nr. 127
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 januari 2005
Met uw brief RU.2004014 d.d. 17 december 2004 vraagt u naar de stand
van zaken van vier moties die de Tweede Kamer bij de plenaire behandeling
van de jaarverslagen over 2003 heeft aangenomen. Met deze brief informeer
ik u over de maatregelen die zijn getroffen en zullen worden getroffen ter
uitvoering van deze vier moties.
Motie Mastwijk c.s. (29 540, nr. 120) inzake derden-informatie
In deze motie wordt de regering opgeroepen met ingang van het verslagjaar
2004 de in de jaarverslagen op te nemen derden-informatie te onderwerpen aan
een risicoanalyse, zodat ten behoeve van een optimale verantwoording inzicht
ontstaat in de betrouwbaarheid van deze informatie.
De regering onderkent het belang van de betrouwbaarheid van derden-informatie
voor zowel de verantwoording als de besluitvorming. Inmiddels is als onderdeel
van de VBTB-evaluatie onderzocht of de huidige wijze van toetsing de betrouwbaarheid
van deze beleidsinformatie garandeert of dat een andere aanpak gehanteerd
moet worden. Het rapport en het regeringsstandpunt dienaangaande is u inmiddels
toegezonden (kamerstuk 29 949, nr. 1). Gezien de samenhang tussen de
motie en de uitkomsten van de VBTB-evaluatie acht de regering het wenselijk
uw verzoek om een risicoanalyse naar de betrouwbaarheid van derden-informatie
in het bredere perspectief van het geheel van maatregelen ter borging van
de betrouwbaarheid van beleidsinformatie te plaatsen.
Zoals bekend wordt beleidsinformatie thans getoetst aan de hand van de
in de Regeling Prestatiegegevens en Evaluatieonderzoek (RPE) geformuleerde
kwaliteitseisen validiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid. Uit de VBTB-evaluatie
is naar voren gekomen dat deze aanpak niet de betrouwbaarheid van beleidsinformatie
garandeert en daarenboven het risico op perverse effecten en ondoelmatigheid
in zich draagt. Een andere wijze van kwaliteitsborging is dus
wenselijk. In het rapport van de VBTB-evaluatie is dit nader uiteengezet.
In het kort wordt de volgende aanpak voorgesteld:
• Van de gepresenteerde beleidsinformatie in begrotingen, nota's
etc. wordt duidelijk de bron aangegeven (b.v. CBS, CPB, Bovag, etc.).
• Over de op te nemen beleidsinformatie en de kwaliteitseisen daarvan
kunnen afspraken met de Kamer worden gemaakt, bijvoorbeeld tijdens de begrotingsbehandeling
of een start Algemeen Overleg. De in de motie Mastwijk c.s. (29 540,
nr. 120) voorgestelde analyse naar de risico's op eventuele tekortkoming in
de kwaliteit van de beleidsinformatie en de consequenties hiervan voor de
besluitvorming en de uitvoering bieden voor dergelijke afspraken een uitstekende
basis. Deze door betrokken minister uit te voeren analyses sluiten tevens
aan op het beleid van de regering ten aanzien van risico's, zoals recentelijk
uiteengezet in haar reactie op het IBO-rapport Regeldruk en Controletoren
(kamerstuk 29 950, nr. 1).
• De Kamer kan in specifieke gevallen vragen om een audit over de
wijze van totstandkoming van beleidsinformatie, waarbij externe deskundigen
worden betrokken om de kwaliteit van de beleidsinformatie te beoordelen.
De regering wil over de voorgestelde aanpak bij de behandeling van de
VBTB-evaluatie graag met de Kamer van gedachten wisselen.
Motie Mastwijk c.s. (29 540, nr. 101) inzake de proef
met het baten-lastensysteem
Met de brief d.d. 7 oktober 2004 (29 540, nr. 124) heb ik de
Kamer medegedeeld dat ik bereid ben om nog deze regeringsperiode te komen
met een plan van aanpak voor de invoering van een baten-lastenstelsel bij
een pilotdepartement. Momenteel wordt binnen mijn departement bekeken op welke
wijze deze proef het best vormgegeven kan worden en zal in overleg met departementen
een pilotdepartement gekozen worden. Dit voorjaar wordt u hierover nader geïnformeerd.
Motie Douma c.s. (29 540, nr. 104) inzake het publieksjaarverslag
De noodzaak van verbeteringen in de toegankelijkheid en beknoptheid van
de verantwoordingen (en begrotingen) komt ondubbelzinnig naar voren uit de
VBTB-evaluatie. In het evaluatierapport staan tevens de nodige aanbevelingen
om dit te realiseren. De regering onderschrijft deze aanbevelingen op hoofdlijnen
en heeft de uitvoering reeds ter hand genomen, zoals blijkt uit de Rijksbegrotings-voorschriften
(RBV) 2005 en mijn brief d.d. 21 december 2004 (kamerstuk 29 949,
nr. 1).
Met de RBV 2005 zullen bij de eerstkomende verantwoording (over 2004)
en begroting (over 2006) aanzienlijke verbeteringen bereikt worden in de toegankelijkheid
en beknoptheid, alsmede in het beleidsmatige karakter van deze stukken. Door
deze aanpak aan de bron wordt op praktische en doelmatige wijze bewerkstelligd
dat het publiek eenvoudig kennis kan nemen van de beleidsprestaties van het
rijk in het afgelopen jaar. De regering stelt daarom voor af te zien van het
introduceren van een apart publieksjaarverslag en eerst mede aan de hand van
de als bijlage met de VBTB-evaluatie meegestuurde voorbeeldbegrotingen over
de voorgestelde maatregelen van gedachten te wisselen.
Motie Blok c.s. (29 540, nr. 106) inzake de beleidsprioriteiten
en het Rijksjaarverslag
De strekking van de motie Blok is verwerkt in de RBV 2005. Met de RBV
wordt voorgesteld de jaarverslagen te beginnen met een beleidsverslag waarin
vooral de beleidsontwikkelingen in het verslagjaar worden geanalyseerd in
het licht van de lange termijndoelstellingen, zoals opgenomen in de beleidsagenda.
Dit resulteert in inhoudsvoller jaarverslagen. De jaarverslagen geven een
terugblik op de opmerkelijke verschillen en de belangrijkste beleidsresultaten.
In het Financieel Jaarverslag van het Rijk zal, als spiegelbeeld van hoofdstuk
3 van de Miljoenennota 2004, worden ingegaan op de realisatie van de prioriteiten
van de regering. Wat betreft de naam van onderhavig verantwoordingsdocument
stelt de regering voor deze omwille van de herkenbaarheid niet te veranderen
in Rijksjaarverslag en dus de naam Financieel Jaarverslag van het Rijk te
handhaven.
De Minister van Financiën,
G. Zalm