29 521 Nederlandse deelname aan vredesmissies

AQ VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 27 oktober 2021

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO)1 hebben kennisgenomen van de brief van 16 september 2021 die de Minister van Buitenlandse Zaken samen met de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van J&V naar de Kamer heeft gestuurd, in reactie op de brief met vragen van de commissie van 26 juli 2021 inzake de aanvullende artikel-100 inzet Resolute Support missie in Afghanistan, waarbij specifiek wordt ingegaan op de evacuatie van onder meer Afghaanse tolken.2 Naar aanleiding hiervan heeft de commissie op 4 oktober 2021 een brief met aanvullende vragen gestuurd aan de Minister van Buitenlandse Zaken.

De Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Defensie hebben op 25 oktober 2021 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Van Luijk

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE ZAKEN, DEFENSIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Minister van Buitenlandse Zaken

Den Haag, 4 oktober 2021

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) hebben kennisgenomen van de brief van 16 september 2021 die de Minister van Buitenlandse Zaken samen met de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van J&V naar de Kamer heeft gestuurd, in reactie op de brief met vragen van de commissie van 26 juli 2021 inzake de aanvullende artikel-100 inzet Resolute Support missie in Afghanistan, waarbij specifiek wordt ingegaan op de evacuatie van onder meer Afghaanse tolken.3

De leden van de commissie danken de regering voor de brief van 16 september jl. in antwoord op hun vragen van 26 juli jl. Zij betreuren evenwel ten zeerste het late moment van beantwoording, te meer omdat deze vragen expliciet waren ingegeven door de «zeer dringende» situatie van dat moment.

Deze leden constateren voorts dat in de brief van 16 september jl. enkele expliciet gestelde vragen niet zijn beantwoord. Het verzoek aan de regering is deze alsnog te beantwoorden, maar dan ook gericht op het trekken van lessen voor de toekomst. Het gaat om de volgende vragen:

  • Wanneer levens in direct gevaar zijn, dient dan niet te worden gekozen voor veiligheid van betrokkenen (tolken en medewerkers die de Nederlandse militairen op een missie hebben ondersteund) boven zorgvuldigheid van de procedure?

  • Is de regering bereid tolken en andere medewerkers die de Nederlandse militairen (bij een missie) hebben ondersteund en hun gezinnen bij acuut levensgevaar naar Nederland te evacueren?

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) zien de beantwoording van deze vragen met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking E.B. van Apeldoorn

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 oktober 2021

In deze brief beantwoorden wij uw aanvullende vragen over Afghanistan (Kamerstuk 169164.05U d.d. 4 oktober jl.).

Alvorens in te gaan op de vragen, wijs ik u graag op de brief die het kabinet op 11 oktober jl. aan de Tweede Kamer heeft gestuurd aangaande de stand van zaken Afghanistan. De brief gaat in op de verdere inspanningen van het kabinet voor de evacués en diegenen die nog in aanmerking komen om naar Nederland te worden overgebracht en op de verdere uitvoering van de motie-Belhaj c.s. (Kamerstuk 27 925, nr. 788). In bijlage bij deze brief doe ik ook uw Kamer deze stand van zakenbrief toekomen.

  • Wanneer levens in direct gevaar zijn, dient dan niet te worden gekozen voor veiligheid van betrokkenen (tolken en medewerkers die de Nederlandse militairen op een missie hebben ondersteund) boven zorgvuldigheid van de procedure?

In noodsituaties gaat het redden van levens uiteraard boven de zorgvuldigheid van procedures. Dit blijkt ook uit de aanpak tijdens de acute evacuatiefase in augustus, waardoor honderden tolken en andere medewerkers inclusief hun familieleden door Nederland in veiligheid zijn gebracht.

Naast veiligheid voor de betrokkenen, wordt ook gekeken naar de veiligheid van de samenleving. In dat kader vormen het vaststellen van de identiteit van de betreffende personen en het beoordelen of deze personen daadwerkelijk voor Nederland hebben gewerkt een belangrijk onderdeel van de procedure. Hiermee wordt invulling gegeven aan zowel veiligheid als aan zorgvuldigheid.

  • Is de regering bereid tolken en andere medewerkers die de Nederlandse militairen (bij een missie) hebben ondersteund en hun gezinnen bij acuut levensgevaar naar Nederland te evacueren?

Zoals in de stand van zakenbrief Afghanistan van 11 oktober jl. aangegeven, blijft het kabinet zich actief inspannen om ook de komende periode mensen die daarvoor in aanmerking komen uit Afghanistan of via de buurlanden naar Nederland over te brengen. Het kabinet onderzoekt alle mogelijke opties om veilige uitreis van deze mensen onder de huidige complexe omstandigheden mogelijk te maken. Nederland staat hiervoor in nauw contact met landen in de regio.

De Minister van Buitenlandse Zaken, H.P.M. Knapen

De Minister van Defensie, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Samenstelling:

Faber-Van de Klashorst (PVV), Ganzevoort (GL), Van Apeldoorn (SP) (voorzitter), Van Dijk (SGP),

Jorritsma-Lebbink (VVD), Vacature (CDA), Oomen-Ruijten (CDA), Koole (PvdA), Prast (PvdD), Van Rooijen (50PLUS), arbouw (VVD), Van Ballekom (VVD) (1e ondervoorzitter), Beukering (Fractie-Nanninga), Bezaan (PVV), Dittrich (D66), Huizinga-Heringa (CU) (2e ondervoorzitter), Dessing (FVD), Karimi (GL), Kluit (GL), Moonen (D66), Otten (Fractie-Otten), Vos (PvdA), Van Wely (Fractie-Nanninga) en Raven (OSF).

X Noot
2

Zie verslag nader schriftelijk overleg: Kamerstukken I, 2020–2021, 29 521, AO.

X Noot
3

Zie verslag nader schriftelijk overleg: Kamerstukken I, 2020–2021, 29 521, AO.

Naar boven