Binnenlandse Zaken zijn afgegeven, waarbij de mogelijkheid is geschapen om onder bepaalde voorwaarden een hypotheekgarantie te verlenen voor tijdige betaling van rente en aflossing op een hypothecaire geldlening, die in verband met de aankoop van een woning is afgesloten. Per 31 december 2003 was de stand van het maximale financiële risico € 2,480 mln (2002 € 2,766 mln). Volgens de opgaven van de financiële instellingen stond er per 1 januari 2003 een totaalbedrag van € 1,359 mln aan hypothecaire geldleningen open (2002 € 1,599 mln). Er is in 2003 geen beroep gedaan door de financiële instellingen op de door BZK afgegeven hypotheekgaranties.

(Rechtspositionele) regelingen

Uitsplitsing van budgetten (x € 1 000)
 Ontwerp-begroting 2003Realisatie 2003
1. Functionele kosten Koninklijk Huis & subsidies10 57212 717
2. Oorlogsgravenstichting2 3032 309
3. Vervreemding aandelen280
4. Werkgelegenheidsimpuls22 36321 263
5. Wet Rietkerk-uitkering2 3311 891
6. Uitkeringen gewezen ministers4 7236 663
7. Wachtgelden en pensioenen270240
8. Rechtspositie post-actieve (voormalige) overzeese gebieden52 31851 277
9. Strategisch akkoord: taakstelling subsidies– 25
10. Garanties
Totaal raming94 85596 640

3. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
12: AlgemeenRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen144 679148 618362 119159 988142 39117 597
1. apparaat62 94262 68678 59080 68370 06610 617
2. niet aan doelen toe te rekenen (rechtspositionele) regelingen81 73785 932283 52979 30572 3256 980
       
Uitgaven159 185157 547172 712174 765164 9219 844
1. apparaat57 67963 77773 61978 12570 0668 059
2. niet aan doelen toe te rekenen (rechtspositionele) regelingen101 50693 77099 09396 64094 8551 785
       
Ontvangsten310 1274 3499 76513 5471 57311 974

NIET-BELEIDSARTIKEL 13: NOMINAAL EN ONVOORZIEN

3. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
13: Nominaal en onvoorzienRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen0000– 2 2902 290
1. loonbijstelling000000
2. prijsbijstelling0000– 2 2992 299
3. onvoorzien00009– 9
       
Uitgaven0000– 2 2902 290
1. loonbijstelling000000
2. prijsbijstelling0000– 2 2992 299
3. onvoorzien00009– 9

7. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

Achtergrond en aanleiding

Jaarlijks wordt in de bedrijfsvoeringsparagraaf ingegaan op eventuele majeure wijzigingen in de organisatie van BZK. Daarnaast wordt in de bedrijfsvoeringsparagraaf de mededeling over de bedrijfsvoering afgegeven. In deze mededeling wordt aangegeven in welke mate de processen binnen BZK worden beheerst en daarmee de departementsleiding in control is.

Leeswijzer

In deze bedrijfsvoeringsparagraaf wordt eerst een tweetal wijzigingen in de organisatie van BZK aangegeven die in 2003 zijn doorgevoerd. Vervolgens wordt ingegaan op de bedrijfsvoering. Verantwoord wordt welke delen van de opbouw van het Management Control Systeem (MCS) in het jaar 2003 gerealiseerd zijn en hoe deze de basis vormen voor het afgeven van de mededeling over de bedrijfsvoering 2003. Een aantal aandachtspunten wordt gegeven die in 2003 als signalen (risico's) zijn ontvangen uit het reeds werkende deel van het MCS. Hierbij wordt kort aangegeven wat dit betekent voor de verdere ontwikkeling van het MCS in 2004 en welke maatregelen worden getroffen om de gesignaleerde risico's te beheersen.

Organisatiewijzigingen

In 2003 hebben binnen BZK de volgende majeure organisatorische wijzigingen plaatsgevonden.

Van vier naar drie DG's

Vanaf 1 september 2003 zijn drie van de vier directoraten-generaal van BZK overgegaan in twee nieuwe directoraten-generaal. Uit het DG Openbaar Bestuur, DG Management en Personeelsbeleid en DG Constitutionele Zaken en Koninkrijksrelaties zijn het DG Management Openbare Dienst (DGMOD) en het DG Koninkrijksrelaties en Bestuur (DGKB) ontstaan.

Het Directoraat-Generaal Koninksrijksrelaties en Bestuur bevordert een doelmatig, doeltreffend en democratisch openbaar bestuur, waaronder de identiteitsinfrastructuur, relaties met de overige onderdelen van het koninkrijk, EU en andere internationale instellingen.

Het Directoraat-Generaal Management Openbare Sector streeft naar een effectieve en efficiënt functionerende overheid, die zijn publieke taak optimaal uitvoert, adequaat inspeelt op behoeften vanuit de maatschappij en de burger en waar het plezierig werken is. Ten behoeve van een beter presterende overheid bevordert het DGMOD de kwaliteit van de overheid op het gebied van organisatie, management, personeel, informatie en communicatie.

Project-directoraat-generaal Andere OverheidNieuwe verhoudingen: meer zelf doen, minder bemoeienis

Onder dit motto gaat de overheid zich beperken tot wat haar kerntaken zijn en deze taken beter uitvoeren: eenvoudiger, efficiënter, effectiever. Tegelijkertijd krijgen burgers meer mogelijkheden om naar eigen inzicht en met minder directe overheidsinmenging hun leven in te richten. Ook zullen burgers, individueel en georganiseerd, meer zelf moeten doen en minder op de overheid kunnen leunen. Deze vernieuwing van het openbaar bestuur en het verbeteren van de publieke prestaties zijn een zaak van rijk, uitvoeringsorganisaties, provincies en gemeenten en andere overheden samen.

Om deze omslag binnen de overheid te realiseren is binnen BZK het project DG Andere Overheid opgericht.

Bedrijfsvoering

Over het begrotingsjaar 2004 zal de eerste mededeling over de bedrijfsvoering met een volledige reikwijdte moeten worden afgegeven. Deze reikwijdte omvat de sturing en beheersing van zowel de primaire als de ondersteunende processen binnen het kernministerie aangevuld met de sturingsrelaties met Zelfstandige Bestuursorganen. In de daaraan voorgaande periode wordt gesproken van een groeitraject naar een volledige mededeling.

Over het jaar 2002 is een mededeling afgegeven die uitsluitend was gebaseerd op het financieel- en materieel beheer en de daartoe gevoerde administraties binnen BZK. Het normenkader hiervoor werd gevormd door de rijksbrede baseline financieel- en materieel beheer. Ook voor het jaar 2003 is dit de basis voor de mededeling over de bedrijfsvoering. In aanvulling hierop is in 2003 middels het Management Control Systeem consequent informatie verzameld over de stand van zaken met betrekking tot prestatiegegevens en evaluatieonderzoeken, de werking van personele beheersprocessen, de informatiebeveiliging en de informatierelatie met de agentschappen. De onderliggende normenkaders hierbij zijn ondermeer de Regeling Prestatiegegevens en Evaluatieonderzoek, de Wet Poortwachter en intern vastgestelde personele kaders, het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksoverheid en de vastgestelde sturingsrelaties met de agentschappen.

Mededeling over de bedrijfsvoering

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verklaart hierbij als volgt:

In het begrotingsjaar 2003 is op een gestructureerde wijze aandacht besteed aan de bedrijfsvoering van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Een en ander heeft in het begrotingsjaar 2003 geresulteerd in beheerste bedrijfsprocessen binnen het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inzake het financieel en materieel beheer.

Deze mededeling is enerzijds gebaseerd op de werkzaamheden van de Auditdienst die ten behoeve van haar auditplanning 2003 een risicoanalyse heeft uitgevoerd gericht op het (financieel en materieel) beheer en aansluitend naar de belangrijkste beheerrisico's onderzoek heeft gedaan en anderzijds op de signalen die in de managementrapportages zijn afgegeven en/of bij de beoordeling en bespreking hiervan naar voren zijn gekomen.

De planning & control cyclus binnen BZK had in 2003 betrekking op beide aspecten van de bedrijfsvoering:

– Realisatie van beleidsdoelstellingen;

– Realisatie van doelstellingen op het terrein van de ondersteunende processen (financieel beheer, personeel beheer, informatiebeheer, materieelbeheer).

Voor een deel is hierbij reeds gebruik gemaakt van risicoanalyses.

De planning & control cyclus startte in 2003 bij de opstelling van de VBTB-begroting. Deze is nader geconcretiseerd in jaarplannen op diverse niveau's binnen de organisatie. Over de realisatie van de doelstellingen zijn tussen de secretaris-generaal en de directeuren-generaal werkafspraken gemaakt die gedurende het jaar tezamen met integrale managementrapportages tot (bij)sturing en beheersing hebben geleid. Daarnaast werd in de managementrapportages informatie gegeven over de werking van de ondersteunende processen. Ten slotte is tweewekelijks in een ministersstaf aandacht besteed aan de BZK beleidsonderwerpen waarop de grootste risico's werden gelopen.

Over 2003 is de mededeling over de bedrijfsvoering nog niet gebaseerd op deelmededelingen.

In onderstaand schema wordt het Management Control Systeem (MCS) van BZK in 2003 weergegeven.

Figuur 1: MCS binnen BZK zoals dat in 2003 werd gehanteerd

kst-29540-14-3.gif

Aandachtspunten voor de bedrijfsvoering:

Met het hierboven beschreven MCS is in het verslagjaar 2003 op gestructureerde wijze aandacht besteed aan de sturing en beheersing van de processen, met dien verstande dat een aantal punten van aandacht naar voren zijn gekomen ten aanzien waarvan verbeteracties zijn (worden) gestart:

Van Planning & Control naar Management Control

In september 2003 is in het Audit Committee op grond van een evaluatie vastgesteld dat de opzet en werking van de planning & control cyclus verbeterd zouden moeten worden. Naar aanleiding hiervan is in november 2003 tot een herontwerp gekomen dat leidt tot de ontwikkeling van de planning & control cyclus tot een MCS. Dit systeem voldoet aan de wettelijke vereisten, maar past beter bij de sturingsbehoefte van het management.

Jaarplannen en managementrapportages zullen geen onderdeel meer uit maken van het nieuwe Management Control Systeem. Hiervoor in de plaats komt een compactere en zakelijkere BZK-begroting met daaraan gekoppelde werkafspraken (en de monitoring van de realisatie hiervan) op de diverse niveau's binnen de BZK organisatie de basis voor de management control. Deze werkafspraken worden gebaseerd op risicoanalyses waarbij het bereiken van de BZK-doelen centraal staat. Het uitgangspunt voor de beheersing van de processen zijn de decentrale systemen van management control zoals deze door de diverse managers worden gebruikt om de processen te beheersen. Er wordt dus niet meer gestreefd naaréén totaalomvattend, dwingend MCS binnen BZK. Ruimte wordt gegeven aan de specifieke kenmerken van de beleidsterreinen en managers. Sluitstuk van het MCS vormt de ontwikkeling van de (bedrijfsvoering)onderzoeksfunctie. Periodiek zal in de toekomstige situatie bij elk organisatieonderdeel een preventieve doorlichting plaatsvinden naar verbetermogelijkheden in het functioneren van het onderdeel zonder dat daaraan een expliciete taakstelling ten grondslag ligt. Specifieke aandacht wordt daarbij besteed aan de mate van beheersing van zowel de primaire als de ondersteunende processen. Een dergelijk MCS sluit ook beter aan bij de huidige tijdsgeest van deregulering en ontbureaucratisering.

Op basis van deze combinatie van BZK-begroting, werkafspraken, decentrale, gedifferentieerde Management Control Systemen en bedrijfsvoeringonderzoek zal in de toekomst de mededeling over de bedrijfsvoering van BZK worden afgegeven.

Implementatie van de Regeling Prestatiegegevens en Evaluatieonderzoek (RPE)

Het jaar 2003 stond in het teken van de werking van de evaluatiefunctie en de RPE. Hierbij was het belangrijk om de evaluatiefunctie niet puur vanuit het oogpunt van verplichte regelgeving te stimuleren. De belangrijkste activiteit om de evaluatiefunctie werkend te krijgen was dan ook de nauwere samenwerking binnen BZK op de terreinen van onderzoek en strategische kennisontwikkeling. Op het gebied van onderzoek is een database operationeel geworden met álle onderzoeksgegevens binnen BZK. Hiermee staat (evaluatie)onderzoek binnen BZK nu goed op de kaart. Op het gebied van prestatiegegevens is onder andere de self-audit prestatiegegevens en evaluatieonderzoek ontwikkeld om de DG's een praktisch handvat te bieden voor het omgaan met prestatiegegevens, evaluatieonderzoek en informatie van derden. Uit eigen waarneming is echter gebleken dat dit instrument en de nadere procesbeschrijvingen in de praktijk slechts beperkt worden toegepast c.q. nageleefd en dat daarmee niet aan een aantal administratieve verplichtingen van de RPE wordt voldaan. Op basis van deze conclusie en de aanbevelingen van het AR-rapport Staat van de beleidsinformatie 2004 zal dit onderwerp tezamen met de hiervoor vermelde verbeterslag inzake de BZK-begroting de komende periode meer aandacht krijgen.

Informatiebeveiliging

De herziening van de interne Baseline Informatiebeveiliging heeft als gevolg van de reorganisatie Leeuwensprong vertraging opgelopen. Dit geldt ook voor het op te stellen nieuwe beleidsdocument informatiebeveiliging. Het verder uitwerken van de planning & control op het gebied van informatiebeveiliging volgt de departementsbrede ontwikkeling van de controlfunctie. Inmiddels is een intern overleg van beveiligingscontactpersonen geactiveerd om de naleving van de informatiebeveiligingsprocessen te verbeteren.

Materieel Beheer

In 2003 is tot een centraal systeem van activaregistratie overgegaan. Voor elke directie is daarbij een activabeheerder benoemd die de gegevens in het centrale systeem zal beheren. Bij de ingebruikname van het systeem is een duidelijke keuze gemaakt welke activa vanuit risico-overwegingen geregistreerd dienen te worden binnen BZK en op welke manier deze activa beheerd dienen te worden. Uitgangspunt bij de herziene aanpak van het materieel beheer is de interdepartementale Baseline financieel en materieel beheer.

Tevens is het materieel beheer van het Logistiek Centrum Zoetermeer (LCZ) voor BZK een aandachtspunt geweest. Inmiddels is een verbeterplan opgesteld dat thans door LCZ in samenwerking met het departement wordt uitgevoerd. Aandachtspunten in dit verbeterplan zijn:

• de inventarisaties van de voorraden bij het LCZ zelf (in 2003 zijn alle voorraden geïnventariseerd),

• de noodzakelijke aanpassingen in verband met de toegangsbeveiligingen tot de magazijnen,

• uitwerking van het toezicht op het materieel bij de regio's en

• uitwerking van de sturingsrelaties tussen DGOOV en het LCZ (actie wordt meegenomen bij de agentschapsvorming).

In verband met het integreren van het LCZ in de per 1 januari 2006 op te richten Landelijke Faciliteit voor de Rampenbestrijding (agentschap) is het op orde zijn van het materieel beheer binnen het LCZ van cruciaal belang.

Subsidiebeheer

Bij de invulling van de rijksbrede subsidietaakstelling is naar voren gekomen dat het subsidiebeheer binnen BZK verbeterd kan worden. Een van de maatregelen ter verbetering is de inmiddels eind 2003 operationeel geworden toolkit Subsidies in de vorm van een praktische intranettoepassing. In 2004 zal nog verder aandacht worden besteed aan de doorlichting van bestaande subsidieregelingen binnen BZK. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de fundamentele criteria die zijn afgeleid uit het model dat door het Ministerie van VWS is ontwikkeld. Op basis van deze criteria zal ook in de toekomst een toets plaatsvinden op eventuele nieuwe subsidieregelingen.

KLPD

Over het jaar 2002 is bij de jaarrekening van het KLPD een afkeurende accountantsverklaring afgegeven in verband met het niet naleven van EU-aanbestedingsregels. Daarnaast was in 2002 geringe voortgang geboekt bij het op orde brengen van het contractbeheer. Beide ontwikkelingen waren voor de Algemene Rekenkamer reden om op het aspect van het contractbeheer een bezwaaronderzoek te starten. De nog in 2002 en de in 2003 getroffen maatregelen hebben ertoe geleid dat de AR heeft afgezien van het handhaven van het bezwaar. In 2003 heeft KLPD energie gestoken in het gestalte geven van het contractbeheer, door ondermeer het opstellen van een eigen verwervingsbeleid, een daarop aansluitende set van procesbeschrijvingen en een implementatieplan. Op dit moment vindt een interne audit plaats waaruit moet blijken of en in hoeverre de beschreven procedures en werkinstructies ook daadwerkelijk worden gevolgd.

Ook de overige projecten uit het verbeterplan zijn (vrijwel) geheel conform de planning uitgevoerd. De nog openstaande acties zullen in de lijn worden belegd en op structurele wijze worden bewaakt. In het jaar 2004 zal verdere aandacht worden besteed aan de borging en werking van de ingevoerde verbeteringen.

ITO

Op het terrein van de bedrijfsvoering is in 2003 door het ITO een verbeterprogramma uitgevoerd op de volgende terreinen:

– Verbeteren projecten beheer;

– Administratieve organisatie/ interne controle;

– Interne en externe informatievoorziening;

– Financiële regelgeving en administratie;

– Cost of Ownership model;

– Inkoop en Europese aanbesteding;

– Sturing en (management) cultuur;

– Activabeheer.

Dit verbeterprogramma moet leiden tot structurele verbeteringen in de bedrijfsvoering van ITO. Omdat ITO per 1 januari 2004 operationeel integreert met de ICT Service Coöperatie (ISC), is met de leiding van het ISC afgesproken, dat zij de uitkomsten van het Verbeterprogramma zal implementeren en borgen en toespitsen op de nieuwe ISC organisatie. Ook zal daarbij een beschrijving van de gewenste management control ISC worden opgesteld. Het management contract (op hoofdlijnen) tussen de DGOOV en de directeur ISC, die ook als algemeen directeur van ITO zal fungeren, is inmiddels nagenoeg gereed. De kaders waarna wordt verwezen zijn evenwel nog onderhanden. Ook het plan van aanpak van de operationele integratie zal hierin kritisch worden gevolgd.

In 2003 is gestart met de invoering van de maandelijkse managementrapportages en in het verlengde daarvan reviewgesprekken. Naar aanleiding daarvan zijn een aantal extra interne controle- en controlslagen uitgevoerd, die mede hebben geleid tot zicht op de betrouwbaarheid van de externe verantwoordingsinformatie van ITO.

ITO constateert al langer dat maatregelen nodig zijn voor de continuïteit voor haar rekencentrumactiviteiten. Om die reden zijn in 2003 de calamiteiten- en uitwijkplannen herschreven en is een aantal maatregelen genomen om de uitwijkvoorzieningen van de belangrijkste systemen zo maximaal mogelijk te laten functioneren. Ter voorkoming van grote desinvesteringen worden door ITO geen grote gebouwgebonden aanpassingen verricht maar wordt samengewerkt met ISC om een nieuw landelijk rekencentrum ELA op te bouwen. Daarnaast zullen in 2004 de achterstanden in met name een aantal beheeractiviteiten worden ingelopen. In de management gesprekken tussen DGOOV en algemeen directeur ITO wordt aan dit onderwerp structurele aandacht gegeven.

8. TOEZICHTSRELATIES/ZBO'S EN RWT'S

Aanleiding

In 2001 is binnen BZK een traject gestart om te voldoen aan het kabinetsstandpunt op de Kaderstellende Visie op Toezicht (KvT). Deze KvT geeft kaders voor de inrichting en positionering van toezicht op rijksniveau. Onder toezicht wordt in deze visie zowel controle op de naleving van wet,- en regelgeving als ook het bestuurlijk toezicht op mede-overheden en zelfstandige bestuursorganen verstaan.

Ontwikkeling Toezicht

Om aan het kabinetsstandpunt te voldoen is aan dit traject binnen BZK als volgt invulling gegeven. In september 2002 is de BZK visie Toezicht als onderdeel van de Mededeling over de bedrijfsvoering vastgesteld.

Op basis van deze visie heeft een inventarisatie plaats gevonden naar de externe organisaties die taken voor BZK uitvoeren die onder de ministeriële verantwoordelijkheid vallen. Hieronder vallen in ieder geval de Zelfstandige Bestuursorganen en de Rechtspersonen met een Wettelijke Taak.

Per toezichtgebied is vervolgens de ministeriële verantwoordelijkheid/bevoegdheid in beeld gebracht, waarbij wordt getoetst of deze ook de juiste/gewenste is. De toetsing houdt ook in dat wordt beoordeeld of er voldoende sturings- en interventiemogelijkheden geboden worden of dat er aanpassingen in wet- regelgeving noodzakelijk zijn.

Per toezichtgebied is vervolgens de checklist Toezicht (behorend bij de KvT) ingevuld. Hiermee wordt transparant waar in de toezichtarrangementen aanvullende maatregelen genomen moeten worden. Belangrijk vraagstuk daarbij is de positionering van de toezichtfuncties.

Het jaar 2004 zal gebruikt worden om de bestaande toezichtarrangementen te confirmeren aan de KvT en de huidige BZK-visie op Toezicht aan te scherpen.

C. JAARREKENING

9. VERANTWOORDINGSSTATEN

9.1. De departementale verantwoordingsstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Departementale verantwoordingsstaat 2003 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) (in € 1 000)
  (1)(2)(3)=(2)–(1)
 OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
  verplich-tingenuitgavenontvang-stenverplich-tingenuitgavenontvang-stenverplich-tingenuitgavenontvang-sten
 TOTAAL 4 749 386205 884 4 942 273282 015 192 88776 131
           
1Grondwet en democratie5 4285 428705 4656 11970376910
2Politie3 657 3133 698 768172 2504 383 0353 886 632216 845725 722187 86444 595
3Rampenbeheersing en brandweer137 780138 43540142 559146 3508014 7797 915761
4Partners in veiligheid159 810248 296 248 387256 6745 08188 5778 3785 081
5Nationale Veiligheid71 00471 0049176 82979 2198175 8258 215726
6Functioneren Openbaar Bestuur38 84738 84717229 23227 354790– 9 615– 11 493618
7Informatiebeleid Openbare Sector61 23461 23431 198120 78385 04142 34459 54923 80711 146
8Integratie Minderheden000000000
9Grotestedenbeleid73 758152 716047 297171 57546– 26 46118 85946
10Arbeidszaken overheid29 78229 7822927 38625 223402– 2 396– 4 559373
11Kwaliteit Rijksdienst136 276136 27646178 07776 2261 272– 58 199– 60 050811
12Algemeen142 391164 9211 573159 988174 76513 54717 5979 84411 974
13Nominaal en onvoorzien– 2 290– 2 290 00 2 2902 290 
14Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheid5 9695 969 9 1237 095 3 1541 126 

9.2. De samenvattende verantwoordingsstaat van agentschappen

Samenvattende verantwoordingsstaat 2003 inzake agentschappen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) (in € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Agentschap ITO   
    
Totale baten203 279187 955– 15 324
Totale lasten202 279182 466– 19 813
Saldo van baten en lasten1 0005 4894 489
    
Totale kapitaalontvangsten11 0885 220– 5 868
Totale kapitaaluitgaven12 36022 1529 792
    
Agentschap KLPD   
    
Totale baten340 871361 41420 543
Totale lasten340 604353 52212 918
Saldo van baten en lasten2677 8927 625
    
Totale kapitaalontvangsten54 9954 962– 50 033
Totale kapitaaluitgaven84 12141 096– 43 025
    
Agentschap BPR   
    
Totale baten45 75859 91314 155
Totale lasten45 75854 2938 535
Saldo van baten en lasten05 6205 620
    
Totale kapitaalontvangsten000
Totale kapitaaluitgaven369235– 134
    
Agentschap CAS   
    
Totale baten6 6247 067443
Totale lasten6 6246 976352
Saldo van baten en lasten09191
    
Totale kapitaalontvangsten09090
Totale kapitaaluitgaven503373– 130
    
Agentschap IVOP   
    
Totale baten12 42713 5211 094
Totale lasten12 38312 804421
Saldo van baten en lasten44717673
    
Totale kapitaalontvangsten000
Totale kapitaaluitgaven13117140

10. FINANCIËLE TOELICHTING BIJ DE VERANTWOORDINGSSTATEN

10.1. Toelichting bij de beleids- en niet-beleidsartikelen

Voor een nadere toelichting op de realisatie wordt verwezen naar B.5., onderdeel 2, van de verschillende beleids- en niet-beleidsartikelen. De opmerkelijke verschillen worden hieronder kort toegelicht.

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
1: Grondwet en democratieRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen4 0435 3178 0105 4655 42837
1. apparaat4 0435 3178 0105 4655 42837
       
Uitgaven3 9254 8547 4936 1195 428691
1. apparaat3 9254 8547 4936 1195 428691
       
Ontvangsten1136870700
Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
2: PolitieRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen3 220 2053 793 0253 853 8924 383 0353 657 313725 722
1. apparaat13 93415 29814 73316 31011 6694 641
2. politie op regionaal niveau2 472 8823 134 9933 061 6753 122 4232 920 197202 226
3. politie op bovenregionaal en landelijk niveau430 357311 354386 368766 704362 622404 082
4. prestatievermogen van de politie24 25710 86024 11138 56158 852– 20 291
5. adequaat niveau van politiepersoneel278 775320 520367 005439 037303 973135 064
       
Uitgaven3 075 6943 432 5813 614 8033 886 6323 698 768187 864
1. apparaat12 97114 43114 23115 58811 6693 919
2. politie op regionaal niveau2 380 0082 697 9132 832 8023 082 0382 962 212119 826
3. politie op bovenregionaal en landelijk niveau328 124381 565380 213413 827361 70452 123
4. prestatievermogen van de politie24 42611 66519 03732 72058 325– 25 605
5. adequaat niveau van politiepersoneel330 165327 007368 520342 459304 85837 601
       
Ontvangsten242 852180 352231 521216 845172 25044 595

De hogere verplichtingen worden vooral veroorzaakt door het vastleggen in 2003 van de verplichtingen voor de algemene bijdrage en de bijzondere bijdrage ten behoeve van de regio's en de bijzondere bijdragen ten behoeve van het KLPD en het LSOP. De verplichtingen vinden hun oorsprong in de circulaires van 2003. Verder zijn er hogere ontvangsten en uitgaven van de Dienst Geneeskundige Verzorging Politie (DGVP). Daarnaast zorgt de loonbijstelling voor hogere uitgaven.

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
3: Rampenbeheersing en brandweerRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen119 349133 676163 131142 559137 7804 779
1. apparaat10 31010 94912 87911 7576 2245 533
2. ondersteunen brandweer21 57618 2548 85610 0787 9722 106
3. ondersteunen partners in rampenbestrijding87 463104 473141 396120 724123 584– 2 860
       
Uitgaven120 093133 321159 965146 350138 4357 915
1. apparaat9 67210 81212 31911 4196 2245 195
2. ondersteunen brandweer20 49518 3569 22710 2578 0002 257
3. ondersteunen partners in rampenbestrijding89 926104 153138 419124 674124 211463
       
Ontvangsten8302 5571 24280140761
Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
4: Partners in veiligheidRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen46 668102 836200 833248 387159 81088 577
1. apparaat3 2453 6289 5827 2405 3461 894
2. integraal veiligheidsbeleid  52 6407 5294 5802 949
3. ICT-infrastructuur39 93450 63197 77190 86080 9229 938
4. netwerk C20003 48948 57740 840123 02267 61855 404
5. projecten   19 7361 34418 392
       
Uitgaven100 488133 614247 351256 674248 2968 378
1. apparaat3 1473 5058 7957 1445 3461 798
2. integraal veiligheidsbeleid  49 0356 7384 5802 158
3. ICT-infrastructuur40 55148 77495 50781 44580 922523
4. netwerk C200056 79081 33594 014144 647156 104– 11 457
5. projecten   16 7001 34415 356
       
Ontvangsten  4 3125 081 5 081

In het kader van de totstandkoming van de projectdirectie C2000 is de verplichtingenpositie per 31/12 nader geanalyseerd. Het resultaat hiervan is dat de verplichtingenpositie de facto opnieuw is opgebouwd.

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
5: Nationale VeiligheidRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen50 39860 16971 31776 82971 0045 825
1. apparaat48 51058 23469 33373 82568 0045 821
2. geheime uitgaven1 8881 9351 9843 0043 0004
       
Uitgaven50 15259 41267 36579 21971 0048 215
1. apparaat48 26457 47765 38176 21568 0048 211
2. geheime uitgaven1 8881 9351 9843 0043 0004
       
Ontvangsten1 4292 1831 10681791726
Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
6: Functioneren Openbaar BestuurRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen20 09425 27976 10129 23238 847– 9 615
1. apparaat6 9517 4848 0018 5578 241316
2. inrichting en werking openbaar bestuur3 0616 24549 2433 63614 764– 11 128
3. rechtspositie en arbeidsvoorwaardenbeleid politieke ambtsdragers5 6255 4776 2686 9985 5671 431
4. faciliteren politieke partijen4 4576 07312 58910 04110 275– 234
       
Uitgaven19 75223 95951 67227 35438 847– 11 493
1. apparaat6 8857 4697 8618 4688 241227
2. inrichting en werking openbaar bestuur2 9705 77826 4813 31514 764– 11 449
3. rechtspositie en arbeidsvoorwaardenbeleid politieke ambtsdragers5 4415 5996 0495 4825 567– 85
4. faciliteren politieke partijen4 4565 11311 28110 08910 275– 186
       
Ontvangsten2026434 901790172618
Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
7: Informatiebeleid Openbare SectorRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen38 052136 934109 299120 78361 23459 234
1. apparaat3 3973 6442 3382 4832 231252
2. publieke dienstverlening en toegankelijkheid overheidsinformatie10 02753 75814 90737 1839 49927 684
3. informatie-infrastructuur binnen openbare sector4 48527 03645 03835 19915 33819 861
4. reisdocumenten en GBA-stelsel20 14352 49647 01645 91834 16611 752
       
Uitgaven45 470107 66393 61885 04161 23423 807
1. apparaat3 3673 6002 3732 4122 231181
2. publieke dienstverlening en toegankelijkheid overheidsinformatie8 80533 00514 79515 0499 4995 550
3. informatie-infrastructuur binnen openbare sector8 43018 56029 43421 66215 3386 324
4. reisdocumenten en GBA-stelsel24 86852 49847 01645 91834 16611 752
       
Ontvangsten60 95049 04553 67142 34431 19811 146

De hogere verplichtingen worden vooral veroorzaakt doordat in 2003 voor het RYX programma meerjarige verplichtingruimte naar voren werd gehaald. De verplichtingen komen tot betaling in 2004 en 2005. Daarnaast zijn ten behoeve van het agentschap CAS de verplichtingen betreffende de jaren 2003 tot en met 2006 vastgelegd.

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
8: Integratie MinderhedenRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen158 163283 019216 762000
1. apparaat2 7143 1914 273000
2. positieverbetering etnische minderheden6 69739 22938 904000
3. coördineren inburgering nieuwkomers en oudkomers23 316142 759121 203000
4. huisvesting statushouders door gemeenten99 89870 43224 415000
5. remigratieregeling25 53827 40827 967000
       
Uitgaven158 656174 929161 095000
1. apparaat2 6803 2144 273000
2. positieverbetering etnische minderheden8 63023 05625 230000
3. coördineren inburgering nieuwkomers en oudkomers21 95850 78882 662000
4. huisvesting statushouders door gemeenten99 87970 44724 425000
5. remigratieregeling25 50927 42424 505000
       
Ontvangsten2 9879 0693 648000
Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
9: GrotestedenbeleidRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen194 809130 291433 34947 29773 758– 26 461
1. apparaat3 6383 6364 2304 5283 605923
2. coördineren grotestedenbeleid3 70634 4297 4536 8345 0691 765
3. sociale integratie en veiligheid G25187 46592 226421 66635 93565 084– 29 149
       
Uitgaven251 027162 986141 987171 575152 71618 859
1. apparaat3 6263 6004 2244 4463 605841
2. coördineren grotestedenbeleid3 13430 9944 4447 0725 0692 003
3. sociale integratie en veiligheid G25244 267128 392133 319160 057144 04216 015
       
Ontvangsten55 13111 95732346046

De hogere uitgaven worden met name veroorzaakt doordat de impuls burgerparticipatie en veiligheid 2003/2004 geheel in 2003 is uitbetaald. De impuls vindt plaats in het kader van het verlengingsjaar 2004 van de convenanten en behelst een voorzetting en verbreding van het programma Onze Buurt aan Zet (OBAZ) naar meer wijken.

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
10: Arbeidszaken overheidRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen28 33424 09134 68527 38629 782– 2 396
1. apparaat15 88814 19423 62211 97812 976– 998
2. arbeidsmarktpositie collectieve sector3206203 3587 7048 942– 1 238
3. ambtelijk overlegstelsel en integriteitsvraagstukken10 6946 7126 7466 7996 628171
4. Nederlandse Presentie in organen van de EU1 4322 5659599051 236– 331
       
Uitgaven23 38524 10634 09025 22329 782– 4 559
1. apparaat15 45414 53823 57711 72712 976– 1 249
2. arbeidsmarktpositie collectieve sector2825542 8815 8898 942– 3 053
3. ambtelijk overlegstelsel en integriteitsvraagstukken6 3606 6966 7466 7996 628171
4. Nederlandse Presentie in organen van de EU1 2892 3188868081 236– 428
       
Ontvangsten4135 5138 07440229373
Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
11: Kwaliteit RijksdienstRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen55 84268 79476 72978 077136 276– 58 199
1. apparaat13 65712 2909 88111 0689 4501 618
2. topmanagers rijksdienst9437891 1842 9871 5241 463
3. concurrerende arbeidsvoorwaarden sector rijk28 55031 37041 25736 03767 725– 31 688
4. samenstelling en effectieve organisatie van de rijkssector12 69224 34524 40727 98557 577– 29 592
       
Uitgaven53 85864 16771 17576 226136 276– 60 050
1. apparaat13 42812 3869 66010 9549 4501 504
2. topmanagers rijksdienst8827561 1162 1041 524580
3. concurrerende arbeidsvoorwaarden sector rijk28 33531 41534 85435 27067 725– 32 455
4. samenstelling en effectieve organisatie van de rijkssector11 21319 61025 54527 89857 577– 29 679
       
Ontvangsten19 9474 4171 5951 272461811

De lagere uitgaven/verplichtingen worden vooral veroorzaakt door het temporiseren in 2003 van de uitgaven voor waarderen en belonen en de middelen voor de beloning van managers/specialisten binnen de rijksoverheid en de uitvoeringsorganisaties. Dit programma is in 2003 getemporiseerd en vanaf 2004 geheel stopgezet, als invulling van de taakstelling van € 37 mln in 2004 en € 45 mln in 2005 en later uit het Hoofdlijnenakkoord op arbeidsmarkt- en informatiebeleid.

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
12: AlgemeenRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen144 679148 618362 119159 988142 39117 597
1. apparaat62 94262 68678 59080 68370 06610 617
2. niet aan doelen toe te rekenen (rechtspositionele) regelingen81 73785 932283 52979 30572 3256 980
       
Uitgaven159 185157 547172 712174 765164 9219 844
1. apparaat57 67963 77773 61978 12570 0668 059
2. niet aan doelen toe te rekenen (rechtspositionele) regelingen101 50693 77099 09396 64094 8551 785
       
Ontvangsten310 1274 3499 76513 5471 57311 974

De hogere ontvangsten betreffen ondermeer verrekeningen met Justitie voor de centrale meldkamer en de beveiliging. Daarnaast zijn er ontvangsten in het kader van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (APPA). De hogere uitgaven hangen met deze posten samen.

Tevens zijn in de hogere ontvangsten niet-geraamde ontvangsten inzake dividendbelasting verwerkt.

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
13: Nominaal en onvoorzienRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen0000– 2 2902 290
1. loonbijstelling000000
2. prijsbijstelling0000– 2 2992 299
3. onvoorzien00009– 9
       
Uitgaven0000– 2 2902 290
1. loonbijstelling000000
2. prijsbijstelling0000– 2 2992 299
3. onvoorzien00009– 9
Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
14: Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheidRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 200020012002200320032003
Verplichtingen   9 1235 9693 154
1. Inspectie Openbare Orde en Veiligheid   4 3593 519840
2. Ongevallenraad   4 7642 4502 314
       
Uitgaven   7 0955 9691 126
1. Inspectie Openbare Orde en Veiligheid   3 2083 519– 311
2. Ongevallenraad   3 8872 4501 437

10.2. Toelichting bij de agentschappen

AGENTSCHAP ITO

1. Algemeen

1.1. Doel en taken agentschap ITO

De Organisatie Informatie- en communicatietechnologie OOV (ITO) is een agentschap van BZK. ITO ontwikkelt, implementeert en beheert besloten en bedrijfszekere informatie- en communicatietechnologiediensten en draagt op die manier bij aan de kwaliteit en effectiviteit van de sectoren Openbare Orde en Veiligheid (OOV) en Justitie.

De wettelijke basis voor de taken van ITO is 1 december 2002 van kracht geworden. Artikel 53d van de Politiewet 1993, het eerste tot en met vijfde lid, waarin de taken van ITO worden geregeld, luidt als volgt:

1. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt zorg voor de landelijke informatie- en communicatievoorzieningen en het beheer daarvan voor de politie ten behoeve van de taakuitvoering door de politie.

2. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt op verzoek van een of meer korpsbeheerders zorg voor de informatie- en communicatievoorziening en het beheren daarvan, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is voor de taakuitvoering van de Politie.

3. Indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is voor de samenwerking tussen politie en de desbetreffende diensten of organisaties draagt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zorg voor de voorzieningen op het gebied van de informatie- en communicatiehuishouding en het beheer daarvan, op verzoek van

a. Onze Minister die het aangaat ten behoeve van de onder hem ressorterende diensten;

b. Een regionale brandweer als bedoeld in de Brandweerwet 1985;

c. Een centrale post ambulancevervoer als bedoeld in de Wet ambulancevervoer

4. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt voor de voorzieningen aan de regionale politiekorpsen en het Korps landelijke politiediensten, alsmede aan de diensten en organisaties, bedoeld in het derde lid, kostendekkende tarieven vast.

5. De Organisatie Informatie- en communicatietechnologie OOV is belast met de uitvoering van de werkzaamheden ten behoeve van de in het eerste tot en met het derde lid bedoelde voorzieningen.

1.2. Operationele integratie ISC/ITO

Vooruitlopend op de formele integratie per 2005 is in 2003 overeengekomen dat de bereikte resultaten in de bedrijfsvoering (zie § 2.1. en 2.2.) ook door ISC overgenomen worden en in de toekomst zullen worden voortgezet. Daarnaast zijn voorbereidingen getroffen voor de operationele integratie van ITO en de ICT-Service Coöperatie Politie, Justitie en Veiligheid (ISC) per 1 januari 2004. Gelet op het voortbestaan van het agentschap ITO in 2004 zijn, in financieel technische zin, dusdanige wijzigingen in de administratie aangebracht dat gewaarborgd blijft dat de financiële resultaten van ITO inzichtelijk zullen blijven.

1.3. Dienstverlening ITO

1.3.1. Overgang project C2000 naar projectdirectie BZK

Op grond van het onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar C2000 is besloten om ingaande 1 september 2003 over te gaan tot herinrichting van het project C2000. Hiervoor is een projectdirectie C2000 ingericht die is ondergebracht bij BZK. Het ITO treedt niet langer op als opdrachtnemer, maar faciliteert de projectdirectie C2000. Voor deze wijze van samenwerking is een overdrachtsprotocol opgesteld. De projectdirectie C2000 zal bestaan tot uiterlijk 1 januari 2005 waarna de beheeractiviteiten bij ITO of haar rechtsopvolger zullen worden ondergebracht. Het ITO heeft de projectbestedingen voor de periode januari tot en met augustus in de staat van baten en lasten verwerkt. Voor de periode september tot en met december heeft ITO de personele en algemene kosten met een daarmee samenhangende detacheringsopbrengst verantwoord.

1.3.2. Nutsvoorziening

De ontwikkeling van de Nutsvoorziening voor ISC is in 2003 conform schema verlopen. In juli 2003 is gestart met de aansluiting van de regionale politiekorpsen op het netwerk in het verzorgingsgebied Zuid. Ultimo 2003 zijn een aantal korpsen operationeel en verkeren de voorbereidingen voor de nog niet operationele politiekorpsen in een ver gevorderd stadium.

Technologische ontwikkelingen hebben er toe geleid dat bij gelijkblijvende functionaliteit er voor de gebruikers exploitatievoordelen te behalen zijn. In 2003 zijn activiteiten, vallende onder de projectorganisatie, deels overgedragen aan de beheerorganisatie.

Met het agentschap DTO van Defensie zijn onderhandelingen opgestart. Het betreft de gebruikmaking van faciliteiten (glasvezelnetwerk) van DTO. Door de onderlinge uitwisselbaarheid van netwerken kan een verhoogde beschikbaarheid gegarandeerd worden. Het risico voor de gebruikers bij onverhoopt uitvallen van het netwerk wordt hiermee tevens verkleind.

1.3.3. Geïntegreerd Meldkamer Systeem (GMS)

Doel voor het jaar 2003 was naast het opleveren van nieuwe releases ook de overdracht van het systeem aan de beheerorganisatie. Daarnaast diende het systeem geschikt gemaakt te worden voor grootstedelijk gebruik.

In 2003 zijn enkele nieuwe releases uitgebracht. Daarnaast is de functionaliteit voor decentraal werken verbeterd en is de koppeling met het Politie Servicecenter gerealiseerd. Tevens is gestart met de realisatie van een nieuwe softwareversie die ook de gewenste CPA-functionaliteit (ten behoeve van de ambulance-sector) in zich heeft. De realisatie van deze softwareversie heeft in 2003 vertraging opgelopen en zal in 2004 worden gerealiseerd.

Met bijna alle regio's is een Service Level Agreement (SLA) overeengekomen voor 24-uurs ondersteuning voor technisch- en applicatiebeheer.

1.3.4. Politie-informatie (P-info)

Het project P-info is ingericht om politie-informatie voor de partners van de OOV-keten toegankelijk te maken via GSM/GPRS (general packet radio system). De basis-functionaliteit van P-info is een geïntegreerde bevraging van politie registers en de regionale systemen. In 2003 is P-info, gebaseerd op een centrale architectuur, in gebruik genomen door enkele politieregio's, de Koninklijke Marechaussee en de Sociale Inlichtingen Opsporings Dienst.

1.3.5. Internet-aangifte

De Tweede Kamer heeft in 2001 ingestemd met de motie-Nicolaï c.s. met betrekking tot de aangiftebereidheid van de burger. Het doel is om een landelijk uniforme voorziening te treffen die ervoor moet zorgen dat de aangiftebereidheid wordt verhoogd door het verlagen van de aangiftedrempel alsmede verlaging van de kosten bij de politie.

Een van de voorgestelde maatregelen is de landelijke invoering van de elektronische aangifte. Naast aandacht voor de haalbaarheid, wijze van invulling en efficiency van de maatregelen moesten op het terrein van de elektronische handtekening nog juridische, organisatorische en technische vraagstukken worden opgelost.

In 2003 is voor de opdrachtgever ISC de landelijke voorziening voor elektronische aangiftes gebouwd. Bij twee regionale politiekorpsen is de voorziening in productie genomen. Voor het jaar 2004 wordt verwacht de voorziening landelijk te hebben ingevoerd.

1.3.6. Dienstverlening JustitieNet

Justitie heeft in 2003 besloten het contract met ITO voor de netwerkdienstverlening per eind 2004 niet te verlengen. Er is gekozen voor een sectorale afbouw van het JustitieNet. In samenwerking met de nieuwe leverancier en Justitie wordt er een migratieplan opgesteld.

2. Bedrijfsvoeringsparagraaf

2.1. Financieel Beheer

In 2002 is gestart met de uitvoering van het verbeterprogramma ter verbetering van de bedrijfsvoering conform de toezegging van de Minister van BZK aan de Algemene Rekenkamer. Het plan heeft tot doel het management beter in staat te stellen de organisatie beter aan te sturen, hetgeen moet leiden tot het efficiënt en effectief bereiken van de gestelde doelen en het voldoen aan de geldende normen en regelgeving (zie ook punt 1.2).

2.2. Verbeterprogramma ITO

Op het terrein van de bedrijfsvoering in 2003 is verdere uitvoering gegeven aan het verbeterprogramma. Het verbeterprogramma richt zich op de volgende terreinen:

– Verbeteren projecten beheer;

– Administratieve organisatie/ interne controle;

– Interne en externe informatievoorziening;

– Financiële regelgeving en administratie;

– Cost of Ownership model;

– Inkoop en Europese aanbesteding;

– Sturing en (management) cultuur;

– Activabeheer.

Dit verbeterprogramma heeft geleid tot structurele verbeteringen in de bedrijfsvoering, die ook na de operationele integratie (per 1 januari 2004) met ISC verder zullen worden ontwikkeld.

In 2004 zal de implementatie alsmede de borging van de verbeterplannen een belangrijke rol spelen. De borging wordt een van de speerpunten van het managementcontract tussen DGOOV en het management van ITO. Verder zijn, om de ministeriele verantwoordelijkheid te waarborgen, beheer- en sturingsmaatregelen genomen.

Door Financiën is een aanvullende risicoanalyse voor de (operationele) integratie uitgevoerd. De aanbevelingen zullen door BZK worden omgezet in verdere bestuurlijke maatregelen.

2.3. Afronding calamiteitenplan Rekencentrum

In 2003 heeft een intern onderzoek naar de werking van het calamiteitenplan uitgewezen dat het Rekencentrum ITO de nodige aanpassingen behoeft. In eerste instantie zullen maatregelen worden getroffen om het ITO-Rekencentrum op het gewenste niveau te brengen waarna de integratie in het nieuwe landelijke rekencentrum van ISC (ELA) kan plaatsvinden. Hierdoor wordt tevens voorkomen dat de continuïteit van de ITO dienstverlening gevaar loopt. In het Plan van Aanpak van de operationele integratie met ISC zijn de gewenste korte termijn maatregelen benoemd. De hiermee samenhangende kosten worden gefinancierd uit de operationele integratiekosten 2004. Voor de aansluiting met het landelijk rekencentrum ELA zal het ITO rekencentrum dienen te voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen, waarvoor ook in 2004 investeringen zullen plaatsvinden.

2.4. Ontwikkeling saldo van baten en lasten

2.4.1. Algemeen

Het saldo van baten en lasten heeft zich over 2003 positief ontwikkeld. Over 2003 werd een totaal resultaat behaald van € 5,489 mln. De reguliere activiteiten leverden een positieve bijdrage van € 9,093 mln, aan buitengewone posten (inclusief de dotaties aan voorzieningen) werd per saldo een bedrag van € 3,604 mln in mindering gebracht op het resultaat.

2.4.2. Operationele integratie ISC/ITO per 1 januari 2004

De operationele integratie met ingang van 2004 betekent dat voor 2004 de nodige additionele kosten zullen worden gemaakt om beide organisaties soepel te laten integreren. De kosten zullen door zowel het ITO als ook het ISC worden gedragen. Het betreft uitgaven op het gebied van o.a. extra financiële ondersteuning, verlenging van de inzet van het integratiemanagement en additionele kosten om interne informatie-systemen inpasbaar te maken. Aangezien deze integratiekosten niet zijn voorzien in de begroting 2004 is voor een aantal specifiek benoemde en onderbouwde posten een voorziening getroffen ten laste van het resultaat 2003. Ook het ISC zal een bijdrage in de integratiekosten verstrekken.

3. Financiële verantwoording ITO 2003

3.1. Balans per 31 december 2003 van het agentschap ITO

Agentschap ITOBalans per 31 december 2003 (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Activa  
Materiële vaste activa  
– Meubilair en Stoffering103399
– Technische installaties502286
– Gebouwen/verbouwingen237282
– Voertuigen474729
– Telefoon- e.a. verbindingsapparatuur260410
– Automatiseringsapparatuur en software1 0491 826
– Overige apparatuur, installaties, etc1411
– Activa bij derden2 6955 225
– Radiobediensystemen43 17625 003
– Activa in uitvoering1 6121 230
Totaal materiële vaste activa50 12235 401
– Debiteuren15 0555 119
– Overige vorderingen en overlopende activa6 5535 812
Totaal kortlopende vorderingen21 60810 931
Liquide middelen21 42056 240
Totaal activa93 150102 572
   
Passiva  
Eigen vermogen  
– Exploitatiereserve5717 127
– Onverdeeld resultaat5 489– 6 556
Totaal eigen vermogen6 060571
Voorzieningen2 525
Langlopende schulden46 49742 977
– Crediteuren12 71921 462
– Kortlopende schuld BZK en derden9 5323 856
– Saldo projecten vooruitontvangen5 06126 392
– Overige kortlopende schulden en overlopende passiva10 7567 314
Totaal kortlopende schulden38 06859 024
Totaal passiva93 150102 572

3.2. Baten- en lastenoverzicht 2003

Agentschap ITOStaat van baten en lasten (in € 1 000)
 Oorspronkelijke vastgestelde begrotingRealisatie 2003Verschil realisatie en oorspronkelijke vastgestelde begroting
Baten203 279187 955– 15 324
opbrengst moederministerie168 607107 963– 60 644
opbrengst overige ministeries21 90724 7412 834
opbrengst derden10 44841 88431 436
opbrengst overige 11 08311 083
rentebaten2 3172 283– 34
buitengewone baten   
    
Lasten202 279182 466– 19 813
apparaatskosten   
– personele kosten57 51973 78016 261
– materiële kosten138 05698 566– 39 490
rentelasten2 6042 416– 188
afschrijvingskosten4 0004 100100
buitengewone lasten 2 1732 173
dotaties voorzieningen1001 4311 331
    
Saldo van baten en lasten1 0005 4894 489

3.3. Resultaat- en waarderingsgrondslagen

De geformuleerde grondslagen hebben betrekking op de financiële verantwoording van ITO als geheel. De grondslagen zijn ten opzichte van voorgaand jaar niet gewijzigd.

– Voor zover niet anders is vermeld zijn de activa en de passiva opgenomen tegen nominale waarde;

– De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs, verminderd met afschrijvingen; afschrijvingen op materiële vaste activa zijn gebaseerd op de geschatte economische levensduur, rekening houdend met een eventuele restwaarde;

– Onder de materiele vaste activa zijn de aanbetalingen op de radiobediensystemen opgenomen. Als gevolg van de overdracht van het project C2000 naar de projectdirectie C2000 (onderdeel van BZK) is daarmee ook het economisch eigendom overgedragen. Financiën heeft éénmalig toestemming verleend om in afwijking van de vigerende regelgeving de verwerking in de balans van ITO, met de daarbij behorende langlopende leningen, voor 2003 te handhaven. In 2004 zullen de investeringen worden overgenomen door de Projectdirectie C2000 en zal ITO overgaan tot aflossing van de hiermee samenhangende langlopende leningen;

– De onderhanden werken worden opgenomen tegen directe materiaal- en arbeidskosten. In de arbeidskosten is rekening gehouden met een opslag voor indirecte kosten. De in rekening gebrachte termijnen worden in mindering gebracht op het onderhanden werk. Indien verliezen voorzienbaar zijn wordt hiermee reeds rekening gehouden. Voor zover er sprake is van winst, wordt deze verantwoord in het jaar waarin het project wordt afgesloten, c.q. de prestatie volledig heeft plaatsgevonden. In overleg met de opdrachtgever van het project C2000 zijn voor 2003 de projectbestedingen voor de periode januari tot en met augustus volledig in de staat van baten en lasten verwerkt. Voor de periode vanaf september heeft ITO tegen over de personele en algemene kosten een door te berekenen detacheringsvergoeding opgenomen;

– Voor zover het totaal van de ontvangen bedragen voor de projecten, de totale bestede directe-, materiaal- en arbeidskosten overtreffen, is dit als Saldo projecten vooruitontvangen in de balans opgenomen.

3.4. Toelichting op de balans per 31 december 2003

In de financiële tabellen kunnen afrondingsverschillen optreden als gevolg van de afronding op € 1 000.

3.4.1. Materiële vaste activa

Verloopstaat materiële vaste activa (in € 1 000)
BoekwaardenBoekwaarde 31-12-02Investeringen 2003Herrubricering 2003Desinvesteringen 2003Afschrijvingen 2003Boekwaarde 31-12-2003
Meubilair en Stoffering39975– 1259111103
Technische installaties2867571192478502
Gebouwen/verbouwingen2821171094267237
Voertuigen72929 57227474
Telefoon- en verbindingsapparatuur410441266140260
Automatiseringsapparatuur en software1 826412261611 0541 049
Overige apparatuur en installaties11102914
Activa bij derden5 225349– 22432 8142 695
Radiobediensystemen25 00318 17343 176
Activa in uitvoering1 2301 612– 1 2301 612
 35 40120 896– 3936825 10050 122

Materiële vaste activa

De investeringen over het jaar 2003 bedroegen totaal € 20,9 mln. De belangrijkste investeringen zijn gerealiseerd in de radiobediensystemen ter grootte van € 18,2 mln. Verder zijn onder de activa in uitvoering investeringen opgenomen die in de loop van 2004 in gebruik zullen worden genomen. Over 2003 bedroegen de totale afschrijvingskosten € 5,1 mln, waarvan € 2,8 mln is toe te rekenen aan activa bij derden. Op de radiobediensystemen en de activa in uitvoering wordt in 2003 niet afgeschreven.

De activering van de radiobediensystemen op de balans van ITO is niet conform de vigerende regelgeving. Voor de verwerking in de financiële verantwoording wordt verwezen naar de resultaat- en waarderingsgrondslagen.

De desinvesteringen met een boekwaarde van per saldo € 0,682 mln zijn veroorzaakt door de toepassing van nieuwe activarichtlijnen. Tegelijkertijd is een schoning van de activa-administratie doorgevoerd. Objecten met een individuele aanschafwaarde onder de door de directie vastgestelde activagrens van € 2 500 zijn in 2003 afgeboekt ten laste van de bijzondere lasten.

De totale activapositie bedraagt ultimo boekjaar ruim € 50,1 mln, die grotendeels wordt gevormd door de gedane aanbetalingen op de radiobediensystemen van € 43,2 mln voor het project C2000. De boekwaarde van de activa bij derden bedraagt € 2,695 mln, bestaande uit activa die grotendeels voor de exploitatie van de dienstverlening worden aangewend.

De in de verloopstaat weergegeven kolom herrubricering omvat overboekingen van de categorie activa in uitvoering naar onder meer de categorie technische installaties en gebouwen/verbouwingen. Het resterende negatieve bedrag van € 0,393 mln betreft correctieposten over voorgaand jaar.

Afschrijvingstermijnen

De gebruikelijke afschrijvingstermijnen zijn voor de verschillende categorieën als volgt:

Meubilair en Stoffering5–10 jaar
Technische installaties5–10 jaar
Gebouwen/verbouwingen10 jaar
Voertuigen5 jaar
Telefoon- e.a. verbindingsapp. 5–10 jaar
Automatiseringsapp. en software3–5 jaar
Overige apparatuur, installaties etc. 5–10 jaar

Het verloop van de aanschafwaarden en afschrijvingen is in onderstaande verloopstaten weergegeven:

Verloopstaat cumulatieve aanschafwaarden en cumulatieve afschrijvingen (in € 1 000)
AanschafwaardenCumulatieve aanschafw. 31-12-2002Investeringen 2003Herrubricering 2003Desinvesteringen 2003Cumulatieve aanschafw. 31-12-2003
Meubilair en Stoffering1 53775 1 190422
Technische installaties760756834051 113
Gebouwen/verbouwingen4111171006622
Voertuigen1 48729 2711 245
Telefoon- en verbindingsapparatuur1 33544 3721 007
Automatiseringsapparatuur en software12 668412 6 7406 340
Overige apparatuur en installaties1 68910141 303410
Activa bij derden7 663349 1537 859
Radiobediensystemen25 00318 173 43 176
Activa in uitvoering1 2301 612– 1 2301 612
 53 78320 896– 43310 44063 806
AfschrijvingenCumulatieve afschrijving 31-12-2002Afschrijvingen 2003Herrubricering 2003Afschrijving desinvest. 2003Cumulatieve afschrijving 31-12-2003
Meubilair en Stoffering1 1381111931319
Technische installaties474478– 28313611
Gebouwen/verbouwingen129267– 92385
Voertuigen758227 214771
Telefoon- en verbindingsapparatuur925140– 12306747
Automatiseringsapparatuur en software10 8421 054– 266 5795 291
Overige apparatuur en installaties1 6789121 303396
Activa bij derden2 4382 814221105 164
Radiobediensystemen
Activa in uitvoering
 18 3825 100– 409 75813 684

3.4.2. Debiteuren

De post debiteuren betreft de gefactureerde, nog te ontvangen bedragen voor verrichte diensten en leveringen. Op deze vorderingen wordt een voorziening voor mogelijke oninbaarheid in aftrek gebracht.

Debiteuren (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Debiteuren15 2765 444
Af: voorziening dubieuze vorderingen– 221– 325
Saldo per einde boekjaar15 0555 119

De toename van de debiteuren ten opzichte van ultimo 2002 is een gevolg van de afronding en facturatie van projecten in december. Tevens kan de inning van openstaande posten beperkter plaatsvinden door middel van verrekenstukken waardoor posten relatief later worden geïnd.

Het verloop van de voorziening dubieuze vorderingen luidt als volgt:

Verloop voorziening dubieuze vorderingen (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Saldo begin boekjaar325424
Onttrekkingen– 104– 99
Saldo per einde boekjaar221325

De voorziening voor dubieuze vorderingen is bepaald op basis van de openstaande debiteurenvorderingen, verhoogd met de buiten invordering te stellen en gestelde debiteuren. Deze beoordeling heeft geleid tot een benodigd geachte voorziening van € 221k per balansdatum.

3.4.3. Overige vorderingen en overlopende activa

Onder de overige vorderingen en overlopende activa worden voorschotten personeel en vooruitbetaalde kosten verantwoord. Daarnaast is het saldo van de nog te verrekenen projectgelden met de projectdirectie C2000 weergegeven. De specificatie luidt als volgt:

Verloop voorziening dubieuze vorderingen (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Saldo begin boekjaar325424
Onttrekkingen– 104– 99
Saldo per einde boekjaar221325
Overige vorderingen en overlopende activa (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Voorschotten personeel8618
Vooruitbetaalde onderhoudskosten GMS103
Vooruitbetaalde overige kosten1 216639
Vooruitbetaalde onderhoudskosten C20003 571
Nog te factureren omzet4 5251 481
Overige vorderingen726
Totaal6 5535 812

De post nog te factureren omzet omvat de dienstverlening die nog aan klanten in rekening moet worden gebracht.

De posten zijn als volgt te specificeren:

Nog te factureren omzet (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
C2000/medegebruik opstelpunten63
Back Office Applicaties153181
Back Office Infrastructuren3 7821 229
Kenniscentrum131
Bedrijfsvoering4598
Totaal4 5251 481

3.4.4. Liquide middelen

Het saldo van de liquide middelen bestaat uit het saldo bij het Rijksbegrotingsinformatiecentrum en de aanwezige kasgelden. De opbouw is als volgt:

Liquide middelen (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Rijksbegrotingsinformatiecentrum (RIC)21 41856 238
Kas22
Totaal21 42056 240

De afname van het saldo op de RIC-rekening wordt onder meer veroorzaakt door een hogere debiteurenpositie per 31 december ten opzichte van voorgaand jaar. Verder is door de overdracht van het project C2000 de bevoorschotting voor de bestedingen van het eerste kwartaal in 2004 in december 2003 achtergebleven.

3.4.5. Eigen vermogen

Het eigen vermogen van ITO bestaat uit de exploitatiereserve en het onverdeeld resultaat over het boekjaar. Het saldo van baten en lasten over het boekjaar 2002 is in 2003 toegevoegd aan de exploitatiereserve. Het verloop van de exploitatiereserve is als volgt:

Exploitatiereserve (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Saldo begin boekjaar7 1274 131
Bij: vermogensversterking -/20024 300
Af : saldo van baten en lasten 2002 respectievelijk 2001– 6 556– 1 304
Saldo einde boekjaar5717 127

Het voordelige saldo van baten en lasten over 2003 is afzonderlijk op de balans opgenomen onder het onverdeeld resultaat. Het verloop van de post onverdeeld resultaat is als volgt:

Onverdeeld resultaat (in € 1 000)
 20032002
Saldo begin boekjaar– 6 556– 1 304
Bij: toevoeging aan de exploitatiereserve6 5561 304
Af: saldo van baten en lasten 2003/20025 489– 6 556
Saldo per einde boekjaar5 489– 6 556

Het verloop in de vermogensontwikkeling, bestaande uit de exploitatiereserve en het onverdeeld resultaat is als volgt:

Agentschap ITOOverzicht vermogensontwikkeling over de jaren 1999 t/m 2003 (in € 1 000)
   19992000200120022003 begroting2003 realisatie
1. Eigen vermogen per 1 januari17 87519 1254 1312 8272 841571
2. Saldo van baten en lasten2 375491– 1 304– 6 5561 0005 489
         
 3a.Uitkering aan moederministerie      
 3b.Bijdrage moederministerie ter versterking van eigen vermogen   4 300  
 3c.Overige mutaties in eigen vermogen– 1 125– 15 485    
3. Totaal directe mutaties in eigen vermogen– 1 125– 15 485 4 300  
         
4. Eigen vermogen per 31 december (1+2+3)19 1254 1312 8275713 8416 060

Het totaal van de exploitatiereserve en het onverdeeld resultaat per 31 december 2003 valt binnen de maximumomvang van 5% van de gemiddelde baten over de laatste drie jaar (regeling Vermogensvoorschriften Baten en Lastendiensten 2001).

3.4.6. Voorzieningen

In 2003 is besloten om de operationele integratie tussen het ISC en ITO per 1 januari 2004 van start te laten gaan. De additionele kosten die als gevolg van deze integratie zullen worden gemaakt zijn per 31 december 2003 opgenomen in een voorziening operationele integratie ISC/ITO. De opbouw is als volgt:

Voorzieningen (in € 1 000)
 20032002
Saldo begin boekjaar
Dotatie I.v.m. operationele integratiekosten 20042 525
Saldo per einde boekjaar2 525

De totale frictie- en integratiekosten 2004 zijn geraamd op € 4,675 mln. Hiervan is € 2,525 mln als voorziening gevormd ten laste van de rekening van baten en lasten 2003. De integratiepartner, het ISC, zal een bijdrage in de kosten verstrekken van € 0,9 mln. Het resterende deel zal uit de middelen 2004 worden gefinancierd.

In 2003 heeft Justitie de reguliere dienstverlening opgezegd. Op basis van het huidige inzicht wordt geen voorziening nodig geacht.

3.4.7. Langlopende schulden

In april 2003 is de derde tranche van € 4,538 mln verband houdende met de investering in de radiobediensystemen beschikbaar gekomen en hebben geen aanspraken plaatsgevonden voor investeringen van de ITO organisatie. Hiermee is per 31 december 2003 totaal € 45,378 mln aan langlopende schulden aangegaan voor de radiobediensystemen. De aflossing van deze lening zal volledig in 2004 geschieden.

Het verloop van de post langlopende schulden is als volgt weer te geven:

Langlopende schulden (in € 1 000)
 20032002
Saldo begin boekjaar42 97718 944
Bij: leenfaciliteit investeringen radiobediensystemen (RABS)4 53822 689
Bij: leenfaciliteiten investeringen 2003/20022 600
Af: aflossingsdeel 2004/2003 naar kortlopende schuld BZK en derden– 1 018– 1 256
Saldo per einde boekjaar46 49742 977

Het aflossingsschema voor de langlopende schulden is als volgt weer te geven:

Aflossingsschema langlopende schulden (in € 1 000)
LeningRente %200420052006–2014Totaal
Lening 2000–015.03% 119119
Lening radiobediensystemen5.16%45 378  45 378
Lening hard-en software 20023.35% 700700
Lening installaties 20023.72% 100200300
Totaal 45 37891920046 497

3.4.8. Kortlopende schulden

Onder de kortlopende schulden worden de crediteuren, de kortlopende schuld BZK en derden, het saldo projecten vooruitontvangen en de overige kortlopende schulden en overlopende passiva weergegeven.

De post crediteuren is als volgt weer te geven:

Crediteuren (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Crediteuren12 71916 830
Crediteuren i.v.m. project C20004 632
Saldo per einde boekjaar12 71921 462

De post crediteuren in verband met de projectdirectie C2000 is verantwoord onder de kortlopende schulden BZK en derden onder de positie verschuldigd aan de projectdirectie C2000.

De opbouw van de kortlopende schuld BZK is als volgt:

Kortlopende schuld BZK en derden (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Aflossingsdeel 2004 leenfaciliteit investeringen 2000218456
Aflossingsdeel 2004 leenfaciliteit investeringen 2002800800
Restitutie afnemers vermogensconversie (Rabatregeling)4461 053
Verschuldigde bedragen BZK1 789640
Voorwaardelijke boete TetraNed in verband met startregio907
Verschuldigd aan de projectdirectie C20006 279
Saldo per einde boekjaar9 5323 856

De kortlopende schuld BZK en derden omvat de aflossingsverplichtingen 2004 aan Financiën uit hoofde van het beroep op de leenfaciliteit. Het bedrag Restitutie afnemers vermogensconversie (Rabatregeling) betreft de in 2004 te restitueren gelden, waarvan circa € 0,3 mln bestemd is voor de politieregio's.

De balanspositie verschuldigd aan de projectdirectie C2000 is per 31 december 2003 als volgt opgebouwd:

Verschuldigd aan de projectdirectie C2000 (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2003
Projectbevoorschotting minus bestede projectkosten C2000/BOM – 5 309
Crediteuren C2000 af te wikkelen in opdracht van de projectdirectie C2000– 10 641 
Vooruitbetaalde kosten C2000/BOM nog te verrekenen met de projectdirectie C200010 578-63
Rekening courant projectdirectie C2000 (door ITO verschuldigd) – 5 372
Ingehouden voorwaardelijke boete TetraNed in verband met startregio (overdracht schuldpositie aan de projectdirectie C2000) – 907
Totaal verschuldigd aan de projectdirectie C2000 – 6 279

De Minister van BZK heeft besloten om met ingang van 1 september 2003 de aansturing en verantwoording van het project C2000 over te dragen van de directie ITO naar de projectdirectie C2000, gepositioneerd binnen het Directoraat Generaal voor Openbare Orde en Veiligheid van het BZK. De baten en lastendienst ITO zal vanaf die datum personeel beschikbaar stellen aan de projectdirectie C2000 en ondersteunde diensten leveren in de vorm van onder meer huisvesting, personeel en organisatie en financiën.

Aangezien de financiële administratie van de projectdirectie C2000 in 2003 als zodanig niet was ingericht, de rekenplichtige nog niet was aangesteld en nog geen afzonderlijke bankrekening voor de projectdirectie C2000 was geopend heeft ITO ook na 1 september 2003 de projectadministratie voor het project C2000 op basis van baten en lasten systematiek gevoerd. Voor de financiële afwikkeling van deze bestedingen via ITO-rekening bij het Rijksbegrotingsinformatiecentrum heeft ITO middelen ontvangen van de projectdirectie C2000.

De verantwoording van de projectactiviteiten C2000 (inclusief Back Office Mobiel voor het beheer van analoge en digitale radionetwerken) in de rekening van baten en lasten 2003 is onderverdeeld in projectbestedingen voor de periode januari tot en met augustus 2003 en voor de periode september tot en met december 2003 een detacheringsvergoeding voor de personele kosten, verhoogd met een opslag voor algemene en overheadkosten.

De balanspositie met de projectdirectie C2000 (inclusief BOM) is weergegeven onder de kortlopende schuld BZK en derden en is gebaseerd op het vanaf 1 september 2003 geldende overdrachtsprotocol, waarin is overeengekomen dat vanaf dat moment de projectdirectie C2000 verantwoordelijk is voor de uitvoering van het project C2000 (inclusief BOM). Begin 2004 zullen ITO en de projectdirectie tot daadwerkelijke verrekening overgaan.

Met de projectdirectie C2000 is afgesproken dat ITO de balansposten begin 2004 financieel afwikkelt in opdracht van de projectdirectie C2000. De schuldpositie als gevolg van de in 2001 ingehouden voorwaardelijke boete TetraNed zal in 2004 worden overgedragen aan de projectdirectie C2000.

De specificatie van de post saldo projecten vooruitontvangen luidt als volgt:

Saldo projecten vooruitontvangen (in € 1 000)
 Toegerekende kostenVoorziening verliezenToegerekende opbrengsten31-12-200331-12-2002
Nog te besteden budgetgelden C200014 799
Reservering afwikkeling Verbeterprogramma bedrijfsvoering2 308
Onderhanden project Nutsvoorziening   – 727
Nog te besteden budgetgelden GMS2 3262 3265 186
Onderhanden project P-info4 0554 467412979
Overige onderhanden projecten staande organisatie9 85397911 1972 3233 847
Totaal13 90897917 9905 06126 392

Het saldo projecten vooruitontvangen betreft met name ontvangen projectgelden waarvoor nog bestedingen moeten gaan plaatsvinden. De daling van het saldo wordt veroorzaakt door de overdracht van het project C2000 naar de Projectdirectie C2000. Het saldo bestaat voor een belangrijk deel uit de nog te besteden budgetgelden voor de financiering van het geïntegreerd meldkamer systeem (GMS) en het project P-info. De overige onderhanden projecten staande organisatie bedragen per saldo€ 2,323 mln. Voor deze projecten is een voorziening projectverliezen opgenomen van € 0,979 mln.

Onder de post overige kortlopende schulden en overlopende passiva worden verplichtingen verantwoord inzake te betalen vakantiegeld en vakantiedagen, de nog verschuldigde belastingen en sociale premies. Verder zijn de verplichtingen opgenomen die samenhangen met nog te ontvangen inkoopfacturen. Ultimo 2003 is voor de afwikkeling van de dienstverlening aan Justitie € 0,968 mln beschikbaar. De opbouw is als volgt:

Overige kortlopende schulden en overlopende passiva (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Te betalen vakantiegelden889745
Te betalen vakantiedagen568665
Te betalen belastingen en premies sociale verzekeringen2 4791 084
Nog te betalen personele kosten (inhuur personeel)2 9521 780
Nog te betalen materiële kosten1 8632 187
Kosten afwikkeling verbeterprogramma bedrijfsvoering111
Gelden afwikkeling JustitieNet968
Nog te crediteren bedragen926
Investerings- en herhuisvestingsbijdragen853
Saldo per einde boekjaar10 7567 314

3.4.9. Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa

Belangrijke financiële verplichtingen:

– Het jaarlijkse bedrag van met derden aangegane huurverplichtingen van onroerende zaken, die via de Rijksgebouwendienst in rekening wordt gebracht, bedraagt in totaal € 2,2 mln. Het betreft de panden in Odijk en Driebergen. De huurcontracten lopen beide tot 31–01–2009.

– Ten aanzien van de verwerving van de radiobediensystemen is een investeringsverplichting aangegaan van € 45,4 mln, waarvan tot en met 2003 € 43,2 mln is gerealiseerd. De resterende investeringsverplichting ultimo 2003 bedraagt derhalve € 2,2 mln.

3.5. Toelichting op de staat van baten en lasten over 2003

3.5.1. Algemeen

Het saldo van de staat van baten en lasten over het boekjaar 2003 is positief afgesloten op € 5,489 mln. Het positieve resultaat is te verklaren door een gunstige ontwikkeling bij de produkt- en afdelingsresultaten.

In het resultaat is per saldo een negatief effect aan buitengewone lasten opgenomen van € 2,173 mln.

Daarnaast bedroegen de dotaties aan de voorzieningen totaal € 1,431 mln, met name veroorzaakt door de voorziening operationele integratiekosten van € 2,525 mln en een vrijval van projectvoorzieningen van € 0,990 mln als gevolg van positieve afwikkelingen van onderhanden projecten.

Het resultaat 2003 is als volgt onder te verdelen:

Resultaat opbouw 2003 (in € 1 000)
 Begroting 2003Realisatie 2003
Productresultaten1 3874 629
Projectresultaten (exclusief voorzieningen)– 697
Afdelingsresultaten5 294
Financiele baten en lasten– 287– 133
Dotaties voorzieningen– 100– 1 431
Buitengewone lasten– 2 173
Totaal1 0005 489

De gerealiseerde cijfers zijn vergeleken met de begroting 2003.

Overgang project C2000 naar BZK

Op 1 september 2003 is de aansturing en verantwoordelijkheid van het project C2000 overgedragen aan de projectdirectie C2000 (onderdeel van BZK). ITO opereert vanaf 1 september als detacheerder van personeel en stelt ondersteunende diensten ter beschikking in de vorm van onder meer huisvesting en financiën. Dit heeft tot gevolg dat in de staat van baten en lasten voor de periode januari tot en met augustus de bestede projectkosten van het project C2000 (inclusief Back Office Mobiel) zijn opgenomen. Vanaf september zijn de detacheringsopbrengsten en de -kosten (inclusief toegerekende bijdragen voor ondersteunende diensten) in de staat van baten en lasten verwerkt.

3.5.2. Baten (moederministerie, overige ministeries en derden)

Baten moederministerie. De baten van het moederministerie zijn lager in vergelijking met de begroting 2003. Het verschil ad € 60,6 mln wordt met name veroorzaakt door de overgang van het project C2000 en Back Office Mobiel naar de nieuw gevormde projectdirectie C2000 binnen BZK. Daarnaast zijn de activiteiten ten behoeve van de Nutsvoorziening in de realisatie gepresenteerd onder opbrengst derden, terwijl deze in de begroting waren opgenomen onder baten moederministerie. De uitrol en beheeractiviteiten van de Nutsvoorziening 2003 zijn in opdracht van ISC uitgevoerd.

Baten overige ministeries. Onder deze categorie zijn de opbrengsten van Justitie opgenomen.

Deze opbrengsten bedroegen over 2003 totaal € 24,79 mln, uitgesplitst naar € 23,08 mln voor de exploitatie van de dragerdienst Justitie en een bedrag van € 1,7 mln voor de uitvoering van projecten. Begin 2003 is bekend geworden dat Justitie de afname van de dragerdienst in de loop van 2004 gaat beëindigen.

Baten derden. Onder deze categorie zijn de opbrengsten opgenomen van de politieregio's, het KLPD, de KMAR, de ISC, het CIP en overige afnemers. De gerealiseerde omzet bedraagt € 31,4 mln meer dan begroot. Van de totale baten ad € 41,9 mln heeft € 23,8 mln betrekking op dienstverlening en projecten aan ISC en CIP.

De onderstaande tabellen geven een overzicht van de baten (exclusief de opbrengst overige), verdeeld naar product- en projectbaten. Tevens is een opstelling opgenomen waarbij de baten worden weergegeven in vergelijking met de begroting.

Opbrengst 2003 naar afnemer en producten en projecten (in € 1 000)
ProduktAfnemerTotaalBZKJustitiePolitieregio'sKLPDKMARISC/CIPOverige
Producten         
ITO – Producten 78 72238 67623 0816 2263 0028415 7971 099
Projecten         
C2000 63 91263 912      
ITO – Projecten 31 9555 3751 6602 548424518 0213 921
Totaal 174 588107 96324 7418 7743 42684623 8185 020

Onder de productbaten zijn opgenomen de baten die samenhangen met de producten en diensten die in de productcatalogus (Itools) worden aangeboden, waaronder baten van data- en mobiele communicatie en applicatiebeheer.

Vergelijking baten begroting versus realisatie (in € 1 000)
AfnemersgroepBegroting 2003Realisatie 2003Afwijking
BZK48 67044 051– 4 619
BZK C2000119 93663 912– 56 024
Justitie21 90724 7412 834
Politieregio's6 2938 7742 481
KLPD2 2003 4261 226
KMAR106846740
ISC/CIP023 81823 818
Overige1 8505 0203 170
Tussentotaal producten en projecten220 962174 588– 46 374
Opbrengst overige 11 08311 083
Rentebaten2 3172 283– 34
Totaal baten203 279187 955– 15 324

3.5.3. Opbrengst overige

Onder opbrengst overige is de detacheringsopbrengst opgenomen die ITO in rekening heeft gebracht bij de projectdirectie C2000 over de periode september tot en met december 2003.

3.5.4. Rentebaten

De rentebaten zijn als volgt opgebouwd:

Rentebaten (in € 1 000)
 Begroting 2003Realisatie 2003
Rentecompensatie over lening radiobediensystemen2 3172 283
Totaal2 3172 283

De rentecompensatie omvat de rente die wordt ontvangen van BZK ter dekking van de rentelasten van de opgenomen leenfaciliteit voor de financiering van de radiobediensystemen (RABS).

3.5.5. Personele kosten

Personele kosten (in € 1 000)
 Begroting 2003Realisatie 2003
ITO personeel34 33327 167
Kosten externe inhuur23 18643 316
Subtotaal57 51970 482
Overige personele kosten3 298
Totaal personele kosten57 51973 780

De personele kosten liggen hoger dan begroot. Dit heeft met name te maken met het amendement Rietkerk dat betrekking heeft op het voorstel van verminderde inhuur externen. Het betreft een overheveling naar Justitie ten behoeve van de aanpak van veelplegers en vergroting van de sanctiecapaciteit. Bij 1e suppletore begroting 2003 is deze overheveling ongedaan gemaakt.

3.5.6. Materiële kosten

De ontwikkeling van de materiële kosten ten opzichte van de begroting is als volgt weer te geven:

Materiële kosten (in € 1 000)
 Begroting 2003Realisatie 2003
Materiële projectkosten C2000 (excl. personele kosten)102 27553 483
Automatiseringskosten2 215
Huisvestingskosten4 813
Verbindingskosten17 334
Kosten voertuigen200
Overige materiële kosten35 78120 520
Totaal138 05698 566

De bestede materiële kosten over 2003 zijn achtergebleven bij het niveau van de begroting. De belangrijkste verklaring ligt in de toerekening van de projectkosten C2000. Voor het jaar 2003 zijn de projectbestedingen C2000 verantwoord voor de eerste acht maanden. Onder de materiële projectkosten C2000 zijn alle met het project samenhangende kosten verwerkt, waaronder ook automatiserings-, verbindings- en voertuigkosten.

De verbindingskosten betreffen de kosten van de vaste verbindingen als gevolg van de exploitatie van de producten en diensten. De huisvestingskosten omvatten de kosten van de locaties in Odijk en Driebergen alsmede van de engineeringbureaus. Hierin zijn de kosten van bewaking en beveiliging begrepen en de bijdragen van het moederministerie voor herhuisvesting en extra beveiliging in mindering gekomen.

3.5.7. Rentelasten

De rentelasten bestaan voornamelijk uit de rentelasten van de aangegane financiering via het beroep op de leenfaciliteit. Deze lasten zijn verschuldigd aan Financiën en zijn als volgt opgebouwd:

Rentelasten (in € 1 000)
 Begroting 2003Realisatie 2003
Rentelasten over lening in verband met (conversie) lening11
Rentelasten over lening radiobediensystemen2 3172 283
Overige rentelasten (waaronder beroep op leenfaciliteit)287122
Totaal2 6042 416

3.5.8. Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn als volgt te specificeren:

Afschrijvingskosten (in € 1 000)
 Begroting 2003Realisatie 2003
Meubilair en Stoffering100111
Technische installaties300478
Gebouwen/verbouwingen200267
Voertuigen250227
Telefoon- e.a. verbindingsapparatuur100140
Automatiseringsapparatuur en software2 2001 054
Overige apparatuur, installaties, etc1009
Activa bij derden7501 814
Totaal4 0004 100

De afschrijvingskosten volgens de verloopstaat materiële vaste activa bedragen totaal € 5,1 mln. Hiervan is € 4,1 mln gepresenteerd onder de categorie afschrijvingskosten. De afwijking van € 1,0 mln betreft inhaalafschrijving op netwerkapparatuur, die als buitengewone last is verantwoord.

3.5.9. Buitengewone lasten

De buitengewone lasten zijn als volgt opgebouwd:

Buitengewone lasten (in € 1 000)
 Begroting 2003Realisatie 2003
Restitutie teveel ontvangen rentecompensatie 2002293
Negatief resultaat op materiële vaste activa1 558
Afwikkeling en borging verbeterprogramma 2003/2004322
Totaal2 173

In 2003 is een bedrag aan teveel ontvangen rentecompensatie over 2002 in rekening gebracht. Daarnaast zijn door gewijzigde activarichtlijnen en de daarmee samenhangende schoning van de activa-administratieéénmalige afboekingen verwerkt van € 0,558 mln. Op netwerkapparatuur is een inhaalafschrijving genomen van € 1,0 mln in verband met de optimalisatie van de dragerdienstapparatuur als gevolg van de opzegging van de dienstverlening door Justitie. Het verbeterprogramma is grotendeels in 2003 afgewikkeld. De totale kosten van het verbeterprogramma eindigen op € 3,122 mln, waarvoor een budget is ontvangen van € 2,8 mln. De budgetoverschrijding van€ 0,322 mln hangt voor € 0,170 mln samen met de werkzaamheden voor de opschoning van de activa-administratie.

3.5.10. Dotaties voorzieningen

De post dotaties voorzieningen is als volgt opgebouwd:

Dotatie voorzieningen (in € 1 000)
 Begroting 2003Realisatie 2003
Mutatie voorziening verliezen projecten100– 990
Dotatie voorziening operationele integratie ISC/ITO2 525
Vrijval voorziening dubieuze vorderingen– 104
Totaal1001 431

De mutatie in de voorziening projectverliezen is tot stand gekomen op basis van een forecast van de project-resultaten van de projecten die ultimo 2003 onderhanden zijn en in 2004 of later tot afwikkeling komen.

In verband met de op 1 januari gestarte operationele integratie zullen in 2004 kosten optreden waarvoor uit de normale exploitatie geen dekking kan worden verkregen. Hiermee verband houdend is aan de voorziening operationele integratie ISC/ITO € 2,525 mln gedoteerd. De beoordeling van de openstaande debiteuren-vorderingen heeft geleid tot een vrijval in de voorziening dubieuze vorderingen van € 0,1 mln.

4. Kasstroomoverzicht 2003

Het verloop in de rekening-courant van de Rijksbegrotingsinformatiecentrum (RIC) is over 2003 als volgt weer te geven:

Agentschap ITOKasstroomoverzicht voor het jaar 2003 (in € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)–(1) 
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting Verloop rekening RIC 2002
1. Rekening-courant RIC 1 januari 20036 97956 23849 25915 867
     
2. Totaal operationele kasstroom– 4 000– 17 888– 13 88821 581
     
Totaal investeringen (-/-)– 11 038– 20 896– 9 858– 9 499
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)50682632138
3. Totaal investeringskasstroom– 10 988– 20 214– 9 226– 9 361
     
Eenmalige uitkering aan moederministerie (-/-)000– 2 408
Eenmalige storting door moederministerie (+)0006 708
Aflossingen op leningen (-/-)– 1 322– 1 25666– 1 438
Beroep op leenfaciliteit (+)11 0384 538– 6 50025 289
4. Totaal financieringskasstroom9 7163 282– 6 43428 151
     
5. Rekening-courant RIC 31 december 2003 (=1+2+3+4) (maximale roodstand € 0,5 mln)1 70721 41819 71156 238

De afwijking tussen de investeringen over 2003 en het beroep op de leenfaciliteit hangt met name samen met de vertraagde realisatie van de investeringen ten opzichte van de beschikbaarheid van de geldmiddelen via de leenfaciliteit.

5. Kengetallen

5.1. Personele kengetallen

Overzicht personele bezettingintern/extern per 31-12-2003intern/extern per 31-12-2002
Afdelinginternexterntotaal% externinternexterntotaal% extern
Kenniscentrum23.43.026.411.423.43.827.213.9
Back Office Infra116.771.9188.638.1168.728.2196.914.3
Back Office Applicaties (incl. GMS)124.864.0188.833.9122.364.2186.534.4
Staf Operations48.310.258.617.543.518.161.629.4
Staf & Ondersteuning**65.845.2111.040.744.817.562.328.1
Subtotaal379.0194.4573.433.9402.7131.8534.524.7
Projectdirectie C2000*147.597.6245.039.887.397.5184.852.8
Totaal526.5291.9818.435.7490.0229.3719.331.9
         
personeelskosten in € mln30.543.474 25.040.065 
per fte (€ x 1 000 per jaar)57.9148.790 51.0174.490 

* De FTE aantallen die zijn vermeld onder de Projectdirectie C2000, omvatten de interne en externe fte's die vanuit ITO getachteerd zijn naar de Projectdirectie C2000.

** De toename van de fte's in de kolom Staf & Ondersteuning ten opzichte van 2002 wordt met name veroorzaakt door het relatief grote aantal medewerkers bij de onderdelen bedrijfs- en kantoorautomatisering die met ingang van 2003 zijn begrepen onder de Staf & Ondersteuning. Deze fte's zijn ultimo 2002 opgenomen onder Back Office Infra.

Vooruitlopend op de operationele integratie met het ISC zijn in december reeds contracten aangegaan voor medewerkers die belast zijn met de uitvoering van interne projecten.

5.2. Bedrijfsvoeringkengetallen

Bedrijfsvoeringkengetallen
 Begroting 2003Realisatie 2003
Ontwikkeling aantal servicecalls10 00013 239
Beschikbaarheid systemen PolitieNet in %99,0%99.0%
Declarabele uren700 000840 616
Gemiddeld ziekteverzuim percentage6.50%5.30%
Aantal interne fte's539526
Aantal externe fte's213292
totaal aantal fte's752818

Ontwikkeling servicecalls

Het aantal servicecalls geeft een indicatie van het activiteitenniveau van ITO als gevolg van meldingen van klanten. Alhoewel de werkzaamheden per call verschillen geeft het hogere aantal calls ten opzichte van de begroting 2003 een indicatie van de bedrijvigheid binnen ITO van onder andere de engineeringbureaus.

Beschikbaarheid systemen PolitieNet

Onder de beschikbaarheid systemen PolitieNet wordt verstaan de gemiddelde beschikbaarheid van de 25 PolitieNet aansluitingen van de regio's over het afgelopen jaar.

Declarabele uren

Het gerealiseerde aantal declarabele uren 2003 ligt ruim 140 000 uur hoger, hetgeen een gevolg is van de gemiddeld hogere fte bezetting ten opzichte van de begroting. In de begroting zijn de uren van de staforganisatie niet opgenomen. Deze gegevens zijn ontleend aan het Jaarplan 2002.

AGENTSCHAP KLPD

1. Inleiding

Deze verantwoording richt zich in het bijzonder op de financiële verantwoording. De operationele verantwoording zal in een separaat uit te brengen jaarverslag aan de orde komen. De bereikte resultaten en effecten worden opgenomen in het Jaarverslag Nederlandse Politie 2003.

In de verantwoording worden ondermeer de financiële resultaten en de ontwikkelingen met betrekking tot de bedrijfsvoering, zoals reorganisatie, het verbeterplan bedrijfsvoering, behandeld.

2. Financiële verantwoording KLPD 2003

2.1. Financiële resultaten

Hierna zijn de financiële resultaten van het KLPD over het jaar in hoofdlijnen weergegeven:

Agentschap KLPDFinanciële verantwoording 2003 (in € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Totale baten340 871361 41420 543
Totale lasten340 604353 52212 918
Saldo van baten en lasten2677 8927 625
    
Totale kapitaalontvangsten54 9954 962– 50 033
Totale kapitaaluitgaven– 84 121– 41 09643 025

Toelichting: Het positieve resultaat over 2003 van € 7,8 mln is tot stand gekomen onder invloed van een aantal incidentele baten zoals prestatiebekostiging, de vrijval verlofstuwmeer en het gevolg van de aanpassing aan de voor de Nederlandse Politie geldende regelgeving op het terrein van waarderen en afschrijven.

De stijging van de baten ten opzichte van de oorspronkelijke begroting is enerzijds het gevolg van bovengenoemde extra baten anderzijds van de aanpassing van de bijdragen als gevolg van de loon- en prijsindexcijfers en extra bijdragen in verband met nieuwe taken zoals groei blauwe diensten, uitbreiding DKDB en activiteiten naar aanleiding van de commissie Van den Haak.

De lasten zijn toegenomen onder invloed van loon- en prijsstijgingen en de genoemde extra activiteiten. Verder zijn ook de opleidingskosten aanzienlijk toegenomen waarvoor een extra bijdrage is ontvangen.

De kapitaalontvangsten en -uitgaven zijn lager als gevolg van de vertraagde levering van de helikopters en de vertraging van de investeringen verband houdende met C2000.

2.2. Ontwikkeling eigen vermogen KLPD

Agentschap KLPDOverzicht vermogensontwikkeling over de jaren 1999 t/m 2003 (in € 1 000)
   1999*2000200120022003 begroting2003 realisatie
1. Eigen vermogen per 1 januari74 011– 118– 4 1949 1001 2836 306
         
2. Saldo van baten en lasten– 3 7025 31713 294– 2 7942677 892
         
 3a.Uitkering aan moederministerie      
 3b.Bijdrage moederministerie ter versterking van eigen vermogen2 854     
 3c.Overige mutaties in eigen vermogen– 73 281– 9 393    
         
3. Totaal directe mutaties in eigen vermogen– 70 427– 9 393 0 0
         
4. Eigen vermogen per 31 december (1+2+3)– 118– 4 1949 1006 3061 55014 198

* De cijfers 1999 zijn ontleend aan de financiële verantwoording van Justitie (VI). Met ingang van 1 januari 2000 is het KLPD overgegaan van Justitie naar BZK.

Het resultaat 2003 is vooruitlopend op definitieve besluitvorming ten gunste gebracht van het eigen vermogen.

Bij de beoordeling van het resultaat en het eigen vermogen zal rekening gehouden dienen te worden met projecten die in 2003 gestart zijn maar een doorloop hebben naar 2004 zoals project verwerving, E-shop dienst logistiek (elektronisch bestellen) en kantoorautomatisering (promis). In 2004 zijn nog aanzienlijke kosten op deze projecten te verwachten die niet in de reguliere financiering zijn opgenomen. Deze kosten kunnen leiden tot een negatief saldo van baten en lasten waarbij het eigen vermogen zal worden aangesproken.

De in het kader van de prestatiefinanciering ontvangen gelden zullen worden aangewend voor de verdere doorontwikkeling van het sturen op resultaat en de bewustwording van het korps hiervoor.

Verder dient ook nog rekening gehouden te worden met kosten verband houdende met de in het kader van de CAO geoormerkte budgetten voor Fit en Gezond en de financiering van het VVC-team in 2004.

Verder zijn ondermeer nog als financiële risico's te bestempelen:

sterkte arrangement: De consequenties van het in behandeling zijnde sterktearrangement en de ontwikkeling van de loonkosten dienen nog nader geanalyseerd te worden.

financiële positie dienst Logistiek: Voor de financiering van het tekort van de dienst Logistiek is in 2003 opnieuw door BZK een eenmalige bijdrage verstrekt. De discussie inzake de definitieve financieringssystematiek van de dienst Logistiek is nog gaande.

opleidingen: Als gevolg van de herstructurering van het LSOP en de daarmee samenhangende verhoging van de opleidingskosten zullen de opleidingskosten in de volgende jaren aanzienlijk hoger zijn.

nieuwe taken: Nog niet in alle gevallen zijn bij de toedeling van extra taken gelijktijdig de financiële middelen toegekend (onder andere NOVO). Dit houdt financiële risico's in bij het niet of niet tijdig verkrijgen van de nodige fondsen.

helikopters: De problemen bij de levering van de helikopters kunnen tot extra kosten leiden inzake huur casu quo hernieuwde aanbesteding die niet zijn voorzien.

3. Bedrijfsvoering

3.1. Belangrijke ontwikkelingen

Veiligheid

Veel Voorkomende Criminaliteit (VVC): In 2003 is uitvoering gegeven aan het besluit het aantal VVC teams uit te breiden. De VVC-teams richten zich op de bestrijding van veel voorkomende criminaliteit zoals zakkenrollerij, bagagediefstal en overlast als gevolg van verstoring van de openbare orde.

Persoonsbeveiliging: Het rapport De veiligheid en de beveiliging van Pim Fortuyn van de commissie Van den Haak en het daarop ingenomen regeringsstandpunt geven een aantal aanbevelingen op het terrein van de persoonsbeveiliging. Het KLPD voert de overgenomen aanbevelingen uit. Een belangrijke aanbeveling betreft het verbeteren van de dreigings- en risicoanalyse. Op basis van de geconstateerde risico's worden vervolgens beveiligingsmaatregelen genomen.

De vraag naar beveiliging in brede zin is in 2003 toegenomen en heeft geleid tot een uitbreiding van de capaciteit bij het KLPD. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van inzetcapaciteit van de 25 regionale politiekorpsen en de Koninklijke Marechaussee (KMAR).

Leefbaarheid

Operationeel centrum Driebergen: Het Kabinet heeft besloten tot oprichting van een Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum (LOCC). De KMAR en de Ambulancezorg Nederland (AZN) maken met ingang van 2003 deel uit van de meldkamer van het KLPD, waarin ook de 112 alarmcentrale, de commandokamers en het (LOCC) gehuisvest zullen worden. Het LOCC gaat de operationele informatievoorziening voor de brandweer, ambulance, politie en defensie organiseren bij rampen, evenementen en grootschalige incidenten.

Maatschappelijke integriteit

Nationale Recherche: Vooruitlopend op de inrichting van de Nationale Recherche (NR), ondergebracht bij het KLPD, is de koers en de strategie van de NR vastgesteld. Het behoud van de deskundigheid en betrokkenheid van de medewerkers van de voormalige kernteams is daarbij van groot belang. Voor een ordentelijk beheer van de NR zijn met de betreffende regionale politiekorpsen beheercontracten gesloten. Daarnaast ligt een belangrijk aandachtspunt op het gebied van de informatiehuishouding en het bereiken van uniformiteit in en afstemming met het bevoegd gezag over de vormgeving van de recherche processen naar het ABRIO model en het IGO model.

De opsporing van oorlogsmisdaden is een resultaatgebied van de NR. De opsporing van deze misdaden wordt nationaal en internationaal gezien als een zaak van belang voor de gehele internationale rechtsorde. Dit legt, mede door de komst van het Internationaal Strafhof naar Nederland, een grote verantwoordelijkheid bij de uitvoering van deze opsporingstaak.

SGBO Irak: Het SGBO UNIRAK werd begin 2003 ingesteld en medio 2003 ontbonden. Middels deze tijdelijke commandostructuur wordt de coördinatie van de dienstverlening op tactisch niveau op basis van het vastgesteld beleid op strategisch niveau georganiseerd. Uitgangspunt hierbij is het verlenen van onmiddellijke en adequate politiële respons wanneer dit vereist is. Daarnaast is een aantal maatregelen in de preventieve en surveillerende sfeer genomen.

Landelijke sporendatabank: Medio 2003 is door BZK en Justitie besloten tot een pilot waarin de eventuele meerwaarde voor de opsporing wordt onderzocht tussen een koppeling van de gegevens in de vingerafdrukkendatabank HAVANK en de gegevens in de DNA-sporendatabank. De pilot zal voor de duur van 1 jaar worden uitgevoerd.

Dienstverlening

Verbeteren internationale rechtshulpverzoeken: De criteria voor de registratie en afwikkeling van rechtshulpverzoeken zijn verscherpt. Dit houdt in dat het Landelijk Internationaal Rechtshulp Centrum 24 uur per etmaal bereikbaar is. Dit centrum draagt, binnen een termijn van maximaal 3 dagen, zorg voor de registratie, prioritering en doorzending van het rechtshulpverzoek naar het politie onderdeel dat met de afwikkeling is belast.

Dienstverleningsovereenkomst inzake SVO/DNA transport: In toenemende mate wordt in rechtszaken meer aandacht geschonken aan bewijsmateriaal (stukken van overtuiging). Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzoekt deze stukken van overtuiging. De waarborging van de kwaliteit met betrekking tot verpakkings- en transportcondities alsmede het bewerkstellingen van een efficiënter wijze van transport voor de gehele Nederlandse politie heeft er toe geleid dat het vervoer van stukken van overtuiging wordt gecoördineerd en uitgevoerd door het KLPD. Voor de uitvoering hiervan zijn dienstverleningsovereenkomsten gesloten met de regionale politiekorpsen en het NFI. Tevens is het KLPD door het NFI verzocht om het op een kwalitatief correcte wijze vervoeren van DNA-monsters voor haar rekening te nemen. De voorbereiding hiervoor is gaande.

C2000: Het nieuwe communicatienetwerk C2000 is op 1 januari 2004 beperkt operationeel voor de diensten brandweer, politie, ambulance en Koninklijke Marechaussee. Een voorwaarde voor invoering van C2000 is het Geïntegreerd Meldkamer Systeem (GMS). In november 2003 heeft het KLPD het GMS in gebruik genomen in het operationeel coördinatie centrum te Driebergen. De opleidingen zijn afgerond en de benodigde locatiebestanden voor het weg- en waterverkeer zijn beschikbaar gesteld.

3.2. Overige onderwerpen

Convenant: In de loop van 2003 is het convenant KLPD getekend. Met dit convenant ligt een aantal afspraken rond de prestaties van het KLPD voor de jaren 2003–2006 vast. Als belangrijkste kunnen worden genoemd de responstijd van de 112 alarmcentrale, de registratie en verwerking van rechtshulpverzoeken, het ziekteverzuim, het voldoen van wapendragenden aan Regeling Toetsing Geweldsbeheersing Politie. De afspraken geldend voor 2003 zijn gerealiseerd.

Prestatiebekostiging: De prestatiebekostiging hangt nauw samen met het in 2003 overeengekomen Landelijk Kader Nederlandse Politie 2003–2006 en de daaraan gerelateerde convenanten. Prestatiebekostiging wordt toegekend indien blijkt dat korpsen zich in 2002 hebben verbeterd en/of in vergelijking met andere korpsen goed presteren. Korpsen die aantoonbaar aan de verbetering hebben bijgedragen en in voldoende mate betere prestaties hebben gerealiseerd in 2002 hebben in 2003 hiervoor een bijdrage in de prestatiebekostigingontvangen. Gelet op de geleverde prestaties en de daarvoor geldende criteria is aan het KLPD het maximaal te verwerven budget ad € 2,1 mln toegekend.

Programma Verbetering Bedrijfsvoering: Naar aanleiding van de verantwoording over het jaar 2000 heeft de Algemene Rekenkamer in 2001 een bezwarenonderzoek ingesteld naar de bedrijfsvoering KLPD. In 2002 werd het (reguliere) bezwarenonderzoek vervolgd. Op grond van de bevindingen over 2002 constateerde de AR ernstige tekortkomingen bij het contractbeheer en gaf te kennen bezwaar te zullen aantekenen. De tekortkomingen zag zij tevens als een van de oorzaken voor de afkeurende accountantsverklaring op het terrein van de Europese aanbesteding. De getroffen maatregelen hebben de AR het vertrouwen gegeven in de werking/borging van het verwervingsbeleid (waaronder het contractbeheer). Hierop besloot de AR haar voornemen niet te handhaven.

Jaarlijks wordt in het kader van het programma Verbetering Bedrijfsvoering KLPD een operationeel plan opgesteld. Dit plan kent 6 projecten, te weten: verwerving, bestuurlijke informatievoorziening, SAP-HR, Sap/R3, AO/IC en de activa-administratie.

Het programma Verbetering Bedrijfsvoering kende een tijdspanne van 3 jaren. Ultimo 2003 is het programma beëindigd. De nog niet geheel afgeronde projecten zoals SAP/R3, verwerving en EU-aanbesteding Logistiek zullen in de lijn worden ondergebracht. In het jaar 2004 zal aan de borging en de werking aandacht worden geschonken. Dit en de nog openstaande acties uit het programma worden in de lijn belegd.

In aansluiting op het in beeld brengen van de situatie rondom Europese aanbestedingen het daaraan verbonden overleg met de belangrijkste betrokkenen van BZK, is in het voorjaar van 2003 gestart met het voorbereiden van de Europese aanbesteding van munitie. Als gevolg van de doorlooptijd van de daarvoor uit te voeren activiteiten zoals notificering van het product door de directie politie en de toename van het verbruik als gevolg van de intensivering van de IBT verplichtingen binnen politie Nederland in de afgelopen jaren zal, zeker voor het jaar 2004 een verplichting moeten worden aangegaan die niet aan de formele voorschriften van Europese aanbesteding voldoet. Gezien de omvang van de leververplichtingen van het KLPD zal alleen deze verplichting al leiden tot een accountantsverklaring met een beperking over het jaar 2004.

Verwerving: Een beleidsnotitie Verwervingsbeleid die de kaders aangeeft waarbinnen het verwervingsbeleid KLPD gestalte krijgt is, opgesteld. Voor het implementatietraject ligt de nadruk op interne afstemming, het effectueren van de interne controle en de herinrichting van de organisatie voor verwerving. Dit vond plaats onder leiding van een externe projectleider.

Bestuurlijke informatievoorziening: Op het gebied van bestuurlijke informatieverzorging zijn in 2003 belangrijke stappen gezet die hebben geleid tot verbetering van het proces van totstandkoming van planning & control (P&C) documenten en de inhoud van en samenhang tussen deze documenten. Daarnaast zijn de informatiebronnen die benodigd zijn voor de bestuurlijke informatieverzorging geëvalueerd.

SAP HR: De huidige dienstverleningovereenkomst voor de salarisen personeelsadministratie wordt met ingang van 1 januari 2006 stopgezet. Onderzoeken zijn gestart naar de mogelijkheden om de volledige salaris- en personeelsadministratie (incl. het salarisverwerkingssysteem) onder te brengen in het SAP-systeem. Een gelijktijdige koppeling met de financiële systemen kan hierdoor tot stand worden gebracht. Tevens kan op deze wijze beter worden voorzien in de personeelsinformatiebehoefte. Implementatie vindt in 2004 plaats.

SAP R3: SAP/R3 betreft het op orde brengen van het beheer inclusief de beveiliging van de SAP-applicaties. Een onderzoek heeft een groot aantal aanbevelingen opgeleverd. Een deel van de aanbevelingen is inmiddels uitgevoerd op basis van een implementatieplan. De eerste fase is eind 2003 grotendeels afgerond.

AO/IC: Gedurende de loop van het verbeterprogramma zijn vrijwel alle processen en werkinstructies in de taakvelden van het beheer beschreven. In het kader van de interne controle op de werking is een auditplan opgesteld.

Reorganisatie: De vernieuwing op het gebied van de externe oriëntatie, de centrale aansturing en efficiënt beheer heeft geleid tot een reorganisatie van het KLPD en een nieuw inrichtings- en formatieplan. Medewerkers kregen op een zorgvuldige wijze een functie in de nieuwe organisatie. De reorganisatie is hiermee in 2003 afgerond. Slechts een beperkt aantal medewerkers kon nog niet geplaatst worden. Het KLPD stelt alles in het werk deze medewerkers alsnog te plaatsen.

Versterking samenwerking KLPD-regio's: De uit dit programma ontstane activiteiten bij de operationele diensten, zoals het ontwikkelen van een klantenmonitor en het vergroten van het belang van accountmanagement, worden gecoördineerd binnen het programma Een klantgerichter KLPD. De uitkomsten worden betrokken bij het vraagstuk met de regiokorpsen over de verdeling van de domeinen en bijbehorende eerste verantwoordelijkheden. Het programma is afgerond in 2003.

Luchtvloot: In maart 2001 is een contract gesloten voor de aanschaf van 8 helikopters. De levering van de helikopters heeft ernstige vertraging opgelopen. In oktober 2003 is de contractant geïnformeerd over de ontbinding van het contract tenzij door de contractant en de fabrikant aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De uitkomsten van het onderzoek, ingesteld door het Nationaal Lucht en Ruimtevaartlaboratorium, zijn tevens van belang voor de vraag of continuering van het contract tot de mogelijkheden behoort. De contractant heeft aangegeven maatregelen te hebben genomen, casu quo te willen nemen. Deze maatregelen betreffen ondermeer de projectmatige aanpak, alsmede maatregelen in de organisatorische en personele sfeer. De gesprekken over het al dan niet voortzetten van het contract zullen in 2004 worden afgerond.

4. Balans en Toelichting KLPD per 31 december 2003

4.1. Balans van het agentschap KLPD per 31 december 2003

Agentschap KLPDBalans per 31 december 2003 (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Activa  
Vaste Activa101 53398 361
• Immateriële activa 0
• Materiële vaste activa101 53398 361
• Financiële vaste activa  
Vlottende Activa38 62639 070
• Voorraden5 1044 708
• Vorderingen19 72317 505
• Liquide middelen13 79916 857
Totaal activa140 159137 431
   
Passiva  
Eigen vermogen14 1986 306
• Exploitatiereserve6 3069 100
• Resultaat lopend jaar7 892– 2 794
Balanswaarde DBRZ  
Voorzieningen21 70121 801
Langlopende schulden31 17739 007
• Leenfaciliteit Min van Financiën28 72436 403
• Leenfaciliteit RGD2 4532 604
Kortlopende schulden73 08370 317
• Leenfaciliteit Min van Financiën11 42114 527
• Overige kortlopende schulden61 66255 790
Totaal passiva140 159137 431

4.2. Waarderingsgrondslagen

4.2.1. Algemeen

De waarderingsgrondslagen zijn gebaseerd op de in de Rijksbegrotingsvoorschriften opgenomen richtlijnen. Tevens zijn de richtlijnen volgens de Harmonisatie Afschrijvingstermijnen Politie van toepassing. Daarnaast zijn de maatschappelijke aanvaarde grondslagen voor de jaarrekening, zoals vermeld in het BW art. 362.1–3 mede als uitgangspunt genomen.

Voorzover niet anders vermeld zijn activa en passiva opgenomen voor de nominale waarde.

4.2.2. Grondslagen voor de waardering van de activa en passiva

Immateriële vaste activa: Bij het KLPD zijn geen immateriële vaste activa opgenomen. De extern verworven software is gebonden aan het primair proces en derhalve opgenomen onder de materiële vaste activa.

Materiële vaste activa: De duurzame activa met een waarde groter dan 454 worden geactiveerd. De waardering van de materiële vaste activa geschiedt tegen verkrijgingsprijs, inclusief BTW, verminderd met afschrijvingen.

Aangezien de dienst Logistiek in fiscale zin optreedt als ondernemer geschiedt de waardering van de materiële vaste activa van deze dienst tegen verkrijgingsprijs exclusief BTW.

Bij de waardering is rekening gehouden met waardevermindering indien deze van duurzame aard is. Dit houdt in dat, indien de directe opbrengstwaarde van een actief op een bepaald moment structureel lager is dan de boekwaarde, gewaardeerd wordt tegen deze lagere opbrengstwaarde.

Afschrijvingen vinden plaats op lineaire basis waarbij rekening wordt gehouden met de geschatte levensduur en de geschatte restwaarde.

Bij de luchtvloot en de vaartuigen vindt eenmaal in de 3 jaar een taxatie plaats van de waarde. Bij grote vaartuigen wordt tien jaar na verkrijgingsdatum besloten of vervanging zal plaatsvinden of dat tot een midlife conversion wordt overgegaan. In geval van midlife conversion worden de kosten hiervan geactiveerd en in tien jaar afgeschreven. Deze gedragslijn wordt in 2004 tegen het licht gehouden in samenhang met het gebruik van de egalisatievoorziening van de vaartuigen. Opdracht voor dit onderzoek is inmiddels gegeven.

Materiële vaste activa onderhanden: De materiële vaste activa in uitvoering of in bestelling zijn opgenomen tegen het bedrag der verplichtingen, dat reeds door derden in rekening is gebracht.

Belangrijke financiële verplichtingen op vaste activa, die nog niet in de balans zijn verwerkt zijn in de toelichting op de vaste activa vermeld.

Buiten gebruik gestelde activa: Waardering van de buiten gebruik gestelde activa geschiedt, als de verwachte opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde, tegen deze lagere opbrengstwaarde. Op buiten gebruik gestelde activa wordt niet meer afgeschreven.

Projectbijdragen: Voor bijzondere projecten worden door diverse instanties bijdragen verstrekt ten behoeve van de aanschaf van activa. De met deze bijdragen aangeschafte vaste activa zijn opgenomen onder de vaste activa voor de verkrijgingsprijs. De ontvangen projectbijdragen zijn als vooruit ontvangen bedrag onder de overlopende passiva opgenomen. Jaarlijks wordt op de vooruit ontvangen bedragen de jaarlijkse afschrijving in mindering gebracht, conform de reguliere afschrijvingen op de vaste activa.

Voorraden: Betreft voorraden hebben alleen betrekking op de voorraden van de divisie Logistiek, zijnde kleding, wapens en munitie. De voorraden zijn gewaardeerd tegen gemiddelde inkoopprijs onder aftrek van de noodzakelijk geachte voorzieningen.

Debiteuren: Betreft de vorderingen opgenomen van de dienst Logistiek in het kader van de verkoop van kleding en uitrusting en wapens en munitie. Deze vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde onder aftrek van de noodzakelijk geachte voorzieningen.

Overige vorderingen: Betreft nog te ontvangen bedragen, zoals voorschotten personeel, doorberekening van materiële en personele kosten opgenomen.

Liquide middelen: Betreft het saldo van de rekening-courant met de Rijksinformatiecentrum (RIC) opgenomen. Verder zijn hieronder de kasmiddelen en de overige tegoeden op bank- en girorekening opgenomen.

Eigen vermogen: Het eigen vermogen bestaat uit de exploitatiereserve, dat dient voor opvang van algemene bedrijfsrisico's. De exploitatiereserve muteert primair als gevolg van een positief of negatief resultaat.

De maximum omvang de exploitatiereserve en het onverdeeld resultaat gezamenlijk wordt gesteld op 5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de drie afgelopen jaren.

Voorzieningen: Voorzieningen worden gevormd voor specifieke risico's die zijn verbonden aan bepaalde activa en passiva of aan de activiteiten van het agentschap. De risico's moeten op balansdatum bekend zijn en voortvloeien uit gebeurtenissen die voor balansdatum hebben plaatsgevonden. Voor algemene (bedrijfs-) risico's wordt geen voorziening gevormd. De algemene risico's worden gedekt door de exploitatie reserve.

Langlopende schulden: De langlopende schulden zijn opgenomen tegen nominale waarde. In de toelichting zijn de oorspronkelijke hoofdsommen, de schuldrest, de looptijd en het rentepercentage opgenomen. Het in het volgende jaar af te lossen bedrag is opgenomen onder de kortlopende schulden.

Kortlopende schulden: De kortlopende schulden zijn opgenomen tegen nominale waarde. Hieronder zijn de per balansdatum vaststaande schulden met een looptijd korter dan één jaar opgenomen.

Crediteuren: Betreft verplichtingen aan leveranciers van goederen en diensten, die door middel van een factuur in rekening zijn gebracht.

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen:Hieronder zijn opgenomen die verplichtingen die niet uit de reguliere inkomensstroom van de algemene en bijzondere bijdragen kunnen worden gedekt, dan wel vanuit andere hoofde belangrijk zijn bij de beoordeling van de financiële positie en resultaat.

4.2.3. Grondslagen voor bepaling van het resultaat

De bepaling van het resultaat hangt ten nauwste samen met de waardering van de activa en passiva. De baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. De baten en lasten worden in dezelfde periode met elkaar geconfronteerd (matchingsbeginsel).

Winsten worden slechts opgenomen voorzover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt; verliezen en risico's die hun oorsprong vinden vóór het einde van het boekjaar zijn verwerkt indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden (voorzichtigheidsprincipe).

Bij de bepaling van het resultaat zijn de volgende specifieke grondslagen gehanteerd:

algemene bijdrage moederministerie: Wordt toegerekend aan de periode, waarvoor deze bijdragen ontvangen zijn. Voor zover nodig is een aansluiting gemaakt van de ontvangen bijdragen en de in de staat van baten en lasten gepresenteerde baten, met een toelichting op de verschillen.

bijzondere bijdragen: Voor specifieke taken en activiteiten worden zowel door het moederministerie als andere ministeries of overheidsinstanties bijzondere bijdragen verstrekt. Voor deze bijdragen dient zowel een operationele als financiële verantwoording te worden afgelegd en dient een eventueel overschot of tekort te worden verrekend.

baten is lasten: Voor deze bijzondere bijdragen wordt het baten = lasten principe gehanteerd. De ontvangen bijdragen worden in de balans opgenomen onder de kortlopende schulden als nog te besteden bijdragen. De lasten in het lopende boekjaar verband houdende met deze bijdragen worden ten laste van deze bijdragen gebracht.

buitengewone baten en lasten: Buitengewone baten en lasten zijn baten en lasten die voortvloeien uit gebeurtenissen of handelingen die buiten de normale bedrijfsactiviteiten vallen en die aanzienlijk van omvang zijn en – naar verwachting – incidenteel voorkomen.

4.3. Materiële vaste activa

Verloopstaat materiële vaste activa KLPD 2003 (in € 1 000)
 Aanschafwaarde 1-1-2003Cum. afschrijv. 1-1-2003Boekwaarde 1-1-2003Investeringen in 2003DesinvesteringenAfschrijvingen 2003Aanschafwaarde 31-12-2003Cum. afschrijv. 31-12-2003Boekwaarde 31-12-2003
     aanschafwaardecum. afschr.  
Instructiemiddelen462– 21524799– 46561– 261300
Installaties/inventaris24 574– 13 23311 3416 708– 520453– 2 87530 762– 15 65515 107
Voertuigen35 523– 18 95816 5656 848– 4 2613 755– 5 95738 110– 21 16016 950
Varend Materieel36 744– 12 98623 7586 577– 1 260925– 3 26542 061– 15 32626 735
Vliegend Materieel7 942– 6 6071 3352– 1 5531 255– 4176 391– 5 769622
Verbindingen11 029– 8 6592 3701 484– 6867– 67912 445– 9 2713 174
Automatisering48 434– 40 8177 6177 765– 1 0571 027– 5 73655 142– 45 5269 616
Geweldsm/uitrusting4 159– 3 268891141– 3027– 3014 270– 3 542728
Operationele middelen27 102– 19 7727 3304 161– 3 3123 220– 2 90127 951– 19 4538 498
Totaal activa195 969– 124 51571 45433 785– 12 06110 729– 22 177217 693– 135 96381 730
Voorraad onderdelen834834321   1 1551 155
Activa onderhanden26 07326 0737 425-   18 64818 648
Totaal generaal222 876– 124 51598 36126 681– 12 06110 729– 22 177237 496– 135 963101 533

Activa onderhanden: De materiële vaste activa in uitvoering of in bestelling zijn opgenomen tegen het bedrag der verplichtingen, dat reeds door derden in rekening is gebracht.

De activa onderhanden van de helikopters en de vaartuigen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Activa onderhanden (in € 1 000)
 Saldo per 31-12-2002Betalingen in 2003In gebruik genomen 2003Saldo per 31-12-2003
Helicopters17 860  17 860
nieuwe vaartuigen2 984 – 2 9840
mutatie overige activa5 229 – 4 441788
Totaal onderhanden activa26 0730*-7 42518 648

* Per saldo bedraagt de mutatie in de onderhanden activa -7 425 (18 648–26 073).

De aangegane verplichtingen op de materiële vaste activa, die niet in balans zijn opgenomen bedragen voor de 8 bestelde helikopters € 40,9 mln. Over de levering van de helikopters is momenteel overleg gaande. De definitieve uitkomst van dit overleg is nog niet bekend.

Afschrijvingen materiële vaste activa: Voor de afschrijvingen van de vaste activa worden de volgende economische levensduren gehanteerd:

CategorieLevensduur in jarenHAP
Instructiemiddelen10
Huisvesting8,2010,15
Voertuigen4,5,103,5,10
Vliegtuigen10
Vaartuigen10,74,10,20
Verbindingsmiddelen10,4,55,7,10
Automatisering3,53,5,10
Wapens & uitrusting5,10
Operationele middelen5,10

De afschrijvingstermijnen volgens de regeling HAP (Harmonisatie Afschrijvingstermijnen Politie) wijken nauwelijks af van de door het KLPD gehanteerde afschrijvingstermijnen. In 2004 zullen daar waar nodig aanpassingen in de afschrijvingstermijnen worden ingevoerd.

4.4. Investeringen KLPD 2003

Verloop Investeringsbudgetten KLPD 2003 (in € 1 000)
 Toegekend budget 2003Besteed in 2003In bestelling per 31-12-2003Totaal besteed t/m 2003Nog te besteden
Instructiemiddelen2599099– 74
Installaties/inventaris13 6836 7087 07213 780– 97
Voertuigen10 7776 8482 4589 3061 471
Varend Materieel6 5366 577296 606– 70
Vliegend Materieel41 064241 05241 05410
Verbindingen16 2931 48414 51515 999294
Automatisering15 4517 7657 57915 344107
Geweldsmiddelen/uitrusting453141198339114
Operationele middelen9 2304 1614 9879 14882
Totaal investeringen113 51233 78577 890111 6751 837

Toelichting: Ook in 2003 zijn de aangevraagde investeringsbudgetten aan een kritisch onderzoek onderworpen. Dit heeft intern geleid tot terughoudendheid bij het verlenen van budgetten. De vervanging van de luchtvloot, met een bedrag van € 41 mln (€ 59 mln minus aanbetaling van € 17,9 mln), vormt het belangrijkste onderdeel van de investeringen in bestelling. Het overleg met betrekking tot de levering van helikopters is gaande. De investeringen ten behoeve van C2000 zijn geheel en de investeringen voor vervanging van de kantoorautomatisering en de telefooncentrale zijn gedeeltelijk overgeheveld naar het investeringsplan 2004.

4.5. Voorraden Logistiek

Voorraden logistiek (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Kleding en uitrusting4 0103 353
Wapens en munitie2 0192 194
Totaal voorraden6 0295 547
Voorziening incourant– 925– 839
Totaal voorraden Logistiek5 1044 708

Invoering van Herziening Uniform Nederlandse Politie in 2004/2005 heeft gevolgen voor verkopen in 2003. De verkopen van kleding en uitrusting liggen onder het peil van verkopen in 2002. Dit heeft geleid tot een stijging van de voorraad kleding & uitrusting met € 0,7 mln. De verwachting is dat de voorziening incourant voldoende zal zijn om de afboeking van eventuele winkeldochters (niet te verkopen voorraden) op te vangen.

4.6. Vorderingen

De vorderingen zijn onder te verdelen in de volgende posten:

Vorderingen (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
debiteuren3 2444 184
voorschotten DSRT1 320750
voorschotten personeel1 3373 277
voorschotten personeel RST938
overige voorschotten572633
vooruitbetaalde kosten3 1852 198
voorschotten kernteams3 800 
overige vorderingen6 2655 525
Totaal vorderingen19 72317 505

Toelichting:

Debiteuren: De ouderdom van de debiteuren is in onderstaande tabel weergegeven:

Ouderdomsanalyse van het debiteurensaldo (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Bedragen nog binnen de betalingstermijn1 9611 847
Uitstaande bedragen langer dan de betalingstermijn :  
korter dan 30 dagen1 1141 397
van 30 t/m 60144479
van 61 t/m 9092212
van 91 t/m 120– 1025
vanaf 121 dagen33324
Totaal3 3344 284
voorziening dubieuze debiteuren– 90– 100
Debiteuren per ultimo boekjaar3 2444 184

Betreft de debiteuren van de dienst Logistiek en bestaan voornamelijk uit de regiokorpsen, die kleding en munitie afnemen van de dienst Logistiek.

Voorschotten DSRT: Betreft voorschotten die aan DSRT zijn verstrekt onder aftrek van de gedeclareerde kosten. Deze post vertegenwoordigt de tegenwaarde van de door DSRT aangehouden tegoeden/kasmiddelen.

Voorschotten personeel: Betreft de salaris- en reiskostenvoorschotten alsmede de in het kader van de regeling CAO á la Carte verstrekt voorschotten.

Voorschotten personeel RST: Het saldo per 31-12-2002 bestond uit betaalde voorschotten inzake de herziene buitenlandtoelagen aan de medewerkers van het Recherche Samenwerkingsteam op de Nederlandse Antillen in het kader van de herziene buitenlandtoelage. In 2003 zijn de definitieve toelagen vastgesteld en ten laste van de resultaten 2003 van RST gebracht. In totaal is circa € 2,4 mln uitbetaald. Hiervan heeft circa € 0,660 mln betrekking op 2003, het restant ad € 1,714 mln is ten laste gebracht van de buitengewone lasten RST 2003.

Vooralsnog zijn de toelagen ten laste gebracht van de van BZK ontvangen bijdrage ten behoeve van RST. De fiscale claim is opgenomen onder de Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen. De omvang hiervan is nog onzeker. De verantwoording wordt zodra de AD haar controle heeft afgerond aan de directie KR van BZK aangeboden.

Overige voorschotten: Betreft voornamelijk de aan de liaisonposten in het buitenland verstrekte voorschotten. Maandelijks vindt afrekening van de kosten plaats.

Vooruitbetaalde bedragen: Betreft vooruitbetaalde kosten 2003 en de vooruitbetaalde voorraad onderdelen.

Voorschotten kernteams: In het kader van de onderbrenging van de kernteams bij het KLPD zijn voor de financiering van de eerste uitgaven van 2004 voorschotten verstrekt aan de kernteams die in 2004 ten laste zullen worden gebracht van de van BZK te ontvangen bijdrage ten behoeve van de NR.

Overige vorderingen: Betreft aan derden doorberekende personeelskosten en nog van derden te ontvangen bijdragen.

4.7. Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit de volgende posten:

Liquide middelen (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Kassaldi74108
Banksaldi411313
Rekening Courant RIC16 56926 064
Kruisposten502 
Betalingen onderweg– 3 757– 9 628
Totaal Liquide middelen13 79916 857

Toelichting:

Banksaldi: De banktegoeden die binnen het KLPD worden aangehouden beperken zich tot een banktegoed op de Nederlandse Antillen ten behoeve van het Recherche Samenwerkingsteam (RST) en diverse girorekeningen die op de gedecentraliseerde locaties worden aangehouden ten behoeve van kleine uitgaven.

Rekening-courant RIC: Alle financiële transacties met opdrachtgevers en het kernministerie vinden plaats via de RIC.

Betalingen onderweg: Dit betreft een tussenrekening bij het automatisch betalen, waarbij crediteuren reeds zijn afgeboekt, terwijl de afdoening van de bankrekening nog plaats moet vinden. Verwerking heeft inmiddels plaatsgevonden.

4.8. Voorzieningen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de voorzieningen:

Voorzieningen (in € 1 000)
 Saldo per 31-12-2002BijAfSaldo per 31-12-2003
Schade algemeen30093– 231162
Onderhoud vaartuigen1 6591 523– 1 4691 713
Onderhoud luchtvloot1 342– 168– 305869
Reorganisatie9 100 – 1338 967
TOR9 400630– 409 990
Totaal voorzieningen21 8012 078– 2 17821 701

Toelichting:

Schade algemeen: Betreft te verwachten schade-uitkeringen opgenomen die het gevolg zijn van door derden ingediende claims. Zie 5, Staat van Baten en Lasten onder kopje dotatie voorzieningen.

Onderhoud vaartuigen en luchtvloot: De egalisatievoorzieningen voor het periodiek onderhoud van de vaartuigen en het vliegend materieel zijn gebaseerd op de periodiek uit te voeren onderhoudsbeurten. Door AD zijn vragen gesteld bij de noodzaak van een egalisatievoorziening en de gehanteerde methodiek. In het kader van het onderzoek naar de afschrijvingstermijnen van de vaartuigen zal ook een onderzoek worden ingesteld naar het onderhoudsritme en de omvang van de hiermee gepaard gaande onderhoudskosten van de vaartuigen. In 2004 zal in overleg met AD de noodzaak van egalisatie van de onderhoudskosten van de vaartuigen en het vliegend materieel worden overwogen. De systematiek van de voorziening zal hierop worden aangepast.

De voorziening vliegend materieel is aanzienlijk gedaald in verband met een verdere afstoot van de luchtvloot vooruitlopend op de aanschaf van nieuwe helikopters. De dotaties aan de egalisatievoorzieningen hebben plaatsgevonden ten laste van de reguliere kosten.

Reorganisatiekosten: In 2002 is een voorziening reorganisatiekosten opgenomen voor een bedrag van € 9,1 mln. In de komende drie jaar zal deze voorziening naar rato van de optredende kosten worden afgebouwd.

TOR: De voorziening TOR is opgesteld conform de in de HAP genoemde methode. In afwijking van de HAP is rekening gehouden met een inverdien-effect inzake de vervanging van de hogere TOR-schalen door lagere aanvangssalarissen. Het huidige deelnamepercentage bedraagt circa 80%. In de berekening die als grondslag heeft gediend voor de bepaling van de hoogte van de voorziening in 2002 was nog rekening gehouden met een geschat deelnamepercentage van 70%.

De calculatorische kosten voor de periode 2004 tot en met 2009 bedragen € 21,5 mln. Rekening houdend met bovenstaande is per ultimo 2003 een TOR-voorziening ad € 10 mln opgenomen. De toevoeging aan de voorziening TOR bestaat voor € 0,430 mln uit een bijdrage van BZK en verder heeft een extra dotatie van € 0,200 mln plaatsgevonden ten laste van het resultaat (zie 5, Staat van Baten en Lasten, kopje 'dotatie voorzieningen' teneinde de TOR-voorziening op het gewenste bedrag van € 9,990 mln te brengen.

4.9. Langlopende schulden

Leenfaciliteit Financiën. De leenfaciliteit bestaat uit een lening voor de materiële vaste activa bij de invoering van de leenfaciliteit op 1 januari 2000 en aanvullende leningen op basis van de latere investeringen.

Leningen Financiën (in € 1 000)
 HoofdsomAfgelost t/m 2002Restschuld per 31-12-2002Nieuwe lening 2003Aflossing 2003Restschuld per 31-12-2003
Conversielening69 889– 48 88021 009 7 48413 525
Lening investeringen 200024 085– 10 10313 982 5 3568 626
Lening vaartuigen klein940– 127813 134679
Lening vaartuigen groot16 001– 87515 1263 6301 44117 315
Totaal Leningen van Financiën110 915– 59 98550 9303 63014 41540 145
Aflossing 2003/2004 (zie schulden kort)  – 14 527  – 11 421
Saldo per ultimo v/h jaar  36 403  28 724

De aflossing in december 2004 op deze leningen van € 11,4 mln is opgenomen onder de kortlopende schulden. Het restant bedrag ad € 28,7 mln is opgenomen onder de langlopende schulden. De looptijd van de leningen is gelijk aan de levensduur van het actief, waarvoor de lening is aangevraagd en loopt uiteen van 3 jaar tot 13 jaar. Het rentepercentage varieert van 5% tot 5,41%, afhankelijk van de looptijd.

In verband met de gunstige liquiditeitspositie is in overleg met Financiën en BZK besloten om in 2003 alleen de voorgenomen lening voor de investering in vaartuigen op te nemen. De voor de aanschaf van helikopters aangevraagde lening, zal eerst bij de definitieve levering worden opgenomen.

Financieringsfaciliteit Rijksgebouwendienst (RGD). Dit betreft door de RGD gefinancierde bedrijfsmiddelen die door de RGD in rekening worden gebracht middels de gebruiksvergoeding en die in de balans zijn opgenomen als activa met als tegenwaarde de financieringsfaciliteit en waarop jaarlijks de calculatorische aflossing in mindering wordt gebracht. Deze constructie kent een looptijd tot 2014.

4.10. Kortlopende schulden

Onder de overige kortlopende schulden zijn de volgende posten opgenomen:

Overige kortlopende schulden (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Crediteuren4 4101 653
Schulden aan personeel14 36316 834
Loonheffing/sociale lasten7 9396 578
Overige schulden kort10 8856 944
Tegenwaarde activa van derden4 1214 357
Bijzondere bijdragen19 94419 424
Totaal schulden61 66255 790

Toelichting:

Crediteuren: In samenhang met het gestelde onder de liquide middelen (onderdeel betalingen onderweg) is een lichte daling te zien is ten opzichte van het jaar 2002.

Schulden aan personeel: De schulden aan personeel zijn als volgt te specificeren:

Schulden aan personeel (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Verlof- en overwerkuren (verlofstuwmeer)7 64710 047
Vakantiegeld (juni-dec)5 9545 960
Overig762827
Totaal schulden aan personeel14 36316 834

Verlofuren/overwerkuren: Het tegoed aan verlof- en overwerkuren is ondermeer als gevolg van het pc-prive project (passend binnen de kaders van de lopende CAO) gedaald met circa 34 000 uur. Het resterend aantal verlofuren is gewaardeerd op een (lager) genormeerd bedrag conform de HAP (€ 21,50 in 2003 t.o.v. € 25 in 2002). Beide elementen hebben geleid tot een lager bedrag voor het verlofstuwmeer.

Overige schulden kort: Betreft nog te betalen kosten transitoria, waarvoor de facturen nog geboekt c.q. ontvangen dienen te worden.

Tegenwaarde vaste activa van derden: Betreft de tegenwaarde van de boekwaarde van de activa, die middels bijzondere bijdragen zijn gefinancierd. Jaarlijks wordt op de boekwaarde de afschrijving in mindering gebracht, conform de reguliere afschrijvingen op de vaste activa.

Bijzondere bijdragen: Betreft de saldi van de bijzondere bijdragen. Van deze bijdragen wordt jaarlijks een financiële verantwoording afgelegd aan de verstrekker van de gelden. De bijzondere bijdragen kunnen bestaan uit investerings- en/of exploitatiebijdragen. Het overschot of tekort is opgenomen in de balans. In de toelichting op de baten is een gedetailleerd overzicht weergegeven van de mutaties in de bijzondere bijdragen.

Totaaloverzicht bijzondere bijdragen (in € 1 000)
 Saldo per 31-12-2002bijdragen 2003lasten 2003investeringen 2003overige mutaties 2003Saldo per 31-12-2003
  bij:af:af:af: 
BZK10 06735 276– 27 004– 212– 3 25714 870
Justitie6 3019 873– 12 604– 3691003 301
V&W9247 446– 6 537– 940893
Overige bijdragen1 9242 245– 2 853– 51– 288977
Subtotaal19 21654 840– 48 998– 1 572– 3 44520 041
Bijdragen EG208364– 431– 238– 97
Totaal bijz. bijdragen19 42455 204– 49 429– 1 572– 3 68319 944

De stijging van het saldo bijdragen van BZK is onder andere het gevolg van de reservering van de bijdrage voor de kapitaallasten van de helikopters ad € 4 mln. Met Justitie heeft een afrekening plaatsgevonden van het openstaande saldo per ultimo 2002 dat onder andere heeft geleid tot een terugbetaling van een aantal niet bestede bijdragen (IAM en HARM).

Van de bovengenoemde bijzondere bijdragen zullen, voor zover vereist, in 2004 separate verantwoordingen worden opgemaakt, waarin naast een financiële verantwoording ook een inhoudelijke verantwoording over de uitgevoerde werkzaamheden en behaalde operationele doelstellingen wordt opgesteld.

4.11. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Omschrijving
 Verplichting per 31-12-2003
Aanschaf helikopters (levering 2004)40,9 mln
Fiscale claim buitenlandtoelagen RST2,0 mln
Het KLPD heeft gedurende 5 jaar de verplichting de diensten van ISC af te nemen. Het hiermee gepaard gaande bedrag is niet exact te becijferen. 

5. Staat van Baten en Lasten KLPD 2003

Agentschap KLPDGespecificeerde verantwoordingsstaat 2003 (in € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Baten   
Opbrengst moederministerie289 058338 63249 574
Opbrengst overige ministeries18 0689 821– 8 247
Opbrengst derden30 8145 117– 25 697
Rentebaten 307307
Exploitatiebijdrage2 931 – 2 931
Buitengewone baten 7 5377 537
Totaal baten340 871361 41420 543
    
Lasten   
Apparaatskosten   
• personele kosten230 112250 08319 971
• materiële kosten66 65075 6448 994
Rentelasten9 5342 880– 6 654
Afschrijvingskosten   
• materieel34 30820 523– 13 785
• immaterieel   
Dotaties voorzieningen 293293
Buitengewone lasten 4 0994 099
Totaal lasten340 604353 52212 918
    
Saldo van baten en lasten2677 8927 625

5.1. Bijdragen moederministerie

Hierna wordt een aansluiting weergegeven van de van BZK en andere ministeries ontvangen bijdragen en de verantwoorde opbrengsten in de staat van baten en lasten.

Bijdrage BZK (in € 1 000)
 Oorspronkelijk vastgestelde begroting 2003Nadere mutaties 2003Totaal bijdragen 2003
Algemene bijdrage BZK275 05528 275303 330
Bijzondere bijdrage BZK3 14015 39918 539
Directie Koninkrijksrelaties6 1714 32910 500
Directie VIP 2 0712 071
Overigen BZK 1818
bijzondere bijdrage MvJ 13 25113 251
Overigen MvJ 830830
Eindstand begroting 2003284 36664 173348 539

De bovenstaande bijdragen zijn ontvangsten op basis van het kasstelsel. Het KLPD is een agentschap, waardoor verschillen kunnen ontstaan tussen de bijdragen volgens BZK en de opbrengsten voor het KLPD. Van de bijzondere bijdragen worden alleen de feitelijke lasten als baten aangemerkt. Het overschot of tekort wordt opgenomen als schuld of vordering. Ook zijn een aantal bijdragen in de vorm van investeringsbijdragen verstrekt en komen bijgevolg niet in de baten.

Hierna volgt een aansluiting tussen de bovenstaande ontvangsten en de in de staat van baten en lasten verantwoorde opbrengsten moederministerie en overige ministeries.

Aansluiting bijdragen/opbrengsten (in € 1 000)
 Toegekende bijdragen 2003OverboekingenHerziene bijdragen 2003Baten 2003
Algemene bijdragen BZK303 330– 4 306299 024299 024
Bijdragen BZK via kader18 5394 14822 68716 190
Bijdragen Dir. Koninkrijksrelaties BZK10 500 10 5009 232
Bijdragen Directie VIP BZK2 071 2 0711 582
Bijdragen overigen BZK18 180
Bijdragen MvJ via BZK13 251– 3 3789 87312 604
Bijdragen overige MvJ830– 8300 
Totaal moederministerie348 539– 4 366344 173338 632
Overige bijdragen MvJ niet via BZK– 4 3454 3450 
Bijdragen V&W7 446 7 4466 537
Overige bijdragen2 224212 2452 853
Bijdragen EU364 364431
Totaal overige ministeries5 6894 36610 0559 821
Totaal bijdragen/opbrengsten354 2280354 228348 453

De overboekingen houden verband met bedragen die zijn overgeheveld van de algemene bijdragen naar de bijzondere bijdragen. Het betreft de kapitaallasten helikopters (4 016) en TOR (290). In het overzicht hierna zijn de mutaties in de bijzondere bijdragen in detail toegelicht.

5.2. Totaaloverzicht bijzondere bijdragen

Totaaloverzicht bijzondere bijdragen (in € 1 000)
 Saldo per 31-12-2002bijdragen 2003lasten 2003investeringen 2003overige mutaties 2003Saldo per 31-12-2003
  bij:af:af:af: 
Ambassaderaad0240– 240  0
De Horsten370    370
Kapitaallasten heli's4 4704 016   8 486
Pepperspray (investering)351 – 351  0
SW KLPD/regio's152200– 109  243
WTV 2001 t.b.v. verlofstuwmeer517   – 5170
Diversiteit35819– 37  340
Kinderopvang398398– 398  398
WAO/ziekteverzuim81 – 81  0
Liaisons VS– 46455– 441  – 32
112-Centrale1 0412 723– 1 839 – 31 922
Autobahn15 – 34  – 19
Kledingcommissie15141– 36  120
Bewapeningscommissie4580– 9  116
Pepperspray (Logistiek)30 – 30  0
Bolkenstein0227– 227  0
Raad v/d CIE/CIE-themadagen6062– 89 – 330
SVO DNA Vervoer0223– 80  143
Hondenaanhanger018   18
Sporendata050   50
Bobob031– 31  0
NDB046   46
Prestatiefinanciering02 095  – 2 0950
TOR0430  – 4300
Opleidingen02 000– 2 000  0
Commissie v/d Haak DKDB01 100– 1 100  0
Commissie v/d Haak NRI0686– 558  128
       
Nationale Recherche      
LRT7887 365– 6 923  1 230
Nationale Recherche0100– 1 577  – 1 477
       
Directie VIP      
LARA– 4941 934– 1 445  – 5
C2000 startregio027– 27  0
LNB C20000110– 110  0
       
RST1 91610 500– 9 232– 212– 1792 793
Totaal bijdragen BZK10 06735 276– 27 004– 212– 3 25714 870
       
Bijdragen Justitie      
IOT/AIV84777– 866  – 5
ICTY DKDB3441 275– 1 579  40
ZWACRI03 050– 3 050  0
GRIP3506– 504  5
IAM1 201– 313– 888  0
BBE919880– 528– 241 1 030
HARM1 791– 1 491– 109  191
BVOM7063 074– 3 308  472
BVOM Gatso33 – 5  28
RAC-centrale386 – 118– 128 140
Recherche magazine228467– 426  269
IND670   – 312358
BLOM/MOT075– 75  0
LIRC045– 45  0
BLOM686 – 538  148
Projectkosten ZWACRI– 793823– 314 412128
IMSY0547– 150  397
PIDS43 – 43  0
Interpol Lyon0158– 58  100
Totaal bijdragen Justitie6 3019 873– 12 604– 3691003 301
       
TOTAAL BIJDRAGEN VIA BZK16 36845 149– 39 608– 581– 3 15718 171
       
Bijdragen V&W      
SWAB6095 920– 4 802– 692 1 035
WIM.NL3151 526– 1 735– 248 – 142
Totaal bijdragen V&W9247 446– 6 537– 9400893
       
Overige bijdragen      
SP 20003 390    3 390
SP Kwaliteit253    253
Dkdb180 – 17  163
LMG/NPI– 2 346 – 720  – 3 066
LMG/ARGON (BOP-pot)196   – 51145
NPI Land Telnr Politie– 801 100– 1 272  – 252
NPI SAOP70116– 81 13118
Tapcentrum29280– 124– 5130164
112-MMA– 167401– 301  – 67
Overvallen10   – 100
Polen5    5
SMR2710– 37  0
Twinning1024– 17 – 116
Interpol322– 60  – 2620
Edison060   60
ERC-conferentie031– 31  0
ABRIO25 – 18 – 70
RVTV0283– 235  48
Ttotaal overige bijdragen1 9242 245– 2 853– 51– 288977
       
Bijdragen EU      
Transport Documentatie Systeem180 – 365  – 185
Overige bijdragen Brussel28364– 660– 23888
Totaal bijdragen EU208364– 4310– 238– 97
       
TOTAAL BIJZONDERE BIJDRAGEN19 42455 204– 49 429– 1 572– 3 68319 944

De bedragen in de kolom lasten 2003 zijn in de staat van baten en lasten opgenomen als opbrengsten. De saldi per categorie zijn opgenomen in de balans onder de kortlopende schulden onder de post nog te besteden bijdragen.

5.3. Opbrengsten overigen

De opbrengsten overige zijn als volgt te specificeren:

Opbrengsten overigen (in € 1 000)
 Realisatie 2003Realisatie 2002
Brutowinst-marge verkopen Logistiek2 8373 177
Overige opbrengsten2 2803 007
Totaal overigen opbrengsten5 1176 184

Toelichting:

Bruto-winstmarge Logistiek: Hierna is een overzicht gegeven van de baten en lasten van de Dienst Logistiek. De lasten zijn onderdeel van de exploitatiekosten van het Klpd. De bruto-winstmarge is als overige opbrengsten gepresenteerd.

Baten en lasten Dienst Logistiek (in € 1 000)
 Begroting 2003Realisatie 2003Afwijking realisatie begroting
Baten     
Omzet19 690 22 247  
Kostprijs verkopen17 430 19 410  
Bw-marge verkopen logistiek 2 260 2 837577
      
Lasten     
personele kosten4 796 4 755 41
materiële kosten3 351 3 052 299
• afschrijvingskosten210 144 66
Totaal lasten – 8 357 – 7 951406
      
Saldo van baten en Lasten  – 6 097– 5 114983
Bijdrage BZK  4 5384 5380
      
Ten laste van begroting Klpd  – 1 559– 576983

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de dienst Logistiek niet kostendekkend is. Over het jaar 2003 is er een tekort van € 5,1 mln op de exploitatie. Ter financiering van dit tekort is van BZK een bijdrage ter grootte van € 4,5 mln ontvangen. Er resteert een tekort van € 0,576 mln. Dit bedrag komt ten laste van het resultaat 2003.

5.4. Rentebaten

De rentebaten bestaan voornamelijk uit de op de rekening-courant met de RIC ontvangen rente.

5.5. Buitengewone baten

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de buitengewone baten.

Buitengewone baten (in € 1 000)
 2003
Vrijval verlofstuwmeren– 2 400
Prestatiefinanciering– 2 095
Correctie activa van derden– 978
Afdrachtvermindering 2002 i.v.m. scholing non-profit– 551
Verlofrechten PC-privé uit WTV 2001– 517
Correctie convenanten 2001– 503
Terugboeking vervroegde afschrijving vliegtuigen– 260
Teveel afgedragen WAO 2002 werknemers > 57 jaar– 114
Korting vaartuigen– 119
Totaal buitengewone baten– 7 537

Toelichting:

Vrijval verlofstuwmeer: (zie toelichting 4.10 schulden a/ personeel).

Prestatiefinanciering: De in het kader van de prestatiefinanciering ontvangen gelden van € 2,1 mln zullen worden aangewend voor de verdere doorontwikkeling van het sturen op resultaat en de bewustwording van het korps hiervoor.

Activa van derden: Op de activa van derden zijn in de afgelopen jaren niet in alle gevallen de afschrijvingskosten afgeboekt. De activa van derden zijn opnieuw vastgesteld op basis van de activa-administratie.

5.6. Personele kosten

Overzicht personeelskosten KLPD 2003 (in € 1 000)
 Oorspronkelijk vastgestelde begroting 2003Realisatie 2003Afwijking realisatie begroting 2003
Salarissen197 164149 788– 47 376
Toelagen 10 81010 810
Sociale lasten 32 07732 077
Sub-totaal salariskosten197 164192 675– 4 489
Doorberekende salariskosten– 2 600– 4 426– 1 826
Totaal salariskosten194 564188 249– 6 315
    
Opleiding en vorming4 5008 2733 773
Overige personeelskosten18 25122 3344 083
Postactieven2 20067– 2 133
Totaal personeelskosten eigen personeel219 515218 923– 592
Personeel van derden10 59731 16020 563
Totaal personeelskosten230 112250 08319 971
Gemiddelde salariskosten per fte
 Salariskosten (in € 1 000)Gemiddeld aantal fteSalaris per fte in
Realisatie192 6753 85649 968
Begrote kosten197 1644 06748 479
Verschil– 4 489– 2111 489
Analyse verschil salariskosten (in € 1 000)
 Bedrag
Hogere sal. kost. per fte 3 856 fte * € 1 4895 740
lagere bezetting 211 fte * € 48 479– 10 229
Saldo– 4 489

Toelichting:

Personele kosten: De hogere salariskosten per fte van € 1 489 zijn ondermeer het gevolg van de verhoging van de pensioen- en DGVP-premie die bij het opstellen van de begroting nog niet bekend waren.

De doorberekende salariskosten zijn hoger doordat meer personeel gedetacheerd is bij andere overheidsinstellingen.

De hogere opleidingskosten worden voornamelijk veroorzaakt door de hogere tarieven die door het LSOP in rekening gebracht worden. Ook is in het kader van de reorganisatie en de uitbreiding DKDB extra aandacht besteed aan de opleiding van personeel.

De overige personeelskosten zijn in sterke mate beïnvloed door de extra uitbetaling van toelagen (circa € 2,4 mln) die hebben plaatsgevonden bij het Recherche Samenwerkingsteam van de Nederlandse Antillen.

Verder is ook de vergoeding voor woon-werkverkeer naar aanleiding van het nieuwe vervoersplan aanzienlijk gestegen. Ook heeft in verband met de grotere vraag naar personeel voor de beveiliging aanzienlijk inhuur van personeel van de regio's plaatsgevonden (circa € 3,7 mln) die niet begroot waren.

Personeel van derden: De post personeel van derden bestaat enerzijds uit reguliere inhuur van personeel van derden op formatieplaatsen, en anderzijds uit inhuur van personeel voor lopende projecten, waarvoor tijdelijk personeel is ingezet en extra deskundigheid benodigd is.

Het gaat hierbij voor een groot deel over ICT-personeel van in totaal circa € 14 mln, waarvan € 4 mln voor het beheer van de totale ICT-infrastructuur en circa € 8 mln voor het tot stand brengen van één uniforme ICT infrastructuur (Promis), die noodzakelijk is voor de overgang naar de nieuwe ICT-gebruikersorganisatie.

Vervanging van extern personeel door eigen personeel heeft een hoge prioriteit, echter de op handen zijnde reorganisatie – de overgang naar de ICP/ISC-organisatie – werkt hierop vertragend.

Daarnaast heeft een aanzienlijke inhuur van personeel van derden plaatsgevonden bij P&O, FB en in mindere mate bij FEZ, waar de reorganisatie extra inzet van de ondersteunende diensten heeft gevraagd. Verder zijn zowel op personeels gebied – SAPHRM – en facilitair gebied – SAPINK – nieuwe informatiesystemen ingevoerd, die tot extra inhuur van personeel van derden hebben geleid.

Ook bij de dienst Logistiek heeft het project LARA (landelijke aanbesteding rand apparatuur) en het project Europese aanbesteding tot extra inhuur van personeel van derden geleid.

5.7. Materiële kosten

De materiële kosten zijn te verbijzonderen naar de volgende hoofdgroepen:

Materiële kosten (in € 1 000)
 Begroting 2003Realisatie 2003Afwijking begroting realisatie 2003
Huisvesting9 50015 8276 327
Huisvesting RGD17 77315 863– 1 910
Voertuigen7 2258 3471 122
Vaartuigen1 9002 384484
Vliegtuigen/heli's2 5001 995– 505
Verbindingen/automatisering12 71015 5742 864
Geweldsmiddelen uitrusting1 6001 785185
Operationele activiteiten13 4425 247– 8 195
Beheer/overige08 6228 622
Totaal materiële kosten66 65075 6448 994

Toelichting:

Huisvestingskosten: Deze zijn over de hele linie aanzienlijk toegenomen als gevolg van het afsluiten van nieuwe contracten voor en door uitbreiding van de activiteiten.

Voertuigkosten: Deze zijn voornamelijk gestegen door het grotere aantal voertuigen dat is ingezet.

Vaartuigen: In 2003 zijn een aantal nieuwe vaartuigen in gebruik genomen.

Vliegtuigen: Deze zijn gedaald doordat een deel van de luchtvloot verkocht is en de levering van de nieuwe heli's vertraagd is.

Verbindingen/automatisering: Met name de gestegen huur datalijnen en de licentiekosten voor de kantoorautomatisering (Microsoft Office) hebben geleid tot hogere verbindings- en automatiseringskosten.

5.8. Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn als volgt te specificeren:

Afschrijvingskosten (in € 1 000)
 Realisatie 2003
Reguliere afschrijvingskosten vlgs verloopstaat22 177
Afschrijvingskosten activa van derden– 1 011
Extra afschrijving Noordwal– 660
Overigen (niet geactiveerde activa)17
Afschrijvingskosten 200320 523

Toelichting:

Zie § 4.3. Materiële vaste activa.

5.9. Rentelasten

De rentelasten zijn onder te verdelen in de rentelasten ten behoeve van de leningen van Financiën en de calculatorische rentelast voor de door de RGD voorgefinancierde bedragen.

Rentelasten (in € 1 000)
 Realisatie 2003Realisatie 2002
Rentelast leningen Financiën2 7073 432
Afsluitprovisie leningen Financiën44
Rentelast financieringsfaciliteit RGD169178
Totaal rentelasten2 8803 614

5.10. Buitengewone Lasten

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de buitengewone baten:

Buitengewone laten (in € 1 000)
 Realisatie 2003
RST Paritaire Commissie toelagen voorgaande jaren1 714
Vordering verzekering + huur heli's467
Aanloopkosten Heli's360
Projectkosten DSRT voorgaande jaren412
Personeelskosten Min. van Justitie voorgaande jaren241
Afboeking vorderingen /voorschotten364
Diverse baten & lasten541
Totaal buitengewone lasten4 099

Toelichting:

RST Paritaire Commissie toelagen voorgaande jaren: Zie § 4.6. Overige vorderingen.

Afboeking vordering verzekering + huur helikopters/aanloopkosten helikopters: In verband met de vertraagde levering van de helikopters zijn in de afgelopen jaren diverse kosten gemaakt die als vordering waren opgenomen. In verband met de onzekerheid van deze posten zijn deze vorderingen p.m. opgenomen.

Afboeking vorderingen/voorschotten: Bij de analyse van de vorderingen en voorschotten is voor een aanzienlijk aantal posten vastgesteld dat de inbaarheid onzeker is. Voor deze posten zijn daar waar mogelijk acties ondernomen om deze posten nog te innen. Vooruitlopend op eventuele afboeking zijn gezien de onzekerheid van deze vorderingen de vorderingen p.m. opgenomen.

6. Kasstroomoverzicht KLPD 2003

Agentschap KLPDKasstroomoverzicht voor het jaar 2003 (in € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1. Rekening-courant RIC 1 januari 200313 91526 06412 149
    
2. Totaal operationele kasstroom30 89426 639– 4 255
    
Totaal investeringen (-/-)– 54 995– 26 68128 314
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)01 3321 332
3. Totaal investeringskasstroom– 54 995– 25 34929 646
    
Eenmalige uitkering aan moederministerie (-/-)0 0
Eenmalige storting door moederministerie (+)0 0
Aflossingen op leningen (-/-)– 29 126– 14 41514 711
Beroep op leenfaciliteit (+)54 9953 630– 51 365
4. Totaal financieringskasstroom25 869– 10 785– 36 654
    
5. Rekening-courant RIC 31 december 2003 (=1+2+3+4)(maximale roodstand € 0,5 mln)15 68316 569886

7. Kengetallen personeel KLPD 2003

Medewerkers per 31-12-2003
 2003 Man2002 Man2003 Vrouw2002 Vrouw2003 Totaal2002 Totaal
Executieven1 9942 0521441502 1382 202
Espiranten119982114140112
Surveillant731227210014
Totaal executief2 1862 1621921662 3782 328
Niet-executief8718186065801 4771 398
Post actief (TOR/ZW/WAO)7247117348
Totaal3 1293 0277997473 9283 774
       
Gemiddeld aantal fte    3 8563 678
       
Ziekteverzuim7,4%7,5 %10,6 %14,2 %8,1%8,9 %
       
Gemiddelde leeftijdsopbouw      
Executief44,7 jaar45,1 jaar35,9 jaar36,0 jaar44 jaar44 jaar
Niet-executief43,7 jaar44,2 jaar39,5 jaar39,5 jaar42 jaar42 jaar

AGENTSCHAP BPR

1. Algemene toelichting

1.1. Doelen en taken van BPR

Voor BPR is de volgende missie geformuleerd: BPR bevordert dat de identiteit van de burger zorgvuldig wordt vastgesteld, vastgelegd en verstrekt ten behoeve van publieke dienstverlening.

Deze missie laat zich vertalen naar concrete functies, die vervolgens naar taken en daarna uitsplitsbaar zijn naar uit te voeren werkzaamheden. Ruwweg kunnen de werkzaamheden van BPR worden verdeeld naar twee categorieën: beheerwerkzaamheden en beleidswerkzaamheden. Die laatste heeft betrekking op beleid gericht op verbetering van het beheer en op het realiseren van beleidsdoelen die onderdeel uitmaken van het strategisch beleid van BZK/BVK.

Beheerwerkzaamheden. De kerntaak van BPR is het goed doen functioneren van twee systemen die voor het ordelijk functioneren van de Nederlandse samenleving onontbeerlijk zijn: De Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) en het systeem van uitgifte en beheer van reisdocumenten. Belangrijkste werkzaamheden in dit verband zijn het technische ondersteunen van het GBA-berichtenverkeer en het reisdocumentenproces, het bewaken van de kwaliteit van de gemeentelijke rol daarin, het autoriseren van instanties tot het gebruik van GBA-gegevens, het beoordelen van de informatietechnische voorzieningen waarvan gemeenten en afnemers gebruik willen maken en het informeren en ondersteunen van iedereen die in het GBA-systeem een actieve rol speelt.

Beheergericht beleid. Maatschappij en techniek ontwikkelen zich steeds verder, waardoor gemeenten en afnemers voortdurend andere, meestal zwaardere, eisen stellen aan het beheer van GBA en reisdocumentenproces. Ook worden voortdurend zwaardere eisen gesteld aan de beveiliging van beide systemen. Dat vereist dat BPR permanent energie moet steken in verbetering van de kwaliteit en de veiligheid.

Strategisch beleid. In het kader van het informatiebeleid openbare sector zijn verschillende projecten opgestart waarvoor de verantwoordelijkheid bij BPR is belegd. Met deze projecten wordt nagestreefd bepaalde beleidsdoelen te realiseren die als zodanig niet direct uit de beheertaken van BPR voortvloeien, maar er wel dicht tegenaan liggen en die alleen gerealiseerd kunnen worden met behulp van de kennis van het beheer en het uitrollen van informatiesystemen die specifiek bij BPR aanwezig is.

BPR is een agentschap dat beheer voert maar ook beleid ontwikkelt. Dat is geen contradictie. Zonder beleid zou het beheer van GBA en reisdocumenten gaan achterlopen op de werkelijkheid en dus ook door die werkelijkheid gepasseerd gaan worden. Beter dan passief af te wachten wat anderen aan beleid bedenken is het zelf actief participeren aan dat beleid vanuit de kennis en kunde die dagelijks beheer met zich meebrengen: dat komt zowel het beheer als het beleid ten goede. Daar staat BPR voor en vindt ook zijn weerslag in de jaarverantwoording over het jaar 2003.

De taken van BPR worden uitgevoerd namens de Minister van BZK en laten zich volgens het instellingsbesluit als volgt omschrijven:

– de voorbereiding van de wet- en regelgeving ten aanzien van de GBA en reisdocumenten;

– de ontwikkeling en uitvoering van het beleid inzake de GBA en reisdocumenten;

– het voorbereiden van beleid en het uitoefenen van controle ten aanzien van de ontwikkeling, productie en distributie van reisdocumenten;

– het operationele, tactische en strategische beheer van het GBA-netwerk;

– het geven van voorlichting en ondersteuning ten aanzien van de GBA en reisdocumenten aan gemeenten, gebruikers van de GBA en paspoortuitgevende instanties;

– het bijhouden van een signaleringsregister paspoorten;

– de schouwing en toetsing van de GBA-systemen;

– het zorg dragen voor de inning van de paspoortleges ten behoeve van BZK.

1.2. Aansturing

Zoals hiervoor is aangegeven is BPR een hybride organisatie. De activiteiten ten behoeve van het beheer van het GBA-stelsel worden uitgevoerd ten behoeve van en betaald door de gebruikers van de GBA. Vanuit BZK gezien is de financiering hiervan volledig kostendekkend.

De activiteiten die voortvloeien uit het beheer- en strategisch beleid worden gefinancierd uit (project)gelden die door BZK beschikbaar worden gesteld.

BPR wordt aangestuurd door de directeur-generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur (DGKB). De DGKB stuurt op basis van vooraf gemaakte afspraken over door BPR te leveren producten en diensten. Hiertoe heeft BPR haar producten en diensten gedefinieerd en wordt door gebruik te maken van kengetallen tevens zicht verkregen op de doelmatigheid van de organisatie.

Het zichtbaar maken van agentschapskosten en het toerekenen van deze kosten aan de te leveren producten en diensten heeft geleid tot een meer transparant bedrijfsproces.

Om dit te realiseren zijn verschillende instrumenten ontwikkeld:

– een besluit sturingsrelaties BPR en een daarbij horend informatieprotocol. In dit laatste zijn de afspraken over de informatievoorziening vastgelegd;

– een verantwoordingssysteem met een viermaandelijkse rapportage aan DGKB op basis van de begroting en het jaarplan van BPR;

– het aanbrengen van administratief onderscheid tussen verschillende hoofdactiviteiten van BPR, die ieder hun eigen systematiek voor de verrekening met gebruikers of BZK kennen;

– een doorberekeningmodel, waarmee indirecte kosten worden toegerekend aan de verschillende hoofdactiviteiten;

– de kengetallen, zoals die in het protocol zijn vastgelegd, en de periodieke rapportage middels de trimesterrapportage hierover aan DGKB.

1.3. Hoofdactiviteiten

BPR berekent al zijn kosten door aan gebruikers en opdrachtgevers. In dit verband worden vier hoofdactiviteiten onderscheiden:

Het beheer van het GBA-stelsel ten behoeve van de gebruikers. Deze activiteit omvat alle taken die worden verricht ten behoeve van de gebruikers van het GBA-stelsel. De kosten, de door BPR te betalen berichtkosten en een deel van de beheerkosten van BPR, worden conform het financieringsmodel GBA doorberekend aan de gebruikers, die daarmee een kostendekkende prijs per bericht betalen.

Beheergerichte beleidsontwikkeling en wet- en regelgeving GBA. Deze activiteiten vloeien voort uit de verantwoordelijkheid van BZK voor het GBA-stelsel als geheel. De bijbehorende kosten worden door BZK vergoed aan BPR.

De zorg voor de reisdocumentenketen, inclusief beheergerichte beleidsontwikkeling en wet- en regelgeving. Dit betreft de activiteiten en kosten voor de productie en distributie van reisdocumenten, voor het instandhouden en verbeteren van de dienstverlening, voor beleidsontwikkeling en voor het wijzigen en onderhouden van de wet- en regelgeving op het gebied van reisdocumenten. De kosten worden conform de regelgeving doorbelast in de kostprijs van het reisdocument.

Strategische beleidsontwikkeling. In 2003 heeft dit met name betrekking gehad op het Project Kiezen op Afstand met als doel om door inzet van ICT, het stemmen minder plaatsafhankelijk te maken, alsmede onderzoeken naar de mogelijkheden om één van de reisdocumenten geschikt te maken voor elektronische identificatie.

Tevens valt hieronder onderzoek naar het gebruik van een biometrisch kenmerk op de reisdocumenten om de look a like fraude tegen te gaan en elektronische grenspassage te faciliteren.

In 2003 is er verder gegaan met een omvangrijke aanpassing in het GBA-stelsel op basis van de kabinetsreactie op een rapport van de cie. Snellen.

De hiermee gepaard gaande kosten komen voort uit projectfinanciering vanuit BZK die als opdrachtgever functioneert.

1.4. Toegepaste grondslagen

In deze jaarverantwoording worden de volgende grondslagen toegepast:

– de baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben;

– voor zover niet anders vermeld worden activa en passiva verantwoord tegen nominale waarde;

– materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen aanschaffingsprijs (inclusief BTW) onder aftrek van afschrijvingen;

– op materiële vaste activa wordt afgeschreven op basis van de aanschaffingsprijs: afschrijvingen vinden plaats op basis van de geschatte gebruiksduur en een restwaarde van 5%;

– de vorderingen worden opgenomen tegen nominale waarde; onder aftrek van de eventuele te treffen voorziening voor mogelijk oninbaarheid die statisch wordt bepaald;

– BPR is niet BTW-plichtig.

1.5. Verbetering doelmatigheid

Resultaatgericht werken brengt mee dat men moet kunnen beschikken over onder meer prestatie-indicatoren waaronder kengetallen. Nadat in 1999 een aanvang is gemaakt met het bijhouden van kengetallen is dit in 2000 verder geoptimaliseerd. In het verslagjaar 2003 zijn geen wijzigingen in de kengetallen aangebracht ter wille van de vergelijkbaarheid met voorgaande jaren.

In 2002 is de rapportage aangepast op VBTB en nader uitgewerkt in de vorm van drie trimesterrapportages en geïntegreerd in de interne planning & controlcyclus. Met ingang van 2003 is de administratie van BPR nog verder ingericht op het projectmatig sturen van de (interne) activiteiten, om het management in staat te stellen nauwkeuriger te sturen.

2. Balans Agentschap BPR

2.1. Balans per 31 december 2003

Agentschap BPRBalans per 31 december 2003 (in € 1)
 31-12-200331-12-2002
Activa  
Materiële vaste activa714 147545 759
• Automatiseringsapparatuur612 190425 493
• Inventaris101 957120 266
Materiële vaste activa in bestelling00
• Automatiseringsapparatuur00
Vorderingen5 283 4255 817 518
• Debiteuren3 927 7724 122 430
• Overlopende activa1 355 6531 695 088
Liquide middelen13 948 5953 063 994
Totaal activa19 946 1679 427 271
   
Passiva  
Eigen vermogen3 058 0662 364 066
• Exploitatiereserve2 364 066617 877
• Saldo exploitatie lopend boekjaar694 0001 746 189
Langlopende schulden1 402 266471 220
• Schommelfonds GBA1 402 266471 220
Kortlopende schulden15 485 8356 591 985
• Crediteuren6 275 9502 685 751
• Bufferfonds Reisdocumenten944 224720 390
• Leenfaciliteit RIC00
• Te verrekenen saldo gebruikers netwerk GBA3 087 5951 770 392
• Overlopende passiva5 178 0661 415 452
Totaal passiva19 946 1679 427 271

2.2. Toelichting op de balans van het agentschap BPR

Activa

Materiele vaste activa

 AutomatiseringInventarisTotaal
Stand per 1 januari 2002   
Aanschafprijs1 622 899442 3062 065 205
Cumulatieve afschrijvingen1 197 406322 0401 519 446
Boekwaarde per 31-12-02425 493120 266545 759
    
Mutaties gedurende 2003   
Investeringen294 291– 59294 232
Afschrijvingen107 59418 250125 844
Totaal mutaties 2003186 697– 18 309168 388
    
Stand per 31 december 2003   
Aanschafprijs1 917 190442 2472 359 437
Cumulatieve afschrijvingen1 305 000340 2901 645 290
Boekwaarde per 31-12-03612 190101 957714 147

Afschrijving vindt plaats op basis van een geschatte economische levensduur van 3 jaar voor automatiseringsapparatuur en 5 jaar voor inventaris met beiden een restwaarde van 5% van de aanschafwaarde.

Vorderingen

Debiteuren. De debiteuren zijn gewaardeerd op hun nominale waarde zonder dat hierop een aftrek wegens oninbaarheid is toegepast. De verdeling over rijksafnemers, gemeenten en overigen is als volgt (in € 1):

Debiteuren
Gemeenten1 963 008
Rijksafnemers747 450
Overigen1 217 314
Stand per 31-12-20033 927 772

Overlopende activa. De vooruit betaalde kosten en nog te ontvangen bedragen kunnen als volgt worden gespecificeerd (in € 1):

VAS 2001/200279 928
Rente 2003110 686
Politie diensten24 315
ICT toeslag1 143 729
Diversen– 3 005
Stand per 31-12-20031 355 653

De berichten die voor het VAS worden gebruikt worden doorberekend aan de onderliggende regio's. Voor het jaar 2001/2002 moet nog een bedrag van € 79 928 verrekend worden in 2004. Gezien de reeds verstreken betaaltermijn zal er gekeken worden of deze vordering uit handen gegeven dient te worden.

Op de rekening-courant van het RIC is eind januari 2004 een bedrag van € 110 686 aan rente ontvangen voor het boekjaar 2003.

Door de politieregio's Rijnmond en Groningen moet nog de factuur over 2001 worden voldaan. Gezien de reeds verstreken betaaltermijn zal er gekeken worden of deze vordering uit handen gegeven dient te worden.

In de berekening van de kostprijs voor het reisdocument is een opslag van € 0,11 voor ICT opgenomen. De initiële investering groot € 1 845 978 moet de komende jaren terug worden ontvangen van de uitgevende instanties.

Investering1 845 978
Aflossing 2001 en 2002391 390
Stand per 01-01-20031 454 588
Aflossing 2003310 859
Stand per 31-12-20031 143 729

Liquide middelen

BPR beschikt per 31 december 2003 over € 14 mln aan liquide middelen. De liquide middelen kunnen als volgt worden gespecificeerd (in € 1):

Liquide middelen
Kas680
RIC13 947 915
Stand per 31-12-200313 948 595

Voor de departementale jaarrekening wordt voor het saldo van RIC ook de nog te ontvangen rente over 2003 ad € 110 686 meegeteld waardoor het gehanteerde saldo € 14 058 601 bedraagt.

Passiva

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bedraagt per ultimo 2003 € 2,4 mln.

Het is BPR toegestaan om in 2003 maximaal een Eigen vermogen te hebben van 5% van de gemiddelde omzet over de afgelopen drie jaar.

Het eigen vermogen is als volgt opgebouwd (in € 1):

Eigen vermogenBalans
Stand 01-01-20032 364 066
Bij: Mutatie exploitatieresultaat 2003 na resultaatbestemming694 000
Stand per 31-12-20033 058 066

Saldo exploitatie lopend boekjaar.Voorgesteld wordt om van het positieve exploitatieresultaat, reisdocumenten (€ 612 000) en GBA-BWR (€ 82 000), ad € 694 000 ten gunste van de het eigen vermogen te brengen. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar § 3.3.

Langlopende schulden

Schommelfonds GBA. Het Schommelfonds heeft het kenmerk van een niet direct opeisbare schuld aan GBA afnemers. Deze buffer dient om incidentele schommelingen in de berichtprijs tegen te gaan. In 2003 is € 57 000 aan de buffer toegevoegd (zie § 3.2.). Tevens is de korting over de omzet 2002 conform de afspraak in het GO toegevoegd. Er was geen aanleiding om geld aan de buffer te onttrekken.

Bedrag (in € 1)
01-01-2003471 220
Bijdrage 200357 000
Besluit GO874 046
Stand per 31-12-20031 402 266

Kortlopende schulden

Crediteuren. Dit betreft de schuld per balansdatum aan leveranciers van goederen en diensten. Het saldo wordt met name verklaard door een drietal posten, te weten: netwerkleverancier GEIS voor het GBA-berichtenverkeer, Enschede SDU voor productie en ontwikkelkosten van de reisdocumenten en BZK voor de salarissen oktober t/m december.

Crediteuren Bedrag (in € 1)
GEIS1 099 587
Enschede/SDU1 504 151
BZK1 118 266
Overigen2 553 946
Stand per 31-12-20036 275 950

Bufferfonds reisdocumenten. Het Bufferfonds heeft het kenmerk van een niet direct opeisbare schuld aan reisdocumenten afgevende instanties. Deze buffer dient om incidentele schommelingen in Q (kostprijs= PxQ) te kunnen opvangen. Conform afspraak met de DGKB wordt dit over meerdere jaren terug gegeven door verrekening in het tarief.

Bedrag (in € 1)
01-01-2003720 390
Bijdrage 2003664 922
Afdracht 2003441 087
Stand per 31-12-2003944 225

Te verrekenen saldi gebruikers netwerk GBA.Dit betreft de saldi voor het berichtenverkeer die nog moeten worden verrekend met de gebruikers. Het saldo over 2001 is volledig verrekend via het tarief voor 2003. De resterende saldi over 2002 en 2003 zullen na overleg met GO worden verrekend in de tarieven voor 2005.

Bedrag (in € 1)
01-01-20031 770 392
Verrekening 2001– 609 000
Verrekening 2001471 000
31-12-20031 632 392
Resultaat 20031 455 203
Stand per 31-12-20033 087 595

Overlopende passiva. Dit betreft de vooruit ontvangen en nog te betalen bedragen. Deze kunnen als volgt worden gespecificeerd (in € 1):

Vooruit ontvangen/nog te betalen
Vakantiegeld ambtenaren 2003132 000
Regionale samenwerking4 344
MVJ/VW200027 300
Audit 2001/200222 586
Overige20 014
BZK-personeelszaken56 319
Onderhandenwerk (KOA/Biometrie)1 444 971
Retour BZK resultaat 20033 470 532
Stand per 31-12-20035 178 066

De nog te betalen bedragen hebben betrekking op activiteiten in 2003, waarvoor nog geen factuur is ontvangen.

Voor ambtelijke medewerkers is een bedrag geboekt voor vakantiegeld over 2003.

In het kader van regionale samenwerking moet er nog een bedrag betaald worden voor werkzaamheden.

In samenwerking met Justitie is er in het kader van VW2000 een vergoeding aan diverse gemeenten en afnemers vastgesteld. Nog niet alle afnemers hebben deze bijdrage ontvangen.

In 2002 zijn met een groot aantal gemeenten afspraken gemaakt over de uit te voeren audit. Na ontvangst van de rapportage wordt de vergoeding aan de gemeenten overgemaakt. Niet alle rapportages zijn ontvangen.

Door BZK/P&O zijn in 2003 niet de afrekening vakantiedagen en het salaris van een medewerker bij ons in rekening gebracht.

Onderhandenwerk: Voor Kiezen op Afstand moet nog een factuur worden voldaan die nog niet ontvangen is. Voor Biometrie is al een bedrag ontvangen van BZK ivm 2e sup mutatie van € 1 mln.

Tevens is besloten om de positieve resultaten van de projecten Modernisering GBA, EID, Biometrie en Kiezen op afstand terug te geven aan BZK. Dit bedrag ad € 3 470 532 is als kortlopende schuld opgenomen op de balans (zie § 3.3).

3. Baten en Lasten

3.1. Baten-lastenoverzicht 2003: confrontatie ontwerp-begroting met de realisatie

Agentschap BPRGespecificeerde verantwoordingsstaat 2003 (in € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Baten   
Opbrengst GBA-Beheer9 80011 9902 190
Opbrengst GBA-Beleid3 1032 196– 907
Opbrengst Reisdocumenten26 52436 3289 804
Opbrengst Modernisering GBA2 2703 3201 050
Opbrengst EID/Biometrie2 2691 292– 977
Opbrengst Kiezen op Afstand1 7924 7872 995
Buitengewone baten  0
Opbrengst NGR  0
Totaal baten45 75859 91314 155
    
Lasten   
Apparaatskosten   
• personele kosten3 0954 4471 352
• materiële kosten1 3401 635295
GBA-Beheer7 2477 658411
GBA-Beleid2 540586– 1 954
Reisdocumenten25 20533 3468 141
Modernisering GBA2 2702 439169
EID1 01242– 970
Biometrie1 257399– 858
Kiezen op Afstand1 7923 7411 949
NGR  0
Totaal lasten45 75854 2938 535
    
Saldo van baten en lasten05 6205 620
GBA gebruikers 1 455 
BZK 3 471 
Saldo van Baten en Lasten 694 

3.2. Toelichting op de staat van baten en lasten over 2003

Baten (alle bedragen in € 1 000 tenzij anders vermeld)

Opbrengst GBA-beheer. Deze post bestaat uit de bij afnemers in rekening gebrachte bedragen voor het GBA berichtenverkeer.

Bijdrage BZK voor GBA-beleidsontwikkeling. De bijdrage van BZK ten behoeve van activiteiten die voortvloeien uit de verantwoordelijkheid van BZK voor het GBA-stelsel. De mutatie ten opzichte van de begroting bestaat uit de mutaties 2e suppletore. Tevens is hier de bijdrage van BZK verantwoord ten behoeve van activiteiten voor het GBA-beheer, deze hebben betrekking op de berichten van de CBS. Deze berichten worden verantwoord onder GBA-beleid omdat de verantwoordelijkheid bij BPR ligt.

Opbrengst Reisdocumenten. Deze post bestaat uit de bij de paspoortuitgevende instanties in rekening gebracht kosten voor geleverde documenten. Tevens worden hier de spoedopbrengsten verantwoord. Zowel de reguliere afgifte als de spoedafgifte zijn hoger dan geraamd.

Bijdrage BZK voor beleidsontwikkeling (MGBA, EID/Biometrie en Kiezen op Afstand). De bijdrage van BZK ten behoeve van activiteiten die voortvloeien uit de verantwoordelijkheid van BZK voor deze activiteiten. De mutatie ten opzichte van de begroting bestaat uit de mutaties 2e suppletore en wijzigingen EJM 2002.

Lasten (alle bedragen in € 1 000 tenzij anders vermeld)

Apparaatskosten

– Personele kosten. De personele kosten zijn hoger dan vooraf ingeschat.

– Materiële kosten. Zowel de huur/huisvestingskosten als de kantoorkosten zijn hoger dan begroot.

Door hogere personele lasten zijn ook de materiele kosten toegenomen.

GBA-beheer. De toename van de berichtkosten hangt samen met de toename van het aantal berichten. In de begroting was uitgegaan van 70 miljoen berichten en de realisatie is ruim 85 miljoen berichten.

GBA-BWR. De kosten ten behoeve van het hoofdproduct beleidsontwikkeling en wet- en regelgeving GBA, die niet worden doorbelast aan de gebruikers van de GBA, zijn lager dan begroot. Diverse activiteiten hebben minder gekost dan begroot of zijn vertraagd. Tevens zijn de kosten voor de berichten CBS lager dan begroot.

Reisdocumenten beleid en beheer. De hogere kosten van de reisdocumenten hangt samen met de toename van het aantal afgegeven reisdocumenten. Tevens zijn een aantal kwaliteitsbevorderende maatregelen uitgevoerd die niet begroot waren.

EID/Biometrie. De in 2003 beschikbare budgetten voor EID/Biometrie waren niet geheel uitgeput. Diverse activiteiten hebben minder gekost dan begroot of zijn vertraagd doordat er geen besluitvorming plaats heeft gevonden.

Kiezen op afstand (KOA). De in 2003 beschikbare budgetten voor het project KOA waren niet geheel uitgeput. Diverse activiteiten hebben minder gekost dan begroot of zijn vertraagd.

Modernisering GBA (MGBA). De in 2003 beschikbare budgetten voor het project MGBA waren niet geheel uitgeput. Diverse activiteiten hebben minder gekost dan begroot of zijn vertraagd.

3.3. Resultaatbestemming

Het positieve resultaat van € 5 619 736 is als volgt opgebouwd:

GBA-Beheer (€1 455 203). Besloten is om 1 455 203 als schuld aan de gebruikers van de GBA in de balans op te nemen en in de toekomstige tarieven te verrekenen.

GBA-BWR (€ 854 775). Besloten is om het positieve resultaat van de activiteiten in het kader van GBA-BWR (€ 772 775) terug te geven aan BZK en € 82 000 ten gunste te brengen van het eigen vermogen van het agentschap ter afdekking van de algemene bedrijfsrisico's inzake CBS die hier gelopen worden.

Reisdocumenten (€1 143 567). Besloten is om het positieve resultaat van het de activiteiten in het kader van de afgifte van reisdocumenten (spoed) voor een deel ten gunste van het eigen vermogen te brengen (€612000) het restant ad € 531 567 zal aan BZK terug worden gegeven.

EID/Biometrie (€ 690 657). Besloten is om het positieve resultaat (€ 690 657) van het project Biometrie terug te geven aan BZK. Voor de EJM is een bedrag van € 550 000 aangemeld.

Kiezen op Afstand (€ 692 312). Besloten is om het positieve resultaat van het project Kiezen op afstand terug te geven aan het BZK.

Modernisering GBA (€ 783 221). Besloten is om het positieve resultaat van het project MGBA terug te geven aan BZK.

4. Kasstroomoverzicht 2003: confrontatie ontwerp-begroting met de realisatie

Agentschap BPRKasstroomoverzicht voor het jaar 2003 (in € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1. Rekening-courant RIC 1 januari 20032 4633 064601
    
2. Totaal operationele kasstroom36911 23010 861
    
Totaal investeringen (-/-)– 369– 235134
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)  0
3. Totaal investeringskasstroom– 369– 235134
    
Eenmalige uitkering aan moederministerie (-/-)  0
Eenmalige storting door moederministerie (+)  0
Aflossingen op leningen (-/-)  0
Beroep op leenfaciliteit (+)  0
4. Totaal financieringskasstroom000
    
5. Rekening-courant RIC 31 december 2003 (=1+2+3+4) (maximale roodstand € 0,5 mln)2 46314 05911 596

5. Overzicht vermogensontwikkeling van BPR

Agentschap BPROverzicht vermogensontwikkeling over de jaren 1999 t/m 2003 (in € 1 000)
   19992000200120022003 begroting2003 realisatie
1. Eigen vermogen per 1 januari2 2581 1181 0356186182 364
         
2. Saldo van baten en lasten– 222– 83– 4171 7460694
         
 3a.Uitkering aan moederministerie      
 3b.Bijdrage moederministerie ter versterking van eigen vermogen      
 3c.Overige mutaties in eigen vermogen      
3. Totaal directe mutaties in eigen vermogen– 91800000
         
4. Eigen vermogen per 31 december (1+2+3)1 1181 0356182 3646183 058

6. Kengetallen

 2002 realisatie2003 begroot2003 realisatie
GBA-stelsel   
a. Netwerkbeheer   
• berichtentarief (excl. te verr. saldi en LO3)   
• berichtenvolume84.5 mln70.0 mln84.2 mln
b. Kosten   
• kosten GBA12.5 mln11.3 mln11.8 mln
• kostendoorbelasting aan gebruikers10.8 mln9.7 mln10.5 mln
• beheerkosten GBA4.3 mln4.3 mln3.8 mln
    
Reisdocumenten   
a. Aantal afgegeven reisdocumenten (jan -dec)   
• Nationale paspoorten2,209 mln1,788 mln1,977 mln
• Nederlandse Identiteits Kaarten0,923 mln0,814 mln0,839 mln
b. Geïncasseerde Rijksleges gemeenten38,3 mln30,7 mln35,6 mln

6.1. Toelichting bij de kengetallen

GBA Berichtenverkeer. Het berichtenverkeer is ten opzichte van 2002 en de begroting 2003 gestegen. In 2002 is voor het eerst de grens van € 80 mln berichten overschreden.

De verwachting is, op basis van de toenemende groep van GBA-gebruikers, dat deze stijgende tendens zich in 2004 nog zal voortzetten of in ieder geval zal handhaven.

Reisdocumenten. De verstrekking van reisdocumenten is in 2003 iets hoger dan geraamd. De rijksleges zijn hoger dan begroot omdat het aantal spoed aanvragen hoger is.

AGENTSCHAP CAS

1. Algemene toelichting

1.1. Financieel Resultaat:

Voor 2003 was een budgetneutraal resultaat begroot; de realisatie bedraagt € 90 665.

1.1.1. Vermogensmutatie/besteding afromingsgelden

Van het resultaat 2002 van € 99 465 is een deel naar de algemene reserve gegaan, te weten € 9 275, terwijl € 90 190 werd toegevoegd aan het in 2002 reeds door DGOB geaccordeerde bestedingsplan ten behoeve van de implementatie van het Strategisch Bedrijfsplan.

1.2. Taken en diensten

De Centrale Archief Selectiedienst (CAS) van BZK, te Winschoten, heeft als taak om in opdracht van de zorgdragers, te weten ministeries en Hoge Colleges van Staat, werkzaamheden te verrichten in verband met archiefbewerking (KB CAS 12 december 1996).

Als facilitaire dienst (Shared Services Organisatie) op het terrein van waardering, verrijking en beheer van overheidsinformatie beschikt de CAS over een pakket diensten en producten waarmee een belangrijke rol wordt vervuld bij het komen tot een efficiënt informatiebeheer ter waarborging van rechtmatige en doelmatige bestuurlijke en bedrijfsmatige processen.

De missie van de CAS luidt: Het als facilitair bedrijf binnen de Rijksoverheid optimaal uitvoeren van de kerntaak: het leveren van diensten op het terrein van archiefbewerking conform de eisen van de Archiefwet in zowel een papieren als digitale omgeving.

De doelstellingen van de CAS zijn:

– Het realiseren van de in de meerjaren-overeenkomsten met ministeries vastgelegde verplichtingen (raamconvenanten) met betrekking tot archiefbewerking;

– het acquireren en uitvoeren van opdrachten die buiten de werking van de convenanten vallen ten einde een sluitende exploitatie te realiseren;

– het ontwikkelen van de bestaande dienstverlening door gebruik te maken van moderne Informatie Technologie;

– het bieden van full-service op het terrein van archivering door koppeling van advisering, beheer en archiefbewerking en het inspelen op de veranderende behoeften bij zorgdragers;

– het realiseren van een financieel resultaat waardoor de continuïteit van de organisatie wordt gewaarborgd.

De kerntaken van de CAS zijn:

A. Het bewerken en beheren van archieven van ministeries en Hoge Colleges van Staat.

B. Het beschikbaar stellen van archiefruimte aan ministeries en Hoge Colleges van Staat

Ad. A. Het bewerken en beheren van archieven van ministeries en Hoge Colleges van Staat

Wat wilden we bereiken?

De CAS wilde ook in 2003 voldoen aan de verplichtingen die zijn vastgelegd in raamconvenanten met ministeries en Hoge Colleges van Staat. Het CAS-budget, zoals genoemd in de Rijksbegroting, is bepalend voor de jaarlijks beschikbare productiecapaciteit ten behoeve van de raamconvenanten.

Daarnaast heeft de CAS ondersteuning geboden aan de ministeries en de Hoge Colleges van Staat, door middel van advies- en uitvoeringsprojecten, bij het streven naar effectief archief- en informatiebeheer. Het ging hierbij om projecten ter verbetering van de interne bedrijfsvoering. Hiervoor werden afzonderlijke contracten afgesloten die buiten de werking van de afgesloten Raamconvenanten vallen.

Voorts beheert de CAS archieven voor deze zelfde zorgdragers, die in de opslaghal (zie B) werden ondergebracht.

Wat hebben we er voor gedaan?

Voor het jaar 2003 betekende de uitvoering Raamconvenanten het inzetten van ruim 95 000 uren voor de uitvoering van door de opdrachtgevers aangedragen projecten.

In het kader van de eerder genoemde dienstverlening niet vallend onder de werking van de raamconvenanten werden in het begrotingsjaar bijna 25 000 uren ingezet, waarvan ruim 10 000 uren ten behoeve van beheersactiviteiten.

Wat heeft het gekost?

Voor de uitvoering van projecten in het kader van de afgesloten Raamconvenanten was in 2003 voor de convenantsverplichtingen een bedrag van € 4,662 mln beschikbaar. De realisatie bedroeg € 4,264 mln.

Voor projecten die onder niet-convenantswerkzaamheden vielen was € 0,856 mln omzet begroot, terwijl € 1,020 mln omzet is gerealiseerd.

Ad. B. Het tijdelijk beschikbaar stellen van archiefruimte aan ministeries en Hoge Colleges van Staat

Wat wilden we bereiken?

De CAS wilde op het terrein van beheren en beschikbaar stellen van archieven de natuurlijke partner worden en blijven voor de convenantspartners, als het gaat om opslagcapaciteit ter beschikking te stellen voor archieven voorafgaand aan de bewerking door de CAS. Bovendien wilde ze voor cliënten van de rijksoverheid logistieke oplossingen aanbieden op het terrein van intensief dossierverkeer.

Wat hebben we er voor gedaan?

De CAS heeft met goed toegerust personeel, goede geautomatiseerde logistieke systemen het beheren en beschikbaar stellen van ca. 58 km archief gerealiseerd. De CAS diende om haar natuurlijk partnerschap gestalte te kunnen geven, nog meer dan in het verleden moeten (kunnen) inspelen op de archiefbewerkings- en -opslagbehoefte van de zorgdragers.

Wat heeft het gekost?

De kosten voor het beschikbaar stellen van de opslaghal ten behoeve van het in opslag nemen van archiefbescheiden bedroegen € 0,982 mln.

Er was een bedrag van € 0,683 mln begroot voor de omzet van de opslaghal; er is een omzet van € 0,741 mln gerealiseerd.

1.3. Beheer

Strategisch Beleid. In nauwe samenwerking met het Nationaal Archief en de Raad voor Cultuur, is de CAS er in geslaagd in 2003 om alle partijen – Nationaal Archief, Raad voor Cultuur, Rijksarchiefinspectie, zorgdragers/pSG's – er van te overtuigen te komen tot de ontwikkeling van een beleid met tot doel een preselectie en intradepartementale prioritering van archieven van zorgdragers. Het draagvlak bleek voldoende breed bij de eindverantwoordelijken van de archieven van de zorgdragers, om gezien de steeds groeiende maatschappelijke roep om verantwoording en informatie, alsmede de immer beperkte mensen en middelen, de aanzet tot ombuiging van het algehele archiefbeleid, te ondersteunen. Het pSG-Beraad heeft opdracht gegeven een projectplan te formuleren dat aanzet is tot een structurele oplossing van de archiefproblematiek gebaseerd op strategische in plaats van operationele keuzes die bepalend dienen te zijn voor de voortgang van de archiefbewerking en -overdracht. Maatschappelijk en politiek relevante archieven zijn richtinggevend bij de uitvoering van zo'n beleid.

Door middel van dit beleid kan met en binnen de keten, zorgdrager – CAS – Nationaal Archief – burger, veel effectiever worden ingespeeld op het concept van de transparante overheid en diens verantwoording alsmede de reconstructie van processen. Bovendien speelt het in op het Rapport Wallage en de missie van het huidige kabinet de burger nauwer bij het handelen van de overheid te betrekken.

In 2003 is er vervolg gegeven aan de implementatie van het Strategisch Bedrijfsplan gestart in de vorm van een intensief opleidings- en trainingsprogramma gericht op vegroting kennis en vaardigheden op velerlei gebied, varierend van zuiver archief-technische opleidingen tot cursussen account management. Hierdoor zal op korte termijn meer adequaat kunnen worden ingespeeld op de toenemende complexiteit van papieren archieven en de toenemende omvang van digitale en elektronische archiefbewerking. Bredere inzetbaarheid van alle medewerkers is een tweede doelstelling van het opleidingsplan. Bovendien was er veel aandacht in de vorm van coaching-on-the-job van toegepast Human Resource Management met name op middel management niveau.

De CAS had, mede op basis van de resultaten van extern onderzoek een Strategisch Bedrijfsplan 2002–2004 geformuleerd waarbij de speerpunten werden gevormd door het kunnen bieden van nieuwe producten en diensten – elektronisch gegevensbeheer, on-line archiefbewerking en operationeel advies; het instellen van accountmanagement voor effectief contact met zorgdragers; het formeren van een volwaardige afdeling automatisering, alsmede upgrading van de gehele organisatie.

2. Balans en baten-lastenoverzicht

2.1. Balans per 31 december 2003

Baten-lastendienst CASBalans per 31 december 2003 (in € 1 000)
 Balans 2003Balans 2002
Activa  
Immateriële activa  
Materiële activa678700
• grond en gebouwen811
• machines en installaties404430
• automatiseringsapparatuur en programmatuur105131
• inventarissen161128
Onderhanden projecten148– 48
Debiteuren628666
Overlopende activa86101
• Nog te ontvangen bedragen135
• Vooruitbetaalde kosten7396
Liquide middelen2 4231 164
• Rekening courant RIC2 4221 163
• Kas11
Totaal activa3 9632 583
   
Passiva  
Eigen vermogen398397
• exploitatiereserve307298
• onverdeeld resultaat9199
Voorzieningen02
Langlopende schuld  
• Leningen Financien242306
Kortlopende schuld324148
• Lening Financien (aflossingsdeel < 1 jaar)6480
• Crediteuren26068
Overlopende passiva2 9991 730
• Budgetverplichting CAS/BZK2 6971 403
• Nog te betalen302327
Totaal passiva3 9632 583

2.2. Baten-lastenoverzicht 2003

Baten-lastendienst CASGespecificeerde verantwoordingsstaat 2003 (in € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Exploitatiebijdrage4964960
Rentebaten01717
Overige opbrengsten0327327
Opbrengst archiefbewerkingsprojecten   
• opbrengst moederministerie t.b.v. convenanten4 5892 603– 1 986
• opbrengst archiefbewerking niet-convenanten856802– 54
• opbrengst derden07575
• mutatie onderhanden werk01 8851 885
Totale opbrengst archiefbewerkingsprojecten5 4455 365– 80
Kostprijs archiefbewerkingsprojecten5 5855 519– 66
Bruto-marge archiefbewerkingsprojecten– 140– 154– 14
Opbrengst opslaghal68374158
Exploitatiekosten opslaghal   
• materiële kosten30832719
• gebruikersvergoeding huur gebouwen57459319
• afschrijvingskosten48502
• rentekosten12120
Totale exploitatiekosten opslaghal94298240
Bruto-marge opslaghal– 259– 24118
    
Apparaatskosten   
• personele kosten4 2844 588304
• fictieve wachtgeldverplichtingen135114– 21
• materiële kosten5465482
• fictieve verzekeringen27270
• gebruikersvergoeding huur gebouwen50953829
• afschrijvingskosten257175– 82
• desinvestering0– 3– 3
• rentekosten770
Totale apparaatskosten5 7655 994229
Dekking door productieve uren5 6685 640– 28
Dekkingsresultaat– 97– 354– 257
    
Saldo van baten en lasten09191

2.3. Toelichting op de balans en de rekening van baten en lasten

Waarderingsgrondslagen en wijze van resultaatbepaling. Voor zover niet anders vermeld worden activa en passiva tegen nominale waarde opgenomen.

Materiële vaste activa. De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs, verminderd met lineaire afschrijvingen.

De verkrijgingsprijs is voor alle activa, de factuurprijs inclusief BTW.

De afschrijvingen zijn gebaseerd op de geschatte economische levensduur, die per categorie als volgt is bepaald:

Gebouwen en terreinen (verbouwingen)10 jaar
Machines en installaties10 jaar
Automatiseringsapparatuur en programmatuur3 jaar
Inventarissen5 jaar

Onderhanden projecten. De onderhanden projecten voor derden en uit hoofde van convenanten worden gewaardeerd tegen de bestede uren maal het bijbehorende externe tarief, vermeerderd met de toegerekende overige kosten.

De in rekening gebrachte (pro-forma) termijnen worden op het bruto onderhanden werk in mindering gebracht.

Indien blijkt dat de voorcalculatie van een in bewerking zijnde project is, dan wel dreigt te worden overschreden wordt er door de manager bedrijfsprocessen een onderzoeksteam ingesteld om de oorzaken van de overschrijding te analyseren en wordt er op basis van de realisatiecijfers van het project en de nog te verrichten werkzaamheden m.b.t. het project een berekening gemaakt van het te verwachten verlies.

Voor het te verwachten verlies wordt dan een voorziening gevormd, die in mindering wordt gebracht op de waarde van het onderhanden werk.

Debiteuren. De vorderingen op debiteuren zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Per balansdatum worden de vorderingen individueel beoordeeld op het risico van oninbaarheid.

Uitgangspunt voor de bepaling van een voorziening is dat het verschil tussen het nominale bedrag en de voorziening naar redelijke verwachting het daadwerkelijk te ontvangen bedrag benadert.

Balans per 31 december 2003. Per post van de balans wordt onderstaand een nadere toelichting gegeven (bedragen in € 1 000).

Materiële vaste activa. Het verloop van de materiële vaste activa in 2003 kan als volgt worden samengevat:

 Gebouwen/terreinenMachines en installatiesAutomatiseringsapparatuur en programmatuurInventarissenTotaal
Boekwaarde per 31 december 200211430131128700
Investeringen 2003397886203
Desinvesteringen 2003
Afschrijvingen 200336510453225
Boekwaarde per 31 december 20038404105161678
      
Aanschaffingswaarde per 31 december 2003221 0951 8811 0254 024
Cumulatieve afschr. t/m 31 december 2003146911 7768643 346
Boekwaarde per 31 december 20038404105161678
      
Afschrijvingspercentages1010331/320 

Onderhanden projecten. Als volgt samengesteld:

 31-12-200331-12-2002
Bestede uren13 37911 564
Directe kosten1 2651 194
 14 64412 758
Gefactureerde termijnen– 14 290– 12 583
Voorziening verwachte verliezen– 206– 223
 148– 48

Voorziening verwachte verliezen op onderhanden projecten. Voor te verwachten verliezen op onderhanden projecten is een voorziening gevormd. Het verloop van deze voorziening was als volgt:

Stand per 31 december 2002223
Bij: toevoeging t.l.v. het resultaat 2003190
 413
Af: vrijgevallen i.v.m. afgesloten projecten in 2003207
Stand per 31 december 2003206

Debiteuren. Dit betreft de reeds gefactureerde, nog te ontvangen bedragen van derden wegens verrichte werkzaamheden.

Nog te ontvangen bedragen. Onder nog te ontvangen worden voorschotten en nog te factureren bedragen verantwoord. Als volgt samengesteld:

 31-12-200331-12-2002
Nog te ontvangen van leverancier93
Voorraad trein- en taxikaarten12
Voorschotten personeel30
 135

Vooruitbetaalde kosten. Dit betreft een aantal facturen inzake contracten voor onderhoud en service die betrekking hebben op 2004 en later.

Rekening courant RIC. Dit betreft het saldo van de rekening courant bij het RIC.

Kas. Dit betreft het aanwezige kasgeld per balansdatum.

Eigen vermogen

Exploitatie reserve. De exploitatie reserve dient voor het opvangen van algemene bedrijfsrisico's.

Saldo exploitatie boekjaar. Het saldo van baten en lasten 2003 zal ten bedrage van € 0,002 mln ten gunste van de exploitatie reserve worden gebracht. Voor een bedrag groot € 0,089 mln dient afstorting plaats te vinden aan het moederministerie (zie ook hierna).

Maximalisatie eigen vermogen. Met ingang van het jaar 2000 is de vorming van het eigen vermogen van agentschappen aan een maximum gebonden (zie Regeling Vermogensvoorschriften Baten-lastendiensten). Het maximum bedraagt 5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar.

Als gevolg van het bovenstaande heeft er in 2003 een aanvullende verlaging van het eigen vermogen plaats gevonden op basis van de balans per 31 december 2002.

In de verantwoording 2003 zijn de mutaties in het vermogen per 1 januari 2003 verwerkt.

Hieronder wordt de vermogensmutatie weergegeven.

Stand eigen vermogen per 31 december 2002397
Mutatie 1 januari 2003–/-90
Stand eigen vermogen per 1 januari 2003307
Saldo exploitatie boekjaar 200391
Stand eigen vermogen per 31 december 2003398
Maximaal toegestaan ultimo 2003309
Verschil89

Zie voor de verwerking van dit verschil de toelichting onder saldo exploitatie boekjaar.

Opmerking: van het afgeroomde bedrag (als gevolg van resultaat 2002) van € 0,090 mln is door BZK weer beschikbaar gesteld aan de CAS ten behoeve van de implementatie van het Strategisch Bedrijfsplan (o.a. opleidingen en traningen). Het bedrag van € 0,090 mln is verantwoord onder de post Budgetverplichting CAS aan BZK.

Voorzieningen. Hieronder wordt begrepen de voorzieningen, gebaseerd op het Besluit sociaal beleidskader rijksoverheid 1991, voor reiskostenvergoeding en vergoedingen voor belanghebbenden die bij herplaatsing moeten verhuizen en daardoor recht hebben gedurende een periode van maximaal 8 jaar op huurgewenningsbijdrage, indien er na verhuizing een hoger bedrag aan huur betaald moet worden.

In 2003 is een bedrag van € 0,001 mln ten laste van de voorziening gebracht en een bedrag van € 0,001 mln aan de voorziening onttrokken ten gunste van het resultaat 2003 en dit bedrag is verantwoord onder de post overige opbrengsten.

Lening Financiën. Als gevolg van de omzetting van de financiering met agentschapsvermogen naar een financiering met vreemd vermogen is door Financiën ten behoeve van de financiering van de boekwaarde van de materiële vaste activa op 31 december 1999 verminderd met de langlopende voorzieningen per 31 december 1999 een lening beschikbaar gesteld.

De lening bedraagt € 1,384 mln en heeft als looptijd 1 januari 2000 t/m 31 december 2009. Het rentepercentage bedraagt 5%.

De jaarlijkse rentevervaldatum is 31 december en op 31 december vindt tevens de jaarlijkse aflossing plaats.

Soort leningNominaalAflossing 2003Aflossing cumulatiefRestant lening
Conversielening1 384801 078306

Lening Financiën-aflossingsdeel 2004.Gelet op de vervaldatum van de jaarlijkse aflossing wordt het aflossingsdeel 2004 als kortlopend verantwoord.

Crediteuren. De post crediteuren betreft de schuld per balansdatum aan leveranciers van goederen en diensten.

Budgetverplichting CAS aan BZK

CAS-budget:   
Ontwerp-begroting 20035 147  
Loon- en prijsbijstelling, tranche 200392  
  5 239 
Ontvangen van BZK in 2003 – 5 239 
Nog te betalen salariskosten 4e kwartaal 2003 – 984 
Restsaldo budget opslaghal 2002– 272  
Restsaldo afromingsgelden 2002– 330  
Liquiditeitssaldo per 31 december 2002 – 602 
Budget opslaghal jaar 2003 – 136 
Afromingsgelden 2002 – 90 
Kosten 2003 t.l.v. afromingsgelden en budget opslaghal 320 
Liquiditeitssaldo CAS  – 1 492
Convenantsverplichtingen per 31–12-'02 – 801 
Ontwerp-begroting 2003– 5 147  
Loon- prijsbijstelling (gedeelte tranche 2003)– 7  
Budget opslaghal 2003136  
Exploitatiebijdrage BZK496  
Fictieve wachtgeldverplichting/verzekeringen– 141  
Convenantsverplichtingen 2003 – 4 663 
Creditnota pro-forma nota's over 2002 – 5 
Gerealiseerde convenantsverplichtingen 2003 4 264 
Saldo te verrichten convenantsverplichtingen  – 1 205
Totaal budgetverplichting CAS/BZK ultimo 2003  – 2 697

Liquiditeitsverhouding CAS-BZK. Het betreft hier het saldo van vorderingen en schulden tussen het moederministerieen de CAS per balansdatum.

Budget opslaghal. Voor het opslag- en beheergebouw van de CAS is in de tariefberekening 2003 een huurderslast van 125 en een rentecomponent van 11 opgenomen, welke bedragen ook zijn verwerkt in het door BZK beschikbaar gestelde CAS-budget 2003. De lasten inzake de opslaghal worden evenwel reeds gedekt door de opbrengsten uit de opslag- en beheerprojecten.

In principe wordt het totaalbedrag van 136 weer afgedragen aan BZK, maar vanuit het standpunt dat hetCAS-gebondenbudget als «doelbudget» wordt gehandhaafd, dient de CAS jaarlijks aan BZK/DGKB een voorstel te doen voor de bestemming van het budget.

Afbouw reserves. In de periode 2000 t/m 2003 heeft er een afbouw plaatsgevonden van het eigen vermogen als gevolg van de regelgeving, ingaande 1 januari 2000, inzake reservevorming tot een maximum van 5% van de gemiddelde jaaromzet.

Na overleg tussen CAS en BZK/DGKB wordt jaarlijks besloten of de CAS over de afromingsgelden kan beschikken voor het doen van investeringen die een gunstig effect zullen hebben op de klanten en de bedrijfsvoering.

Convenantsverplichtingen CAS. Het betreft hier de verplichting die de CAS heeft om in het kader van de convenanten archieven te bewerken voor de ministeries en Hoge Colleges van Staat.

Deze verplichting is gerelateerd aan het CAS-budget zoals genoemd in de rijksbegroting vermeerderd met de fictieve posten verzekeringspremie en wachtgeldverplichting.

Nog te betalen bedragen. Dit betreft met name de per balansdatum aanwezige financiële verplichtingen richting personeel (in de vorm van vakantiegeld, vakantiedagen en een interim uitkering) en schulden aan leveranciers uit hoofde van nog te ontvangen facturen. Als volgt samengesteld:

 31-12-200331-12-2002
Vakantiegeld130130
Vakantiedagen6665
Interim-uitkering4341
Nog te ontvangen facturen2974
Te betalen declaraties32
Te betalen loonkosten2814
Te betalen BTW31
 302327

Niet uit de balans blijkende verplichtingen.De CAS heeft voor haar huisvesting een huurcontract met de Rijksgebouwendienst. Dit loopt tot en met 2013. De huurpenningen bedragen 1 131 per jaar en worden jaarlijks geindexeerd.

Voor de opslagactiviteiten huurt de CAS sinds 1999 een hal van de Rijksgebouwendienst. Deze huurovereenkomst loopt tot en met 2013. De huurpenningen bedragen 593 per jaar en worden jaarlijks geindexeerd. De opslaghal is door de RIjksinspectie archieven niet goedgekeurd. Om aan de eisen te kunnen voldoen dienen ingrijpende wijzigingen te worden aangebracht. Tussen de CAS en de Rijksgebouwendienst is een verschil van mening inzake de verantwoordelijkheid voor de kosten van de aanpassingen. Op dit moment is de uitkomst van dit geschil nog niet duidelijk.

Baten en Lasten 2003 (in € 1 000)

 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie
Exploitatiebijdrage  
Gebruikersvergoeding RGD tbv hoofdgebouw237237
Gebruikersvergoeding RGD tbv opslaghal259259
 496496
   
Rente baten17
   
Overige opbrengsten  
Door BZK weer beschikbaar gestelde middelen (afromingsgelden)320
Overige opbrengsten7
 327

Bruto-marge archiefbewerkingsprojecten (realisatie)

 Projecten niet-convenantenProject convenantenTotaal
Opbrengsten projecten 877 2 603 3 480
Mutatie onderhanden projecten 143 1 742 1 885
Opbrengsten totaal 1 020 4 345 5 365
       
Bestede uren894 2 730 3 624 
Directe kosten27  27 
Nominale waarde 921 2 730 3 651
       
Mutatie voorzieningen:      
– toevoeging26 164 190 
– vrijgevallen94 113 207 
Tot. mut. voorzieningen – 68 51 – 17
       
Mutatie onderhanden projecten 143 1 742 1 885
Kostprijs totaal 996 4 523 5 519
Brutomarge 24 – 178 – 154

Bruto-marge opslaghal

 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie
* opbrengst opslaghal683741
Het betreft hier de opbrengsten inzake het opslaan van archieven verminderd met de exploitatiekosten van de opslaghal met een maximale beschikbare capaciteit van 65 km. Gemiddeld was de bezetting in 2003 58 km.
   
* exploitatiekosten opslaghal, materiële kosten  
– huisvestingskosten2023
– lump sum (zie ook apparaatskosten, materiële kosten)288304
 308327
   
* gebruikersvergoeding huur gebouwen574593
Hogere kosten gebruikersvergoeding is te verklaren door het feit dat in de begroting de gebruikersvergoeding is gebaseerd op basis van prijsniveau jaar 2002.
   
* afschrijvingskosten4850
   
* rentekosten1212

In 2003 bedroeg de bruto-marge 241 negatief, waarbij dient te worden opgemerkt dat een deel van de gebruikersvergoeding RGD wordt gedekt door een in het CAS-budget opgenomen exploitatiebijdrage opslaghal, te weten 259 (zie ook exploitatiebijdrage).

Apparaatskosten

 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie
* personele kosten  
– bruto salarissen3 1833 038
– toeslagen45106
– pensioenen278315
– uitzendkrachten en externe deskundigen131235
– vakantiegeld en interim445494
– overige personeelskosten202470
– loonbijstelling, tranche 2003– 70
 4 2844 588
De hogere personele kosten dan begroot van 304 zijn voornamelijk te verklaren door hogere opleidingskosten, die worden gecompenseerd door de door BZK weer beschikbaar gestelde afromingsgelden (zie ook overige opbrengsten).
   
* fictieve wachtgeldverplichtingen135114
   
* materiële kosten  
– huisvestingskosten266206
– kantoorkosten177237
– productiekosten280321
– marketingkosten197
– algemene kosten9296
– lump sum ten koste van opslaghal– 288– 304
– prijsbijstelling, tranche 2003– 15
 546548
In de post productiekosten is voor een bedrag van 58 aan ontwikkelingskosten (dit zijn eigen uren productieafdeling) opgenomen in de realisatie. Hiervoor was 83 begroot.
   
* fictieve verzekeringen2727
   
* gebruikersvergoeding huur gebouwen509538
Hogere kosten gebruikersvergoeding is te verklaren door het feit dat in de begroting de gebruikersvergoeding is gebaseerd op basis van prijsniveau jaar 2002.
   
* afschrijvingskosten257175
De lagere afschrijvingskosten dan begroot van 82 is te verklaren doordat de investeringen in de jaren 2002 en 2003 voor een bedrag van 331 lager zijn uitgevallen dan in de begroting 2003 werd aangenomen. Dit is hoofdzakelijk te verklaren door achterblijvende investeringen in de automatisering.
   
* desinvestering– 3
Het betreft hier de restwaarde van een vervangende heftruck.
   
* rentekosten77

Dekking door productieve uren

TariefgroepenBegrote urenRealisatie urenRealisatie uren x tarief
analisten95 14393 0144 279
selecteurs15 16818 371790
uitlening5 8004 948183
specialisten3 0272 578180
inhuurkrachten uitlening3 5005 588207
inhuurkrachten selecteurs281
 122 637124 5265 640

Toelichting: de hogere gerealiseerde productieuren dan begroot van 1 889 is te verklaren door een efficiencywinst van 2 059 en een onderbezetting van 170.

De in rekening gebrachte tarieven voor 2003 bedroegen: analisten 46, selecteurs 43, uitlening 37 en specialisten 70.

In 2003 bedroeg het dekkingsresultaat (apparaatskosten t.o.v. dekking door productieve uren)354 negatief, waarbij dient te worden opgemerkt dat een deel van de gebruikersvergoeding RGD m.b.t. het hoofdgebouw wordt gedekt door een in het CAS-budget opgenomen exploitatiebijdrage, te weten 237 (zie ook exploitatiebijdrage).

3. Vermogensontwikkeling

Agentschap CASOverzicht vermogensontwikkeling over de jaren 1999 t/m 2003 (in € 1 000)
   19992000200120022003 begroting2003 realisatie
1. Eigen vermogen per 1 januari1 538263446674310397
         
2. Saldo van baten en lasten28818339399091
         
 3a.Uitkering aan moederministerie  – 165– 376– 13– 90
 3b.Bijdrage moederministerie ter versterking van eigen vermogen      
 3c.Overige mutaties in eigen vermogen      
3. Totaal directe mutaties in eigen vermogen  – 165– 376– 13– 90
         
4. Eigen vermogen per 31 december (1+2+3)1 826446674397297398

4. Kasstroomoverzicht

Agentschap CASKasstroomoverzicht voor het jaar 2003 (in € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1. Rekening-courant RIC 1 januari 20039451 163218
    
2. Totaal operationele kasstroom– 4451 5421 987
    
Totaal investeringen (-/-)– 410– 203207
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)   
3. Totaal investeringskasstroom– 410– 203207
    
Eenmalige uitkering aan moederministerie (-/-)– 13– 90– 77
Eenmalige storting door moederministerie (+) 9090
Aflossingen op leningen (-/-)– 80– 800
Beroep op leenfaciliteit (+)   
4. Totaal financieringskasstroom– 93– 8013
    
5. Rekening-courant RIC 31 december 2002 3 (=1+2+3+4) (maximale roodstand € 0,5 mln)– 32 4222 425

5. Kengetallen

 BegrootRealisatie
1. Tarieven per uur (in € 1)  
eenvoudig tot normaal archiefbewerking4242
normaal tot moeilijk archiefbewerking4546
specialistisch werk6879
uitlening archieven3641
2. Aantal productieve uren per medewerker per jaar (in uren)1 3601 384
3. Bruto-marge (in € 1 000)– 140– 154
4. Dekkingsresultaat (in € 1 000)– 97– 354
5. Productierealisatie convenanten uren/meter in procenten90/9092/77

AGENTSCHAP IVOP

1. Inleiding

1.1. Algemeen

IVOP heeft een uitvoerende taak voor het Samenwerkingsverband IPA-salarissysteem, zowel op het gebied van onderhoud en beheer, als op het gebied van exploitatie van verschillende systemen. Daarbij staat steeds voorop dat de economisch meest gunstige oplossing wordt gezocht voor de leden van het Samenwerkingsverband. De kosten van onderhoud en beheer worden door IVOP integraal in rekening gebracht bij de gebruikers van de systemen.

Deze wijze van doorberekening maakt dat er drie efficiencyverhogende mechanismen actief zijn:

De deelnemers kunnen een directe relatie leggen tussen de (onderhouds) opdrachten en de kosten daarvoor: er is een expliciet door de AVD goedgekeurde tariefstelling voor het basisonderhoud en IVOP brengt een offerte uit voor specifiek onderhoud.

Voor niet-gemeenschappelijke vormen van onderhoud betalen alleen die gebruikers die belang hebben bij dat specifieke onderhoud.

Als gevolg van inkoopbundeling kunnen de exploitatiekosten worden gedrukt.

Daar IVOP een agentschap is, betekent dit dat het financiële beheer en de financiële verantwoording aan de voorschriften voor agentschappen dienen te voldoen.

Op 31 januari 2003 heeft de ministerraad het voorlopige besluit genomen om de voorzieningen voor Personeel en Organisatie binnen de Rijksdienst efficiënter in te richten en in dat kader is primo 2003 het onderzoek naar de oprichting van een SSC HRM gestart. Op 4 juli 2003 heeft de ministerraad opdracht gegeven tot oprichting van het SSC HRM.

De Directeur-generaal Management Openbare Dienst van BZK, die de verantwoordelijkheid van het SSC HRM draagt, heeft IVOP opdracht gegeven de financiële administratie van de werkorganisatie SSC HRM te voeren. Ook spelen diverse IVOP-medewerkers een rol bij de voorbereidingen voor de oprichting van het SSC HRM.

Deze inspanningen hebben geen nadelige gevolgen voor de kernactiviteiten van IVOP, het onderhoud en beheer van het IPA-salarissysteem en de PF-systemen. De door het SSC HRM gemaakte kosten worden volledig gefinancierd door BZK.

De jaarrekening van IVOP zal dus qua resultaat niet worden beïnvloed maar wel qua omzet- en kostenvolume. In de toelichtingen zal hier nader op worden ingegaan.

1.2. Resultaat

De resultatenrekening toont een positief resultaat van € 0,717 mln. Dit is € 0,375 mln hoger dan de € 0,342 mln, waar in het Jaarplan 2003 op werd aangestuurd. Dit verschil is als volgt te verklaren:

▪ Het resultaat op de IPA-salarissystemen en de PF-systemen is € 0,105 mln hoger dan in het jaarplan begroot. Dit is een saldo-bedrag waarbinnen de systemen divers hebben gescoord. Over het algemeen is er sprake van kleine positieve of negatieve afwijkingen met een aantal systemen die wat grotere afwijkingen vertonen. Bij de bespreking van de systeemresultaten wordt daar nader op in gegaan;

▪ De rentebaten zijn € 0,035 mln lager dan begroot;

▪ Er is sprake van een bijzondere kostenpost van € 0,030 mln;

▪ Er is sprake van een positief dekkingsresultaat op de IVOP-activiteiten van € 0,335 mln.

Het bovenstaande wordt in § 2 nader beschouwd.

2. Balans en Baten-lastenoverzicht agentschap IVOP

2.1. Balans van het agentschap IVOP per 31 december 2003

Agentschap IVOPBalans per 31 december 2003 (in € 1 000)
 31-12-200331-12-2002
Vaste activa  
Systemen00
Inventaris10380
Kantoormach./app.2531
Hardware12091
Software5867
Vooruitbetaalde activa00
Totaal vaste activa306269
   
Vlottende activa  
Voorraden  
Onderhanden werk162458
Gefactureerde termijnen0– 22
Netto OHW162436
Totaal voorraden162436
   
Vorderingen  
Debiteuren337553
Voorz. dubieuze debiteuren– 3 
Overlopende activa1361 513
Totaal vorderingen4702 066
   
Liquide middelen  
Rekening courant RIC8 7403 707
Totaal liquide middelen8 7403 707
Totaal vlottende activa9 3726 209
   
TOTAAL ACTIVA9 6786 478
   
Agentschapsvermogen  
Exploitatiereserve144606
Uit te keren middelen0230
Saldo exploitatie717– 692
Totaal agentschapsvermogen861144
   
Kortlopende schulden  
Crediteuren6411 292
Overige schulden128125
Overlopende passiva8 0484 917
Totaal kortlopende schulden8 8176 334
   
TOTAAL PASSIVA9 6786 478

2.2. Toelichting op de balans

Als gevolg van het afronden op veelvouden van 1 000 kunnen in onderstaande toelichtingen afrondingsverschillen voorkomen.

Vaste activa

De waarderingsgrondslag voor de vaste activa is gebaseerd op de historische kostprijsmethode. De afschrijvingen zijn lineair berekend, rekening houdend met eventuele restwaarden.

De afschrijvingskosten van de activa die aangewend zijn ten behoeve van het project Shared Service Center HRM (SSC HRM) worden volledig doorbelast aan het projectbureau.

Er is in 2003 niet geïnvesteerd in het Salarissysteem Kern en de P/F-systemen. De aanschaf van inventaris is in 2003 voor een groot deel (€ 0,030 mln) geweest ten behoeve van het project SSC HRM. De afschrijvingskosten die hier uit voortvloeien worden doorbelast aan het projectbureau SSC HRM.

Daarnaast heeft er een verbouwing plaatsgevonden in het kantoorpand aan de Juliana van Stolberglaan te Den Haag (€ 0,012 mln).

In de categorie hardware is voornamelijk geïnvesteerd in de vervanging van pc's. Met deze investering was een bedrag van € 0,080 mln gemoeid.

In 2003 is voor € 0,027 mln aan nieuwe upgrades Novell en Windowssoftware aangeschaft.

De overige investeringen betreffen normale vervangingsinvesteringen.

 AfschrijvingspercentageBoekwaarde 01-01-2003 (in € 1 000)Investering 2003 (in € 1 000)Ingebruikname 2003 (in € 1 000)Afschrijving 2003 (in € 1 000)Boekwaarde 31-12-2003 (in € 1 000)
Salarissysteem Kern 0   0
Standaard Interface 0   0
IBIS 0   0
SNIP 0   0
VINK 0   0
Journalisering 0   0
Valk naar Windows 0   0
Totaal systemen 0   0
       
Inventaris2080 00051 000 28 000103 000
Technische installaties2011 0000 5 0006 000
Kantoormachines2020 0004 000 5 00019 000
Hardware33,391 00087 000 58 000120 000
Software33,367 00029 000 38 00058 000
Totaal IVOP-activa 269 000171 000 134 000306 000
       
Totaal 269 000171 000 134 000306 000

Vlottende activa

Voorraden

Onderhanden werk. De onderhanden werken worden gewaardeerd tegen de direct bestede kosten en de bestede uren maal het geldende uurtarief, dan wel lagere opbrengstwaarde.

Ultimo 2003 was de positie van het onderhanden werk aanzienlijk lager dan ultimo 2002. Daarvoor zijn drie belangrijke oorzaken aan te wijzen:

• in vergelijking tot 2002 zijn er eind 2003 meer opdrachten afgerond,

• in 2003 zijn, in vergelijking tot ultimo 2002 minder opdrachten uit het komend jaarplan al opgestart en

• de werkzaamheden inzake de vernieuwing van de cursusmaterialen voor de Vogel-systemen die ultimo 2002 in het onderhanden werk zaten zijn in 2003 ten laste van het resultaat gebracht.

Vorderingen

De vorderingen zijn opgenomen tegen nominale waarde.

Debiteuren. Het saldo debiteuren ligt lager in vergelijking met de stand van 31 december 2002. Dit wordt veroorzaakt doordat de facturering van de eerste tranche van het project Toekomst/CBO aan het einde van het boekjaar 2002 plaatsvond. Aan het einde van het jaar stond daardoor nog een aantal grote facturen open. In het saldo debiteuren ultimo 2003 is een bedrag van € 0,003 mln als dubieus aangemerkt.

Overlopende activa. Deze post kan als volgt worden gespecificeerd (in € 1 000):

Te factureren bedragen inzake gebruikskosten Prima14
Te factureren inzake in 2003 gereed gekomen projecten122
Balans per 31 december 2003136

Liquide Middelen

De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Rekening courant RIC. Alle tegoeden van IVOP worden aangehouden bij het RIC. Ultimo 2003 bedroeg het saldo € 8,740 mln. Het in vergelijking tot ultimo 2002 hogere saldo wordt voor een groot deel veroorzaakt doordat het door BZK ten behoeve van het project SSC HRM bevoorschotte budgetbedrag niet volledig is besteed. In 2004 zal de onderuitputting ten bedrage van € 1,729 mln aan BZK worden gerestitueerd.

Eigen vermogen

Agentschapsvermogen

De Regeling Vermogensvoorschriften Agentschappen 2000 stelt dat het een agentschap is toegestaan om reserves tot een bedrag van 5% van de gemiddelde jaaromzet over de afgelopen 3 jaren aan te houden.

Met Financien is afgesproken dat IVOP de overschrijding mag aanwenden door verlaging van de tarieven die IVOP in rekening brengt aan haar deelnemers het komend jaar. Dit is de normale tariefberekeningssystematiek die IVOP hanteert om meerjarig op neutraal resultaat te sturen.

De gemiddelde omzet over de afgelopen 3 jaren wordt als volgt berekend (in € 1 000):

Omzet 200116 270
Omzet 200211 453
Omzet 200313 481
Gemiddeld13 735
5%687

Saldo exploitatie. Dit betreft het positieve saldo van de resultatenrekening.

Kortlopende schulden

De kortlopende schulden zijn opgenomen tegen nominale waarde.

Crediteuren. Het saldo per 31 december 2003 ligt aanzienlijk lager in vergelijking met het voorgaande jaar. Dit wordt veroorzaakt doordat IVOP in 2003 stringenter is gaan sturen op tijdige betaling. Het saldo bestaat voornamelijk uit openstaande facturen van PinkRoccade Public, facturen inzake inhuur externe deskundigen voor IVOP en lopende projecten.

Overige schulden. Dit betreft de in 2003 opgebouwde vakantiegelden alsmede de geldelijke waardering van het totaal aan uitstaande verlofdagen per 31 december 2003.

Overlopende passiva. Deze post kan als volgt worden gespecificeerd (in € 1 000):

Te ontvangen facturen:2 723
Salariskosten ambtelijk personeel1 187
Huisvestings- en servicekosten 2002 t/m 2003581
Nog te ontvangen facturen voor SSC HRM396
Opdrachten en onderhoudskosten PRP diverse systemen158
Facturen EDP Audit Pool 2e hlfjaar + TPM143
Externe medewerkers164
Outplacement en opleidingen66
Overige28
Vooruit ontvangen termijnen:3 596
SSC HRM tbv Emplaza750
CBO/Toekomst/Migratie2 342
Euro-saldo (ter financiering ontmantelingskosten)477
Systeem Valk-SW27
Terug te betalen voorschotten BZK:1 729
SSC HRM saldo budget 20031 729
  
Balans per 31 december 20038 048

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

IVOP is langlopende verplichtingen aangegaan die niet uit de balans blijken. Het betreft de huurverplichtingen voor de panden in Den Haag en Apeldoorn. De huur van het pand in Apeldoorn kan per jaar worden opgezegd. Het pand in Den Haag wordt gehuurd van BZK. Het contract is in conceptfase en over de exacte invulling wordt nog overlegd.

Vooralsnog gaat IVOP er van uit dat de dienstverlening tot en met 2005 moet worden gecontinueerd waarna de dienstverlening en de dienstverleningsorganisatie IVOP primo 2006 moeten worden ontmanteld. IVOP heeft in het jaarplan 2004–2005 de borging van de dienstverlening en de dekking van de ontmantelingskosten concreet uitgewerkt. De AVD heeft het jaarplan 2004–2005 in de vergadering van 4 december 2003 goedgekeurd.

Gebeurtenissen na balansdatum

Belangrijke gebeurtenissen, die financiële gevolgen kunnen hebben voor het agentschap IVOP, hebben zich niet voorgedaan.

2.3. Baten-lastenoverzicht 2003

Agentschap IVOPGespecificeerde verantwoordingsstaat 2003 (in € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Baten   
Opbrengst moederministerie3 7576 4782 721
Opbrengst overige ministeries5 5984 687– 911
Opbrengst overigen3 0222 316– 706
Totaal omzet12 37713 4811 104
Rentebaten5040– 10
Buitengewone baten   
Totaal baten12 42713 5211 094
    
Lasten   
Kostprijs van de omzet   
Kosten IVOP4 5145 5961 082
Kosten extern7 1156 153– 962
Totaal kostprijs van de omzet11 62911 749120
Dekkingsresultaat   
Apparaatskosten   
• personele kosten3 6304 7761 146
• materiële kosten1 1341 355221
Afschrijvingskosten250134– 116
Totale apparaatskosten5 0146 2651 251
Dekking door declarabele uren5 0146 1331 119
Dekking inkoopmanagement0129129
Totaal dekkingsresultaat0– 3– 3
Totaal kostprijs van de omzet11 62911 752123
Directe kosten voor opdrachten7541 022268
Afschrijvingskosten systemen000
Dotaties voorzieningen 00
Rentelasten   
Buitengewone lasten   
Bijzondere lasten 3030
Totaal lasten12 38312 804421
    
Saldo van baten en lasten44717673

2.4. Resultatenrekening 2003

Agentschap IVOPResultatenrekening agentschap IVOP (in € 1 000)
  Realisatie 2003Realisatie in % van jaarplanJaarplan 2003Realisatie 2002
Baten     
Omzet Going Concern 7 205107,0%6 73111 453
Omzet Projecten 6 276231,5%2 7110
Rentebaten 4053,3%7571
Bijzondere baten 00,0%00
Totaal BatenA13 521142,1%9 51711 524
      
Lasten     
Kostprijs van de omzet     
– Kosten IVOP 5 596127,1%4 4044 500
– Externe kosten 6 153160,3%3 8396 537
Kostprijs van de omzetB11 749142,5%8 24311 037
Apparaatskosten     
– Personeelskosten 4 776119,5%3 9964 329
– Materiële kosten 1 355146,3%926945
– Afschrijvingskosten IVOP 13487,0%154147
Totale apparaatskostenC6 265123,4%5 0765 421
Dekking d.m.v. declarabele urenD6 133124,0%4 9475 066
Dekking inkoopmanagementE129100,0%1290
Totaal dekkingsresultaatF=D+E-C– 3 0– 355
Totaal kostprijs van de omzetG=B-F11 752142,6%8 24311 392
Overige kosten systemenH1 022109,7%932655
Afschrijvingskosten systemenI00,0%033
Dotatie voorziening onderhanden werk 0-024
Dotaties/Vrijval voorzieningen     
– Dotatie/Vrijval voorz. Assurantie eigen risico 00,0%00
– Dotatie/Vrijval voorz. Ramingsverschillen 00,0%00
– Dotatie/Vrijval voorz. Dubieuze debiteuren 00,0%00
– Dotatie/Vrijval voorz. proces Staat-RAET 00,0%00
Totaal dotaties/vrijval aan voorzieningenJ00,0%00
Rentelasten 00,0%00
Bijzondere lastenK300,0%0112
Totaal lastenL=G+H+I+J+K12 804139,6%9 17512 216
      
NETTO RESULTAATM=A-L717209,6%342– 692

2.5. Toelichting op de resultatenrekening

Als gevolg van afrondingen op veelvouden van 1 000 kunnen in onderstaande toelichting afrondingsverschillen voorkomen.

Baten

Omzet. De omzet is de resultante van ontvangsten, openstaande vorderingen en nog te factureren bedragen van alle opdrachten, die in 2003 zijn afgerond. De omzet is ruim € 4 mln hoger dan begroot in het Jaarplan 2003. Dit wordt veroorzaakt door (in € 1 000):

Hogere omzet:SSC HRM5 297
 Individuele opdrachten Salarissysteem579
 Prima33
 Basisonderhoud Salarissysteem12
Lager omzet:Prisc/Meesters vd Wedde/CBO– 1 732
 Basisonderhoud vogels– 90
 Individuele opdrachten PI (opleidingen, advisering, informatievoorz.)– 60
Totaal 4 039

Hogere omzet SSC HRM. Op 31 januari 2003 heeft de ministerraad het voorlopige besluit genomen om de voorzieningen voor Personeel en Organisatie binnen de Rijksdienst efficiënter in te richten en in dat kader is primo 2003 het onderzoek naar de oprichting van een SSC HRM gestart. IVOP voert voor de betreffende projectorganisatie de financiële administratie. Dit project was dus niet in het jaarplan 2003 voorzien.

Hogere omzet individuele projecten en sectoraal onderhoud salarissysteem. Bij het vaststellen van het jaarplan wordt een inschatting gemaakt van de IVOP-inspanningen die benodigd zullen zijn om de individuele opdrachtverlening aan te sturen. Bij deze individuele opdrachten gaat het veelal om werkzaamheden die door PRP (Pink Roccade Public) op offertebasis moeten worden uitgevoerd. Hierbij moet gedacht worden aan het maken van bijsluiters bij de loonstroken, het wijzigen van formulieren, het realiseren van test- en schaduwomgevingen en de levering van gegevens en bestanden. Als er al concrete opdrachten bekend zijn zullen die in het jaarplan worden opgenomen maar de meeste opdrachten komen gedurende het exploitatiejaar.

Een andere belangrijke oorzaak voor de hogere omzet is dat de doorberekening van het opdrachtenprogramma 2003 in tegenstelling tot de voorgaande jaren in het jaar van de werkzaamheden naar de resultatenrekening is gebracht. Dit heeft tot gevolg dat in 2003 het opdrachtenprogramma dubbel meetelt voor het resultaat; naast het opdrachtenprogramma 2002, dat in 2003 in rekening is gebracht ook het opdrachtenprogramma 2003, dat in 2004 in rekening zal worden gebracht.

Hogere omzet Prima. Deze hogere omzet van Prima wordt veroorzaakt doordat enerzijds meer licenties worden afgenomen en anderzijds doordat de doorberekening van de gebruikskosten 2003 in tegenstelling tot de voorgaande jaren in het jaar van het verbruik naar de resultatenrekening is gebracht. Dit heeft tot gevolg dat in 2003 de gebruikskosten dubbel meetellen voor het resultaat; naast de verbruikskosten 2002, die in 2003 in rekening zijn gebracht ook de gebruikskosten 2003, die in 2004 in rekening zullen worden gebracht.

Lagere omzet Prisc/Meesters vd Wedde/CBO. Bij het vaststellen van het jaarplan was er nog geen concreet plan voor het vervolg van Prisc en is de beoogde IVOP-inzet zo goed mogelijk ingepland en voor de te verwachten externe kosten een soort pro memorie post ingeboekt.

Als gevolg van het voorlopige besluit van de ministerraad primo 2003 (zie toelichting omzet SSC HRM hierboven) is het Prisc-project gestopt.

Lagere omzet basisonderhoud vogels. De gerealiseerde omzet is lager dan in het jaarplan voorzien als gevolg van lagere opbrengsten bij VALK (minder licenties) en KAUW (lagere opbrengsten door staffelkorting).

Lagere omzet opleiding/advisering. De verkoop van met name de Vogel-cursussen is later op gang gekomen dan in het jaarplan 2003 was voorzien hetgeen de oorzaak is van de lagere gerealiseerde omzet. Bij de vaststelling van het jaarplan 2003 werd er tevens van uitgegaan dat ook een deel van de initiële kosten ten laste van het jaar 2002 gebracht konden worden. Nu de initiële kosten volledig ten laste van 2003 komen heeft ook dat een negatief effect op het resultaat.

Rentebaten. Dit betreft de rente 2003 over het saldo in rekening courant bij het RIC.

De rentebaten zijn lager dan begroot in het Jaarplan. Dit komt door een lager rentepercentage dan verwacht. Zo was de gemiddelde dagrente in 2002 nog circa 2,5%, in 2003 was dit circa 1,5%.

Lasten

Kostprijs van de omzet

Kosten IVOP. Dit betreft de som van de direct aan de omzet toe te wijzen kosten van de interne medewerkers binnen de IVOP-organisatie. De IVOP-kosten zijn opgebouwd uit het aantal declarabele uren op opdrachten vermenigvuldigt met de (specifieke) kostprijs per uur.

De realisatie op IVOP-uren ligt € 1,190 mln hoger dan begroot in het Jaarplan 2003. Dit betreft voornamelijk de uren ten behoeve van de SSC HRM-projectorganisatie, € 2,417 mln, die in het jaarplan 2003 niet waren voorzien (zie ook toelichting omzet). Daartegenover staat een lagere realisatie binnen het Prisc-project (– € 0,898 mln) waarvan de aanbesteding van een nieuw salarissysteem is beëindigd. Het migratie/CBO-onderdeel van dat project wordt nu voortgezet in het kader van de ontmanteling van de IVOP-dienstverlening en de IVOP-organisatie.

Op het beheer en onderhoud van de IVOP-systemen (de zogenaamde Going Concern-activiteiten) heeft een lagere dan geplande uren-realisatie plaatsgevonden (– € 0,329 mln). Het betrof voornamelijk het basisonderhoud van het IPA-salarissysteem (€ 0,148 mln) en het systeem VALK (– € 0,062 mln).

Externe kosten. Deze kosten betreffen voornamelijk PinkRoccadePublic-kosten inzake de IVOP-systemen en de kosten van externe deskundigen ten behoeve van de SSCHRM-projectorganisatie.

De realisatie ligt bij de IVOP-systemen (Going Concern) op het jaarplan-niveau: de hogere kosten worden veroorzaakt door de individuele opdrachtverlening gedurende het exploitatiejaar (zie ook de toelichting van omzet individuele opdrachten).

Apparaatskosten

Personeelskosten. De personeelskosten bevatten alle personele uitgaven, alsmede de kosten van uitzendkrachten en inhuur van externe, niet opdrachtgebonden medewerkers die binnen de IVOP-organisatie of de SSC HRM-projectorganisatie worden ingezet. De hogere realisatie (€ 0,780 mln) betreft voornamelijk de salariskosten en opleidingskosten van de medewerkers van de SSC HRM-projectorganisatie: zowel gedetacheerd ambtelijk personeel als externe ingehuurde medewerkers. Specificatie personeelskosten (in € 1 000):

 RealisatieJaarplan
IVOP-personeel2 7902 380
Uitzendkrachten4015
Inhuur derden1 8291 499
Opleidingskosten117102
Totaal4 7763 996

Materiële kosten. De materiele kosten over 2003 zijn € 0,429 mln hoger dan begroot. € 0,317 mln wordt veroorzaakt door de extra kosten van de SSC HRM-projectorganisatie. Het restant betreft voornamelijk hogere dan geraamde huisvestingskosten betreffende de jaren 2002 en 2003. Betreffende het pand aan de Juliana van Stolberglaan is IVOP eind 2003 geconfronteerd met hogere realisatiecijfers dan waarmee rekening was gehouden op basis van eerdere communicatie en afspraken daarover. Met BZK (de doorberekenende partij) heeft IVOP afgesproken dat de kosten van telefonie over de jaren 2002 en 2003 niet meer in rekening gebracht zullen worden.

Afschrijvingskosten IVOP. Dit betreft de afschrijvingskosten van de eigen vaste activa van IVOP en de SSC HRM/projectorganisatie, derhalve exclusief de afschrijvingskosten van de systemen. Voor een specificatie wordt verwezen naar het overzicht onder de Vaste activa in de Toelichting op de balans.

De afschrijvingskosten zijn lager dan in het jaarplan was opgenomen doordat de aanschaffingen per saldo lager waren dan voorzien en de aanschaffingen voornamelijk aan het eind van 2003 zijn gerealiseerd.

Dekking door middel van declarabele uren. Deze dekking bestaat uit de som van alle directe uren IVOP, gewaardeerd tegen de kostprijs per medewerker. Het betreft de uren die als kosten zijn opgevoerd in de resultatenrekening en de uren, die in de post onderhanden werk in de balans zijn opgenomen.

In 2003 zijn aan het beheer en onderhoud van de IPA-salaris-systemen en de PF-systemen minder declarabele uren besteed dan verwacht. Het betreft dan voornamelijk het basisonderhoud Kern en VALK waar het Internet contentbeheer respectievelijk de helpdeskactiviteiten een lagere realisatie laten zien.

Aan de projecten zijn meer declarabele uren besteed dan verwacht. Dat wordt veroorzaakt door activiteiten van de SSC HRM-projectorganisatie die niet in het jaarplan waren voorzien.

Tegenover de hogere dekking door declarabele uren staan hogere kosten van extra personeel dat werkzaam is binnen de SSC HRM-projectorganisatie en hogere materiële kosten gemaakt voor de SSC HRM-projectorganisatie.

Per saldo laat de realisatie een evenwichtig beeld zien: de hogere apparaatskosten in 2003 (€ 1,189 mln) worden op € 0,003 mln na volledig gedekt door hogere dekking door declarabele uren (€ 1,186 mln).

Totaal dekkingsresultaat. Dit is het verschil tussen de totale apparaatskosten en de dekking door declarabele uren. Het negatieve saldo van het dekkingsresultaat kan als volgt worden gespecificeerd (in € 1 000):

Hogere productie declarabele uren1 651
Prijsverschillen op uren– 465
 1 186
  
Hogere personeelskosten– 780
Hogere materiële kosten– 429
Lagere afschrijvingskosten20
 – 1 189
  
Totaal– 3

Overige kosten systemen. Deze post is als volgt opgebouwd (in € 1 000):

Controlekosten (EAP en IVOP-uren)537
Bestuurskosten (IVOP-uren)295
Opslag aansturing outsourcing beheer Vogels en Prima129
Overige advisering/opdrachtverlening61
Totaal1 022

De kosten van controle en overige advisering komen volledig ten laste van het Salarissysteem Kern. De bestuurskosten en de opslag aansturing outsourcing van het beheer van de Vogels en Prima worden als volgt aan de diverse systemen toegerekend (in € 1 000):

Bestuurkosten
Salarissysteem Kern80%235
Journalisering6%18
IBIS6%18
SNIP6%18
VINK2%6
Opslag outsourching Vogels en Prima
IBIS64
SNIP36
VINK8
VALK12
KAUW3
Prima6

De controlekosten zijn hoger dan in het jaarplan was voorzien. Deze overschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de TPM-verklaring 2002 niet in de jaarrekening 2002 was opgenomen en nu ten laste van het jaar 2003 komt.

Bijzondere lasten. Als gevolg van een fout van IVOP heeft een deelnemer schade ondervonden in de vorm van rentekosten door te late afdracht van WAO-premie. Alhoewel hier geen sprake is geweest van opzet of grove schuld acht IVOP zich verantwoordelijk en is in overleg met de deelnemer overeengekomen om de helft van de geleden schade, zijnde afgerond € 0,030 mln te vergoeden.

Bestemming van het resultaat. Het postitieve netto resultaat ad € 0,717 mln wordt als volgt verdeeld: de overschrijding van de 5%-norm ad € 0,174 mln wordt opgenomen als Uit te keren middelen. Het restant van het netto-resultaat ad € 0,543 mln wordt toegevoegd aan de Exploitatiereserve.

2.6. Overzicht resultaten per systeem

OVERZICHT RESULTATEN PER SYSTEEM (in € 1 000)
  ABC=A-BDEF=D-EG=A-DHI=G+HJK=I-JL
SysteemDeelsysteemBatenLastenResultaat 
  SystemenSystemenSystemenOverigeTotaalTotaal Systemen
  Realisatie 03Jaarplan 03VerschilRealisatie 03Jaarplan 03VerschilRealisatie 03Realisatie 03Realisatie 03Jaarplan 03VerschilRealisatie 02
SI-SYSTEMENBasisonderhoud Salaris Systeem Kern5 0495 034154 7214 69328328219547341206– 1 003
 Basisonderhoud Standaard Interface1821– 3617– 11120124822
 Centrale Regelgeving Salaris Systeem Kern0004178– 37– 411– 40– 7838551
 Sectoraal Onderhoud Salaris Systeem Kern4893998989– 502– 480– 48– 170
 Individueel Onderhoud Salaris Systeem Kern694154540570154416124171410141– 188
 Individueel Onderhoud Standaard Interface000000000000
 PRIMA5825333525102332602625
Totaal SI-SYSTEMEN5 8675 2436245 4714 976495396242638267371– 763
PF/PI-Basisonderhoud IBIS483486– 354852919– 6529– 36– 43792
SYSTEMENBasisonderhoud SNIP170175– 5201227– 26– 3111– 20– 523234
 Basisonderhoud VINK139142– 36685– 1973477572083
 Basisonderhoud Journalisering67– 14975– 26– 434– 39– 6829– 48
 Individueel Onderhoud IBIS2602630323023023– 4
 Individueel Onderhoud VINK00000000000– 10
 Individueel Onderhoud SNIP202000202020
 Individueel Onderhoud            
 Journalisering303303000001
 CBS34– 113130– 101– 9– 90– 12
 VALK200229– 29105166– 619511106634321
 KAUW202250– 4822920623– 2725– 244– 46– 29
 P-VIEW00002– 2000– 22– 1
 Beleidsinformatie6171– 104771– 2414721021– 19
 Opleiding en Advisering4394– 51988414– 551– 5410– 640
 Individuele opdrachten030– 30030– 30000000
Totaal PF/PI-SYSTEMEN1 3381 488– 1501 3621 488– 126– 249369069108
 EURO000000000000
 PRISC2702 711– 2 4412702 711– 2 441000002
 Meesters van de Wedde– 130– 13– 130– 13000000
 MIGRATIE / CBO72207227220722000001
 Kwartiermakersorganisatie SSC HRM2 00802 0081 67001 670338– 3380000
 Voorbereidingsfase SSC HRM3 28903 2893 28903 289000001
Totaal PROJECTEN6 2762 7113 5655 9382 7113 227338– 3380004
Eindtotaal 13 4819 4424 03912 7719 1753 596710– 3707267440– 651
RESULTATEN PER SYSTEEM 2003 (in € 1 000)
SysteemDeelsysteemBATENLASTEN 
  OmzetUren IVOPExterne kostenOverige kostenAfschrijvingBestuurControleResultaat
SI-SYSTEMENBasisonderhoud Salaris Systeem Kern5 0491 5452 34361 235537328
 Basisonderhoud Standaard Interface1806    12
 Centrale Regelgeving Salaris Systeem Kern01031    – 41
 Sectoraal Onderhoud Salaris Systeem Kern481781    – 50
 Individueel Onderhoud Salaris Systeem Kern694123447    124
 Individueel Onderhoud Standaard Interface000    0
 PRIMA582096   23
Totaal SI-SYSTEMEN5 8671 7152 917670235537396
PF/PI-Basisonderhoud IBIS48320526164 18 – 65
SYSTEMENBasisonderhoud SNIP170796836 18 – 31
 Basisonderhoud VINK13931218 6 73
 Basisonderhoud Journalisering6310  18 – 43
 Individueel Onderhoud IBIS2603    23
 Individueel Onderhoud VINK000    0
 Individueel Onderhoud SNIP200    2
 Individueel Onderhoud        
 Journalisering330    0
 CBS367    – 10
 VALK200761712   95
 KAUW202177493   – 27
 P-VIEW000    0
 Beleidsinformatie61470    14
 Opleiding en Advisering43989    – 55
 Individuele opdrachten000    0
Totaal PF/PI-SYSTEMEN1 3386645151230600– 24
 EURO       0
 PRISC27020466    0
 Meesters van de Wedde– 130– 13    0
 MIGRATIE / CBO722596126    0
 Kwartiermakersorganisatie SSC HRM2 008885785    338
 Voorbereidingsfase SSC HRM3 2891 5321 757    0
Totaal PROJECTEN6 2763 2172 7210000338
 Eindtotaal resultaten Rekening13 4815 5966 1531900295537710
REALISATIE JAARPLAN t.a.v. de OMZET, de IVOPUREN en de EXTERNE KOSTEN 2003 (in € 1 000)
SysteemDeelsysteemOmzetJaarplanUren IVOPJaarplanExterne kostenJaarplan
SI-SYSTEMENBasisonderhoud Salaris Systeem Kern5 0495 0341 5451 6932 3432 283
 Basisonderhoud Standaard Interface182101166
 Centrale Regelgeving Salaris Systeem Kern0010443134
 Sectoraal Onderhoud Salaris Systeem Kern489179810
 Individueel Onderhoud Salaris Systeem Kern6941541237944775
 Individueel Onderhoud Standaard Interface000000
 PRIMA58252012913
Totaal SI-SYSTEMEN5 8675 2431 7151 8482 9172 411
PF/PI-Basisonderhoud IBIS483486205197261246
SYSTEMENBasisonderhoud SNIP17017579926877
 Basisonderhoud VINK13914231402129
 Basisonderhoud Journalisering67315300
 Individueel Onderhoud IBIS2600030
 Individueel Onderhoud VINK000000
 Individueel Onderhoud SNIP200000
 Individueel Onderhoud      
 Journalisering303000
 CBS3461370
 VALK200229761381716
 KAUW202250177199495
 P-VIEW000200
 Beleidsinformatie6171477100
 Opleiding en Advisering43949238961
 Individuele opdrachten03003000
Totaal PF/PI-SYSTEMEN1 3381 488664858515434
 EURO000000
 PRISC2702 7112041 698661 000
 Meesters van de Wedde– 13000– 130
 MIGRATIE / CBO722059601260
 Kwartiermakersorganisatie SSC HRM2008088507850
 Voorbereidingsfase SSC HRM3 28901 53201 7570
Totaal PROJECTEN6 2762 7113 2171 6982 7211 000
Eindtotaal 13 4819 4425 5964 4046 1533 845

2.7. Toelichting resultaten per systeem en project

Als gevolg van het afronden op veelvouden van 1 000 kunnen in onderstaande toelichting afrondingsverschillen voorkomen.

Algemeen. In het overzicht Resultaten per systeem zijn de gerealiseerde baten en lasten (totaal) per systeem afgezet ten opzichte van de ramingen in het jaarplan. Kolom G geeft de resultaten weer (het saldo van baten en lasten). Kolom H geeft weer de toerekening van het dekkingsresultaat weer op basis van de gerealiseerde productie van de IVOP-medewerkers. Kolom I toont de resultaten per systeem ná toerekening van dit zogenaamde resultaat overige aan het systeemresultaat. Hierdoor wordt voor alle systemen getotaliseerd de aansluiting getoond met het bedrijfsresultaat IVOP vóór rentebaten en bijzondere lasten van € 0,710 mln.

Aansluiting resultaat systemen met de resultatenrekening (in € 1 000):

Saldo resultaat per systeem710
Tekort dekking apparaatskosten– 3
Subtotaal resultaat per systeem707
Rentebaten40
Bijzondere lasten– 30
Totaal resultaat IVOP717

Salarissystemen

Basisonderhoud Salarissysteem Kern. De exploitatie van het Basisonderhoud Salarissysteem Kern is grotendeels overeenkomstig het in het jaarplan begrote resultaat.

Ook de hoogte van de baten en lasten zijn overeenkomstig het jaarplan. Wel zien we een uitruil van lagere IVOP-kosten en hogere PRP-kosten.

Voor het beheer en onderhoud van het basisonderhoud salarissysteem kern was minder IVOP-inzet nodig dan in het jaarplan voorzien. De hogere PRP-kosten worden voornamelijk veroorzaakt door opdrachten die ultimo 2002 in het onderhanden werk stonden en in 2003 zijn afgerond.

Basisonderhoud Standaard Interface. Voor het beheer en onderhoud van de standaard interface heeft IVOP minder capaciteit behoeven inzetten dan in het jaarplan was voorzien. Het resultaat is daardoor hoger dan verwacht.

Centrale Regelgeving. In 2003 is meer capaciteit ingezet, het betreft zowel PRP als IVOP, dan in het jaarplan was voorzien. Het gaat dan met name om de opdrachten korting eindejaarsuitkeringsnorm, de splitsing van de WAO-berekeningsbasis en de modernisering van de ABP-pensioenregeling. Deze laatste opdracht was ultimo 2003 evenwel nog niet afgerond en is dus niet ten laste van de resultatenrekening gebracht maar verantwoord in het onderhanden werk. Per saldo zijn de exploitatiekosten in 2003 lager dan in het jaarplan was voorzien en dus is er sprake van een hoger resultaat.

Sectoraal en Individueel Onderhoud Salarissysteem Kern. Voor het sectoraal en individueel onderhoud geldt dat de opdrachtenportefeuille zich gedurende het jaar vult. In het jaarplan wordt voornamelijk rekening gehouden met de benodigde IVOP-capaciteit om de klantvragen en de PRP-aansturing te managen. Indien er reeds concrete opdrachten bekend zijn worden die ook in jaarplan opgenomen.

De exploitatie van deze systemen zal dus in principe qua volume veel hoger uitvallen dan in de jaarplannen wordt opgenomen. Voor het resultaat moet dat in principe niet uitmaken want het uitgangspunt is dat dergelijke opdrachten kostendekkend aan de opdrachtgever worden geoffreerd.

Voor de twee systemen samen laat het jaar 2003 een dergelijk beeld zien. Qua resultaat is er echter sprake van een positief resultaat bij het individueel onderhoud en een negatief resultaat bij het sectoraal onderhoud.

Het individueel onderhoud realiseert een exploitatieoverschot van € 0,124 mln. Dit overschot wordt veroorzaakt doordat in 2003 zowel het opdrachtenprogramma 2002 (omzet € 0,124 mln) als het opdrachtenprogramma 2003 (omzet € 0,108 mln) qua omzet naar het resultaat is gebracht (zie ook de verklaring van de hogere omzet bij de toelichting op de resultatenrekening). Naast het feit dat hierdoor de baten/lasten-systematiek juister wordt toegepast was de oude verantwoording in een eindigende situatie niet meer toepasbaar.

Het sectoraal onderhoud heeft een exploitatie-tekort van € 0,050 mln. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de herstelactie van de BTZR-bijsluiter eind 2002.

PriMA. Prima sluit 2003 af met een positief resultaat (€ 0,023 mln). Dit komt enerzijds door hogere opbrengsten als gevolg van meer verkochte licenties en anderzijds doordat zowel de gebruikskosten 2002 als de gebruikskosten van 2003 qua omzet naar het resultaat zijn gebracht (zie ook verklaring hogere omzet bij toelichting resultatenrekening). Naast het feit dat hierdoor de baten/lasten-systematiek juister wordt toegepast was de oude verantwoording in een eindigende situatie niet meer toepasbaar.

Personeel-Financiële systemen

Basisonderhoud IBIS. De omzet van het basisonderhoud IBIS is conform het Jaarplan. De realisatie van de interne en externe kosten is enigszins hoger dan in het Jaarplan geraamd. In 2003 hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan en dit verschil valt binnen de ramingsmarges. Het systeemresultaat op het basisonderhoud IBIS is per saldo iets lager (– € 0,022 mln).

Basisonderhoud SNIP. De omzet van het basisonderhoud SNIP is conform het Jaarplan. De realisatie van de interne en externe kosten is enigszins lager dan in het Jaarplan geraamd. In 2003 hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan en dit verschil valt binnen de ramingsmarges. Het systeemresultaat op het basisonderhoud SNIP is per saldo iets hoger (+ € 0,021 mln).

Basisonderhoud VINK. De omzet van het basisonderhoud VINK is conform het Jaarplan. De realisatie van de interne en externe kosten is lager dan in het Jaarplan geraamd (– € 0,019 mln). Dit wordt veroorzaakt doordat er in 2003 voornamelijk beheer- en productiewerkzaamheden hebben plaatsgevonden en er geen sprake is geweest van produktontwikkeling. Het systeemresultaat is per saldo hoger (+ € 0,016 mln).

Basisonderhoud Journalisering. De omzet van het basisonderhoud Journalisering is conform het Jaarplan. De realisatie van de interne kosten is lager dan in het Jaarplan geraamd. Ten aanzien van de beheer- en productiewerkzaamheden zijn geen bijzonderheden te melden: het hogere resultaat (+ € 0,025 mln) wordt grotendeels veroorzaakt doordat de kosten te hoog waren begroot (+ € 0,026 mln).

Individueel Onderhoud IBIS. De opbrengsten van het individueel onderhoud zijn hoger dan de kosten waardoor een positief resultaat ontstaat (+ € 0,023 mln). Dit komt omdat zowel de opbrengsten van de bestandsleveringen uit 2002 als die van 2003 ten gunste van het resultaat van 2003 zijn gebracht.

Naast het feit dat hierdoor de baten/lasten-systematiek juister wordt toegepast was de oude verantwoording, waarbij de kosten pas in het volgende jaar werden doorbelast, in een eindigende situatie niet meer toepasbaar.

CBS. De kosten en het resultaat zijn overeenkomstig het Jaarplan.

VALK. De opbrengsten van VALK zijn lager dan begroot doordat het aantal licenties is afgenomen; het betreft hier voornamelijk de VALK-SW-module.

De interne en externe kosten zijn lager dan begroot. Dit komt doordat er in 2003 nauwelijks wijzigingen doorgevoerd moesten worden. Mede hierdoor is er ook minder beroep gedaan op de Helpdesk. Het resultaat is daardoor hoger (+ € 0,032 mln).

KAUW. De opbrengst van KAUW is lager (– € 0,048 mln) dan begroot doordat het aantal licenties is afgenomen en het staffelsysteem van de doorberekening minder budgettair neutraal is dan vooraf was ingecalculeerd.

De kostenrealisatie is hoger dan begroot (+ € 0,023 mln). Dit wordt veroorzaakt door fouten in de herbouw die in het eerste kwartaal van 2003 zijn hersteld waarna in april een extra release moest worden uitgebracht. Per saldo is het resultaat lager (– € 0,071 mln).

P-view. Er hebben zijn geen werkzaamheden ten behoeve van P-view uitgevoerd in 2003.

Beleidsinformatie. IVOP heeft ook in 2003 op verzoek van diverse instellingen informatie geleverd. Deze opdrachten worden uitgevoerd tegen een vaste kostendekkende prijs. De gerealiseerde kosten zijn lager uitgevallen dan begroot. Per saldo is het resultaat hoger (+ € 0,014 mln).

Opleiding en advisering. In 2002 zijn de cursusmaterialen herschreven. Oorspronkelijk was ingepland dat deze initiële kosten ten laste van de jaren 2002 en 2003 zouden komen. In 2002 zijn er echter nauwelijks opleidingen gerealiseerd en zijn de initiële kosten als onderhanden werk op de balans gezet. Deze kosten (+ € 0,071 mln) komen nu volledig ten laste van 2003 waardoor het resultaat lager is dan begroot (– € 0,065 mln). Zie ook de verklaring van de omzet bij de toelichting op de resultatenrekening.

Projecten

Prisc. Op 31 januari 2003 heeft de ministerraad het voorlopige besluit genomen om de voorzieningen voor Personeel en Organisatie binnen de Rijksdienst efficiënter in te richten en in dat kader is primo 2003 het onderzoek naar de oprichting van een SSC HRM gestart. Als gevolg hiervan is het Prisc-project gestopt. De kostenrealisatie 2003 (€270 000) betreft de afronding van gestartte onderzoeken in het kader van de vervanging van het IPA-salarissysteem. De onderzoeksrapporten zijn beschikbaar gesteld aan de klanten en deelnemers.

Meesters van de Wedde. In de loop van 2002 heeft het Kabinet besloten om de mogelijkheden te onderzoeken om te komen tot een rijksbrede organisatie op het gebied van salarisverwerking en -administratie. Op verzoek van BZK is gedurende 2002 onderzocht wat hiertoe de mogelijkheden en randvoorwaarden zijn. Dit onderzoek is in december 2002 afgerond. In 2003 is het project financieel afgerond en het budget-overschot (+ € 0,024 mln) aan BZK teruggestort.

Migratie/CBO. De dienstverlening rondom de IPA-systemen wordt per 1 januari 2006 beëindigd. Dit betekent dat bestaande klanten en deelnemers moeten worden begeleid naar een externe dienstverlener. IVOP neemt deze begeleiding op zich en heeft in 2002 de eerste aanzetten daartoe gegeven. De voorbereidingskosten van de migratie worden gedragen door BZK, indien deelnemers en klanten actief gebruik willen maken van de diensten van IVOP terzake, dan worden de kosten daarvan aan de betreffende CRO in rekening gebracht.

In 2003 is middels klantenbezoeken in kaart gebracht welke acties inmiddels in dat kader door de klanten en deelnemers worden ondernomen en wat de mogelijke gevaren zijn voor de going concernactiviteiten van IVOP als gevolg van de verminderde aandacht daarvoor bij de klanten en deelnemers (kosten € 0,051 mln).

In het kader van de borging van die going concern zijn ook de dienstverleningsovereenkomsten met de leveranciers (o.a. PRP en Trologic) verbeterd (kosten € 0,064 mln).

Naast deze migratie-begeleiding van de klanten en deelnemers worden ook de IVOP-medewerkers voorbereid op de toekomstige veranderingen. Dat gebeurt door het aanbieden van extra scholing (+ € 0,090 mln externe kosten) en een vrijwillig outplacementtraject.

De totale kosten, inclusief de uren-besteding van de IVOP-medewerkers, van dit project (€ 0,722 mln) worden gefinancierd uit het budget-overschot van BZK inzake het project Toekomst/CBO.

SSC HRM. Voor het jaar 2003 heeft de projectorganisatie SSC HRM een budget ter beschikking gekregen van € 7,917 mln. De kostenrealisatie 2003 bedroeg € 5,297 mln terwijl in 2002 al voor € 0,141 mln aan activiteiten waren uitgevoerd. Van het resterende budget (€ 2,479 mln) is een bedrag van € 0,750 mln gereserveerd voor de (mede-) financiering van een deel-project (de aanpassing van Emplaza voor de gehele Rijksoverheid) dat in 2003 was ingepland maar pas in 2004 tot uitvoering zal komen. Per saldo resteert een bedrag van € 1,729 mln dat begin 2004 aan BZK zal worden terugbetaald.

3. Vermogensontwikkeling

Agentschap IVOPOverzicht vermogensontwikkeling over de jaren 1999 t/m 2003 (in € 1 000)
   19992000200120022003 begroting2003 realisatie
1. Eigen vermogen per 1 januari1 1401 2191 049836– 44144
         
2. Saldo van baten en lasten79– 170537– 69244717
         
 3a.Uitkering aan moederministerie      
 3b.Bijdrage moederministerie ter versterking van eigen vermogen      
 3c.Overige mutaties in eigen vermogen  – 750   
         
3. Totaal directe mutaties in eigen vermogen00– 750000
         
4. Eigen vermogen per 31 december (1+2+3)1 2191 0498361440861

4. Kasstroomoverzicht

Agentschap IVOPKasstroomoverzicht voor het jaar 2003 (in € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1. Rekening-courant RIC 1 januari 20032 9413 707766
    
2. Totaal operationele kasstroom– 1 7065 2046 910
    
Totaal investeringen (-/-)– 131– 171– 40
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)  0
3. Totaal investeringskasstroom– 131– 171– 40
    
Eenmalige uitkering aan moederministerie (-/-)  0
Eenmalige storting door moederministerie (+)  0
Aflossingen op leningen (-/-)  0
Beroep op leenfaciliteit (+)  0
4. Totaal financieringskasstroom000
    
5. Rekening-courant RIC 31 december 2003 (=1+2+3+4) (maximale roodstand € 0,5 mln)1 1048 7407 636

5. Kengetallen

KENGETALLEN JAARVERSLAG 2003 (in € 1 000)
  RealisatieVerschilPrognose
  199920002001200220032003–20022004
BATEN        
BasisonderhoudKern4 349,04 496,04 765,04 809,05 049,0240,05 147,0
 Dec.Invoer6,0,0,0,0,0,0,0
 Stand.Interface158,097,0141,023,018,0– 5,018,0
Centrale regelgevingKern172,0650,0714,0622,0,0– 622,0519,0
Sectoraal onderhoudKern80,06,0384,034,048,014,0,0
Individueel onderhoudKern673,0425,0782,0187,0694,0507,0143,0
 Dec.Invoer120,0,0,0,0,0,0,0
 Stand.Interface54,010,0,0,0,0,0,0
 PRIMA,025,038,037,058,021,045,0
Subtotaal Salarissysteem 5 612,05 709,06 824,05 712,05 867,0155,05 872,0
         
PF-systemen 1 833,01 639,01 682,01 300,01 029,0– 271,01 178,0
PI-systemen ,0,0,0  ,0,0
Beleidsinfo 121,056,048,050,061,011,058,0
Overige 146,0187,0150,0154,0248,094,0310,0
Subtotaal PF/PI 2 100,01 882,01 880,01 504,01 338,0– 166,01 546,0
         
TOTAAL IVOP 7 712,07 591,08 704,07 216,07 205,0– 11,07 418,0
         
KOSTEN IVOP        
BasisonderhoudKern1 095,01 126,02 038,02 223,01 545,0– 678,01 189,0
 Dec.Invoer,0,0,0,0,0,0,0
 Stand.Interface15,014,02,0,0,0,0,0
Centrale regelgevingKern26,0136,061,025,010,0– 15,077,0
Sectoraal onderhoudKern27,013,075,066,017,0– 49,0,0
Individueel onderhoudKern207,076,0257,096,0123,027,065,0
 Dec.Invoer26,0,0,0,0,0,0,0
 Stand.Interface3,0,0,0,0,0,0,0
 PRIMA,0133,024,06,020,014,04,0
Subtotaal Salarissysteem 1 399,01 498,02 457,02 416,01 715,0– 701,01 335,0
         
PF-systemen 856,01 179,0833,0551,0425,0– 126,0511,0
PI-systemen 30,07,0,0,0,0,0,0
Beleidsinfo 63,048,030,047,047,0,058,0
Overige 145,0108,068,0116,0192,076,0226,0
Subtotaal PF/PI 1 094,01 342,0931,0714,0664,0– 50,0795,0
         
TOTAAL IVOP 2 493,02 840,03 388,03 130,02 379,0– 751,02 130,0
         
KOSTEN EXTERNEN        
BasisonderhoudKern2 019,02 765,02 693,02 666,02 343,0– 323,02 086,0
 Dec.Invoer5,0,0,0,0,0,0,0
 Stand.Interface87,017,017,01,06,05,06,0
Centrale regelgevingKern61,0889,0135,044,031,0– 13,0416,0
 Dec.Invoer,0,0,0,0,0,0,0
Sectoraal onderhoudKern51,05,0230,0126,081,0– 45,0,0
 Dec.Invoer,0,0,0,0,0,0,0
Individueel onderhoudKern481,0270,0497,0220,0447,0227,078,0
 Dec.Invoer70,0,0,0,0,0,0,0
 Stand.Interface49,0,0,0,0,0,0,0
 PRIMA,01,0,0,09,09,08,0
Subtotaal Salarissysteem 2 823,03 947,03 572,03 057,02 917,0– 140,02 594,0
PF-systemen 463,0288,0267,0210,0370,0160,0421,0
PI-systemen ,0,0,0,0,0,0,0
Beleidsinfo 14,07,03,05,0,0– 5,0,0
Overige 17,028,018,010,0145,0135,035,0
Subtotaal PF/PI 494,0323,0288,0225,0515,0290,0456,0
TOTAAL EXTERNEN 3 317,04 270,03 860,03 282,03 432,0150,03 050,0

5.1. Toelichting op de kengetallen

Algemeen. Een eis die aan agentschappen wordt gesteld, is dat zij de efficiency-verbetering in hun bedrijfsvoering zichtbaar maken met behulp van kengetallen. Het doel hiervan is een in de tijd voortschrijdend inzicht te geven in de relatie tussen de noodzakelijke input en het genereren van een meetbare constante outputeenheid.

De «meetbaarheid» van de producten in termen van input en output wordt bemoeilijkt door het heterogene karakter van de producten en diensten van IVOP. De aard en omvang van de werkzaamheden wordt immers enerzijds bepaald door de wensen van de deelnemers en anderzijds door de ontwikkelingen in wet- en regelgeving en arbeidsvoorwaarden. Sturing vooraf of tussentijds op basis van eenduidige kengetallen is daarom slechts in beperkte mate mogelijk.

Financieel. De kengetallen geven een overzicht van de opbrengsten en de toegerekende kosten over de jaren 1999 tot en met 2003 en een prognose voor 2004. Teneinde de vergelijkbaarheid van de cijfers te verhogen zijn in dit overzicht niet opgenomen de (eenmalige) baten en lasten van de projecten.

Baten. De lagere opbrengsten over 2003 zijn het gevolg van de doelstelling om over een periode van meerdere jaren gemiddeld kostendekkend te werken. Als gevolg van de te hoge exploitatiereserve ultimo 2002 is voor een aantal onderdelen van het basisonderhoud geen, of een lager tarief in rekening gebracht.

Kosten IVOP. De lagere kosten IVOP inzake de PF/PI-systemen zijn het gevolg van het uitbesteden van de onderhoudswerkzaamheden aan de vogels, alsmede de geringe aanpassingen in de functionaliteiten van de programma's.

Kosten Externen. De kosten Roccade voor het salarissysteem zijn gedaald in 2003 als gevolg van een lager aantal opdrachten in het Basisonderhoud kern en de Centrale regelgeving.

De externe kosten van de PF-systemen laten een stijging zien door de uitbesteding van de onderhoudswerkzaamheden van de vogels, alsmede de geringe aanpassingen in de functionaliteiten van de programma's.

Kwaliteit. De kwaliteit van de beheer- en onderhoudswerkzaamheden wordt permanent onderzocht en beoordeeld binnen IVOP. Deze beoordeling resulteert in een jaarrapportage. De EAP voert een audit uit op de interne controlewerkzaamheden en de jaarrapportage. Jaarlijks verstuurt IVOP de rapportage over de interne controle (inclusief het oordeel van de EAP) aan de deelnemers van het Samenwerkingsverband en de overige gebruikers van het IPA-salarissysteem.

11. SALDIBALANS PER 31 DECEMBER 2003 MET BIJBEHORENDE TOELICHTING

1)Uitgaven 20034 942 266 454 2)Ontvangsten 2003282 009 706
3)Liquide middelen40 375    
4)Rekening-courant RIC  4a)Rekening-courant RIC4 662 810 007
5)Uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen)9 632 803 6)Ontvangsten buiten begrotingsverband (intra-comptabele schulden)7 119 919
7)Openstaande rechten  7a)Tegenrekening openstaande rechten 
8)Extra-comptabele vorderingen19 104 746 8a)Tegenrekening extra-comptabele vorderingen19 104 746
9a)Tegenrekening extra-comptabele schulden  9)Extra-comptabele schulden 
10)Voorschotten4 915 344 911 10a)Tegenrekening voorschotten4 915 344 911
11a)Tegenrekening garantieverplichtingen2 480 178 11)Garantieverplichtingen2 480 178
12a)Tegenrekening openstaande verplichtingen4 107 790 964 12)Openstaande verplichtingen4 107 790 964
13)Deelnemingen  13a)Tegenrekening deelnemingen 
 TOTAAL13 996 660 431  TOTAAL13 996 660 431

Toelichting op de saldibalans

Ad 1 en 2. Uitgaven en ontvangsten 2003

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is opgebouwd uit het saldo bij de banken (gebaseerd op het laatste dagafschrift) en de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders.

Het totaalbedrag van € 40 375 is als volgt opgebouwd:

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst€ 40 375
Totaal€ 40 375

Ad 4. Rekening-courant RIC

Op de Rekening-courant met het RIC is de financiële verhouding met Financiën weergegeven. Opgenomen is het bedrag overeenkomstig het laatste dagafschrift van genoemd departement.

Ad 5. Uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen)

Het bedrag van € 9 632 803 aan uitgaven buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

a. Vorderingen kasbeheerders Rijksdiensten: AIVD€ 2 265 882
b. Te vorderen van ministeries en derden€ 5 455 943
c. Intra-comptabele voorschotten€   693 804
d. Intra-comptabele debiteuren€ 1 217 174
Totaal€ 9 632 803

a. Vorderingen kasbeheerders Rijksdiensten. Het saldo van de AIVD bestaat voornamelijk uit in het jaar 2003 op derden ontstane vorderingen die in 2004 en volgende jaren zullen worden geïnd.

b. Te vorderen van ministeries en derden. Directie Rampenbeheersing en Brandweer heeft ten behoeve van het project Nederlandse Antillen bedragen (€ 1,4 mln) voorgeschoten. De kosten van dit project worden volledig gefinancierd door DGKB. Het bedrag zal in het eerste kwartaal van 2004 worden verrekend met DGKB. DGMOD heeft € 1,2 mln door te berekenen aan de dienst IVOP. Het saldo bestaat uit het voorschot wachtgeld december. In 2004 zullen deze kosten worden verrekend. Het saldo van P&O (€ 2,2 mln) valt uiteen in twee stukken. Ruim € 2 mln betreft nog te ontvangen salariskosten van CAS en BPR. BPR is in januari 2004 verrekend en CAS zal in het eerste kwartaal van 2004 verrekend worden. De resterende € 0,2 mln kan na berichtgeving van de USZO mogelijk in het eerste half jaar van 2004 worden verrekend.

c. Intra-comptabele voorschotten. De intra-comptabele voorschotten bestaan voor € 0,3 mln uit verstrekte voorschotten vervoersplan en voor € 0,4 mln uit voorschotten aan de USZO. De voorschotten vervoersplan zal in verband met een wijziging van het vervoersplan per januari 2004, te weten een ruimere toekenning van vervoerskosten, voor een deel van de voorschotten moeten worden afgeschreven. De voorschotten USZO worden in januari 2004 verrekend.

d. Intra-comptabele debiteuren. Een bedrag van € 0,4 mln bestaat uit een 8-tal vorderingen van DGOOV. De vorderingen zijn van recente datum en zullen naar verwachting in 2004 worden afgehandeld. Een bedrag van € 0,3 mln aan vorderingen van DGKB hebben betrekking op te ontvangen detacheringskosten van een ander ministerie en het kenniscentrum. Tevens zijn er 2 opdrachten aangegaan, waarvan ook een ander ministerie de kosten zal betalen. De vorderingen ad € 0,2 mln van DGMOD hebben grotendeels betrekking op te ontvangen detacheringskosten van de ICTU, alsmede vorderingen van een ander ministerie in verband met een lopend ICTU-programma. De € 0,1 mln van CS betreffende betaalde onkosten worden bij diversen ministeries gevorderd.

Ad 6. Ontvangsten buiten begrotingsverband (intra-comptabele schulden)

Het bedrag van € 7 119 919 aan ontvangsten buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

a. Schulden kasbeheerders Rijksdiensten: AIVD€ 2 033 294
b. Nog af te dragen loonheffing en sociale premies€ 4 119 264
c. Overige intra-comptabele schulden€   967 361
Totaal€ 7 119 919

a. Schulden kasbeheerders Rijksdiensten. Het betreft hoofdzakelijk de in de maand december 2003 ingehouden loonheffing en sociale premies van de AIVD, die in 2004 aan de betreffende instanties worden doorbetaald.

b. Nog af te dragen loonheffing en sociale premies. Het saldo bestaat voornamelijk uit bedragen die in januari 2004 worden afgedragen aan ABP en GVP (€ 1,4 mln). De loonheffing van 2003 (€ 2,7 mln) wordt in januari 2004 aan de fiscus afgedragen.

c. Overige intra-comptabele schulden. Voor directie IOS is een schuld zichtbaar van € 0,1 mln in verband met gezamenlijke opdrachten tussen IOS en het ministerie van EZ en SZW voor aanvullende bijdrage voor het ICTU-programma. Mede in verband met gezamenlijke opdrachten is er bij DGKB een schuld zichtbaar van € 0,1 mln, betreffende de kanskaart (VWS) en drechtsteden (EZ). De € 0,2 mln van DGOOV heeft betrekking op de omzetbelasting van het 4de kwartaal 2003. Dit bedrag is in januari 2004 overgemaakt. Tevens moet er nog een verrekening plaatsvinden met hoofdstuk 4 (€ 0,3 mln). Het betreft een aantal nagekomen correcties van salarisbetalingen die in eerste instantie t.l.v. hoofdstuk 4 waren gebracht.

Ad 8. Extra-comptabele vorderingenAd 8a. Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

Het saldo per 31 december 2003 wordt hieronder per departementsonderdeel per jaar gespecificeerd:

Bedragen in €
 Centrale StafdienstenDirectoraat-generaal Koninkrijksrelaties en BestuurDirectoraat-generaal Management en Openbare DienstDirectoraat-generaal Openbare Orde en Veiligheid
t/m '99038 23800
'00033 59700
'0110 3320724 69811 380
'0290826 09348 7822 259 700
'03642 542277 0982 049 22712 982 152
Totaal653 782375 0262 822 70715 253 232

Centrale Stafdiensten (incl. AIVD). Het saldo bestaat voornamelijk uit huurkosten IVOP (€ 0,6 mln), cursusgelden ABD.

Directoraat-generaal Koninkrijkrelaties en Bestuur. De vorderingen tot en met 2000 bestaan uit vorderingen van BFO, waartegen momenteel beroepsprocedures lopen. Het saldo uit 2002 bestaat uit een openstaande vordering van de Nederlandse Antillen in verband met de paspoortleges. De openstaande vorderingen in 2003 bestaan grotendeels uit vorderingen op Aruba (€ 0,2 mln) in verband met de paspoortleges.

Directoraat-generaal Management Openbare Dienst. De vorderingen tot en met 2001 bestaan grotendeels uit een vordering op NWO (€ 0,7 mln), inzake de afwikkeling OOW/USZO. Onderzocht wordt of deze vordering terecht is. In 2001 is dit onderzoek gestart en is tot en met heden nog niet afgerond. De vorderingen van 2002 bestaan voornamelijk uit vorderingen met betrekking tot het blad Management en Bestuur (€ 22 500) en vorderingen betrekking hebbend op de Mobibank en het Kernmodel Personeel en Informatie (KPI) (€ 14 937). De vorderingen dienen nog door een aantal ministeries betaald te worden. Naar verwachting wordt dit begin 2004 afgehandeld. De vorderingen van 2003 bestaan voornamelijk uit een vordering op IVOP (€ 1,7 mln). IVOP heeft in 2003 een deel van het budget niet besteed. Het bedrag wordt in 2004 terugbetaald aan DGMOD. De vorderingen inzake subsidies (€ 0,1 mln) met betrekking tot het werknemerstevredenheidsonderzoek worden naar verwachting in 2004 afgerond.

Directoraat-generaal Openbare Orde en Veiligheid. De oudste vorderingen dateren uit 2001. Het betreft 1 vordering van de directie R&B. Uit 2002 staat nog een drietal vorderingen open, 1 van de directie Politie (€ 60 647) en 2 van de directie R&B (€ 2,1 mln). De overige 24 vorderingen zijn uit 2003. De grootste vorderingen van 2003 zijn een vordering van€ 32 000 van directie Politie op het ministerie van Jusitie en een vordering van € 14 619 van directie Politie op de politieregio Noord-Holland. Naast de vordering van € 3 096 op de regionale brandweer Zaanstreek en een vordering van € 3 330 inzake GHOR op Groningen zijn de overige vorderingen klein van bedrag. Van alle vorderingen zijn inmiddels aanmaningen verstuurd. Van alle openstaande vorderingen bij DGOOV is de verwachting dat deze in 2004 worden ontvangen. De vordering van DGVP van € 12,9 mln heeft betrekking op nog te ontvangen premies.

Ad. 10. Openstaande voorschottenAd. 10a. Tegenrekening openstaande voorschotten

De saldi van de per 31 december 2003 openstaande voorschotten en van de in 2003 afgerekende voorschotten worden hieronder per departementsonderdeel per jaar gespecificeerd:

Stand openstaande voorschotten per 31 december 2003Bedragen in € 
 Centrale StafdienstenDirectoraat-generaal Koninkrijksrelaties en BestuurDirectoraat-generaal Management en Openbare DienstDirectoraat-generaal Openbare Orde en Veiligheid
t/m '99940 484120 129 5837 320 16249 664 193
'00491 630125 265 95019 040 98249 546 159
'01979 2136 923 16139 129 53773 866 079
'021 098 926131 292 400130 627 260252 346 988
'0313 717 197174 867 100136 020 0643 582 077 843
Totaal17 227 450558 478 194332 138 0054 007 501 262
Overzicht afgerekende voorschotten in 2003Bedragen in €
 Centrale StafdienstenDirectoraat-generaal Koninkrijksrelaties en BestuurDirectoraat-generaal Management en Openbare DienstDirectoraat-generaal Openbare Orde en Veiligheid
t/m '99015 664 47325 575 02120 438 907
'0010 19517 646 67926 006 37645 348 507
'01832 58033 146 23811 825 961703 204 441
'0215 397 57981 136 87019 008 4573 058 049 834
'0317 401152 2804 190 6076 534 683
Totaal16 257 755147 746 54086 606 4223 833 576 372

Centrale Stafdiensten (incl. AIVD)

Het bedrag vermeld voor 1999 bestaat voornamelijk uit voorschotten in het kader van:

Kinderopvang€ 0,9 mln
Totaal€ 0,9 mln

Het bedrag vermeld voor 2000 bestaat voornamelijk uit voorschotten in het kader van:

Kinderopvang€ 0,4 mln
Totaal€ 0,4 mln

Het bedrag vermeld voor 2001 bestaat voornamelijk uit voorschotten in het kader van:

Nationale comité subsidie€ 0,1 mln
SKO€ 0,1 mln
Kinderopvang€ 0,6 mln
Totaal€ 0,8 mln

Het bedrag vermeld voor 2002 bestaat voornamelijk uit voorschotten in het kader van:

Forum democr.ontw. subsidie€ 0,2 mln
Kinderopvang€ 0,3 mln
Imec/KP 1e tranche/vs uitv.€ 0,2 mln
IBAS vs Noordhoek Berendts TOX€ 0,1 mln
Subsidie nationaal comité 4/5 mei€ 0,1 mln
Totaal€ 0,9 mln

Het bedrag vermeld voor 2003 bestaat voornamelijk uit voorschotten in het kader van:

Voorfinanciering funct.kosten 2003€ 10,6 mln
Kinderopvang€  0,8 mln
Totaal€ 11,4 mln

Voor bovenstaande jaren geldt dat na ontvangst van een goedkeurende accountantsverklaring, de voorschotten worden afgehandeld.

Directoraat-generaal Koninkrijkrelaties en Bestuur

Het bedrag vermeld voor 1999 bestaat voornamelijk uit voorschotten in het kader van:

Werkgelegenheidsimpuls€  80,5 mln
SIV€  8,7 mln
«Urban»-investeringsimpuls€  27,2 mln
Totaal€ 116,4 mln

Het bedrag vermeld voor 2000 bestaat voornamelijk uit voorschotten in het kader van:

Werkgelegenheidsimpuls€  15,8 mln
Hoek€  4,5 mln
SIV€  94,6 mln
Trapvelden€  8,6 mln
Totaal€ 123,5 mln

Het bedrag vermeld voor 2001 bestaat voornamelijk uit voorschotten in het kader van:

Werkgelegenheidsimpuls€ 5,5 mln
Leefbaarheid/ Soc. integratie€ 1,1 mln
Totaal€ 6,6 mln

Het bedrag vermeld voor 2002 bestaat voornamelijk uit voorschotten in het kader van:

Werkgelegenheidsimpuls€  7,6 mln
Leefbaarheid/Soc. integratie€ 118,0 mln
Oorlogsgravenstichting€  2,2 mln
Totaal€ 127,8 mln

Het bedrag vermeld voor 2003 bestaat voornamelijk uit voorschotten in het kader van:

Burgerparticipatie€  13,6 mln
Leefbaarheid/Soc. integratie€ 121,2 mln
Politieke Partijen€  7,7 mln
Rietkerk€  14,3 mln
Werkgelegenheidsimpuls€  6,4 mln
Totaal€ 163,2 mln

De gedane voorschotbetalingen worden na ontvangst van accountantsverklaringen afgewikkeld.

Directoraat-generaal Management Openbare Dienst

Het bedrag vermeld voor 1999 bestaat voornamelijk uit voorschotten in het kader van:

ZVR€ 7,3 mln
Totaal€ 7,3 mln

Het bedrag vermeld voor 2000 bestaat voornamelijk uit voorschotten in het kader van:

CAOP€  4,4 mln
APPA€  2,9 mln
ZVR€  8,4 mln
A&O-fonds€  3,2 mln
Totaal€ 18,9 mln

Het bedrag vermeld voor 2001 bestaat voornamelijk uit voorschotten in het kader van:

ICTU€  3,9 mln
ZVR€ 23,4 mln
CAOP€  4,7 mln
A&O-fonds€  3,2 mln
Totaal€ 35,2 mln

Het bedrag vermeld voor 2002 bestaat voornamelijk uit voorschotten in het kader van:

ICTU€  14,8 mln
Super pilots€  3,1 mln
ZVR€  32,0 mln
APPA€  4,3 mln
A&O-fonds€  3,4 mln
SAIP€  54,9 mln
CAOP€  4,7 mln
Totaal€ 117,2 mln

Het bedrag vermeld voor 2003 bestaat voornamelijk uit voorschotten in het kader van:

ICTU€  24,5 mln
ZVR€  34,5 mln
APPA€  4,2 mln
SAIP€  53,3 mln
A&O-fonds€  3,5 mln
CAOP€  4,7 mln
Totaal€ 124,7 mln

De openstaande voorschotten worden afgerekend als er een goedkeurende accountantsverklaring is ontvangen of wanneer het dossieronderzoek is afgehandeld.

Directoraat-generaal Openbare Orde en Veiligheid

Het bedrag verstrekt tot en met 1999 is grotendeels opgebouwd uit de volgende posten:

Rijksbijdrage aan Politieregio's€  4,5 mln
Subsidies gemeenten in kader van Jeugd en Veiligheid€ 13,2 mln
Project Versterking GHOR (PGHOR)€  5,0 mln
Rijksbijdrage aan Landelijke Recherche Team (LRT)€  3,8 mln
LASER Uitvoering & Uitkering WTS€ 19,1 mln
Totaal€ 45,6 mln

Het bedrag verstrekt in 2000 is grotendeels opgebouwd uit de volgende posten:

LASER Uitvoering & Uitkering WTS€ 18,6 mln
Bommenregeling€ 12,4 mln
Wijkveiligheid diversen gemeenten€  7,1 mln
Rijksbijdrage aan Landelijke Recherche Team (LRT)€  3,8 mln
Totaal€ 41,9 mln

Het bedrag verstrekt in 2001 is grotendeels opgebouwd uit de volgende posten:

Rijksbijdrage aan Politieregio's€ 21,6 mln
Subsidie aan gemeenten i.h.k.v. project Jeugd en Veiligheid€  6,8 mln
Rijksbijdrage aan Landelijke Recherche Team (LRT)€  4,7 mln
Rijksbijdrage aan ABP uitvoering FPU/FLO-regeling€ 12,6 mln
Bommenregeling€ 14,8 mln
Totaal€ 60,5 mln

Het bedrag verstrekt in 2002 is grotendeels opgebouwd uit de volgende posten:

Rijksbijdrage aan Politieregio's€  42,6 mln
Rijksbijdrage aan het LSOP€  10,8 mln
Bommenregeling€  40,8 mln
Rijksbijdrage aan ABP uitvoering FPU/FLO-regeling€  16,6 mln
Prognose C2000 eerste en tweede kwartaal€  19,6 mln
Budget C2000 derde en vierde kwartaal€  37,4 mln
Budget GMS 2002€  24,2 mln
Enschede CFA II€  11,8 mln
Donatie Volendam€  26,1 mln
Totaal€ 229,9 mln

Het bedrag verstrekt in 2003 is grotendeels opgebouwd uit de volgende posten:

Rijksbijdrage aan Politieregio's€ 3 000,0 mln
Rijksbijdrage aan het LSOP€   100,3 mln
Bommenregeling€    28,8 mln
ITO Tetraned€   127,2 mln
ITO C2000€    70,6 mln
Totaal€ 3 326,9 mln

De gedane voorschotbetalingen worden na ontvangst van accountantsverklaringen afgewikkeld.

Ad 11. Openstaande garantieverplichtingenAd 11a. Tegenrekening openstaande garantieverplichtingen

Het bedrag van € 2 480 178 aan garanties is als volgt opgebouwd:

Garanties per 1 januari 2003€ 2 765 606
Verleende garanties in 2003€        0 + 
 € 2 765 606
Vervallen garanties in 2003€   285 428 –/–
Totaal openstaande garanties per 31 december 2003€ 2 480 178

De garanties betreffen:

– hypotheekgaranties

Bij beschikking van 23 augustus 1974, nr. AB74/U1271, van de Minister van Binnenlandse Zaken, is de mogelijkheid geschapen om onder bepaalde voorwaarden een hypotheekgarantie te verlenen voor tijdige betaling van rente en aflossing op een hypothecaire geldlening, die in verband met de aankoop van een woning is afgesloten. Per 31 december 2003 was de stand € 2,48 mln.

Ad 12. Openstaande verplichtingenAd 12a. Tegenrekening openstaande verplichtingen

Het bedrag van € 4 107 790 964 aan openstaande verplichtingen is als volgt opgebouwd:

Verplichtingen per 1 januari 2003 € 3 891 803 460
Aangegane verplichtingen in 2003 € 5 328 155 765 +
  € 9 219 959 225
Tot betaling gekomen in 2003€ 4 942 266 453 
Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren€   169 901 808 
  € 5 112 168 261 –/–
Totaal openstaande verplichtingen per 31 december 2003 € 4 107 790 964

Ad 13. DeelnemingenAd 13a. Tegenrekening deelnemingen

Op 4 december 2001 heeft de Ministerraad ingestemd met de Nota deelnemingenbeleid Rijksoverheid (kamerstukken II, 2001/2002, 28 165, nrs. 1–2). De nota beschrijft het aandeelhouderschap van de Staat in het licht van beleidsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen en heeft tot doel te komen tot een algemeen kader voor de aandeelhoudersrol van de Staat. Derhalve is besloten de aandeelhoudersrol van de Staat, voorzover dat redelijkerwijs mogelijk is, te concentreren op het ministerie van Financïen. Als gevolg van deze nota is per 15 juli 2002 de deelnemingen in PinkRoccade NV en NV SDU overgedragen aan het ministerie van Financïen.

12. BIJLAGE 1: VERDIEPINGSBIJLAGE

Totaal begroting

Budgettaire geschiedenis (in € 1 000)
Totaal begrotingVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerp-begroting 2003 (kmst. II, 2002/2003, 28 600 hoofdstuk VII, nr. 1)4 685 2964 917 380207 472
Nota van wijziging (kmst. II, 2002/2003, 28 600 VII, nr. 12)– 3 000– 3 0000
Nota van wijziging (kmst. II, 2002/2003, 28 600 VII, nr. 13)– 164 994– 164 994– 1 588
Nota van wijziging (kmst. II, 2002/2003, 28 600 VII, nr. 14)20 00020 0000
Amendement (kmst. II, 2002/2003, 28 600 VII, nr. 20)000
Amendement (kmst. II, 2002/2003, 28 600 VII, nr. 36)– 20 000– 20 0000
1. Vastgestelde begroting (Stb. 2003, 131)4 517 3024 749 386205 884
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2002/2003, 28 955, nr. 1)317 250318 750– 1 976
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2003, 442)317 250318 750– 1 976
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2003/2004, 29 347, nr. 1)– 123 727– 113 69314 128
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2004, 115)– 123 727– 113 69314 128
    
Mutaties slotwet   
Ontwerp-slotwet617 336– 12 17063 979
4. Vast te stellen mutatie slotwet617 336– 12 17063 979
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2003 (1+2+3+4)5 328 1614 942 273282 015

Beleidsartikel 1: Grondwet en democratie

Budgettaire geschiedenis (in € 1 000)
1: Grondwet en democratieVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerp-begroting 2003 (kmst. II, 2002/2003, 28 600 hoofdstuk VII, nr. 1)5 4285 42870
1. Vastgestelde begroting (Stb. 2003, 131)5 4285 42870
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2002/2003, 28 955, nr. 1)7502 250 
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2003, 442)7502 250 
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2003/2004, 29 347, nr. 1)– 1 346– 1 346 
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2004, 115)– 1 346– 1 346 
    
Mutaties slotwet   
Ontwerp-slotwet633– 2130
4. Vast te stellen mutatie slotwet633– 2130
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2003 (1+2+3+4)5 4656 11970

Beleidsartikel 2: Politie

Budgettaire geschiedenis (in € 1 000)
2: PolitieVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerp-begroting 2003 (kmst. II, 2002/2003, 28 600 hoofdstuk VII, nr. 1)3 640 3133 681 768172 250
Nota van wijziging (kmst. II, 2002/2003, 28 600 VII, nr. 12)– 3 000– 3 000 
Nota van wijziging (kmst. II, 2002/2003, 28 600 VII, nr. 14)20 00020 000 
1. Vastgestelde begroting (Stb. 2003, 131)3 657 3133 698 768172 250
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2002/2003, 28 955, nr. 1)29 29729 297– 3 582
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2003, 442)29 29729 297– 3 582
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2003/2004, 29 347, nr. 1)145 108145 108126
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2004, 115)145 108145 108126
    
Mutaties slotwet   
Ontwerp-slotwet551 31713 45948 051
4. Vast te stellen mutatie slotwet551 31713 45948 051
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2003 (1+2+3+4)4 383 0353 886 632216 845

Beleidsartikel 3: Rampenbeheersing en brandweer

Budgettaire geschiedenis (in € 1 000)
3: Rampenbeheersing en brandweerVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerp-begroting 2003 (kmst. II, 2002/2003, 28 600 hoofdstuk VII, nr. 1)137 780138 43540
1. Vastgestelde begroting (Stb. 2003, 131)137 780138 43540
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2002/2003, 28 955, nr. 1)23 93623 936 
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2003, 442)23 93623 936 
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2003/2004, 29 347, nr. 1)1 6371 637210
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2004, 115)1 6371 637210
    
Mutaties slotwet   
Ontwerp-slotwet– 20 794– 17 658551
4. Vast te stellen mutatie slotwet– 20 794– 17 658551
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2003 (1+2+3+4)142 559146 350801

Beleidsartikel 4: Partners in veiligheid

Budgettaire geschiedenis (in € 1 000)
4: Partners in veiligheidVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerp-begroting 2003 (kmst. II, 2002/2003, 28 600 hoofdstuk VII, nr. 1)179 810268 296 
Amendement (kmst. II, 2002/2003, 28 600 VII, nr. 36)– 20 000– 20 000 
1. Vastgestelde begroting (Stb. 2003, 131)159 810248 296 
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2002/2003, 28 955, nr. 1)38 22938 229 
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2003, 442)38 22938 229 
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2003/2004, 29 347, nr. 1)– 43 581– 40 534 
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2004, 115)– 43 581– 40 534 
    
Mutaties slotwet   
Ontwerp-slotwet93 92910 6835 081
4. Vast te stellen mutatie slotwet93 92910 6835 081
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2003 (1+2+3+4)248 387256 6745 081

Beleidsartikel 5: Nationale veiligheid

Budgettaire geschiedenis (in € 1 000)
5: Nationale VeiligheidVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerp-begroting 2003 (kmst. II, 2002/2003, 28 600 hoofdstuk VII, nr. 1)71 00471 00491
1. Vastgestelde begroting (Stb. 2003, 131)71 00471 00491
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2002/2003, 28 955, nr. 1)3 7573 757661
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2003, 442)3 7573 757661
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2003/2004, 29 347, nr. 1)3 1633 163277
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2004, 115)3 1633 163277
    
Mutaties slotwet   
Ontwerp-slotwet– 1 0951 295– 212
4. Vast te stellen mutatie slotwet– 1 0951 295– 212
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2003 (1+2+3+4)76 82979 219817

Beleidsartikel 6: Functioneren Openbaar Bestuur

Budgettaire geschiedenis (in € 1 000)
6: Functioneren Openbaar BestuurVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerp-begroting 2003 (kmst. II, 2002/2003, 28 600 hoofdstuk VII, nr. 1)38 84738 847172
1. Vastgestelde begroting (Stb. 2003, 131)38 84738 847172
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2002/2003, 28 955, nr. 1)– 318– 318 
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2003, 442)– 318– 318 
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2003/2004, 29 347, nr. 1)– 6 867– 7 759545
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2004, 115)– 6 867– 7 759545
    
Mutaties slotwet   
Ontwerp-slotwet– 2 430– 3 41673
4. Vast te stellen mutatie slotwet– 2 430– 3 41673
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2003 (1+2+3+4)29 23227 354790

Beleidsartikel 7: informatiebeleid Openbare Sector

Budgettaire geschiedenis (in € 1 000)
7: Informatiebeleid Openbare SectorVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerp-begroting 2003 (kmst. II, 2002/2003, 28 600 hoofdstuk VII, nr. 1)61 23461 23431 198
1. Vastgestelde begroting (Stb. 2003, 131)61 23461 23431 198
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2002/2003, 28 955, nr. 1)8 9688 968– 2 198
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2003, 442)8 9688 968– 2 198
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2003/2004, 29 347, nr. 1)46 9746 4446 232
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2004, 115)46 9746 4446 232
    
Mutaties slotwet   
Ontwerp-slotwet3 6078 3957 112
4. Vast te stellen mutatie slotwet3 6078 3957 112
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2003 (1+2+3+4)120 78385 04142 344

Beleidsartikel 8: Integratie Minderheden

Budgettaire geschiedenis (in € 1 000)
8: Integratie MinderhedenVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerp-begroting 2003 (kmst. II, 2002/2003, 28 600 hoofdstuk VII, nr. 1)163 815163 8151 588
Nota van wijziging (kmst. II, 2002/2003, 28 600 VII, nr. 13)– 163 815– 163 815– 1 588
1. Vastgestelde begroting (Stb. 2003, 131)000
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2002/2003, 28 955, nr. 1)1 6001 600 
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2003, 442)1 6001 600 
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2003/2004, 29 347, nr. 1)– 1 600– 1 600 
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2004, 115)– 1 600– 1 600 
    
Mutaties slotwet   
Ontwerp-slotwet000
4. Vast te stellen mutatie slotwet000
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2003 (1+2+3+4)000

Beleidsartikel 9: Grotestedenbeleid

Budgettaire geschiedenis (in € 1 000)
9: GrotestedenbeleidVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerp-begroting 2003 (kmst. II, 2002/2003, 28 600 hoofdstuk VII, nr. 1)68 758147 7160
Amendement (kmst. II, 2002/2003, 28 600 VII, nr. 20)5 0005 000 
1. Vastgestelde begroting (Stb. 2003, 131)73 758152 7160
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2002/2003, 28 955, nr. 1)10 51310 513 
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2003, 442)10 51310 513 
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2003/2004, 29 347, nr. 1)– 50 6693 575 
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2004, 115)– 50 6693 575 
    
Mutaties slotwet   
Ontwerp-slotwet13 6954 77146
4. Vast te stellen mutatie slotwet13 6954 77146
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2003 (1+2+3+4)47 297171 57546

Beleidsartikel 10: Arbeidszaken overheid

Budgettaire geschiedenis (in € 1 000)
10: Arbeidszaken overheidVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerp-begroting 2003 (kmst. II, 2002/2003, 28 600 hoofdstuk VII, nr. 1)29 78229 78229
1. Vastgestelde begroting (Stb. 2003, 131)29 78229 78229
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2002/2003, 28 955, nr. 1)2 1242 124 
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2003, 442)2 1242 124 
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2003/2004, 29 347, nr. 1)– 577– 577 
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2004, 115)– 577– 577 
    
Mutaties slotwet   
Ontwerp-slotwet– 3 943– 6 106373
4. Vast te stellen mutatie slotwet– 3 943– 6 106373
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2003 (1+2+3+4)27 38625 223402

Beleidsartikel 11: Kwaliteit Rijksdienst

Budgettaire geschiedenis (in € 1 000)
11. Kwaliteit RijksdienstVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerp-begroting 2003 (kmst. II, 2002/2003, 28 600 hoofdstuk VII, nr. 1)141 276141 276461
Amendement (kmst. II, 2002/2003, 28 600 VII, nr. 20)– 5 000– 5 000 
1. Vastgestelde begroting (Stb. 2003, 131)136 276136 276461
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2002/2003, 28 955, nr. 1)11 41311 413343
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2003, 442)11 41311 413343
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2003/2004, 29 347, nr. 1)– 51 972– 51 972221
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2004, 115)– 51 972– 51 972221
    
Mutaties slotwet   
Ontwerp-slotwet– 17 640– 19 491247
4. Vast te stellen mutatie slotwet– 17 640– 19 491247
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2003 (1+2+3+4)78 07776 2261 272

Niet-beleidsartikel 12: Algemeen

Budgettaire geschiedenis (in € 1 000)
12: AlgemeenVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerp-begroting 2003 (kmst. II, 2002/2003, 28 600 hoofdstuk VII, nr. 1)143 734166 2641 573
Nota van wijziging (kmst. II, 2002/2003, 28 600 VII, nr. 13)– 1 343– 1 343 
1. Vastgestelde begroting (Stb. 2003, 131)142 391164 9211 573
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2002/2003, 28 955, nr. 1)2 5772 5772 800
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2003, 442)2 5772 5772 800
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2003/2004, 29 347, nr. 1)16 37710 5426 517
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2004, 115)16 37710 5426 517
    
Mutaties slotwet   
Ontwerp-slotwet– 1 357– 3 2752 657
4. Vast te stellen mutatie slotwet– 1 357– 3 2752 657
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2003 (1+2+3+4)159 988174 76513 547

Niet-beleidsartikel 13: Nominaal en onvoorzien

Budgettaire geschiedenis (in € 1 000)
13: Nominaal en onvoorzienVerplichtingenKasuitgaven 
Ontwerp-begroting 2003 (kmst. II, 2002/2003, 28 600 hoofdstuk VII, nr. 1)– 2 454– 2 454 
Nota van wijziging (kmst. II, 2002/2003, 28 600 VII, nr. 13)164164 
1. Vastgestelde begroting (Stb. 2003, 131)– 2 290– 2 290 
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2002/2003, 28 955, nr. 1)182 694182 694 
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2003, 442)182 694182 694 
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2003/2004, 29 347, nr. 1)– 180 434– 180 434 
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2004, 115)– 180 434– 180 434 
    
Mutaties slotwet   
Ontwerp-slotwet3030 
4. Vast te stellen mutatie slotwet3030 
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2003 (1+2+3+4)00 

Beleidsartikel 14: Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheid

Budgettaire geschiedenis (in € 1 000)
14: Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheidVerplichtingenKasuitgaven 
Ontwerp-begroting 2003 (kmst. II, 2002/2003, 28 600 hoofdstuk VII, nr. 1)5 9695 969 
1. Vastgestelde begroting (Stb. 2003, 131)5 9695 969 
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2002/2003, 28 955, nr. 1)1 7101 710 
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2003, 442)1 7101 710 
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kmst. II, 2003/2004, 29 347, nr. 1)6060 
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2004, 115)6060 
    
Mutaties slotwet   
Ontwerp-slotwet1 384– 644 
4. Vast te stellen mutatie slotwet1 384– 644 
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2003 (1+2+3+4)9 1237 095 

13. BIJLAGE 2: AANBEVELINGEN ALGEMENE REKENKAMER

In het rechtmatigheidonderzoek naar aanleiding van de financiële verantwoording over het jaar 2001 heeft de Algemene Rekenkamer een aantal punten aangehaald (de zgn. action audit list) waarop BZK in de verantwoording 2003 terugkomt. Het onderstaande overzicht geeft daarvan een overzicht.

AandachtspuntenJaarOnderdeelOntwikkelingen/Toezeggingen
Bedrijfsvoering KLPD en ITO   
Bij beide zijn er tekortkomingen bij de uitvoering van de verbeterplannen (2002). Wijze van invlechting van ITO met ISC nog onvoldoende helder. Tekortkomingen in de financiering ITO en BZK.2002DGOOV 
    
Informatiebeveiliging   
Onvoldoende prioriteit bij invoering baseline informatiebeveiliging. Onvoldoende prioriteit bij invoering WBP.2001/2002CS/IEen nieuwe versie van de interne Baseline Informatiebeveiliging heeft als gevolg van de reorganisatie Leeuwensprong vertraging opgelopen. Dit geldt ook voor het op te nemen nieuwe beleidsdocument informatiebeveiliging. Het verder uitwerken van de planning & control op het gebied van informatiebeveiliging volgt de departementsbrede ontwikkeling van de controlfunctie. Inmiddels is een intern overleg van beveiligingscontactpersonen geactiveerd om de naleving van de informatiebeveiligingsprocessen te verbeteren.
    
Contractbeheer   
Niet voldoen aan de Regeling contractbeheer 1996. Coördinerend directeur inkopen aangesteld. Aanzetten gemaakt voor verbetering inkoopfunctie.2002CS/FAZIn 2003 is een Inkoopverbeterplan opgesteld, waarin verbeteracties voor contractbeheer zijn opgenomen. De DG's hebben contractregisters. In 2004 zal één contractendatabase voor BZK worden ingevoerd en zal voortgegaan worden met verbeteringen.
    
Bedrijfsvoering   
Juiste toepassing AO onvoldoende prioriteit. Daardoor tekortkomingen in naleven EU-aanbestedingsregels, registratie van contracten en verplichtingen.2000CS/FEZIn de managementrapportages is door managers in 2003 aandacht besteed aan de naleving van de AO. Geen majeure tekortkomingen in naleving van EU-aanbestedingsregels zijn meer geconstateerd. In 2004 zal een groot deel van de administratieve functies zoals de registratie van verplichtingen worden geconcentreerd in een gemeenschappelijke dienst.
Tekortkomingen in het toezicht. Toezicht is opgenomen in nota's toezicht als onderdeel van de mededeling over de bedrijfsvoering. Er moeten nog wel toezichtarrangementen worden opgesteld voor ZBO's en RWT's. Daarnaast zijn er onduidelijkheden in het toezicht op specifieke uitkeringen en subsidies.2002CS/FEZOp basis van de vastgestelde visie heeft een inventarisatie plaats gevonden naar de externe organisaties die taken voor BZK uitvoeren die onder de ministeriële verantwoordelijkheid vallen.Per toezichtgebied is vervolgens de ministeriële verantwoordelijkheid/bevoegdheid in beeld gebracht, waarbij getoetst wordt of deze ook de juiste/gewenst zijn. De toetsing houdt ook in dat er beoordeeld wordt of er voldoende sturings- en interventiemogelijkheden zijn of dat er aanpassingen in wetregelgeving noodzakelijk zijn.Per toezichtgebied is vervolgens de checklist Toezicht (behorend bij de Kaderstellende Visie op Toezicht) ingevuld. Hiermee wordt transparant waar in de toezichtarrangementen aanvullende maatregelen genomen moeten worden. Belangrijk vraagstuk daarbij is de positionering van de toezichtfuncties.Het jaar 2004 zal gebruikt worden om de bestaande toezichtarrangementen te confirmeren aan de Kaderstellende Visie op Toezicht en de huidige BZK-visie op Toezicht aan te scherpen.
Materieelbeheer niet overal voldoende. Inventarisaties achterwege gebleven. Bij LCZ sturingsprobleem.2002CS/FAZ DGOOV/LCZIn 2003 is tot een centraal systeem van activaregistratie overgegaan. Voor elke directie is daarbij een activabeheerder benoemd die de gegevens in het centrale systeem zal beheren. Bij de ingebruikname van het systeem is een duidelijke keuze gemaakt welke activa vanuit risico-overwegingen geregistreerd dienen te worden binnen BZK en op welke manier deze activa beheerd dienen te worden. Uitgangspunt bij de herziene aanpak van het materieel beheer is de interdepartementale Baseline financieel en materieel beheer .Tevens is het materieel beheer van het Logistiek Centrum Zoetermeer (LCZ) voor BZK een aandachtspunt geweest. Inmiddels is een verbeterplan opgesteld dat nu door LCZ in samenwerking met het departement wordt uitgevoerd. Aandachtspunten in dit verbeterplan zijn:– de inventarisaties van de voorraden bij het LCZ zelf (in 2003 zijn alle voorraden geïnventariseerd);– de noodzakelijke aanpassingen in verband met de toegangsbeveiligingen tot de magazijnen;– uitwerking van het toezicht op het materieel bij de regio's;– uitwerking van de sturingsrelaties tussen DGOOV en het LCZ (actie wordt meegenomen bij de agentschapsvorming).In verband met het integreren van het LCZ in de per 1 januari 2006 op te richten Landelijke Faciliteit voor de Rampenbestrijding (agentschap) is het op orde zijn van het materieel beheer binnen het LCZ van cruciaal belang.

14. BIJLAGE 3: DE OVERZICHTSCONSTRUCTIE EXTRA-COMPTABEL OVERZICHT GROTESTEDENBELEID*

* Een belangrijk deel van de in dit overzicht opgenomen gegevens is ontleend aan informatie verkregen van andere ministeries. De opgenomen gegevens, met uitzondering van die van BZK, zijn derhalve niet onderworpen geweest aan een accountantscontrole door BZK.

Categorie A steden zijn geadresseerden
    20022003Toelichting
Totaal GSB-breedtotaal beleidsterrein3 297 9813 481 964 
(excl. EU)totaal G251 813 7172 077 731 
       
I Totaal pijler Werk en Economietotaal beleidsterrein1 648 2301 619 098 
   totaal G251 003 5901 053 627 
       
II Totaal pijler Fysieke Infrastructuurtotaal beleidsterrein421 443656 605 
   totaal G2596 337264 841 
       
III Totaal pijler Sociale Infrastructuurtotaal beleidsterrein1 228 3081 206 261 
   totaal G25713 790759 263 
       
IV Totaal pijler EUtotaal beleidsterrein292 806298 027 
   totaal G2534 11034 190 
       
I Pijler Werk en Economietotaal beleidsterrein1 648 2301 619 098 
   G251 003 5901 053 627 
SZWart. 3 3Instroom- en totaal beleidsterrein968 044938 603Met ingang van 1 januari 2004
  doorstroombanen (bruto bedragen)G25681 815641 575wordt dit onderdeel vervangen door / opgenomen in het flexibel reïntegratiebudget FWI. Weergegeven zijn de aan gemeenten beschikbaar gestelde budgetten in 2003.
SZWart. 2Sluitende aanpaktotaal beleidsterrein  Het budget sluitende aanpak
  (incl. inverdieneffecten)G25  wordt dit onderdeel vervangen door / opgenomen in het flexibel reïntegratiebudget FWI. Weergegeven zijn de aan gemeenten beschikbaar gestelde budgetten in 2003.Met ingang van 1 januari 2004 gaat dit vervolgens weer op in het flexibel reintegratiebudget
SZWart. 2Gemeentelijk totaal beleidsterrein665 000666 000Met ingang van 1 januari 2004
  Werkfonds/WIWG25307 134397 557wordt dit onderdeel vervangen door / opgenomen in het flexibel reïntegratiebudget FWI. Het betreft hier de in 2003 aan gemeenten beschikbaar gestelde budgetten.
SZWart. 2Fonds Werk en Inkomen: Flexibel reïntegratiebudgettotaal beleidsterreinG25  Flexibel reïntegratiebudget gaat in 2004 van start. De verdeling is nog niet bekend. Er zal voor de verdeling gebruik gemaakt worden van een objectiefverdeelmodel.
EZart. 3.10Stadseconomie, niet-totaal beleidsterrein31 43836 583Het totale beleidsterrein bevat
  fysieke deelG2514 64114 495de budgetten voor de stadseconomie, fysiek èn niet-fysiek.Omdat in GSB III (2005–2009) de relatie van fysieke stadseconomie met VROM wordt losgelaten wordt de raming voor deze periode hier op het niet-fysieke deel weergegeven.
II Pijler Fysieke Infrastructuurtotaal beleidsterrein421 443656 605 
   G2596 337264 841 
       
VenWart. 2Haven interne projectentotaal beleidsterrein15 85211 818In 2001 geen uitgave recht-
   G254 674264streeks aan steden. In eerdere ECO's werd deze regeling Zeehavenontwikkeling genoemd en zat hij in de pijler Werk en Economie.
VROMp.m.Budget investeringen totaal beleidsterrein47 00010 670 
  ruimtelijke kwaliteit (BIRK)G25 
VROMart. 06.14.02Nieuwe Sleutel-totaal beleidsterrein In 2003 hebben er geen beta-
  projectenG25 lingen uit hoofde van de NSP plaatsgevonden.
VROMart. 04.10.58Investeringen Stede-totaal beleidsterrein123 506383 819Genoemde bedragen zijn
  lijke vernieuwing (ISV)G2547 287225 726inclusief de bijdrage van LNV en EZ aan ISV 1 en inclusief de specifiekemiddelen voor het Noorden des Lands (de zgn. commissie Langman middelen).In 2005 begint de nieuwe convenantsperiode en ISV II
 EZ, art. 3.10Stadseconomie, fysiekTotaal beleidsterrein31 43836 583Het gaat hier (tot 2005) om de
   G2516 25222 088bijdrage van EZ aan VROM. De middelen worden door VROM middels het ISV aan de steden betaald.
 LNV, art. 1Groen in de stadtotaal beleidsterrein7504 205Het betreft hier de bijdrage van LNV aan VROM voor Groen in de Stad.
   G256 4133 101Eenzelfde deel wordt door VROM bijgelegd
VROMart. 4Stimulering herstruc-totaal beleidsterrein16 431 Deze regeling is opgegaan in
  turering woningvoorraadG2513 235 het ISV.
VROMart. 4Stadsvernieuwingtotaal beleidsterrein  Deze regeling is opgegaan in
   G25  het ISV
VROMart. 04.10.59Innovatiebudget totaal beleidsterrein30 47761 834Het betreft hier een projecten
 en 05.13.04Stedelijke Vernieuwing (IPSV)G25  regeling. Voor de grote IPSV projecten geldt vanaf 2003 dat deze alleen door de G30 kunnen worden aangevraagd.
VROMart. 07.18.04Subsidies bodem-totaal beleidsterrein133 463140 634De voormalige regeling
  sanering WBBG2524 39122 951Bodembescherming is opgegaan in de wet Bodembescherming. Het onderdeel «stedelijk» (Vinex) van de oude regeling Bodemsanering is opgegaan in ISV.De bodemsanering in stedelijk gebied is hierin niet opgenomen de middelen voor dit deel zijn ondergebracht in het ISV.
OCWart. 14.04Besluit Rijkssubsi-totaal beleidsterrein54 71447 830 
  diëring Restauratie MonumentenG256 75015 900 
       
III Pijler Sociale Infrastructuurtotaal beleidsterrein1 228 3081 206 261 
   G25713 790759 263 
BZKart. 9.3Bijdrageregeling totaal beleidsterrein195 225197 209 
  Sociale integratie en veiligheid G25G25110 901145 307 
 bzkLeefbaarheidsfondstotaal beleidsterrein14 52122 364 
   G2513 38720 690 
 bzkInburgering oudko-totaal beleidsterrein102 92894 882Bedragen genoemd bij «totaal
  mersG2524 79325 413beleidsterrein» betreffen het totaal van het beschikbaar budget voor oudkomers, dus deel in Regeling Sociale integratie en veiligheid (BZK) én aanvullende regeling Oudkomers 5 gemeenten.
 bzk24-uursstructuurtotaal beleidsterrein7 2157 215 
   G257 2157 215 
 bzkVeiligheidsbeleid: Vantotaal beleidsterrein35 16835 168 
  Montfransgelden (projectenjeugd en veiligheid)G2531 85631 856 
 ocwTegengaan voortijdigtotaal beleidsterrein21 78021 780 
  schoolverlaten in vo en mboG2521 78021 780 
 bzkOnze Buurt Aan Zettotaal beleidsterrein13 61313 613 
  (OBAZ)G2511 87011 870 
 bzkExtra bijdrage 2001totaal beleidsterrein   
   G25   
 bzkRietkerk-middelentotaal beleidsterrein 5 000 
   G25 4 691 
 bzkID-banentotaal beleidsterrein 10 000 
   G25 9 006 
 bzkImpuls Burger-totaal beleidsterrein 13 600 
  paticipatieG25 12 786 
OCenWart. 4.3. Reservering Tegen-totaal beleidsterrein   
  gaan voortijdig schoolverlaten in vo en boG25   
Jusart. 6.4.5Regelingen Oudko-totaal beleidsterrein102 92894 882Deze regeling is op 1 januari
  mers54 gemeentenG2524 24524 2452003 overgegaan naar Justitie. Realisatie '02 behoort dus toe aan BZK. De bedragen bij «totaal beleidsterrein» zijn een optelling van het totaal beschikbaar budget voor oudkomers (dus incl. gedeelte sociale integratie en veiligheid, BZK)
BZKart. 9.3Digitale trapveldentotaal beleidsterrein  Het budget is uitgekeerd in
   G25  2000
BZKart. 9.3Digitale broed-totaal beleidsterrein  Het budget is uitgekeerd in
  plaatsenG25  2001
VWSart. 8.1Sociaal beleid: «Heel totaal beleidsterrein  De regeling liep tot en met
  de buurt»G25  2001
       
SZWart. 2Kinderopvang en totaal beleidsterrein68 70068 900Het betreft hier de aan
  naschoolse activiteitenG2538 26938 363gemeenten beschikbaar gestelde budgetten in 2003.Als gevolg van het strategisch akkoord van het kabinet Bakenende I is Kinderopvang met ingang van medio 2002 overgeheveld van VWS naar SZW.
SZWart. 11Kinderopvang en totaal beleidsterrein152 691147 271SZW draagt voortaan zowel
  naschoolse activiteitenG2546 72945 901de financiële als beleidsmatige verantwoordelijkheid voor kinderopvang.Het budget voor Tieneropvang, dat tot die datum onderdeel uitmaakte van het budget voor Kinderopvang van VWS blijft op de begroting van VWS staan.Vanaf 2005 bestaat de WBK en is er geen specifieke uitkering voor gemeenten meer. De WBK zal worden uitgevoerd door de Belastingdienst. Besluitvorming daarover moet nog plaatsvinden.
       
VWSart 7.1Tieneropvang (voor-totaal beleidsterrein3 3152 120De regeling loopt tot en met
  heen Kinderopvang)G251 0336752003
VWSart. 9.1Breedtesporttotaal beleidsterrein13 39216 905De regeling loopt af. Wanneer
   G253 9682 975steden eenmaal een aanvraag hebben gedaan, kan niet weer een beroep gedaan worden op deze regeling. Vandaar de afname van het budget voor de GSB steden.Het grootste deel van de steden heeft tussen 1999–2003 gebruikt gemaakt van deze regeling.
OCWart. 1.1GOAtotaal beleidsterrein222 964188 881Vanaf 1-8-2002 is sprake van
   G25128 091137 382één nieuw GOA-budget: de «oude» middelen voor GOA zijn samengevoegd met de middelen voor onderwijskansen en VVE.
  Gemeentelijketotaal beleidsterrein132 118  
  onderwijsachterstandenbeleidG2586 884  
  Vroeg- en voor-totaal beleidsterrein59 429  
  schoolse educatie (VVE)G2528 446  
  Onderwijskansen,totaal beleidsterrein31 417  
  voorsoolse opvangG2512 761  
OCWart. 1.1Onderwijs in alloch-totaal beleidsterrein69 21472 775In augustus 2004 komt OALT
  tone levende talen (OALT)G2547 84250 648tone levende talen (OALT)
OCWart 1.1Schoolbegeleidings-diensten (SBD's)totaal beleidsterrein57 21159 383Vanaf 2005 wordt deze rege
  tone levende talen (OALT)G2515 15615 743ling gedecentraliseerd. De middelen worden dan dus direct aan de scholen/instellingen overgemaakt.
JUSart. 6.4.5CRIEM    
  Antillianentotaal beleidsterrein2 7232 723 
   G252 2712 271 
  Preventiebeleidtotaal beleidsterrein10 8097 481 
   G254 991 
OCWart. 4Inburgering nieuwkomerstotaal beleidsterrein117 032 De WIN is bij 1e suppl. begroting 2003 overgegaan naar
  (educatieve component)G2561 843 VenI.
VWSart. 8.1Inburgering nieuwkomerstotaal beleidsterrein63 159 De WIN is bij 1e suppl. begroting 2003 overgegaan naar
  (welzijnscomponent)G2535 205 VenI.
       
JUSart. 6.4.5Wet inburgering totaal beleidsterrein 182 884 
  nieuwkomersG25 96 587 
VWSart. 3.1Maatschappelijke totaal beleidsterrein221 126228 308 
  opvang, vrouwenopvang en verslavingszorgG25171 963177 500 
VWSart. 3.1Algemeen maatschap-totaal beleidsterrein12 22412 522De regeling loopt tot en met
  pelijk werkG253 6503 7262003
VWSart. 3.1Experiment Heroïneverstrekkingtotaal beleidsterrein5 4845 663Met het Hoofdlijnenakkoord van Balkenende II is besloten deze regeling te continueren.
   G255 4845 663De regeling loopt in ieder geval door tot en met 2004.
SZWart. 2Subs. alg: stimule-totaal beleidsterrein2 6022 799De bedragen zijn zoals aan de
  ringsprojecten allochtone groepenG251 7121 840gemeenten beschikbaar gesteld, (m.a.w. het zijn nog geen «definitieve» realisatiecijfers want de eindafrekening moet nog plaatsvinden)
BZKart. 9.3Regelingen leefbaarheid, veiligheid,totaal beleidsterrein10 43710 437Het betreft een annuïteitenregeling uit GSB I
  stadseconomieG2510 43710 437 
       
EU-pijler    
  (rechtstreeks naar totaal beleidsterrein292 806298 027 
  steden)G2534 11034 190 
  Doelstelling 2 van de totaal beleidsterrein32 06632 376Op basis van de uitvoering
  StructuurfondsenG2528 97029 250van programma's zullen de bedragen voor de steden worden vastgesteld
  Urban 2totaal beleidsterrein5 1404 940 
   G255 1404 940 
  ESFtotaal beleidsterrein255 600260 711Het betreft de beschikbare
   G25  budgetten. Realisaties zijn nog niet te geven omdat de afrekening pas plaatsvindt in N+2. Verdeling naar G25 niet aan te geven.
Categorie B. budgetten naar regio's
    20022003Toelichting
I Pijler Werk en Economietotaal beleidsterrein5 4458 595 
   G255 4458 595 
OCWart. 5Technocentratotaal beleidsterrein5 4458 595 
   technocentra in G255 4458 595 
       
II Pijler Fysieke Infrastructuurtotaal beleidsterrein2 244 7432 200 192 
   G251 808 7281 649 693 
       
VenWart. 5 en art. 7Bijdrage exploitatie totaal beleidsterrein1 563 1561 615 771 
  openbaar vervoer, veilig pers. vv. en klantgerichte pers. vv marktG251 206 2001 174 222 
VenWIF 01.03.01 enRegionale/lokale totaal beleidsterrein370 338317 902Per 1 januari zal deze regeling
 IF 01.03.02openbaar vervoer, veilig pers. vv. (verkenning en realisatie ) = RWS excl. BTWG25326 067296 000gedecentraliseerd worden. D.w.z. dat op programma alleen voor zeer projecten bijdragen zal worden verstrekt.
VenWIF 01.03.05Regionale/lokaletotaal beleidsterrein170 739115 825 
  infrastructuur gebundelde doeluitkeringG25168 26666 075 
VenWIF 04.02Bodemsanering bij totaal beleidsterrein1 1476 845 
  aanleg overige projectenG251 061 
VenWIF 04.03Intermodaal vervoer totaal beleidsterrein2 458283 
  (terminals en knooppunten)G252 037 
VROMart. 07.18.04Subsidies bodem-totaal beleidsterrein133 463140 634De bodemsanering in stedelijk
  saneringprovincies101 655110 464gebied zijn hierin niet opgenomen; de middelen voor dit deel zijn ondergebracht in het ISV. Van de 22,951 miljoen uitgaven aan de G25 is 17,249 miljoen in het kader van het meerjarenprogramma bodemsanering uitgekeerd
LNVart. 1Kwaliteitsimpuls totaal beleidsterrein3 4422 932 
  Groene Hartlandelijke gebieden3 4422 932 
       
III Pijler Sociale Infrastructuurtotaal beleidsterrein3 669 9643 814 942 
   gebieden met G253 324 3603 349 898 
JUSart.3.1.12Justitie in de buurttotaal beleidsterrein6 8487 207 
   gebieden met G256 8487 207 
JUSart. 3.4.8CRIEM – individuele totaal beleidsterrein7 1756 082 
  trajectbegeleidinggebieden met G257 1756 082 
JUSart. 3.1.12CRIEM – wijkgerichte totaal beleidsterrein1 5571 051 
  preventieve opvoedingsondersteuninggebieden met G251 5571 051 
JUSart. 5.1.2Strafrechtelijke totaal beleidsterrein22 94827 120Regeling wordt uitgevoerd
  Opvang Verslaafden (SOV)gebieden met G2522 84827 120door Agentschap Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Realisatie onder voorbehoud correctieboekingen in verband met definitieve vaststelling Jaarrekening Justitie 2003
       
OCWart. 4.3Tegengaan voortijdig totaal beleidsterrein10 55610 883 
  schoolverlaten in vo & bo (RMC)gebieden met G2510 55610 883 
       
VWSart. 7.1Stelsel Jeugdzorg, totaal beleidsterrein713 032738 735 
  doeluitkering jeugdhulpverleningprovincies713 032738 735 
       
BZK2.2Politietotaal beleidsterrein2 903 9963 021 634Dit zijn de meest recente
   gebieden met G252 562 3442 558 820cijfers waarbij een verdeling naar de korpsen bekend is (decembercirculaire). Het is daarnaast van belang om te onderkennen dat een politieregio met een G25-stad meer (plaatsen) omvat dan deze G25-stad.
       
SZWart. 12Stimuleringsregeling dagindelingtotaal beleidsterrein3 8522 230Verdeling naar gebieden met G25 niet aan te geven.
  (experimenten, projecten)    
Naar boven